CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023-2026.pdf

Commissie Samenlevingszaken 31 oktober 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 3: Programmabegroting 2023-202624.872 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Inhoudsopgave Algemeen................................................................................................................................................ 3 Aanbiedingsbrief ......................................................................................................................... 4 Samenstelling College .............................................................................................................. 15 Samenstelling Gemeenteraad .................................................................................................. 21 Programma's ........................................................................................................................................ 24 Programma 1 – Fysieke Leefomgeving .................................................................................... 25 Programma 2 – Sociale Leefbaarheid ...................................................................................... 46 Programma 3 – Economische ontwikkeling ............................................................................. 55 Programma 4 – Dienstverlening en Besturen .......................................................................... 64 Programma 5 – Financiën ........................................................................................................

73 Programma 6 – Sociaal Domein .............................................................................................. 77 Paragrafen ............................................................................................................................................ 91 Paragraaf Lokale heffingen ...................................................................................................... 92 Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................... 104 Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................ 123 Paragraaf Financiering ........................................................................................................... 132 Paragraaf Bedrijfsvoering ....................................................................................................... 138 Paragraaf Verbonden partijen ................................................................................................ 152 Paragraaf Grondbeleid ........................................................................................................... 172 Begroting ............................................................................................................................................

182 Overzicht van baten en lasten 2023 ....................................................................................... 182 Financieel meerjarenperspectief 2023-2026 .......................................................................... 183 Begrotingsrichtlijnen ............................................................................................................... 184 Overzicht taakvelden .............................................................................................................. 186 Overzicht structurele en incidentele baten en lasten ............................................................. 189 Bijlagen ............................................................................................................................................... 195 Algemene dekkingsmiddelen.................................................................................................. 196 Overzicht reserves .................................................................................................................. 197 Overzicht voorzieningen ......................................................................................................... 199 Geprognosticeerde balans .....................................................................................................

200 EMU ........................................................................................................................................ 201 Investeringen .......................................................................................................................... 202 Arbeidsgerelateerde kosten.................................................................................................... 203 Overige indicatoren ................................................................................................................ 204 Subsidieplafonds .................................................................................................................... 222 Vaststelling......................................................................................................................................... 230

Algemeen

3

Aanbiedingsbrief Aanbiedingsbrief Voor u ligt de (meerjaren)programmabegroting 2023-2026. De P&C stukken kunt u ook online vinden op: https://noordoostpolder.pcportal.nl/ Inleiding De voorliggende meerjarenprogrammabegroting 2023 – 2026 is de eerste begroting die wij als college opgesteld hebben en u aanbieden. Voor u als raad is het de eerste begroting die u behandelt en vaststelt. De omstandigheden waaronder en waarvoor deze begroting gemaakt is, kenmerkt zich door de mondiale, en zeker ook nationale, crises en onzekerheden. Het samenkomen van de effecten van de coronapandemie, de oorlog tussen Rusland en de Oekraïne, energieschaarste, klimaatverandering, stikstofproblematiek, het asielzoekersvraagstuk en wonen op de samenleving, is, sinds De Tweede Wereldoorlog, ongekend. De gevolgen voor burgers, bedrijven en overheden hangen met elkaar samen en worden voor een deel ook zichtbaar in de voorliggende begroting. Voor een ander deel zijn de effecten van de crises en onzekerheden nog onvoldoende duidelijk en of niet concreet. Bij de decemberrapportage en volgend jaar zullen vervolgeffecten, waar nodig en gewenst, in aanvullingen op de begroting 2023 - 2026 aan de raad worden aangeboden op initiatief van ons als college dan wel als een uitwerking op een verzoek door u als raad.

De gevolgen van de verschillende crises en onzekerheden komen onder andere tot uitdrukking in de beschikbaarheid en het beprijzen van voedsel, energie, rente, goederen en diensten en raakt de inwoners, bedrijven, verenigingen en andere (maatschappelijke) organisaties in de gemeente Noordoostpolder. Voor een volledig beeld ten behoeve van de begrotingsbehandeling treft u hieronder in cursieve tekst de maatregelen aan voor koopkracht die het Rijk totnogtoe heeft genomen en op Prinsjesdag 2022 bekend gemaakt heeft. De hoge inflatie en stijgende energiekosten ondermijnen de algehele koopkracht, met name van mensen met een laag- of middeninkomen. Het kabinet heeft maatregelen getroffen om mensen bij te staan bij de koopkrachtproblemen. Dit is onder andere geregeld met een pakket van € 17 miljard aan maatregelen, dat ingaat in 2023. Om welke maatregelen gaat het? Maatregelen ter verbetering van de koopkracht van alle huishoudens Een prijsplafond voor energie.  Er komt een tijdelijk prijsplafond voor gas en elektriciteit, waardoor huishoudens meer zekerheid over hun energierekening krijgen. 

De btw-verlaging uit 2022 wordt niet doorgezet, maar de verlaging van de accijns op benzine (22,46 cent per liter) en diesel (15,48 cent per liter) blijft bestaan.

Maatregelen verbetering koopkracht lage inkomens Minimumloon, AOW en uitkeringen sociaal minimum  Het minimumloon gaat per 1 januari 2023 met ruim 10% omhoog. Ook de gekoppelde uitkeringen (zoals de bijstand en de AOW) stijgen hierdoor. Het kabinet trekt in totaal ruim € 3,8 miljard uit voor het verhogen van het minimumloon. 

Gemeenten krijgen € 1,4 miljard om in 2023 opnieuw een energietoeslag van € 1.300 uit te keren aan huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Gemeenten kunnen al in 2022 € 500 euro van de energietoeslag voor 2023 uitkeren.

Huurwoningen  De huurtoeslag gaat in 2023 met circa € 17 per maand omhoog.  De huren van sociale huurwoningen gaan omlaag met gemiddeld € 57 per maand voor huishoudens met een inkomen tot 120% van het sociaal minimum. Zorgtoeslag  De zorgtoeslag gaat in 2023 omhoog met circa € 35 per maand naar € 154 per maand. Omdat de zorgtoeslag hoger wordt en het afbouwpercentage hetzelfde blijft, zijn er in 2023 meer huishoudens die recht hebben op zorgtoeslag.

4

Kindgebonden budget  Het kabinet verhoogt het kindgebonden budget in 2023 aanzienlijk. Het maximale bedrag dat ouders ontvangen voor het eerste kind, tweede kind en het extra bedrag voor alleenstaande ouders worden in 2023 verhoogd met € 356 per jaar. Het maximale bedrag dat ouders ontvangen vanaf het derde kind wordt verhoogd met € 468 per jaar. Deze verhoging wordt in de opvolgende jaren geleidelijk afgebouwd, maar ook op lange termijn blijft het ten opzichte van 2022 een verhoging. Extra geld bijzondere bijstand en kinderarmoede  Gemeenten krijgen € 125 miljoen extra voor sociaal minimabeleid om mensen te helpen die acuut in de problemen komen. Gemeenten krijgen ook aanvullende middelen om meer huishoudens schuldhulpverlening aan te kunnen bieden. Het kabinet maakt ook extra geld vrij voor landelijke instellingen die zich inzetten om kinderarmoede terug te dringen, zoals het Jeugdeducatiefonds en Voedselbanken Nederland. Deze bedragen maakt het kabinet later bekend. Basisbeurs uitwonende mbo- en ho-studenten  Om de koopkracht van studenten te herstellen, trekt het kabinet eenmalig € 500 miljoen uit in 2023. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) verhoogt met dit geld de basisbeurs van uitwonende studenten. Zij krijgen € 165 per maand boven op de basisbeurs die zij vanaf het studiejaar 2023/2024 ontvangen.

