CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

Suppletie op Addendum Perspectiefnota 2026.pdf

Commissie Bestuur, Financien, Veiligheid en Economie 23 juni 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Perspectiefnota 2026-20291.476 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Suppletie op Addendum Perspectiefnota 2026 - 2029 1. Inleiding Het college vindt het belangrijk om actief de verwachtingen te managen over waar wij aan werken. Eén van de beleidsterreinen is Jeugdzorg. De ontwikkelingen in Jeugdzorg hebben landelijk, terecht, meer dan gemiddelde aandacht van gemeenten. Ook het college volgt de ontwikkelingen in de Jeugdzorg nauwgezet. Hiervoor hebben wij beleid en systemen met checks en balances om de kwaliteit van de uitvoering van de Jeugdzorg voor onze inwoners, te bewaken. In de reguliere verantwoording en zonodig separaat, informeren wij u als raad hierover. Uit de analyses van de jaarrekening 2024 en de monitoring en reguliere analyses van de begrotingsrealisatie van de eerste drie maanden van 2025, zien wij ontwikkelingen die maken dat wij verder aan het onderzoeken zijn hoe wij enerzijds meer zekerheid over de duiding kunnen krijgen over de geconstateerde ontwikkelingen en anderzijds welke beïnvloedingsmogelijkheden er zijn. 2. Kosten Jeugdzorg 2025-2026 2.1. Inleiding Sinds eind 2024 is binnen onze gemeente een duidelijke stijging zichtbaar in de kosten voor Jeugdzorg. Hoewel het aantal jeugdigen in zorg na een eerdere stijging nu stabiliseert, nemen zowel de maandelijkse uitgaven als de gedeclareerde zorgzwaarte toe.

In de begroting voor 2025 was al rekening gehouden met een stijging, maar de daadwerkelijke kosten vallen aanzienlijk hoger uit dan verwacht. Op basis van extrapolatie van de eerste drie maanden van 2025 zou een begrotingsafwijking zich kunnen voordoen van tussen de bandbreedte van € 1 miljoen en € 3 miljoen. De omvang van deze bandbreedte hangt sterk samen met drie aspecten:  Beschermd Wonen (verlengde Jeugdzorg);  Zorgtrajecten voor alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV-ers) en;  Enkele incidentele, maar zeer dure casussen. Het is momenteel nog onduidelijk of, en in hoeverre, deze drie factoren incidenteel of structureel bijdragen aan de overschrijding, wat directe gevolgen heeft voor de verwachte impact in de rest van het jaar. Wanneer er meer duidelijkheid is over welke aspecten structureel van aard zijn en welke incidenteel van aard zijn, kan de impact voor Jeugdzorg (beleid- en uitvoering) en de financiële effecten daarvan nader bepaald worden. Deze ontwikkeling van werken met onzekere factoren, voltrekt zich bovendien tegen de achtergrond van landelijke hervormingen, taakstellingen en een toenemende complexiteit binnen het Jeugdzorgdomein. Jeugdzorg is een dynamisch beleidsterrein voor gemeenten. 2.2.

Financiële prognose De financiële prognose voor 2025 is opgesteld op basis van de gerealiseerde uitgaven in de eerste drie maanden van het jaar (januari t/m maart), in combinatie met trends uit voorgaande jaren. Omdat declaraties in de Jeugdzorg standaard enkele weken tot maanden achterlopen op de feitelijke zorgverlening, is het beeld in het begin van het jaar nog niet volledig.

Dat vraagt om voorzichtigheid bij de interpretatie van cijfers, zeker bij extrapolatie over een heel jaar.

Hoewel het om een prognose gaat, worden de gesignaleerde trends breed herkend binnen de gemeentelijke organisatie. We zien een de ontwikkeling richting stijgende zorgzwaarte, een groeiend aandeel Specialistische GGZ en de impact van enkele dure casussen. Tegelijkertijd blijft het belangrijk te benadrukken dat dit een voorlopig beeld betreft. De afwijking van circa € 2 miljoen is een indicatieve inschatting op basis van extrapolatie, die na een nadere analyse bij verdere dataverdichting kan worden bijgesteld – zowel naar boven als naar beneden. Om gericht te kunnen bijsturen, is het essentieel om inhoudelijke en uitvoeringsgerichte factoren afzonderlijk en in samenhang nader te onderzoeken. Alleen door deze verdiepingsslag kunnen we vaststellen in hoeverre de overschrijding incidenteel of structureel van aard is, en welke reële verwachtingen we mogen hebben voor de rest van 2025 en de jaren daarna. We richten ons daarbij op:  Jongeren in Beschermd Wonen (verlengde Jeugdzorg).  Instroom van alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV-ers) als gevolg van de vestiging van een COA-locatie in de gemeente.  Enkele extreem dure casussen bepalen een aanzienlijk deel van de kostenontwikkeling.  Complexere problematiek bij jeugdigen (en gezinnen) leidt tot intensievere en duurdere zorgtrajecten. Stijging in kosten is met name te zien bij Specialistische GGZ en Verblijf.

