CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D27 00 Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT 5, 7 en 8 januari 2026.pdf

Gemeenteraad 26 januari 2026, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 5: Lijst ingekomen stukken42.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

N65 Rijk en regio maken in het eerste kwartaal van 2026 definitieve afspraken over het geadviseerde kortetermijnmaatregelenpakket om de leefbaarheid en verkeersveiligheid op en rondom de N65 aan te pakken. De partijen gaan na besluitvorming samen aan de slag met het verder brengen van de maatregelen tot een voorlopig ontwerp, met oog voor de dilemma’s die ontstaan bij de inpassing van de kortetermijnmaatregelen. Partijen nemen in 2026 een gezamenlijk besluit over de kostenverdeling van deze maatregelen. Hierbij verdelen Rijk en regio de kosten van het voorlopig ontwerp conform de afgesproken kostenverdeling uit de bestuursovereenkomst N65. De partijen dragen de kosten van de eerder afgeronde grondaankoop voor de beoogde parallelstructuur conform verdeelsleutel uit de bestuursovereenkomst N65, zoals afgesproken in de Stuurgroep N65. De kosten van de grondaankoop uit de voorgaande afspraak worden door partijen in de loop van 2026 over naar Rijkswaterstaat, die dit bedrag heeft voorgeschoten. 19. Oss Centraal Rijk en Regio stellen vast dat het verminderen van de spoorbarrière in Oss, met 10 gelijkvloerse overwegen in de stad, noodzakelijk is voor de leefbaarheid en veiligheid mede in het licht van de binnenstedelijk opgave van circa 8.500 woningen tot 2040.

De uitgevoerde quick scan naar de spoorbarrière in ontwikkelgebied Oss Centraal biedt voldoende aanknopingspunten voor een verdiepend vervolgonderzoek naar een scenario met spooronderdoorgangen in de spoorzone tussen Euterpepark en station Oss. De Regio zal in afstemming met het Rijk een verdiepend onderzoek uitvoeren naar een scenario met dwarstunnels in de stedelijke spoorzone Oss Centraal. De daarmee gemoeid gaande kosten van maximaal €200.000,-- worden onderling verdeeld tussen Rijk, provincie en gemeente. Rijk en Regio stellen vast dat voor het stadsdeel Oss West het ombouwen van de gelijkvloerse overwegen Heihoeksingel en Braakstraat/station Oss West naar onderdoorgangen bijdraagt om de barrièrewerking te verminderen en de interwijkverbinding te verbeteren. In het WoKT-voorstel van Oss zijn deze onderdoorgangen ook ingediend omdat het bijdraagt aan de ontsluiting van nieuwe woningen. Het voorstel is door het Rijk positief beoordeeld, maar afgevallen vanwege de prioritering op rendement.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

71

 

  

De Regio is in afstemming met het Rijk gestart met de voorbereiding van deze maatregelen die gericht is op uitvoeringsbesluitvorming in 2028 ten behoeve van een start van de uitvoering in 2029. In het BO MIRT van najaar 2026 worden de mogelijkheden voor een haalbare financiering van beide ook voor de woningbouwopgave van belang zijnde onderdoorgangen in stadsdeel Oss West geagendeerd. Ook het verdiepende onderzoek naar de spoorbarrière in Oss Centraal staat op de agenda. 20. Maaslijn Rijk en Limburg herbevestigen de afspraak dat ieder 50% van de risico’s met betrekking tot vertraging Maaslijn draagt, en staan ten aanzien van de thans opgetreden vertraging ieder voor 50% garant tot een maximum van € 89 miljoen. Vooruitlopend op definitieve vaststelling van de vertragingskosten, stelt het Rijk haar bijdrage voor 75% van de vertragingsperiode (3 jaren) à € 34,3 miljoen op korte termijn beschikbaar. Rijk en Limburg spannen zich samen zoveel als mogelijk in om de vertragingskosten te beperken door, als gezamenlijke opdrachtgever, maximaal te sturen op tijdige afronding van de realisatie van de elektrificatie. Rijk en Limburg delen informatie zodat een goed oordeel kan worden geveld over de omvang van de vertragingskosten. 21. PHS Boxtel Rijk en regio constateren dat niet alle benodigde infrastructurele maatregelen voor PHS Boxtel op korte termijn gerealiseerd kunnen worden.

