CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

E02 00 Beantwoording vragen ONS - Controlerende rol raad besluitvorming omtrent nieuwe COL.pdf

Gemeenteraad 12 december 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken2.250 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Fractie: Naam: Onderwerp: Datum indiening vragen:

ONS Noordoostpolder Helga Wiedijk Controlerende rol raad besluitvorming omtrent nieuwe COL 3-11-2022

Directe aanleiding Twee berichten van Robert via de verzendlijst in Whatsapp op resp. 26-10-2022 en 27-10-2022. Eerdere aanleiding Onnavolgbare communicatie tussen college en COA en dientengevolge een onnavolgbare onderbouwing van een raadsbesluit; De fractie ONS heeft van meet af aan bepleit dat het proces omtrent een eventuele totstandkoming van een nieuwe COL voor iedereen transparant, consistent en logisch moet zijn. De navolgbaarheid/logica is inmiddels nóg verder te zoeken dan voorheen. Middels bijgevoegde schriftelijke vragen geven wij het college de gelegenheid uitleg te geven over de gevoerde beleidslijn en de wijze waarop het college de raad in staat zal stellen de onderbouwing van die beleidslijn en consistentie in de uitvoering ervan te controleren en te bewaken. Reconstructie van de volgorde der dingen die bepalend waren voor de onnavolgbaarheid van het tot nu toe gevoerde collegebeleid: 1. Gemeente stelt vragen aan het COA via een memo van 1-6-2022. 2. Het COA schrijft in een brief van 6-7-2022 met als onderwerp: Formeel verzoek planvorming aanmeldcentrum in Bant een aanmeldcentrum te willen realiseren. 3. Het COA schrijft in een brief van 20-6-2022 een Beantwoording vragen en opmerkingen n.a.v. de aanvullende informatie ten behoeve van de verkenning aanmeldcentrum Noordoostpolder. 4. Het COA schrijft in een brief van 19-9-2022 met als onderwerp Vervolg n.a.v.

formeel verzoek planvorming aanmeldcentrum het college gevraagd te hebben om na te denken over een alternatief en op basis van dit alternatief het gesprek te willen voortzetten. 5. Het college stuurt op 23-9-2022 een memo naar de raad met als onderwerp: vraagstuk aanmeldcentrum AZC. 6. Het college doet op 29-9-2022 aan de raad het voorstel te besluiten “In te gaan op het verzoek om een tijdelijke alternatieve locatie te zoeken”. 7. Een raadsmeerderheid stemt op 10-10-2022 voor het raadsvoorstel. 8. Het college schrijft op 18-10-2022 een brief aan het COA met als onderwerp Aanmeldcentrum Bant. 9. De raad verneemt op 26-10-2022 via whatsapp dat het college het verzoek heeft gedaan een besloten vergadering op 31-10-2022 uit te schrijven met als onderwerp: aanmeldcentrum nareizigers; Twee hoofdonderwerpen: locatiekeuze en betrokkenheid van de raad in het proces. Er volgt een memo en vermoedelijk een presentatie. 10. Het COA geeft aan zich een beeld te willen vormen van locatie-opties. 11. College zegt de geplande besloten bijeenkomst af. De onnavolgbaarheden zijn: Bij punt 1: College heeft de raad wél de beantwoording van de vragen door het COA op 20-6-2022 gestuurd, maar niet de memo met de vragen. De raad kan zich geen goed beeld vormen van de vraag- en antwoorduitwisseling.

