CConstaterende datNoordwijk
Koppel je AI →
Document · PDF

231123 - 466333 - B&W - Bijlage Leidsevaart Relevant deel Kadernota bestemmingsplannen Buitengebied - AVG

Gemeenteraadsvergadering 28 november 2023, gemeente NoordwijkBij agendapunt: Raadsvoorstel ontwerpverklaring van geen bedenkingen inzake een omgevingsvergunning voor Leidsevaart 229 - 230 te Noordwijk3.182 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Greenport Duin- en Bollenstreek Kadernota

bestemmingsplannen Buitengebied

nadere uitwerking Structuurvisie: opstap naar regelgeving

Greenport Duin- en Bollenstreek Kadernota bestemmingsplannen

.

°

Buitengebied

nadere uitwerking Structuurvisie: opstap naar regelgeving

identificatie projectnummer:

datum:

planstatus

057600.16186.00

30-08-2012

projectieider:

(geanonimiseerd)

RBOI

- Rotterdam bv

Delftseplein 276

ì „‚,_……f‚;‚“f‚;…‘@ e

B

ENSP

+

=

Postbus

150

3000 AD Rotterdam

telefoon (010) 201 85 55

|Pm

E-mail: nfo@rboi.nl

Inhoud

1.

2.

3.

4.

Algemeen

blz. 3

1.1. 1.2.

De opgave Het speelveld

3 4

1.3.

Het planproces

4

1.4.

De status van de Kadernota

4

1.5.

Leeswijzer

5

De contouren van de Kadernota

7

2.1.

{nleiding

7

2.2.

De Structuurvisie: ambities en strategische hoofdlijnen

7

Sturingsfilosofie en planmethodiek

11

3.1.

Inleiding

11

3.2.

Sturingsfilosofie

11

3.3.

De planmethodiek

14

Het Afsprakenkader

19

4.1.

Inleiding

19

4.2.

De zonering van het buitengebied

20

4.3.

De agrarische sector: bollenteelt, veehouderij, glastuinbouw

22

4.3.1.

Kaderstellende uitspraken

22

4.3.2. 4.3.3.

Begrippen Grondgebruik

23 24

4.3.4,

Agrarische bouwvlakken

25

4.3.5. 4.3.6.

Bollenteeltbedrijven, gemengde teeltbedrijven en stekbedrijven Grondgebonden veehouderijbedrijven

28 31

4.3.7.

Glastuinbouwbedrijven

33

4.3.8.

Omschakeling, nieuwvestiging (verplaatsing en splitsing) en

4.3.9.

samenvoeging Toelaatbaarheid nevenfuncties

3537

4.3.10. Toelaatbaarheid vervolgfuncties op vrijkomende agrarische

bedrijfscomplexen

5.

41

4.3.11. Sanering

43

4.3.12. Ruimte voor Ruimteregeling

43

4.3.13. Regeling bollencompensatie

45

4.4.

Natuur, landschap en cultuurhistorie

46

4.5.

Landgoederen

47

4.6.

Agrarische handels- en exportbedrijven en overige aan het bollencomplex verwante niet-agrarische bedrijven

48

4.7.

Niet-agrarische bedrijven

53

4.8.

De recreatie

55

4.9. 4.10.

Het wonen Molenbiotoop

56 61

Handhavingskader

63

5.1.

Handhaving als onderdeel van de beleidscyclus

63

5.2.

De uitvoerings- en handhavingspraktijk

63

5.3.

Aanbevelingen voor de uitvoerings- en handhavingspraktijk

64

‘Adviesbureau RBOI

Rotterdam / Middelburg

-_

057600.16186.00

2

Inhoud

PONrW

agen: Nadere onderbouwing zonering.

Toelichting op de modelregels. Modelregels. Overzicht

stakeholders.

057600.16186.00 _

Adviesbureau ROT Rotterdam / Middelburg

54

4.7.

