E03 00 Beantwoording Politieke vragen RvS procedure huisvesting arbeidsmigranten Urk en gevolgen NOP
Tekst van het document
Fractie: VVD Naam: Ingrid Jansen Onderwerp: Raad van State-procedure huisvesting arbeidsmigranten Urk en gevolgen voor de Noordoostpolder Datum indiening vragen: 6 september 2026 Aanleiding Op 21 augustus heeft bij de Raad van State een zitting plaatsgevonden over het bestemmingsplan voor de huisvesting van voornamelijk arbeidsmigranten op Urk. Aanleiding voor deze mondelinge vragen is de informatie die tijdens deze zitting naar voren is gekomen over de huidige en toekomstige huisvesting van arbeidsmigranten die op Urk werkzaam zijn en de mogelijke gevolgen daarvan voor de gemeente Noordoostpolder. Tijdens de zitting is aangegeven dat een aanzienlijk deel van de arbeidsmigranten die op Urk werkt momenteel buiten Urk wordt gehuisvest. Tegelijkertijd wil de gemeente Urk met het paraplubestemmingsplan Wonen en Bijzondere woonvormen de mogelijkheden voor onder meer kamerverhuur, onzelfstandige bewoning en woningsplitsing reguleren, waardoor bestaande huisvestingsmogelijkheden voor arbeidsmigranten kunnen worden beperkt. Daarnaast zet Urk in op grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten. Dit betreft een tijdelijke voorziening met een vergunningsduur van vijf jaar en is het uitgangspunt dat hiermee slechts 50% van de arbeidsmigranten die op Urk werkzaam zijn kan worden gehuisvest. Namens Werckpost is tijdens de zitting expliciet gewezen op het risico van een waterbedeffect.
Wanneer bestaande huisvestingsmogelijkheden op Urk afnemen terwijl alternatieven nog onzeker of ontoereikend zijn, kan de huisvestingsdruk verschuiven naar omliggende gemeenten. Daarbij werd de Noordoostpolder expliciet genoemd. Omdat de Raad van State nog uitspraak moet doen én de mogelijke gevolgen direct raken aan de huisvestingsopgave binnen onze gemeente, geven deze ontwikkelingen aanleiding om het college hierover enkele vragen te stellen. Vragen: 1. Heeft het college zicht op hoeveel arbeidsmigranten die op Urk werkzaam zijn momenteel in Noordoostpolder worden gehuisvest en herkent het college het tijdens de zitting geschetste beeld dat Noordoostpolder nu al een deel van deze huisvestingsvraag opvangt? Indien exacte aantallen niet beschikbaar zijn, kan het college dan een indicatie of percentage geven? Antwoord; Het college beschikt niet over een volledig en actueel overzicht van arbeidsmigranten die op Urk werkzaam zijn en in de gemeente Noordoostpolder wonen. Het tijdens de zitting geschetste beeld dat een deel van de op Urk werkzame arbeidsmigranten in Noordoostpolder woont, wordt herkend. Exacte aantallen of percentages kunnen op dit moment niet met voldoende zekerheid worden gegeven. 2.