Bovendien verwijst college in betreffende vragen-memo naar een nietontvangen, met het COA, afgesproken notitie en graag te ontvangen gevraagde en afgesproken inzichten van het COA. De raad kan geen goed beeld krijgen van hoe de kennelijk gevoerde gesprekken zich verhouden tot de gevoerde correspondentie. Bij punt 2:

College ontvangt deze brief vóórdat het COA de vragen van het college heeft beantwoord. Uit de beantwoording van 20-6-2022 blijkt dat college de beantwoording niet volledig achtte. De raad kan zich geen goed beeld vormen van het belang dat antwoorden van het COA hebben c.q. het belang dat college hecht aan volledige beantwoording door het COA. Bij punt 3: In de brief memoreert het COA dat er diverse bestuurlijke contactmomenten zijn geweest; door college wordt in vraagstellingen, verwezen naar een Powerpoint; college stelt een notitie niet te hebben ontvangen; er zijn vragen die (dat is zelfs voor een leek al duidelijk) niet of nauwelijks beantwoord door het COA. De raad heeft geen goed beeld kunnen krijgen over de (kwaliteit, juistheid en volledigheid) van informatie-uitwisseling en communicatie. De raad kan niet beoordelen in hoeverre het college adequaat kon acteren op basis van gevoerde gesprekken en correspondentie, noch wat überhaupt adequaat zou zijn geweest. Bij punt 4: Het onderwerp van de brief luidt niet: Nieuw verzoek etc., ook niet Gewijzigd verzoek etc. Het meeste houvast die de, bijzonder wollige brief, biedt wat betreft de concrete intentie van het COA wordt gegeven in de slotalinea waarin het COA de wens uit het gesprek voort te willen zetten.

De raad kan zich geen goed beeld vormen van de strekking van de brief, mede omdat inzicht in bestuurlijk overleg en alle niet-schriftelijke communicatie ontbreekt. Duidelijk is dat een expliciet verzoek “om een tijdelijke alternatieve locatie te zoeken binnen de gemeente voor een ander type aanmeldcentrum te weten een na-reizigerscentrum” lijkt te ontbreken.. Bij punt 5: In de memo stelt het college dat er feitelijk een andere vraag wordt gesteld. Ook loopt het college vooruit op de mogelijkheid dat de staatssecretaris een nieuwe vraag stelt. Vervolgens stelt het college dát er een nieuwe vraag op tafel ligt waarbij het bestuur een aantal keuzes heeft en noemt vier opties in de betreffende memo. Tot slot stelt het college een besluit te nemen over de vervolgvraag die in de nieuwe brief van het COA is gesteld over een andere nieuwe locatie. Bij punt 6: Zie Bij punt 4. Uit de brief van het COA kan de raad onmogelijk opmaken of het een nieuw of gewijzigd verzoek betreft. Het is dan ook volstrekt onduidelijk aan welk verzoek van het COA het college bij beslispunt 2 (uiteindelijk: 3) van het raadsvoorstel refereert. De raad heeft met geen mogelijkheid een fundament voor beslispunt 3 kunnen ontdekken op basis van door college verstrekte documenten en feitelijke informatie.

Bij punt 7: Een raadsmeerderheid gaat blind af op het vermogen van het college brieven en gesprekken met het COA juist te interpreteren. Hoewel de fractie ONS er tijdens de raadsvergadering op 10-10-2022 reeds blijk van gaf het raadsvoorstel ongefundeerd te vinden, moet het voor de raadsleden die berichten ontvangen en lezen via de Verzendlijst in Whatsapp inmiddels duidelijk zijn dat het college de raad op 29-9-2022 een volstrekt ongefundeerd besluit heeft voorgelegd. Bij punt 8: Nadat de raad op 10-10-2022 het raadsvoorstel heeft aangenomen, gaat het college voortvarend aan de slag en legt bij het COA losjesweg wat onsamenhangende gedachtenflarden op tafel in de veronderstelling daarmee ‘in de lead’ te zijn. Dank u wel college dat u in deze brief meldt dat de raad bereid is bij te dragen aan de problematiek! Bij punt 9: Het college is van zins met stoom en kokend water een memo en een presentatie voor de raadscommissie in elkaar te flansen opdat de raadscommissie enkele dagen later zal kunnen vergaderen over locatiekeuze en betrokkenheid van de raad in het proces. Bij punt 10: Het is voor de raad volstrekt onduidelijk welke wegen het COA bewandelt c.q. welke informatieuitwisseling er is tussen college en COA. De raad zou last minute worden gekend in een, tot dan toe, onnavolgbaar proces, maar wordt last minute toch niet gekend. In de feiten.