Nadere onderbouwing

zonering

Niet-agrarische bedrijven

Kaderstellende uitspraken ISG Een voldoende ontwikkeling van de reguliere werkgelegenheid wichtige en gezonde ontwikkeling van de Greenport.

i van belang voor een even-

Er wordt ingezet op upgrading en 'ntensivering van het ruimtegebruik op verouderde delen van bestaande bedrijventerreinen (40 ha ruimtewinst n 2030). Tevens wordt ingezet op uitbreiding van bestaande bedrijventerreinen (33 ha in 2030) (blz. 45 ISG). Kaderstellende uitspraken

PVR

Bestaande niet-agrarische bedrijven en niet-volwaardige agrarische bedrijven mogen malig worden uitgebreid met ten hoogste 10% van de inhoud (zie artikel 2, lid 3.3)-

een-

Bouwvlakken

Maatwerk voor bestaande bedrijven

Van oudsher komen in het buitengebied niet-agrarische bedrijven voor. Deze bedrijven heb-

ben geen directe relatie met het bollencomplex en zijn ook niet grondgebonden. Omdat de middelen veelal ontbreken om deze bedrijven actief te verplaatsen of te saneren, worden de bestaande bedrijven overeenkomstig de vigerende regeling positief bestemd en voorzien van

een bouwvlak dat is afgestemd op het huidige bedrijfsperceel (richtlijn). Gegeven de aard van het buitengebied, wordt uitgegaan van een algemene toelaatbaarheid van bedrijven die gerekend worden tot de categorieën 1 en 2 van de Staat van 3edrijfsactiviteiten (SvB). Dit zetekent dat binnen deze categorieën een grote mate van flexibiliteit in gebruik mogelijk is, Bestaande bedrijven die gerekend worden tot een hogere categorie worden aanvullend voor-

zien van een specifieke functieaanduiding (richtlijn). Concentratie bebouwing binnen bouwvlak

Alle bedrijfsgebouwen,

inclusief de bedrijfswoning, dienen binnen het souwvlak

te worden

gerealiseerd (richtlijn). Uitbreiding van bebouwing binnen het bouwvlak is toegestaan rekening houdend met de vigerende bebouwingsregeling en als daarbij in voldoende mate wordt rekening gehouden met eisen ten aanzien van verkeer en arkeren, het milieu en de landschappelijke inrichting.

Overschrijden grenzen bouwvlak

Met een afwijking kan de mogelijkheid worden geboden om de grenzen van het bouwvlak in

beperkte mate te overschrijden (aanbeveling).

Bij het verlenen van de afwijking wordt in e-

der geval rekening gehouden met:

- _ de noodzaak (bedrijfseconomisch, bouwtechnisch, milieutechnisch); - _ de aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie. Schema 14

Overschrijden grenzen bouwvlak niet-agrarische bedrijven

1

z

3

4

5

A-A

A-A

A-A

A-A

A-A

Vergroten bouwvlak

Omdat deze bedrijven niet-grondgebonden zijn en geen directe relatie met het bollencomplex hebben, worden aan deze bedrijven geen mogelijkheden geboden om het souwvlak uit

te breiden (richtlijn).

0576001618600

Adviesbureau RBOL Rotterdam/ Middelburg

Nadere onderbouwing zonering

55

Bouwmogelijkheden Bedrijfsgebouwen

Bestaande niet-agrarische bedrijven mogen

binnen

het toegekend

bouwvlak eenmalig wor-

den uitgebreid met ten hoogste 10% van de bestaande inhoud (richtlijn). Indien er bedrijven zijn waar uitbreiding niet (meer) gewenst is wordt hiervoor een specifieke bouwaanduiding opgenomen.

Bedrijfswoningen

De

toelaatbaarheid

van

bedrijfswoningen

wordt

afgestemd

op de vigerende

regelingen,

Daarin is aangegeven of er bij recht één, geen of meerdere bedrijfswoningen is of zijn toege-

staan (richtlijn).

Bedrijven die nog niet beschikken over een bedrijfswoning, kunnen via afwijking alsnog een

bedrijfswoning realiseren (aanbeveling). Daarbij wordt rekening gehouden met: - _ de volwaardigheid van het bedrijf; -

_

de noodzaak

Zogenaamde

van extra toezicht.

