CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

Tussenrapportage Gebiedsproces Stikstof oostrand Noordoostpolder 7 maart 2023.pdf

Themabijeenkomst 23 maart 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 1: Presentatie informatiebijeenkomst stikstof en PAS-melders provincie Flevoland 23 maart 20236.247 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Tussenrapportage Gebiedsproces stikstof oostrand Noordoostpolder 7 maart 2023

Inhoud 1.

2.

3.

4.

Status en scope van de Tussenrapportage gebiedsproces oostrand Noordoostpolder

3

1.1 Status en scope tussenrapportage

3

1.2 Leeswijzer

3

De stikstofopgave en doelen voor Flevoland

4

2.1 Provinciale opgave en strategie

4

2.2 Doelstelling FAS

4

2.3 Opgave en doelen gebiedsproces

7

Gebiedsproces: uitgangspunten, aanpak en stand van zaken

8

3.1 Karakteristiek van het gebied

8

3.2 Randvoorwaarden proces

8

3.3 Aanpak en stand van zaken

9

Tussentijdse resultaten gebiedsproces

11

4.1 Indicatief maatregelenpakket

11

4.1.1 Innoveren of stoppen veehouderij

11

4.1.2 Verdere innovatie of verplaatsen

12

4.1.3 Extensiveren en/of omschakelen

12

4.1.4 Maatregelenpakket A en B 4.2 Tussentijdse conclusies doelbereik en proces

12 14

4.2.1 Tussentijdse conclusies doelbereik

14

4.2.2 Tussentijdse conclusies randvoorwaarden proces

16

Bijlagen

17

Bijlage 1: Korte kwalitatieve omschrijving beoogde maatregelen

17

Bijlage 2: Verwacht effect maatregelen per maatregel in gebiedsproces

19

oostrand Noordoostpolder per januari 2023

Bijlage 3: Verwachte bijdrage maatregelen gebiedsproces

Noordoostpolder aan de opgave emissiereductie per januari 2023

Bijlage 4: Verwachte bijdrage maatregelen gebiedsproces Noordoostpolder aan de

20 21

afname depositie opgave natuurherstel in mol per hectare per jaar per januari 2023

| 22

1. Status en scope van de Tussenrapportage gebiedsproces oostrand Noordoostpolder 1.1 Status en scope tussenrapportage Voorliggende tussenrapportage geeft de tussentijdse

De kern van deze tussenrapportage is het pakket met

resultaten van het gebiedsproces in de oostrand

indicatieve maatregelen voor de vermindering van

van de Noordoostpolder weer. Met dit proces geeft

stikstofuitstoot in de oostrand Noordoostpolder (H4).

Flevoland invulling aan de gebiedsgerichte aanpak

Dit pakket is gebaseerd op de uitkomsten van maat­

volgens de uitgangspunten van de Flevolandse Aanpak

werkgesprekken die in het gebied met de agrarische

Stikstof (FAS). Ook in de Wet stikstofreductie en

bedrijven zijn gevoerd. Het pakket geeft weer welk

natuurherstel (Wsn) is verankerd dat provincies met

‘reductiepotentieel’ de bedrijven zien en welke

een gebiedsgerichte aanpak aan hun stikstofopgave

maatregelen volgens hen onderdeel kunnen zijn van

werken, met name rondom de stikstofgevoelige

het verdere gebiedsproces. Ook geeft het een voor­

Natura2000 gebieden.

spelling van de mate waarin het gebieds­­doel haalbaar is als het pakket ook daad­werkelijk uitgevoerd gaat

Voor het gebiedsproces in de oostrand van

worden. Deze rappor­tage sluit af met een aantal

de Noordoostpolder is vertrokken vanuit een

conclusies over de manier waarop het proces is

vrijwillige vermindering van 50% - 70% van de

verlopen ten opzichte van de uitgangs­punten en over

ammoniakemissies (NH3) uit stallen (tabel hieronder

de mate waarin met de tussentijdse resultaten van het

tabel 1.1). De vermindering van de veldemissies is in

gebiedsproces, de stikstofdoel­stelling uit de FAS en

dit proces nog niet meegenomen.

voor stalemissies in 2030 kan worden bereikt.

Emissiereductie% in 2030 ten opzichte van basisjaar 2018

Gebiedsproces Oostrand Noordoostpolder

Rest van de provincie

Stalemissies

50 – 70%

20%

Veldemissies

20%

20%

Tabel 1.1: Doelstelling NH3-emissiereductiepercentages in 2030 ten opzichte van 2018 voor de verschillende gebieden gebaseerd op de FAS-strategie (GS-besluit van 15 maart 2022).

1.2 Leeswijzer De voorliggende rapportage is als volgt opgebouwd: H2: De stikstofopgave en doelen voor Flevoland en voor het gebiedsproces H3: Het gebiedsproces: uitgangspunten, aanpak en stand van zaken H4: Tussentijdse resultaten en conclusies over doelbereik en uitgangspunten proces

| 33

2. De stikstofopgave en doelen voor Flevoland 2.1 Provinciale opgave en strategie

In oktober 2022 hebben PS bij motie opgeroepen om de eindtermijn van de FAS op 2035 te houden, zolang het kabinet de vervroeging (in het Coalitieakkoord)

Voor de uitvoering van de Flevolandse Aanpak Stikstof

naar 2030 niet wettelijk heeft geregeld. Inmiddels heeft

(FAS, 2021) heeft het college van Gedeputeerde Staten

het kabinet aangekondigd die vervroeging dit jaar bij

(GS) in maart 2022 gekozen voor een strategie waarbij

wet vast te leggen. In deze tussenrapportage is dan

de beoogde stikstofvermindering gehaald wordt met

ook al van 2030 als eindtermijn uitgegaan. Dit mede

een combinatie van een stevige emissiereductie in een

omdat die termijn ook gaat gelden voor te ontvangen

deel van de provincie in een gebiedsgerichte aanpak

bijdragen uit het Transitiefonds Landelijk Gebied.

en een beperktere reductie in een generieke aanpak in de rest van de provincie. Deze strategie sluit goed aan bij de wens van diverse

2.2

Doelstelling FAS

stakeholders die in 2021 aan de gebiedstafels deelnamen ter voorbereiding op de FAS. Zij hebben

Met de FAS wordt maximaal aangesloten op de unieke

de provincie destijds opgeroepen om met een zo

situatie dat provincie Flevoland geen stikstofgevoelige

doelmatig en efficiënt mogelijke aanpak te komen.