Heeft het college in beeld welke gevolgen het voorgenomen bestemmingsplan van de gemeente Urk met betrekking tot kamerverhuur, onzelfstandige bewoning en de overgang naar grootschalige huisvesting kan hebben voor de huisvestingsdruk in Noordoostpolder? Antwoord; Het college volgt deze ontwikkelingen. Daarbij is van belang dat de Raad van State heeft geoordeeld dat bestaande legale huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten op
Urk niet op de door Urk voorgestelde wijze kunnen worden uitgefaseerd. Hierdoor lijkt het risico op een directe en grootschalige verplaatsing van arbeidsmigranten naar omliggende gemeenten kleiner dan tijdens de behandeling van het beroep werd verondersteld. Tegelijkertijd blijven de toekomstige ontwikkeling van nieuwe huisvestingslocaties op Urk en de marktvraag onzeker. Daardoor kan niet worden uitgesloten dat verschuivingen in de huisvestingsvraag gevolgen hebben voor de Noordoostpolder. Het college maakt zich daarom zorgen over de mogelijke regionale effecten en een mogelijk waterbedeffect. Hoewel de omvang daarvan op dit moment niet concreet kan worden gekwantificeerd, blijft het college deze ontwikkelingen nadrukkelijk volgen. 3. Is het college hierover in gesprek met de gemeente Urk en worden er afspraken gemaakt over de huisvesting van arbeidsmigranten die op Urk werken en het voorkomen van een verdere verschuiving van de huisvestingsdruk naar Noordoostpolder? Antwoord; Ja. Het college onderhoudt op ambtelijk en bestuurlijk niveau regelmatig contact met de gemeente Urk over onderwerpen die de regionale woningmarkt en huisvesting raken. De huisvesting van arbeidsmigranten maakt onderdeel uit van deze gesprekken. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de regionale effecten van beleidskeuzes van afzonderlijke gemeenten. 4.
Ziet het college, gelet op de onzekerheid over zowel de realisatie van de grootschalige huisvesting als de nog te verwachten uitspraak van de Raad van State, aanleiding om hierover op korte termijn nadere bestuurlijke afspraken met Urk te maken? Antwoord; De recente uitspraak van de Raad van State leidt op dit moment niet tot een wijziging van het gemeentelijke standpunt. Omdat bestaande huisvestingslocaties op Urk vooralsnog behouden kunnen blijven binnen de kaders van het overgangsrecht, ziet het college geen aanleiding voor aanvullende bestuurlijke afspraken bovenop de gesprekken die al gevoerd worden. 5. Is het college bereid de raad te informeren zodra meer duidelijkheid bestaat over de uitspraak van de Raad van State en de mogelijke gevolgen daarvan voor Noordoostpolder? Antwoord; Ja. Het college is bereid de raad te informeren wanneer ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. 6. Is het college bereid om periodiek overleg in te richten met relevante werkgevers, zoals Werckpost, uitzendorganisaties en huisvestingsaanbieders die actief zijn in de regio, om de ontwikkelingen rondom het mogelijke waterbedeffect te monitoren en tijdig t e bespreken? Antwoord; Het college hecht waarde aan een goed beeld van de ontwikkelingen op de arbeidsmigrantenmarkt. De gemeente heeft reeds contacten met werkgevers, uitzendorganisaties en huisvestingsaanbieders.
Hier is de regisseur arbeidsmigranten actief mee. 7. Welke instrumenten heeft de gemeente om te voorkomen dat eventuele knelpunten in de huisvesting van arbeidsmigranten onevenredig worden afgewenteld op de Noordoostpolder, indien hierover met de gemeente Urk geen overeenstemming wordt bereikt? Antwoord; De gemeente beschikt over verschillende instrumenten, waaronder: • het ruimtelijk beleid en de toepassing van het omgevingsplan; • vergunningverlening en handhaving op het gebied van huisvesting; • regionale afstemming met omliggende gemeenten; • overleg met werkgevers, uitzendorganisaties en huisvesters; • het stellen van kwaliteitseisen aan huisvestingslocaties. Daarbij blijft uitgangspunt dat werkgevers en huisvesters primair verantwoordelijk zijn voor adequate huisvesting van hun werknemers. Het college blijft zich inzetten voor een evenwichtige verdeling van de regionale huisvestingsopgave en zal ongewenste effecten waar mogelijk via overleg en beleidsinstrumenten adresseren. De uitspraak van de Raad van State neemt een belangrijk deel van de onzekerheid weg die tijdens de zitting werd benoemd. Omdat bestaande legale huisvestingslocaties voor arbeidsmigranten op Urk niet verplicht binnen een jaar kunnen worden beëindigd na realisatie van grootschalige huisvesting, is het risico op een direct waterbedeffect richting Noordoostpolder klein geworden.
Het college blijft de ontwikkelingen in de regio echter volgen. Datum beantwoording vragen: 16 september 2026 Contactpersoon: E-mail adres: Tel: