210121 - Dommerholt Advocaten inzake Raadsvoorstel VVGB Vestiging Waspeencentrum - AVG
Tekst van het document
Vooraf per e-mail Gemeenteraad van Noordwijk Voorstraat 42 2201 HW NOORDWIJK
Datum Inzake Dossier Uw referentie Advocaat E-mail Telefoon
20 januari 2021 Waspeencentrum, Leidsevaart 228a te Noordwijk 200992 16340/ 16349 Mr. S. Maakal
Vooraf per e-mail: griffie@noordwijk.nl Geachte dames en heren, Inleiding In de vergadering van de commissie Ruimte en Verkeer van donderdag 14 januari jl. is onder agendapunt 7 het voorstel besproken om door middel van een verklaring van geen bedenkingen definitief in te stemmen met een afwijking van het bestemmingsplan Landelijk gebied voor het vestigen van een waspeencentrum op het perceel Leidsevaart 228A te Noordwijk. In afwachting van enkele nadere stukken, waarvan de toezending is toegezegd door wethouder Alkemade, is de advisering aan de gemeenteraad vooreerst nog aangehouden. Mogelijk heeft dit daarnaast ook te maken met de ingekomen (gelijkluidende) zienswijzen, die zijn ingebracht en tijdens de vergadering van de genoemde commissie nog mondeling zijn toegelicht door hun advocaat. Mijn cliënten hebben op voorhand geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om in te spreken, maar willen toch nog wel heel graag (kort) reageren op wat er allemaal over hun hoofden heen is gezegd over hun bedrijfsvoering en met name ook over de plannen die betrekking hebben op de in het geding zijnde locatie. Zo hoort u het verhaal in ieder geval van twee kanten… Koopovereenkomst Op dit moment is de grond (kadastrale percelen Noordwijk, L 258 en 259) nog steeds (!) in eigendom bij de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid A.J. Jongeneel En Zonen Beheer B.V. te Valkenburg (ZH).
Er ligt weliswaar een koopovereenkomst, maar er is nog niet geleverd. En dat gebeurt ook alleen maar als er een omgevingsvergunning wordt verleend voor de vestiging van een Waspeencentrum en die vergunning daarna onherroepelijk is geworden.
Dommerholt Advocaten
T (0513) 43 34 33
De praktijk wordt gevoerd door Dommerholt Advocaten N.V.
Abe Lenstra Boulevard 44
F (0513) 43 34 21
(KVK nr.05081795). Onze algemene voorwaarden die zijn te
Postbus 225
heerenveen@dommerholt.nl
vinden op www.dommerholt.nl/av en deels afgedrukt op
8440 AE Heerenveen
www.dommerholt.nl
de achterzijde, zijn van toepassing op alle werkzaamheden.
Voorheen was ter plaatse – zoals bekend – de onderneming Meeuwisse gevestigd. Dit betrof een inrichting voor onder meer het opslaan van handel in en transport van materialen als grond en champost en het uitvoeren van onderhoud en kleinschalige reparaties aan het bedrijfswagenpark:
Jongeneel vestigde zich in januari 2005 aan de Leidsevaart en ontwikkelde daar toen een transportbedrijf. Deze activiteiten vallen onder de beschermende werking van het planologische overgangsrecht voor het gebruik. Dat betekent zoals bekend dat er gewoon weer een transportbedrijf terug kan en mag komen als er geen omgevingsvergunning voor een Waspeencentrum wordt verleend en Jongeneel daarna geen koper zou kunnen vinden die ter plaatse een bedrijf wil uitoefenen dat past binnen de geldende bestemming “Agrarisch aanverwant”. In die zin is de vergelijking tussen de bedrijfsvoering van Jongeneel en die van het beoogde Waspeencentrum dus wel degelijk terecht en nog steeds actueel (!). Agrarisch aanverwant Dit mag er allemaal op grond van het geldende bestemmingsplan:
Pagina 2 van 13
Agrarisch ‘aanverwante’ bedrijven zijn immers bedrijven die – anders dan Waspeencentrum Katwijk, die wél zelf op eigen gronden hun waspeen telen – zelf geen agrarische producten telen, maar allerlei diensten van uiteenlopende aard aan de sector verlenen. Zoals dus bijvoorbeeld een loonbedrijf en een mestdistributiebedrijf. Al die bedrijven werken tegenwoordig met groot en zwaar materieel. Er mag met andere woorden dus zeker aandacht zijn voor de verkeersveiligheid, maar dat kan in redelijkheid nooit zover gaan dat er in de praktijk geen gebruik meer zou kunnen worden gemaakt van de bestaande planologische mogelijkheden. Overigens: de verkeerskundige situatie verbetert op betrekkelijk korte termijn naar verwachting aanzienlijk, omdat de provincie in het gebied gaat investeren. Daarnaast verwijs ik u graag naar de verkeerskundige toelichting die u nog aangereikt krijgt van het college/ de wethouder. Ruimte voor bedrijven “Gaat u maar naar een bedrijfsterrein. Daar hoort u thuis”. Dit sentiment heerst in ieder geval bij een deel van de fracties die zijn vertegenwoordigd in uw gemeenteraad. De gedachte die daaraan ten grondslag lijkt te liggen, is: ‘het plan is te groot voor het landelijk gebied en hoort om die reden thuis op een bedrijventerrein’. Maar zo werkt het niet in de ruimtelijke ordening (…).
