CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

E01 00 2025-03-06 CU SGP - Coffeeshop.pdf

Gemeenteraad 31 maart 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken3.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Fractie: Naam: Onderwerp: Datum indiening vragen:

CU-SGP Paul Ringelberg Coffeeshop 6 maart 2025

Hierbij een 16-tal vragen m.b.t. het agendapunt Voorstel Coffeeshop van de komende commissievergadering SLZ van 17 maart 2025. 1. Wat maakt dat de grote waarde om blootstelling van cannabisgebruik aan jongeren te voorkomen ineens als sneeuw voor de zon verdwijnt bij het raadsvoorstel? Dit in tegenstelling tot het onderzoek waarin wordt aangegeven dat bij de variant de horecaplein de deel en winkelgebied Lange nering als “extreem hoog” wordt gekwantificeerd in de tabel.

Antwoord: Om de blootstelling te minimaliseren worden de volgende voorwaarden gesteld: 1. De afstand (‘van deur tot deur’) tussen de coffeeshop en scholen voor basis- en voortgezet onderwijs is minimaal 200 meter. 2. De locatie waar de coffeeshop wordt gevestigd, mag niet gelegen zijn aan een straat waar de woonfunctie centraal staat. 3. De coffeeshop mag niet gelegen zijn binnen een afstand van 200 meter (‘van deur tot deur’) van een jongerencentrum, een daklozen- en verslaafdenopvang of -instelling. 4. De coffeeshop wordt niet in de directe omgeving van het busstation in het centrum van Emmeloord gevestigd. 5. De coffeeshop is geopend buiten schooltijden (van 16.00 tot 22.00 uur). 6. De coffeeshop mag niet over een loket of afhaalpunt in de buitenmuur beschikken. 7. Affichering is niet toegestaan, er mag geen reclame gemaakt worden voor de verkoop vanuit de coffeeshop. 8. Om de toegang van jongeren onder de 18 jaar te voorkomen en om de openbare orde te beheersen is tijdens de openingstijden van de coffeeshop altijd ten minste één portier bij de ingang aanwezig. 2. In het raadvoorstel wordt gesproken over een coffeeshop in het centrum van Emmeloord. Deze variant komt niet voor in het onderzoek. Welke locatie wordt hier precies naar gerefereerd? In de kaart van het afstandscriterium van 500 meter is hier in ieder geval GEEN ruimte voor.

En in de close-up van het afstandscriterium van 200 meter is hier bijna geen ruimte voor. Nogmaals welk centrum wordt hier bedoeld? Antwoord: Het college heeft gekozen voor een afstandscriterium van 200 meter. Een exacte locatie in het centrum is er (nog) niet en wordt na het voorgelegde besluit van de gemeenteraad gezocht. Het is dus ook niet duidelijk in welk deel van het centrum de coffeeshop daadwerkelijk gaat komen. Het centrum wordt in dit geval gezien als het kernwinkelgebied van Emmeloord zoals aangegeven in figuur 2.4 uit het Locatieonderzoek.

3. Op p. Onder 1.2 Onderzoeksvragen staat "de eerder vastgestelde criteria, zoals afstand tot scholen en uitsluiting van woonwijken toe te passen". Wie heeft deze criteria eerder vastgesteld? Graag ontvangen we het voorstel en besluit hiervan. Antwoord: Het gaat hier om criteria c.q. uitgangspunten die het onderzoeksteam op basis van het vooronderzoek heeft vastgesteld als uitgangspunt voor de tweede fase. Ze hebben alleen betrekking op het onderzoek. Het college heeft de uitkomsten van het onderzoek meegenomen in de uitwerking van het beleid. Er is hier dus geen voorstel en besluit over, anders dan het besluit dat nu voorligt in de commissievergadering van 17 maart. 4. Op p. 4 wordt gesproken dat "In deze verkenning van potentiële locaties hanteren we een afstand van ongeveer 500 meter hemelsbreed tussen onderwijsinstellingen en potentiële locaties. We kiezen bewust voor deze ruime marge, omdat uit het vooronderzoek blijkt dat er grote waarde wordt gehecht aan het voorkomen van blootstelling van jongeren aan cannabisgebruik". Dit wordt op p. 5 bevestigd: "Voor deze plekken houden we ook een afstand van minimaal 500 meter aan.". Vervolgens wordt later in het rapport - tegenstrijdig aan het eerdere uitgangspunt - een alternatief afstandscriterium geïntroduceerd in paragraaf 2.3 van 200 meter.

