Memo financiële positie naar 2030 voor de gemeenteraad.pdf
Tekst van het document
Memo Voor: gemeenteraad. Van: College van burgemeester en wethouders Datum: 26 maart 2024 Onderwerp: doorkijk financiële positie 2030 Aanleiding De gemeenteraad heeft aangegeven behoefte te hebben aan een integraal overzicht van de financiële positie van de gemeente, in het bijzonder waar het gaat om investeringen, incidentele budgetten die gedekt worden uit een reserve en de invloed van de grondexploitaties, zoals (strategische) grondaankopen, grondverkopen en kosten bouwrijp maken. De raad wil hierbij ook inzichtelijk hebben hoe de lasten van deze onderdelen gefinancierd worden. Het gaat dan over begrippen als liquide middelen (eigen geld op de bank), vreemd vermogen (aangetrokken leningen) en solvabiliteit (in hoeverre is de gemeente op lange termijn in staat aan haar betalingsverplichtingen te voldoen). De informatie van deze memo en de financiële bijlage ziet het college tevens als een inlossing op de toezegging aan de raad informatie te verstrekken om daarmee als raad beter keuzen te kunnen afwegen in het kader van wat voor gemeente wil je als Noordoostpolder zijn en hoe de financiën er voor staan, wanneer een aantal jaren vooruit gekeken wordt. Verder wil het college graag uitleggen waarom het college p.m. posten in een planning- en controlcyclusdocument opneemt.
Hiervoor heeft het college doorgaans twee redenen: de eerste reden is dat er nog geen besluitvorming over plaatsgevonden heeft en het benodigde budget nog onbekend is (bijvoorbeeld het cultuurhuis) en de tweede reden is strategisch (het college wil niet het risico lopen dat de gemeente in het geval van het wel opnemen van een bedrag, dit nadelige gevolgen kan hebben voor de gemeente). Doel De raad informatie verstrekken die hij gebruiken kan bij zijn integrale afweging in het besluitvormingsproces. Inleiding De gemeenteraad heeft de laatste jaren enkele ingrijpende besluiten genomen die een effect hebben op de financiële positie van de gemeente, waarvan de nieuwbouw van een campus en een nieuw zwembad het leeuwendeel van het effect geven. Door het verloop van de processen en procedures om tot realisatie van de gekoppelde doelstellingen van die besluitvorming over te gaan, zijn enerzijds de budgetten en kredieten van de uit te voeren raadsbesluiten opgelopen tot aanzienlijke bedragen en anderzijds heeft de interne financiering daarvan gelijke tred gehouden. Anders gezegd: grosso modo kunnen de vastgestelde ambities gefinancierd worden met eigen middelen en hoeft er geen vreemd vermogen aangetrokken te worden (ceteris paribus = alle overige omstandigheden gelijkblijvende).
Naast de reeds genomen raadsbesluiten is ook een schatting gemaakt van investeringen en incidentele middelenvragen voor de komende jaren waarvan redelijkerwijs geschat wordt dat deze ambities door de raad vastgesteld zullen worden. Verder hebben we ook de benodigde incidentele middelen zoals deze aangedragen zijn voor de conceptperspectiefnota 2025 – 2028, verwerkt in de gepresenteerde financiële positie. Het geheel van alle raadsbesluiten die u tot heden genomen heeft en nu al bekende u nog aan te bieden onderwerpen door middel van raadsvoorstellen, treft u als financiële bijlage aan. In deze bijlage is, waar van toepassing, de (bestemmingsreserve) aangegeven die ter dekking van de lasten dient. 2030 Om de raad een beeld te geven van de financiële positie per nu, maart 2024, met een termijn tot in 2030, worden globaal ook de effecten van de jaarlijkse kasstromen meegenomen. Onder kasstromen wordt verstaan de ontvangsten en uitgaven in enig jaar. Het rekeningresultaat 2023 is hierin verwerkt. Technisch De balans kent posten zoals nog te ontvangen, nog te betalen, vooruitontvangen en vooruitbetaalde bedragen. Zeker met de komst van de SPUKS (specifieke uitkeringen = uitkeringen met een vast bestedingsdoel) van het Rijk kunnen deze posten een verdergaande invloed hebben op de jaarlijkse beoordeling van de kasstromen.
Niet binnen de termijn aangewende SPUK-gelden moeten aan het Rijk terugbetaald worden. Deze posten zijn meegenomen in de beoordeling tot in 2030.