Daarom onderzoeken rijk en regio gezamenlijk alternatieve scenario’s om tijdelijke maatregelen te realiseren, waarbij rekening wordt gehouden met overwegveiligheid, verkeersveiligheid en lokale en regionale verkeersstromen. Het streven is met tijdelijke maatregelen de frequentieverhoging op het spoor binnen redelijke termijn mogelijk te maken. Voor Rijk en Regio blijft het uitgangspunt dat het integrale maatregelenpakket PHS Boxtel wordt uitgevoerd. In navolging van de BO MIRT 2024 afspraken is de provincie Noord-Brabant als vergunningsplichtige een proces gestart om tot natuurvergunningverlening te komen. In navolging van de BO MIRT 2024 afspraken is het Rijk het proces gestart om, gegeven de concessieafspraken, te bezien wat nodig is om - na afronding van de (tijdelijke) PHSinfrastructuur maatregelen in Boxtel – tot de productstap 3e en 4e IC Eindhoven – Breda te komen. 22. Studie ontwikkeling opstelcapaciteit Eindhoven en omliggende emplacementen Rijk en regio spreken af een studie te doen om de uitbreiding en compensatieruimte voor emplacementen in Zuid-Oost Nederland in kaart te brengen. Zo kunnen op korte termijn toekomstvaste keuzes gemaakt worden voor uitbreiding van opstelcapaciteit in relatie tot verstedelijking en autonome groei, en tegelijkertijd wordt de benodigde ontwikkeling van opstelcapaciteit niet te onmogelijk gemaakt. 23.

IC naar Aken Rijk en regio constateren dat er (nog) geen financiering is van stappen 2 en 3 van Spoorknoop Eindhoven. Deze stappen zijn noodzakelijk om onder andere een aantal internationale treinverbindingen, zoals de IC Aken, te kunnen rijden. Conform de BO MIRT-afspraak van 2024 werken betrokken partijen de varianten van een volwaardige IC-verbinding tussen Eindhoven en Aken verder uit. De uitwerking van varianten geschiedt onder regie van IenW. Deze uitwerking moet inzichtelijk maken wat de mogelijkheden en termijnen zijn om de juiste maatregelen te nemen om de intercity van Eindhoven naar Aken te kunnen laten rijden. Duitse partners worden betrokken in het proces om de mogelijkheden aan Duitse zijde in kaart te brengen.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

72

  

24. Roosendaal – Antwerpen Het Rijk zal de samenwerking met de Belgische federale overheid op Antwerpen – Roosendaal continueren en de regio hierbij betrekken. Uiterlijk bij het BO MIRT van 2026 zullen Rijk en regio voorstellen doen voor de te zetten stappen voor verbetering van de verbinding. 25. Eindhoven – Düsseldorf Het ministerie van IenW, Verkehrsverbund Rhein-Rhur en de provincie Noord-Brabant zijn in 2019 overeengekomen dat er vanaf eind 2026 een directe IC-verbinding tussen Eindhoven en Düsseldorf zal gaan rijden. In Venlo zijn de voor de IC Eindhoven – Düsseldorf (RE13) benodigde infrastructurele maatregelen (waaronder de perronverlenging en spanningssluis) voorzien in 2030. In Eindhoven en op het baanvak Eindhoven – Venlo zijn de infrastructurele maatregelen voorzien voor eind 2026. Rijk en regio achten het halen van de overeengekomen indiensttreding van die internationale IC-verbinding per eind 2026 (dienstregeling 2027) van groot belang. Hiertoe worden brede oplossingsrichtingen verder uitgewerkt en tijdelijke maatregelen gedefinieerd in samenwerking met de Duitse partners. Daarbij wordt ook de tijdige beschikbaarheid van treinmaterieel en indien nodig de inzet van vervangend materieel beschouwd. Rijk zoekt naar een dekkende financiering van de maatregelen. 26.

Spoorgoederenvervoer inclusief link naar Delta – Rhine Corridor Rijk en regio zien de samenhang tussen de verschillende visies en beleidsagenda’s (Mobiliteitsvisie 2050, Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer, Beleidsagenda goederenvervoer, Toekomstbeeld OV, Nota Ruimte en Goederencorridor Noordoost Europa (GNOE)) als het gaat om het spoorgoederenvervoer en de balans met de leefomgeving en zetten zich gezamenlijk in om deze opgave in samenhang op te pakken. Rijk en regio spreken af buiten de DRC-procedure om de mogelijkheden te verkennen om de buisleidingenstroken zo optimaal mogelijk te benutten voor vervoer van gevaarlijke stoffen waaronder ammoniak t.b.v. integrale samenhang met andere ruimtelijke opgaven zoals met de verstedelijkingsopgave, de mobiliteitsopgave en de verduurzaming van industrie. 27. Decentralisatie Drielandentrein Rijk en Limburg spreken af dat het spoorvervoer van de Drielandentrein tussen Maastricht Randwyck en de Belgische grens wordt gedecentraliseerd vanaf 2028 of als dit redelijkerwijs niet mogelijk blijkt vanaf de volgende regionale concessieperiode (vanaf eind 2031). Het Rijk continueert tot en met 2028 de in 2015 overeengekomen bijdrage van € 250.000 per jaar voor de exploitatie en opstart van de sneltreindienst Heerlen-Aken (onderdeel van de Drielandentrein). Deze wordt conform afspraak geïndexeerd.