En suggereren de onderzoekers "De gemeente zou door soepeler met het afstandscriterium om te gaan...". Hier treden de onderzoekers buiten hun eerder geformuleerde uitgangspunten. En dat is bijzonder te noemen. De onderzoekers geven ook aan dat het afstandscriterium is aangepast om centrumlocaties te kunnen meenemen (p. 16) : "We hebben een afstand van 200 meter gehanteerd om ook centrumlocaties mee te kunnen nemen in het onderzoek." Dat maakt dat we als fractie behoefte hebben om de dit nader te kunnen duiden. Graag ontvangen we: a. Alle concept versies van het rapport incl. reviewcommentaar, specifiek over het afstandscriterium en over centrumlocaties b. Alle communicatie met de onderzoekers op het punt van het afstandscriterium en centrumlocaties. (We merken op dat dit informatieverzoek, inclusief conceptversies en communicatie, valt binnen het informatierecht van een raadslid ex. art. 169 lid 3 Gemeentewet. In dit geval vinden we dit verzoek nodig om de 'switch' in het rapport rond het afstandscriterium te kunnen duiden.)

Antwoord: Er is geen sprake van een verandering in het rapport. Het opnemen van de 200 meter variant van het afstandscriterium is vanaf het begin een beslissing van het onderzoeksteam geweest in een poging een zo volledig mogelijk beeld te geven van de mogelijkheden voor de gemeente. In het rapport staat ook dat de gemeente, mocht zij voor deze variant kiezen, zal moeten uitleggen waarom zij voor een korter afstandscriterium kiest. Het onderzoeksteam heeft aangegeven dat het nog onbekend is wat voor effecten een afstandscriterium heeft op cannabisgebruik en hoe de afstand een rol speelt. Een centrumlocatie biedt meer mogelijkheden voor sociale controle en handhaving. Het college heeft daarom de afstandscriteria op 200 meter gezet in het conceptbeleid. De communicatie over het afstandscriteria heeft plaatsgevonden in een themabijeenkomst met het college. In de vragen wordt benoemd dat men alle opmerkingen wil hebben die door de opdrachtgever/het college zijn gemaakt op het rapport. Het antwoord hierop is kort: die heeft het bureau niet ontvangen. De enige opmerking komt vanuit de collegebehandeling. Het gaat daarbij om het woord: "pilotproject", om die uit het rapport fase 2 te halen. Dat was volgens de onderzoekers een terechte opmerking en zij hebben het daarom uit het rapport verwijderd in de allerlaatste versie.

De andere documenten die zijn gedeeld tussen het bureau en het college zijn bijgevoegd. Hieronder een korte tekstuele toelichting vanuit het bureau: Zie hieronder voor een toelichting: Tussennotitie: Om het proces te stroomlijnen hebben we tussentijds (al in juli 2024) een notitie opgesteld waarin we de inventarisatie van de locaties hebben beschreven. Op basis daarvan hebben we de vier locaties bepaald die we gingen onderzoeken. Zoals u kunt zien, staat daar het alternatief voor het afstandscriterium al in benoemd. Eerste versie: Spreekt voor zich. Dit is de versie die we hebben opgeleverd op 22 november 2024 en die we destijds hebben gepresenteerd aan het college. Tweede versie: Vrijwel identiek aan de eerste versie, maar we hebben in de bijlage bij locatie ‘B’ verwijderd dat het de ‘meest geschikte’ locatie zou zijn. Dit is een onjuiste conclusie die is ontdekt door andere onderzoekers tijdens de interne kwaliteitscontrole. Het betreft dus geen wijziging n.a.v. opmerkingen van de opdrachtgever. Derde versie: Vrijwel identiek aan de tweede versie, met uitzondering dat door het gehele rapport is verwijderd dat het om een ‘tijdelijk pilotproject’ zou gaan. Deze wijziging is naar aanleiding van een – in onze optiek terechte inhoudelijke opmerking – van de opdrachtgever doorgevoerd.

