20250224 3 Beantw.vragen over de Participatiever
Tekst van het document
Aan de leden van de gemeenteraad
Noordwijk, 19 februari 2025
Voorstraat 42 2201 HW Noordwijk Postbus 298 2200 AG Noordwijk T +31 (0)71 36 60 000
Uw kenmerk Uw brief van Zaaknummer Verzenddatum Onderwerp Bijlage(n)
: : 27 januari 2025 : 874771 : 24 februari 2025 : Schriftelijke vragen over de participatieverordening : 1) VNG Model participatieverordening 2) Ledenbrief 3) Implementatiehandleiding 4) Visual vormen & keuzes
gemeente@noordwijk.nl www.noordwijk.nl
KvK nummer 73538469 BTW NL8257.92.150.B01 IBAN NL34BNGH0285044621 BIC BNGHNL2G
Geachte leden van de gemeenteraad,
Aanleiding De Wet versterking participatie op decentraal niveau is in werking getreden op 1 januari 2025 en verplicht gemeenten om uiterlijk per 1 januari 2027 een participatieverordening vast te stellen ter vervanging van de huidige inspraakverordening. Het doel van deze wet is om inwoners meer te betrekken bij alle fasen van het beleidsproces, wat een belangrijke verandering vraagt in de werkwijze en cultuur van gemeenten. De VNG heeft een model participatieverordening beschikbaar gesteld om gemeenten hierbij te ondersteunen. Gezien de impact van deze ontwikkeling en de expliciete noodzaak om inwoners en maatschappelijke partijen beter en meer te betrekken, is het van groot belang om te begrijpen welke rol de gemeenteraad speelt in dit proces. De raad heeft immers een kader stellende en controlerende rol en moet ervoor zorgen dat de verordening aansluit bij Inwoners, ondernemers, verenigingen en organisaties. Met deze vragen wil Lijst 6 duidelijkheid krijgen over de betrokkenheid en rol van de raad in dit belangrijke traject. Het gaat hier om een verordening die bepalend zal zijn voor de mate waarin inwoners van Noordwijk in de toekomst daadwerkelijk invloed kunnen uitoefenen op het gemeentelijk beleid. Zie link > https://vng.nl/nieuws/model-participatieverordening-aangeboden-aan-gemeenten
Lijst 6 Charlotte Meiland
Vragen ingevolge artikel 32 Reglement van Orde 1. Vraag: Wanneer presenteert het college een startnotitie aan de raad waarin onder andere een tijdspad, de rol van de raad, de rol van de inwoners, de benodigde middelen en alle relevante aspecten voor het opstellen, vaststellen en implementeren van de participatieverordening zijn opgenomen?
Antwoord: Wij presenteren de startnotitie voor de participatieverordening in Q2 2025.
2. Vraag: Hoe wordt de gemeenteraad betrokken bij de gesprekken over de invulling van de participatieverordening binnen de gemeentelijke organisatie en met inwoners en maatschappelijke partijen?
Antwoord: In 2022 is de nota inwonersparticipatie vastgesteld door de raad. Daarnaast legt het college Q3 2025 de nota overheidsparticipatie en de participatieverordening voor aan de raad. De raad stelt de nota en de verordening vast. De participatieverordening verankert de afspraken die in de twee nota’s zijn gemaakt.
3. Vraag: Welke stappen heeft het college al gezet om de overgang van de inspraakverordening naar de participatieverordening te organiseren?
Antwoord: We hebben onderzoek uitgevoerd hoe de Noordwijkse samenleving participatie wil organiseren (zie antwoord op vraag 5). De opdracht voor het opzetten van de verordening is uitgezet in de ambtelijke organisatie. Het college legt de participatieverordening ter vaststelling voor aan de raad.
4. Vraag: Is het college van plan gebruik te maken van de door de VNG opgestelde model participatieverordening? Zo ja, welke variant en keuzemogelijkheden overweegt het college? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Ja, college zal gebruikmaken van de modelverordening. Momenteel overweegt het college de twee verschillende varianten. Naar verwachting zal het college in maart hierover een besluit nemen.
Pagina 2 van 5
5. Vraag: Hoe borgt het college dat de participatieverordening past bij de specifieke cultuur en behoeften van de gemeente Noordwijk en haar inwoners?
Antwoord: We borgen dat de participatieverordening past bij de specifieke cultuur en behoeften van de gemeente Noordwijk en haar inwoners, doordat we op verschillende manieren alle relevante stakeholders bij dit proces betrekken. Gesprekken: We hebben veel gesprekken gevoerd met inwoners, ondernemers, wijkverenigingen en andere belanghebbenden. Ook medewerkers van verschillende gemeentelijke afdelingen zijn bevraagd over hun ervaringen en wensen rondom participatie. De opgehaalde ervaringen, wensen, en tips worden meegenomen. Vragenlijsten: De Quick Scan Lokale Democratie gaf interessante inzichten die als basis dienen voor het opstellen van de verordening. De Quick Scan Lokale Democratie is een internetvragenlijst die door inwoners, ambtenaren, raadsleden en collegeleden werd ingevuld. In 2023 hebben wij daarnaast een onderzoek uitgevoerd om onze inwoners- en overheidsparticipatie te verbeteren. De resultaten uit beide onderzoeken worden meegenomen voor de ontwikkeling van de verordening. Kennis van netwerkpartners: We zijn aangesloten bij het VNG netwerk participatie waar wij ervaringen delen met andere gemeenten. Hier wordt ook veel kennis gedeeld over hoe vergelijkbare gemeenten initiatieven aanpakken. Daarnaast organiseren wij regelmatig overleggen met onze regio-collega’s. Hier delen wij ervaringen en wisselen wij tips uit over wat goed werkt en wat niet.
