210125 - Groen en Van Lint Advocaten - Vestiging Waspeencentrum - AVG
Tekst van het document
Geachte raadsleden, Ik heb begrepen dat er ook een brief van een advocaat van Waspeencentrum op 20 januari 2021 is toegezonden aan de raad. Die brief staat vol met onjuistheden. Op pagina 2 wordt verwezen naar een door de provincie verstrekte milieubeheer-vergunning uit 2003 (onduidelijk is wat de inhoud is van de brief d.d. 10-8-2004 (een jaar later) is, omdat dat is weggelaten). Maar het verlenen van een milieubeheer-vergunning wil niets zeggen over het wel of niet toegestaan zijn volgens het bestemmingsplan. De Provincie was destijds het bevoegde orgaan voor het verlenen van milieuvergunningen voor grondhandelsbedrijven (omdat de provincie ook toezichthouder is in het kader van de Wet bodembescherming). Maar de Provincie toetst niet bij een milieuvergunning aan het bestemmingsplan, en ook niet aan provinciale planologie. Dus die brief betekent niet dat er planologisch toestemming was. De brief is ook gericht aan Meeuwisse, de vorige eigenaar. En niet aan Jongeneel Transport, de huidige eigenaar. Uit de brief blijkt nergens uit dat Meeuwisse van de gemeente Noordwijk een ontheffing heeft verkregen of anderszins in strijd met het bestemmingsplan aldaar gevestigd mocht zijn.
Op pagina 2 wordt voorts ten onrechte gesuggereerd dat het transportbedrijf van Jongeneel, dat zich daar in januari 2005 zou hebben gevestigd, zou vallen onder de beschermende werking van het planologisch overgangsrecht voor het gebruik. Dat is echter volstrekt onjuist. Het overgangsrecht voor het gebruik geldt alleen voor gebruik dat in eerdere bestemmingsplannen wél legaal was. Maar Meeuwisse was niet legaal, en een transportbedrijf zoals Jongeneel, dat daar als ‘gewoon transportbedrijf’ in 2005 actief is geworden, is nimmer in eerdere bestemmingsplannen op deze locatie toegestaan. Deze mededeling van de advocaat is dus onjuist en misleidend. Het is dus ook niet zo dat er weer een transportbedrijf zou kunnen terugkomen, als er geen omgevingsvergunning voor een waspeencentrum wordt verleend. Het transportbedrijf van Jongeneel was illegaal, is illegaal, en blijft illegaal. Het was en is in strijd met het bestemmingsplan, en blijft in strijd met het bestemmingsplan. Overigens is het transportbedrijf Jongeneel inmiddels niet meer actief op het perceel, en het strijdig gebruik van dat transportbedrijf is daarmee ook geëindigd. Voor alle duidelijkheid: De hoofdvestiging van Jongeneel bevindt zich in Valkenburg, ZH, en ze hebben ook nog een nevenvestiging in Rotterdam. Het perceel Leidsevaart heeft Jongeneel niet nodig.
Op pagina 3 wordt gesuggereerd dat “agrarisch aanverwante bedrijven” mogen worden gevestigd op het perceel. Voor alle duidelijkheid, niet alle agrarische aanverwante bedrijven mogen worden gevestigd op het perceel. Slechts “aan het bollencomplex verwante nietagrarische bedrijven” (artikel 14.1 bestemmingsplan).
Op pagina 3 en pagina 4 wordt een onjuist beeld geschetst van de ruimtelijke afwegingen die volgens de wet gemaakt moeten worden. De toepassing van de “Ladder voor duurzame verstedelijking” wordt ook onjuist uitgelegd. Op pagina 4, twee na laatste alinea wordt gesuggereerd dat het verzorgingsgebied van de onderneming veel kleiner zou zijn. Maar de onderneming is thans al voor langere tijd gevestigd op een bedrijventerrein in Rijnsburg, Katwijk. Het feit dat het bedrijf kennelijk ook in Noordwijk gevestigd kan worden, betekent ook dat het bedrijf ook in de gehele Bollenstreek gevestigd kan zijn. Daarom valt minstens de gehele Bollenstreek onder het verzorgingsgebied. Goed onderzoek daarnaar is niet gedaan, en aldus wordt helemaal niet voldaan aan de “Ladder voor duurzame verstedelijking” en de daarvoor vereiste goede onderzoeken. In dit kader wordt opgemerkt dat uit navraag bij de gemeente Katwijk er voldoende plaats is op het bestemmingsplan Vinkenweg in Rijnsburg, en dat daar nog verschillende gronden te koop zijn. Er is dus helemaal geen noodzaak voor Waspeencentrum om naar Leidsevaart 228A in Noordwijk te gaan. Uiteraard speelt dit aspect ook mee bij de ladder voor duurzame verstedelijking. Dit bedrijf hoort op een bedrijventerrein.