Ook voor het gedecentraliseerde vervoer op dit traject geldt dat uitkering van een structurele bijdrage via het Provinciefonds voor de hand ligt. Het Mobiliteitsfonds is namelijk niet bedoeld om exploitatieproblemen op te lossen. 28. Decentralisatie Stoptreindiensten Rijk en Limburg spreken af dat ten aanzien van de twee gedecentraliseerde treindiensten in Limburg het Rijk voor 2025 en 2026 een jaarlijkse bijdrage zal leveren van € 7 miljoen. Hiermee wordt invulling gegeven aan de afspraak uit 2014. Rijk en regio maken in 2026 nadere afspraken over een structurele continuering van deze bijdrage waarbij uitkering van de Rijksbijdrage via het Provinciefonds voor de hand ligt. Het Mobiliteitsfonds is namelijk niet bedoeld om exploitatieproblemen op te lossen. 29. Bus Rapid Transit Breda – Gorinchem – Utrecht Rijk en provincie Noord-Brabant spreken af in 2026 een gezamenlijke aanpak uit te werken om met alle benodigde stakeholders toe te werken naar een gedragen ontwerp en indien

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

73

 

 

 

 

opportuun een risicoanalyse, kostenraming, maatschappelijke onderbouwing en realisatiestrategie voor de Hub Sleeuwijk - De Tol conform de MIRT-afspraak van 2024. Hierbij is aandacht voor de interactie tussen de verschillende wensen en eisen van de betrokken stakeholders zoals de kaders van de omgevingssituatie, (vernieuwend) beleid, OVontwerp en wegontwerp. Startpunt hierbij is het voorliggende ontwerp. Tevens streven Rijk en Regio naar elk één centraal aanspreekpunt voor deze deelopgave. Rijk en provincie Noord-Brabant stellen voldoende capaciteit en een budget van € 40.000 inclusief btw elk beschikbaar voor de uitwerking van de Hub Sleeuwijk - De Tol. Op basis van de resultaten nemen Rijk en regio een definitief besluit, uiterlijk voordat de aannemer dit nodig heeft om OV-maatregelen nog te kunnen meenemen in de realisatie van project A27 Houten-Hooipolder. 30. Herbestemming middelen Actieprogramma Regionaal Openbaar Vervoer (AROV) Limburg Rijk en Limburg spreken af dat alle risico's binnen de vier projecten zoals overeengekomen op het BO MIRT 2024 gedekt worden binnen de € 36,7 miljoen. In de Bestuursovereenkomst tussen Rijk en Limburg worden afspraken gemaakt over de omgang met mee- en tegenvallers, welke conform programmatische aanpak worden opgevangen. Wanneer het benodigd budget hoger uitvalt dan € 36,7 miljoen, worden de risico's opgevangen door de regio.

Rijk en Limburg maken in de bestuursovereenkomst nadere afspraken over de risicoverdeling en de benodigde capaciteit van Rijkswaterstaat en ProRail voor de uitvoering. Voordat de bestuursovereenkomst tussen Rijk en Limburg wordt ondertekend, treedt het Rijk in overleg met de Belgische federale overheid en het gewest Vlaanderen. Uiterlijk in het eerste kwartaal van 2026 wordt de bestuursovereenkomst ondertekend. 31. Europese Havenstrategie Rijk en regio onderschrijven het belang van de binnenhavens binnen het Europese netwerk van zeehavens met achterlandverbindingen. De Europese Commissie stelt op dit moment in opdracht van het Europees Parlement een Europese Havenstrategie op. In de opdracht staan belangrijke thema's die de havens concurrerender, duurzamer en veiliger moeten maken. Hierin lijkt vooralsnog alleen een belangrijke rol weggelegd voor de zeehavens. Rijk en regio spreken af dat lidstaat Nederland ook aandacht vraagt voor de positie van binnenhavens in de Europese Havenstrategie. Voor Zuid-Nederland is dit cruciaal. De provincies Limburg en Noord-Brabant worden door het Rijk op de hoogte gehouden over de voortgang van het opstellen en uitvoeren van de Europese Havenstrategie en de positie van binnenhavens daarin. 32.

Wilhelminakanaal Kraaiven – Loven IenW, Noord-Brabant en Tilburg in hebben in maart 2025 de bestuursovereenkomst (BOK) voor de aanleg van het project Wilhelminakanaal Sluis II afgesloten. Vervolgens hebben IenW, Noord-Brabant en Tilburg eveneens een oplossing gevonden voor het dekkingstekort van het project “Optimalisatie WHK Kraaiven-Loven”, conform afspraak tijdens het BO MIRT Zuid 2024. Nadere afspraken hierover zijn in het BO MIRT Goederenvervoercorridor uitgewerkt. 33. Inclusieve Deelmobiliteit In december 2022 is in de Tweede kamer een amendement van de leden Van Ginniken en Van der Molen aangenomen om € 3 miljoen beschikbaar te stellen voor pilots inclusieve deelmobiliteit (Kamerstuk II 2022-2023, 36200 A, nr. 51). Rijk en regio beogen met het uitvoeren van de pilots om in verschillende contexten de effecten te toetsen van het stimuleren van deelvoertuigen bij mensen met een laag inkomen. Door regio’s zijn hiervoor voorstellen voor pilots ingediend die lopen in 2026 en 2027. Het Rijk draagt voor maximaal 60% bij aan de kosten van deze pilots met een minimum van € 50.000 en een maximum van € 500.000. Voor de uitkering van deze middelen wordt aangesloten op

