Memo afwegingskader Welstand informatiebijeenkomst 16 maart 2023.pdf
Tekst van het document
MEMO Aan
:
Commissie Woonomgeving
Van
:
Marcella Marinelli
Datum
:
1 maart 2023
Onderwerp
:
Achtergrondinformatie ten aanzien van afwegingskader welstand
1 Aanleiding In 2023 herijken we ons welstandsbeleid. Het huidige beleid is van 2016 en aan herziening toe. Bijvoorbeeld op de punten: extra wonen op erven, Werelderfgoed Schokland, erfgoedbeleid en de energietransitie. In de jaarverslagen die u ontving, las u daar al over. Daarnaast vraagt het coalitieakkoord om aanpassing van het welstandsbeleid. In het coalitieakkoord staat dat het college streeft naar meer ruimte en minder regels. In het coalitieakkoord staat ook dat er blijvende aandacht moet zijn voor de kenmerkende landschappelijke structuur van de Noordoostpolder, zoals de erfsingels. 1.1 Spoorboekje tot aan vaststelling nieuw beleid Op 16 december 2022 heeft de Commissie Woonomgeving een werkbezoek gebracht aan gemeente De Wolden. Deze gemeente werkt grotendeels met een welstandsvrij buitengebied, maar hanteert daarnaast een lijst karakteristieke panden. Dit werkbezoek was bedoeld voor beeldvorming en voor discussie over andere mogelijkheden binnen het welstandbeleid en/of welstandsvrij.
De discussie, zo werd duidelijk tijdens het werkbezoek, moet misschien niet gaan over welke regels niet, maar over wat dan wel? Op welke wijze willen we de ruimtelijke kwaliteit binnen de gemeente waarborgen, verhogen of versterken, en welke rol speelt bebouwing daarin? Zijn er ook andere mogelijkheden om dit te waarborgen en zo ja, hoe dan? En wat is ruimtelijke kwaliteit? In deze memo leest u informatie voor uw oordeelsvorming over ons welstandsbeleid. Dit komt op de agenda voor de Commissie Woonomgeving van 20 maart 2023. Dan wordt via enkele stellingen (zie bijlage 2) een afweging gemaakt voor de verdere uitwerking van het nieuwe beleid. U ontvangt het uitgewerkte beleid waarschijnlijk ter besluitvorming in juli-september 2023. 1.2 Wat is Welstand? In deze memo verstaan we onder ‘welstand’ het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk. Het gaat dus bijvoorbeeld niet over de inrichting van het erf (beplanting, bestrating). Iedere aanvraag om een omgevingsvergunning voor nieuwbouw moet worden getoetst aan de redelijke eisen van welstand1. Dit is een wettelijke eis. Het betekent dat getoetst moet worden aan de (eveneens wettelijke verplichte) Welstandsnota2. Die toetsing doet de welstandscommissie en zij brengt daarover advies uit aan het college. Het college betrekt dat advies bij haar besluit over de omgevingsvergunning (en kan daar ook van afwijken).
Zowel voor de welstandsnota als voor de welstandscommissie verandert de Omgevingswet het één en ander. Een welstandsnota is niet meer verplicht en welstandscommissie wordt vervangen door een 1 2
art. 2.10 lid 1 onder d van de Wet algemene beginselen omgevingsrecht (Wabo) art 12a, lid 1 van de Woningwet
1
‘commissie ruimtelijke kwaliteit’. Die nieuwe afwegingsruimte kunt u meenemen in uw input voor het nieuwe welstandsbeleid. Meer over de juridische kaders en over de veranderingen daarin door de komst van de Omgevingswet, leest u in bijlage 1.