De verhoging geldt voor mbo-, hbo- en universitaire studenten die recht hebben op studiefinanciering. Maatregelen verbetering koopkracht werkenden Minimumloon  Het minimumloon gaat met ruim 10% omhoog. De verwachting is dat dit ook leidt tot hogere lonen in loonschalen vlak boven het minimumloon (tot zo’n 130% van het minimumloon). Inkomstenbelasting  Wie werkt, gaat minder inkomstenbelasting betalen. Daardoor houden werkenden meer over van hun brutoloon en wordt werken lonender. Hier wordt € 1,2 miljard voor vrijgemaakt. Dit komt boven op de lastenverlichting van € 2,4 miljard. Van dit bedrag gaat € 500 miljoen naar verhoging van de arbeidskorting. Er gaat € 700 miljoen naar verlaging van het tarief in de 1e schijf.

Het goede nieuws: uw eerste eigen meerjarenprogrammabegroting In tijden waarin het negatieve nieuws lijkt te overheersen, is het ook goed om positieve ontwikkelingen te melden. Het positieve nieuws is nu dat wij als college u als raad een begroting voorleggen met daarin de visie en doelen die wij gezamenlijk willen bereiken voor onze inwoners en bedrijven. Daar waar dat kan of moet, doen we dat met participatie van onze inwoners en bedrijven. Als college geven wij u vanaf de behandeling van de perspectiefnota 2023 – 2026 in uw raadsvergadering van 4 juli inzicht in het proces van het opstellen van deze begroting aan de hand van de volgende acht stappen: 1. chronologisch verloop van de perspectiefnota 2023 – 2026 + het raadsmemo op de Perspectiefnota 2023-2026 naar begrotingsresultaten; 2. p.m.-posten uit het Coalitieakkoord 2022 – 2026; 3. recente interne en externe ontwikkelingen; 4. raadsvoorstellen voor de Campus, het Zwembad en het Mobiliteitsplan; 5. inflatie; 6. verduurzamen gemeentelijke gebouwen; 7. tarieven(beleid), inclusief afvalstoffenheffing; 8. vooruitblik op de perspectiefnota 2024 – 2027 en de begroting 2024 – 2027.

5

Chronologisch verloop van de perspectiefnota 2023 – 2026 + het raadsmemo op de Perspectiefnota 2023-2026 naar de begrotingsresultaten De begrotingsuitkomsten zijn in de volgende twee tabellen gesplitst weergegeven naar structureel en incidenteel. Eerst de tabel met daarin het verloop naar de begrotingsuitkomsten voor het structurele deel van de begroting (de exploitatie) en daarna de ontwikkeling van de vrije ruimte van de reserve Beleidsplan. Ad 1.

Begrotingsresultaten structureel (exploitatie) Omschrijving 2023 Perspectiefnota 2023 – 2026 € 118.000 vóór verwerking meicirculaire Perspectiefnota 2023 - 2026 na € 1.117.000 meicirculaire in de aanvullende raadsmemo Meerjarenprogrammabegroting € 1.205.388 2023 – 2026 na actualisering en septembercirculaire Kasschuif € 50.000 Stelpost voor inflatiecorrectie € 1.000.000 Meerjarenprogrammabegroting € 155.388 2023 – 2026 na kasschuif

€

2024 3.000

€

2025 46.000

€

2026 612.000

€ 1.117.000

€ 1.117.000

€ 1.117.000

€ 1.864.703

€

€

€ 700.000 € 1.000.000 € 164.703

€ 500.000 € 1.000.000 € 140.566

640.566

937.045

€ 250.000 € 1.000.000 € 187.045

Vanwege het grillige verloop van de begrotingsresultaten in de twee tussenjaren is de kasschuif toegepast, op een manier die leidt tot gelijkmatige structurele exploitatiebegrotingsresultaten.

Ontwikkeling vrije ruimte reserve beleidsplan (financiële positie) Omschrijving 2023 2024 Startpositie perspectiefnota € 12.722.000 € 13.707.000 2023 – 2026 vóór meicirculaire Stand na verwerking memo op € 15.947.000 € 21.537.000 de perspectiefnota 2023 – 2026 (incl. meicirculaire) Kasschuif € 50.000 € 700.000 Toevoegingen en stortingen € 3.588.094 € 10.258.026 Vrije ruimte reserve € 19.585.094 € 11.978.974 beleidsplan

2025 € 15.002.000

2026 € 15.002.000

€ 29.238.000

€ 28.728.000

€ 500.000 € 3.746.080 € 24.991.920

€ 250.000 € 6.438.527 € 22.039.473

Incidentele versus structurele middelen en gezonde financiën Het Rijk zet de lijn door om gemeenten minder structurele algemene middelen te geven en meer incidentele middelen. Gemeenten hadden de minister juist gevraagd om meer structurele middelen om daarmee beleid te kunnen maken en dat uit te voeren en dus voor dienstverlening aan inwoners en bedrijven en het instandhouden van een goed voorzieningenniveau. Gemeente Noordoostpolder verwerkt en rubriceert die incidentele en structurele delen van de algemene uitkering, waarover zekerheid gegeven is door het Rijk, waardoor nu geen sprake is van een miljoenentekort en dito bezuinigingsopgave voor gemeente Noordoostpolder. Het Rijk heeft de eerdere componenten van de compensatiemiddelen Jeugd, accressen en de opschalingskorting voor een aanzienlijk deel incidenteel gehouden, evenals de extra € 1 miljard voor gemeenten voor het jaar 2026. Het Rijk gaat zelfs verder door de algemene uitkering voor het structurele deel voor het jaar 2027, dat buiten de scope van de meerjarenprogrammabegroting valt, verder te verlagen. Ten opzichte van de meicirculaire heeft het Rijk gemeenten verder bedeeld met extra incidentele middelen in de algemene uitkering.

Ook met de voorliggende begroting is het gemeente Noordoostpolder gelukt het voorzieningenniveau in stand te houden en invulling te geven aan nieuwe en reeds eerder vastgestelde bestaande ambities. De begroting kent een structureel duurzaam evenwicht en een goede financiële positie (de verhouding reserves versus schulden). Baten in de begroting worden opgenomen waarover we

6

zekerheid hebben. In bestuurlijke lijn met de perspectiefnota is de keuze voor nieuw incidenteel en structureel beleid en de middelen die daaraan verbonden (kunnen) worden, aan u als raad. Het is zaak om de incidentele middelen van de algemene uitkering zo in te zetten dat deze enerzijds de ambities en doelen van deze gemeenteraad dienen en anderzijds niet conflicteren met de scheiding die gehanteerd moet worden tussen incidentele en structurele lasten die hieraan gerelateerd zijn. Ad 2. PM-posten uit het Coalitieakkoord 2022 – 2026 Conform de opzet van de financiële vertaling van het Coalitieakkoord volgt hieronder de uitwerkingen van de PM-posten uit het Coalitieakkoord gesplitst in structureel en incidenteel. Structureel Mobiliteit en bereikbaarheid Verhogen regulier budget onderhoud wegen De beoordeling van de benodigde budgetten voor wegen wordt in het nieuwe mobiliteitsplan meegenomen. Het mobiliteitsplan wordt begin 2023 aan de gemeenteraad aangeboden. Een aantrekkelijk onderwijsaanbod Nieuwe basisschool in Emmelhage Bij de verdere uitbreiding van de wijk Emmelhage worden in de planvorming de wenselijkheid, behoefte en mogelijkheid van een nieuwe basisschool meegenomen. In de begroting is vanaf 2025 rekening gehouden met een kapitaallast voor een investering van € 6 miljoen.

Dit bedrag staat in de begroting opgenomen met een zacht oormerk, wat betekent dat de middelen weliswaar opgenomen, maar niet beschikbaar zijn, omdat er eerst een raadsvoorstel moet worden gemaakt en aangeboden aan de raad. Scholen in een gezonde leefomgeving Voor de ontwikkeling van een gezonde leefomgeving van scholen wordt viermaal € 50.000 beschikbaar gesteld. De realisatie wordt zoveel mogelijk in samenhang gezien met de uitvoering van de projecten in Voorzien in Vastgoed (ViV). In het Coalitieakkoord was uitgegaan van een structureel middelenbeslag, maar in combinatie met ViV lijkt een incidentele beschikbaarstelling van € 200.000 toereikend om het doel van ‘scholen in een gezonde leefomgeving’ te realiseren. Incidenteel Een bruisend Noordoostpolder Op een vaste plek De uitkomsten van de behoeften, wensen en mogelijkheden voor het realiseren van het verhaal van de polder op een vaste plek wordt uitgewerkt voor een Werelderfgoedcentrum en het Cultuurbedrijf. In de perspectiefnota 2024 – 2027 zullen de resultaten opgenomen worden van de eerste toets van de prébusinesscase. Bij de verzelfstandiging van het Cultuurbedrijf is afgesproken dat er op termijn gekeken zal worden naar herhuisvesting, waarbij alle functies, behalve museum Schokland, op één locatie gerealiseerd worden.

