CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

RB Verordening fysieke leefomgeving.pdf

Gemeenteraad 11 december 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 16: Verordening fysieke leefomgeving31.763 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

f.

een digitale GBKN/BGT tekening (DWG- en/of PDF-formaat) met legenda en eenduidige en volledige maatvoering (RD-coördinaten) met daarop aangegeven: 1. een opgave van het gewenste tracé, en 2. een opgave van de tijdelijke en permanente voorzieningen; g. de doorsnede van de kabel(goot) en lengte en breedte van de kabelsleuf; h. de voorgenomen datum van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden; i. een schriftelijke kennisgeving van de uitkomsten van het (voor)overleg tussen de grondroerder en de overige gedoogplichtige(n), indien de werkzaamheden ook betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente Noordoostpolder; 3. Voor het aanvragen van een vergunning moeten, aanvullend op het tweede lid, bij de aanvraag ook de volgende gegevens worden verstrekt: a. een opgave van het aantal kabels en leidingen dat direct in gebruik wordt genomen en een opgave van het aantal kabels en leidingen dat niet direct in gebruik wordt genomen; b. een aanduiding van de wijze waarop omwonenden en andere belanghebbenden vooraf in kennis worden gesteld van de werkzaamheden, en c. een omschrijving van de maatregelen die om worden genomen reden van openbare orde, veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening.

Artikel 9.2.5 1.

2.

Voorschriften en beperkingen

Onverminderd Artikel 1.1.3 tweede lid, kan het bevoegd gezag aan een vergunning nadere voorschriften of beperkingen verbinden in het belang van: a. het beschermen van de openbare orde en veiligheid, waaronder ook verstaan wordt de verkeersveiligheid of een goede doorstroming van het verkeer; b. het voorkomen, beperken of herstellen van verontreiniging en schade, waaronder ook verstaan wordt de bescherming van: I. eventuele archeologische vondsten, II. groenvoorzieningen bomen en beplantingen, en III. het uiterlijk aanzien van de omgeving; c. de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, waaronder ook wordt verstaan: I. het veilig en doelmatig gebruik ervan; II. het doelmatig beheer en onderhoud ervan, en III. het belang van nader aan te geven grote lokale evenementen zoals weekmarkten en kermissen; d. het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen, die door derden of de gemeente Noordoostpolder tegen marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld; e. de ondergrondse ordening, waaronder ook verstaan wordt: het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor in de grond aanwezige werken en niet in gevaar brengen of bemoeilijken van deze werken. Hiertoe kan het college in ieder geval regels stellen over: a. de uitvoering van werkzaamheden; b. de ordening en coördinatie van de werkzaamheden; c.

het tijdstip, de plaats en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden; d. de afmetingen van kasten en andere toebehoren van het werk; e. de omgang met kabels en leidingen in verontreinigde gronden, rond watergangen en stedelijk groen, en op verhardingen boven kabels en leidingen, en f. de te verstrekken gegevens alsmede over de wijze waarop die dienen te worden verstrekt.

42

Artikel 9.2.6 1.

2.

De geldigheid van een vergunning of melding vervalt als daarvan geen gebruik is gemaakt binnen één jaar nadat: a. de vergunning onherroepelijk is geworden of b. de melding is ingediend. Als het college een breekverbod heeft ingesteld of als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden een onbekende bodemverontreiniging wordt aangetroffen, wordt de geldigheidsduur van de vergunning of goedgekeurde melding verlengd met de periode van de vertragingsduur.

Artikel 9.2.7 1. 2. 3.

Vervallen vergunning of melding

Graafmelding

Twee werkdagen voorafgaand aan de start van de werkzaamheden moet de grondroerder een graafmelding bij het college doen. Een melding zoals bedoeld in het Artikel 9.2.3, eerste lid, is tevens een graafmelding. De werkzaamheden moeten uiterlijk één werkdag na afronding gereed worden gemeld.

Artikel 9.2.8

Weigeringsgronden

Onverminderd Artikel 1.1.5 kan het bevoegd gezag een vergunning weigeren in het belang van: a. het voorkomen of beperken van overlast; b. de bereikbaarheid van gronden en gebouwen, of c. de ondergrondse ordening.

Artikel 9.2.9 1.

2.

Onverminderd Artikel 1.1.6 kan het bevoegd gezag de vergunning wijzigen of intrekken, indien: a. de werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stil liggen; b. de netbeheerder de kabel of leiding definitief buiten gebruik heeft gesteld; c. er gegronde aanleiding bestaat te veronderstellen dat het van kracht blijven van de vergunning onaanvaardbare schadelijke gevolgen heeft voor mens, natuur of milieu en hieraan door het stellen van nadere voorschriften en beperkingen aan de verleende instemming niet kan worden tegemoetgekomen; d. dit redelijkerwijs nodig is vanwege de uitvoering van gemeentelijke werkzaamheden van openbaar belang en algemeen nut; e. er sprake is van verkoop van gronden in eigendom van gemeente, behorende tot de openbare ruimte, aan derden. Aan het besluit tot wijziging of intrekking van de vergunning kan de verplichting worden verbonden om de betreffende leiding(en) te verleggen, te verplaatsen of te verwijderen.

Artikel 9.2.10 1.

2.

Wijzigen of intrekken vergunning

Schade

De grondroerder vergoedt aan de gemeente Noordoostpolder de schade voortvloeiend uit de werkzaamheden, waarbij de omvang beperkt is tot vergoeding van de marktconforme kosten van de door de gemeente ter beschikking gestelde voorzieningen en van de meerdere marktconforme kosten van onderhoud. De grondroerder draagt in het geval van werkzaamheden voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels en leidingen de marktconforme kosten voor herstel. 43

Artikel 9.2.11 1.

2.