2 Huidige invulling welstand 2.1 Hoe ziet ons welstandsbeleid er nu uit? In de Welstandsnota (2016) staan de kenmerken van de Noordoostpolder en welstandsregels voor reclame en monumenten. Er is een gebiedsgericht welstandsbeleid uitgewerkt, met sneltoetscriteria. Daarin zijn enkele gebieden onderscheiden: 1. Het centrum en beeldbepalende gebieden van Emmeloord, Marknesse, Ens, Luttelgeest, Bant, Creil, Espel, Tollebeek, Kraggenburg en Rutten; 2. Nagele en Schokland; 3. Het landelijk gebied (m.u.v. de glastuinbouwgebieden); 4. Nieuwe ontwikkelingen. De overige gebieden in de gemeente Noordoostpolder zijn volledig welstandsvrij. Deze gebieden bestaan voor het merendeel uit woonwijken van na de 50’er jaren van de vorige eeuw en bedrijventerreinen. De bebouwing in deze gebieden heeft een meer neutrale kwaliteit en draagt in veel mindere mate bij aan het karakteristieke beeld en de ruimtelijke identiteit van de gemeente. De glastuinbouwgebieden bij Ens en Luttelgeest vormen een uitzondering in het landelijk gebied, omdat zij een meer neutrale kwaliteit heeft en in veel mindere mate bijdraagt aan het karakteristieke beeld en de ruimtelijke identiteit van de gemeente. Toetsing welstand De advisering is in handen van een welstandscommissie. De organisatie hiervan wordt gefaciliteerd door Het Oversticht.
De samenstelling, werkwijze en verantwoordelijkheden van de commissie zijn in een dienstverleningsovereenkomst geregeld. Hardheidsclausule In de meeste gevallen wordt het advies van de welstandscommissie overgenomen. Het college heeft echter de mogelijkheid om daarvan af te wijken. Sneltoetscriteria Voor bepaalde bouwwerken in Emmeloord en de dorpen, behalve Nagele en Schokland, en voor de kleuren van bedrijfsgebouwen in het buitengebied, gelden sneltoetscriteria. Voorbeelden van die bouwwerken zijn: bijbehorende bouwwerken, dakkapellen en schuttingen. Deze bouwplannen worden niet meer aan de welstandscommissie voorgelegd, maar door de gemeente zelf getoetst aan de sneltoetscriteria. Blijkt uit deze toets dat een bouwplan niet voldoet, dan wordt het plan alsnog voorgelegd aan de welstandscommissie en getoetst aan de gebiedscriteria. Beeldkwaliteitsplannen Bij nieuwe ontwikkelingen wordt regelmatig een beeldkwaliteitsplan vastgesteld. Dit heeft als doel om een gewenste vormgeving van gebouwen te realiseren. In een gebied waarvoor een beeldkwaliteitsplan van kracht is, geldt dan het beeldkwaliteitsplan, in plaats van de welstandsnota. Erfgoed Ons welstandsbeleid sluit aan op onze Erfgoedgoedbeleid (2013) en Erfgoedverordening (2012). De Erfgoedverordening regelt zaken voor gemeentelijke monumenten, beschermde monumenten en archeologische terreinen.
In de welstandsnota staan voor monumenten aanvullende objectgerichte criteria. Excessenregeling Een bestaand bouwwerk mag niet ‘in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand’ zijn3. Dit geldt zowel voor het bouwwerk zelf, als voor het bouwwerk in zijn relatie tot de omgeving. Deze bepaling is bedoeld om excessen op het gebied van welstand tegen te gaan. Een exces is een 3
art. 12a, lid 1, onder b, van de Woningwet i.c.m. onze Welstandsnota 2
‘evidente en ook voor niet-deskundigen duidelijk kenbare buitensporigheid van het uiterlijk van een bouwwerk’. De excessenregeling geldt voor het volledige grondgebied van de gemeente. Leges Via de legesverordening 2023 (14 november 2022 vastgesteld) worden de kosten van welstandsadvisering doorberekend aan de aanvrager. Uiteraard worden er geen kosten in rekening gebracht voor welstandsvrije bouwwerken. 2.2 Waar wordt wat geregeld? Wie wil bouwen krijgt te maken met regels. Als er een vergunning nodig is, toetst de gemeente verschillende aspecten: - Bestemmingsplan/omgevingsplan: bepaalt de plek, omvang en functie; - Welstandsnota en -commissie: stelt richtlijnen voor het uiterlijk van het bouwwerk op zich en in de omgeving; - Bouwbesluit: bevat voorschriften voor de constructie, veiligheid en bruikbaarheid; - Monumentenregels: de erfgoedverordening, de welstandsnota en de Erfgoedwet stellen randvoorwaarden voor behoud van de erfgoedwaarde; - Bouwverordening: aanvullende gemeentelijke regels voor het bouwen, verbouwen, gebruik en slopen van bouwwerken. Deze vijf aspecten hebben ieder eigen regelgeving en ieder een eigen werkingsgebied. Wat met het één wordt aangestuurd, mag niet door één van de anderen worden beperkt. Een bestemmingsplan beschrijft mogelijkheden voor de plaatsing, het ruimtebeslag en de functie van bebouwing.
De verdere uitwerking van het ontwerp wordt getoetst aan de hand van de welstandsnota. Hierin staan richtlijnen voor de situering, oriëntatie, vormgeving van de bouwmassa en uitwerking van de architectuur aangevuld met aanwijzingen voor materialen en kleuren. De nadruk ligt daarbij op de verschijningsvorm vanuit de openbare ruimte. Als een bestemmingsplan een locatie en bouwmassa toestaat, is dit voor welstand een gegeven. Omgekeerd mag een bestemmingsplan geen regels bevatten over de verschijningsvorm van bouwwerken. Dit zal met de Omgevingswet wel wat gaan veranderen (zie paragraaf bijlage 1 en hoofdstuk 4).
3 Richtingen en overwegingen voor nieuw welstandsbeleid 3.1 Scenario 1: volledig welstandsvrij bouwen Het eerste scenario voor het nieuwe beleid is dat onze gemeente overal welstandsvrij bouwen toestaat. Dit betekent dat de welstandsnota en de welstandcommissie vervallen. Als onze gemeenteraad kiest voor welstandsvrij, vervalt één van de vijf aspecten voor omgevingsvergunningen voor bouwen. De vrijheid om gebouwen naar eigen inzicht vorm te geven, kan wel andere belangen doorkruisen, zoals: - De woonvisie; - Monumentenbeleid; - Beschermde gezichten; - Nationaal wederopbouwgebied; - Vastgestelde beeldkwaliteitsplannen; - Omgevingsvisie; - DNA-polderdorpen en DNA Emmeloord. Als de raad kiest voor welstandsvrij, dan moeten de beleidsdoelen uit deze stukken die op uiterlijk gericht zijn via andere instrumenten worden geregeld. 3.2 Scenario 2: beperkte welstand Een tweede scenario is dat er wel regels gaan gelden voor het uiterlijk van bouwwerken, maar gespecificeerd. Denk hierbij aan beeldbepalende panden, het centrum van een dorp of een bepaalde straat, Werelderfgoed Schokland en Nagele. De toetsing kan dan op verschillende wijze plaatsvinden: met een ambtelijke toetsing werken, soms aangevuld met een Stadsbouwmeester en beeldkwaliteitsplannen. 3
3.2.1 Scenario 2a: met ambtelijke toetsing Er kan gekozen worden de welstandstoetsing van de bouwplannen volledig ambtelijk uit te voeren. Bij deze variant is geen welstandscommissie nodig. Enkele kanttekeningen bij deze optie: - Welstandsnota’s bevatten naast objectieve en ‘meetbare’ sneltoetscriteria ook ruimer geformuleerde intenties en architectuur/technisch vakjargon, waarmee geschoolde en ervaren architecten wel uit de voeten kunnen, maar die voor de gemiddelde bouwplantoetser lastig of niet hanteerbaar zijn; - Naarmate de omvang en complexiteit van ambtelijk te beoordelen plannen toeneemt, worden ook aan de uitvoerder van die toets/advies hogere eisen gesteld; - Bij ambtelijke toetsing is een afwijkend besluit van het college iets lastiger, omdat het dan een advies uit eigen organisatie terzijde schuift. 3.2.2 Scenario 2b: met een Stadsbouwmeester Voor nieuwbouw en toepassing van bepaalde welstandsregels kan de gemeente besluiten een stadsbouwmeester in te zetten. Een stadsbouwmeester is een door de gemeente aangestelde architect die kan adviseren en de ruimtelijke kwaliteit stimuleren. De stadsbouwmeester is onafhankelijk. 3.3 Scenario 3: welstandsluw en een Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Onder de Omgevingswet moeten alle gemeenten een gemeentelijke adviescommissie instellen voor de omgevingskwaliteit. Die commissie kan ook worden ingezet voor welstandsadvisering.