Het buitengebied is namelijk in het algemeen voorbehouden aan agrarische bedrijven. Daarnaast wordt in bepaalde mate ook ruimte geboden voor ‘aanverwante’ bedrijven, zoals bijvoorbeeld loonbedrijven. Op bedrijfsterrein is het omgekeerd. Daar mogen zich geen agrarische bedrijven vestigen en ook geen ‘aanverwante’ bedrijven. Dus alleen ‘normale’ (productie)bedrijven.
Pagina 3 van 13
Omdat Waspeencentrum Katwijk B.V. een onderneming is die bestaat uit meerdere onderdelen, is zij in planologische zin moeilijk ‘te labelen’. Voor de huidige locatie aan de Doornweg 4 te Rijnsburg is dit opgelost door te kiezen voor ‘een maatpak’. Dat wil zeggen: de bestemming is op de bedrijfsvoering toegespitst door middel van een specifieke aanduiding op de plankaart, waaruit blijkt dat “Agri-business” is toegestaan. In de gemeente Katwijk wordt gewerkt aan de totstandkoming van het bestemmingsplan “KleiOost Zuid (II) te Rijnsburg, waar onder andere ook “Agri-business” (bij recht) is toegestaan. De gemeente Katwijk beschikt echter nog niet over deze gronden en er loopt nog een onteigeningsprocedure. Die procedure moet eerst zijn afgerond voordat er grond verkocht kan worden. Dit duurt voor Waspeencentrum Katwijk te lang. Zij moet immers uiterlijk dit jaar (2021) voldoen aan de aangescherpte milieuwetgeving. Hoe dat precies zit, staat in de ruimtelijke onderbouwing. Daar verwijs ik u kortheidshalve dan ook graag naar. Verder herhaal ik op deze plaats dat er werkelijk een jarenlange zoektocht vooraf is gegaan aan het plan om te verhuizen naar Noordwijk. In de (wijde) omgeving van Katwijk is namelijk werkelijk geen enkel goed alternatief te vinden.
Wie daar meer informatie over zou willen hebben, kan zich wenden tot Makelaardij Warmerdam uit Voorhout en/ of Makelaardij FBT uit Hillegom. Dat brengt mij op het volgende. Bouwen voor leegstand? Met artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit Omgevingsrecht (Bor) is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren. In de volksmond staat deze regeling bekend als “de Ladder voor duurzame verstedelijking”. Kort samengevat komt het erop neer dat gemeenten moeten aantonen dat zij niet voor leegstand bouwen. Daarnaast mag een nieuwe ontwikkeling buiten het bestaande stedelijke gebied alleen worden toegestaan wanneer aangetoond kan worden dat deze niet binnen dat gebied kan worden gerealiseerd. Voor leegstand hoeft in dit geval in objectieve zin niet gevreesd te worden. Het gaat immers om de verplaatsing van een bestaand bedrijf. De behoefte aan uitbreiding is evident. Die is er. Anders ging het bedrijf immers niet verhuizen (…). De advocaat van heeft in de zienswijze die hij voor hen heeft opgesteld naar voren gebracht dat er een te klein gebied zou zijn onderzocht. Maar die kritiek is niet terecht. Uit de jurisprudentie van de bestuursrechter volgt namelijk dat de omvang van het gebied dat onderzocht moet worden, afhangt van het verzorgingsgebied van de onderneming die het aangaat.