Medegebruik van voorzieningen en vooroverleg

Een grondroerder maakt op verzoek van het college bij de aanleg van kabels en leidingen in openbare gronden zoveel mogelijk (mede)gebruik van bestaande, hetzij door overige netbeheerders dan wel door of in opdracht van het college aangelegde, zoals telecommunicatievoorzieningen. Deze verplichting geldt als dit technisch haalbaar is en als het medegebruik geen belemmering vormt voor de veiligheid, toegankelijkheid en leveringszekerheid. Als een grondroerder een marktconform aanbod wordt gedaan om gebruik te maken van vooraangelegde telecommunicatievoorzieningen, zoals mantelbuizen, kabelgoten, of kabel- en leidingentunnels, is een grondroerder verplicht om voor de aanleg of uitbreiding van zijn netwerk van deze voorzieningen gebruik te maken.

Artikel 9.2.12 1.

2. 3.

4.

Voor het verplaatsen van kabels of leidingen in of op openbare gronden gelden de volgende bepalingen: a. de netbeheerder is verplicht om op verzoek van het college over te gaan tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en leidingen ten dienste van zijn netwerk; b. eventuele compensatie wordt verleend op basis van een publiekrechtelijke regeling of schriftelijk vastgelegde (privaatrechtelijke) afspraken; c. compensatie wordt alleen verleend op basis van een gespecificeerd kostenoverzicht; Het college en de netbeheerder zullen bij verwijdering, verlegging of aanpassing van kabels en/of leidingen eikaars schade zoveel mogelijk beperken; Na een verzoek tot het nemen van maatregelen gaat de netbeheerder zo snel mogelijk over tot de uitvoering, maar niet later dan twaalf weken na de datum van ontvangst van het verzoek. Kosten voor het verplaatsen, wijzigen of verwijderen van gemeentelijke eigendommen bij werkzaamheden van derden, komen voor rekening van degene die die werkzaamheden uitvoert. Dit geldt ook voor eventuele andere kosten die nodig zijn om het gemeentelijke eigendom te beschermen of herstellen.

Artikel 9.2.13 1.

2.

2. 3.

Niet-openbare kabels en leidingen

Onder niet-openbare kabels en leidingen wordt verstaan kabels en leidingen, dan wel het net of netwerk waartoe deze behoren, die niet gebruikt worden om openbare, voor het publiek beschikbare, diensten aan te bieden. De inhoud van deze verordening houdt geen gedoogplicht in voor de gemeente Noordoostpolder met betrekking tot niet-openbare kabels en leidingen. Verleggingen van niet-openbare kabels en leidingen, op verzoek van de gemeente, worden op kosten van de eigenaar van de kabels en leidingen uitgevoerd.

Artikel 9.2.15 1.

Overdracht van kabels en leidingen

Als het eigendom, exploitatie of beheer van een kabel of leiding wordt overgedragen aan een andere netbeheerder, gaan de rechten en plichten volgens deze verordening die betrekking hebben op de kabel of leiding van rechtswege over op de nieuwe netbeheerder. De netbeheerder stelt het college onverwijld in kennis van het feit dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel of leiding verandert.

Artikel 9.2.14 1.

Verlegging en nadeelcompensatie

Informatieplicht en overleg

De netbeheerder stelt het college onverwijld en schriftelijk in kennis van het feit dat een kabel of leiding niet langer ten dienste staat van een net of netwerk in of op openbare gronden. 44

2.

3.

4.

HOOFDSTUK 10

Het college kan een overzicht verlangen van de netbeheerder van alle in gebruik zijnde kabels en leidingen. Dit kan een overzicht zijn van alle in gebruik en niet in gebruik zijnde kabels en/of leidingen. De bewijslast van ingebruikname ligt bij de netbeheerder. Het college organiseert periodiek een overleg, waarvoor in elk geval de bij de gemeente Noordoostpolder bekende netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen worden uitgenodigd. In dit overleg worden de plannen van de gemeente Noordoostpolder en van de diverse netbeheerders en andere betrokken of belanghebbende partijen besproken en eventueel afgestemd in het kader van de bepalingen van deze verordening.

Dieren

Paragraaf 10.1 Overlast van dieren

Artikel 10.1.1 1.

2.

3.

Hinderlijke of schadelijke dieren

Het is verboden om op door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben, anders dan met inachtneming van de door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde regels, of b. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven. Het verbod is niet van toepassing op een activiteit waarvoor regels voortvloeiend uit het Besluit activiteiten leefomgeving gelden of waarvoor voorwaarden zijn gesteld in een omgevingsvergunning. Het bevoegd gezag kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het eerste lid.

Artikel 10.1.2

Loslopend vee

De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.

45

HOOFDSTUK 11

Toezicht en handhaving

Paragraaf 11.1 Naleving van deze verordening

Artikel 11.1.1 1.

2.

Vergunningplicht

Een activiteiten waarvoor op grond van deze verordening een vergunning nodig is, mag niet worden uitgevoerd zonder of voordat de vergunning is verleend en alleen conform die vergunning. Een activiteit waarvoor het bevoegd gezag op grond van deze verordening een ontheffing kan verlenen, mag alleen worden uitgevoerd als die ontheffing is verleend en alleen conform die ontheffing.

Artikel 11.1.2

Toezicht

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de bij besluit van het college aan te wijzen personen.

Artikel 11.1.3 1.

2. 3.

4.

