CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindverslag informateur Slob - def.pdf

Gemeenteraad 13 mei 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 3: Eindverslag informateur2.339 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Eindverslag informateur Slob Naar aanleiding van de opdracht uit de Motie Zorgvuldigheid en Raad aan Zet

Opdracht aan de informateur - gemeenteraad Noordoostpolder De gemeenteraad van Noordoostpolder heeft mij gevraagd als informateur een informatieronde te houden onder alle raadsfracties, gericht op het verkennen van een stabiele en gedragen bestuursvorm voor de resterende raadsperiode. De opdracht luidde als volgt:

Uitgangspunten:   

De drie zittende wethouders (mevrouw Verduin, de heer Van Steen en de heer van Amersfoort) blijven in functie. De informatieronde is bedoeld om richting te geven aan een zorgvuldige afronding van deze raadsperiode. Het doel is niet een politieke formatie met coalitieonderhandelingen, maar het hervinden van vertrouwen, legitimiteit, draagvlak en bestuurskracht.

Aan alle fracties worden de volgende vragen voorgelegd: 1. Hoe ziet uw fractie de resterende bestuursperiode? a. Welke prioriteiten ziet uw fractie voor de komende periode? b. Is uw fractie bereid een constructieve rol te vervullen - in of buiten de bestuursconstructie? Welke is dat? 2. Hoe kijkt uw fractie aan tegen een minderheidscoalitie? a. Is dat voor u een werkbare bestuursvorm? Onder welke voorwaarden? 3. Hoe moet de positie van een vierde wethouder worden ingevuld? a. Moet deze worden voorgedragen door de drie minderheidspartijen, via een raadsbrede zoektocht, of ziet u een andere constructie of oplossing? b. Welke profieleisen en legitimiteit ziet uw fractie daarvoor?

Verslag De informateur maakt een openbaar verslag waarin duidelijk wordt hoe de raad samen verder kan besturen in de resterende raadsperiode. Het verslag geeft geen losse opsomming van standpunten, maar laat zien waar fracties elkaar wél kunnen vinden, waar de meningen verschillen, en welke vormen van samenwerking haalbaar en wenselijk zijn. Ook beschrijft het verslag hoe er wordt aangekeken tegen een minderheidscollege en wat de voorwaarden zijn voor steun aan een eventuele vierde wethouder. Het verslag helpt de raad om samen te besluiten over het vervolg. Daarbij is het uitgangspunt dat het huidige college, met de drie zittende wethouders, aanblijft. De informateur brengt uiterlijk medio mei 2025 verslag uit in een openbare raadsvergadering.

Inleiding Na gesprekken met alle fracties constateer ik dat de raad zich in een fase bevindt waarin herstel van vertrouwen, onderlinge samenwerking en bestuurlijke stabiliteit centraal staan. Ik heb met vertegenwoordigers van alle fracties gesproken. Ik heb die gesprekken veelal als open, prettig en constructief ervaren. Er is breed besef dat het belang van de Noordoostpolder en haar inwoners voorop moet staan, en dat dit vraagt om een gezamenlijke inspanning, ondanks eerdere spanningen en verschillen van inzicht. In de opdracht is het volgende mij verzocht: Het verslag geeft geen losse opsomming van standpunten, maar laat zien waar fracties elkaar wél kunnen vinden, waar de meningen verschillen, en welke vormen van samenwerking haalbaar en wenselijk zijn. In het volgende deel van het verslag leest u de aanpak, conclusies en aanbevelingen:

Aanpak en gespreksrondes Ik sprak in de eerste ronde alle fracties, in het bijzijn van de plaatsvervangend griffier, te weten: PU, GL, ONS, CU-SGP, PvdA, VVD, CDA en D66. Daarna voerde ik, om verdere verduidelijking van standpunten te verkrijgen, vervolggesprekken met de coalitiefracties PU, VVD en PvdA en ook met CU-SGP. Op mijn advies vonden er gesprekken plaats tussen PU en CU-SGP en tussen PU en CDA. Bij deze twee gesprekken was de plaatsvervangend griffier als notulist aanwezig. PU voerde zelf ook nog een gesprek met ONS. Op hun verzoek was daar geen notulist bij aanwezig. Wel werden wij geïnformeerd over de uitkomsten van dit overleg. Ik had zelf nog telefonisch contact met onder meer PU, ONS en VVD. Ook maakte ik bij de start van mijn werkzaamheden als informateur kennis met het college. Kortom, in korte tijd werden er veel gesprekken gevoerd, geheel volgens de wens van uw raad.