Deze raadsperiode zijn zowel voor het theater als Muzisch Centrum grote ingrepen onvermijdelijk en is het belangrijk om in 2023 een besluit te nemen over het al dan niet herhuisvesten van het Cultuurbedrijf. Door de Coronacrisis heeft de voorbereiding voor een besluit hierover vertraging opgelopen. Bovendien heeft de raad aangegeven dat het niet wenselijk is alle grote projecten uit ViV in dezelfde fases uit te voeren. De eerdere berekeningen voor de kosten van de verschillende varianten zullen worden geactualiseerd naar het huidige prijspeil. Meedoen in de samenleving Zoeken naar oplossingen voor de armoedeval Armoede uit zich onder meer in (zeer) beperkte financiële middelen, sociale uitsluiting, gezondheidsproblematiek en beperkte toegang tot onderwijs. De Verenigde Naties omschrijven armoede als “het niet kunnen voorzien in de eerste levensbehoeften”. Door de prijzen van energie en opgelopen inflatie worden steeds meer mensen door armoede getroffen. Ook zal worden gekeken naar sociale armoede, wat betekent dat inwoners niet mee kunnen doen aan het normale maatschappelijk leven, omdat er geen geld is voor een sportclub of vereniging, voor schoolactiviteiten

7

of een uitstapje van de seniorenvereniging of bijvoorbeeld voor toegang tot internet. Bij het zoeken naar oplossingen wordt aangesloten bij het bestaande beleid, zoals bijvoorbeeld de bijzondere bijstand. Zie voor verdere toelichting op blz 82, onder 1.13 ‘We onderzoeken oplossingen die de armoedeval binnen gemeentelijke regelingen verkleinen’. Ad 3.

Recente interne en externe ontwikkelingen

Uitgewerkt beleid met incidentele middelenvraag Tussen de perspectiefnota die de raad in zijn vergadering van 4 juli 2022 heeft behandeld en het opstellen van deze begroting heeft het college diverse punten van ingezet beleid uitgewerkt inclusief de bijbehorende middelen. In alle gevallen gaat het om incidenteel benodigd budget. Het gaat om de volgende acht punten die zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Omschrijving 1. Biodiversiteit. Door verstening, traditionele landbouw en klimaatverandering sterven soorten uit en raakt het evenwicht tussen soorten verstoord. Op verschillende politieke en bestuurlijke niveaus zijn daarom intenties uitgesproken en maatregelen gekozen om de biodiversiteit te behouden en versterken. De intentie was ook daarna verder te gaan. 2. Mogelijkheid voortzetten Leaderprojecten. * Het gaat om projecten van uit de samenleving die de leefbaarheid versterken. 3. Leefbaarheid en wonen*. Zowel vanuit Flevoland als de Regio Zwolle komt de vraag om bij te dragen aan het opheffen van het woningentekort. Verder heeft Noordoostpolder een woningbouwopgave om in de ‘eigen’ behoefte te voorzien. 4. Tijdelijke inhuur voor Wet Open Overheid. 5. Omgevingswet. Om de Omgevingswet uit te voeren conform de leidende principes. 6. Tijdelijke externe inhuur voor duurzaamheid 7.

Tijdelijke externe inhuur voor BOA’s en tegen ondermijning om de doelstellingen te bereiken van het beleidsplan Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. 8. Lobby Lelylijn*. De provincie heeft een extern bureau gevraagd te helpen met het opzetten van een projectorganisatie met Noord-Nederland voor de Lelylijn. 9. Crisisfonds maatschappelijke instellingen Het college stelt voor een noodfonds armoedeval/armoedebeleid in te stellen voor instellingen met een maatschappelijke impact. U kunt hierbij denken aan buurthuizen, sportverenigingen, MFA’s en MFC’s. Hoewel het beleid nog moet worden ontwikkeld en vastgesteld, stelt gemeente Noordoostpolder een noodfonds in ter grootte van € 500.000.

2023 € 62.500

2024 € 25.000

2025 € 25.000

€

€ 50.000

€ 100.000

€ 250.000

€ 250.000

€ 300.000

€ 300.000

€ 300.000

€ 300.000

€ 42.000 € 22.500

€ € 22.500

€ € 150.000

€ € 150.000

€ 70.000 € 75.000

€ 80.000 € 75.000

€ €

€ €

€ 200.000

€ 200.000

€ 200.000

€ 200.000

€ 500.000

€

€

€

-

-

-

2026 -

-

-

* Voordat de middelen voor deze drie doelen aangewend mogen worden, krijgt de raad een separaat raadsvoorstel aangeboden.

8

Nog niet uitgewerkt beleid en (nog) geen middelenvraag Borgen continuïteit organisatie. Om een organisatie goed te laten (blijven) functioneren, heeft deze medewerkers. Nu en ook in de toekomst. De arbeidsmarkt wordt door de overheid gekwalificeerd als zeer krap en de krapte is zichtbaar in alle regio’s en vrijwel alle beroepsgroepen, terwijl de werkdruk toeneemt. In steeds meer bedrijven en organisaties komt de bedrijfsuitoefening in het geding. De gemeentelijke organisatie zal de komende tijd verstevigd moeten worden om te borgen dat de wettelijke en autonome taken uitgevoerd kunnen (blijven) worden. Op deze wijze kan ook het dienstverlenings- en voorzieningenniveau voor de inwoners en bedrijven op een aanvaardbaar peil blijven. De arbeidsvoorwaarden zullen in relatie tot andere (semi)overheden en de private markt reëel moeten zijn om én medewerkers te behouden én nieuwe medewerkers aan te trekken. Verder zal geïnvesteerd moeten worden in werving en opleiding van nieuw personeel. Een gevolg van de krapte op de arbeidsmarkt in samenhang met de groeiende hoeveelheid taken die een gemeente moet uitvoeren en de eigen ambities, is dat het aandeel ingehuurde medewerkers van externe bureaus ongeveer verdubbeld is, zonder dat daar budget voor is.

De middelen voor externe inhuur ontstaan door de vacatureruimte en door specifiek beschikbaargestelde middelen door de raad, bijvoorbeeld voor projecten en (incidentele) taken die het Rijk opdraagt. Voorbeelden zijn de werkzaamheden in verband met Corona, de vluchtelingen uit de Oekraïne, toeslagenaffaire en tegemoetkoming energietoeslag. Inhuur van externen kost anderhalf à tweemaal het budget van een medewerker in loondienst bij de gemeente. Het effect is dat dit ten koste gaat van de producten en diensten/dienstverlening, zowel direct, als indirect. Verder brengt inhuur met zich mee dat de eigen medewerkers zwaarder worden belast, doordat deze naast hun eigen werk een deel van de werkzaamheden in verband met de vacature moeten overnemen en omdat een externe medewerker ingewerkt en begeleid moet worden. Het college volgt de ontwikkelingen en de hiermee gepaard gaande risico’s voor de continuïteit van de bedrijfsuitoefening nauwlettend. Het college informeert de raad of doet -indien nodig- voorstellen om de continuïteit te kunnen blijven borgen. Kader- en verantwoordingsmomenten hiervoor zijn de clusterkwartaalbegrotingswijzigingen 2023, de perspectiefnota 2024 – 2027 en de begroting 2024 - 2027. Ad 4.

