RB Kostendekkingsmodel voorziening riolering.pdf
Tekst van het document
No. 24.0001024-1
N
&
gemeente
NOORDOOSTPOLDER Emmeloord, 5 november 2024. Onderwerp Kostendekkingsmodel riolering 2025-2034 Advies raadscommissie Hamerstuk
Aan de raad.
Status: ter besluitvorming
Voorgesteld besluit 1. Het herijkt kostendekkingsmodel riolering 2025-2034 vast te stellen; 2. De huidige verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing niet aan te passen. Doelstelling Een kostendekkende riolering. Inleiding Op 11 december 2018 heeft u voor de planperiode 2019-2024 het Watertakenplan vastgesteld. Dit plan was samen met het Waterschap Zuiderzeeland opgesteld en is ook door het waterschap bestuurlijk vastgesteld. De looptijd van het vastgestelde plan eindigt dit jaar. Het Watertakenplan is in de plaats gekomen van de eerder vastgestelde gemeentelijke rioleringsplannen (GRP's). In het Watertakenplan zijn onderling de wettelijk toegewezen watertaken aan het waterschap en de gemeente beter afgestemd. Het Watertakenplan fungeert voor beide partijen als handvat om samen nauwer te kunnen werken aan de afvalwaterketen en het watersysteem. Door al in een eerder stadium bij het uitvoeren van maatregelen samen te werken, komen wij tot efficiënte, doelmatige en gedragen oplossingen voor watervraagstukken en leidt het voor beide partijen tot een win-win-resultaat. Voordat u met het Waterschap een nieuw Watertakenplan kunt vaststellen, is het nodig om het huidige kostendekkingsmodel riolering te herijken.
Voor een goede verantwoording van de gemeentelijke rioolheffing is het van belang inzicht te geven in de kosten van de verrichte activiteiten, zoals aan de hand van de eerder daarvoor gemaakte beleidskeuzes is vastgelegd. Deze verantwoording moet op eenduidige wijze plaatsvinden, zodat voor iedereen inzichtelijk is, waarvoor en hoe wij de kosten verhalen. De kostendekking wordt ingepast in een model om tot een eenduidige vastlegging van de activiteiten te komen met de daarbij behorende kosten. De VNG heeft een advies uitgebracht over het vervangen van de huidige verordening op de heffing en de invordering van de rioolheffing door een riool- en waterzorgheffing. Het vervangen van de huidige verordening kan volgens de VNG meer recht doen aan de bredere invulling van onze gemeentelijke watertaken. Wij leggen het voorstel van de VNG ter overweging aan u voor. Beleidsreferentie > Artikel 2.16 Omgevingswet > Artikel 216 Gemeentewet >
Artikel 228a Gemeentewet
Argumenten 1.1 Het kostendekkingsmodel riolering onderbouwt het tarief voor de rioolheffing U bent bevoegd om de verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing vast te stellen (artikel 216 Gemeentewet). De kosten voor onderhoud, exploitatie en vervanging van de riolering verhaalt de gemeente via de rioolheffing op de inwoners en bedrijven. Voor de kosten van vervanging
No. 24.0001024-2 van de riolering is de voorziening riolering ingesteld. Het kostendekkingsmodel verantwoordt het
benodigd tarief voor de rioolheffing om daarmee alle kosten voor goed rioolbeheerte kunnen dekken. Rioolheffing
EXPLOITATIE
Vervangingsinvesteringen
onderhoud riolering onderhoud kolken, rioolstrengen onderhoud gemalen
voeding vaorzieningriolering
Voorziening riolering
resultaat op jaarrekening
Reserveriolering
Voorziening riolering Een gemeente mag vooraf sparen voor een vervangingsinvestering riolering die pas later plaatsvindt. Hiermee kan zij grote pieken in de jaarlijkse lasten en daarmeein de rioolheffing voorkomen. Het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) bepaalt dat de gemeente deze zogenoemde spaarbedragen tot het momentvan investeren in een ‘voorziening’ moet opnemen. Nadat de gemeente de vervangingsinvestering daadwerkelijk heeft uitgevoerd, brengt de gemeente het spaarbedrag op de investering in mindering. Wij hebben hiervoor de voorziening riolering ingesteld. De te verrichten vervangingsinvesteringen zijn conform het dooru vast te stellen herijkte kostendekkingsmodel(zie bijlage 1). Reserveriolering Dereserveriolering is ingesteld om de exploitatielasten met betrekking tot de riolering af te zonderen. Voeding en onttrekking vinden plaats door het positieve resultaat op riolering toe te voegen aan deze reserve respectievelijk het negatieve resultaat eraan te onttrekken. In deze reserve zit momenteel een bedrag van € 742.000. 1.2 Het opstellen van het financiële hoofdstuk maakt geen onderdeel uit van het Watertakenplan Omdat de bevoegdheid voor de financiële verantwoording alleen bij u ligt, kan het geen onderdeel uitmaken van het gezamenlijk met het Waterschap te schrijven Watertakenplan.
1.3 Het kostendekkingsmodel is nodig voor het Watertakenplan Met het schrijven van een watertakenplan kunnen wij pas beginnen als het kostendekkingsmodel op orde is en door u is vastgesteld. Enerzijds is het voor ons van belang om eerstinzichtte krijgen in de financiële middelen die beschikbaar zijn om daadwerkelijk “buiten” resultaat te bereiken. Anders verzandt het plan al gauw tot het slechts vastleggen van goede intenties. Anderzijds moeten de toe te rekenen kosten voor de riolering aan de geldende BBV-voorschriften voldoen. 1.4 Het tarief van de rioolheffing moet omhoog voor een kostendekkende voorziening In de afgelopen jaren zijn de kosten voor het uitvoeren van rioleringsmaatregelen aanmerkelijk meer geworden door onder andere hogere personeels-, materiaal- en brandstofkosten. Nadat in de periode van 2018 tot en met 2023 het tarief voor de gemeentelijke rioolheffing voor huishoudens van € 174,00 niet is gewijzigd, was het nodig hettarief in 2024 met 3,9% te verhogen. Voor 2025 is een tariefstijging van 5,8 % doorberekend. Het tarief voor de rioolheffing is in 2024 verhoogd naar € 180,84 en de verhoging voor 2025 is € 191,40. De prognose voor hetjaarlijks vastte stellen riooltarief vindt u terug in het kostendekkingsmodel. In de komende jaren brengen wij grootschalige rioleringsmaatregelen in uitvoering.
Gelijktijdig willen we met deze werkzaamheden optimaal de door hetrijk beschikbaar gestelde subsidie voor het uitvoeren van klimaat adaptieve maatregelen benutten. De uit te voeren maatregelen met ondersteuning van deze zogenoemde tijdelijke Impulsregelingsgelden moeten wij daarvoor uiterlijk in 2027 realiseren. Het gevolg is dat wij in de komende jaren stapsgewijs het tarief voor de rioolheffing jaarlijks 5% moeten verhogen. Hierdoorblijft het riooltarief maximaal 100% kostendekkend.
No. 24.0001024-3
Voorziening riolering
€ 2.500.000 € 2.000.000 € 1.500.000 € 1.000.000 € 500.000 £0 2025 EN Vervangingsinvesteringen
2030
2034
mmm voeding voorziening emmmmeStand voorziening
1.5 Aanpassing van het huidig rioolbeheer vraagt afstemming met wegbeheer Het uitvoeren van rioleringsmaatregelen in een woonwijk staat niet op zichzelf. Hetblijft nauw verwant aan de technische staat waarin de bestrating zich op deze locatie bevindt. Voortdurend kijken wij bij het uitvoeren van de noodzakelijke werkzaamheden of het combineren van “werk-met-werk” maken tot de mogelijkheden behoort om de totale uitvoeringskosten zo laag mogelijk te houden. Het gecombineerd uitvoeren van werkzaamheden heeft een positief effect op het kostendekkingsmodel. Daarvoor leggen we jaarlijks deze werkzaamheden vast in ons uitvoeringsplan voor de riolering en wegen. 1.6 Het bekostigingsmodel is aangepast aan de actuele kwalitatieve staat van onze rioleringsstelsels Wij voeren jaarlijks rioolinspecties uit en brengen de verzamelde data onder in ons beheersysteem. In de afgelopen planperiode zijn opnieuw rioleringsstelsels geïnspecteerd. Aan de hand van deze inspecties zijn de daadwerkelijke kwaliteit en levensverwachting van onze stelsels geactualiseerd. Het nieuwe kostendekkingsmodel is afgestemd op deze nieuwe gegevens om deze kosten financieel te kunnen verantwoorden.
2.1 WOZ-objecten laten zich naar profijt moeilijk differentiëren Op 1 september 2021 heeft u van de VNG een brief ontvangen met het voorstel om de verordening rioolheffing te vervangen door een verordening riool- en waterzorgheffing (zie bijlage 2). Zo'n wijziging betekent dat er voor alle WOZ-objecten (garageboxen, cultuur- en natuurgrond, loodsen en trafo's, etc.) een heffing gerekend mag worden en dat deze zich niet beperkt tot de panden met een rioolaansluiting. De VNG is van mening dat we met de verordening riool- en waterzorgheffing meer recht kunnen doen aan de bredere invulling van onze gemeentelijke watertaken. Daarmee kunnen dan ook meer kosten voor het verminderen van de kans op wateroverlast en droogte uit deze heffing gedekt worden. De mogelijkheden voor het toepassen van de riool- en waterzorgheffing zijn onderzocht. Het resultaat van het uitgevoerd onderzoek vindt u in bijlage 3. Uit het onderzoek blijkt dat het moeilijk is om het profijt per WOZ-object te bepalen. Dat kan aanleiding geven tot bezwaren met mogelijk juridische vervolgstappen. Het advies is daarom om de huidige verordening niet te vervangen.
Kanttekeningen 1.1 De technische levensduuris voor het kostendekkingsmodel is niet altijd maatgevend In plaats van het vervangen van de riolering op grond van het bereiken van het einde van de technische levensduur kunnen andere afwegingen ten grondslag liggen aan een besluit om de riolering te vervangen. Te denken valt aan: e _Ingrijpende reconstructies van de bovengrondse infrastructuur, waardoor de riolering al eerder wordt vervangen om de bovengrond op relatief korte termijn niet opnieuw te hoeven opbreken;
No. 24.0001024-4 e
e
De straat niet op te breken als in de straat gebreken ontbreken, door ondergrondse aanwezigheid van te veel kabels en leidingen waardoor vervanging moeilijk uitvoerbaar is of het riool wel veel ernstige schadebeelden vertoont, maar nog prima onder afschot ligt. In deze gevallen kunnen wij een “no-dig techniek” overwegen door het riool te gaan relinen (het van binnenuit herstellen van het riool); Het uitvoeren van klimaatmaatregelen om de bestaande rioleringsstelsels aan te passen. De oudere rioleringsstelsels voldoen niet meer voor het afvoeren van de huidige extreme buien zoals deze steeds frequenter plaatsvinden. Deze buien kunnen in een straat of wijk tot een mate van wateroverlast leiden die wij niet willen accepteren.
1.2 Het kostendekkingsmodel maakt gebruik van een lange planningshorizon Het kostendekkingsmodel maakt gebruik van een lange planningshorizon. De betrouwbaarheid van de ramingen neemt daardoor in de tijd af. Vervangingsinvesteringen en het uitvoeren van klimaatmaatregelen kunnen nogal fluctueren en in de tijd verschuiven. Bij het berekenen van de hoogte van de jaarlijkse toevoeging aan de voorziening voor de aangelegde riolering rekenen wij met een afschrijvingstermijn van 60 jaar. Voldoende financiële armslag is nodig om de riolering na 60 jaar te kunnen vervangen. Naast de kostendekking voor de lange termijn, kiezen wij voor een betrouwbaardere kostendekking voor de middellange termijn. Voor een middellange termijn van 10 jaar schuift deze in de tijd steeds een jaar op. De eerste tien jaarschijven vormen in dat geval de basis voor de berekening van de gemiddelde lasten in die periode. Hiermee maken wij een goede afweging over de hoogte en het verloop van hetriooltarief. In 2029 vindt voor de nieuwe planperiode vanaf 2030 opnieuw een herijkingsmoment plaats voor het nieuw vastte stellen kostendekkingsmodel. Planning/uitvoering Als u het herijkt kostendekkingsmodel voor de voorziening van de riolering vaststelt, beginnen we met het schrijven van een nieuw Watertakenplan voor de periode 2025-2030.
De verwachting is dat het schrijven en vaststellen van het plan een looptijd van ongeveer een jaar heeft. Vanuit deze verwachting kan het plan in het derde kwartaal van 2025 worden vastgesteld. Bijlagen 1. Het herijkte kostendekkingsmodel 2025-2034; 2. VNG-brief 1 september 2021 “Modelverordening Riool- en Waterzorgheffing vervangt Modelverordening Rioolheffing”; 3. Adviesnota “Invoering Riool- en waterzorgheffing Gemeente Noordoostpolder” d.d. juni 2023; Het college van burgemeester en wethouders,
de secretaris;
ee Portefeuillehouder Steller
de burgemeester,
—4 : R van Amersfoort : de heer J. de Leeuw,(0527) 63 32 59; j.deleeuw@noordoostpolder.nl
*
No. 24.0001024-5
¢ gemeente
NOORDOOSTPOLDER RAAD
De raad van de gemeente Noordoostpolder,
gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 november 2024, no. 24.0001024; gelet op artikel 216 en 228a Gemeentewet en Artikel 2.16 Omgevingswet 1. 2.
BESLUIT: Het herijkt kostendekkingsmodel riolering 2025-2034 vast te stellen; De huidige verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing niet aan te passen.
Aldus besloten in de openbare vergadering van 16 december 2024.
e griffier,
de voorzitter,> e
En
(
*
(
/ce peat
ke
_—
il
gm