Deze vroeg zich af of het überhaupt niet altijd om een tijdelijke situatie zou gaan vanwege de schaarsheid van de vergunning en dat klopt, omdat de vergunning na verloop van tijd opnieuw verdeeld moet worden. Het woord "pilotproject" suggereert ten onrechte dat er een project opgetuigd moet gaan worden door de gemeente om de situatie tijdelijk te maken en dat is dus niet het geval. Het voltallige onderzoeksteam was het eens met deze opmerking en heeft daarom besloten om dit uit het rapport te verwijderen. 5. Op p. 17 van het rapport wordt geconcludeerd: " Van de vier locaties lijkt Lange Nering überhaupt het minst geschikt als vestigingslocatie voor een coffeeshop". Neemt het college met dit raadsvoorstel deze conclusie nu wel of niet over? Antwoord: Het college zet in op een locatie in het centrum van Emmeloord. Dit is niet per definitie de Lange Nering of De Deel. Ook andere locaties vallen binnen het centrum van Emmeloord. Na een positief raadsbesluit gaat het college op zoek naar een geschikte en passende locatie voor de coffeeshop. 6. In het onderzoek wordt het tweede criterium “niet nabij woningen omschreven”. In het centrum wordt er volop gewoond. Wat maakt dat het voor deze inwoners minder erg zou zijn, wanneer er een coffeeshop zou worden gevestigd, dan in een woonwijk?

Antwoord: Uit het onderzoek blijkt dat de verwachting is dat in het centrum enige mate van gewenning is aan ‘sociale overlast’. Er zijn immers ook al cafés en een casino gevestigd. Wel wordt als voorwaarde gesteld dat de coffeeshop niet gevestigd mag worden aan een straat waar de woonfunctie centraal staat. Ook is in het coffeeshopbeleid opgenomen dat de coffeeshop niet in verbinding mag staan met een woning. Hier wordt rekening mee gehouden bij het vinden van een geschikte locatie van de coffeeshop. 7. Op de deel in de voormalige Rabobank is er een voornemen om maatschappelijke instellingen te huisvesten die onder andere kwetsbare groepen helpen. Dit maakt De Deel niet meer beschikbaar volgens het afstandscriterium. a. Waarom is dit niet meegenomen in het onderzoek? b. Hoe is deze ontwikkeling binnen het oude Rabobank gebouw meegenomen in het raadsvoorstel? Antwoord: Zie voor vestigingscriteria de concept beleidsregel. 8. In beslispunt 2 wordt een incidenteel budget gevraagd voor 2025. Terwijl er wel structurele financiële consequenties zijn.

Wilt u inzicht geven in deze structurele consequenties? Waarom zijn deze nu niet aangeboden aan de raad? Wanneer worden deze wel ingerekend? Betekent het dat onze Perspectiefnota straks ontbrekende kostenpost kent voor deze structurele consequenties? Antwoord: 2025 (of 2026 afhankelijk van het vergunning proces) is een opstartjaar voor de coffeeshop, daarom is ervoor gekozen eerst een incidenteel budget te vragen aan de raad. Voor het opzetten van de coffeeshop zijn onder andere aanvullende middelen nodig voor het proces van de exploitatievergunning en gedoogverklaring. Dit vraagt eenmalig extra inzet. Daarnaast kan het mogelijk zijn dat aanvullende inzet van de BOA’s nodig is bij de coffeeshop. De coffeeshop dient te allen tijde een portier te hebben die rondom de coffeeshop toezicht houdt. Zoals gesteld in ad g. 45: de exploitatie van de coffeeshop gebeurt zodanig dat daarbij, of ten gevolge daarvan, geen overlast ontstaat in welke vorm dan ook, in de directe omgeving van de coffeeshop. In ieder geval de portier, de leidinggevende en feitelijke exploitant treden op in geval van overlastsituaties. Op dit moment is nog niet in te schatten hoeveel die aanvullende inzet daadwerkelijk zal zijn. Wanneer de coffeeshop gerealiseerd is, is het mogelijk een inschatting te maken van de structurele benodigde middelen.