En dat is slechts beperkt. De afstand tot de telers die de wortelen aanleveren, mag namelijk niet te groot worden. Verder is duidelijk dat er geen ruimte voor uitbreiding is binnen het bestaande stedelijk gebied, waaronder in dit verband overigens is te verstaan de bedrijfsterreinen waarop de vestiging van een waspeencentrum in de regio is toegestaan. Overigens verwijs ik in dit verband ook graag naar de Zuid Hollandse “Beleidsvisie en Uitvoeringsstrategie, Regionale Economie en Energie” en het “Hoofdlijnenakkoord” voor het bedrijventerreinenbeleid in de provincie Zuid Holland. En verder naar het rapport “Kwalitatieve verdieping bedrijventerreinen regio (Duin- en) Bollenstreek” van de Stec groep (augustus 2018).
Pagina 4 van 13
Op grond van al die rapporten kan de conclusie geen andere zijn dat de vestiging van een Waspeencentrum op de voorgenomen locatie past binnen het ruimtelijke ordeningsbeleid van het Rijk, de Provincie Zuid Holland en de gemeente Noordwijk. Provinciaal beleid Volgens de advocaat van zou er geen ‘noodzaak’ bestaan voor een bedrijfsverplaatsing en daarnaast zou er ook een (zwaarwegend) algemeen belang bestaan bij de voorgenomen vestiging van een waspeencentrum op de in geschil zijnde locatie. Dat is echter allemaal niet aan de orde. Waar het – als enige – wel om gaat, is de tekst van artikel 6.17 uit de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Daarin staat:
Het criterium waarop u zich dus als gemeenteraad kunt richten, is de vraag of bij uitvoering van de hier voorliggende plannen al dan niet sprake zou zijn van een onevenredige aantasting van de omvang en de bruikbaarheid van het bollenteeltgebied. Het bestemmingsvlak dat op de plankaart is aangeduid voor de functie Agrarisch Aanverwant dat verandert niet. In die zin verandert er dus helemaal niets aan de omvang van het bollenteeltgebied. Verder gaan de plannen ook niet ten koste van het bollenteeltgebied. Op geen enkele manier. Sterker nog; de teelt van waspeen versterkt het buitengebied van Noordwijk zelfs, nu het een erkende en gebruikelijke vorm van wisselteelt is voor de bollensector. Omvang Maar de omvang dan? Waarom zo groot… Uit een rondgang in de omgeving blijkt dat een bebouwingspercentage rond de 30% tot 50% volstrekt gebruikelijk is. In die zin loopt het bouwplan van Waspeencentrum Katwijk dus met 35% beslist niet uit de pas. En de bouwhoogte overstijgt maar juist de 10% waarvoor met vrijstelling binnenplans kan worden meegewerkt (zonder bestemmingsplanwijziging). Maar uiteraard moet wel er wel voldoende zorg en aandacht zijn voor de inpassing van het bouwplan in het landschap. Al in de allereerste brief van de gemeente (van 1 februari 2019) aan Warmerdam Makelaars wordt aandacht gevraagd voor de ‘zichtlijnen’ in het open veld:
Pagina 5 van 13
“Vanuit stedenbouwkundig oogpunt zou de uitbreiding van de bedrijfsbebouwing (…) zoveel mogelijk in het verlengde van of vlak naast de bestaande bebouwing moeten plaatsvinden om de landschappelijke openheid zoveel mogelijk te behouden. Voor zover niet mogelijk, zal er bijzondere aandacht moeten zijn voor de landschappelijke inpassing van de bebouwing”. Dit advies is ter harte genomen. De nieuwe gebouwen staan allemaal in lijn met de oude. Aan de zichtlijnen verandert dus niets… Verder worden de nieuwe gebouwen weliswaar iets hoger dan wat nu bij recht is toegestaan, maar stijgt deze toename maar net iets uit boven de 10% waarvoor het college een omgevingsvergunning mag verlenen zonder dat het bestemmingsplan opnieuw vastgesteld hoeft te worden. Welstand De formele aanvraag om ‘bouwvergunning’ is ingediend op 26 november 2019. De Welstandscommissie heeft daarvoor al, op 19 februari 2019, negatief geadviseerd over het eerste ontwerp. Dit is daarna nog meermalen aangepast. Over dat nieuwe (aangepaste) ontwerp is voor zover mij bekend nog niet opnieuw gekeken. In hoeverre de gesignaleerde bezwaren nu nog steeds bestaan, is dan ook de vraag. Maar feitelijk is dat niet eens van belang (…). Op deze plaats verwijs ik naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 12 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4049.