Strafbepalingen

Overtreding van een bij of krachtens de volgende artikelen van deze verordening bepaalde, wordt gestraft met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak: a. HOOFDSTUK 7 (verboden en verplichtingen voor bescherming van erfgoed, archeologie en monumenten); b. Artikel 2.2.1 (verplicht treffen van maatregelen om verspreiding van lepziekte te voorkomen); c. Artikel 2.3.1 (verbod op roken in bossen en natuurgebieden); d. Artikel 2.3.2 (verbod op verkeer buiten paden in natuurgebieden); e. Artikel 4.2.1 (verbod op consumentenvuurwerk buiten aangewezen gebieden en in onveilige situaties); f. Artikel 4.2.2 (verbod op gebruik carbid buiten aangewezen gebieden); g. aArtikel 11.1.2 (verbod op handelen zonder - of in strijd met - een vergunning of ontheffing). Dit artikel is niet van toepassing als in het onderwerp is voorzien door de Wet op de economische delicten. Overtreding van bij of krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kan het college straffen met een bestuurlijke boete van ten hoogste de geldboete die is bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s. Een gedraging in strijd met de volgende artikelen is een strafbaar feit in de zin van artikel 1a, onder 3, van de Wet op de economische delicten: a.

Artikel 2.2.1, derde lid (handel in besmet lepenhout) b. het bepaalde bij of krachtens Artikel 3.1.1, eerste lid (aanpassingen van - de openbare weg en aanleggen van uitwegen); c. Artikel 4.1.1 (voorwerpen op de openbare plaatsen); d. Artikel 8.2.1, zesde lid (verbod op inzamelen zonder aanwijzing); e. Artikel 8.3.1, negende en tiende lid (verbod op strijdig handelen met regels die het college stelt voor inzameling); f. Artikel 8.3.4, eerste lid (verbod op opslag van afval op een zichtbare plaats); g. Artikel 8.4.1, eerste lid (verbod op afval achterlaten buiten een voorziening / zwerfafval), en h. Artikel 8.4.1, vierde lid (verbod op strijdig handelen met regels ter voorkoming van zwerfafval).

46

HOOFDSTUK 12

Overgangs-en slotbepalingen

Paragraaf 12.1 Intrekken oude regelingen en overgangsbepalingen

Artikel

12.1.1

Intrekken oude regelingen

De volgende verordeningen worden ingetrokken: a. Afvalstoffenverordening; b. Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Noordoostpolder 2010; c. Bomenverordening Noordoostpolder 2005; d. Erfgoedverordening 2012 Gemeente Noordoostpolder; e. Marktverordening 2008; f. Wegsleepverordening gemeente Noordoostpolder 2023; g. De volgende delen van de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren Noordoostpolder (AVOI): - artikel 2, onder b (toepassing van de AVOI op niet-telecomkabels); hoofdstuk 3 (regels voor niet-telecomkabels); h. De volgende artikelen van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder (APV): 2:10 (voorwerpen openbare plaatsen); 2:11 (vergunningplicht weg aanleggen of veranderen); 2:12 (vergunningplicht uitweg aanleggen of veranderen); 2:15 (verbod hinderlijke beplanting); 2:16 (verbod openen straatkolken); 2:18 (rookverbod bossen en natuur); 2:21 (toelaten borden, verlichting etc op eigen bouwwerken); 2:51 (verbod fietsen tegen winkelruiten); 2:60 (hinderlijke en schadelijke dieren); 2:62 (verbod loslopend vee); 2:71 t/m 2:73 (vuurwerk en carbid); 4:7 (parkeerverbod straatreiniging); 4:9 (sloten & niet-openbare riolen); 4:10 t/m 4:11 (lepziekte); 4:13 (verbod opslag voertuigen, mest, afval etc); 4:15 (hinderlijke reclame); 4:17 t/m 4:19 (kamperen buiten kampeerterreinen); 5:1 t/m 5:5 (voertuigen voor lessen, klussen etc); 5.6

(caravans); 5:7 (voertuigen als reclame); 5:8 t/m 5:9 (grote voertuigen parkeren); 5:10 t/m 5:12 (verboden parkeren in groen etc); 5:14 t/m 5:16 (venten); 5:17 t/m 5:21 (standplaatsen); 5:24 (steigers, constructies op water); 5:25 (ligplaats vaartuigen); 5:28 (bruggen, dijken etc veranderen); 5:29 (reddingsboeien); 5:31.1 t/m 5:31.10 (woonschepen); 5:32 (crossen); 5:33 (verkeer in natuurgebieden), en 5:34 (vuur stoken/afval verbranden).

47

Artikel 12.1.2 1.

2.

3.

4.

5.

Overgangsrecht

Vergunningen en ontheffingen, met de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen, die zijn verleend krachtens één van de verordeningen of artikelen die genoemd zijn in Artikel 12.1.1, gelden vanaf de datum waarop de Verordening fysieke leefomgeving in werking treedt, als verleend op grond van deze verordening. Als vóór de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing is ingediend op grond van een verordening of artikel bedoeld in artikel 12.1.1 en er nog niet onherroepelijk op die aanvraag is beslist, wordt de aanvraag afgehandeld volgens de oude verordening. Aanwijzingsbesluiten, uitvoeringsbesluiten en besluiten inhoudende de vaststelling van nadere regels die zijn genomen op grond van een verordening of artikel bedoeld in artikel 12.1.1. en waarvoor een rechtsgrond is opgenomen in de Verordening fysieke leefomgeving, berusten vanaf de inwerkingtreding van de Verordening fysieke leefomgeving op deze verordening. Hieronder vallen in ieder geval de volgende besluiten: a. Uitvoeringsbesluit Afvalstoffenverordening Noordoostpolder 2021; b. Uitvoeringsbesluiten Afvalstoffenverordening Noordoostpolder; c. Uitvoeringsbesluit Marktverordening 2008; d. Regels voor graven, asbezorging en gedenkplaatsen; e. Regels grafbedekkingen; f. Aanwijzingsbesluit Hondenlosloopgebieden; g. Besluit stranden verboden voor honden; h.