Raadsvoorstellen voor de Campus, het Zwembad en het Mobiliteitsplan De voorstellen voor aanvullende kredieten voor de nieuwbouw van een Campus, de renovatie van het zwembad Bosbad en het Mobiliteitsplan zijn tijd- en agendavolgordelijk zodanig geagendeerd dat de effecten (van de voorgestelde) besluitvorming van de raad niet primitief in deze meerjarenprogrammabegroting opgenomen kunnen worden. Immers, u als raad heeft over deze drie majeure investeringen nog geen besluit genomen. Om ervoor te zorgen dat wanneer u als raad op deze drie majeure investeringen besluiten neemt in de raadsvergadering(en) waarin u deze behandelt, dient alsdan in de exploitatiebegroting en de financiële positie ook de mogelijkheid te bestaan uw besluiten te verwerken. U als raad dient nog besluiten te nemen over de majeure investeringsvoorstellen. Voor de integrale afweging hebben wij deze financiële gevolgen als ‘zachte oormerken’ verwerkt in de exploitatie en de balans. Hierdoor overziet u de financiële gevolgen van uw besluiten. De definitie van een ‘zacht oormerk’ is een genummerd budgetof investeringsbedrag in de exploitatie of balans van een begroting, die een raadsmarkering en een hulpmiddel vormt om bij toekomstige besluitvorming de herkomst en plaats van deze middelen te kunnen vaststellen.

Door bedragen te ‘oormerken’ mogen ze nergens anders voor worden gebruikt dan voor het beoogde doel, tot dat de raad anders besluit.

Op 25 mei 2020 heeft u een besluit genomen om voor de renovatie/ verbouw Bosbad een budget van € 14.152.160 inclusief btw beschikbaar te stellen. Door kostenontwikkelingen is een aanvullend raadsbesluit nodig om de renovatie te kunnen realiseren. Het geactualiseerde bruto investeringsbedrag dat benodigd is, bedraagt € 20.972.095. Het verschil ad € 6.819.935 kan worden gedekt uit het naar voren halen van budget uit het onderhoudsprogramma voor € 939.741, door een

9

extra aanvraag in te dienen bij het Rijk voor een Specifieke Uitkering Sport (SPUK) van € 440.822 en door het restant van € 5.439.372 te onttrekken aan de reserve Beleidsplan. Hieronder volgt een technische beschrijving hiervan in de programmabegroting. In de afzonderlijke raadsvoorstel(len) die u hiertoe voorgelegd worden, wordt een nadere toelichting gegeven op de technische verwerking van dit majeure project. Omdat dit een technische toelichting betreft, is verklarende tekst hieronder in grijsgearceerde cursieve tekst weergegeven. Voor de nieuwe VO-Campus is op basis van het schetsontwerp en het huidig prijspeil een nieuwe investeringsraming opgesteld. In totaal is voor het uitvoeren van de door u gekozen variant van de VO-Campus, een investering nodig van € 49.258.957. In het oorspronkelijke voorstel van de raadsvergadering van 07 juni 2021 was gerekend op een investering van € 36.000.000. Dit geeft verwachte meerkosten ten bedrage van € 13.258.957. Bij de aanvraag van het aanvullende investeringskrediet wordt aan de raad voorgesteld de kapitaallasten van het extra gevraagde budget van € 13.258.957 te dekken uit de exploitatiebegroting van Voorzien in Vastgoed (ViV).

Hiervoor is een structureel budget van € 40.000 nodig vanaf het begrotingsjaar 2026, waarmee tevens de totale investering van de VO-Campus in de exploitatie opgenomen wordt en de dekking vanuit de reserve Beleidsplan vervalt. Deze reorganisatie van zowel de budgettering, het investeringskrediet als de dekking van de lasten hiervan is een gevolg van herbeoordeling en aanpassing van de afschrijvingstermijnen voor VO-campus voor het gebouw en de terreinen rond de Campus. Verder is de toe te rekenen projectrente gesteld op 0% (was 1%) als gevolg van fasering van de investering en de daardoor gewijzigde vereiste toepassing van de verslaglegging- en verslaggevingvoorschriften hiertoe (BBV). De afschrijvingsreserve VO-campus heeft, op basis van oorspronkelijke besluit VO-Campus, een omvang van € 5,7 miljoen. Hiervan blijft € 1.489.510 benodigd uit deze reservering binnen de reserve Beleidsplan voor de inpassing van de VO- campus in het bestaande gebouw. De resterende gereserveerde € 4.210.490 valt vrij ten gunste van de reserve Beleidsplan. Het mobiliteitsplan, zoals deze begin 2023 aan u voorgelegd zal worden, omvat een totaal investeringsbedrag van € 6,2 miljoen, welke gedekt wordt uit de reserve Beleidsplan. Ad 5. Inflatie Een aanzienlijk deel van de exploitatiebegroting is voor de inflatiecorrectie begroot en gedekt.

Dat betekent dat er ook een deel niet of nog onvoldoende begroot en gedekt is. Voor een goed en volledig inzicht worden eerst de verschillen tussen de inflatiecorrectie weergegeven zoals deze bij de begrotingsrichtlijnen zijn opgenomen in de perspectiefnota en de door het Rijk bijgestelde correcties voor inflatiepercentages in de septembercirculaire. Omschrijving

Perspectiefnota

Septembercirculaire

Materiële uitgaven.

3,0%

4,9%

Subsidies, gemeenschappelijke regelingen en dergelijke, tenzij deze rechtstreeks gekoppeld zijn aan (bepaalde) personeelskosten of onder budgetfinanciering vallen, exclusief zogenoemde waarderingssubsidies. Salariskosten en afgeleiden. Subsidies grote gesubsidieerde Instellingen: gewogen gemiddelde van de inflatiecorrectie materiële budgetten en salarisontwikkelingen.

3,0%

3,0%

3,6% 3,45%

3,3% 3,7%

Opgenomen in de begroting 3,0% en waar mogelijk reëel begroot. 3,0% en waar verplicht, reëel begroot.

3,6% 3,45% en waar mogelijk reëel begroot.

10

Voor de salariskosten lijkt de naar 3,3% neerwaarts bijgestelde inflatiecorrectie die het Rijk in de septembercirculaire hanteert voor de salarissen aan de behoudende kant. Op dit moment is in de begroting gerekend met 3,6%, een percentage dat uit de meicirculaire komt en vanwege de late verschijning van de septembercirculaire niet meer aan te passen was. Afgezet tegen de marktontwikkelingen lijkt een hoger percentage voor inflatiecorrectie van salarissen niet ondenkbaar. Elke procent meer stijging dan 3,6% van de salarissen betekent een lastenverhogend effect van circa € 300.000. Omdat het Rijk zelf gaat over de salariskostenontwikkeling kan niet worden uitgesloten dat het Rijk bij een hoger percentage geheel of gedeeltelijk de algemene uitkering aanpast voor 2023 en verder. Het Rijk kan ook alleen voor 2024 en verder een correctie doorvoeren, waardoor het effect voor 2023 incidenteel wordt. Tot nadere berichtgeving van het Rijk besluit het college vast te houden aan de 3,6% inflatiecorrectie uit de meicirculaire zoals die in deze begroting verwerkt is. Het verschil voor de inflatiecorrectie tussen de mei- en septembercirculaire van 3,0% naar 4,9% kon niet meer bij de budgetten zelf verwerkt worden. Dit in verband met de oplevertermijn en tevens omwille van de onzekerheid over welke budgetten het gaat en met welk percentage inflatie toegepast zou moeten worden.