'papieren'

bedrijfswoningen,

bestemmingsplannen wel gebouwd

bedrijfswoningen

die op grond

zijn, kunnen conform de PVR alleen opnieuw als zodanig bestemd hiertoe zeer goed onderbouwd

van vigerende

hadden kunnen worden maar die nog niet gerealiseerd worden

als de noodzaak

is.

Tweede bedrijfswoningen worden niet mogelijk gemaakt (richtlijn:

De inhoudsmaat van een bedrijfswoning bedraagt maximaal 750 m> (aanbeveling). Per woning is maximaal 50 m? aan vrijstaande bijgebouwen toegestaan (aanbeveling). Het erf dat deel uit maakt van de bedrijfswoning heeft een oppervlakte van maximaal 1.000 m? (aanbeVoor deze maatvoeringen zijn aanbevelingen opgenomen, omdat in de vigerende regelingen afwijkende maten zijn opgenomen

die op deze wijze gehandhaafd

kunnen

worden. Dit maakt

het ook mogelijk om regels op te nemen met betrekking tot de landschappelijke positionering van de woning (al dan niet opgenomen in het bedrijfsgebouw). De goot- en bouwhoogte van bedrijfswoningen wordt afgestemd op de vigerende bestem-

mingsplannen (aanbeveling). Omschakeling

Binnen de algemene toelaatbaarheid van bedrijven die gerekend worden tot de categorieën 1

en 2 van de SvB wordt een grote mate van flexibiliteit geboden. Op een locatie waar een be-

drijf uit categorie 3 of hoger gevestigd is, is alleen een gelijksoortig bedrijf toegestaan al-

mede bedrijven uit de categorieën 1 en 2 (richtlijn).

Nieuwvestiging

In het buitengebied is nieuwvestiging van hiet-agrarisch bedrijven alleen toegestaan op specifieke daarvoor aangewezen bedrijventerreinen. Toelaatbaarheid nevenfuncties

Ten aanzien van nevenfuncties is grote terughoudendheid gewenst. Enerzijds omdat de bedrijfseconomische noodzaak veelal ontbreekt en anderzijds omdat de externe effecten gezien

de schaalgrootte van de bedrijven aanzienlijk kunnen zijn.

In de bestemmingsplannen voor

het buitengebied worden geen mogelijkheden opgenomen (richtlijn). Toelaatbaarheid vervolgfuncties

De praktijk leert dat het vinden van passende vervolgfuncties voor vrijkomende bedrijfscomplexen van niet-agrarische bedrijven een lastige opgave is. De igging van deze complexen,

Adviesbureau RBOI

Rotterdam / Middelburg

ë

957600.16186.00

56

Nadere onderbouwing zonering

de schaalgrootte en omvang en aard van de bebouwing leidden er vaak toe dat een zinvol ‘hergebruik binnen financieel-economische randvoorwaarden niet mogelijk is. Hergebruik door bollenteeltbedrijven is van zelfsprekend altijd mogelijk. Ook het gedeeltelijk

gebruik van aanwezige gebouwen is een optie en voorkomt dat elders nieuwbouw gerealiseerd

moet

worden.

Mogelijkheden voor ander hergebruik worden afgewogen in het kader van een wijzigingsbe-

voegdheid (aanbeveling) dan wel een afzonderlijke planprocedure (procesafspraak). aarbij In acht te nemen

criteria zijn:

- _ de vervolgfunctie s ruimtelijk en milieutechnisch inpasbaar, ook rekening noudend met toekomstige ontwikkelingen zoals een mogelijke uitbreiding van activiteiten; - _ omliggende bedrijven worden niet onevenredig beperkt in hun bedrijfsvoering en toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden;

- _ de inpassing van de vervolgfunctie gaat samen met een aanmerkelijke verbetering van de uimtelijke kwaliteit ter plaatse.

Bij het bepalen van de toelaatbaarheid van vervolgfuncties wordt een onderscheid gemaakt in!

