E01 00 Beantwoording politieke vragen FVW - Hervormingsagenda Jeugd 2025-10-24.pdf
Tekst van het document
De meerjarenprogrammabegroting 2026-2029 bevat diverse aannames rondom de financiële gevolgen van de Hervormingsagenda Jeugd en de daarmee samenhangende Rijkskortingen die vanaf 2028 volledig doorwerken in de algemene uitkering. In de begroting wordt expliciet aangegeven dat het onduidelijk is in hoeverre de beoogde besparingen realistisch en uitvoerbaar zijn. Tegelijkertijd betreft jeugdhulp een openeinderegeling, waarbij instroom niet mag worden beperkt indien zorg noodzakelijk is. Daarnaast is een toename zichtbaar van de complexiteit binnen de jeugd-GGZ. Deze combinatie leidt tot structurele onzekerheden in zowel uitvoering als bekostiging. Tegen deze achtergrond is het in mijn optiek van belang dat de gemeenteraad duidelijk inzicht verkrijgt in de risico’s, maatregelen en bestuurlijke handelingsperspectieven die het college voorziet bij onvoldoende realisatie van de Rijksdoelstellingen. Vragen: 1. Kan het college, op basis van de huidige inzichten, toelichten welke concrete maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd aantoonbaar uitvoerbaar zijn binnen Noordoostpolder, en welke (financiële en personele) randvoorwaarden daarvoor minimaal moeten worden vervuld? De Hervormingsagenda Jeugd (HAJ) vormt het landelijke kader voor de doorontwikkeling van het jeugdstelsel.
Onze gemeente voert de HAJ uit, waarvan de inhoud grotendeels aansluit bij het eerdere lokale programma Grip op Sociaal Domein. De opgaven uit de HAJ worden in nauwe samenwerking met regionale en lokale partners, de regionale organisatie Sociaal Domein Flevoland en de lokale uitvoeringspraktijk verder uitgewerkt. Daarbij wordt steeds gekeken wat inhoudelijk nodig is en wat haalbaar is binnen de context en schaal van gemeente Noordoostpolder. Op basis van de huidige inzichten zijn binnen Noordoostpolder de volgende maatregelen uit de HAJ aantoonbaar uitvoerbaar of reeds in gang gezet: Versterking van de lokale teams (Stevige Lokale Teams) Het college gaat in de komende periode, met het oog op 2028, verder aan de slag met de verdere versterking van de lokale teams. De nadruk ligt op deskundigheidsbevordering, betere triage, meer handelingsruimte en nauwere samenwerking met aanpalende domeinen. Dit betekent dat de lokale teams beter worden toegerust om integraal te werken, met een 0-tot-100-blik: niet alleen gericht op de individuele jeugdige, maar op het hele gezin en huishouden. Zo kan de gemeente de samenwerking met onderwijs, volwassenen-GGZ, bestaanszekerheid en andere relevante domeinen versterken en problemen zo vroeg mogelijk signaleren. Deze aanpak sluit aan bij de ambitie van de HAJ om hulpvragen integraal te benaderen en versnippering tussen domeinen tegen te gaan.
Terugdringen van residentiële jeugdhulp: zo thuis mogelijk In lijn met de landelijke opgave werkt Noordoostpolder al meerdere jaren conform het principe “zo thuis mogelijk”. Waar mogelijk wordt hulp geboden in de eigen omgeving of in een gezinsgerichte vorm van verblijf, terwijl verblijf in 24-uurs jeugdhulpvoorzieningen wordt beperkt tot situaties waarin dit strikt noodzakelijk is. Dit vraagt om nauwe afstemming en samenwerking tussen lokale teams, regionale aanbieders en Gecertificeerde Instellingen. De gemeente blijft deze aanpak continu ontwikkelen, met de focus op het belang van jeugdigen en hun gezinnen, zodat ondersteuning zoveel mogelijk aansluit bij hun leefomgeving en dagelijkse situatie. Kwaliteitsverbetering en blijvend leren Het college blijft werken aan het verbeteren van de kwaliteit van de jeugdhulp, waarbij we ons richten op het beter aansluiten van zorg bij de vraag van jeugdigen en ouders. Dit doen we gezamenlijk binnen regio Flevoland, bijvoorbeeld via de Werkplaats Sociaal Domein Flevoland en Flevo Academie Jeugd, waarin gemeenten, zorg- en welzijnsorganisaties en professionals praktijkvragen oppakken en kennis uitwisselen. Op deze manier gebruiken we ervaringen uit de praktijk om verbeteringen door te voeren en blijvend te leren, zodat de jeugdhulp steeds beter kan inspelen op de behoeften van jeugdigen, hun gezinnen en hun directe leefomgeving.