Op pagina 5 wordt ten onrechte bij provinciaal beleid geen enkele aandacht besteed aan het feit dat artikel 6.17 van de provinciale ruimtelijke verordening alleen maar een beperkte uitbreiding toestaat. Maar hier wordt het bestaande gebouw qua oppervlak tot drie keer groter, en het bouwvolume wordt tot zes keer groter. Dat is geen beperkte uitbreiding. Er is dus strijd met artikel 6.17 van de provinciale ruimtelijke verordening. Op pagina 6 wordt misleidend bericht over het welstandsadvies. Er wordt gesuggereerd dat de welstandscommissie iets zou hebben gezegd over het bestemmingplan en de planologische mogelijkheden daarvan. Dat is niet juist. De commissie heeft geoordeeld dat het bouwplan, gelet op de criteria in de welstandsnota, niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand. Bij die redelijke eisen van welstand kan men het bouwvolume en de effecten op de omgeving van het uiterlijk en de ruimtelijke uitstraling daarbij betrekken en moet zij dat betrekken. Dat behoort tot de toets aan de welstand. Dat de ruimtelijke uitstraling wel degelijk tot de welstandscriteria behoort, blijkt uit pagina 7, waarbij de welstandscriteria die door uw gemeenteraad zijn aangenomen zelf vermelden (nota bene als eerste punt) dat “bebouwing in het landschap een ondergeschikte rol moet spelen”.
De advocaat wijst op pagina 12, laatste alinea op het feit dat de gemeenteraadsleden in juni 2020 in beginsel bij een (kleine) meerderheid van stemmen hebben ingestemd met het ter visie leggen van een ontwerp-VVGB. Maar dat betekent niet dat de gemeenteraadsleden daaraan nu gebonden zijn. Daarbij is voorts van belang dat de stukken die toen in april/mei 2020 aan de gemeenteraad zijn voorgelegd, op diverse punten onjuist en misleidend zijn, met name de ruimtelijke onderbouwing, waarin diverse ruimtelijke aspecten en beleid moet worden behandeld. Aangaande provinciaal beleid is in het toen aan de gemeenteraad voorgelegde stuk een aantal keren verwezen naar provinciaal beleid van nota bene de provincie NoordHolland, en is men niet ingegaan op het provinciaal beleid van de provincie Zuid-Holland. Dit wil al genoeg zeggen. Het is dus niet zo, zoals impliciet door de advocaat van Waspeencentrum wordt gesuggereerd, dat de gemeenteraad is gebonden aan de standpunten uit juni 2020. Juist een zienswijzeprocedure (zoals die is gevoerd) kan tot verhelderende inzichten leiden voor de gemeenteraadsleden, en kan aanleiding geven tot het wijzigen van standpunten ten opzichte van dit ruimtelijk plan.
Van de provincie Zuid-Holland heb ik inmiddels (vanochtend) begrepen dat er een ambtelijke email aan de gemeente is gestuurd op 21 januari 2021. Ik neem aan dat het college die email tijdig aan u raadsleden zal doorzenden !
Voorts zend ik u nog gemakshalve toe de inspraak-notities bij de commissie Ruimte van donderdag 14 januari 2021.
Namens bezwaarmakers (c.q. indieners van zienswijzen) (die inmiddels ook mijn bijstand heeft gevraagd).
en ook
Met vriendelijke groet, Jacco van Lint De Groen & Van Lint Advocaten Hoofdstraat 345 Postbus 22 2170 AA Sassenheim T M F E W Bekijk nu onze vernieuwde website! www.dgvl.nl Waarschuwing: dit e-mailbericht (eventueel met attachment(s)) is strikt vertrouwelijk en uitsluitend bedoeld voor geadresseerde. Indien u dit e-mailbericht ontvangt terwijl het niet voor u is bedoeld, verzoeken wij u ons hierover per omgaande te berichten. Bij voorbaat dank. Warning: this e-mail message (possibly contingent with attachment(s)), is strictly confidential, for the attention of the addressee only. If you receive this e-mail message and it is not addressed to you, please let us know by return. We thank you in advance.