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

74

de doelen van artikel art. 3 lid 1.e van de Tijdelijke stimuleringsregeling slim, veilig, doelmatig en duurzaam gebruik van mobiliteitsinfrastructuur (2023–2027). Het rijksdeel van de financiering kan over de jaren 2026-2027 worden verdeeld, mits dit gelijk oploopt met de regionale cofinanciering. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 80.000 inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel Gelijk op Weg van gemeente Tilburg (ontvanger rijksbijdrage: gemeente Tilburg). De regio draagt zelf bij € 53.000. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 84.300 inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel Buurtdeelauto’s gemeente SittardGeleen van gemeente Sittard-Geleen (ontvanger rijksbijdrage: gemeente Sittard-Geleen). De regio draagt zelf bij € 56.200. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 120.000 inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel Stimuleren inclusieve deelmobiliteit Breda van gemeente Breda (ontvanger rijksbijdrage: gemeente Breda). De regio draagt zelf bij € 80.000. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 66.000 inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel Autodelen voor iedereen van gemeente Gemert-Bakel (ontvanger rijksbijdrage: gemeente Gemert-Bakel).

De regio draagt zelf bij € 44.000. In dit kader reserveert het Rijk 60% van de werkelijke kosten met een maximum van € 72.000 inclusief btw voor de realisatie van het pilotvoorstel Deelmobiliteit Oosterheide Oosterhout van gemeente Oosterhout en provincie Noord-Brabant (ontvanger rijksbijdrage: gemeente Oosterhout). De regio draagt zelf bij € 48.000. De reservering wordt omgezet in een definitieve bijdrage onder voorwaarde van: een door de regio en het ministerie van IenW vastgesteld plan van aanpak, ondertekening van de regio van het door het ministerie van IenW vastgesteld afsprakenkader en een positief bestuurlijk besluit over de beschikbaarheid van de benodigde regionale financiële bijdrage van minimaal 40% van de kosten voor de pilot. 34. NOVEX Stedelijk Brabant Rijk en regio concretiseren de Uitvoerings- en werkagenda de komende periode in een Investeringsagenda voor NOVEX Stedelijk Brabant. Brabant Bouwt vormt mede input hiervoor, evenals de Multimodale Agenda van SmartwayZ. Inzet van partijen is om op basis van de Investeringsagenda voor NOVEX Stedelijk Brabant te komen tot een beperkt aantal sleutelprojecten. Indien dit mobiliteitsprojecten van regio en Rijk gezamenlijk betreft, worden deze weer geagendeerd in de Multimodale Agenda.

Onderdeel van deze investeringsagenda is een strategische programmering op hoofdlijnen die in beeld brengt hoe de verstedelijkingsopgaven samenhangen met investeringen in mobiliteit, groen, water, energie etc. en welke integrale afwegingen van de meer grootschalige verstedelijkingslocaties voor wonen en werken voor de (middel)lange termijn er binnen NOVEX Stedelijk Brabant nodig zijn. Rijk en regio onderschrijven het belang van goede afstemming tussen de ruimtelijke opgaven voor de Brainportregio en de omliggende regio's. Bovenregionale samenwerking tussen de MRE en nabijgelegen gemeenten en regio’s in Noord-Brabant en Limburg biedt daarbij kansen, bijvoorbeeld op het gebied van wonen en werken. Dit is voor de lange termijn in de Actualisatie MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport benoemd als één van de gebiedsgerichte ontwikkelpaden die wordt uitgewerkt, waarvan het belangrijk is om daar nu samen mee aan de slag te gaan. 35. Verstedelijkingsstrategie Limburg Centraal Rijk en regio nemen kennis van de voortgang van het Verstedelijkingsconcept, dat de Stuurgroep Limburg Centraal voornemens is om vast te stellen begin 2026. Nadien informeren de stuurgroepleden hun achterban. Conform Plan van Aanpak Limburg Centraal werken partijen verder aan de Verstedelijkingsstrategie en streven naar vaststelling in het BO Leefomgeving 2026;