- _ agrarische vervolgfuncties; agrarisch verwante vervolgfuncties; -

het wonen;

- _

niet-agrarische vervolgfuncties.

In dit onderscheid komt tevens een prioriteitsstelling tot uitdrukking. Bij het beoordelen van verzoeken om vervolgfuncties wordt verkend of en welke er mogelijkheden zijn om een

(meer) passende functie te ealiseren.

4.8.

De

recreatie

Kaderstellende uitspraken ISG

Inzetten op het verbeteren van de profilering van de Greenport als attractief gebied in samenhang met een breed, jaarrond aanbod door onder andere: - _ het beter zichtbaar, beleefbaar en toegankelijk maken van het landschap; - _ het ontwikkelen van een goede fiets-, wandel- en vaarinfrastructuur; - _ het opstellen van een integrale toekomstvisie toerisme; - _ het stimuleren van vele projecten (zie blz. 27 ISG). Kaderstellende uitspraken

PVR

In het buitengebied kan ruimte worden geboden voor kleinschalige bebouwing, uitgezonderd recreatiewoningen en bedrijfswoningen, bassend bij en ondersteunend aa de recreatieve

functie van het gebied. Bijvoorbeeld een testaurant, een café, een bed & breakfast, een manege, een centrum Vóör natuureducatie, een clubgebouw bij &&n golfbaan of voorzieningen bij een camping (zie artikel 2, lid 2.9). Dagrecreatieve voorziening&n Maatwerk voor bestaande voorzieningen

In het buitengebied zijn vele dagrecreatieve voorzieningen in velerlei vorm aanwezig: volkstuincomplexen, sportcomplexen, fiets- en wandelpaden, jachthavens en aanlegplaatsen, picknickplekken, golfbanen en grootschalige attracties zoals De Keukenhof.

Door de grote

verscheidenheid aan voorzieningen, heeft het opnemen van een generieke regeling weinig

tot geen meerwaarde. Bij net toekennen van maatbestemmingen worden de volgende uit-

gangspunten gehanteerd (procesafspraak):

- _ maatwerk wat betreft toegestaan grondgebruik;

057600.16186.00

ë

Adviesbureau RBOI

Rotterdam / Middelburg

Nadere onderbouwing zonering

57

- _ bouwvlakken afgestemd op bestaande en eventueel te ontwikkelen bebouwing; - _ uitbreiding bouwvlakken na planwijziging rekening houden met externe ruimtelijke en milieueffecten (onder andere verkeer, geluid etc.); aanwezige waarden van natuur, landschap en cultuurhistorie op de locatie en in het gebied waarin de ocatie gelegen is. Ruimte voor nieuwe voorzieningen De betekenis en potenties van de Duin- en Bollenstreek voor recreatie en toerisme worden

breed onderkend.

Het versterken van de toeristisch-recreatieve infrastructuur is een van de

doelstellingen van het ISG. Om dat mogelijk te maken worden er mogelijkheden geboden om nieuwe voorzieningen te realiseren,

Via afwijking (aanbeveling): - _ wandelpaden; - _

picknickplekken.

Via planwijziging (aanbeveling): -

fietspaden; _

parkeervoorzieningen.

Afhankelijk van de specifieke situatie, kunnen de regels hiervoor opgenomen worden in de bestemmingen van de gebieden waar deze voorzieningen gerealiseerd worden.

4.9.

Het wonen

Het buitengebied van de Duin- en Bollenstreek is in veel opzichten een aantrekkelijk woongebied. Er zijn vele burgerwoningen in velerlei vorm en kenmerkend zijn ook de woonschepen langs de Leidse Vaart en in de polders van Teylingen. Veel woningen zijn in vroegere tijden gebouwd als burgerwoning,

maar er zijn ook veel

voormalige agrarische bedrijfswoningen die nu als burgerwoning in gebruik zijn. Kaderstellende uitspraken ISG

Woningbouw buiten de rode streekplancontour vindt plaats conform de afspraken die zijn weergegeven

in hoofdstuk 2,

Kaderstellende uitspraken PVR

De PVR bevat de volgende richtinggevende uitspraken. Artikel 2 lid 1 Geen verstedelijking buiten de bebouwingscontouren

Bestemmingsplannen vóör gronden buiten de bebouwingscontouren (zoals aangegeven op kaart 1) siuiten bestemmingen Uit die nieuwvestiging of uitbreiding van stedelijke functies mogelijk maken.