Verbeteren van de organisatie en inkoop van specialistische jeugdzorg Onze gemeente heeft samen met de Flevolandse gemeenten (behalve Zeewolde) al veel jeugdhulpvormen regionaal ingekocht en recent ook opnieuw gezamenlijk aanbesteed. Daarnaast worden nu ook lokale zorgvormen voor 2027 regionaal ingekocht, met het oog op de opgave uit de HAJ en de Wet verbetering jeugdzorg. Met deze aanpak willen we continuïteit, kwaliteit en samenhang in de jeugdhulp borgen, zodat jeugdigen in Noordoostpolder tijdig de juiste ondersteuning krijgen die past bij hun situatie en de samenwerking tussen lokale en regionale partners effectief en doelmatig blijft. Eenvoudigere uitvoering en vermindering van administratieve lasten Door gezamenlijk in te kopen werken we al actief aan de opgaven uit de HAJ en de Wet verbetering jeugdzorg, met als doel een eenvoudigere uitvoering en minder administratieve lasten voor zowel gemeenten als aanbieders. Regionaal wordt daarnaast een verkenning gestart om te onderzoeken of een Landelijke Aanmelding en Registratie Route Jeugdhulp kan bijdragen aan verdere vereenvoudiging en eenduidigheid in de uitvoering. Daarmee zetten we stappen richting een beter uitvoerbaar en doelmatiger jeugdstelsel, waarin professionals meer tijd hebben voor directe ondersteuning van jeugdigen en gezinnen.
Datagedreven sturing en monitoring Gemeente Noordoostpolder ontwikkelt de lokale monitorings- en verantwoordingssystematiek verder. Sinds dit jaar wordt ook gebruikgemaakt van een regionaal dashboard, waarmee vraag, aanbod en kosten van jeugdhulp regionaal en lokaal in beeld worden gebracht en waarmee inzicht wordt verkregen in de transformatie-KPI’s. Op basis hiervan kan gerichter worden gestuurd op resultaten en doelmatigheid, in lijn met de opgaven uit de HAJ inzicht, transparantie en verantwoordingskracht te vergroten. Randvoorwaarden voor uitvoering HAJ Het college stelt dat een realistische financiële basis, voldoende personeel en voldoende tijd en ruimte voor implementatie essentieel zijn voor een zorgvuldige uitvoering van de HAJ. Voor de eerste stappen van de implementatie zijn gemeenten voorzien van incidentele middelen vanuit het Rijk, die ook kunnen worden ingezet om de benodigde personele capaciteit te realiseren. In tegenstelling tot de landelijke inzet bij de HAJ, waarbij het Rijk naast inhoudelijke verbeteringen ook stuurt op financiële effecten, zien we lokaal nog geen besparingen, ondanks de stappen die reeds zijn gezet. Wel constateren we inhoudelijke verbeteringen, waardoor de jeugdhulp voor
onze inwoners doelmatiger en passender wordt ingericht. Op dit moment is nog onduidelijk in hoeverre aanvullende of structurele middelen nodig zijn voor de langere termijn; het college zal de raad hierover actief blijven informeren, zodat inzichtelijk is welke gevolgen dit kan hebben voor de uitvoering van de maatregelen. Daarnaast vraagt de uitvoering van de HAJ om een meerjarige, gefaseerde aanpak, met ruimte voor leren, bijsturen en verankering in de praktijk. Alleen op deze manier kan de uitvoering van de maatregelen zorgvuldig, verantwoord en doelgericht plaatsvinden. 2. Hoe beoordeelt het college het risico op structurele tekorten indien de door het Rijk ingeboekte besparingen niet of slechts gedeeltelijk worden gerealiseerd, en op welke termijn verwacht het college dat eventuele afwijkingen financieel zichtbaar worden? De lasten van Jeugdzorg worden reëel en structureel begroot, waarbij incidentele middelen afkomstig van het Rijk alleen via de reserves (Compensatie tekorten Jeugdzorg en Beleidsplan met geoormerkte middelen Jeugdzorg) worden ingezet. Het Rijk heeft vanaf 1 januari 2028 structurele besparingen (lees: kortingen) ingeboekt in de algemene uitkering van het Gemeentefonds in het kader van de HAJ ter waarde van € 2,3 miljoen (€ 0,2 mln. voor beter sturen op trajectduur, € 1,4 mln. indexatie opbrengsten Hervormingsagenda (*) vanaf 2019 en € 0,7 mln.