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

75

Conform de in het BO Leefomgeving gemaakte afspraak hebben Rijk en regio de boven- en binnenplanse tekorten in de gebiedsontwikkelingen van de zes steden binnen Limburg Centraal in kaart gebracht. Dit is uitgewerkt in de Businesscases Limburg Centraal. Ze constateren dat het bestaande instrumentarium, zoals geëvalueerd aan de hand van de kamerbrief d.d. 19 mei 2025 “Financieel instrumentarium woningbouw”, op dit moment niet toereikend is om tekorten te dekken; Rijk en regio nemen kennis van uitkomsten van de eerste stap verkenning Verstedelijkingsbudget (eveneens instrumentenkoffer). De uitkomsten bieden waardevolle aanknopingspunten voor gezamenlijk verdere uitwerking van de verkenning. Het inzicht in de rollen, instrumenten en bijdragen die de verschillende partners kunnen inzetten om de gebiedsontwikkeling in Limburg Centraal te stimuleren wordt meegenomen in de verdere totstandkoming van de Verstedelijkingsstrategie Limburg Centraal (voorzien BOL 2026) en mogelijke uitvoerings- en investeringsagenda. Rijk en regio onderschrijven het belang van goede afstemming tussen de ruimtelijke opgaven voor de Brainportregio en de omliggende regio's. Bovenregionale samenwerking tussen de MRE en nabijgelegen gemeenten en regio’s in Noord-Brabant en Limburg biedt daarbij kansen, bijvoorbeeld op het gebied van wonen en werken.

Dit is voor de lange termijn in de Actualisatie MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport benoemd als één van de gebiedsgerichte ontwikkelpaden die wordt uitgewerkt, waarvan het belangrijk is om daar nu samen mee aan de slag te gaan. 36. NOVEX Zuid-Limburg Rijk en regio stellen de Regionale Uitvoerings en Investeringsagenda (RUIA) Zuid-Limburg vast. 37. NOVEX De Peel Rijk en regio nemen kennis van de voortgang van NOVEX de Peel. 38. Ruimte voor de Rivier 2.0

 Het rijk bereidt in samenwerking met de regio besluitvorming voor over beleidskeuzes Rivierbodem, en Ruimte en Afvoer.

 Op basis hiervan zal het rijk in de tweede helft van 2026 een besluit nemen over de beleidskeuzes. Dit besluit gaat onder andere over de huidige binnendijkse ruimtereserveringen (Bkl-reserveringen) en mogelijk nieuwe ruimtereserveringen.

 

  

39. VDL Nedcar In het BO MIRT van 2024 is door IenW besloten de financiële bijdrage aan de aanpassing van de infrastructuur bij VDL Nedcar te verlengen tot eind 2025. De nieuwe toekomstplannen van VDL Nedcar (ook in samenwerking met Defensie en EZ) worden de komende periode verder geconcretiseerd. Daarmee komt er binnen twee jaar meer zicht op de beoogde gebiedsontwikkeling en bijbehorende bereikbaarheidsvraagstukken. VDL en provincie Limburg hebben respectievelijk € 10 miljoen en € 15 miljoen voor deze nieuwe ontwikkeling beschikbaar gesteld. De regio werkt de plannen in afstemming met VDL en Defensie verder uit. Uiterlijk in het BO MIRT 2027 wordt een definitief en passend besluit genomen over de IenW bijdrage van € 5 miljoen (inclusief btw) aan bereikbaarheidsopgaven op voorwaarde dat ook het ministerie van Economische Zaken haar eerdere toezeggingen over financiële bijdragen aan de provincie Limburg in deze nakomt.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

76

Goederenvervoercorridors 

   

 

1. Truckparkings Het projectdoel is om het tekort van circa 4.000 parkeerplaatsen terug te dringen. Het terugdringen van het tekort levert een bijdrage aan de verkeersveiligheid van weggebruikers, leefbaarheid en betere arbeidsomstandigheden voor vrachtwagenchauffeurs. In 2026 zal door betrokken provincies, havenbedrijf Rotterdam en het Rijk gewerkt worden aan het vinden van geschikte locaties voor de realisatie van meer vrachtwagenparkeerplekken. Partijen stellen voor de periode 2027-2030 een uitvoeringsplan op waarin de realisatie en exploitatie van de locaties is vastgelegd. Elke partij wijst in het uitvoeringsplan minimaal 1 locatie aan en legt hierin de gemaakte afspraken vast over eventuele aankoop grond, inrichting en exploitatie. Het Rijk en de provincies maken op basis van het uitvoeringsplan een investeringsplan voor de realisatie, grondaankoop en exploitatie. Alle partijen onderzoeken binnen hun organisatie en in onderling overleg de benodigde (co)financiering voor het uitvoeringsplan. Besluitvorming hierover vindt plaats op het BO MIRT GVC 2026 waarbij wordt aangeven hoe de reservering uit het Mobiliteitsfonds voor vrachtwagenparkeren wordt aangewend. IenW neemt in 2026 een besluit over de realisatie van de pilot in Limburg voor een truckparking aansluitend op een verzorgingsplaats aan het hoofdwegennet.

