Procesafspraken handhaving integriteit van het gemeentebestuur van Noordoostpolder 2024 DEF.pdf
Tekst van het document
Pagina 22 van 25
FASE 4 Evalueren en sanctioneren Leren van elk vraagstuk Raadsleden of wethouders maken gedurende hun politieke loopbaan hoogstens een beperkt aantal handhavingstrajecten mee, meestal zijdelings. De burgemeester en de griffier zullen meer ervaring opdoen, maar ook voor hen geldt: handhaven wordt nooit routine. Daarom is in de regel na afronding van een integriteitsvraagstuk een korte reflectie geboden – of de zaak al wordt afgerond na de beoordeling van een melding, nadat er vooronderzoek is verricht of pas na een integriteitsonderzoek dat al dan niet tot sanctionering heeft geleid. Bij complexere en/of ernstige zaken krijgt deze terugblik het karakter van een meer formele (schriftelijke) evaluatie. Dan is doorgaans ook een vorm van nazorg geboden. Na een raadsvergadering, waarin de uitkomsten van een integriteitsonderzoek naar het handelen van een raadslid of wethouder zijn besproken, kan de burgemeester een evaluatiegesprek met betrokkene inplannen.
Leren van de grote lijn Eens per vier jaar maken de griffier en de gemeentesecretaris, eventueel met hulp van interne of externe deskundigen, ter bespreking in de gemeenteraad en het college B&W een geanonimiseerd overzicht van de lessen die getrokken kunnen worden uit adviezen die zijn gegeven en uit de resultaten van vooronderzoek en integriteitsonderzoek. Dat gebeurt op een manier die geen link naar specifieke personen mogelijk maakt. De afspraken in de Procesafspraken Integriteit, alsmede de geldende gedragscodes, worden eens per vier jaar door de fractievoorzitters, de griffier, de gemeentesecretaris, de burgemeester en de wethouders geëvalueerd, eventueel met hulp van deskundigen. Desgewenst worden de afspraken bijgesteld.
Pagina 23 van 25
Samenvatting van rollen en taken Griffier
Is vraagbaak en vertrouwenspersoon voor alle politieke ambtsdragers in de gemeente en geeft advies over de vraag of een (voorgenomen) handeling een schending is. Ondersteunt de burgemeester, de gemeenteraad en individuele raadsleden bij de invulling van hun rol. Kan op verzoek van de burgemeester concrete taken – zoals het verschaffen feitelijke informatie – uitvoeren in het kader van een vooronderzoek naar het handelen van een raadslid of wethouder. Kan op verzoek van de CvdK concrete taken uitvoeren – zoals het verschaffen van feitelijke informatie – in het kader van een vooronderzoek naar het handelen van de burgemeester. Treedt op als gemandateerd bevoegd gezag bij vermoedens en meldingen die een raadsadviseur of griffiemedewerker betreffen; beoordeelt de uitkomsten van een eventueel integriteitsonderzoek en legt zo nodig een sanctie op.
Burgemeester
Geeft, bij twijfel over een voorgenomen handeling van een raadslid, wethouder of de griffier, gevraagd en ongevraagd advies over de vraag of die handeling een schending zou opleveren. Doet (c.q. laat doen), in geval van een vermoeden van een schending, vooronderzoek om vast te stellen of die verdenking grond heeft. Geeft indien nodig opdracht voor een integriteitsonderzoek. Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van een raadslid betreft: ◊ Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek. ◊ Vormt een zwaarte-oordeel over een schending die is vastgesteld. ◊ Informeert de fractievoorzitters over de onderzoeksresultaten en zijn zwaarte-oordeel. ◊ Legt de onderzoeksresultaten en zijn zwaarte-oordeel voor aan de gemeenteraad. Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van een wethouder betreft: ◊ Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek. ◊ Legt de onderzoeksresultaten voor aan de gemeenteraad. Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van de griffier betreft: ◊ Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek. ◊ Legt de onderzoeksresultaten voor aan de werkgeverscommissie. Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van raadsadviseur of griffiemedewerker betreft: ◊ Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek. ◊ Legt de onderzoeksresultaten voor aan de griffier. Doet zo nodig aangifte bij de politie.