Gronden en grondexploitaties. Grondexploitaties, grondaankopen en grondverkopen hebben vanaf het moment nu in het beoordelen van de financiële positie tot in 2030, een effect waarvan de som hiervan, over de hele termijn genomen, op nihil gesteld is. De reden hiervan is dat gemeente Noordoostpolder: a. nu reeds gronden in haar bezit heeft die tussen nu tot in 2030 geëxploiteerd (zullen) worden, waardoor er weliswaar uitgaven gedaan worden voor bouwrijpmaken, maar er ook grond verkocht wordt die opbrengsten geven, en; b. nieuwe aankopen van gronden die met het oogmerk van grondexploitatie gekocht worden en een looptijd hebben tot in 2030 of enkele jaren daarna, passen in het totaal van in- en uitgaande geldstromen, die over het geheel beoordeeld als kasneutraal aangemerkt worden. Dat is een aanname voor het geven van een financieel inzicht. Gronden die om strategische reden aangekocht worden en of een looptijd hebben die verder strekt dan tot in 2030 hebben leggen beslag op financiële middelen en beïnvloeden de financiële positie (liquiditeit en solvabiliteit) van gemeente Noordoostpolder. Financiële positie gekwantificeerd Met de wetenschap (en schattingen) van nu, investeert gemeente Noordoostpolder de komende jaren tot bijna € 170 miljoen.
Ter financiering staan hier tegenover de huidige liquiditeitspositie en als minimaal aannemelijk geschatte kasstromen tot in 2030, die cumulatief uitkomen op € 155 miljoen. Wanneer met een onzekerheidsmarge beoordeeld wordt wat de kwalificatie van het verschil tussen beschikbare middelen en benodigde middelen is, hangt dat af van de volgende factoren: a. de voortvarendheid van de realisatie van de doelen waarvoor de middelen beschikbaar gesteld zijn, b. het risicoprofiel en risicomitigering (verkleinen van de risico’s) van de investeringen, c. de economische ontwikkelingen, d. de financiering van het Rijk richting gemeenten (algemene uitkering en Specifieke Uitkeringen), en; e. besluitvorming door u als gemeenteraad. Vreemd vermogen aantrekken Voor gemeenten, zo ook Noordoostpolder, is de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) BNG de meest aangewezen partij in het geval vreemd vermogen aangetrokken moet worden. In de loop van de jaren heeft de (BNG) haar beleid voortdurend aangepast op haar intentie. De BNG is van en voor de publieke sector en wat zij doen, staat in het teken van maatschappelijke impact. De drijfveer is niet om zoveel mogelijk winst maken, maar streven naar maximale maatschappelijke impact en dat kunnen aantonen. De BNG stuurt actief op het continu vergroten van haar maatschappelijke impact en zij gebruiken daarvoor de Sustainable Development Goals (SDG’s).
De BNG heeft gekozen voor vijf SDG’s, waar zij samen met haar klanten het verschil wil maken. Het gaat om: 1. duurzame steden en gemeenschappen (SDG 11); 2. goede gezondheid en welzijn (SDG 3); 3. kwaliteitsonderwijs (SDG 4); 4. betaalbare en duurzame energie (SDG 7), en; 5. klimaatactie (SDG 13). Voor gemeenten betekent dit dat bij behoefte aan vreemd vermogen, de BNG de aanvraag zal beoordelen op passendheid in haar doelstelling. Het eerder als impliciet vanzelfsprekend aangenomen idee dat de BNG alle aanvragen onverwijld toekent, zonder onderscheid naar doel, en daarmee voorwaarden, is achterhaald. De BNG beoordeelt nu op impact, zoals hiervoor beschreven, en dat impliceert dat gemeente Noordoostpolder bij het maken van (strategische) keuzen er baat bij kan hebben dit in de integrale afweging mee te nemen. Afgezien van de BNG en de Nederlandse Waterschapsbank (NWB) kan de gemeente terecht bij private banken, waarbij de kans reëel is dat deze hogere renten zullen hanteren. De NWB hanteert grosso modo hetzelfde beleid als de BNG: Haar strategie bestaat uit drie pijlers: zij zijn de bank van en voor de publieke watersector, een essentiële speler in de financiering van de publieke sector en financieringspartner voor de verduurzaming van Nederland.
Kanttekening De financiële bijlage is een momentopname. Deze memo en de bijlage hebben niet de intentie een voorspellende functie te hebben, omdat de gemeentelijke wereld qua ambities en financiën continu in beweging is. Conclusie De nu bekende informatie ten aanzien van ambities en kasstromen tot in 2030 laten zien dat er niet overtuigend informatie is die het inzicht geeft, dat er vreemd vermogen aangetrokken moet worden. Als de gemeenteraad vanaf nog nu aanvullende besluiten neemt, die per saldo een groter beslag leggen op de liquide middelen dan dat het niveau van liquide middelen verhoogd wordt, dan is er een grotere kans op het moeten aantrekken van vreemd vermogen. Ten aanzien van de solvabiliteit kan de raad meegegeven worden dat deze met de huidige en verwachte, ook bekende, besluitvorming van voldoende tot goed niveau blijft.