Daarmee blijft de welstandstoets vergelijkbaar met hoe die in de afgelopen jaren gebeurde. 3.4 Verdere overwegingen Er zijn binnen het welstandsbeleid enkele zaken waar rekening mee moet worden gehouden en die regels met zich meebrengen. 3.4.1 Beeldkwaliteitsplannen In beeldkwaliteitsplannen worden eisen gesteld op het gebied van plaatsing, vormgeving en het uiterlijk van bouwwerken, maar ook eisen aan de inrichting en beplanting van het erf en de openbare ruimte. Hiermee worden zowel stedenbouwkundige, welstands- als landschapsaspecten in een beleidsdocument opgenomen. De twee verschillende toetsingssporen vragen om een scherp onderscheid in stedenbouwkundige en welstandscriteria. De plaatsing wordt geregeld in het bestemmingsplan/omgevingsplan. In het beeldkwaliteitsplan staan soms ook eisen over de inrichting en beplanting van het erf en de openbare ruimte. Tot nu toe kan hierop formeel niet worden getoetst. Toetsing kan alleen op bouwkundige deel van vergunningaanvraag. Wanneer het de bedoeling is dat het beeldkwaliteitsplan een toetsingsfunctie heeft, dan moet het nu in het welstandsbeleid worden opgenomen Na invoering van de Omgevingswet kan dit veranderen en kan het via het omgevingsplan. Op dit moment vragen we beeldkwaliteitsplannen bij nieuwbouw op plekken die identiteitsbepalend zijn. Dit is vooral bedoeld voor ontwikkelaars.
3.4.2 Reclame Reclame is welstand plichtig, ook in welstandsvrije gebieden. Het reclamebeleid in de welstandsnota is van toepassing op reclame waarvoor een omgevingsvergunning voor bouwen is vereist of een omgevingsvergunning voor handelsreclame op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Het gaat daarbij zowel om reclameobjecten in de openbare ruimte als om reclame op eigen terrein en aan gevels van gebouwen en bouwwerken. Het belangrijkste doel van reclamebeleid is om een samenhang in het geheel aan reclames te verkrijgen die het karakter en de identiteit van Noordoostpolder ondersteunen en versterken. Dit komt ten goede aan de leefbaarheid, de belevingswaarde en de vindbaarheid voor burgers, ondernemers en bezoekers. De excessenregeling is bijvoorbeeld van toepassing op reclame. 4
3.4.3 Gevolgen van de aanwijzing als nationaal wederopbouwgebied De gemeente Noordoostpolder als geheel en Nagele als gebied zijn aangewezen als nationaal wederopbouwgebied. De wederopbouwgebieden zijn opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Omdat hier wellicht vragen over bestaan hieronder een korte toelichting over de gebieden en de Omgevingswet, en de rol van de RCE bij planvorming. De NOVI bevat een aantal afwegingsprincipes, waarbij het beschermen van de kenmerken en identiteit van een gebied centraal staan. Bescherming en ontwikkeling kernkwaliteiten - De kernkwaliteiten zijn per gebied uitwerkt in een gebiedsdocument en zijn bijgevoegd als bijlagen 3 en 4. - De kernkwaliteiten van de gebieden moeten beschermd worden via het omgevingsplan. Artikel 5.130 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) draagt gemeenten op rekening te houden met het belang van het behoud van cultureel erfgoed, en regels te stellen ter bescherming van cultureel erfgoed dat daarvoor in aanmerking komt (op basis van inventarisatie, analyse en waardering, wat voor de wederopbouwgebieden van nationaal belang al is gedaan). De hierboven genoemde gebiedsdocumenten met daarin de beschreven kernkwaliteiten dienen hierbij als basis. De juridische kaders voor het vergunningstelsel - In tegenstelling tot Rijks beschermde stads- en dorpsgezichten is vergunningsvrij bouwen niet ingeperkt.
Wel is het mogelijk om vergunning plichtige bouwactiviteiten bij te sturen via bijvoorbeeld welstandseisen en andere kwaliteitseisen, vergelijkbaar met de eisen binnen een beschermd stads- of dorpsgezicht. De wederopbouwgebieden kwalificeren in Omgevingswettermen als stads- en dorpsgezichten (of cultuurlandschappen); - Het is mogelijk een sloopvergunningplicht op te nemen. Ook hier geldt dat maatwerk mogelijk is zodat dit toegepast kan worden voor bouwwerken die van belang zijn voor behoud of de beleving van de kernkwaliteiten; - Voor het onbebouwde deel van het gebied zijn een aanlegvergunningplicht en zo nodig een kapvergunningplicht mogelijk. Rol provincie en RCE De provincie is medeverantwoordelijk voor het nationaal belang en heeft een rol in het kader van interbestuurlijk toezicht. De RCE stelt zijn kennis en expertise beschikbaar in het geval van ontwikkelingen die een wezenlijke impact hebben op de kernkwaliteiten, in een vroegtijdig stadium van de planvorming of mogelijk via een Omgevingstafel. De RCE wordt ook betrokken bij de gemeentelijke omgevingsvisie. De RCE heeft ook een algemene adviesrol. Voor grote ruimtelijke thema’s (transformatie en herbestemming, verduurzaming, klimaatadaptatie, water, verstedelijking, transitie landelijk gebied) ontwikkelt de RCE kennisdocumenten, kaders en handreikingen ten behoeve van een zorgvuldige omgang met cultureel erfgoed.
4 Discussie: hoe ruimtelijke kwaliteit waarborgen? Op dit moment richt de welstand zich op bestaande kwaliteiten. Zo hebben we de Delftse School en het Modernisme, waarbij het gaat over soberheid en nuchterheid, aandacht voor een spannende gevelcompositie, de juiste verhoudingen, de menselijke maat, mooie detaillering, optimisme, waarbij de Delftse School teruggrijpt op traditionele materialen, kleuren en (dak)vormen en het Modernisme op (technologische) vernieuwing en dus ook nieuwe vormen en bouwmaterialen. Maar kunnen we misschien smaken voor de toekomst formuleren? En hoe willen we eigenlijk ruimtelijke kwaliteit waarborgen? De omgevingswet werkt met een raamwerk van kwaliteiten, dat kan ook gebruikt worden voor het sturen op ruimtelijke kwaliteit. Dit kan mogelijk ook als een scenario 3 gezien worden. Hieronder worden enkele opties aangegeven. 5
Via de omgevingsvisie In de omgevingsvisie worden uitgangspunten geformuleerd over de ruimtelijke kwaliteit van de Noordoostpolder. In de omgevingsvisie kunnen ook kwaliteitseisen ten aanzien van bouwen worden opgenomen. Hierbij kan aandacht geschonken worden aan het DNA, gebiedscriteria, de Wederopbouwgebieden, erfgoed en Werelderfgoed, maar ook landschap en erfsingels. De omgevingsvisie linkt ook aan de Provinciale landschapsvisie en omgevingsvisie. Via het omgevingsplan Na de inwerkingtreding van de omgevingswet in 2024 worden alle bestemmingsplannen vervangen door één omgevingsplan voor de hele gemeente. Een omgevingsplan kan algemener en flexibeler worden ingericht dan bestemmingsplannen. Daarnaast omvat het omgevingsplan meer aspecten dan slechts planologie. Er kunnen in het omgevingsplan regels opgesteld worden over de gehele fysieke leefomgeving. Dit biedt dus ook kansen ten aanzien van het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit. Via beleidsregels Zaken zoals een beeldkwaliteitsplan, reclameregels en een excessenregeling kunnen uitgewerkt worden via beleidsregels in het omgevingsplan. NB in de overgangsfase naar een omgevingsplan gelden nog de huidige regels. Dit betekent dat welstand nodig is als er criteria worden geformuleerd. Pas in het omgevingsplan kunnen beleidsregels worden opgesteld.
Met andere instrumenten dan regels Ook kan gedacht worden aan het inzetten van een bouwcoach of ervenconsulent voor bepaalde bouwactiviteiten. Dit meer vanuit een stimulerende rol dan vanuit beperkende maatregelen. Via de Bouwverordening Een aantal bouwregels staan in onze bouwverordening. Het betreft vooral normen en regels ten aanzien van de plaats van gevelaanzichten en rooilijnen voor zover het bestemmingsplan daarin niet voorziet. Zolang de bouwverordening bestaat zal iedere aanvraag aan de daarin opgenomen voorschriften worden getoetst. Via een bouwverordening kan ook geregeld worden of een stadsbouwmeester wordt ingezet of een commissie ruimtelijke kwaliteit. Bij de uitvoering kan een lijst met beeldbepalende panden opgenomen worden. Op die wijze ontstaat de mogelijkheid te sturen op de nieuwbouw. Via Bouwbesluit Het Bouwbesluit (landelijke wetgeving) bevat voorschriften voor het bouwen, gebruiken en slopen van bouwwerken. Door toepassing van een lijst beeldbepalende panden wordt er in ieder geval een sloopmelding gedaan, waardoor meegekeken kan worden bij de nieuwbouw. Via Erfgoedverordening Aanvragen om omgevingsvergunningen voor monumenten vragen bijzondere aandacht. Dat is om te voorkomen dat onomkeerbare schade wordt toegebracht aan cultuurhistorisch erfgoed.