Natura-2000 gebieden kent, maar wel een bijdrage

Die oproep hebben PS ook overgenomen bij de

moet leveren aan het reduceren van stikstofemissies

vaststelling van de FAS.

die neerslaan in nabijgelegen Natura2000-gebieden. In de FAS is als doelstelling daarvoor opgenomen:

In maart 2022 zijn GS gestart met een gebiedsgerichte aanpak in de vorm van het gebiedsproces in de oostrand van de Noordoostpolder, omdat in dit gebied de meeste inzet van de agrarische bedrijven (i.c de veehouderij) wordt gevraagd. Voor de start van dit proces hebben GS de verschillende scenario’s en de stikstofreductiepercentages als inzet voor de gebiedsgerichte en voor de generieke aanpak vastgesteld en met PS gedeeld. De bedoelde percen­ tages zijn hiervoor al genoemd in tabel 1.1. Zij gelden als voorlopig gebieds- respectievelijk generiek doel voor stikstofreductie (inzet) en worden in 2.2 verder toegelicht. Bij de vaststelling van het Gebiedsplan Wsn

“We streven naar reductie van de Flevolandse bijdrage in de over­schrijding van de kritische depositie­waarde van dichtbij­gelegen stikstof­gevoelige Natura 2000gebieden. Die overschrijding brengen we, synchroon met de landelijke doelen, stapsgewijs terug ten opzichte van de situatie in 2019 met 40% in 2025, 50% in 2030 en 74% in 2035.”

(Wet stikstofreductie en natuurverbetering) zullen GS deze percentages definitief vaststellen.

| 44

De FAS doelstelling is dan ook een depositie­

Uit de scenario-analyse van maart 2022 blijkt dat het

doelstelling die is gericht op vermindering van de

in Flevoland in het bijzonder gaat om de oostelijke

hoeveelheid uit Flevoland afkomstige stikstof die

kant van de Noordoostpolder, die zich in de dichte

neerdaalt in nabijgelegen stikstofgevoelige natuur.

nabijheid van de Natura 2000-gebieden Weerribben,

Voor verkeer zal die vermindering richting 2030 via

Wieden en Rottige Meente bevindt. Door de korte

het landelijke klimaatspoor (elektrificatie van de

afstand levert Flevoland een relevante bijdrage aan

automobiliteit) verlopen. Voor de stikstofdepositie

de overschrijding van de kritische depositiewaarde

uit de landbouw (ammoniak) is een provinciale

(KDW) voor deze overbelaste gebieden.

aanpak nodig die rekening houdt met het gegeven dat ammoniak al op vrij korte afstand van de emissiebron

In onderstaande tabel 2.1 staat het procentuele

neerslaat en dat daardoor de afstand tot omliggende

aandeel (afgerond) vanuit Flevoland in die

Natura 2000-gebieden cruciaal is voor het efficiënt

overschrijding van nabijgelegen Natura2000 gebieden

bereiken van de FAS doelstelling.

inclusief Weerribben, Wieden en Rottige Meente weergegeven.

Natura 2000-gebied

Gemiddelde overschrijding uit NL (mol/ha/jr)

Aandeel Flevoland (%)

Aandeel Flevoland (mol/ha/jr)

Weerribben

190

15

30,5

Wieden

161

10

15,4

Rottige Meente

167

10

16,9

Tabel 2.1: Weergave van Flevolandse aandeel in de overschrijding van de Kritische Depositie Waarden van nabijgelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden.

Een forse stikstofreductie in de oostrand van de

GS hebben in maart 2022 besloten om als inzet voor

Noordoostpolder is verreweg de meest doelmatige

2035 en op vrijwillige basis een generiek en een

en efficiënte manier om de doelstellingen voor de

gebiedsgericht emissiereductiepercentage te hanteren.

Weerribben, Wieden en Rottige Meente te realiseren,

Voor het gebied is uitgegaan van een gebied dat:

omdat reductie in deze zone een veelvoud aan depositievermindering oplevert ten opzichte van reductie in de rest van Flevoland. Bij het bepalen van de doelstelling voor de oostrand is er wel van uitgegaan dat aanvullend een generieke reductie voor de rest van de provincie nodig is, maar dat die beperkter van omvang kan zijn. Voor het behalen van de Flevolandse

• past binnen bestaande grenzen (water, provinciale wegen, kassencomplex); • de grootste depositiepotentie heeft (meeste mol/ hectare); • samenhang heeft (en dus een gebiedsproces kan doorlopen).

stikstofdepositiereductie in andere stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zoals de Veluwe en de Rijntakken

Dit heeft geresulteerd in het gebiedsproces in de

blijkt een beperkte, generieke emissiereductie ook

oostrand van de Noordoostpolder (figuur 2.2.)

daadwerkelijk toereikend.

| 55

Figuur 2.2: Gebieden gebiedsproces Noordoostpolder.

Voor de in de kaart aangegeven gebieden wordt

belangrijke mate bijdragen aan het halen van de

uitgegaan van een reductie van 50 – 70% voor

generieke reductie.

de stalemissies (dus niet de veldemissies) in de oostrand van de Noordoostpolder. De gekozen

De combinatie van dit gebiedsgerichte scenario met

strategie vraagt minder investeringen en veel minder

een beperktere generieke reductie is dan ook een

inspanningen van de agrarische sector dan een

doelmatige en efficiënte strategie voor stikstof-

uitsluitend generieke inzet of een generieke inzet

vermindering voor Flevoland zoals maatschappelijk

met aanvullende inzet in een ander gebied dan de

en politiek bij de vaststelling van de FAS gevraagd.

Noordoostpolder.

Deze strategie is vertaald in tabel 2.3. In de volgende paragraaf gaan we in op de gebiedsgerichte

Naar verwachting zullen (komende) rijksbron­

aanpak in het gebiedsproces in de oostrand van de

maatregelen (voermanagement, beweiden, verdunde

Noordoostpolder

mestaanwending) en het autonome dalingspoor in

Emissiereductie% in 2030 ten opzichte van basisjaar 2018

Gebiedsproces oostrand Noordoostpolder

Rest van de provincie

Stalemissies

50 – 70%

20%

Veldemissies

20%

20%

Tabel 2.3: Doelstelling NH3-emissiereductie percentage in 2030 ten opzichte van 2018 voor de verschillende gebieden gebaseerd op de FAS-strategie (GS-besluit van 15 maart 2022).

| 66

2.3 Opgave en doelen gebiedsproces Bij de vaststelling van het voorlopige gebieds- en

gebiedsproces minimaal vraagt (50%), wordt een

generieke doel in maart 2022 hebben GS besloten

reductie van 28 ton stikstof behaald. Daarmee kan

om een gebiedsproces in de oostrand van de

voor de Weerribben, Wieden en Rottige Meente de

Noordoostpolder te starten. Kortweg genoemd:

afname van de depositie volgens de FAS-doelstelling

Gebiedsproces Noordoostpolder.

worden bereikt. De doelen voor het Gebiedsproces Noordoostpolder voor de ammoniakemissie uit

De omvang van het gebied wordt met name bepaald

stallen zijn opgenomen in tabel 2.4. uitgaande

door de afstand vanuit de Weerribben en Wieden waar­

van een 50% reductie. Voor de reductie van

mee binnen de oostrand een effectieve stikstof­reductie

de stalemissies in het gebiedsproces is een

op deze Natura 2000-gebieden wordt gehaald. Dat

bandbreedte tot 70% aangehouden.

leidt tot een indicatieve begrenzing voor de provinciale inzet, maar vormt geen harde grens. Als deelname van

De eerste verwachting is dat een emissiereductie

bedrijven in de nabijheid bijdraagt aan een betere

vanuit het gebiedsproces in de oostrand van de

samenhang in het gebied en/of aan grotere kansen op

Noordoostpolder van 50% voldoende is om de

het bereiken van de doelen in de FAS, dan is dat zeker

doelstelling van de FAS te bereiken. GS hebben

mogelijk. In praktijk hebben zich ook bedrijven rondom

er echter rekening mee willen houden dat

het gebiedsproces aangemeld (zie ook 3.3). In het

het Rijk medio 2022 nog met richtinggevende

proces is echter het meest ingezet op de veehouderij

stikstofdoelen zou komen die wellicht om een extra

in het gebied rondom Luttelgeest-Marknesse, omdat

inspanning boven 50% reductie zouden vragen.

de opgave voor de Weerribben het grootst is en dit

De FAS-doelstelling is in tabel 2.5 vertaald naar

deel van het gebied het meest nabij de Weerribben

de bestaande stikstofdepositie en bijbehorende

ligt. Voor het deelgebied rondom Kraggenburg is

opgave voor de Weerribben, Wieden en Rottige

in het proces gebleken dat hier een inzet van 20%

Meente voor het gebiedsproces in de oostrand

reductie uit de veehouderijen volstaat om de beoogde

van de Noordoostpolder. Als deze opgave wordt

stikstofvermindering in de Wieden te halen.

gerealiseerd, vermindert het Flevolandse aandeel in de overbelasting van deze natuurterreinen uit het

De totale stalemissie in het gebiedsproces bedraagt

gebiedsproces met 74%.

56 ton stikstof. Bij de inzet die de provincie in het

Uitgangspunt doelen

NH3/kg/jaar

Ammoniakemissie stallen gebiedsproces

56.000 NH3

Opgave stallen NH3-reductie gebiedsproces

28.000 (50%)

Tabel 2.4: Gebiedsproces oostrand Noordoostpolder opgave in ammoniakemissiereductie (NH3/Kg/jaar).

Uitgangspunt doelen

Weerribben

Rottige Meente

Wieden

Oppervlakte ha

2.725

553

2.564

Depositie stallen gebiedsproces in mol/ha/jaar

17,2

5,6

3,4

Opgave stallen gebiedsproces in mol/ha/jaar

8,9

2,9

1,8

Tabel 2.5: Gebiedsproces oostrand Noordoostpolder opgave in reductie stikstofdepositie (Mol/ha/jaar).

| 77

Foto: Thijs Quispel

3. Gebiedsproces: uitgangspunten, aanpak en stand van zaken 3.1 Karakteristiek van het gebied

3.2 Randvoorwaarden proces

Eind maart 2022 is het gebiedsproces gestart in

Voor het proces zijn een aantal randvoorwaarden

het gebied rondom Marknesse-Luttelgeest tussen

gehanteerd die aansluiten bij de uitgangspunten

het Kuinder- en Voorsterbos. Dit gebied ligt het

van de FAS.

meest nabij de Weerribben waarvoor de opgave voor stikstofreductie en natuurherstel het grootst is

Bij de start van het proces zijn de volgende

(tabel 3.2). In dit gebied bevinden zich 88 agrarische

randvoorwaarden met het gebied gedeeld:

bedrijven waarvan 58 akkerbouwbedrijven en 30 veehouderijen waar vee (melkvee, jongvee, pluimvee,

• Het proces is gebaseerd op vrijwillige deelname,

varkens en geiten) in stallen wordt gehouden. In een

maar is niet vrijblijvend om perspectief en

aantal gevallen is daarbij sprake van een combinatie

ontwikkelruimte voor de bedrijven in het gebied

veehouderij-akkerbouwbedrijf.

te vinden.

De meeste melkveehouderijen zitten onder dan

• Het proces moet uitzicht bieden op legalisatie

wel tegen de landelijk gemiddelde veebezetting

van bedrijven zonder of met een gedeeltelijke

(ruim 110 melkkoeien) aan. Voor de 4 pluimvee-

vergunning voor de huidige bedrijfsvoering (PAS-

en varkenshouderijen gelden inmiddels landelijk

melders, interimmers).

voorgeschreven stalmaatregelen. • De provincie stelt het doel voor het gebiedsproces De al decennia lange samenwerking tussen de

voorlopig vast en vraagt de bedrijven om ideeën en

veehouders en akkerbouwers in grondgebruik (gras-

ondernemerschap over hoe dit doel te bereiken en

en bouwland) en mestaanwending is nog steeds

sluit daarop aan. Medio 2023 maken GS de balans

sterk aanwezig. Daarnaast liggen er direct tegen

op en stellen het gebiedsdoel definitief vast.

het gebied een aantal melkveehouderijen met nog jonge bedrijfsopvolgers die PAS-melder zijn. Deze

• Het gebiedsdoel geldt voor het hele gebied en

bedrijven maken (door onder meer hun grondpositie)

niet voor individuele bedrijven. Het gebiedsdoel

in economisch opzicht, maar vooral in sociaal opzicht,

is daarmee een optelsom van de bijdragen die

voelbaar deel uit van het gebied.

individuele bedrijven willen leveren.

| 88

• Het proces richt zich bij voorkeur op innovatie

3.3 Aanpak en stand van zaken

en op bedrijven die willen doorgaan en niet op opkoop, behalve als bedrijven dit zelf willen en

Er zijn vier gebiedsbijeenkomsten georganiseerd

daarvoor initiatief nemen richting de provincie.

en daarnaast zijn er individuele (‘keukentafel’) gesprekken met ondernemers gevoerd.

• De provincie vraagt een forse inspanning van het gebied, maar spant zich maximaal in

Vanaf de start is het proces vooral gericht op de

voor ondersteuning van de realisatie van het

veehouderijen, omdat de provincie van hen de

gebiedsdoel uit rijksmiddelen, eigen financiële

grootste emissiereductie vraagt. Tot en met januari

middelen en instrumenten.

2023 is met ruim de helft (17) van de veehouderijen in het gebied op het bedrijf gesproken. In deze

• De provincie zoekt afstemming over de

constructieve gesprekken zijn de bedrijfssituatie en

aangrenzende gebiedsprocessen aan de westzijde

met name de ideeën, kansen en mogelijkheden voor

van de Weerribben met de provincie Overijssel en

emissiereductie besproken en opgehaald. Aanvullend

verkent of daarin kansen zitten die ook kunnen

is gesproken met een aantal veehouderijen in het

bijdragen aan het gebiedsdoel.

gebied rondom Kraggenburg, waar voor de Wieden met het beperkte generieke doel (20% reductie) kan worden volstaan. Ook is gesproken met een aantal jonge onder­nemers in de westelijk rand van het gebied en net over de provinciegrens met Overijssel. Daarnaast is met een aantal (grote) akkerbouwbedrijven gesproken en is een eerste verkenning gemaakt van de inspanning die het generieke doel (20%) van de akkerbouw vraagt. Het oorspronkelijke gebied is door de sociaaleconomische samenhang en verbondenheid in het gebied door het gebiedsproces Noordoostpolder uitgebreid. Dit staat in figuur 3.1.

Foto: Canon

Figuur 3.1: Gebiedsproces Oostrand Noordoostpolder is uitgebreid doordat mensen op vrijwillige basis gesprekken aanvragen of naar bijeenkomsten komen.

| 99

In totaal zijn op 27 bedrijven in en tegen het gebied aan tot nu toe 37 gesprekken volgens onderstaande tabel 3.2 gevoerd:

Type bedrijf

Gesproken

Nog niet gesproken

Melkvee/jongvee

13

12

Varkens

2

0

Pluimvee

1

1

Geiten

1

0

Subtotaal

17

13

Type bedrijf

Gesproken

Nog niet gesproken

Melkvee/jongvee

2

0

Varkens

1

0

Subtotaal

3

0

Melkvee/jongvee

3

0

Akkerbouw

4

0

Subtotaal

7

0

Totaal

27 (gevoerde gesprekken 37)

13

Gebied Marknesse-Luttelgeest

Gebied Kraggenburg

Gebiedsranden

Tabel 3.2: Aantal gesprekken Gebiedsproces oostrand Noordoostpolder t/m januari 2023

Bedrijven beslissen zelf of zij zich willen aanmelden voor een vrijwillig gesprek. Dat is nog niet door alle bedrijven gedaan.

| 10 10

4. Tussentijdse resultaten gebiedsproces 4.1 Indicatief maatregelenpakket De ideeën die de ondernemers in de gesprekken

het meest ingebracht, heeft innoveren of verplaatsen

ingebracht hebben, zijn in vijf categorieën onder te

een groot effect op de gebieds- en FAS-doelstellingen

brengen: Innoveren, Stoppen, Verplaatsen, Exten­

en is voor extensiveren en/of omschakelen meer grond

siveren en Omschakelen (figuur 5.1). Deze indeling

en daarmee medewerking van andere partijen nodig..

wordt inmiddels ook door het Rijk en andere provincies gebruikt en sluit goed aan op de FAS en

4.1.1 Innoveren of stoppen veehouderij

andere provinciale beleidstrajecten zoals Landbouw

Deze maatregelen hebben een direct en groot effect

Meerdere Smaken, Natuurinclusieve Landbouw en de

op de vermindering van stalemissies in het gebied.

Bossenstrategie.

