251016 - PLGDG concept wensen en bedenkingen D66 Noordwijk
Tekst van het document
Concept-Wensen en bedenkingen PLGDG D66 Noordwijk 16.10.2025
Er is zichtbaar veel werk gestoken in het Programma LGDG, en dat waarderen wij. Laat daar geen misverstand over bestaan, ondanks deze verder tamelijk kritische zienswijze. Het Programma, de opvolger van de ISG, is namelijk ook een veelkoppig construct, waar wij moeilijk grip op kunnen krijgen. Het bevat: • • • • • •
Een overkoepelende landschapsstrategie 3 leidende principes 9 daaruit afgeleide speerpunten, 6 uitwerkingthema’s een uitvoeringstrategie en een (één) programmalijn, namelijk Herstructurering
Waar te beginnen bij het formuleren van wensen en bedenkingen? Als zaken complex zijn, helpt het vaak om van achter naar voren te redeneren. Door te kijken wat we daadwerkelijk beogen te doen, de uitvoeringsstrategie, kunnen we ons een beeld vormen over realisme en wenselijkheid van de beleidsdoelen, kunnen we zien wat hoofd en bijzaak is. Dat gaan we hier proberen te doen, maar vooraf is toch onze eerste observatie dat er in het voorliggende Programma sprake is van één Programmalijn, namelijk Herstructurering (p80)1. Het lijkt dan ook geen toeval dat dit begrip merkbaar het vaakst voorkomt in het laatste hoofdstuk over de uitvoeringsstrategie.
Herstructurering, voor elk elk wat wils Wat moeten we ons daar nu bij voorstellen, herstructurering? Dat hangt ervan af wie je het vraagt. Vraag je het aan een bezoekende toerist, krijg je als antwoord: lelijke bedrijfshallen opruimen en voorkomen dat er nieuwe bijkomen. Vraag je het aan een bollenkweker, krijg je als antwoord: areaalbehoud en meewerken aan schaalvergroting, door toestaan van grotere schuren. Vraag je het aan een natuurliefhebber, krijg je als antwoord: andere bollenteelt met minder gif en meer natuur. Vraag je het aan een inwoner, dan hoor je: ruimte creëren voor betaalbare huizenbouw. En dan hebben we het nog niet over de watermanagers, energietransitieadepten, mobiliteitsdeskundigen
Terloops wordt op p 80 gemeld dat er binnen het programma ook andere programmalijnen kúnnen worden ontwikkeld, maar als je die niet nu al benoemt, in dit Programma, dan zijn die andere lijnen er domweg niet en gaat het, platgeslagen, vooral over één ding: Herstructurering. 1
1
en ondernemers van buiten het bollencomplex. Om van de paardenliefhebbers en hobbytelers nog maar te zwijgen. Op de laatste twee groepen na, worden ze allemaal in dit programma bediend. Je zou zeggen: creëer nog wat ruimte voor die laatste twee groepen, en er staat een mooi, uitgebalanceerd, integraal programma. Maar is het zo simpel? Nee, natuurlijk niet. Al deze ruimteclaims staan op gespannen voet met elkaar, en sommige krijgen meer dan andere.
De uitvoeringsinstrumenten: de juiste gereedschapskist? De uitvoeringsinstrumenten zijn: A. Planologie: het voorsorteren op toekomstige wijzingen van omgevingsplannen B. Herstructureringsfonds (via kostenverhaal op woningbouw) C. Bollengrondcompensatiefonds D. De GOM, de uitvoeringsorganisatie E. Kwaliteitscommissie, die de toepassing van de visie moet bewaken Over vier van deze instrumenten valt het nodige te zeggen. A De toepassing van planologie als instrument staat buiten kijf. Dat bepaalt wat wel en wat niet mag, ruimtelijk. Opvallend in dit Programma is dat er op het laatste moment, na inspraak van kwekers, een grote planologische wijziging is doorgevoerd. Namelijk de samenvoeging van bollenzones 3 en 4, beide met Nee, tenzij beleid, tot een bollenzone 1 met ja mits beleid, weliswaar via maatwerk, maar met veel uitbreidingspotentieel. Dit uitbreidingspotentieel is in de nieuwe zone zelfs onbegrensd, dus meer dan de maximale 6000 m2 in de zones 2 en 3. Er wordt weliswaar een set voorwaarden geformuleerd (Nota Zienswijzen, p 125), maar het is onduidelijk in hoeverre deze cumulatief moeten worden vervuld, en de 125 m2 regel, die in lokale bestemmingsplannen nog wel is geformuleerd (Nota Zienswijzen, p124), ontbreekt. Hoe dan ook is de focus op sanering die er in de twee oude zones voorheen nog was er nu plots af.