voor de invoering van een eigen bijdrage Jeugdzorg). Dit betekent concreet dat de algemene uitkering van de gemeente vanaf 2028 structureel lager uitvalt. De bijbehorende baten zijn nog niet in de begroting verwerkt, waardoor het volledige effect via de algemene dekkingsmiddelen zichtbaar wordt. Het college zal de (financiële) risico’s nauwgezet monitoren én, gezien de mogelijke impact op de uitvoering van de jeugdhulp, actief blijven inzetten op gerichte lobby richting het Rijk voor toereikende structurele middelen en realistische besparingsdoelstellingen. Op dit onderwerp wordt bij vraag 4 nader ingegaan. *Sturen op trajectduur Jeugdzorg Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur. Deze maatregel moet jaarlijks € 68 miljoen opleveren vanaf 2028. *Eigen bijdrage Jeugdzorg Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet jaarlijks € 260 miljoen opleveren. *Indexeren opbrengst Hervormingsagenda De besparingsopgave van de Hervormingsagenda is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is vanaf 2028 een hogere besparing te veronderstellen, aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. Door indexatie stijgt de besparingsopgave van het Rijk van € 1,0 miljard naar € 1,5 miljard, een stijging van € 507 miljoen vanaf 2028.
Gemeenten moeten hiervoor zelf maatregelen nemen om dit op te vangen. Indien het Rijk de maatregelen niet of niet tijdig treft, of geen afspraken maakt met zowel de gemeenten als de sector over bijvoorbeeld het sturen op trajectduur Jeugdzorg, gaat het college er vooralsnog van uit dat de door het Rijk ingeboekte bezuinigingen volledig of gedeeltelijk worden teruggedraaid of gecompenseerd. 3. Op welke wijze kan de gemeente de wettelijke toegankelijkheid tot noodzakelijke jeugdhulp blijven waarborgen, indien de instroom niet kan worden beperkt, terwijl tegelijkertijd lagere budgetten vanaf 2028 worden gehanteerd? Gemeente Noordoostpolder is wettelijk verplicht om alle jeugdigen die dat nodig hebben toegang te bieden tot passende jeugdhulp. Het college realiseert zich dat een onveranderde instroom in
combinatie met lagere budgetten vanaf 2028 een aanzienlijke uitdaging vormt en dat de toegang tot noodzakelijke jeugdhulp in het huidige stelsel onder druk staat. Tegelijkertijd kunnen we geen groei opvangen; eventuele toename vormt een uitdaging. De huidige in- en uitstroom kunnen we wel bedienen, en de financiële effecten hiervan zijn al verwerkt. Om de wettelijke toegankelijkheid te waarborgen blijft het college inzetten op versterking van lokale teams, vroegsignalering, samenwerking met regionale partners en monitoring van vraag, aanbod en resultaten. Daarnaast volgt het college de landelijke ontwikkelingen en het maatschappelijke debat over de reikwijdte van de Jeugdwet, zodat tijdig kan worden ingespeeld op eventuele consequenties voor de uitvoering van de jeugdhulp. De focus blijft gericht op het zoveel mogelijk behouden van toegang tot noodzakelijke ondersteuning voor jeugdigen en hun gezinnen. 4. Welke bestuurlijke instrumenten (bijvoorbeeld via VNG, regiobeleid of lobbylijnen) is het college voornemens in te zetten wanneer blijkt dat de kortingen op de algemene uitkering niet uitvoerbaar blijken binnen de huidige wettelijke kaders van de jeugdhulp? Het college is zich bewust dat korting op de algemene uitkering de uitvoering van de wettelijke jeugdhulp kan beïnvloeden.
