RB Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit.pdf
Tekst van het document
No. 22.0001704-1
gemeente
NOORDOOSTPOLDER Emmeloord, 15 november 2022. Onderwerp Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Advies raadscommissie Hamerstuk Aan de raad. Status: ter besluitvorming Voorgesteld besluit 1. De Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Noordoostpolder 2023 vast te stellen; 2. Het ontslaan en (her)benoemen van leden voor de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit te delegeren aan het college. Doelstelling Met de inwerkingtreding van de Ow (tijdelijk) invulling geven aan de eisen die voortvloeien uit deze wet, door een opvolger van de welstands- en monumentencommissie in het leven te roepen. Een vertrekpunt creëren van waaruit de gemeente voldoende tijd heeft om na te denken over de wijze waarop in de toekomst wordt omgegaan met omgevingskwaliteit. Op deze manier blijft een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving voldoende aandacht houden. Inleiding Naar verwachting treedt op 1 juli 2023 de Omgevingswet (Ow) in werking. De Ow verandert de mogelijkheden die de gemeente heeft om de kwaliteit van de fysieke leefomgeving via regels te borgen en te versterken. Denk hierbij aan eisen op het gebied van landschap, stedenbouw en welstand, maar ook aan de wijze waarop wordt omgegaan met cultureel erfgoed en monumenten.
Om na inwerkingtreding van de Ow een vertrekpunt te hebben en adequaat met elkaar te kunnen werken, moet een aantal besluiten worden genomen. De aan uw raad voorgestelde Verordening regelt de instelling van een adviescommissie. Deze commissie vervangt de bestaande welstands- en monumentencommissie. Eerder is hierover gesproken in de raadswerkgroep Omgevingswet (gespreksdocument, bijlage 2). Beleidsreferentie Omgevingswet Argumenten 1.1 Het is wenselijk om de VNG-handreiking Adviesstelsel voor Omgevingskwaliteit te volgen. De Ow brengt de nodige veranderingen met zich mee en biedt kansen om bestaande werkwijzen en bestaande inhoudelijke beleidskaders te herijken. Dat gebeurt op dit moment bij de totstandkoming van de Omgevingsvisie en straks bij de totstandkoming van het Omgevingsplan. Op het moment van inwerkingtreding van de Ow is de Omgevingsvisie nog niet vastgesteld en moet nog worden gestart met de transitie van het Omgevingsplan. Dit betekent dat er op dat moment nog geen keuzes zijn gemaakt over de wijze waarop de gemeente in de toekomst om gaat met omgevingskwaliteit. Het herijken van het beleid ten aanzien van omgevingskwaliteit dient een zorgvuldig proces, zonder grote tijdsdruk te doorlopen. Dit zorgvuldige proces is en wordt doorlopen bij de voorbereiding van de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan.
Tegelijkertijd is het zaak om bij inwerkingtreding van de Ow vergunningaanvragen adequaat af te kunnen handelen. Om dit te kunnen bereiken is in de raadswerkgroep het uitgangspunt besproken om de VNG-handreiking Adviesstelsel voor Omgevingskwaliteit (bijgevoegd als bijlage 3) te volgen.
No. 22.0001704-2
De handreiking gaat ervan uit dat in twee stappen wordt toegewerkt naar een modern adviesstelsel in de geest van de Omgevingswet. Deze twee stappen zijn: 1. Het huidige adviesstelsel voor zover mogelijk te continueren onder de Omgevingswet, en daarbij te voldoen aan de wettelijke plicht tot instelling van een gemeentelijke adviescommissie; 2. het doorontwikkelen van het adviesstelsel in de geest van de Omgevingswet: zoals bijvoorbeeld het instellen van een gemeentelijke adviescommissie met een brede adviestaak die zoveel mogelijk aan de voorkant van ruimtelijke processen adviseert en initiatiefnemers uitdaagt en inspireert. Met het voorgestelde besluit wordt uitvoering gegeven aan de eerste stap van de handreiking. De nieuw in te stellen adviescommissie zal adviseren omtrent monumentenzorg en welstandsbeleid. Toetsingskader voor de commissie is bij inwerkingtreding van de Ow de bestaande Welstandsnota. 1.2 De gemeente is wettelijk verplicht om een adviescommissie in te stellen voor zover het betreft monumentenzorg. Alle gemeenten met gebouwde of aangelegde rijksmonumenten moeten een gemeentelijke adviescommissie instellen, die minimaal adviseert over aanvragen vooreen omgevingsvergunning voor een activiteit met betrekking tot een Rijksmonument. Gemeente Noordoostpolder kent 52 Rijksmonumenten. 1.3 Het is aan uw raad om de adviescommissie bij verordening in te stellen.