In artikel 2 lid 2 van de BVR worden in afwijking van deze regeí ontwikkelingen mogelijk gemaakt ter zake van onder andere: - _ tuimte voor tuimte, toepassing ter biekke;

- _ nieuwe landgoederen;

- _ vrijkomende agrarische bebouwing; > _ noodzakelijke bebouwing; * _ 600 Greenportwoningen Duin- en Bollenstreek;

+ _ woningen in bebouwingslinten.

Adviesbureau RBOI

Rotterdam / Middelburg

ë

ë

0576001618600

58

Nadere onderbouwing

zonering

Begrippen

Voor de eenduidigheid worden voor het 'wonen' de volgende begrippen gehanteerd. - _

bedrijfswonin

een woning in of bij een gebouw of op een terrein, die slechts is bestemd voor bewoning door (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar noodzakelijk is, vanwege de bestemming van het gebouw of het terrein. + _ woning of wooneenheid!

een complex van ruimten, dat blijkens zijn indeling en inrichting bestemd is voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. -

_

huishouden:

persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuiteit in de samenstelling ervan;

bedrijfsmatige kamerverhuur wordt

daaronder niet begrepen. -

pension:

een woning, waarin op kleine schaal tegen vergoeding nachtverblijf al dan niet met ontbijt wordt verstrekt, zonder exploitatie van zaalaccommodatie; een en ander mits niet meer dan één of twee

kamers door de bewoner

of eigenaar/bewoner van een woning

aan niet meer

dan in totaal vier personen worden verhuurd, dit mits de gezamenlijke woonvloeroppervlakte niet meer bedraagt dan 3U% van totale woonvloeroppervlakte van de woning, zulks met een maximum -

_

van 40 m?

kamerverhuur:

a.

een samenstel van verblijfsruimten, uitsluitend of mede bestemd of gebruikt om daarin anderen dan aan de rechthebbende en de personen behorende tot diens huishouden, woonverblijf, niet in de zin van zelfstandige woongelegenheid, te verschaffen, al dan

b.

een en ander kan onder meer blijken uit het feit dat voor de kamers afzonderlijk huur

niet met gehele of gedeeltelijke verzorging:

wordt berekend en/of betaald en elke kamer zelfstandig wordt bewoond, waarbij al dan niet sprake is van enkele gemeenschappelijke voorzieningen; onder de definitie van kamerverhuur valt niet:

1. de verhuur van één of twee kamers door de bewoner of eigenaar/bewoner van een

woning aan niet meer dan in totaal vier personen, dit mits de gezamenlijke woon-

vioeroppervlakte niet meer bedraagt dan 30% van totale woonvloeroppervlakte van de woning, zulks met een 24 maximum van 40 m?; door het gemeentebestuur wordt

degene aangewezen die in het kader van deze tegels als bewoner wordt 8ngemerkt;

2. de verhuur van {een gedeelte van) de woning ten behoeve van verblijfsrecreatie; - _ kíeinschalig kampeerterrein:

een kampeerterrein voör kampeermiddelen, niet zijnde permanente kampeermiddelen waaronder tenthuisjes € stacaravans, gedurende de beriode van 15 maart tot €f met 3i oktober.

Arbeidsmigrantent

Sinds de openstelling van de Europese grenzen ©p 1 juli 2007 staat het vóor inwoners van de Europese Unie vrij om in de gehele Europese Unie te verblijven en tevens te werken. Dit

heeft ais gevoig dat ef diverse groepen Zuropeanen naar Nederland komen 6m hier tijdelijk te werken. Deze tijdelijke migranten verblijven vóor een korte beriode in Nederland en zoeken daarbij een onderkomen (iat zij vóor

957600.16186.00

deze tijd kunnen bewonen. Bovenstaande begrip-

ë

Adviesbureau RBO!