Provincie Zuid-Holland en het Rijk voeren in 2026 samen het voorzitterschap van de werkgroep uit. Provincie Gelderland treedt in 2026 toe tot de werkgroep. De financiering van de samenwerking in de werkgroep Truckparkings wordt voortgezet met een bijdrage van de provincies Zuid-Holland, Limburg en Noord-Brabant, Gelderland van € 20.000 inclusief btw en een bijdrage van het ministerie van IenW van € 80.000 inclusief btw. De € 160.000 wordt onder meer ingezet voor het uitwerken van het uitvoeringsplan en aanjagen van de realisatie van truckparkings. 2. Wijziging SPUK Versterking Havenvoorzieningen De bestaande SPUK regeling Versterking havenvoorzieningen van het Ministerie van IenW draagt bij aan het (structureel) stimuleren van een modal shift van weg naar water door investeringen in haveninfrastructuur te ondersteunen. Om het gebruik van de regeling te verhogen, wordt de regeling aangepast. Corridorpartijen besluiten om de SPUK Versterking Havenvoorzieningen GVC OZO te wijzigen. Met de wijziging wordt het toepassingsgebied vergroot met corridor Zuid, wordt de looptijd verlengd tot 31 december 2030 en wordt de maximale IenW-bijdrage per aanvraag verhoogd tot € 2.000.000 (inclusief btw). Corridorpartijen ondersteunen het voornemen van IenW om de bestaande regeling met € 2.000.000 (inclusief btw) te verhogen.

De 50% cofinancierings-eis gaat pas spelen indien er een subsidie-aanvraag daadwerkelijk wordt ingediend. Het is aan de decentrale overheden om te bepalen op welke wijze deze cofinanciering onderling wordt verdeeld. Voorwaarde voor de subsidie is een financiële bijdrage vanuit het bedrijfsleven. 3. Continuering en doorontwikkeling pilots Last Mile Spoor Moerdijk en Houtrakpolder De eerste resultaten van de huidige Last Mile spoor pilots zijn succesvol. Tegelijkertijd is geconstateerd dat het professionaliseren en verankeren van pilots grote urgentie heeft, anders blijft het bij een goed bedoelde pilot. Het gaat dan om beheer en onderhoud en het goed inbedden van het systeem. In het BO MIRT GVC van november 2024 is derhalve besloten tot een uitwerking te komen van de bestendiging van de huidige 4 pilot locaties. Uiteraard is vanuit de havenbedrijven ook de behoefte om verder op te schalen naar andere emplacementen. Er is echter een gezamenlijk belang Rijk – regio en in de toekomst ook het bedrijfsleven (vervoerders, terminals) dat er ook financiering komt voor het bestendigen van de huidige pilots.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

77

 

De corridor is een kraamkamer voor de pilots geweest. Om dit succes toekomstvast te kunnen maken en verder op te kunnen schalen naar meerdere locaties op de 2 corridors (OostZuidoost, Zuid) is dus het eerst van belang dat de bestendiging van de huidige pilot locaties wordt geborgd, verankerd en geregeld. De kosten hiervoor bedragen in totaal € 12.350.000 inclusief btw. Daarvan heeft IenW reeds besloten het bestendigen van de pilots op Botlek en Maasvlakte West/West voor een bedrag van € 6.950.000 inclusief btw te financieren vanuit Spooraansluitingen Tweede Maasvlakte. Voor het overige bedrag van € 5.400.000 is nog geen financiering gevonden; de intentie van alle betrokken partijen is dat de financiering in 2026 wel gevonden gaat worden. Dit MIRT besluit richt zich op de continuering en doorontwikkeling van de pilots te Moerdijk en Houtrakpolder ter overbrugging van de financiering voor de bestendiging van beide pilots. Primaire focus van de pilots lagen tot nu op het beter benutten van capaciteit in de capaciteitsverdelingsfase. Dit wordt nu uitgebreid voor een toepassing voor Verkeersleiding. De kosten hiervoor bedragen € 300.000 inclusief btw. 4. Haalbaarheidsstudie 740m treinen Botlek Vanuit TEN-T geldt de verplichting dat 740m lange treinen per 31-12-2030 op het kernnetwerk TEN-T gefaciliteerd kunnen worden.

Voor een aantal herkomsten/ bestemmingen van het spoorgoederenvervoer die aan het kernnetwerk gelegen zijn geldt dit nog niet. Het opstarten van deze projecten op emplacementen heeft op dit moment de hoogste prioriteit. Dit betreffen de emplacementen van Botlek, Pernis en Tilburg Industrie. Aan het emplacement Botlek zijn diverse bedrijven gelegen die met 740 meter lange treinen willen rijden. In 2024 was het totale vervoerd gewicht intermodaal van/naar Botlek circa 2,2 miljoen ton, op een totaal voor Rotterdam van circa 15,4 miljoen ton. Daarmee verzorgt het emplacement circa 15% van het intermodale vervoer van/naar Rotterdam. Een eerste stap richting realisatie is het uitvoeren van een haalbaarheidsstudie om de aankomst- en vertreksporen op emplacement Botlek geschikt te maken voor 740 meter lange goederentreinen op basis van een eerder door ProRail verrichte inpassingsanalyse. Deze MIRT afspraak behelst het uitvoeren van de haalbaarheidsstudie. Looptijd hiervan bedraagt 1,5 jaar. De kosten voor de haalbaarheidsstudie bedragen in totaal € 550.000 (inclusief btw). Het Ministerie van IenW draagt hiervoor € 500.000 (inclusief btw) bij, Port of Rotterdam draagt inkind € 50.000 (inclusief btw) bij. De haalbaarheidsstudie wordt uitgevoerd door ProRail. 5.