Naar ons idee zal deze beleid switch, die zich alleen in Noordwijk voordoet, in onze gemeente vrijwel zeker tot verdere bebouwing in het gebied leiden. Van hele grote objecten. Zonder meer openheid elders. Dát is wat ons betreft de pijnfactor hier. Als je dit zo toelaat, dan is beter om vergezicht-teksten over ‘hersteld landschap’ en ‘gaaf houden waar het nog gaaf is’ te vermijden, die zetten de lezer dan toch allicht op het verkeerde been. B Het Herstructureringsfonds is bedoeld voor het saneren, herverkavelen en opruimen van verrommeling in de streek, om het landschap vitaal te houden. Over de wenselijkheid en noodzaak van dat fonds zijn wij gaandeweg wat pessimistischer 2
geworden dan voorheen. Wij vragen ons af wat er allemaal op kosten van een fonds moet worden bekostigd in het buitengebied. De € 25 mln Kwaliteitsimpuls landschap en natuur (p89) kunnen wij nog volgen, voor zover het om niet private gronden gaat, maar Herverkaveling (€ 15 mln) en sanering van verrommeling (€ 15 mln), daar plaatsen we vraagtekens bij voor zover dit in feite ten bate van particuliere eigenaars komt. Zo ook de compensatie van spuitvrije zones (p87). De ISG 2016 is bedacht in de crisisjaren na 2011 en herstructureringsfondsen kunnen in crisistijd een nuttige rol spelen om een gebied van compleet verval te behoeden. Wij onderkennen dat en zijn ervan overtuigd dat de GOM toen nuttig werk heeft geleverd. Maar die crisistijd is voorbij, en we mogen eigenlijk gewoon verwachten dat sanering van privébezit ‘vanzelf’ gaat, dat wil zeggen door de markt. Het heeft ons hogelijk verbaasd dat de marktverstoring door de prijsprikkels van de GOM niet prominenter in de ISG evaluatie naar boven is gekomen. Waarom moet de gemeenschap herverkaveling en sanering bekostigen? Dat is elders ook ongebruikelijk. Is dat conform de principes van proportionaliteit, profijt en toerekenbaarheid (PPT, p81)? Wij zouden graag zien hoeveel saneringen de private sector op eigen kracht heeft uitgevoerd sinds 2016 of 2020, en de kwantiteiten daarvan vergelijken met de GOM herstructureringen.
De bijdrage van € 275 per m2 aan het Herstructureringsfonds zal bij projecten met 35 woningen per hectare op bijna € 80.000 per woning uitkomen. Een fors bedrag, waarvan wij ons afvragen wie het uiteindelijk gaat betalen: de woninggebruiker of de grondeigenaars in het gebied. Onvermijdelijk moeten we hier ook iets opmerken over de nieuwe definitie van verrommeling: ‘een ongeordende, gefragmenteerde of versnipperde ontwikkeling van het landschap, waarbij het oorspronkelijke karakter en de esthetische waarde ervan verloren dreigen te gaan’ (p25). Taalkundig vallen moestuintjes daar wel onder, en hele grote schuren niet, valt ons op. We vragen ons af of de nieuwe definitie een gunstig verschil met voorheen maakt en we zijn erg benieuwd of er al ‘botsproeven’ op deze beoordelingsmaatstaf zijn toegepast. C Het Bollengrondcompensatiefonds gaat, na afloop van de huidige ISG, (als)nog € 40 mln ophalen (p89). Bij een gemiddelde prijs van € 40/m2 zal er dus over 100 hectare worden betaald. Naar wij vrezen voor een deel over niet meer als bollengrond bruikbare overhoeken; perceeldelen die op papier bollengrond zijn, maar in de praktijk niet meer. In plaats van oneigenlijk gebruik van deze percelen zou je ook kunnen spreken van oneigenlijke bekostiging van het fonds, in deze gevallen. De hamvraag is natuurlijk waar die 100 ha nieuw te creëren bollengrond vandaan gaat komen.