Dergelijke aanvragen worden altijd ter advisering voorgelegd aan de gemeentelijke commissie ruimtelijke kwaliteit. Wanneer het een Rijksmonument betreft kan er ook advies gevraagd worden bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) en de provincie. Verder wordt aangesloten bij de strategie voor het aanvragen van een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’, aangezien voor vrijwel alle veranderingen aan een monument ook een dergelijke vergunning vereist is. Beeldbepalende panden, straten en erven kunnen ook via deze regeling worden opgenomen. Hiermee ontstaat een integraal kader voor de historische ruimtelijke kwaliteit van de gemeente.
6
Bijlage 1 De wetgeving over welstand 2.1 Welke wettelijke verplichtingen zijn er? In maart 2013 is de verplichte toetsing door een welstandscommissie vervallen. Maar je moet als gemeente wel zelf toetsen. De criteria moeten in welstandsnota staan en zijn vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad kan daarin ook besluiten om gebieden of categorieën van bouwwerken welstandsvrij te verklaren. Wanneer er geen welstandsnota is vastgesteld, kan er niet aan redelijke eisen van welstand worden getoetst. Dus wil men beeldkwaliteitsplannen en een excessenregeling, dan moet er een welstandsnota zijn. Wie toetst de redelijke eisen van welstand? Het college kan bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning advies vragen aan een welstandscommissie of een stadsbouwmeester. Deze wordt door de gemeenteraad ingesteld als onafhankelijke commissie of deskundige. Het advies van die commissie mag slechts gebaseerd zijn op de criteria uit de welstandsnota. Advies hoeft enkel te worden gevraagd wanneer het college dit noodzakelijk acht. Maar ook zonder advies moet altijd nog getoetst worden. Dat kan dan ambtelijk plaatsvinden. Het college heeft beoordelingsvrijheid en hoeft een (negatief) welstandsadvies niet over te nemen.
Een afwijking van een welstandsadvies kan zelfs plaatsvinden op andere gronden, zoals economische of maatschappelijke belangen of op grond van individuele omstandigheden van de aanvrager. Reikwijdte van het welstandstoezicht De welstandstoets mag alleen over het uiterlijk en de plaatsing van het bouwwerk gaan. Het mag dus bijvoorbeeld niet gaan over de inrichting van het erf (beplanting, bestrating). Verhouding welstand en bestemmingsplan Het bestemmingsplan is een juridisch bindende regeling voor grondgebruik, bouwen en ruimtegebruik. In een bestemmingsplan kunnen regels of richtlijnen voor een bepaalde stedenbouwkundige opzet staan. Maar de architectonische vormgeving van gebouwen valt daarbuiten. Regels daarover kunnen alleen geregeld worden in de welstandnota. Via het bestemmingsplan vindt wel de beoordeling plaats op functie, stedenbouwkundige structuren, cultuurhistorisch waardevolle elementen en gebieden, bouwvlakken, bouw- en goothoogten, dakhelling, daktype en rooilijn. 2.2 Wat betekent de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor welstand? De Omgevingswet verhuist de regeling van welstandstoezicht naar het omgevingsplan. Het kabinet wil daarmee bereiken dat welstand geïntegreerd wordt met de bouwregels van het omgevingsplan. Onder de Omgevingswet kunnen gemeenteraden ervoor kiezen om wel of geen regels te stellen over het uiterlijk van bouwwerken (artikel 4.19 Ow).
Het stellen van welstandscriteria is daarmee geen verplichting meer. Als een gemeenteraad ervoor kiest om wel welstandscriteria op te stellen, dan moet dat in het omgevingsplan worden opgenomen. In het omgevingsplan kan de gemeenteregels opnemen over het uiterlijk en de plaatsing van bouwwerken. Als de regels over het uiterlijk van de bouwwerken uitleg nodig hebben, moet de gemeenteraad beleidsregels vaststellen voor de beoordeling of een bouwwerk aan de regels voldoet. Dit staat in artikel 4.19 van de Omgevingswet. De welstandscriteria onder de Omgevingswet, anders dan onder de huidige wetgeving, gaan alleen over het uiterlijk van een bouwwerk en dus niet meer over de plaatsing. Onder 'uiterlijk' wordt bedoeld vormgeving, maatvoering, materiaalgebruik en kleurgebruik. Door deze keuze van de wetgever wordt de reikwijdte van de welstandstoets (wat) ingeperkt en wordt de toets minder complex. 2.2.1 Wettelijke Beleidsregels De Omgevingswet stelt één bijzondere eis over de regels voor het uiterlijk van bouwwerken in het omgevingsplan. Als de toepassing van deze regels uitleg behoeft, moet de gemeenteraad beleidsregels vaststellen voor de beoordeling of een bouwwerk aan die regels voldoet.