Haalbaarheidsstudie kraanbare en niet-kraanbare trailers Rotterdam-Venlo Het project heeft als doel om de haalbaarheid en randvoorwaarden voor het vervoer van kraanbare en niet-kraanbare trailers per spoor tussen Rotterdam en Venlo in kaart te brengen. Om zo een solide basis te creëren voor strategische besluitvorming en verdere ontwikkeling van intermodale vervoersoplossingen. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet richting een grootschalige modal shift van weg naar spoor, met als doel uiteindelijk 100.000 trailers per jaar over te hevelen. Voor de corridors en corridorpartners betekent dit project een versterking van de nationale en Europese spoorgoederencorridors, een betere benutting van de spoorcapaciteit in Rotterdam en Venlo, en een bijdrage aan duurzame en robuuste logistieke verbindingen. Door samenwerking in Rijk–regio verband wordt versnippering voorkomen, investeringen gebundeld en nationale en Europese doelen voor bereikbaarheid, concurrentiekracht en verduurzaming ondersteund. Het project heeft een doorlooptijd van 4 tot 6 maanden, waarbij de resultaten in Q2 2026 beschikbaar zijn. Aan de hand van de uitkomsten zullen de mogelijkheden en de wenselijkheid van ondersteunde investeringen worden bezien richting besluitvorming MIRT GVC 2026. De totaal benodigde financiering is € 80.000 (inclusief btw).

De provincies Limburg en ZuidHolland dragen ieder € 20.000 (inclusief btw) bij, het Ministerie van IenW € 40.000 (inclusief btw). Het projectmanagement voor de haalbaarheidsstudie wordt ingevuld door de Provincie Limburg.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

78

 

6. Kennisprogramma Transpect In 2026 wordt het kennisprogramma TRANSPECT opgestart om de binnenvaart als duurzame en robuuste transportmodaliteit binnen de goederenvervoercorridors te versterken. In het eerste jaar wordt ingezet op het concreter maken van het plan van aanpak, doorlooptijd en onderzoeken die worden opgezet. Hierbij valt te denken aan het concretiseren van (robuustheids)knelpunten, het in kaart brengen van risico’s en kwetsbaarheden voor de binnenvaart op de goederenvervoercorridors en onderzoek naar effectief varen: mogelijkheden om effectiever te kunnen varen waardoor brandstof en geld zou kunnen worden bespaard. De verkregen inzichten en overzichten worden gevalideerd en gedragen door de samenwerkende GVC-partners en stakeholders. Door integrale samenwerking wordt de betrouwbaarheid, veiligheid en bereikbaarheid van vaarwegen verbeterd. Het project loopt gedurende minimaal drie jaar met mogelijke verlenging tot vijf jaar, beginnend in 2026. Financiering van dit kennisprogramma gebeurt 100% door het Rijk waarbij op dit BO MIRT € 300.000 (inclusief btw) wordt vrijgemaakt vanwege de relatie met versterking op de goederenvervoercorridors. Deltares en MARIN voeren gezamenlijk het project uit en verzorgen het programmamanagement. Deltares treedt op als penvoerder en coördineert samen met MARIN de uitvoering en stakeholderbetrokkenheid. 7.

Bereikbaarheidsaanpak haven Rotterdam Op 10 april 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden de bewindspersonen van IenW en het Havenbedrijf Rotterdam, vertegenwoordigers van de logistieke keten, lokaal bestuur, brancheorganisaties en andere betrokkenen bij het containervervoer via de corridors over de bereikbaarheid van de Rotterdamse haven. Daarbij is afgesproken een gezamenlijke aanpak te ontwikkelen voor de bereikbaarheidsproblematiek. Als vervolg hier op zetten IenW, het Havenbedrijf Rotterdam, de Topsector Logistiek en een aantal nog nader te bepalen (markt) partijen in op een gezamenlijke aanpak met concrete maatregelen om de bereikbaarheid van de Rotterdamse haven met de verwachte groei van containertransport in de komende jaren te borgen. IenW reserveert hiervoor € 2.000.000 inclusief btw voor acties die starten in 2026. 8. Coördinatiegroep Verslogistiek De Coördinatiegroep Verslogistiek richt zich op het verbeteren van betrouwbaarheid en efficiëntie in de versketen, die onder druk staat door congestie, infrastructuurbeperkingen, chauffeurstekorten en regelgeving. Samen met sectorpartijen, overheid en logistieke partners worden concrete oplossingen ontwikkeld en geïmplementeerd om Nederland als Europese vershub te versterken.