Rotterdam / Middelburg

Nadere onderbouwing zonering

pen worden opgenomen om ongewenste situaties te voorkomen vullend wordt de volgende algemene gebruiksregel opgenomen:

59

en tegen te kunnen,

Aan-

- _ het gebruik van woningen anders dan voor één huishouden is niet toegestaan. Bouwvlak en bouwmogelijkheden woningen

Alle bestaande woningen worden voorzien van een maatwerk bouwvlak afgestemd

op de vi-

gerende regeling (richtlijn). Per bouwvlak wordt aangegeven hoeveel woningen hier gebouwd mogen worden. Als dat gegeven de gewenste omgevingskwaliteit ruimtelijk relevant is, wor-

den nadere eisen gesteld ten aanzien van (aanbeveling): - _ de bouwvorm (vrijstaand, aaneengebouwd, gestapeld, etc.); - _ de situering van de woning binnen het bouwvlak (afstand tot erfgrenzen); - _ de inrichting van het perceel (voor- en achtererf/tuin); -

_

de bouwmogelijkheden op het erf en in tuinen.

Er wordt uitgegaan van een uniforme regeling (richtlijn) voor wat betreft: de inhoudsmaat van de woning inclusief aanbouwen: maximaal 750 m3; - _ de oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen: maximaal 50 m?. Als dat, gegeven de gewenste omgevingskwaliteit, ruimtelijk relevant is, kan gebruikgemaakt worden van een gestaffelde regeling die erop gericht s te voorkomen dat kleine (ka-

rakteristieke) woningen zonder meer vergroot kunnen worden tot de maximale inhoudsmaat. In een aantal vigerende bestemmingsplannen voor het buitengebied is een regeling opgenomen voor landhuizen, grote woningen met afwijkende inhouds- en hoogtematen. Voor deze

landhuizen wordt ook in de nieuwe bestemmingsplannen maatwerk geleverd {aanbeveling). Ondergronds bouwen Om

te voorzien

in de behoefte aan ondergrondse

(woon)vertrekken

worden

hiertoe

moge-

lijkheden geboden onder de volgende voorwaarden (aanbeveling): - _ de ondergrondse vertrekken zijn alleen van binnenuit toegankelijk; - _ de ondergrondse vertrekken komen niet voorbij de buitenmuren van de woning;

- _ het gaat om maximaal één bouwlaag; - _ de inhoud van de ondergrondse vertrekken telt niet mee bij de inhoudsmaat van de woning;

»

het peil rond de woning wordt niet kunstmatig verhoogd.

Bouwvlak en bouwmogelijkheden woonschepen

Woonschepen

die op basis van provinciale verordeningen of een ontheffing daarvan over

zen

legale ligplaats beschikken, worden positief bestemd en voorzien van een bouwvlak (richt-

lijn). Jitbreiding van het aantal woonschepen is niet toegestaan

.

Op de naastgelegen oever wordt, indien daarvoor de ruimtelijke zijn, ruimte geboden voor het realiseren van een berging.

mogelijkheden

aanwezig

Nieuwbouw woningen

De nieuwbouw

van

burgerwoningen

gebonden.

nu

wordt de

Ook

in het buitengebied

nieuwbouw

van

woningen

is al

ange

tiijd aan strenge regels

niet toegestaan,

uitgezonderd

de

bestemmingsplannen

en

Greenportwoningen en de Ruimte voor Ruimtewoningen (richtlijn). Voor

beroepen

gemeentelijke

en bedrijven handboeken.

wordt Indien

aangesloten

bij de vigerende

in beide documenten

geen regeling

is opgenomen

wordt

de volgende specifieke gebruiksregel gehanteerd (aanbeveling):

‘Adviesbureau RBOI Rotterdam / Middelburg

ë

D

957600.16186.00

60

Nadere onderbouwing zonering

- _ de vloeroppervlakte ten behoeve van aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten bedraagt ten hoogste 25% van de vloeroppervlakte van de betrokken woning

met een maximum

van 40 m2.