Handboek kabels en leidingen; i. Parkeren van grote voertuigen buiten de bebouwde kommen; j. Aanwijzing bebouwde kommen waar het verboden is langer dan drie dagen caravans etc. te plaatsen; k. Nadere regels uitstallingen Emmeloord centrum, en l. Nadere regels terrassen Emmeloord centrum. De aanwezigheid van kabels of leidingen in of op openbare gronden, voor zover deze zijn aangelegd op basis van andere aantoonbare en gelegaliseerde afspraken met de gemeente die golden tot de inwerkingtreding van deze verordening, vallen met ingang van de Verordening fysieke leefomgeving onder de regels van deze verordening. Besluiten inhoudende de vaststelling van beleidsregels die zijn vastgesteld op grond van een verordening genoemd in artikel 12.1.1 en waarvoor een vergelijkbare bevoegdheid in de Verordening fysieke leefomgeving is opgenomen, berusten vanaf de inwerkingtreding van de Verordening fysieke leefomgeving, op deze verordening. Hieronder vallen in ieder geval: a. Beleidsregel standplaatsen; b. Beleidsregel instandhouding landschappelijke beplantingen; c. Beleidsregel afval verbranden; d. Beleidsregel tijdelijk kamperen buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd of mede bestemd, en e. Beleidsregel kunst, verfraaiingselementen & bermmonumenten in de openbare ruimte.

Paragraaf 12.2

Artikel

12.2.1

Slotbepalingen

Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: “Verordening fysieke leefomgeving”.

48

Artikel 12.2.2

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag waarop de Omgevingswet in werking treedt.

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering vandecember 2023.

49

Intitulé Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder De raad van de gemeente Noordoostpolder, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 31 oktober 2023 no. 23.0000994; gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet, artikelen 3, 13 2e lid, 14 en 25 e van de Alcoholwet; BESLUIT:

vast te stellen de Algemene plaatseliike verordening Noordoostpolder HOOFDSTUK 0.

INHOUD

Inhoud Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder Ingangsdatum 1 januari 2024 Noot: Alle ontbrekende nummers zijn van artikelen die nooit zijn opgenomen, zijn vervallen of zijn overgeheveld naarde Verordening Fysieke Leefomgeving (Vfl) HOOFDSTUK 1

Artikel 1:1 Artikel 1:2 Artikel 1:4 Artikel 1:5 Artikel 1:6 Artikel 1:7 Artikel 1:8 HOOFDSTUK 2

ALGEMENE BEPALINGEN

Definities Beslistermijn Voorschriften en beperkingen Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing Intrekking of weigering van vergunning of ontheffing Termijnen Weigeringsgronden OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID, VOLKSGEZONDHEID EN MILIEU

Afdeling 1 Artikel 2:1 Artikel 2:2 Artikel 2:3

Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden Samenscholing en ongeregeldheden Verstoring van de openbare orde Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen

Afdeling 3 Artikel 2:24 Artikel 2:25 Artikel 2:26

Evenementen Definities Evenement Ordeverstoring

Afdeling 4 Artikel 2:27 Artikel 2:28 Artikel 2:29 Artikel 2:30 Artikel 2:31 Artikel 2:32 Artikel 2:33 Artikel 2:33.1 Artikel 2:33.2

Toezicht op openbare inrichtingen Definitie Exploitatie openbare inrichting Sluitingstijd Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting Verboden gedragingen Handel in openbare inrichtingen Het college als bevoegd bestuursorgaan Beperking sterke drank Ontheffing beperking sterke drank

Afdeling 5 Artikel 2:34a Artikel 2:34b Artikel 2:34c Artikel 2:34d Artikel 2:34e

Bijzondere bepalingen horecabedrijven Alcoholwet Definities Regulering sportieve en recreatieve rechtspersonen Regulering overige rechtspersonen Ontheffing schenktijden Schenktijden commerciële horeca in een gebouw met paracommerciële activiteiten en verbod verstrekken van sterke drank

1

Afdeling 6 Artikel 2:35 Artikel 2:36 Artikel 2:38

Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Definitie Kennisgeving exploitatie Verschaffing gegevens nachtregister

Afdeling 7 Artikel 2:38a Artikel 2:39 Artikel 2:40

Toezicht op speelgelegenheden Definities Speelgelegenheden Speelautomaten

Artikel 2:40.1 Artikel 2:40.2 Artikel 2:40.3 Artikel 2:40.4 Artikel 2:40.5 Artikel 2:40.6 Artikel 2:40.7 Artikel 2:40.8 Artikel 2:40.9

Speelautomatenhallen Definities Vergunningplicht Vergunningaanvraag Beslissingstermijn Voorschriften Weigeringsgronden Vervallen vergunning Intrekkingsg ronden Voortzetting exploitatie

Afdeling 8 Artikel 2:41 Artikel 2:42 Artikel 2:43 Artikel 2:44 Artikel 2:47 Artikel 2:48 Artikel 2:49 Artikel 2:50 Artikel 2:59

Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Betreden gesloten woning of lokaal Plakken en kladden Vervoer plakgereedschap e.d. Vervoer inbrekerswerktuigen en hulpmiddelen voor winkeldiefstal Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen Verboden drankgebruik Verboden gedrag bij of in gebouwen Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke ruimten Gevaarlijke honden

Afdeling 9 Artikel 2:66 Artikel 2:67 Artikel 2:68

Bestrijding van heling van goederen Definities Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht

Afdeling 11 Artikel 2:74 Artikel 2:74a

Drugsoverlast Drugshandel op straat Openlijk drugsgebruik

Afdeling 12 Artikel 2:75 Artikel 2:76 Artikel 2:77 Artikel 2:78 Artikel 2:79 Artikel 2:80 Artikel 2:80a Artikel 2:80b Artikel 2:80c Artikel 2:80d

Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester Bestuurlijke ophouding Veiligheidsrisicogebieden Cameratoezicht op openbare plaatsen Gebiedsontzeggingen Woonoverlast Sluiting van voor publiek openstaande gebouwen Tegengaan van onveilig, niet leefbaar en malafide ondernemersklimaat Vergunning Intrekking of wijziging vergunning Sluiting van een gebouw