Hiervoor komt het college op een later moment met een voorstel terug bij de gemeenteraad. 9. In het onderzoek wordt nadrukkelijk gewezen op een brede preventie aanpak. Onder beslispunt 3 wordt een voorbereidingskrediet hiervoor gevraagd. Klopt het dat we wél gevraagd worden in te stemmen met een coffeeshopvestiging, terwijl die brede aanpak nog niet is ontwikkeld en de ontwikkeling hiervan nog niet is gestart? Als dit klopt, op welk moment krijgt de raad deze brede preventieve aanpak voorgelegd? Antwoord: Het klopt inderdaad dat aan de raad gevraagd wordt in te stemmen met het vestigen van de coffeeshop. Gelijktijdig hieraan wordt dan gewerkt aan de preventieve aanpak, deze wordt nog ontwikkeld. Daarvoor is het voorbereidingskrediet bedoeld. Bij de ontwikkeling van de preventieve aanpak wordt ook duidelijk wat er structureel aan middelen nodig gaat zijn. Hiervoor komt het college op een later moment terug bij de raad. Naar verwachting eind 2025. 10. Onder communicatie lezen we dat CME wordt geïnformeerd over het voorgenomen besluit. Is er geen participatietraject geweest met CME? Wat is hun standpunt? Antwoord: Bij de vestiging van de coffeeshop is participatie vereist volgens ons participatiebeleid. De wethouder heeft CME voor persbericht geïnformeerd over het besluit.

11. Op de website https://www.noordoostpolder.nl/participatie-in-noordoostpolder lezen we ons Participatiebeleid. Onder welk niveau van participatie valt dit idee van een coffeeshopvestiging? Kunt u toelichting geven hoe u het participatietraject heeft ingestoken volgens dit niveau van het Participatiebeleid? Antwoord: De komst van de coffeeshop valt onder niveau 2 van het Participatiebeleid van gemeente Noordoostpolder. Door middel van de twee onderzoeken die zijn uitgevoerd, zijn in de afgelopen periode verschillende gesprekken gevoerd met betrokken belanghebbenden. In het vooronderzoek is gesproken met de bestuurders en ambtenaren van gemeente NOP, daarnaast is ook gesproken met politiefunctionarissen, buurt- en jongerenwerkers, medewerkers van preventie- en verslavingszorg en medewerkers van een gezondheidsinstantie. Ook zijn gesprekken gevoerd met andere gemeenten. Het doel van deze gesprekken staat beschreven onder 1.3.2 op pagina 3 van het vooronderzoek. Voor het locatieonderzoek is wederom een aantal gesprekken met betrokken belanghebbenden gevoerd (politie, OM, huisarts, jongerenwerk, verslavingszorg). Met hen is gesproken over de mogelijke effecten van een coffeeshop op de onderzochte locaties en welke factoren daarbij volgens hen van belang zijn.

Wanneer de gemeenteraad instemt met het vestigen van een coffeeshop in het centrum van Emmeloord, zal een volgende fase in het participatietraject ingaan. 12. Een van de doelstellingen is: het tegengaan van Illegale handel en ondermijning. Hoe wordt dit doel gerealiseerd voor wat betreft de toelevering van de coffeeshop? Antwoord: Als de coffeeshop de concurrentiestrijd tegen de illegale markt wint, kan dit illegale verkopers de wind uit de zeilen halen. Het openen van een coffeeshop betekent per definitie ook dat er een illegale activiteit wordt toegestaan binnen de gemeentegrenzen. Er wordt verwacht dat dit probleem met de toelevering (achterdeurproblematiek) verdwijnt als het experiment met de gesloten coffeeshopketen wordt uitgebreid naar de rest van Nederland. Tot die tijd blijft de productie en levering van softdrugs aan coffeeshops illegaal. Het experiment is nu beperkt tot 10 gemeenten en het duurt waarschijnlijk minstens 4 jaar voordat andere gemeenten mee kunnen doen. 13. Er is volgens het raadsvoorstel ‘waarschijnlijk’ meer inzet van handhaving door BOA’s nodig.

Waarom staat hier 'waarschijnlijk'? Betekent het dat deze consequenties nog niet in beeld zijn gebracht? Aangezien het nu in sommige situaties niet mogelijk is voldoende handhavingscapaciteit te bieden is onze vraag: Welke acties worden er ondernomen om te ervoor de zorgen dat de capaciteit van handhaving voldoende verhoogd (hoeveel?) is voordat de coffeeshop wordt geopend? Hoe wordt dit geborgd en hoe wordt voorkomen dat de handhavingscapaciteit niet ten koste kan gaan van handhaving op andere locaties? Antwoord: Binnen het cluster VTH wordt een inschatting gemaakt van de benodigde aanvullende inzet van onze BOA’s. BOA’s doen structureel hun rondes in het centrum en kunnen de coffeeshop hierin meenemen. Het is dan ook nog de vraag hoeveel aanvullende inzet het daadwerkelijk zal vragen. Daarnaast is in het concept coffeeshopbeleid beschreven dat van de exploitant van de coffeeshop wordt verwacht dat er geen overlast ontstaat in welke vorm dan ook, in de directe omgeving van de coffeeshop. In ieder geval de portier, leidinggevende en de exploitant dienen op te treden in het geval van overlastsituaties. Hierin wordt uiteraard samengewerkt met de BOA’s/politie. De mate waarin de stichting maatregelen neemt om overlast voor de omgeving te voorkomen dient opgenomen te zijn in het in te dienen ondernemersplan. 14.