Bij punt 11: “De gisteren aangekondigde besloten bijeenkomst (maandag na BFE) gaat NIET door; het COA wil zich eerst een beeld vormen van de locatie-opties” Geen enkele duiding van de kant van college. De raad kan zich onmogelijk een beeld vormen van communicatie/afstemming tussen college en COA.

Vragen: Bij punt 1: • Waarom stuurde het college niet ook de vragen-memo, waaraan het COA in een beantwoording refereert, aan de raad? Antwoord: De vragen van de gemeente zijn door COA letterlijk verwoord in de brief met antwoorden. Het toesturen van de vragen-memo had volgens college geen toegevoegde waarde. • Bevatte die memo vragen of aandachtspunten waar het COA niet volledig op heeft gereageerd? Antwoord: Zie bovenstaand antwoord. Bij punt 2: • Wat vindt het college ervan dat het COA een formeel verzoek doet nog vóór de beantwoordingsbrief van het COA is verstuurd naar het college? Antwoord: Het COA heeft haar eigen afweging gemaakt over het moment van versturen van het formele verzoek. Naar onze mening is het moment vooral bepaald door de afronding grondtransactie, het informeren van de 2e Kamer en in mindere mate door de planvorming. Bij punt 3: • Is de notitie waarvan gemeente zegt die niet te hebben ontvangen, naderhand wél ontvangen? Antwoord: nee • Zo ja, waarom is die niet met de raad gedeeld? • Heeft college genoegen genomen met de beantwoording door het COA? Antwoord: nee, maar gezien de ontwikkelingen nadien ook niet meer relevant. • Of is het college nog nader ingegaan op de beantwoording? Antwoord: Nee, vanaf begin september was beoordeling van het oorspronkelijke verzoek van het COA niet meer relevant. Beantwoording van vragen dus ook niet.

• Zo ja, in welke vorm en waarom is de informatie die dit opleverde niet met de raad gedeeld? Antwoord: n.v.t. Bij punt 4: • Waar is de college-mening dat het COA een nieuw verzoek heeft gedaan op gebaseerd? Antwoord: Gemakshalve verwijst het college naar de asielcrisis in Nederland. En het bestuurlijk gesprek met de staatsecretaris en bestuursvoorzitter COA. • Is het college van mening dat er een verschil is tussen een Formeel verzoek en een Vervolg n.a.v. formeel verzoek? Antwoord: Ja • Zo ja, waaruit bestaat dat verschil? Antwoord:

Bij het Formele verzoek van 6 juli is sprake een voorgenomen planontwikkeling op een concrete locatie waarbij ook de inzet door het Rijk van een planologisch instrumentarium aan de orde kan komen. Het college beschouwt het verzoek in de brief van 19 september als een verkenning op welke wijze de gemeente Noordoostpolder een bijdrage kan leveren aan de asielproblematiek. • Zo ja, wat kunnen implicaties zijn wanneer het verschil niet goed benoemd wordt? Antwoord: volgens het college is het verschil duidelijk benoemd in het raadsvoorstel van 10 oktober. • Acht het college de brief volstrekt helder en eenduidig? Antwoord: de brief is samen met het bestuurlijk overleg voldoende duidelijk voor het college en naar de mening van het college voor de raad om vervolgstappen te zetten. • Heeft het bij de interpretatie van de brief een rol gespeeld wat er in bestuurlijke overleggen is besproken? Antwoord: zie bovenstaande • Zo ja, zijn er notulen van die besprekingen en kunnen die met de raad gedeeld worden? Antwoord: Nee. U heeft wel een memo ontvangen waarin de besproken opties zijn verwoord. Bij punt 5: • Waaruit blijkt feitelijk dat er een andere vraag is gesteld? Antwoord: Het belangrijkste verschil is de doelgroep. Oorspronkelijk betrof het een 2e Ter Apel met een brede doelgroep en op een andere locatie dan naast het huidige AZC.