2

HOOFDSTUK 3

SEKSINRICHTINGEN, SEKSWINKELS, STRAATPROSTITUTIE EN DERGELIJKE

Afdeling 1 Artikel 3:1 Artikel 3:2 Artikel 3:3

Definities Definities Bevoegd bestuursorgaan Nadere regels

Afdeling 2 Artikel 3:4 Artikel 3:5 Artikel 3:7 Artikel 3:8 Artikel 3:9 Artikel 3:11

Seksinrichtingen en straatprostitutie Seksinrichtingen Gedragseisen exploitant en beheerder Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder Straatprostitutie Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke

Afdeling 3 Artikel 3:12 Artikel 3:13

Beslissingstermijn; weigeringsgronden Beslissingstermijn Weigeringsgronden

Afdeling 4 Artikel 3:14 Artikel 3:15

Beëindiging exploitatie; wijziging beheer Beëindiging exploitatie Wijziging beheer

HOOFDSTUK 4

BESCHERMING VAN HET MILIEU EN HET NATUURSCHOON ZORG VOOR HET UITERLIJK AANZIEN VAN DE GEMEENTE

Afdeling 1 Artikel 4:1 Artikel 4:3 Artikel 4:6

Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting Definities Kennisgeving incidentele activiteiten Overige geluidhinder

Afdeling 2 Artikel 4:8

Bodem-, weg en milieuverontreiniging Natuurlijke behoefte doen

HOOFDSTUK 6

Artikel 6:1 Artikel 6:2 Artikel 6:3 Artikel 6:4 Artikel 6:5 Artikel 6:6

STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Strafbepaling Toezichthouders Binnentreden woningen Inwerkingtreding Overgangsbepalingen Citeertitel

3

Algemene plaatselijke verordening gemeente Noordoostpolder Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen Artikel 1:1 Definities In deze verordening wordt verstaan onder: - bebouwde kom: de bebouwde kom of kommen waarvan door of namens de gemeenteraad de grenzen zijn vastgesteld; - college: het college van burgemeester en wethouders; - gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; - handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; - openbare plaats: openbare plaats als bedoeld in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties; - rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; - voertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens en kinderwagens, en rolstoelen; - weg: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994; Artikel 1:2 Beslistermijn 1. Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. 2. Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken verlengen. Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 1.

Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist. 2. Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te komen. Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald. Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 1. De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; c. de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; d. van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke termijn; e. de houder dit verzoekt. Artikel 1:7 Termijnen 1.

De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen verzet. 2. De aard van de vergunning of ontheffing verzet zich in ieder geval tegen gelding voor onbepaalde tijd als het aantal vergunningen of ontheffingen is beperkt en het aantal mogelijke aanvragers het aantal beschikbare vergunningen of ontheffingen overtreft. Artikel 1:8 Weigeringsgronden 1. De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van: a. de openbare orde; b. de openbare veiligheid; c. de volksgezondheid; 4

d. de bescherming van het milieu. 2. Een vergunning of ontheffing kan ook worden geweigerd als de aanvraag daarvoor minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit is ingediend en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is. Hoofdstuk 2. Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu Afdeling 1. Voorkomen of bestrijding van ongeregeldheden Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 1. Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. 2. Degene die op een openbare plaats: a. aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; b. aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan; of c. zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. 3. Het is verboden zich te begeven of zich te bevinden op openbare plaatsen die door het bevoegde bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. 4. De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het derde lid. 5.

Dit artikel is niet van toepassing op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties. Artikel 2:2 Verstoring van de openbare orde 1. Het is verboden op een openbare plaats of aan de weg op enigerlei wijze de orde te verstoren, personen lastig te vallen ofte vechten. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 424 of 426 bis van het Wetboek van Strafrecht. 3. Het is verboden op of aan de weg een voorwerp of stof, kennelijk meegebracht om de orde te verstoren, bij zich te hebben. Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 1. Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uren voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de burgemeester. 2. De kennisgeving bevat: a. naam en adres van degene die de betoging houdt; b. het doel van de betoging; c. de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van aanvang en van beëindiging; d. de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats van beëindiging; e. voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling; f.

maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een regelmatig verloop te bevorderen. 3. Hij die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. 4. Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip voorafgaande werkdag. 5. De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge kennisgeving in behandeling nemen. Afdeling 3. Evenementen Artikel 2:24 Definities 1. In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; 5

b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in artikel 2:39; g. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportevenementen als bedoeld in het tweede lid, onder f. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht op de weg, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een straatfeest of buurtbarbecue; f. een door de burgemeester aangewezen categorie vechtsportwedstrijden of -gala’s. Artikel 2:25 Evenement 1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de burgemeester een evenement te organiseren. 2. Bij de indiening van de vergunningaanvraag worden de gegevens, bedoeld in artikel 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen, aangeleverd voor zover voor het evenement een gebruiksmelding zou moeten worden gedaan op grond van artikel 2:1, eerste lid, van het Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen. 3. Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien: a.

het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen; b. het evenement tussen 08.00 en 00.30 uur plaats vindt; c. geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na 23.00 uur; d. het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer en de hulpdiensten; e. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van minder dan 10 m2 per object; f. er een organisator is; 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd, indien: a. de organisator of de aanvrager van een vechtsportevenement als bedoeld in artikel 2:24, tweede lid, onder f, in enig opzicht van slecht levensgedrag is; b. de aanvraag voor een evenement waarbij hulpdiensten nodig zijn, minder dan acht weken voor de beoogde datum wordt ingediend. 5. Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.