Voor ongeveer € 20 miljoen materiële uitgaven is de inflatiecorrectie onvoldoende doorgevoerd, zonder dat bekend is voor welke budgetten welk percentage toegepast moet worden als inflatiecorrectie omdat dit eerst aan het eind van 2022 en in 2023 bekend wordt via de aanpassingen van de prijzen op de markt door de leveranciers en aannemers. De verschillen in de prijsstijgingen fluctueren per kostensoort. De prijsstijgingen voor energie, wegenonderhoud, groen en bouw lopen sterker op dan de opgenomen inflatiecorrectie. Een aanpassing van de inflatiecorrectie voor grote gesubsidieerde instellingen van 3,45% naar 3,7% is niet in de begroting begrepen. Deze aanpassing kon niet meer als zodanig worden verwerkt. Overwogen kan worden in hoeverre deze bijstelling uit de stelpost inflatiecorrectie gedekt kan worden, wat alsdan een wijziging op de primitieve begroting is die of onderdeel uitmaakt van de primitieve begroting of terugkomt in een apart voorstel in de decemberraad als een wijziging op de begroting. Voor het begroten zijn voor de inflatiecorrectie de uitgangspunten gehanteerd zoals deze in de begrotingsrichtlijnen zijn opgenomen van de perspectiefnota 2023 – 2026. Om de inflatiekosten boven het gehanteerde correctieniveau op te kunnen vangen voor de salarissen, materiele uitgaven en subsidies is een stelpostinflatiecorrectie in de exploitatie opgenomen van € 1 miljoen.

De stelpost is een budget van de raad. Voor het geval het Rijk voor 2023 niet met een tegemoetkoming richting gemeenten komt door de algemene uitkering te verhogen, wordt een zacht oormerk aangebracht in de reserve Beleidsplan van € 1 miljoen. Bij de clusterkwartaalbegrotingswijzigingen zal het college onderbouwd aanvragen doen om gebruik te mogen maken van de stelpost in de exploitatie die opgenomen is in het budget Onvoorzien en voor middelen uit het zachte oormerk in de reserve Beleidsplan. N.B.: voor het kunnen plaatsen van beschikbaarheid van informatie van het Rijk uit de mei- en septembercirculaire en het proces naar de relevante producten naar de raad, wordt een korte planning weergegeven. De meicirculaire werd gepubliceerd op 31 mei en de gegevens die de gemeente moet ontvangen om alles te kunnen verwerken, werden aan het einde van die week ontvangen. De laatste collegevergadering voor de perspectiefnota was gepland voor 17 mei, evenals het aanleveren van de stukken bij de griffie. Om de raad maximaal actueel te informeren is een memo nagezonden met effecten van de meicirculaire en hoe het vervolgproces voor de begroting er uit zou zien. De septembercirculaire werd op 20 september 2022 gepubliceerd en de gegevens om de mutaties voor Noordoostpolder te berekenen in de nacht van 23 op 24 september. In de nacht van 26 op 27 september kwam er een aanvullend bericht.

De laatste collegevergadering van de begroting 2023 – 2026 was gepland voor 4 oktober, evenals dat dit de aanleverdatum was voor naar de griffie. Na het kunnen verwerken van de gegevens uit de septembercirculaire heeft het college de complete vertaling van de septembercirculaire in de begroting willen hebben opgenomen, waarna nog een

11

integrale herbeoordeling van alle ambities, plannen en ontwikkelingen volgde. Dat is gelukt en het college is er content mee deze eerste meerjarenprogrammabegroting in deze vorm aan de raad aan te kunnen bieden.

Ad 6. Verduurzamen gemeentelijke gebouwen In de organisatie worden verduurzamingsmogelijkheden voor gemeentelijke gebouwen onderzocht, waarbij bezien wordt wat de mogelijkheden zijn die passen binnen de bestaande budgetten en kredieten van de meerjarenprogrammabegroting. Het uitgangspunt is dat er een verschuiving van kostensoorten plaatsvindt van energiekosten naar investerings- en onderhoudskosten. De investeringen in verduurzaming die passen binnen de begroting als gevolg van verschuiving tussen kostensoorten kunnen een bevoegdheid zijn van het college. Voorwaarde is dat de raad het college hiertoe delegeert bij het aanbieden van deze begroting. Bij de clusterkwartaalbegrotingswijzigingen zullen de interne herallocaties (verschuiving van budgetten) van de investerings- en energiekosten (lasten) aan de raad worden verantwoord en ter vaststelling aangeboden voor een begrotingswijziging. In het geval de som van de investering in verduurzaming en de onderhoudslasten hiervan niet gedekt kunnen worden door lagere energielasten, zal vooraf aan de gemeenteraad een investeringsvoorstel worden voorgelegd.

Ad 7. Tarieven(beleid), inclusief afvalstoffenheffing Het college biedt de raad de begroting aan met verwerking van de tarieven op basis van kostendekkendheid voor de rioolrechten, afvalstoffenheffing, begraafrechten en leges. Voor de OZB wordt de norm aangehouden die het Rijk meegeeft in de septembercirculaire van 3,3%, waar in de perspectiefnota bij de begrotingsuitgangspunten nog werd uitgegaan van 3%. De tarieven voor de OZB worden aangepast aan de gemiddelde waardeontwikkeling van de verschillende categorieën objecten, zodat als gevolg van de waardeontwikkeling gemiddeld geen effect uitgaat voor de hoogte van de OZB-aanslag en wordt geneutraliseerd. Het tarief afvalstoffenheffing is nog niet kostendekkend omdat voor de jaren 2022 en 2023 een ingroeikorting van de afvalinzamelaar en -verwerker van toepassing is als gevolg van een nieuwe dienstverleningsovereenkomst die substantieel meer kost dan de overeenkomst die tot 2022 gold. Voor 2023 stijgt de afvalstoffenheffing voor de meerpersoonshuishoudens met 12,6%. Het tarief voor een meerpersoonshuishouden komt op gemiddeld € 368,77 (was € 327,52). De afvalstoffenheffing voor de éénpersoonshuishouden stijgt met 12,6% tot gemiddeld € 313,44 (was € 278,47). Hierbij is geen rekening gehouden met de eenmalige korting van € 19,04 per huishouden die de raad voor 2022 heeft vastgesteld.

Indien hiermee wel rekening wordt gehouden dan stijgen de tarieven met circa 20%. Het uitgangspunt is om de tarieven van de rioolheffing voor 2023 gelijk te houden aan de tarieven van 2022 (watertakenplan en kostendekkingsplan). Het tarief voor een huishouden voor 2023 bedraagt € 174, hetzelfde tarief als voor 2022. De tarieven voor de leges zijn trendmatig verhoogd met gemiddeld 3%. De Eerste Kamer debatteerde op 1 november 2022 over de Omgevingswet. Bij instemming van de eerste Kamer, morgen, 15 november, treedt de Omgevingswet met ingang van 1 januari 2023 in werking. Ten tijde van de voorbereiding van de belastingverordeningen 2023, waaronder de Legesverordening 2023 en het schrijven van deze aanbiedingsbrief, is er nog geen besluit genomen over de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor het belastingjaar 2023 biedt het college u daarom twee versies aan van de Legesverordening 2023: een versie waarbij wordt uitgegaan dat de Omgevingswet met ingang van 1 januari 2023 inwerking treedt en een versie indien de Omgevingswet niet vastgesteld is door de Eerste Kamer. Ad 8. Vooruitblik op de perspectiefnota 2024 – 2027 en de begroting 2024 – 2027 Voor diverse onderwerpen geldt dat deze niet in deze begroting aan de orde komen maar een plek kunnen krijgen in de integrale afweging bij de perspectiefnota 2024-2027.

Het gaat om de volgende onderwerpen:  Renovatie kunstgras(voetbal)velden (gedeeltelijk middelen beschikbaar gesteld in de vorm van regulier budget). De raad krijgt hiertoe een plan aangeboden.