Bevindingen naar aanleiding van de gevoerde gesprekken over de door uw raad aangereikte gespreksvragen 1. Resterende bestuursperiode: stel gezamenlijke prioriteiten met een constructieve houding Alle fracties hebben het belang van een stabiele afronding van deze raadsperiode onderschreven, met aandacht voor urgente thema’s als armoedebeleid, woningbouw, jongeren, VO-campus, en de toekomst van het cultuurbedrijf. De fracties tonen zich bereid tot een constructieve rol mits het proces transparant, zorgvuldig en respectvol verloopt. De niet-coalitiefracties spraken de wens uit om nauwer betrokken te worden bij de besluitvorming. Zij benadrukten het belang van heldere onderlinge communicatie, het hanteren van het BOB-model en het werken met een gezamenlijk gedragen agenda voor de resterende raadsperiode. 2. Minderheidscoalitie: werkbaarheid en voorwaarden Vrijwel alle fracties achten een nieuwe formatie of een lijmpoging met ONS niet aan de orde en onwenselijk. Alleen ONS zelf sluit een lijmpoging niet uit. Over deze mogelijkheid is ook met PU gesproken, inclusief de voorwaarden waaronder dit eventueel denkbaar zou zijn. De coalitiefracties (PU, VVD en PvdA) sluiten uiteindelijk gezamenlijk een lijmpoging met ONS expliciet uit en geven aan te willen toewerken naar bestuurlijke rust en een afronding van de raadsperiode zonder ONS.

Fracties als CU-SGP, CDA, GL en D66 onderschrijven deze lijn. Zij benadrukken het belang van zorgvuldigheid, samenwerking en vertrouwen, maar wijzen een terugkeer naar oude verhoudingen af. Daarmee ontstaat een breed gedeeld beeld dat een nieuwe fase wenselijk is, waarin samenwerking wordt gezocht zonder herstel van de eerdere coalitie met ONS. Daarnaast bestaat er brede bereidheid om een minderheidscoalitie van PU, VVD en PvdA te accepteren als bestuursvorm tot het eind van deze raadsperiode. Niet-coalitiefracties plaatsen daarbij de kanttekening dat deze coalitie actief en op inhoud steun dient te blijven zoeken in de raad. De huidige drie wethouders kunnen aanblijven, volgens de tekst van de aangenomen motie. Deze bestuursvorm vraagt van zowel coalitie- als niet-coalitiefracties een cultuur van dialoog, vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid.

Uit de gesprekken en op basis van het stemgedrag rond moties en amendementen blijkt dat deze basis in principe aanwezig is binnen de gemeenteraad van Noordoostpolder. Tegelijkertijd speelt het verloop van de coalitieonderhandelingen in 2022 nog mee in het vertrouwen van voormalige coalitiefracties tegenover hun toenmalige partners. Desondanks is bij alle fracties ruimte aanwezig om met een minderheidscoalitie verder te gaan. Voor de resterende raadsperiode worden als aanbevelingen onder meer genoemd: open overleg, ruimte voor inbreng vanuit de hele raad en het stellen van duidelijke kaders voor samenwerking. 3. Vierde wethouder: invulling en legitimiteit Onvoldoende steun voor eerder informeel voorgedragen kandidaat Uit de gesprekken met alle fracties blijkt dat er onvoldoende steun bestaat voor de kandidaat die eerder informeel door PU, VVD en PvdA naar voren is gebracht. Fracties die deze kandidaat niet steunen noemen als bezwaren onder andere de dan ontstane zogenoemde ‘machtsbalans’ in partijkleuren en politieke profilering binnen de collegesamenstelling — waarbij twee wethouders een PU-achtergrond zouden hebben — in een situatie waarin de coalitie haar meerderheid is kwijtgeraakt. Daarnaast speelt bij een enkele fractie een gebrek aan vertrouwen in de betreffende kandidaat.