7
Het is dus mogelijk om concreet toetsbare welstandsnormen direct in het omgevingsplan zelf op te nemen. Bijvoorbeeld een welstandstoets voor met name kleinere bouwactiviteiten kan men versoepelen, door de in onze welstandsnota opgenomen sneltoetscriteria rechtstreeks in het omgevingsplan zelf op te nemen. 2.2.2 Toetsing welstand In de Omgevingswet zijn geen bepalingen opgenomen waarin de instelling van een welstandscommissie of stadsbouwmeester verplicht wordt voorgeschreven. Vanwege het ontbreken van overgangsrecht vervalt bij inwerkingtreding van de wet de wettelijke basis voor de bestaande welstandscommissie. De keuze of een nieuwe welstandscommissie wordt ingesteld, wordt aan de gemeenten zelf overgelaten, waarmee ambtelijke toetsing het basisuitgangspunt is. Alle gemeenten met rijksmonumenten zijn wel verplicht om een adviescommissie in te stellen die minimaal over de rijksmonumenten adviseert, met uitzondering van archeologische monumenten. 2.2.3 Beeldkwaliteitsplannen onder de Omgevingswet Beeldkwaliteitsplannen kunnen als nadere invulling van het omgevingsplan worden ingezet.
De gemeenteraad legt in hoofdlijnen de contouren van de beoogde gebiedsontwikkeling vast, waarbij de meer concrete invulling in een door B&W vastgesteld beeldkwaliteitsplan wordt uitgewerkt en gereguleerd, eventueel in combinatie met een ruimtelijke adviescommissie of stadsbouwmeester die aan de hand van de beleidsregels adviseert. 2.2.4 Welstand in de bruidsschat Direct na inwerkingtreding van de Omgevingswet worden alle bestaande bestemmingsplannen binnen een gemeente deel van het tijdelijk gemeentelijke omgevingsplan. Dit geldt ook voor op dat moment in werking zijnde beleid. Samen vormen zij de zogenaamde bruidsschat. Op deze wijze ontstaat een soepele overgangsfase naar het definitieve omgevingsplan toe. Uiterlijk 2029 moet de bruidsschat verwerkt zijn in het definitieve omgevingsplan. Dit betekent dat in de overgangsperiode nog de brede reikwijdte, het uiterlijk en plaatsing van bouwwerken, voor het welstandstoezicht geldt.
8
Bijlage 2 Stellingen voor 20 maart 2023 Tijdens de vergadering van de Commissie Woonomgeving op 20 maart zullen enkele stellingen besproken worden. Deze worden 6 maart toegezonden zodat men zich kan voorbereiden.
Bijlage 3 Gebiedscriteria Wederopbouwgebied Noordoostpolder Bijlage 4 Gebiedscriteria Wederopbouwgebied Nagele
9
Bijlage 5 Vragen over Welstand bij het participatietraject Omgevingsvisie Bij de participatiesessies Omgevingsvisie is ook wat aandacht besteedt aan welstand. Hieronder vragen die uitgezet zijn bij het burgerpanel die eraan raken.
Waar bent u het meer mee eens? Zet de antwoorden in volgorde van meest belangrijk naar minst belangrijk. N=458
Hoe houden we in de toekomst volgens u het agrarisch buitengebied leefbaar? N=427 In de participatiegesprekken is slechts globaal gesproken over welstand. Duidelijk is wel dat inwoners weinig weet hebben over de Delftse school of welstand. Veelal wil men regels loslaten, totdat je vraagt of het gebouw naast ze ook roze mag worden. Enige regelgeving is dus gewenst, maar het mag losser. Dat klopt ook wel met de vragen hierboven – de uitstraling van gebouwen in dorpen/wijken en buitengebied scoren allebei niet goed.
10