12

     

Huisvesting cultuurbedrijf. Bij de verzelfstandiging van het Cultuurbedrijf is afgesproken dat er op termijn gekeken zal worden naar herhuisvesting waarbij alle functies, behalve museum Schokland, op een locatie gerealiseerd worden (voor circa € 7 miljoen vernieuwbouw kapitaallasten aanwezig in de begroting van het Cultuurbedrijf). Focus op Brede Welvaart. Verleggen van de focus van (economisch) beleid naar Brede Welvaart bij optie- en gronduitgiftebeleid (geen specifieke middelen voor opgenomen in de begroting). Verbinden, versterken toerisme en recreatie (geen specifieke middelen voor opgenomen in de begroting). Dienstverlening en digitalisering Wet Open Overheid (WOO) (gedeeltelijk middelen voor opgenomen in de begroting) Digitalisering. Ontwikkelingen op het gebied van ICT en digitalisering van invloed op de organisatie (gedeeltelijk middelen voor opgenomen in de begroting). Monitoring SD, WMO en GGD (geen specifieke middelen voor opgenomen in de begroting). Duurzaamheid. Duurzaamheid omvat verschillende thema’s die gaan over klimaatverandering en het voorkomen van aantasting van de leefomgeving. Het tegengaan van klimaatverandering door de besparing van CO2 (klimaatmitigatie) of het aanpassen aan de reeds ingezette klimaatverandering (klimaatadaptatie) Hierdoor raakt het bijna alle thema’s in de gemeente (gedeeltelijk middelen voor opgenomen in de begroting).

Vervanging wegen bij einde levensduur of herinrichting. De aangelegde infrastructuur moet op enig moment vervangen worden, wanneer een bepaalde levensduur bereikt is of wanneer de inrichting niet meer voldoet voor het hedendaagse gebruik (geen middelen voor opgenomen in de begroting).

Inzicht in de structurele begrotingspositie Het inzicht in de structurele begrotingspositie is voor uw raad een belangrijk aandachtspunt. In lijn met de adviezen van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en de provinciale toezichthouder presenteren wij hieronder het begrotingssaldo, zowel voor het begrotingsjaar als voor de meerjarenraming. bedragen x € 1.000

Meerjarenraming

Rekening Begroting Begroting

Meerjarenbegroting

2021

2022

2023

2024

2025

2026

Fysieke Leefomgeving

-11.800

-20.595

-21.033

-21.207

-21.116

-21.454

Sociale leefbaarheid

-11.203

-12.008

-12.566

-13.057

-13.556

-14.066

Economische ontwikkeling

-1.389

-1.406

-1.962

-1.397

-1.336

-1.296

Dienstverlening en besturen

-2.700

-3.218

-3.725

-3.545

-3.480

-3.423

Financiën

99.133

101.071

111.714

112.498

112.585

105.797

Sociaal Domein

-41.842

-45.078

-47.155

-45.809

-45.555

-45.264

1. Programma baten en lasten

30.200

18.765

25.274

27.484

27.542

20.294

Overhead, reserves en resultaat

-16.305

-16.345

-18.554

-18.004

-17.961

-17.865

2. Algemene baten en lasten

-16.305

-16.345

-18.554

-18.004

-17.961

-17.865

Mutatie reserves

-6.362

-764

-6.564

-9.315

-9.440

-2.242

3. Mutatie reserves

-6.362

-764

-6.564

-9.315

-9.440

-2.242

Resultaat na bestemming

7.533

1.656

155

165

141

187

13

Slot Dit is de eerste meerjarenprogrammabegroting die dit college voorbereid heeft. Wij bieden u deze meerjarenprogrammabegroting 2023-2026 aan in de wetenschap dat er een aanvullende- en vervolguitwerking van ambities en plannen nodig is. Deze presenteren wij u door middel van separate raadsvoorstellen en door middel van de perspectiefnota 2024 – 2027. Voor nu hebben wij de overtuiging dat u als raad een begroting heeft ontvangen die transparant weergeeft wat u onze inwoners en bedrijven aan voorzieningen wilt bieden en hoe de lasten betaald worden.

Burgemeester en wethouders van Noordoostpolder, de secretaris, de burgemeester,

14

Samenstelling College

Het college van b&w vormt het dagelijks bestuur van de gemeente en handelt binnen de door de raad vastgestelde kaders. Het college telt 5 personen, de burgemeester en 4 wethouders. Het college vergadert elke dinsdagmorgen. De vergaderingen van het college zijn niet openbaar. Wat het college in die vergaderingen heeft besproken en besloten leest u in de openbare besluitenlijsten.

15

Burgemeester Roger de Groot

Portefeuille: 

Algemene, ambtelijke en bestuurlijke aangelegenheden

Openbare orde en veiligheid

AZC

UNESCO siteholderschap

Public affairs & (Inter)regionale betrekkingen (waaronder lobby Lelylijn, N50)

Gebiedsmarketing

Overheidsparticipatie

IGW

Project Dienstverlening

16

Wethouder Toon van Steen

Portefeuille: 

Bouwen en wonen

Ruimtelijke Ordening

Vernieuwing wijken en dorpen

Grondbeleid & grondexploitaties

Stadshart Emmeloord

Programma Omgevingswet

Project Dokter Jansenpark

Kunst, Cultuur en Erfgoed (inclusief cultuurhuisvesting en Werelderfgoed Schokland)

Dorpen: Marknesse, Kraggenburg, Luttelgeest

17

Wethouder Sacha Werkman

Portefeuille: 

Financiën

WMO en volksgezondheid

Toegang sociaal domein

Welzijn

Toezicht & handhaving

Voorzien in Vastgoed

Project Zorgplein

Wijken Emmeloord

18

Wethouder Linda Verduin

Portefeuille: 

Economie en bedrijvigheid

Markten

Recreatie en toerisme

Onderwijs

Participatiewet

Jeugdzorg

Taalbeleid

Project Waterloopbos/MITC/RDW

Project VO Campus

Project Grip op het sociaal domein

Dorpen: Bant, Creil, Rutten, Espel

19

Wethouder Thomas Gillissen

Portefeuille: 

Sport & bewegen

Energie, duurzaamheid, milieu en afval

Mobiliteit & infrastructuur

Beheer en onderhoud openbare ruimte

Armoedebeleid

Inburgering en minderhedenbeleid

Project Bosbad

Dorpen: Nagele, Ens, Tollebeek

20

Samenstelling Gemeenteraad De gemeenteraad wordt rechtstreeks gekozen door de inwoners. Daarmee vertegenwoordigen de 29 raadsleden de inwoners van Noordoostpolder. De gemeenteraad stelt de grote lijnen vast (kaders voor het beleid), neemt de beslissingen over de belangrijkste plannen voor Noordoostpolder en controleert of het college de maatregelen uitvoert zoals de gemeenteraad heeft besloten. De gemeenteraad wordt ondersteund door de raadsgriffie. De gemeenteraad vergadert doorgaans op een maandagavond 19.30 uur in het gemeentehuis. Deze vergaderingen zijn openbaar. Het vergaderrooster vindt u op de website https://raad.noordoostpolder.nl/ . De agenda's en de opnames van de vergaderingen kunt u daar ook downloaden, evenals de achterliggende voorstellen. Wilt u contact opnemen met één van de plaatselijke politieke partijen? Op de website van de gemeenteraad vindt u alle contactgegevens.

21

22

23

Programma's

24

Programma 1 – Fysieke Leefomgeving Programma omschrijving Dit programma gaat over de zorg voor de fysieke leefomgeving Programma doelstelling Een bruisende, veilige en duurzame leefomgeving

Portefeuillehouder Roger de Groot

Portefeuille Openbare orde en veiligheid IGW

Toon van Steen

Bouwen en Wonen Ruimtelijke Ordening Vernieuwing wijken en dorpen Grondbeleid & grondexploitaties Stadshart Emmeloord Programma omgevingswet Project Dokter Jansenpark

Sacha Werkman

Toezicht en handhaving Project Zorgplein

Thomas Gillissen

Energie, duurzaamheid, milieu en afval Mobiliteit & infrastructuur Beheer en onderhoud openbare ruimte

Wat zijn de belangrijkste trends en ontwikkelingen? Invoering van de Omgevingswet De Omgevingswet is een nieuwe wet voor de fysieke leefomgeving. Hij treedt naar verwachting op 1 januari 2023 in werking. De Omgevingswet vraagt een andere manier van werken van de gemeente: integraler, meer afwegingsruimte voor bestuur, flexibiliteit in de aanpak (maatwerk) en denken in mogelijkheden (ja mits gedachte). En ook: versnellen en vergemakkelijken van besluitvorming en uitgebreidere participatie. Invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is een nieuwe wet voor de toetsing van bouwwerken bij het verlenen van omgevingsvergunningen. Ook deze wet geldt naar verwachting vanaf 1 januari 2023. Met deze wet wordt de preventieve toetsing van een bouwwerk door de gemeente vervangen door een toetsing op de bouwplaats. Die toetsing gebeurt dan door een kwaliteitsborger (een onafhankelijke partij). De vergunningplicht voor bepaalde bouwwerken verandert daarbij in een meldingsplicht. Veranderende woningmarkt De huizenprijzen zijn de afgelopen periode sterk gestegen. Onzeker is of deze trend in de toekomst doorzet. Daarnaast signaleren makelaars landelijk, maar ook lokaal, een groeiende belangstelling voor woningen in dorpen en buiten de steden. Flexibel werken (deels thuis/deel kantoor) is steeds meer de norm.