Voorzieningen bij de woningen

Binnen de woonbestemming is het hobbymatig houden van dieren, waaronder paarden, toegestaan. In dit kader worden ook paardenbakken binnen de bestemming Wonen toegestaan

onder de volgende voorwaarden (richtlijn): - _ paardenbakken zijn uitsluitend binnen het bouwvlak/bestemmingsvlak toegestaan; - _ het oppervlak bedraagt ten hoogste 800 m2;

- _ paardenbakken worden gerealiseerd op een afstand van ten minste 25 m van woningen van derden; - _ lichtmasten zijn niet toegestaan; - _ voorzien moet worden in een passende landschappelijke inpassing. Regeling Greenportwoningen In de PVR is ten aanzien van de Greenportwoningen het volgende opgenomen.

Artikel 2 lid 2 sub i 600 Greenportwoningen Duin- en Bollenstreek Buiten de

bebouwingscontouren

uitwerking

Haarlemmermeer-Bollenstreek

kunnen

600

nieuwe woningen

(Gedeputeerde

zoals bedoeld in de Gebieds-

Staten,

16

mei

2006)

mogelijk

gemaakt onder de volgende voorwaarden: de openheid van het landschap en de zichtlijnen worden niet significant aangetast;

- _ de woningen worden niet opgericht binnen het Kroonjuweel Landgoed Keukenhof zoals opgenomen in de provinciale Structuurvisie; de bouw van de woningen mag niet ten koste gaan van de zichtbaarheid en ervaarbaarheid van het gebied in net OV-panorama langs het spoor, zoals opgenomen in de provinciale Structuurvisie; de opbrengst van de bouw van de woningen wordt afgedragen aan de Greenport Ontwikkelingsmaatschappij ten behoeve van de projecten uit het meerjarenprogramma.

-

-

Omdat niet bekend is waar Greenportwoningen tot stand komen, worden voor de realisering

van deze woningen procesafspraken opgenomen afgestemd op de voorwaarden die in de PVR zijn opgenomen.

In de bollenzone 1

(uitgezonderd

waardevolle graslanden

de

locatie Vinkeveld

Noord

te Noordwijk)

en

de zone

mogen geen Greenportwoningen tot stand komen. In de overige

zones kunnen wel Greenportwoningen gerealiseerd worden.

Bij

de

toetsing

van

de

landschappelijke

inpasbaarheid

van

Greenportwoningen

wordt

gebruikgemaakt van de uitkomsten van het landschapsonderzoek dat heeft plaatsgevonden in het kader van het opstellen van het Landschapsbeleidsplan Duin- en Bollenstreek en de studie Open Geest (zie bijlage 1 Nadere onderbouwing zonering)Schema

15

Toelaatbaarheid

Greenportwoningen

1

2

3

4

niet toegestaan, uitgezonderd

p

P

niettoegestaan

Vinkeveld

5

|

niettoegestaan

Noord

De bovenstaande regeling is afgestemd op de ISG en met name op 1et streven om bollenzone 1 'actief open te maken'. Onderkend wordt dat daarmee in bollenzone 1 geen Greenportwoningen gerealiseerd kunnen worden en dat locaties voor Greenportwoningen gezocht moeten worden in de bollenzones 2 en 3, op gemeentelijk en regionaal niveau. Anderzijds

Rotterdam / Middelburg

Nadere onderbouwing zonering

61

wordt ook onderkend dat het realiseren van Greenportwoningen een bijdrage kan leveren aan het actief open maken van bollenzone 1. Inzet van dit instrument is denkbaar en na afweging van alle aan de orde zijnde belangen aanvaardbaar, als er nadrukkelijk sprake is van meerwaarde en een bijdrage wordt geleverd aan het realiseren van de eerder geformuleerde

doelstellingen inzake openheid en ruimtelijke kwaliteit.

Adviesbureau RBOÌ Rotterdam / Widdelburg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Noordwijk&id=8528b07d-9be8-4356-b614-c36fb494e4f6