Mocht dit lokaal noodzakelijk blijken, zal het college de uitvoerbaarheid ondersteunen door in te zetten op regionale afstemming en gezamenlijke lobby binnen Flevoland. Samen met andere gemeenten en regionale partners kan de positie richting het Rijk worden versterkt, waarbij knelpunten expliciet onder de aandacht worden gebracht. Via het bestuurlijke netwerk BJ42 van de VNG, waarin de centrumgemeente Almere namens de Flevolandse regio is aangesloten, kan het college haar ervaringen en signalen inbrengen. Het netwerk biedt een platform om gezamenlijk knelpunten richting het Rijk te delen. Daarnaast kan het college via de VNG en regionale trekkers het Rijk informeren over de mogelijke gevolgen van bezuinigingen voor de toegankelijkheid, kwaliteit en continuïteit van de jeugdhulp. Op deze manier kan aandacht worden gevraagd voor aanvullende middelen, verduidelijking van wettelijke kaders of eventuele overgangsregelingen, indien dat lokaal noodzakelijk blijkt. Bovendien volgt het college de ontwikkelingen rondom de Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (voorheen commissie Van Ark) nauwgezet. In het rapport “Groeipijn” van dit jaar is aangegeven dat een volgend zwaarwegend advies over de uitvoerbaarheid en financiële randvoorwaarden gepland staat voor begin 2028.
Een onderdeel van dit proces, de toetsing van de uitvoering van de HAJ, kan mogelijk al in het eerste kwartaal van 2027 worden opgeleverd. Het college houdt deze planning en de uitkomsten in de gaten, zodat bestuurlijke keuzes en lokale maatregelen tijdig en verantwoord kunnen worden afgewogen. 5. Welke concrete oproep zou het college, bij monde van de verantwoordelijk wethouder, richting het Rijk willen doen ten aanzien van de uitvoerbaarheid, bekostiging en wettelijke kaders van de jeugdhulp, wanneer de beoogde besparingen uit de Hervormingsagenda Jeugd in de praktijk onvoldoende blijken te realiseren? Wanneer blijkt dat de beoogde besparingen uit de HAJ in de praktijk onvoldoende haalbaar zijn, zal het college samen met de Flevolandse gemeenten via de VNG en de zogenoemde BJ42-lijn aandacht vragen voor de uitvoerbaarheid, bekostiging en wettelijke kaders van de jeugdhulp. De gemeente Noordoostpolder trekt hierbij op in regionaal verband, zodat de gezamenlijke signalen richting VNG en Rijk stevig en eenduidig worden ingebracht. Het college werkt mee aan de realisatie van de HAJ, maar onderkent tegelijkertijd de dagelijkse werkelijkheid waarin gemeenten hun wettelijke taken moeten uitvoeren. Er moeten vanuit het Rijk voldoende middelen beschikbaar worden gesteld om de jeugdzorg voor kinderen en jongvolwassenen op een verantwoorde en duurzame wijze te kunnen blijven uitvoeren.
Het college zal de raad actief blijven informeren over de voortgang van eventuele landelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op de lokale uitvoering.
Datum beantwoording vragen: 5 november 2025 Contactpersoon: Robin Veltman E-mail adres: r.veltman@noordoostpolder.nl Tel: 06-22637913