Kan iemand die aanwijzen? En welke grondeigenaars gaan dan profiteren van die opwaardering van hun land? Is dat PPT proof? De Programmatekst zwijgt daarover, maar het actuele Meerjarenprogramma 25-28 van de GOM bevat op p10 een interessante passage (3e alinea). Daar staat, als wij het goed begrijpen, dat het principe dat elke m2 verloren 3
gegane bollengrond met nieuwe bollengrond wordt gecompenseerd niet strikt hoeft te worden toegepast; de opbrengsten van bollengrondcompensatie mogen (na een aandeelhoudersbesluit) ook ‘enigermate’ worden gebruikt voor kavelverbetering, herverkaveling, compensatie van spuitvrije zones en het ontlopen van bollengrondcompensatieverplichtingen ten behoeve van algemeen nut (bewoners Fresialaan Noordwijk en opstellers second opinion onderstation Noordwijk, let op!). Wij zijn erg benieuwd hoeveel ‘enigermate’ hier dan is. En wij merken op dat het jammer is dat deze passage de hoofdtekst van het PLGDG niet gehaald heeft. D Over de GOM hoeven we in het kader van deze zienswijze geen opmerkingen te maken. Haar rol blijft grosso modo gelijk aan voorheen. Zie daarover B en C hierboven. E De kwaliteitscommissie gaat beoordelen of ontwikkelingen passen in de landschapstrategie. Dat is zeer te prijzen, mits de nadere uitwerking van rol en samenstelling van de commissie (p89) zodanig is dat de commissie ook echt iets te zeggen krijgt en haar afwegingen transparant en voor het publiek navolgbaar in beeld brengt. We zijn benieuwd. Het lijkt ons essentieel dat de kwaliteitscommissie ook nog iets te zeggen krijgt over de definities van verrommeling en kwalitatieve openheid (p25).
Het moge duidelijk zijn dat wij grote reserves hebben bij het idee dat je kwalitatieve openheid kunt bereiken door het inpakken van zichtverstorende gebouwen met erfbeplanting. Samengevat hebben wij vanuit de Uitvoeringsstrategie moeite met: •
•
•
De formulering van de tekstaanpassing die van de Nee, tenzij zone 3 en 4 in Noordwijk een Ja, mits zone maakt. Wij zijn niet tegen schaalvergroting of grote schuren, maar als die in feite onbegrensd is én gepaard gaan met zacht geformuleerde voorwaarden (Nota Zienswijzen p125) en zonder een overall beperking op de totale schuurruimte voor een bedrijf, gebaseerd op het grondgebruik (waaruit natuurlijk saneringsplicht voortkomt bij realisatie van hele grote schuren), dan vrezen we dat er van landschappelijke openhoud weinig overblijft. Een herstructureringsfonds waarvan het onduidelijk is in hoeverre de baten ervan in feite in particuliere handen komen, en of dit herstructureringsfonds in deze omvang nodig is, gezien normaliter de markt hiervoor zorgt. Een fonds dat de kosten van de grotendeels betaalbare woningen dreigt op te drijven en dat moet opereren met een ongeteste definitie van verrommeling. Een bollengrondcopmpensatiefonds dat vermoedelijk helemaal niet meter voor meter bollengrond gaat compenseren, en deels gaat leunen op bijdragen voor opgegeven bollengrond (overhoeken en soortgelijke) die dat alleen nog op papier is: oneigenlijke bekostiging.
4
Overige observaties Nu wij de harde kern van het PLGDG hebben besproken, maken wij nog enkele opmerkingen over de voorgaande hoofdstukken. Water en bodem gestuurd als leidend principe. Wij zijn verheugd over dit uitgangspunt, en waarderen de landschaps/bodemkaart op p22. De transformatie van deze kaart tot de landschapsstrategiekaart van p 29 vinden wij echter moeilijk te volgen. Ook vragen wij ons af of in hoeverre een aantal hoofdkeuzes, zoals de bollenzonenering en de aanpassingen daarin in Noordwijk, werkelijk water en bodem gestuurd zijn. Areaaldefinitie. Als het oogmerk van de definitie van het te behouden bollenareaal via de Basisregistratie Gewaspercelen is om voortaan aan te sluiten bij de realiteit, in plaats van alleen de oude 2625 ha rekensom, dan juichen we dat van harte toe. Maar waarom licht het programma niet duidelijk toe hoe de basisregistratie werkt en wat de uitkomst daarvan is? Zou het kunnen zijn dat het areaal daadwerkelijk bruikbare bollengrond groter is dan wij denken? Agrarische recreatie. In een programma dat ook visie-elementen bevat moet naar onze mening ook enige ruimte worden toegewezen aan agrarische recreatie door streekinwoners. Deze groep bevindt zich planologisch in de marge, terwijl agrarische recreatie met zowel positieve gezondheid als met biodiversiteit in verband te brengen is.