Bij alle bovenstaande stappen kan de burgemeester, indien hij/zij dat wenst, een beroep doen op interne of externe deskundigen.
Lokale of regionale partijbesturen
Bespreken met kandidaten diverse aspecten van het onderwerp integriteit, bijvoorbeeld aan de hand van de handreiking integriteitstoetsing. Kunnen van (verkiesbare) kandidaat-raadsleden een VOG vragen, de kosten daarvan mogen gedeclareerd worden bij de griffie.
Gemeenteraad • •
Velt het eindoordeel over de uitkomsten van onderzoek naar een vermoedelijke schending door een raadslid, een wethouder of de burgemeester. Legt een passende sanctie op.
Geloofsbrievencommissie
Waarschuwt raads- en commissieleden bij mogelijke integriteitsrisico’s.
Pagina 24 van 25
Commissaris van de Koning (CvdK) •
Laat, in geval van een vermoeden van een schending door de burgemeester, vooronderzoek doen om vast te stellen of die verdenking grond heeft. • Geeft indien nodig opdracht voor een integriteitsonderzoek. • Bij een integriteitsonderzoek dat het handelen van de burgemeester betreft: ◊ Neemt als eerste kennis van de resultaten van het onderzoek. ◊ Legt de onderzoeksresultaten voor aan de gemeenteraad. Doet zo nodig aangifte bij de politie. Bij alle bovenstaande stappen kan de CvdK, desgewenst, een beroep doen op interne of externe deskundigen. NB De CvdK heeft de mogelijkheid om eigen afwegingen te maken en te handelen bij (vermoedens van) integriteitskwesties. Zoals ook vermeld in het handboek integriteit kan de CvdK, als een gemeente niet of onvoldoende acteert bij een integriteitskwestie, ook uit eigen initiatief handelen. Dit ongeacht welke stappen een gemeente voorafgaand aan dat punt al heeft gezet. Wanneer een politiek ambtsdrager, een griffier, of een ander persoon verbonden aan de gemeentelijke organisatie, zich wendt tot de CvdK met (vermoedens van) een integriteitskwestie, is het aan de CvdK om te bepalen hoe hij handelt. Daarnaast staat het de CvdK te allen tijde vrij om een vooronderzoek in te stellen of een integriteitsonderzoek op te starten.
Fractievoorzitters
Informeren fractiegenoten over de regels uit de gedragscode en waarschuwt hen voor integriteitsrisico’s. Vormen een klankbord voor de burgemeester, vanaf het moment dat een integriteitskwestie betreffende een raadslid in de openbaarheid is gekomen dan wel vanaf het moment dat het integriteitsonderzoek is afgerond en de resultaten bekend zijn. Als het raadzaam lijkt, kan de burgemeester er ook voor kiezen om de fractievoorzitters reeds bij aanvang van het integriteitsonderzoek te informeren.
Gemeentesecretaris • • • • •
Is vraagbaak en vertrouwenspersoon voor alle politieke ambtsdragers in de gemeente en geeft advies over de vraag of een (voorgenomen) handeling een schending is. Ondersteunt de burgemeester, het college en de individuele wethouders bij de invulling van hun rol. Kan op verzoek van de burgemeester concrete taken – zoals het verschaffen feitelijke informatie – uitvoeren in het kader van een vooronderzoek naar het handelen van een raadslid of wethouder. Kan op verzoek van de CvdK concrete taken uitvoeren – zoals het verschaffen feitelijke informatie – in het kader van een vooronderzoek naar het handelen van de burgemeester. Treedt op als gemandateerd bevoegd gezag bij vermoedens en meldingen die ambtenaren (voor zover zij niet werkzaam zijn bij de griffie) betreffen. Handelt daarbij in lijn met het ambtelijke integriteitsbeleid van de gemeente.
Locoburgemeester •
Aanspreekpunt van de CvdK indien burgemeester nalaat het niet opvolgen van advies te melden in geval een nog uit te voeren handeling (zie sectie 1; handelen van de burgemeester, sectie 2; handelen van de burgemeester en sectie 3: eigen handelen).
Werkgeverscommissie • •
Beoordeelt de uitkomsten van onderzoek naar een vermoedelijke schending door de griffier. Legt een eventuele sanctie op.
Pagina 25 van 25