Dicht bij het werk wonen verliest dan aan belang. Verder zien we huishoudensverdunning. Ook veranderen de woonwensen van mensen. Dit zorgt voor bewegingen op de woningmarkt.

25

Toenemende woningvraag Er is een groot landelijk woningtekort. Zowel vanuit Flevoland als vanuit de Regio Zwolle komt de vraag om extra woningen te bouwen in Noordoostpolder. Daarnaast hebben we een woningbouwopgave in Noordoostpolder zelf om in de ‘eigen’ behoefte te voorzien. Daarbij ligt het accent anders dan voorheen. Wonen is meer dan een huis, het gaat om leefbaarheid én wonen. Diverse thema’s zijn aan wonen verbonden, zoals een gezonde en fijne woonomgeving, goed economisch klimaat, sociale inclusie, wonen met zorg, bereikbaarheid (Lelylijn), etc. Het fysieke en sociale domein komen hier bijeen. Klimaatverandering Het klimaat verandert. Dit betekent in de toekomst: hogere temperaturen, een sneller stijgende zeespiegel, nattere winters, heftigere buien en kans op drogere zomers. De kansen op wateroverlast en gezondheidsproblemen door oververhitting, nemen dan toe. Ook heeft het gevolgen voor (het beheer van) de openbare ruimte. Lage grondwaterstanden tijdens droogte zorgen voor verzakking van onze buitenwegen. En extreme buien zorgen voor tijdelijke wateroverlast op straat, zoals afgelopen zomer ter hoogte van Europalaan-Zwin te Emmeloord en Turbine te Espel. Op hittedagen moest het openen en sluiten van ons beweegbare bruggen gegarandeerd blijven door het nat houden (koelen) van het brugdek. Ook bij onze asfaltwegen is gelet op een toenemende verhitting.

Bij een te grote toename treffen wij nu maatregelen door zout te strooien. Tot slot is bijvoorbeeld de opmars in noordelijke richting van de eikenprocessierups een teken van de klimaatverandering die wij de afgelopen jaren steeds meer zijn gaan merken. Energietransitie Een transitie naar duurzame energie is nodig om CO2 te besparen. Want het klimaat verandert en we willen minder afhankelijk zijn van fossiele bronnen. Samen met andere overheden, bedrijven en inwoners zetten we de schouders onder de omslag naar een meer fossielvrije samenleving. Bijvoorbeeld door de uitvoering van het klimaatakkoord en het Europese maatregelenpakket ‘Fit for 55’. Circulaire economie Het Rijk streeft naar een volledig circulaire economie in 2050, met als tussendoel 50% minder verbruik van primaire grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) in 2030. En onze provincie wil dat Flevoland in 2030 bekend staat als grondstoffenleverancier voor de circulaire economie. Om deze doelen te bereiken, komen er landelijke en provinciale transitieagenda’s met concrete programma’s op het gebied van biomassa & voedsel, kunststoffen, maakindustrie, bouw en consumptiegoederen. Meer aandacht voor biodiversiteit Er is steeds meer aandacht voor behoud en versterking van de biodiversiteit. Niet alleen in de Noordoostpolder, maar ook landelijk en wereldwijd.

Er liggen kansen om de natuur en de biodiversiteit te behouden en versterken. Bijvoorbeeld door meer variatie en meer verbindingen te maken in (openbaar) groen. Stikstofproblemen De discussie over het rijksbeleid voor de reductie van stikstof, is ook voor Noordoostpolder belangrijk. Het ingezette beleid heeft ook gevolgen voor de agrariërs in Noordoostpolder. Meer behoefte aan toezicht en handhaving in de openbare ruimte In onze veranderende samenleving stijgt de vraag naar toezicht en handhaving in de openbare ruimte. Denk aan afvaldumpingen, Mulderfeiten (o.a. parkeren van recreatievoertuigen) en jongerenoverlast. Daarom wordt steeds vaker een beroep gedaan op de buitengewone opsporingsambtenaren (boa’s). Hun plek in het veiligheidsbeleid, de samenwerking met de politie en hun eigen veiligheid, vragen daarbij serieuze aandacht. Landelijk wordt gewerkt aan het herijken van het beleid voor de boa’s. Digitale criminaliteit neemt toe We zien een toename van digitale criminaliteit en verwachten dat die trend zich doorzet.

26

Toepassing Wet Bibob wordt uitgebreid Met de invoering van de Omgevingswet, zal het toepassingsbereik van de wet Bibob (een wet die gemeenten helpt om criminele activiteiten uit te sluiten) worden uitgebreid. Gemeente Noordoostpolder hanteert de Wet Bibob als instrument bij de aanpak van ondermijning (het vermengen van onder- en bovenwereld). Taakdifferentiatie brandweer Europese wetgeving staat het huidige brandweerstelsel, gebaseerd op beroepskrachten en vrijwilligers, niet toe. Gelijk werk moet gelijk beloond worden. Dit betekent dat het brandweerstelsel anders ingericht moet worden. Vanaf volgend jaar zal duidelijk worden hoe dat eruit gaat zien en wat de impact is op de veiligheidsregio en onze gemeente, zowel organisatorisch als financieel.

Reguliere bedrijfsvoering Inzameling huishoudelijk afval Afval van bewoners wordt huis-aan-huis opgehaald. Daarnaast kunnen inwoners hun afval wegbrengen naar de milieustraat. De gemeente biedt deze voorzieningen aan. Dat is een wettelijke taak. Vanzelfsprekend werken wij ook in de komende jaren door aan het verminderen van restafval en aan het verbeteren van de afvalscheiding. Inrichting en beheer openbare ruimte Groenvoorzieningen, wegen, bruggen, waterpartijen, bossen, riolering en alles wat daarbij hoort (straatverlichting, verkeersborden etc.) zijn onderdelen van de openbare ruimte. De gemeente legt die voorzieningen aan en onderhoudt ze. Maatregelen treffen om het verkeer vlot en veilig te houden Samen met andere partijen maken we verkeersdeelnemers bewust van veiligheid in het verkeer. Bijvoorbeeld door verkeersexamens voor scholieren met Veilig Verkeer Nederland en overleg met de ouderenbonden. Regisseren veiligheidsbeleid Als gemeente regisseren we het veiligheidsbeleid. We werken daarbij nauw samen met partners op het gebied van veiligheid en zorg. Dat doen we lokaal maar ook in regionaal verband zoals in het Zorg en Veiligheidshuis, de Veiligheidsregio en met het RIEC. Met onze eigen boa’s en gebiedsregisseurs hebben we “ogen en oren” in de wijk. We kunnen daardoor snel (signalen van) overlast oppakken en aanpakken.