Wij plaatsen dit in een Noordwijkse context. Projectevaluaties: In de tussentijd is er natuurlijk ook al een aantal projecten in uitvoering geweest. In januari 2025 hebben wij de raad geïnformeerd over de trajecten inwonersparticipatie. Van deze projecten hebben we veel geleerd. Na afloop voerden wij gesprekken met de deelnemers aan de participatie en collega’s. We haalden op wat goed ging en wat we beter kunnen doen in de toekomst. Literatuur: Voor het opstellen van de verordening doen wij ook een uitgebreid literatuuronderzoek. We gebruiken handreikingen en tips om onze verordening zo goed mogelijk te onderbouwen.
6. Vraag: Hoe ziet het college de rol van het uitdaagrecht in de participatieverordening, en hoe denkt het college dat dit instrument ingezet kan worden om de betrokkenheid van inwoners te versterken?
Antwoord: Afhankelijk van de keuze voor een van de twee varianten van de modelverordening heeft het uitdaagrecht daarin een bepaalde positie. Variant 1 is een basisverordening. Hiermee wordt aan
Pagina 3 van 5
de verplichtingen uit de Gemeentewet voldaan. In de verordening staan de spelregels die gelden als de gemeente inwoners uitnodigt om te participeren. Ook het uitdaagrecht is uitgewerkt. Variant 2 is voor gemeenten die participatie ruimer willen toepassen en verder willen ontwikkelen. Naast de opties uit variant 1 krijgen inwoners in variant 2 meer mogelijkheden om invloed uit te oefenen. Zij kunnen zelf met voorstellen komen en de gemeente vragen om ondersteuning om hun plannen uit te voeren en te onderbouwen. In variant 2 van de modelverordening wordt het uitdaagrecht niet apart genoemd maar is het een onderdeel van de vele mogelijkheden die overheidsparticipatie omvat. Vanuit het college beschouwen wij het uitdaagrecht als één van de mogelijkheden om overheidsparticipatie in onze gemeente vorm te geven. De kern van overheidsparticipatie ligt in de manier waarop we de samenwerking met inwoners vormgeven. Voor ons draait het om maatwerk in de samenwerking en het flexibel inspelen op de wensen en behoeften van lokale initiatieven. Kortom, het college ziet overheidsparticipatie als een proces dat steeds opnieuw moet worden afgestemd op de specifieke behoeften van de gemeenschap.
7. Vraag: Hoe denkt het college om te gaan met het spanningsveld tussen de vrijheid van het college om keuzes te maken en de behoefte van de raad om democratisch toezicht te houden op deze keuzes?
Antwoord: Het spanningsveld tussen de vrijheid van het college om keuzes te maken en beleid te voeren en de democratische verantwoordelijkheid van de gemeenteraad om toezicht te houden en invloed uit te oefenen, is een belangrijk en complex vraagstuk. Het college is zich ervan bewust dat de democratische controle van de raad een fundamentele waarde is in de lokale democratie. Tegelijkertijd is het belangrijk dat het college ruimte heeft om pragmatisch en effectief beleid uit te voeren, vooral in situaties die snelle besluitvorming vereisen. Het college en de raad hebben er beide belang bij om een goede balans te vinden tussen deze twee belangen. In het kader van participatie zorgt het college ervoor dat de raad op de hoogte is van de methoden en processen die worden toegepast. De raad is verantwoordelijk voor het vaststellen van deze beleidskaders en de bijbehorende regelgeving. Het college voert deze regelgeving uit en zorgt ervoor dat het beleid wordt toegepast in de praktijk. De raad speelt ook een belangrijke rol in het stimuleren van participatie. Dit kan de raad doen door bijvoorbeeld het promoten van initiatieven, het organiseren van informatiebijeenkomsten over overheidsparticipatie, en het creëren van een gunstig klimaat voor participatie.
Raadsleden fungeren als een platform voor communicatie en dialoog tussen inwoners, belangengroepen en de gemeente, en kunnen actief in gesprek gaan met initiatiefnemers en betrokkenen om inzicht te krijgen in de behoeften en ideeën van de gemeenschap.
Pagina 4 van 5
Hoogachtend, Burgemeester en wethouders van Noordwijk
Mw. E.M. Overzier secretaris
Pagina 5 van 5
T.C.W.M. Alkemade plaatsvervangend burgemeester