Dat er sprake is van handhaving van oneigenlijk gebruik van feitelijk als zodanig nog bruikbare bollengrond vinden wij logisch, gezien de doelstelling om het bollenareaal te beschermen; waarbij wel redelijkerwijs rekening te houden is met overgangsrecht dat gevallen van voor de instelling van het bollengrondcompensatiefonds soepeler behandelt. De geciteerde nota Niet meer doelmatig te gebruiken bollengrond (p52 en elders) legt de lat echter wel heel erg hoog om grond als niet meer bruikbaar te betitelen: via een maximale perceelgrootte van 1500 m2 (een bloementeeltwaarde) en rekening houdend met alle in de toekomst denkbare herverkavelingsmogelijkheden, die in beginsel onbegrensd zijn. Dat gaat te ver, zo lossen we het probleem niet op en zo worden te veel hobbygrondgebruikers oneigenlijk op kosten gejaagd. Emissievrije teelt per 2030. Wij zijn blij dat de bollensector zich realiseert dat zijn ‘license to operate’ op het spel staat en dat de sector verder terug moet in het bestrijdingsmiddelen gebruik. Het verbaast ons dat het kennelijk zo moeilijk is om aan te tonen hoeveel vordering de sector daarmee sinds het hoogtepunt van het gifgebruik in de jaren ’70 heeft gemaakt. Dat er geen officiële pogingen worden aangekondigd om dit scherp in beeld te krijgen beschouwen wij als een lacune in het programma.
Ten aanzien van de term ‘emissievrij’ merken wij op dat we het, alles afwegende, onverstandig vinden om deze ambitie per 2030 officieel te hanteren, terwijl eigenlijk niemand verwacht dat dit werkelijk haalbaar zal zijn. De definitie van wat we onder emissiearm 5
zouden verstaan behoeft ook nog verbetering, en zou naar ons idee ook fossiele emissies mee moeten nemen. Woningbouw in Noordwijk. Met de aanwijzing van het Achterweggebied en VinkeveldZuid als zoeklocaties voor toekomstige woningbouw kunnen we instemmen. Bezwaarlijk vinden we dat het resterende deel van Bronsgeest, dat wij ook nog altijd als een 3 ha woningbouwlocatie beschouwen, in het programma niet genoemd wordt. Inbreng en bevoegdheid gemeenteraden. In een afzonderlijke brief aan de gemeenteraden van de overige deelnemende gemeenten hebben wij, samen met andere Noordwijkse partijen, al indringend gewezen op de gebrekkige democratische inbedding van dit programma. Er worden keuzes in het programma gemaakt waarvan wij vermoeden dat die raadsbreed in Noordwijk niet worden onderschreven (zie hiervoor). Wij zijn niet altijd tegen van achter naar voren redenen, en passen dat soms zelf ook toe, zelfs in deze notitie. Maar het idee dat de colleges met dit programma uitmaken wat er gebeurt en de gemeenteraden dat dan maar zo 1 op 1 in hun omgevingsvisies moeten opnemen, is natuurlijk alleen aanvaardbaar als de colleges eerst grondig toetsen of de raden het met de gemaakte keuzes inhoudelijk eens zijn en daar een transparant en degelijk proces voor ontwerpen. Naar ons idee zou dit programma in twee delen moeten worden geknipt: • •
een visiedeel met de hoofdlijnen van het beleid, ter vaststelling voor de gemeenteraad, en een daarvan afgeleid uitvoeringsprogramma, ter vaststelling door de colleges.
Wij zijn voor een opschorting van het besluitvormingsproces over het PLGDG totdat er een heldere bestuurlijke notitie is verschenen waarin duidelijk wordt op welke manier de gemeenteraden enerzijds kunnen samenwerken via een gecoördineerd omgevingsbeleid voor hun gezamenlijke buitengebied, en anderzijds er ruimte blijft voor accentverschillen tussen gemeenten. De realiteit is dat daar behoefte aan is en wij vinden dat daarvoor ook enige ruimte moet kunnen zijn. Als die er niet is, zoals nu, dan verliezen we onze democratische controle op dit belangrijke beleidsgebied, omdat unanieme wijzigingsvoorstellen een illusie zijn. Wij vinden dat onaanvaardbaar.
Conclusie Gebaseerd op het bovenstaande hebben wij grote bedenkingen bij de huidige uitwerking van het PLGDG en vinden wij het essentieel dat er pas op de plaats wordt gemaakt bij de vaststelling van het Programma. In overleg met de gemeenteraden moet er een verbeterde versie komen die recht doet aan deze en andere kritiekpunten.
6