Dat doen we in nauwe samenwerking met de wijkagenten en jongerenwerkers. Doorlopend besteden we aandacht aan preventie, bijvoorbeeld door informatie te geven over woninginbraak of middelengebruik. Indien nodig zetten we het bestuurlijk instrumentarium in om overlast en/of criminaliteit aan te pakken. Crisisbeheersing Onder regie van de veiligheidsregio bevorderen we de fysieke veiligheid van onze inwoners. De veiligheidsregio zet met het ’Regionale beleidsplan 2021-2024’ de koers van de afgelopen jaren voort. Vergunningen verlenen, toezicht houden en handhaven openbare orde en veiligheid Wij verlenen vergunningen en houden toezicht op naleving van regels die de openbare orde en veiligheid beschermen, zoals de regels uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Het opstellen en actueel houden van (deel)omgevingsplannen In 2023 werken we voor het eerst met (deel)omgevingsplannen in plaats van bestemmingsplannen. In die plannen staat welke activiteiten en bouwwerken in welke gebieden zijn toegestaan en onder welke voorwaarden. Het gaat dan bijvoorbeeld om woningbouwlocaties en bedrijventerreinen. Het omgevingsplan is meestal het toetsingskader voor omgevingsvergunningen.

27

Omgevingsvergunningen verlenen, toezicht houden en handhaven Voor het bouwen van een bouwwerk en/of voor bedrijfsactiviteiten die emissies of hinder veroorzaken, is een omgevingsvergunning nodig. De omgevingsvergunning is een vergunning voor bouwen, milieu, natuur en ruimte. Die vergunningen verlenen wijzelf, of de omgevingsdienst doet dat namens ons. Verleende vergunningen controleren wij (of de omgevingsdienst). Ook houden wij toezicht op bijvoorbeeld bouwactiviteiten en handhaven wij waar dat nodig is. Prestatieafspraken maken met woningcorporaties Wij maken afspraken met woningcorporaties over de uitvoering van het woonbeleid. Dit is een wettelijke taak vanuit de Woningwet. Woningcorporaties richten zich vooral op hun kerntaak: mensen met een laag inkomen goed en betaalbaar kunnen laten wonen. De afspraken gaan over kwaliteit, kwantiteit, betaalbaarheid, duurzaamheid, bijzondere doelgroepen en leefbaarheid. Geografische informatie op orde houden Wij houden geografische informatie bij. Die informatie gebruiken we voor besluiten en andere activiteiten. Dat doen wij met digitale plattegronden en luchtfoto’s. Dit gebeurt volgens de wettelijke regels, zoals de Wet Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) en Wet Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT).

Verstrekken van leningen voor de woningmarkt We geven verschillende leningen om bewoners op de woningmarkt te helpen. Zo biedt de starterslening starters op de koopwoningmarkt de mogelijkheid om op een verantwoorde manier extra geld te lenen. De starterslening overbrugt het verschil tussen de prijs van het huis en de (eerste) hypotheek bij de bank. De blijverslening is bedoeld voor eigenaren die hun woning bijvoorbeeld levensloopgeschikt willen maken. Bouw- en woonrijp maken van woningbouwgronden en bedrijventerreinen Nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen waarvan de grond in ons eigendom is, maken wij klaar om te gebruiken. Dat betekent: grondwerk, (bouw)wegen aanleggen e.d. en in een latere fase: bestrating, verlichting en groen aanleggen. Gronduitgifte Voor nieuwe woningbouw en bedrijventerreinen is grond nodig. Die wordt aangekocht en daarna in kavels verkocht. Soms doen wij dat zelf en soms laten wij dat aan de markt over. Dan doet een (project)ontwikkelaar dit. In dat geval maken we afspraken over de woningbouwprogrammering, de openbare ruimte etc. Dat doen we in een overeenkomst.

Beleidsreferentie              

DNA voor de dorpen Beleid arbeidsmigranten Noordoostpolder Structuurvisie Noordoostpolder 2025 DNA Emmeloord Woonvisie Noordoostpolder: Kansen Grijpen Prestatieafspraken over sociale huurwoningen Strategische Opgaven en Strategische Koers Omgevingsvisie Ontwikkelperspectieven woningbouw Noordoostpolder 2021-2026 Verkenning groeiambitie Noordoostpolder Beleidsplan VTH Noordoostpolder 2020-2023 Beleidsplan Openbare Ruimte 2014-2024 (BOR), met aanvulling van 2021 Mobiliteitsvisie 2050 Nieuwe koers afvalscheiding: ‘Op naar 60 kg restafval’ 2019-2025 Integraal Veiligheidsbeleid Dronten, Noordoostpolder en Urk 2020-2023

28

     

Regionaal Beleidsplan 2021-2024 veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi & Vechtstreek Managementplan Werelderfgoed Schokland en omgeving 2020-2025 Erfgoednota gemeente Noordoostpolder 2013 Noordoostpolder Energieneutraal RES 1.0 Flevoland Energie met beleid Transitievisie Warmte

Verbonden partijen GR IJsselmeergroep GR Omgevingsdienst Flevoland en Gooi & Vechtstreek GR Veiligheidsregio Flevoland GR GGD Flevoland Huisvuilcentrale Noord-Holland N.V.

29

Wat zijn onze ambities? 1. We maken werk van wonen Omschrijving De Noordoostpolder is klaar voor groei en daar bieden we ruimte aan. We werken toe naar een woningmarkt met een goed evenwicht tussen vraag en aanbod, in alle dorpen en in Emmeloord. Niet alleen in het aantal woningen, maar ook in variatie. Zo is er voldoende aanbod voor verschillende doelgroepen en stimuleren we de doorstroming. Een goede mix van woningen in dorpen en wijken versterkt de leefbaarheid. We willen dat woningen duurzaam en levensloopbestendig zijn en dat ze in een groene, gezonde en klimaatbestendige leefomgeving staan.

Wat gaan we in 2023 hiervoor doen? 1.1 We spannen ons in om meer wonen op erven mogelijk te maken Al enkele jaren zijn we met de provincie Flevoland in gesprek om de ’Regeling extra wonen op erven’ structureel te maken. Wonen op erven wordt ook onderdeel van onze Omgevingsvisie. Daarnaast zetten we vanaf 2023 een ervenconsulent in. Bij de ontwikkeling van de erven houden we aandacht voor de agrarische bedrijvigheid en de kenmerkende landschappelijke structuur van de Noordoostpolder, want die is onderdeel van ons erfgoed. 1.2 We stellen extra geld beschikbaar om de woningmarkt te stimuleren In 2023 zetten we de € 1 miljoen, die in het coalitieakkoord genoemd is, in voor maatregelen die de mogelijkheden voor starters op de woningmarkt verbeteren. Daarnaast onderzoeken we of we de starterslening specifieker kunnen inzetten voor starters die een band hebben met Noordoostpolder. 1.3 We bieden ruimte om woningen te bouwen We voeren de huidige in- en uitbreidingsplannen voor de dorpen en Emmeloord uit. Dit geeft ruimte voor woningbouw. In Emmeloord worden woningen toegevoegd in Emmelhage, Emmeloord Centrum en de centrumschil. Dit gebeurt op initiatief van de gemeente en/of in samenwerking met marktpartijen. Daarnaast wordt gewerkt aan ontwikkelperspectieven voor de woningbouw in Noordoostpolder. Het doel daarvan is om in elk dorp een uitbreiding mogelijk te maken.

Ook bieden we ruimte voor andere vormen van woningbouw. Het gaat bijvoorbeeld om seniorenhofjes, vriendenerven, Tiny houses, kangoeroewoningen en rug-aan-rug-woningen. Dit doen we zodat meerdere doelgroepen hun woonwensen kunnen realiseren. CPO zetten we ook in om meer vraaggestuurd te ontwikkelen en omdat dit bijdraagt aan meer variatie van ons woningbestand. We pakken de lokale, regionale en landelijke woningbouwopgave programmatisch aan (zie ook activiteit 1.5). In samenhang met transitieopgaven, oog voor de identiteit, de leefbaarheid en de draagkracht van Noordoostpolder en gecombineerd met een betere bereikbaarheid. We laten zien hoe we de ambities uit de Omgevingsvisie gaan realiseren en betrekken de samenleving (participatie). Voor dit programma is in 2023 t/m 2026 per jaar € 300.000 beschikbaar. 1.4 We herijken ons welstandsbeleid We herijken het welstandsbeleid in het proces van de Omgevingsvisie (medio 2023). Daar waar mogelijk staan we welstandsvrij bouwen toe.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1954/documents/32162