De nieuwe vraag gaat uit van na-reizigers zoals toegelicht in het raadsvoorstel. • Hoe luidt de andere vraag precies? Antwoord: Dit is door het college verwoord in het raadsvoorstel van 10 oktober. • Door wie is die vraag er op welke wijze neergelegd? Antwoord: het COA heeft in gesprek met het college op 12 september en nadien in de brief van 19 september 2022 een verzoek aan de gemeente gedaan. • Waar in de brief van het COA staat precies de vervolgvraag over een andere nieuwe locatie? Antwoord: de laatste 2 paragrafen. Bij punt 6: • Blijkt uit enig document dat het COA het verzoek aan het college heeft gedaan op zoek te gaan naar een alternatieve locatie? Antwoord: het COA heeft in gesprek met het college op 7 september en nadien in de brief van 19 september 2022 een verzoek aan de gemeente gedaan • Zo nee, hoe kon het dan komen dat het college in de veronderstelling verkeerde dat dit verzoek gedaan is? Antwoord: zie hierboven • Als dit verzoek niet gedaan is, hoe kon de raad dan besluiten in te gaan op het verzoek? Antwoord: het verzoek is wel degelijk gedaan. Zie eerste antwoord punt 6. Bij punt 7: • Vindt het college dat er, met de kennis van nu, een ongefundeerd beslispunt in het raadsvoorstel zat? Antwoord: nee

Bij punt 8: • Waarom schrijft het college aan het COA: “De gemeenteraad heeft besloten op korte termijn op zoek te gaan naar een alternatieve locatie voor de functie na-reizigers” en niet: “De gemeenteraad heeft besloten in te gaan op het verzoek van het COA om op korte termijn op zoek te gaan naar een alternatieve locatie voor de functie na-reizigers”? Antwoord: onduidelijk is wat er met deze vraag wordt bedoeld Bij punt 9: • Wat verwacht het college van de uitkomst van een raadscommissievergadering waar de leden zich minder dan drie dagen tevoren op hebben kunnen voorbereiden? Antwoord: Het is aan de raadscommissie zelf om zich in die situatie, met de dan aanwezige informatie te reageren. Bij punt 10 • Hoe heeft het COA gereageerd op de brief van het college van 18-10-2022? Antwoord: Het college heeft geen schriftelijke reactie van COA ontvangen. Ambtelijk is wel om een schriftelijke reactie gevraagd. • Is die reactie gedocumenteerd? Zo ja, kan de raad die documentatie ontvangen? Antwoord: n.v.t. • Waaruit blijkt dat het COA zich een beeld wil vormen van locatie-opties? Antwoord: Dat is medegedeeld in het ambtelijk overleg. • Is die blijk gedocumenteerd? Antwoord: Nee.

Bij punt 11: • Hoe gaat het college er voor zorgen dat de raad het proces van beleids- en besluitvorming omtrent een eventuele nieuwe Collectieve Opvanglocatie goed kan navolgen? Antwoord: in het raadsvoorstel van 10 oktober 2022 is aangegeven dat het college richting van de raad wil ontvangen voor een alternatieve locatie en daartoe kaders bij de raad gaat ophalen. • Hoe gaat het college een zorgvuldig transparant verloop van dit proces waarborgen? Antwoord: hiervoor verwijzen we naar het raadsvoorstel van 10 oktober 2022 Datum beantwoording vragen: Contactpersoon: E-mail adres: Tel:

11 november 2022 J. Dijcker

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1976/documents/32764