Dit is geregeld in afdeling 17.2 Ow. De aan uw raad voor vaststelling voorgelegde verordening is gebaseerd op de aan gemeenten ter beschikking gestelde modelverordening. De verordening is bijgevoegd als bijlage 1. De Verordening regelt de instelling van de adviescommissie. Deze commissie vervangt de bestaande welstands- en monumentencommissie. De bepalingen in de Verordening zijn gebaseerd op een brede adviescommissie die alle adviesrollen krijgt toegewezen. De gemeente bepaalt zelf wanneer en over welke activiteiten advies wordt gevraagd. Dat kan via aanwijzen van activiteiten in het omgevingsplan of als het college daartoe aanleiding ziet. 2.1 Het is doelmatig om het ontslaan en (her)benoemen van de leden van de adviescommissie te delegeren aan het college. Hiermee wordt de reeds jaren bestaande werkwijze gecontinueerd. Het besluit om het ontslaan en (her)benoemen van leden te delegeren, moet opnieuw worden genomen, omdat de wettelijke grondslag wijzigt (van Woningwet/Wabo naar Omgevingswet). Kanttekeningen Er zijn geen kanttekeningen te plaatsen bij dit voorstel. Planning/uitvoering De verordening treedt in werking met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Omgevingswet. Bijlagen 1. Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Noordoostpolder 2023 2. Gespreksdocument raadswerkgroep Omgevingswet 3.
VNG-handreiking /^kiesstelsel voor Omgevingskwaliteit
Het colt de S'
van burgemeester en wethouders, de burgemeester,
X , )M Portefeuillehouder Steller
: T. van Steen : de heer N. la Crois, (0527) 63 33 69; n.lacrois@noordoostpolder.nl
No. 22.0001704-3
gemeente
m
NOORDOOSTPOLDER RAAD
De raad van de gemeente Noordoostpolder, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november 2022, no. 22.0001704; gelet op artikel 108 en 149 van de Gemeentewet, afdeling 17.2 van de Omgevingswet, afdeling 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht; BESLUIT:
1. 2.
De Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Noordoostpolder 2023 vast te stellen; Het ontslaan en (her)benoemen van leden voor de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit te delegeren aan het college.
No. 22.0001704-4
gemeente
Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Gemeente Noordoostpolder 2023
NOORDOOSTPOLDER
De raad van de gemeente Noordoostpolder; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 november 2022, no. 22.0001704; gezien het advies van de raadscommissie woonomgeving van 16 januari 2023; gelet op de artikelen108 en 149 van de Gemeentewet, afdeling 17.2 van de Omgevingswet, afdeling 10.1.2 van de Algemene wet bestuursrecht; besluit vast te stellen de: Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Gemeente Noordoostpolder 2023
Paragraaf 1. Algemene bepalingen Artikel 1.1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: commissie: gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de wet, goede omgevingskwaliteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.3 van de wet; wet: de Omgevingswet.
Artikel 1.2 (Instelling) 1.
De advisering over het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit in het kader van de Omgevingswet is opgedragen aan de Gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit
2.
De commissie bestaat uit: a. De gemeentelijke adviescommissie als bedoeld in artikel 17.9 van de Omgevingswet met enkel op persoonlijke titel benoemde leden, verder te noemen: de gemeentelijke adviescommissie.
Paragraaf 2. Adviestaak Artikel 2. Taak en werkzaamheden commissie (monumentenadvisering en uiterlijk bouwwerken) 1.
De commissie heeft als taak de raad en burgemeester en wethouders te adviseren bij de uitoefening van hun taken en bevoegdheden op grond van de wet met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit en al hetgeen daarmee verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn. Dit betreft advisering ten aanzien van beleidsontwikkeling, opgavegerichte advisering, ontwerpgerichte advisering en beoordelingsgerichte advisering.
2.
Ter uitvoering van haar taak: a. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over een aanvraag om of een ontwerpbesluit voor een omgevingsvergunning voor: 1 °. een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument; 2 een omgevingsplanactiviteit die betrekking heeft op een voorbeschermd
RAAD
No. 22.0001704-5
gemeentelijk monument of een gemeentelijk monument; 3°. een omgevingsplanactiviteit in geval de commissie in het omgevingsplan als adviseur is aangewezen; 4°. een andere activiteit in geval burgemeester en wethouders een advies nodig achten met het oog op het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; specifiek ten aanzien van het uiterlijk van bouwwerken; b. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aanwijzen van een onroerende zaak als rijksmonument ingevolge artikel 3.1, eerste lid, van de Erfgoedwet of over het aan een locatie geven van de functie-aanduiding gemeentelijk monument op grond van artikel 4.2, eerste lid, van de wet; Alsmede het afvoeren van gemeentelijke monumenten en het aan- en afvoeren van gemeentelijke beschermd gezichten en karakteristieke panden; c. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het ontwikkelen van beleid inclusief omgevingsvisie, omgevingsplan en het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; d. voert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders vooroverleg met planindieners over een in te dienen aanvraag om een omgevingsvergunning; e.
adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het stellen van maatwerkvoorschriften in verband met het uiterlijk van bouwwerken, de zorg voor cultureel erfgoed en andere zaken die de omgevingskwaliteit betreffen; f. adviseert de commissie op verzoek van burgemeester en wethouders over het geven van beschikkingen op grond van regels in verordeningen op grond van artikel 149 van de Gemeentewet die een eis ten aanzien van de omgevingskwaliteit bevatten, te weten: a. regels over reclame in de openbare ruimte; b. voorwerpen op of aan de weg; c. standplaatsvergunning; d. exploitatievergunning; e. horecabedrijven; f. ligplaatsvergunning. g. Het college vraagt indien het daartoe aanleiding ziet advies over het uiterlijk van vergunningvrije bouwwerken en bouwwerken die niet in uitvoering zijn (repressief toezicht). Paragraaf 3. Samenstelling en inrichting Artikel 3. Samenstelling 1.
De commissie bestaat door Het Oversticht voorgedragen en door de gemeenteraad op persoonlijke titel benoemde leden gelet op artikel 17.9, eerste lid, van de wet deskundig op het gebied van de monumentenzorg.
2.
De leden en de plaatsvervangers worden benoemd op persoonlijke titel op grond van de professionele deskundigheid die nodig is voor de advisering, alsmede op grond van maatschappelijke kennis en ervaring.
3.
De leden en hun plaatsvervangers zijn niet aangesteld in een functie bij een (belangen) organisatie waaraan het risico van belangenverstrengeling verbonden is.
4.
De leden en de plaatsvervangers zijn onafhankelijk en niet werkzaam onder verantwoordelijkheid van het gemeentebestuur.
5.
De disciplines die de leden in gezamenlijkheid vertegenwoordigen zijn: cultuurhistorie, bouw en architectuurhistorie, restauratiearchitectuur, landschap, stedenbouw en architectuur/uiterlijk van bouwwerken.
6.
Voor de leden kunnen door Het Oversticht plaatsvervangers aangewezen worden die hen bij afwezigheid kunnen vervangen.
7.
De commissie kan over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een (rijks)monumentenactiviteit met betrekking tot een monument slechts advies uitbrengen als
No. 22.0001704-6
ten minste twee leden aanwezig zijn die beschikken over deskundigheid op het gebied van monumentenzorg Artikel 4. Benoeming 1.
De leden en de plaatsvervangers kunnen voor een termijn van ten hoogste vier jaar worden benoemd.
2.
Herbenoeming van leden kan eenmaal voor ten hoogste vier jaar plaatsvinden, tenzij het lid voorziet in een specifieke deskundigheid die plaatselijk niet of schaars aanwezig is. Dit is niet van toepassing op de plaatsvervanger en adviseurs.
3.
Afgetreden leden zijn één jaar na hun aftreden weer benoembaar.
4. De leden worden op eigen aanvraag ontslagen. Zij kunnen voorts door burgemeester en wethouders worden geschorst en door de raad worden ontslagen wegens ongeschiktheid, onbekwaamheid of op andere zwaarwegende gronden. Artikel 5. Ondersteuning van de commissie 1.
Het secretariaat van de commissie berust bij Het Oversticht.
Paragraaf 4. Advisering en standpuntbepaling
Artikel 6. Beraadslaging en standpuntbepaling 1.
De vergaderingen waarin een of meer adviezen over aanvragen om een omgevingsvergunning door of namens de commissie worden vastgesteld zijn openbaar. De agenda voor de vergadering van de commissie wordt tijdig op een geschikte wijze bekendgemaakt. Indien burgemeester en wethouders - al dan niet op verzoek van de aanvrager - een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.
2.
Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht in door de commissie gehouden openbare vergaderingen.
3.
De voorzitter bepaalt in redelijkheid en billijkheid hoe invulling wordt gegeven aan het spreek recht, waaronder de spreektijd.
4.
Leden die als opdrachtgever, ontwerper of anderszins betrokken zijn bij de uitvoering van een activiteit waarvoor een aanvraag is gedaan waarover de commissie adviseert, onthouden zich van medewerking aan het desbetreffende advies en zijn tijdens de behandeling van en de besluitvorming over het advies niet in de vergadering aanwezig.
5.
De geheimhoudingsplicht als bedoeld in artikel 2:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op de commissie en de daarvoor werkzame personen.
Artikel 7. Afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie 1.
De commissie kan onverminderd het bepaalde in artikel 17.9, eerste lid, van de wet en artikel 2, derde lid, de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning of over de voorbereiding van een andere beschikking onder verantwoordelijkheid van de commissie overlaten aan een of meer daartoe aangewezen leden, of een subcommissie.
Artikel 8. Verwerking van het advies 1. In geval burgemeester en wethouders een beschikking geven in afwijking van het door de
No. 22.0001704-7
commissie uitgebrachte advies verzenden zij een afschrift met motivatie van die beschikking aan de commissie. Paragraaf 5. Werkwijze
Artikel 9. Relatie met andere adviseurs Bij het aanstellen van een supervisor, een kwaliteitsteam of een andere adviseur op het gebied van de omgevingskwaliteit, niet zijnde een lid van de commissie dragen burgemeester en wethouders zorg voor een goede (personele) afstemming en/of afstemming tussen de werkzaamheden van deze adviseur en de commissie. Paragraaf 6. Jaarverslag (jaarlijkse verantwoording) Artikel 10. Jaarverslag 1. De commissie brengt jaarlijks een verslag als bedoeld in artikel 17.9, zesde lid, van de wet uit van haar werkzaamheden en haar functioneren in het voorafgaande kalenderjaar. 2. In het jaarverslag komt ten minste aan de orde: a) de wijze waarop toepassing is gegeven aan de kaders als bedoeld in artikel 17.9, derde lid, van de wet; het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit; b) de aard van de beoordeelde plannen. 3. De commissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk beleid. Paragraaf 7. Overgangs- en slotbepalingen Artikel 11. Reglement van orde 1.
De commissie stelt haar werkwijze binnen de kaders van deze verordening nader vast in een reglement van orde.
2. In het reglement van orde komt ten minste aan de orde: a) de werkwijze bij de advisering zoals genoemd in artikel 2; b) de vergaderorde en orde van de beraadslaging, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht tussen de toelichtende fase waarin het spreekrecht wordt uitgeoefend en de beraadslagingen; c) de werkwijze bij afdoening onder verantwoordelijkheid van de commissie als bedoeld in artikel 7; d) de selectie en voordracht van kandidaat-leden. 3. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor bekendmaking van het door de commissie vastgestelde reglement van orde in het gemeenteblad. Artikel 12. Overgangsrecht 1.
Als voor de inwerkingtreding van de wet een aanvraag om een besluit is ingediend, blijft het oude recht, met betrekking tot de commissies op het gebied van welstand en monumentenzorg van kracht, met dien verstande dat de commissie omgevingskwaliteit wordt geacht de in artikel 8 van de Woningwet, dan wel de in artikel 9.1, eerste lid, onder a, van de Erfgoedwet in samenhang met artikel 15 van de Monumentenwet 1988 bedoelde commissie te zijn.
Artikel 13. Vervallen oude regeling 1. De regels met betrekking tot de commissie in de Bouwverordening 2012-1 en de Erfgoedverordening 2010 vervallen. Artikel 14. Inwerkingtreding en citeertitel
No. 22.0001704-8
1. Deze verordening treedt tegelijk met de Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking. 2.
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit Gemeente Noordoostpolder 2023.
Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 30 januari 2023.