 Niet-gecontracteerde zorg, vermoedelijk als gevolg van mismatch tussen vraag en aanbod of door wachttijden bij gecontracteerde aanbieders. 2.3. Waarom ontstaan deze inzichten ‘eerst nu’? Dat de uitkomsten van de prognose alertheid vragen, is duidelijk. Tegelijkertijd is het terecht om onszelf de vraag te stellen: hadden we dit eerder kunnen zien

aankomen? Naast de continue monitoring die we uitvoeren proberen we ook een betrouwbare prognose op te stellen waarvoor het noodzakelijk is om over minimaal drie volledige maanden aan declaratiedata te beschikken. Omdat declaraties met terugwerkende kracht worden ingediend, ontstaat pas na ongeveer vijf maanden voldoende inzicht om een jaarprognose op te stellen. Deze werkwijze hanteren we al jaren en is ook dit jaar toegepast op het volledige Jeugdzorgportfolio. Dit betekent dat we medio juni voor het eerst een eerste financiële prognose kunnen presenteren. Het monitoren van ontwikkelingen een regulier proces is; niet iets wat we nu anders doen in verband met de uitkomsten van de prognose van dit jaar. Wat dit jaar echter anders maakt, is de invoering van een nieuw contract voor jeugdhulp met verblijf per 2025. Jongeren krijgen nu andere, meer specifieke zorgproducten toegewezen dan voorheen. Waar in eerdere jaren gewerkt werd met relatief generieke verblijfsproducten, is nu gekozen voor een meer op maat gesneden aanpak. Hoewel dit inhoudelijk een verbetering betekent, bemoeilijkt de overgang het vroegtijdig signaleren van trends. 3. Mate van zekerheid De mate van zekerheid van prognoses voor de begrotingsuitvoering van Jeugdzorg is in hoge mate afhankelijk van de kwalitatieve toekenning van Jeugdzorg.

Enkele casussen complexe specialistische Jeugdzorg hebben een substantiële invloed op de ontwikkeling van de kosten in enig jaar. Onder andere om deze reden, is Jeugdzorg in de begroting een openeinderegeling, want inwoners hebben recht op Jeugdzorg en dat betekent dat vooraf opgestelde begrotingen de onzekerheid in zich hebben om overschreden te worden. Door deze beleidsvelden aan te merken als openeinderegelingen kan de bedrijfsvoering altijd doorgang vinden. Of een overschrijding structureel van aard is, kan eerst na een langere periode worden vastgesteld. De kosten van Jeugdzorg worden reëel begroot en de basis daarvoor is die kostencomponent waarvan redelijkerwijs onderbouwd kan worden dat deze structureel van aard zijn. Budgetoverschrijdingen in enig jaar worden binnen het geheel van de bestaande begroting opgevangen en als dat niet past, gedekt door onttrekking aan de reserve. Hierbij beoogt het college voor te stellen om te onttrekken aan de reserves die gevormd zijn met het oormerk - of duiding – ‘reserve Jeugdzorg’. De op dit moment geprognosticeerde kostenontwikkeling voor Jeugdzorg, waarvan de mate van zekerheid onvoldoende geacht wordt om deze te duiden als structureel, worden aan u als raad met een inhoudelijke toelichting gepresenteerd. Hiermee geeft het college aan waar enerzijds zekerheid zit en anderzijds (on)mogelijkheid tot sturing.

De redenen om terughoudend te zijn de kostenstijging als structureel aan te merken, zijn drieërlei: 1. Het Rijk buigt zich over de kosten Jeugdzorg die gemeenten maken voor ‘Instroom van alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV-ers) als gevolg van de vestiging van een COA-locatie in de gemeente’. Gemeenten staan op het standpunt dat het Rijk deze kosten aanvullend aan gemeenten moet vergoeden. 2. Enkele extreem dure casussen bepalen een aanzienlijk deel van de kostenontwikkeling en complexere problematiek bij jeugdigen (en gezinnen) leidt tot intensievere en duurdere zorgtrajecten. De stijging in

kosten is met name te zien bij Specialistische GGZ en Verblijf. Een relatief kleine verandering van aantallen van deze Jeugdzorg heeft een onevenredig grote impact op het budgetbeslag. 3. Jongeren blijven nu langer in de Jeugdzorg van gemeenten dan dat de taak van gemeenten is, omdat 18+ jongeren wegens capaciteitsgebrek geen plaats kunnen krijgen in Beschermd Wonen. De ontwikkeling van de kosten is voor een deel mogelijk structureel van aard, maar het college wil het geheel van kostenontwikkeling versus de budgetten beoordelen alvorens de raad voorstellen tot budgetaanpassing te doen. 4. Conclusie De winstwaarschuwing heeft het college in de plenaire commissievergadering BFE van 23 juni weloverwogen aan de raad afgegeven. Het college adviseert de raad vooralsnog om de begroting 2025 als reëel te beschouwen en niet aan te passen. In het kielzog daarvan geldt dat ook voor de perspectiefnota 2026 – 2029. Uiterlijk bij de vierde kwartaalbegrotingswijziging 2025 biedt het college de raad een voorstel aan over het budget Jeugdzorg 2025. Het college doet er nu al alles aan om voor de inwoners en de gemeente zowel Jeugdzorg als de gemeentelijke financiën beheersbaar te houden.

Enerzijds doet het college dit om invulling te geven aan actieve informatievoorziening aan de raad en anderzijds blijk te geven van het proactief verantwoording afleggen aan de raad om daarmee uw controlerende rol te faciliteren. Bovendien houdt het college zich aan de kaders van de rechtmatigheidsverantwoording bij de jaarrekening: zodra het college binnen het begrotingsjaar over informatie beschikt die leidt tot over- of onderschrijding van budgetten, wordt de raad een voorstel tot budgetaanpassing voorgelegd. De analyseresultaten die gebruikt worden voor het voorstel bij de vierde clusterbegrotingswijziging 2025 worden ook meegenomen bij het opstellen van de meerjarenprogrammabegroting 2026 – 2029. Emmeloord, 25 juni 2025. Het college van burgemeester en wethouders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2278/documents/41889