Voor De Deel wordt het risico op sociale overlast als hoog ingeschat (p. 12). Anders dan bij het 'risico op blootstelling' worden hier geen maatregelen voorgesteld in het raadsvoorstel. Betekent dit dat met het voorliggende raadsvoorstel het college dit risico accepteert? Op p. 13

in het eindoordeel worden wel maatregelen gesuggereerd om de sociale overlast te voorkomen of beheersen. Klopt het dat deze maatregelen niet zijn opgenomen in het raadsvoorstel? Antwoord: In het raadsvoorstel is opgenomen dat er altijd een portier aanwezig is tijdens de openingstijden van de coffeeshop om de openbare orde te beheersen. Daarnaast biedt een locatie in het centrum, ten opzichte van een bedrijventerrein, betere mogelijkheden tot handhaving. BOA’s zijn al regelmatig in het centrum aanwezig. Daarnaast is het voorkomen van overlast in het concept coffeeshopbeleid opgenomen. Het beperken van overlast wordt daarnaast als criteria gesteld aan de exploitant die een aanvraag voor de gedoogverklaring en exploitatievergunning doet. Dit moet onderdeel zijn van het in te dienen ondernemersplan. Het college heeft dit verwerkt in de concept beleidsregel en dit stuk is een bijlage van het raadsvoorstel. 15. Het winkelgebied Lange Nering kent een hoog risico op milieuoverlast. Klopt het dat in het voorliggende raadsvoorstel hier geen maatregelen tegen worden getroffen? Antwoord: Het college zet in op een locatie in het centrum van Emmeloord. Dit is niet per definitie de Lange Nering. Ook andere locaties vallen binnen het centrum van Emmeloord. Na een positief raadsbesluit gaat het college op zoek naar een geschikte en passende locatie voor de coffeeshop.

Bij een concreet initiatief wordt gekeken naar milieuoverlast en eventuele noodzakelijke maatregelen. 16. Op p. 3 staat een afbeelding van een vuurtoren. Zijn de onderzoekers er onterecht vanuit gegaan dat Urk deel uitmaakt van gemeente Noordoostpolder? Of is er een andere reden dat de Urker vuurtoren is opgenomen in het rapport? Antwoord: De afbeelding van de vuurtoren van de nabijgelegen gemeente Urk is per abuis in het rapport terechtgekomen tijdens het vormgevingsproces. Helaas is dit niet tijdig opgemerkt. Er is geen enkele inhoudelijke reden waarom deze afbeelding in het rapport is opgenomen en de afbeelding is direct vervangen. 17. In het voorstel wordt gesproken van exploitatie van de coffeeshop door een stichting. Wat wordt de relatie van gemeente Noordoostpolder met deze stichting? Antwoord: De verantwoordelijk ambtenaar zal regelmatig contact hebben met de exploitant over de gestelde doelstellingen vanuit het ondernemersplan. Daarnaast is de gemeente, vertegenwoordigd door de burgemeester, lid van de aanstellingscommissie welke de commissarissen aanstelt voor de raad van toezicht. 18. Wordt er afgesproken dat de stichting financieel onafhankelijk moet blijven van de gemeente? Antwoord: Ja, dit is opgenomen in het concept coffeeshopbeleid.

In de inleiding staat dat de gemeente op geen enkele wijze directe betrokken zal zijn bij de exploitatie van de coffeeshop in financiële of in personele zin. 19. Wordt er afgesproken dat er niet meer belastinggeld wordt ingezet om deze stichting overeind te houden als er onvoldoende marge wordt gegenereerd? Antwoord: De gemeente is niet verantwoordelijk voor een positieve bedrijfsvoering of instandhouding van de coffeeshop.

Datum beantwoording vragen: Contactpersoon:

1-03-2025 Dennis Weda

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2207/documents/41082