Ondernemers hebben de realisatie van deze twee maatregelentypen zelf in de hand en hebben daarvoor

De ingebrachte ideeën zijn (binnen deze categorieën)

voor het grootste deel alleen de provincie Flevoland

omgezet in indicatieve maatregelen, dat wil

nodig. Een aantal bedrijven heeft het idee om te

zeggen maatregelen die een indicatie geven van

stoppen met de (overwegend) veehouderij en door

het doelbereik als ze in de komende jaren worden

te gaan met de akkerbouw of het vee te verplaatsen

uitgevoerd. Voor elke maatregel is in de gesprekken als

buiten het gebiedsproces. Volledig stoppen

realisatietermijn uitgegaan van 2030 om aan te sluiten

met agrarisch ondernemen (ook met agrarisch

bij de looptijd van het Transitiefonds Landelijk Gebied.

grondgebruik op land en erf) voor 2030 komt daarbij in het gebied maar beperkt ter sprake. Ondernemers

Hierna worden de maatregelen kort in paren geduid.

brengen het idee om te stoppen met de veehouderij

Deze indeling berust op het aantal bedrijven dat voor

in, omdat ze het gebiedsproces niet alleen als een

bepaalde maatregelen opteert, op het te verwachten

kans zien voor hun eigen toekomst maar ook voor

reductie-effect of op randvoorwaarden die meespelen

(jongere) collega’s in de (nabije) omgeving. Zij zien

bij het treffen van bepaalde maatregelen. Zo zijn de

graag dat de stikstofruimte die uit hun bedrijven

ideeën over innoveren of stoppen met de veehouderij

vrijkomt, wordt ingezet ten behoeve van de legalisatie van (jonge) ondernemers (PAS-melders) zodat zij weer toekomstperspectief hebben.

Figuur 4.1: categoriseren maatregelen

| 11 11

Bij innovatie gaat het om zogenaamde erkende

Ook mest verdund aanwenden, aanhouden

maatregelen, dat wil zeggen toepassen van inno­

van teeltvrije en bufferzones (verplicht in het

vatieve stalsystemen (‘mestsplitsers’) die op de RAV-

gemeenschappelijk landbouw beleid GLB) en

lijst (Wet regeling ammoniak en veehouderij) staan.

vergroten van het areaal weidegang en/of het aantal

Voor deze innovatieve systemen heeft de provincie in

uren weidegang zijn mogelijke maatregelen waarop

2022 een versnellingsaanvraag gedaan die inmiddels

geanticipeerd zou kunnen worden.

door het Rijk met een bijdrage is gehonoreerd. Deze rijksbijdrage biedt ruimte voor stalinnovatie inclusief

In de gesprekken hebben bedrijven ook ideeën voor

een 2-jarig meet- en monitoringsprogramma op zes

een (verdere) extensivering (meer grond per dier) en/

melkveebedrijven in het gebied.

of omschakeling (naar biologisch, naar ander type

4.1.2 Verdere innovatie of verplaatsen

dieren of naar natuurinclusieve landbouw) ingebracht. De beperkte beschikbaarheid van en hoge prijzen

Daarnaast zijn er maatregelen met een innovatief

voor (pacht)grond speelt bij alle bedrijven in het

karakter ingebracht die nog beperkt concreet of

gebiedsproces. Dit is zeker nu nog (te) groot om dit

direct uitvoerbaar zijn, maar wel kunnen bijdragen

soort maatregelen grootschalig(er) te realiseren.

aan het gebiedsdoel. Deze maatregelen zijn een

Het zijn overigens ook maatregelen die tot meer

combinatie van komende Rijksregels, mogelijke

dan stikstofreductie alleen kunnen leiden en ook

oplossingen uit het gebied en financieel (meer)

een positief effect kunnen hebben op bodem- en

ingrijpende mogelijkheden zoals verplaatsing,

waterkwaliteit, biodiversiteit, CO2 en transitie van de

die ook om samenwerking met andere partijen

landbouw naar bijvoorbeeld een meer grondgebonden

zoals de provincie Overijssel vragen. Daarbij gaat

veehouderij. Deze thema’s kunnen ook een plek krijgen

het om maatregelen zoals het verlagen van eiwit

in het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG).

in het veevoer en het aanleggen en/of herstellen van windsingels direct naast de stallen. Dit laatste

4.1.4 Maatregelenpakket A en B

idee is door de stikstofgroep Flevoland ingebracht

De ingebrachte ideeën zijn uitgewerkt tot een pakket

en heeft een gunstig effect op emissieverlaging,

met 9 maatregelen (figuur 4.2). Een deel van dit pakket

landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit. Voor

kan op korte(re) termijn een direct effect hebben op

uitvoering van deze versnellingsmaatregelen heeft

vermindering van stikstofemissie in het gebied en

Flevoland inmiddels ook een rijksbijdrage ontvangen

verlaging van de stikstofdepositie op de Weerribben.

waarvan bekeken zal worden hoe deze zo goed

Deze maatregelen zijn in bijlage 1 kwalitatief kort

mogelijk ingezet kan worden.

toegelicht.

4.1.3 Extensiveren en/of omschakelen

Het stoppen met de veehouderij betekent dat er op

Ook is er met een aantal bedrijven gesproken

individuele locaties op stalniveau 100% emissie­

over ideeën om door (verdere) extensivering en

reductie plaatsvindt. De meeste bedrijven die hiervoor

omschakeling, de veld- en stalemissies te verlagen.

opteren, zijn of gaan met de provincie in gesprek over

In dit pakket zitten maatregelen die binnen één

aankoop van hun stikstofemissieruimte ten behoeve

of twee jaren verplicht worden opgenomen in het

van de provinciale stikstofdoelenbank voor de

Europees en/of Rijksmaatregelenpakket. Dan gaat

PAS-melders. De landelijke aankoopregelingen zijn

het bijvoorbeeld om minder bemesten, omdat de

momenteel overigens nog niet van kracht en ook de

ontheffing die Nederland had om meer mest te

aanpak piekbelasters is nog niet bekend. Daarom is

mogen toepassen (derogatie) vanaf 2024 in stappen

nu nog niet precies te zeggen aan welke regeling de

wordt afgebouwd.

melkveehouders die het idee hebben om te stoppen,

1

kunnen en/of gaan meedoen.