Niet-coalitiefracties uiten kritiek op het proces waarin de resterende coalitiefracties deze persoon hebben genoemd, zonder eerst steun te zoeken bij andere fracties binnen de gemeenteraad. Vanuit de coalitie wordt aangegeven dat het informeel naar voren brengen van deze kandidaat vooral pragmatisch bedoeld was: men voelde zich medeverantwoordelijk voor het ontstane probleem en wilde ook met een oplossing komen. Tegelijkertijd tonen de betrokken fracties zich reflectief op hun eigen handelen en erkennen zij dat deze aanpak uiteindelijk niet het gewenste effect heeft gehad. Zoektocht vierde wethouder Over de alternatieve invulling en positie van een vierde wethouder bestaan uiteenlopende inzichten. Een meerderheid van de fracties hecht waarde aan breed draagvlak in de raad en pleit daarom voor een kandidaat met brede legitimiteit, eventueel buiten de huidige politieke verhoudingen. Over het gewenste profiel bestaat brede overeenstemming: financiële deskundigheid, bestuurlijke ervaring, verbindend vermogen, onafhankelijkheid en gevoel voor de lokale context worden unaniem als relevante criteria genoemd. Zoals eerder benoemd, ontbreekt voldoende steun voor de kandidaat die informeel door de coalitiefracties naar voren is gebracht. Op mijn verzoek hebben fracties alternatieven aangedragen.

Eén fractie suggereerde een beroep te doen op de wethouderspool van de Vereniging van Wethouders. Navraag heeft echter uitgewezen dat dit op dit moment geen realistische optie is. Enkele fracties noemen ook de inzet van een ervaren ambtenaar of een externe (voormalige) bestuurder als mogelijke route. In dat kader is vanuit één niet-coalitiefractie de naam van een voormalig wethouder genoemd, die destijds werd gewaardeerd om zijn functioneren. Hoewel zijn partijkleur voor sommige fracties relevant is in het kader van de machtsbalans binnen het college, betreft het een oud-wethouder die inmiddels al geruime tijd buiten de lokale politiek staat. Omdat de betreffende persoon niet officieel is voorgedragen, wordt de naam – evenals die van de eerdergenoemde informele coalitiekandidaat – niet genoemd in dit verslag. Uit navraag blijkt dat toetreding tot het college door deze persoon niet wordt uitgesloten, mits daartoe een verzoek komt vanuit de gemeenteraad. Verder zijn er geen andere namen van geschikte en beschikbare kandidaten genoemd. Als vóór 1 juni geen geschikte kandidaat wordt gevonden, geven veel fracties de voorkeur aan het niet benoemen van een vierde wethouder, gelet op de korte resterende raadsperiode en de tijd die een nieuwe bestuurder nodig zou hebben om zich in te werken.

Doorgaan met drie wethouders Als er geen vierde wethouder wordt gevonden, heeft dit directe gevolgen voor de werkdruk binnen het huidige minderheidscollege. De vrijgevallen portefeuille van de voormalige ONS-wethouder zal in dat geval onder de overige collegeleden verdeeld moeten worden. In gesprekken met de betrokken bestuurders is duidelijk geworden dat dit scenario voor hen geen aantrekkelijk vooruitzicht vormt. Ook in de gesprekken met raadsfracties is deze mogelijke situatie besproken. Vanuit meerdere fracties is de suggestie gedaan om, ter verlichting van de bestuurlijke werkdruk, tijdelijk aanvullende ambtelijke capaciteit toe te voegen aan de organisatie voor de resterende duur van deze raadsperiode. Hoewel dit niet door iedereen als zeer wenselijk wordt beschouwd, wordt door enkele fracties herprioritering van openstaande beleidsdossiers genoemd als aanvullende mogelijkheid om de uitvoerbaarheid binnen de huidige collegeformatie te waarborgen.

Conclusie en aanbevelingen Uit de gevoerde gesprekken blijkt dat er, ondanks inhoudelijke en politieke verschillen, een breed gedragen bereidheid bestaat binnen de raad om samen te werken en te streven naar herstel van bestuurlijke rust. Hoewel er geen eenduidige visie bestaat over de concrete invulling van deze samenwerking in de huidige context, zie ik dat als een belangrijke constatering. Tegelijkertijd blijkt uit de gesprekken dat de gewenste voortgang in het bestuur onder druk staat door het uitblijven van overeenstemming over de invulling van de opengevallen wethouderspost. Er dreigt daarmee een ongewenste bestuurlijke impasse te ontstaan. Deze situatie kan enkel worden voorkomen als coalitie- en niet-coalitiefracties bereid zijn tot een gezamenlijke inspanning om tot overeenstemming te komen. Op basis van de gevoerde gesprekken kom ik daarom tot de volgende aanbevelingen aan de gemeenteraad van Noordoostpolder. 1. Aanvulling van het huidige college met een vierde wethouder wordt breed gezien als wenselijk, zowel om de werkdruk te verlagen als om uitvoering te geven aan de urgente thema’s die door de raad zijn benoemd. Voor deze positie zou gezocht moeten worden naar een kandidaat met brede steun, verbindend vermogen en bestuurlijke ervaring.