Daarin staat onder meer, voor zover hier het meest van belang:
De Welstandscommissie stelt met zoveel woorden dat het voorliggende bouwplan in strijd zou zijn met de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan, maar dat geeft haar dus nog niet het recht om op de stoel van de gemeenteraad als bestemmingsplanwetgever te gaan zitten. Integendeel. Welstand moet zich richten naar de planologische mogelijkheden, inclusief de extra ruimte die een gemeente in een concreet geval wil bieden aan een initiatiefnemer. Uw gemeenteraad zou in deze zaak immers ook gewoon de bevoegdheid hebben om te besluiten tot een bestemmingsplanwijziging die de plannen van de betrokken initiatiefnemer mogelijk maakt, om pas daarna een welstandsadvies te vragen over een concreet bouwplan. En dan mag het omgekeerde dus vanzelfsprekend ook (!). De verwijzing naar de “Trekvaart Belevingsroute” is in dit verband bovendien ook nog eens volstrekt niet relevant. Om te beginnen niet vanwege het feit dat dit document geen enkele juridische status heeft, terwijl de inhoudelijk ook niet zodanig concreet is dat daaraan een grondslag ontleend zou kunnen worden om ingekomen aanvragen om omgevingsvergunningen te weigeren.
Pagina 6 van 13
Bovendien staan juridische argumenten daaraan in de weg (het enige plan dat de burgers rechtstreeks bindt, is vooralsnog een bestemmingsplan). Tenslotte gaat het hier om wel zeer in algemene termen gestelde beleidsvoornemens, die uitsluitend geschreven lijken te zijn in het kader van een subsidieregeling (…). De geldende welstandscriteria zijn hier:
Pagina 7 van 13
De Welstandscommissie stelt weliswaar aan het geldende gemeentelijke Welstandsbeleid getoetst te hebben, maar feitelijk is er naar mijn indruk helemaal niet op detailniveau aan de vastgestelde criteria getoetst. Zover is het waarschijnlijk niet gekomen omdat men is blijven steken bij de algemene criteria: “De beoordeling is gericht op het behoud van de oorspronkelijke landschappelijke kenmerken, de cultuurhistorische bebouwing en het karakteristieke profiel van de lintwegen en het inperken van grote oppervlakten verharding”. Als zodanig kan dit naar mijn mening echter beslist niet ten grondslag worden gelegd aan een welstandsadvies over een bouwplan voor een afwijkingsprocedure.
Pagina 8 van 13
Daarnaast wijs ik er op deze plaats nog op dat Burgemeester en Wethouders van een gemeente waarin het geschil speelt, te allen tijde ook de bevoegdheid hebben om – gemotiveerd – af te wijken van een welstandsadvies. Op deze plaats verwijs ik in dit verband onder andere naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:724. Hoewel het in algemene zin dus gebruikelijk is om het advies van de eigen, doch onafhankelijke, Welstandscommissie te volgen, is dat in juridische zin geenszins verplicht en afwijken mag bijvoorbeeld in ieder geval op grond van zwaarwegende maatschappelijke belangen, waarbij het aan het betrokken bestuursorgaan is om dit in eerste instantie te beslissen. Samenvattend: de afweging om de benodigde planologische medewerking wel of niet te verlenen, is in dit geval met name stedenbouwkundig van aard. Daar gaat ‘welstand’ helemaal niet over (!). Afrondend In de besluitvormende vergadering van 30 juni 2020 heeft uw Raad in meerderheid besloten om in ontwerp in te stemmen met het voornemen tot vergunningverlening (er waren 17 stemmen voor en 9 tegen). Dit op basis van een advies van Burgemeester en Wethouders, dat mede tot stand is gekomen na overleg met de Omgevingsdienst West Holland, de provincie Zuid Holland en het Hoogheemraadschap van Rijnland.