Afdeling 4. Toezicht op openbare inrichtingen Artikel 2:27 Definities 1. In deze afdeling wordt onder openbare inrichting verstaan een hotel, restaurant, pension, café, waterpijpcafé, cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis; of elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe consumptie ter plaatse worden bereid of verstrekt. 2. Een buiten de in het eerste lid bedoelde besloten ruimte liggend deel waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor directe consumptie ter plaatse kunnen worden bereid of verstrekt, waaronder in ieder geval een terras, maakt voor de toepassing van deze afdeling deel uit van die besloten ruimte. Artikel 2:28 Exploitatievergunning openbare inrichting 1. Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester. 6

2. De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan. 3. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat: a. de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of b. de exploitant of de leidinggevende in enig opzicht van slecht levensgedrag is. 4. Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een: a. winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit; b. zorginstelling; c. museum; of d. bedrijfskantine of - restaurant. 5. De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet, als: a. zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld, overlast op straat of drugsgebruik en handel hebben voorgedaan in of bij de inrichting, of b.

de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid. c. de burgemeester verleent ambtshalve vrijstelling van het verbod genoemd in het eerste lid voor die openbare inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in Alcoholwet en aanwezig waren op 1 januari 2013 en na die datum niet zijn gewijzigd. 6. De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a. 7. Op de aanvraag om een vergunning of een vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde lid. Artikel 2:29 Sluitingstijd 1. a. Het is voor een openbare inrichting verboden om bezoekers toe te laten na 01.00 uur. b. Een openbare inrichting dient vanaf 03.00 uur de verlichting op te draaien, de muziek af te bouwen en de laatste drankjes te serveren. c. Het is voor een openbare inrichting verboden deze voor bezoekers geopend te hebben, daarin bezoekers toe te laten ofte hebben tussen 04.00 uur en 07.00 uur. d. Het bepaalde in de voorgaande leden a, b en c is niet van toepassing op een cafetaria of een snackbar. e.

Het is voor een cafetaria of een snackbar verboden om deze voor bezoekers geopend te hebben, daarin bezoekers toe te laten of te hebben tussen 05.30 uur en 07.00 uur. f. Het is voor een cafetaria of snackbar verboden om tussen 04.00 uur en 05.30 uur alcoholische dranken te verkopen dan wel toe te laten dat gedurende dit tijdstip in een cafetaria of snackbar alcoholische dranken worden genuttigd. 2. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een terras, behorend bij een openbare inrichting als in lid 1 bedoeld, andere sluitingstijden vaststellen. 3. Het is verboden voor het publiek toegankelijke eet- of drinkgelegenheden, die in beheer zijn bij verenigingen en stichtingen met een sociaal-culturele doelstelling of bij instellingen die accommodaties ten behoeve van dergelijke verenigingen of stichtingen beheren of welke zijn verbonden aan sportaccommodaties, geopend te hebben, daarin bezoekers toe te laten of te hebben: a. tussen 02.00 uur en 06.00 uur; b. in afwijking van de sluitingstijd door de burgemeester vastgesteld op grond van lid 4; 4. De burgemeester is bevoegd in bijzondere gevallen voor alle of bepaalde eet- of drinkgelegenheden als bedoeld in het vorige lid ontheffing van dat verbod te verlenen. 5.

Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

7

Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 1. De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen. 2. Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b van de Opiumwet. Artikel 2:31 Verboden gedragingen Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras. Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen De exploitant van een openbare inrichting laat niet toe dat een handelaar, aangewezen bij algemene maatregel van bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, of een voor hem handelend persoon in die inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze overdraagt.

Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van de artikelen 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan. Artikel 2:33.1 Beperking sterke drank Het is verboden anders dan om niet sterke drank voor gebruik ter plaatse en bedrijfsmatig sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse te verstrekken in een inrichting; a. waarin of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe eetwaren, zoals belegde broodjes, patates frites en kroketten, worden verkocht; b. welke uitsluitend of in hoofdzaak voor het geven van onderwijs wordt gebruikt; c. die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of instellingen; d. die of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of instellingen; e. die of waarvan een onderdeel in gebruik is als wachtruimte voor passagiers van een openbaarvervoerbedrijf; f. die gelegen is op een kampeer- of caravanterrein; g. die gelegen is op een terrein, waarop een kermis, een lunapark of een soortgelijke vermakelijkheid wordt gehouden, gedurende de tijd dat zulk een vermakelijkheid plaats vindt.

Artikel 2:33.2 Ontheffing De burgemeester kan op schriftelijk verzoek ontheffing verlenen: 1. a. van het verbod tot het anders dan om niet verstrekken van sterke drank voor gebruik ter plaatse in de inrichtingen, genoemd in artikel 2:33.1., onder a tot en met f; b. van het verbod tot het bedrijfsmatig verstrekken van sterke drank voor gebruik elders dan ter plaatse in de inrichtingen, genoemd in artikel 2:33.1., onder b tot en met f. 2. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Afdeling 5. Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige aangelegenheden uit de Alcoholwet Artikel 2:34a Definities In deze afdeling wordt verstaan onder: a. - alcoholhoudende drank, - horecabedrijf,

8

- horecalokaliteit, - inrichting, - paracommerciële rechtspersoon, - sterke drank, - slijtersbedrijf en - zwak-alcoholhoudende drank, dat wat daaronder wordt verstaan in de Alcoholwet. b. bijeenkomsten van persoonlijke aard: bijeenkomsten met een veelal feestelijk karakter, waarbij meestal alcoholhoudende drank wordt genuttigd, die geen direct verband houden met de doelstelling van de paracommerciële rechtspersonen, zoals bruiloften, feesten, partijen, recepties, jubilea, verjaardagen, bedrijfsfeesten, koffietafels, condoleancebijeenkomsten en dergelijke; c. sportieve en recreatieve rechtspersoon: een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op activiteiten van sportieve aard zoals bijvoorbeeld een voetbalvereniging, tennisvereniging of korfbalvereniging; d. overige rechtspersoon: een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op activiteiten van sociaal-culturele, educatieve, levensbeschouwelijke of godsdienstige aard. Artikel 2:34b Regulering sportieve en recreatieve rechtspersonen 1. Een sportieve en recreatieve rechtspersoon kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon. 2.