Mijn advies aan de gemeenteraad is om een uiterste poging te doen elkaar hierin te vinden zonder dat dit een competentiestrijd wordt. Vanuit de raad zijn informeel twee namen genoemd. Indien de meerderheid vasthoudt aan het afwijzen van de kandidaat die informeel door de coalitiefracties naar voren is gebracht, zou de door een niet-coalitiefractie genoemde oud-wethouder een realistisch alternatief kunnen zijn. Verdere verkenning hiervan op korte termijn wordt aanbevolen.

2. Indien er geen consensus in de gemeenteraad ontstaat over een geschikte kandidaat met voldoende draagvlak en beschikbaarheid op korte termijn, resteert als optie de voortzetting van het huidige minderheidscollege met drie wethouders. In dat geval zijn herprioritering en temporisering van portefeuilles noodzakelijk. Aanbevolen wordt dat de raad – op basis van een voorstel van het college – in gezamenlijkheid prioriteiten vastlegt voor de resterende raadsperiode. Deze zouden in een korte, gedragen agenda kunnen worden opgenomen, als aanvulling op de bestaande Lange Termijn Agenda (LTA) en de SRA-onderwerpen. De besluitvorming hierover zou bij voorkeur nog vóór het zomerreces plaats moeten vinden tijdens een reguliere raadsvergadering.

Slot De keuze hoe verder te gaan in de ontstane politieke situatie is uiteindelijk aan u als gemeenteraad van de Noordoostpolder. Ik hoop dat u die keuze zult maken vanuit het besef dat ‘wie regeert zal dienen, wie dient regeert’. In de met alle fracties gevoerde gesprekken proefde ik een breed gedeeld bewustzijn dat goed bestuur niet alleen vraagt om duidelijke inhoudelijke keuzes, maar ook in hoge mate afhankelijk is van politieke cultuur, communicatie en onderlinge verhoudingen binnen de raad. Geconstateerd wordt dat verschillen in inzicht en stijl onvermijdelijk zijn binnen een democratisch gekozen orgaan. Tegelijkertijd is er breed besef dat de manier waarop met die verschillen wordt omgegaan, bepalend is voor de bestuurskracht van de gemeente en het vertrouwen dat inwoners hebben in hun vertegenwoordiging. In dat licht is samenwerking op basis van openheid, wederzijds respect en gedeelde verantwoordelijkheid cruciaal, zeker in deze laatste periode van de raadsperiode. Mijn bevindingen tonen aan dat het herstel van samenwerking niet uitsluitend een inhoudelijke opgave is, maar ook een kwestie van houding en gedrag. Alle fracties – zowel coalitie als niet-coalitie – worden door meerdere gesprekspartners aangesproken op hun rol hierin.

Actieve deelname aan de dialoog, gezamenlijke reflectie en investeren in onderlinge relaties worden daarbij als noodzakelijke elementen genoemd. Het organiseren van momenten voor reflectie en ontmoeting is daarom zeer aan te bevelen. Tegelijkertijd heb ik er vertrouwen in dat de basis voor een constructieve afronding van deze raadsperiode aanwezig is. De gedeelde urgentie rond maatschappelijke vraagstukken, de intentie om bestuurlijke rust te herstellen en de herkenning van gezamenlijke verantwoordelijkheid, vormen volgens veel fracties de bouwstenen voor verdere samenwerking. Het is naar mijn mening daarom wenselijk dat de raad niet alleen besluiten neemt over portefeuilles en prioriteiten, maar ook expliciet afspraken maakt over de wijze van samenwerken. Daarmee kan worden voorkomen dat politieke verschillen leiden tot bestuurlijke stilstand, en kan worden toegewerkt naar een bestuur dat, ook in complexe omstandigheden, zijn taken met gezag en legitimiteit blijft uitvoeren – in het belang van de inwoners van de Noordoostpolder. Met vertrouwen in de verdere stappen en u daarbij veel wijsheid toewensend, Arie Slob Zwolle, 9 mei 2025

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2271/documents/41479