1

In de Stikstofgroep Landbouw Flevoland werken de verschillende agrarische organisaties samen aan hun belangen in het stikstofbeleid in de provincie

| 12 12

Figuur 4.2: ingebrachte ideeën aan maatregelen die effect hebben op de NH3-emissie

Een aantal bedrijven ziet perspectief in innovaties

In bijlage 2 zijn de specifieke maatregelen, de

om daarmee hun stalemissies te reduceren. In het

aangehouden en/of aangenomen rekenfactoren en

gebieds­proces is (als onderdeel van de hiervoor

hun (mogelijke) effect weergegeven.

genoemde versnellingsmaatregel) voorzien in plaatsing van en onderzoek naar innovatieve en RAV-

In de hierboven toegelichte maatregelen zitten

erkende stalsystemen die een relatieve hoge reductie

verschillen in directe toepasbaarheid, effect op

van (>60%) van stalemissies kunnen realiseren.

emissie- en depositieverlaging en in (financiële)

Voor het bepalen van het effect wordt ervan uitgegaan

uitvoerbaarheid en of ze wel of niet door de bedrijven

dat met een stalinnovatie op een individuele locatie

zelf zijn ingebracht.

70% stikstofreductie kan plaatsvinden. Deze maatregel biedt perspectief aan de melkveehouders die in

Dit leidt tot een verdeling in 2 pakketten: in het

het gebied willen blijven en op deze manier willen

A-pakket zitten de concrete maatregelen die

bijdragen aan stikstofreductie in het gebiedsproces.

voortkomen uit de ideeën die de individuele

Een bijkomend effect van deze maatregel is dat er

ondernemers zelf in de maatwerkgesprekken hebben

door mestsplitsing meerdere organische meststromen

ingebracht. Dit zijn vooral maatregelen die zijn gericht

kunnen ontstaan in het gebied die ook potentieel

op innoveren of stoppen met vee houden en waarvan

kunstmest kunnen vervangen.

het effect ook goed te bepalen is. Het B-pakket bestaat uit een combinatie van op komst zijnde

Voor het te verwachten effect van de overige

Rijksmaatregelen en nog te verwachten maatregelen in

acht maatregelen zijn uit wetenschappelijk en

het gebied die nu minder concreet zijn en waarvan het

praktijkonderzoek aannames afgeleid. Dit effect kan

effect en de kosten in deze rapportage alleen nog zijn

de komende tijd nog verder worden onderzocht.

ingeschat en nog nader moeten worden onderzocht.

| 13 13

4.2 Tussentijdse conclusies doelbereik en proces

Samengevat kan nu als tussenstand voor het doelbereik in het gebiedsproces geconcludeerd worden dat:

4.2.1 Tussentijdse conclusies doelbereik

1) Het gebiedsdoel met een gewenste NH3-reductie

De voorlopige resultaten van het gebiedsproces zijn

van minimaal 50% van de stalemissies, naar ver­

bepaald door de ingebrachte ideeën om te zetten

wachting voor in ieder geval de helft (50% van 50%

in 2 maatregelenpakketten met een concreter (A)

met het indicatieve A-pakket) in 2030 te realiseren

en een meer potentieel (B) karakter. Beiden zijn

is. Wetende dat nog niet met alle bedrijven is

doorgerekend op de procentuele afname van stikstof

gesproken en er nog uit te zoeken innovatieve

die het gebied in de richting van de Weerribben,

maatregelen zijn met een mogelijk aanzienlijk

Wieden en Rottige Meente verlaat (emissie) en die

effect, mag worden verwacht dat in de komende

in die gebieden neer­slaat (depositie). Die afname

jaren dit percentage nog kan toenemen naar bijna

is vervolgens verge­leken met het gebiedsdoel (50%

driekwart van de doelstelling (70%, B-pakket).

emissiereductie) en FAS-depositiedoel (in mol per hectare per jaar) om zo te zien welk zicht de

2) De volgens de FAS gewenste afname van de

ingebrachte ideeën geven op doelbereik in 2030.

depositie in de Weerribben, Wieden en Rottige

Schematisch staan de stappen in figuur 4.3.

Meente met het A-pakket naar verwachting voor ruim 60% te realiseren valt. Samen met het

De bijlagen 3 en 4 laten de tussentijdse stand van

B-pakket zou zelfs een (meer dan) 100% afname

zaken ten aanzien van de verwachte effecten van

voor 2030 in beeld kunnen komen. Dit gunstige(re)

het A-en B-pakket zien. Dit geeft een eerste beeld

depositie-effect komt doordat een relatief groot

van wat de ondernemers die aan het gebiedsproces

deel van de bedrijven waarmee is gesproken, ook

deelnemen, samen aan stikstofreductie (kg per jaar)

relatief dicht bij deze natuurgebieden ligt.

en depositieafname (mol per hectare per jaar) kunnen realiseren in de periode tot 2030.

| 14 14

Figuur 4.3: Schematisch overzicht tussentijdse voortgang en resultaten Gebiedsproces oostrand Noordoostpolder

| 15 15

4.2.2 Tussentijdse conclusies randvoorwaarden proces

• Meerdere bedrijven serieus in gesprek zijn of willen om stikstofruimte over te dragen aan de provincie. Als deze ruimte wordt verkregen, dan zal

Het gebiedsproces is inmiddels goed op gang

die worden geplaatst in de (vorig jaar ingestelde)

gekomen. Dit komt mede doordat de (hiervoor

stikstofdoelenbank voor PAS-melders. Dit past

genoemde) randvoorwaarden zo goed mogelijk

ook goed bij de wens van de meeste ondernemers

worden gevolgd. Voor het proces kan nu

om, als zij ruimte afstaan, deze ten goede te laten

geconcludeerd worden dat:

komen aan de legalisatie van PAS-melders.

• Het proces een bottom-up karakter heeft en

• Flevoland en Overijssel inmiddels ambtelijk

steeds meer door het gebied zelf wordt opgepakt:

en bestuurlijk in gesprek zijn om te verkennen

meer bedrijven melden zich aan voor een

tot welke kansen meer samenwerking in de

maatwerkgesprek, ondernemers brengen ideeën in

gebiedsprocessen aan beide kanten van de

die in de gesprekken centraal staan en waarop de

provincie kan leiden.

provincie aansluit. • Het gebied tenslotte constructief wil werken aan de • Het gebied is zich er (steeds meer) van bewust dat

gevraagde reductie, maar aangeeft dat een grotere

men met elkaar aan een gebiedsdoel werkt en zo

reductie dan 50% als niet haalbaar wordt gezien.

gezamenlijk ruimte in het gebied kan vinden. • De provincie zich heeft ingezet om innovatieve versnellingsmiddelen naar het gebied te krijgen en het gebied ziet dat de provincie haar rol ook serieus neemt. Dit maakt dat bedrijven die willen blijven, ook meer kansen krijgen om een stikstofaanpak te combineren met verbeteringen in de bedrijfsvoering en zo kunnen werken aan perspectief.

| 16 16

Bijlagen Bijlage 1: Korte kwalitatieve omschrijving beoogde maatregelen A-pakket:

B-pakket:

Relatief concreet waar divers adressen mee aan de

Nog verder te onderzoeken maatregelen

slag willen.