Wanneer er geen zienswijzen zouden zijn ingediend, dan zou de vergunning al zijn verleend. Maar nu liggen er dus wel – drie – zienswijzen. Deze bespreek ik nogmaals kort. De Dit zijn de bewoners van het perceel Leidsevaart Zij zijn op zich niet tegen de voorgenomen ontwikkelingen, maar vragen wel uitdrukkelijk aandacht voor de verkeersveiligheid. Dat is op zich terecht, want de infrastructuur ter plaatse is een puzzel. Het is dan ook goed dat hier op (korte) termijn iets aan gebeurt door de provincie. Tegelijkertijd geldt natuurlijk dat Waspeencentrum Katwijk niets aan de bestaande problematiek kan doen en deze ook niet ‘erger’ maakt. Het geldende bestemmingsplan biedt bovendien ook volop mogelijkheden aan allerlei vergelijkbare bedrijven, die ook de nodige verkeersbewegingen met zich brengen en vaak zelfs nog veel meer dan bij een waspeencentrum.
Pagina 9 van 13
De Dit zijn de bewoners van de Leidsevaart
. Op het plaatje is dat perceelnummer 206:
De woning van is georiënteerd op de Leidsevaart. Aan die zijde heeft men naar voren toe een nagenoeg onbelemmerd vrij uitzicht over de vaart en verderop gelegen landerijen. En dat blijft ook zo. Verder keek men tot voor kort op een transportbedrijf. En dat hadden dus ook zomaar allerlei voertuigen van een loonbedrijf of een mestverwerkingsbedrijf kunnen zijn. Dit is misschien zelfs wel een minder prettig uitzicht dan een uitzicht op mooie nieuwe gebouwen (!). In deze omgeving is de woning van de enige ‘burgerwoning’. En wonen in het buitengebied brengt nu eenmaal met zich mee dat men geur en geluid ervaart van de buren, die agrarische activiteiten verrichten (dat allemaal binnen de geldende milieuweten regelgeving, waaraan in dit geval aantoonbaar aan zal worden voldaan). De afstand tot de percelen 258 en 259 is groter dan die tot de naastgelegen percelen, waarop bollenteelt plaatsvindt (onder andere door de familie van de overige bezwaarmakers). Van geluidhinder kan in objectieve zin dus geen sprake zijn. Overigens tonen de uitgevoerde akoestische berekeningen dit ook aan. Verder voeren ook dus het punt van de verkeersveiligheid aan. Om niet in herhaling te vervallen, verwijs ik naar wat daarover hiervoor al is opgemerkt.
Blijft over de bezwaren die zien op de omvang van de voorgenomen bebouwing, inclusief de stelling dat een dergelijk bedrijf zou thuishoren op een ‘industrieterrein’. Maar zo gemakkelijk is het dus niet om een bedrijf met de samenstelling van het Waspeencentrum Katwijk onder te brengen op een bestaand bedrijventerrein in de omgeving van Katwijk/ Leiden/ Noordwijk.
Pagina 10 van 13
Tenslotte is de zogenoemde inbreuk op het ter plaatse geldende planologische regime minder groot dan dat dit wordt voorgesteld door degenen die een zienswijze hebben ingediend. De teelt van wortelen is namelijk – zoals inmiddels bekend – een bekende wisselteelt voor bollentelers. Het lijkt dan ook met name een kwestie van ‘smaak’ te zijn als het gaat om de omvang van het voorliggende bouwplan. Maar als dit soort “Agri-business” geen plek meer zou kunnen vinden in het buitengebied van een (agrarische) gemeente, waar moet deze industrie dan naartoe? In de praktijk bestaan daarvoor niet of nauwelijks alternatieven en al helemaal niet binnen een redelijke straal tot het verzorgingsgebied van (in dit geval) Waspeencentrum Katwijk.