Het is een sportieve en recreatieve rechtspersoon, in ieder geval verboden om alcoholhoudende drank te verstrekken buiten de volgende tijden: a. maandag tot en met vrijdag van 19.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur, b. zaterdag en zondag van 12.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur. 3. Een sportieve en recreatieve rechtspersoon kan alcoholhoudende drank verstrekken tijdens per jaar ten hoogste twaalf bijeenkomsten voor leden en introducés welke gericht zijn op de activiteiten die worden uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon, niet zijnde bijeenkomsten van persoonlijke aard. Artikel 2:34c Regulering overige rechtspersonen 1. Een overige rechtspersoon kan alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor de aanvang en tot uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die wordt uitgeoefend in verband met de statutaire doelen van de rechtspersoon. 2. Het is verboden om de mogelijkheid tot het houden (waaronder inbegrepen de verhuur of ter beschikking stellen van het pand en inventaris) van bijeenkomsten van persoonlijke aard openlijk aan te prijzen of onder de aandacht te brengen met bijvoorbeeld posters, brochures, publicaties in kranten of tijdschriften, via de eigen website of social media-accounts van de paracommerciële rechtspersoon. 3.

Een overige rechtspersoon kan alcoholhoudende drank verstrekken tijdens per jaar ten hoogste twaalf bijeenkomsten van persoonlijke aard. 4. De burgemeester kan in bijzondere gevallen afwijken van het aantal bijeenkomsten van persoonlijke aard.

9

Artikel 2:34d Ontheffing schenktijden 1. Een ontheffing als bedoeld in artikel 4, vierde lid van de Alcoholwet moet zes weken voor aanvang van de activiteit worden aangevraagd. 2. De ontheffing kan worden geweigerd in het belang van: a. openbare orde; b. openbare veiligheid; c. de bestemming; d. oneerlijke concurrentie. 3. Aan de opsomming van gevallen waar de lex silencio positivo niet op van toepassing is zoals opgenomen in artikel 1:10 wordt toegevoegd artikel 2:34d ontheffing schenktijden. Artikel 2:34e Schenktijden commerciële horeca in een gebouw met paracommerciële activiteiten en verbod verstrekken van sterke drank 1. Het is verboden buiten onderstaande tijden alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een paracommerciële inrichting welke: a. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt om onderwijs te geven aan leerlingen, die merendeels de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, of b. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel of uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een meer jeugd -of jongerenorganisaties, of c. deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel of uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als gemeentelijk wijkgebouw of buurthuis, of d.

deel uitmaakt van een gebouw dat uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij één of meer sportorganisaties of -instellingen. Maandag tot en met vrijdag van 19.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur Zaterdag en zondag van 12.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur. 2. In de in het eerste lid bedoelde inrichtingen is het verboden sterke drank te verstrekken. Afdeling 6. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf Artikel 2:35 Definitie In deze afdeling wordt onder inrichting verstaan elke al dan niet besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt verschaft Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is verplicht daarvan binnen drie dagen daarna schriftelijk kennis te geven aan de burgemeester. Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die inrichting volledig en naar waarheid naam, woonplaats, dag van aankomst en de dag van vertrek te verstrekken. Afdeling 7. Toezicht op speelgelegenheden Artikel 2:38a Definities 1.

In deze afdeling wordt onder speelgelegenheid verstaan een voor het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren. 2. In deze afdeling voorkomende begrippen die in de Wet op de kansspelen zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als in die wet. Artikel 2:39 Speelgelegenheden 1. Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. 2 Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet op de kansspelen of artikel 2.40.2. 10

3.

4.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 weigert de burgemeester de vergunning als: a. naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van de speelgelegenheid; of b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Artikel 2:40 Kansspelautomaten 1. In hoogdrempelige inrichtingen zijn twee kansspelautomaten toegestaan. 2. In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet toegestaan. Artikel 2:40.1 Definities speelautomatenhallen In de artikelen 2:40.2. tot en met 2:40.9 wordt verstaan onder: 1. de wet: de Wet op de kansspelen; 2 speelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder a, van de Wet; 3. behendigheidsautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de Wet; 4. kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de Wet; 5. speelautomatenhal: een inrichting, bestemd om het publiek gelegenheid te geven een spel door middel van speelautomaten te beoefenen, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet; 6 ondernemer: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert; 7. beheerder: degene die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke leiding in de speelautomatenhal is belast; 8. openbare weg: alle voor het openbaar rij- of ander verkeer openstaande wegen of paden, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot die wegen of paden behorende bermen en zijkanten, alsmede kampeerplaatsen en de aan de wegen of paden liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; Artikel 2:40.2 Vergunningplicht. 1.

Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een speelautomatenhal te vestigen of te exploiteren. 2. De burgemeester kan voor maximaal 1 speelautomatenhal een vergunning verlenen. 3. De vergunning als bedoeld in lid 2 kan worden verleend voor ten hoogste 120 speelautomaten, waarbij het totaal aantal spelersplaatsen niet hoger mag zijn dan 120. 4. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing. Artikel 2:40.3 Vergunningaanvraag. De ondernemer dient de vergunning aan te vragen onder overlegging van: a. een nauwkeurige beschrijving van de inrichting waarbij is opgenomen de oppervlakte daarvan, alsmede een plattegrond waarin is aangegeven op welke plaats in de speelautomatenhal en in welk aantal kansspel- en/of behendigheidsautomaten worden opgesteld; b. een bewijs van inschrijving bij de kamer van koophandel en fabrieken; c. een verklaring waaruit blijkt dat hij gerechtigd is over de ruimte te beschikken; d. een verklaring omtrent het gedrag; van de ondernemer dan wel, indien de ondernemer een rechtspersoon is, van degene(n) die de onderneming krachtens de (eventueel bij te voegen) statuten vertegenwoordigt(en) en van de beheerder. Artikel 2:40.4 Beslissingstermijn.