B1) Verdere verkenning bij meer bedrijven i.v.m. belangstelling voor innovatie als onder A1).

1) Innovatie om de NH3 -emissies van de melkveestallen te reduceren: erkende (RAV-

3)

Eiwit verlagen in het rantsoen op het melk­

lijst) stalsystemen ten opzichte van traditionele

veebedrijf: ammoniak komt voort uit een

stalsystemen met roostervloer ammoniakemissie

omzetting van ureum uit de urine als dit in

op stalniveau reduceren.

aanraking komt met urease uit de vaste mest. Ureum in de urine is het eiwit dat niet kan worden

2) Stoppen met de rundveehouderij: aanwezige

benut in de pens door een overdaad aan eiwit en/

dieren gaan weg of worden naar buiten het

of een tekort aan energie. Het ureumgetal van de

gebied verplaatst. De stal wordt onklaar voor

melk is een goede indicatie van het ureumgehalte

veehouderij gemaakt of gesloopt. Dit zegt niks over

in de urine. Er is een sterke correlatie tussen

het beschikbaar komen van bedrijfslocaties voor

het eiwit/VEM gehalte in het rantsoen en het

andere ondernemers dan de huidige ondernemers.

ureumgehalte in de melk en daarmee ook met de ammoniakemissie uit de mest.

Deze twee maatregelen zijn het meest concreet omdat ze direct waarneembaar zijn en/of op de RAV-lijst (Wet

4)

regeling ammoniak en veehouderij) staan.

Erfsingelbeplanting: het plaatsen van diverse bomen en struiken in de nabijheid of om een veehouderijlocatie met als effect dat emissies al sneller op grotere hoogte bevinden en daarmee een andere spreiding krijgen over gebieden.

5)

Bovenwettelijke stalmaatregelen varkenshouderij: stalaanpassingen die worden toegepast bovenop de al vigerende regelgeving en welke niet benut worden voor intern salderen.

| 17 17

Ook is er gesproken over ideeën om veldemissies te verlagen:

9)

Het areaal weidegang vergroten en/of het aantal uren weidegang verhogen: ammoniakemissie ont­ staat als urine en faeces in contact komen met

6)

Minder bemesten, mede omdat derogatie wordt

elkaar. Toepassen van meer weidegang, voorkomt

afgebouwd vanaf 2023 en stopt vanaf 2026:

dit contact. De emissie hangt af van het aantal

nieuw regelgeving leidt tot minder beschikbare

weid­edagen en het aantal uren per dag beweiden.

plaatsingsruimte voor dierlijke/organische mest

Dit zijn kengetallen die in de KringloopWijzer van

over percelen per bedrijf.

een gangbaar melkveehouderijbedrijf worden vastgelegd. Hieraan gekoppeld moet het met

7)

Beter bemesten, bijvoorbeeld door mest

mest besmeurde oppervlakte zo klein en zo kort

verdunnen: het doel hiervan is dat de mineralen

mogelijk zijn. Weidegang is niet voor elk bedrijf

uit mest, waaronder stikstof, optimaler wordt

vanzelfs­prekend of mogelijk door stalsysteem en

benut door de bodem en de plant, waardoor

huiskavel en vraagt vakmanschap om dit goed te

minder emissie en uit- en afspoeling ontstaat.

doen.

Hier kan op ingespeeld worden door keuze in moment van bemesten, optimum zoeken voor bodem en plant en wijze van aanwenden. 8)

Teeltvrije zones conform het nieuwe GLB vanaf 2023: een teeltvrije zone is een strook land tussen het land waarop gewassen worden geteeld en een oppervlaktewaterlichaam. In de teeltvrije zone mogen wel gewassen aanwezig zijn. Soms hebben deze een functie als vanggewas. De breedte van de teeltvrije zones varieert van 500 tot 50 centimeter. De breedte van de teeltvrije zone wordt gemeten van het midden van het gewas tot de insteek van het oppervlaktewater. Teeltvrije zones dragen ook bij aan verminderen van afspoeling van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen.

| 18 18

Bijlage 2: Verwacht effect maatregelen per maatregel in gebiedsproces oostrand Noordoostpolder Tussenstand per januari 2023 Kolom 1: Maatregelnummer, zoals ook kwalitatief omschreven Kolom 2: I (Innoveren), S (Stoppen), E (Extensiveren), V (Verplaatsen), O (Omschakelen) Kolom 3: NH3 reductie -maatregel, zoals ook kwalitatief omschreven Kolom 4: Betreft stal- of veldemissies. Kolom 5: Percentage NH3-reductie ten opzichte van de vergunde situatie. Stalreductiepercentages worden toegepast op de vergunde stallen incl. jongvee. Kolom 6: Pakket A: Optelsom NH3 op vergunning X-aantal bedrijven uit gebiedsproces met idee voor betreffende maatregel * reductiefactor = gereduceerde NH3 uit ideefase. Pakket B: Optelsom NH3 van een gemiddeld bedrijf uit het gebiedsproces waar pakket A vooralsnog niet van toepassing is met mogelijkheid voor betreffende maatregel * reductiefactor = gereduceerde NH3 uit ideefase. 1

2

3

4

5

6

Maatregel

Locatie NH3-reductie

Rekenfactor NH3-reductie op een bedrijf %

Nh3/kg/jaar

A-pakket / Relatief concreet 1.

I

Innovatie om de NH3-emissies van de melkveestallen te reduceren

Stal

70%

4.000

2.