De van kochten, blijkens de akte van levering van 10 maart 2020 (en dus nog maar betrekkelijk kort geleden), ‘een perceel bloembollenland met opslagloods’ van hun ouders. Dit perceel omvat de kadastrale percelen Noordwijk, sectie L met de nummers 26, 27, 33 en 105:
De gronden in kwestie zijn, opnieuw volgens de hiervoor bedoelde akte, nog slechts verpacht tot (uiterlijk) 30 augustus 2022 (het gaat om geliberaliseerde pacht). Wat er daarna mee gebeurt, is ongewis. Meer in het bijzonder is klaarblijkelijk nog niet duidelijk of er daarna nog enig agrarisch gebruik van de gronden zal worden gemaakt (?). Overigens heeft Waspeencentrum Katwijk via Makelaardij FBT te Hillegom aangeboden de pacht over te nemen (!!!). Maar op dat aanbod is tot op heden nog niet gereageerd. Verder is uiteraard een saillant detail dat op de betreffende percelen het afgelopen jaar waspeen is geteeld (…). Zoals hiervoor al is opgemerkt, zal de nieuwvestiging van Waspeencentrum Katwijk op deze locatie geen enkel (negatief) gevolg hebben voor de mogelijkheid om ook in de toekomst opnieuw bollen te telen op de gronden van Wat hun centrale belang zou moeten zijn, is daarmee dus veilig gesteld…
Pagina 11 van 13
En waar kunnen en/ of mogen zij op grond van de Algemene wet bestuursrecht dan verder nog over klagen? Deze vraag ziet op de toepassing van het juridische leerstuk van de ‘relativiteit’. Kort samengevat: als iemand zich bezorgd maakt over het verlies van uitzicht, kan hij zich niet beroepen op bijvoorbeeld een tekort aan parkeerplaatsen… Omdat deze discussie pas speelt in de fase van beroep (bij de bestuursrechter) en niet in de daaraan voorafgaande zienswijzenfase, ga ik hier nu verder niet op in. Maar ik signaleer wel dat veel van de bezwaren die zijn ingebracht namens , die allemaal buiten Noordwijk wonen (namelijk respectievelijk in Leiden en Noordwijkerhout), allemaal niet raken aan de kern van de agrarische bedrijfsvoering (voor zover daar nog sprake van is). Bovendien zullen de dames dus in ieder geval ook geen effecten van het plan ondervinden in hun eigen woon- en leefomgeving. Het bestemmingsvlak zoals dat op de plankaart (verbeelding) is aangegeven, zal niet veranderen. Dit vlak kan en mag op dit moment helemaal vol worden gezet met allerlei groot materiaal, zoals tractoren, vrachtwagens en landbouwmachines. Wanneer er binnen het onderstaande paarse vlak gebouwen worden opgericht, nemen de mogelijkheden voor buitenopslag uiteraard navenant af. En wat dan overblijft, levert per saldo een beter resultaat op. Tenminste, dat is de mening van Waspeencentrum Katwijk B.V.
In die mening voelt zij zich gesteund door de wettelijke adviseurs die bij het plan zijn betrokken (provincie, hoogheemraadschap en omgevingsdienst).
Aan de ruimtelijke inpassing van het plan is inmiddels al veel tijd en aandacht besteed. Als er op dat vlak nog aanvullende wensen zouden leven, dan valt daar uiteraard altijd over te praten. . Deze gesprekken zijn nog niet afgerond en nemen mogelijk ook nog enige tijd in beslag. Waspeencentrum Katwijk B.V. kan en wil daar niet (meer) op wachten. Waspeencentrum Katwijk B.V. verzoekt uw gemeenteraad dan ook de besluitvorming nu af te ronden en meent dat er eigenlijk niets (wezenlijks) is veranderd ten opzichte van het moment waarop de benodigde verklaring van geen bedenkingen in ontwerp is verleend. Zij vertrouwt er dan ook op dat deze verklaring tijdens de eerstvolgende raadsvergadering alsnog in de definitieve vorm kan worden verleend. Van werkelijk ruimtelijk relevante bezwaren tegen het voorliggende bouwplan is immers niet(s) gebleken.
Pagina 12 van 13
Namens de betrokken initiatiefnemers dank ik u hartelijk voor de tijd en de aandacht die aan het lezen van deze brief is besteed. Hopelijk is zo alles duidelijk en in ieder geval nu ook van twee kanten belicht. Mochten er tenslotte nog vragen over zijn, dan vernemen wij die uiteraard graag. Met vriendelijke groet,
Mr. S. Maakal
Pagina 13 van 13