De burgemeester beslist binnen twaalf weken na de datum waarop hij de aanvraag met bijbehorende bescheiden heeft ontvangen. De beslissing kan eenmaal voor ten hoogste twaalf weken worden verdaagd. Artikel 2:40.5 Voorschriften. 1. De vergunning kan uitsluitend worden gesteld ten name van de ondernemer en is niet overdraagbaar. 2. In de vergunning wordt de naam van de beheerder vermeld. 3. Aan de vergunning worden voorschriften en beperkingen verbonden. Deze hebben in elk geval betrekking op: 11

a. b. c. d. e.

de sluitingstijden van de speelautomatenhal; het toezicht in de speelautomatenhal; het aantal en type speelautomaten dat mag worden opgesteld; het aantal spelersplaatsen; de exploitatie van de hal.

Artikel 2:40.6 Weigeringsgronden. De vergunning wordt geweigerd als: a. het aantal af te geven vergunningen voor speelautomatenhallen is verleend; b. de speelautomatenhal niet uitsluitend rechtstreeks vanaf de openbare weg voor het publiek toegankelijk is; c. de beheerder(s) de leeftijd van 25 jaar nog niet bereikt heeft (hebben) bereikt; d. de ondernemer of de beheerder(s) onder curatele staat (staan) of bewind is ingesteld over één of meer aan hen toebehorende goederen, als bedoeld in Boek 1, titel 19, van het Burgerlijk Wetboek; e. de ondernemer of de beheerder (s) in enig opzicht van slecht levensgedrag is; f. door de aanwezigheid van de speelautomatenhal naar het oordeel van de burgemeester de leefen woonsituatie in de naaste omgeving of het karakter van de winkelstraat/winkelbuurt op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; g. de exploitatie of vestiging van de speelautomatenhal strijd oplevert met het omgevingsplan. Artikel 2:40.7 Vervallen vergunning 1. Als een overeenkomstig artikel 2.40.5, tweede lid, in de vergunning vermelde beheerder de hoedanigheid van beheerder heeft verloren, dient de ondernemer onder overlegging van de in artikel 2.40.3, onder d, genoemde bescheiden een nieuwe vergunning aan te vragen binnen 14 dagen nadat de in artikel 2.40.3. bedoelde verklaring omtrent het gedrag aan hem is verzonden. 2.

De vergunning vervalt als de beslissing op een aanvraag voor een nieuwe vergunning voor het vestigen dan wel exploiteren van een speelautomatenhal in hetzelfde pand onherroepelijk is geworden dan wel als geen aanvraag is ingediend binnen zes maanden na het verlies van de hoedanigheid als bedoeld in het eerste lid. Artikel 2:40.8 Intrekkingsgronden 1. De burgemeester kan de vergunning intrekken: a. als blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; b. als de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2.40.6 onder e; c. als gehandeld wordt in strijd met aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen; d. als de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken. 2. Intrekking van de vergunning geschiedt niet, spoedeisende gevallen uitgezonderd, voordat de vergunninghouder bij aangetekende brief van dit voornemen in kennis is gesteld. Daarbij wordt hem medegedeeld, dat hij in de gelegenheid wordt gesteld zich in persoon of bij gemachtigde door de burgemeester of een door deze aangewezen ambtenaar te worden gehoord. Artikel 2:40.9. Voortzetting exploitatie 1.

Als een ondernemer komt te overlijden dient, als voortzetting van de exploitatie wordt beoogd, binnen drie maanden een nieuwe vergunning te worden aangevraagd. 2. In alle gevallen van wisseling van ondernemer dient binnen 4 weken na overname van de speelautomatenhal een nieuwe vergunning te worden aangevraagd. 3. Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de van rechtswege vervallen vergunning. Afdeling 8. Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 1. Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden. 2. Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te betreden.

12

3. Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier aanwezigheid in de woning of het lokaal of een daarbij behorend erf wegens dringende reden noodzakelijk is. Artikel 2:42 Plakken en kladden 1. Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen of te bekladden. 2. Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: a. een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te brengen of te doen aanbrengen; b. met kalk, teer of een kleur of verfstof een afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen. 3. Het verbod, bedoeld in het tweede lid, is niet van toepassing voor zover gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. 4. De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. 5. Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen. 6. Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. 7.

Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen. Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. 1. Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te vervoeren of bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing, als de genoemde materialen of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor handelingen als verboden in artikel 2:42. Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 1. Het is verboden op een openbare plaats: a. te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig, hek, omheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd straatmeubilair; b. zich op te houden op een wijze die voor andere gebruikers of omwonenden onnodig overlast of hinder veroorzaakt. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de artikelen 424, 426bis of 431 van het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994. Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1.

Het is voor personen die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaatsT die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2. Het verbod is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet; en b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet. Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 1. Het is verboden zich zonder redelijk doel: a. zich in een portiek of poort op te houden; b. in, op of tegen een raamkozijn of een drempel van een gebouw te zitten of te liggen. 2. Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw. Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken voor een 13

ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze ruimten worden in elk geval verstaan portalen, telefooncellen, wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen. Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 1. Als de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare plaats of op het terrein van een ander. 2. De eigenaar of houder van de hond aan wie een aanlijngebod is opgelegd, is houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond kort aangelijnd te houden met een lijn met een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter. 3. Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: a. vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van beide stoffen; b. door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet mogelijk is; en c. zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig zijn. 4.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2106/documents/36843