S

Stoppen met de veehouderij

Stal

100%

10.000

1

2

3

4

5

6

Maatregel

Locatie NH3-reductie

Rekenfactor NH3-reductie op een bedrijf %

Nh3/kg/jaar

B-pakket / Nog uit te zoeken maatregelen 1.

I

Innovatie om de NH3-emissies van de melkveestallen te reduceren

Stal

70%

4.000

3.

E

Eiwit verlagen in het rantsoen op het melkveebedrijf

Stal

5–10%

1.200

4.

I

Erfsingelbeplanting

Stal

2-5%

900

5.

I

Bovenwettelijke stalmaatregelen pluimvee- en varkenshouderij

Stal

n.t.b.

n.t.b.

6.

E

Minder bemesten

Veld

10–20%

6.000

7.

E

Beter bemesten

Veld

10–21%

4.000

8.

E

Teeltvrije zones

Veld

5-10%

2.000

9.

E

Het areaal weidegang vergroten en/of het aantal uren weidegang verhogen

Veld

1,5–17%

200

| 19 19

Bijlage 3: Verwachte bijdrage maatregelen gebiedsproces Noordoostpolder aan de opgave emissiereductie Tussenstand per januari 2023 Kolom 1: Maatregelnummer, zoals ook kwalitatief omschreven Kolom 2: I (Innoveren), S (Stoppen), E (Extensiveren), V (Verplaatsen), O (Omschakelen) Kolom 3: NH3 reductie -maatregel, zoals ook kwalitatief omschreven Kolom 4: Betreft stal- of veldemissies. Kolom 5: Percentage NH3-reductie ten opzichte van de vergunde situatie. Stalreductiepercentages worden toegepast op de vergunde stallen incl. jongvee. Kolom 6: Pakket A: Optelsom NH3 op vergunning X-aantal bedrijven uit gebiedsproces met idee voor betreffende maatregel * reductiefactor = gereduceerde NH3 uit ideefase. Pakket B: Optelsom NH3 van een gemiddeld bedrijf uit het gebiedsproces waar pakket A vooralsnog niet van toepassing is met mogelijkheid voor betreffende maatregel * reductiefactor = gereduceerde NH3 uit ideefase. Kolom 7: Bijdrage in % aan de opgave die behaald moet worden (<50%)

1

2

3

4

5

6

7

Maatregel

Locatie NH3-reductie

NH3-reductie op een bedrijf %

NH3/kg/jaar

% bijdrage aan behalen opgave

Depositie stallen

0

0

56.000 NH3

0

Opgave stallen NH3-reductie

0

0

28.000

(100)

A-pakket / Relatief concreet 1.

I

Innovatie om de NH3-emissies van de melkveestallen te reduceren

Stal

70%

4.000

15%

2.

S

Stoppen met de veehouderij

Stal

100%

10.000

35%

Totaal

1

50%

2

3

4

5

6

7

Maatregel

Locatie NH3-reductie

NH3-reductie op een bedrijf %

NH3/kg/jaar

% bijdrage aan behalen opgave

Depositie stallen

0

0

56.000 NH3

0

Opgave stallen NH3-reductie

0

0

28.000

(100)

B-pakket / Nog uit te zoeken maatregelen 1.

I

Innovatie om de NH3-emissies van de melkveestallen te reduceren

Stal

70%

4.000

15%

3.

E

Eiwit verlagen in het rantsoen op het melkveebedrijf

Stal

5–10%

1.200

4%

4.

I

Erfsingelbeplanting

Stal

2-5%

900

3%

Totaal

22% | 20 20

Bijlage 4: Verwachte bijdrage maatregelen gebiedsproces Noordoostpolder aan de afname depositie opgave natuurherstel in mol per hectare per jaar Tussenstand per januari 2023 Kolom 1: Maatregelnummer, zoals ook kwalitatief omschreven Kolom 2: I (Innoveren), S (Stoppen), E (Extensiveren), V (Verplaatsen), O (Omschakelen) Kolom 3: NH3 reductie -maatregel, zoals ook kwalitatief omschreven Kolom 4: Betreft stal- of veldemissies. Kolom 5: Effect in reductie in Mol/ha/jr per maatregel op de Weerribben. Kolom 6: Effect in reductie in Mol/ha/jr per maatregel op de Rottige Meente. Kolom 7: Effect in reductie in Mol/ha/jr per maatregel op de Wieden. Kolom 8: Effect in reductie in Mol/ha/jr per maatregel op de drie nabijgelegen natuurgebieden. Kolom 9: Bijdrage in % om de opgave te behalen.

1

2

3

4

5

6

7

8

9

Weerribben

Rottige Meente

Wieden

Totaal

% bijdrage aan behalen opgave

Oppervlakte

2725

553

2564

5842

0

Depositie stallen gebiedsproces in mol/ha/jaar

17,116

5,596

3,434

10,02

0

Opgave mol/ha/jaar

8,5

2,75

1,64

14,5

100

A-pakket 1.

I

Innovatie om de NH3-emissies van de melkveestallen te reduceren

Stal

2,24

0,576

0,199

1,18

22,77

2.

S

Stoppen met de veehouderij

Stal

3,51

1,33

0,576

2,0159

38,68

5,75

1,906

0,775

3,2

61,46

Totaal

| 21 21

1

2

3

4

5

6

7

8

9

Weerribben

Rottige Meente

Wieden

Totaal

% bijdrage aan behalen opgave

Oppervlakte

2725

553

2564

5842

0

Depositie stallen gebiedsproces in mol/ha/jaar

17,116

5,596

3,434

10,02

0

Opgave mol/ha/jaar

8,5

2,75

1,64

14,5

100

B-pakket 1.

I

Innovatie

Stal

1,578

0,497

0,34

0,93

17,9

3.

E

Eiwit verlagen

Stal

0,549

0,158

0,203

0,36

6,9

4.

I

Erfsingels

Stal

0,52

0,172

0,129

0,315

6,05

1,688

0,132

0,304

0,812

18,11

4,335

0,827

0,976

2,417

48,96

Overig Totaal

| 22 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2019/documents/33764