De Coördinatiegroep Verslogistiek speelt hierbij een centrale rol door knelpunten te benoemen, oplossingen af te stemmen en projecten te verbinden aan bestaande samenwerkingsvormen zoals Realisatiepacten, Greenports en sectoroverleggen. De benodigde financiering voor het faciliteren van de samenwerking binnen de Coördinatiegroep in 2026 is € 120.000 (inclusief btw), waarbij de volgende verdeling is gehanteerd: het Ministerie van IenW draagt € 40.000 bij, de Provincies Zuid-Holland, Limburg en Noord-Holland ieder € 20.000. Greenport Nederland draagt € 20.000 in kind bij. Het projectmanagement van de Coördinatiegroep wordt ingevuld door de Provincie ZuidHolland. 9. Modal shift aanpak De modal shift aanpak “Van weg naar water en spoor” wordt gecontinueerd voor de periode 2026-2027. IenW investeert hiervoor € 9.000.000 (inclusief btw). Hiervan is € 7.000.000 voor verplaatsen van transport van de weg naar vaarwegen en € 2.000.000 voor het verplaatsen van de weg naar het spoor.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

79

 

 

 

10. Autonoom rijden In 2026 wordt de ontwikkelagenda autonoom rijden in uitvoering gebracht met focus op het opstarten van praktijkproeven en het versterken van samenwerking en kennisdeling. Dit draagt bij aan toekomstbestendig goederenvervoer op de corridor Zuid. De benodigde financiering is € 90.000 (inclusief btw) voor 2026, waarbij de volgende verdeling is gehanteerd: het Ministerie van IenW draagt 50% bij. De overige 50% wordt door de havens en provincies in GVC Zuid bijgedragen. Gedurende 2026 wordt geïnventariseerd welke partijen uit GVC OZO interesse hebben om aan te sluiten bij het project autonoom rijden. Het projectmanagement wordt uitgevoerd door North Sea Port met ondersteuning van de regiegroep autonoom rijden. 11. Autonoom varen In 2026 wordt de ontwikkelagenda autonoom varen in uitvoering gebracht met focus op het opstarten van pilots en het delen van kennis via SMASH! Dit draagt bij aan toekomstbestendig goederenvervoer op de corridor Zuid. De benodigde financiering is € 45.000 (inclusief btw) voor 2026, waarbij de volgende verdeling is gehanteerd: het Ministerie van IenW draagt 50% bij. De overige 50% wordt door de havens en provincies in GVC Zuid bijgedragen. Gedurende 2026 wordt geïnventariseerd welke partijen uit GVC OZO interesse hebben om aan te sluiten bij het project autonoom varen.

Het projectmanagement wordt uitgevoerd door North Sea Port met ondersteuning van de regiegroep autonoom varen. 12. Realisatiepact Moerdijk De focus van het Realisatiepact Moerdijk ligt op het investeren in de toekomstige duurzame multimodale bereikbaarheid van knooppunt Moerdijk via de modaliteiten weg, rail en water. Het knooppunt Moerdijk combineert de functies van zeehaven en inland knooppunt, en is direct aangesloten op zowel de Topcorridors Zuid en Zuidoost als de internationale TEN-T corridors. Speerpunten in dit realisatiepact zijn: Uitbreiden spoorinfrastructuur, Zero emissie rangeren, Autonoom transport (varen), Ontwikkeling Extended Gate functie Port of Moerdijk, Aansluiten Rail Connected/ digitalisering spoor, Modal shift recyclingstromen van weg naar water of spoor, Verbeteren truckparkings Moerdijk en een Pre gating systeem. Op grond van de uit te voeren projecten in het realisatiepact in de komende jaren worden vervolgens op een later moment op het landsdelige BO MIRT (of ander geëigend besluitvormingsproces) eventuele besluiten over bijbehorende publieke investeringen genomen. Vanuit het aangevraagde budget kunnen op kleine schaal al investeringen worden uitgevoerd waartoe door het Pactteam kan worden besloten.

In het Realisatiepact Moerdijk worden bestaande stimuleringsinstrumenten voor het versterken van de multimodaliteit, het verduurzamen van de transportketen en de digitalisering van het goederenvervoer maximaal benut. Het Ministerie van IenW draagt het in het BO MIRT 2024 gereserveerde bedrag van € 1.000.000 (inclusief btw) bij aan het Realisatiepact Moerdijk, naast de al lopende nationale gebiedsinvesteringen. Port of Moerdijk en de Provincie Noord-Brabant dragen gezamenlijk € 1.000.000 (inclusief btw) bij aan het Realisatiepact Moerdijk, naast de al lopende regionale gebiedsinvesteringen. Voor de uitvoering en uitbreiding van het Realisatiepact Moerdijk wordt een programmabureau ingericht, bestaande uit het huidige Pactteam inclusief een programmamanager. De Provincie Noord-Brabant, Port of Moerdijk en het Ministerie van IenW brengen hiervoor of elk 0,2 fte aan eigen bijdrage in en/of een gezamenlijk budget voor een (externe) programmamanager. In het BO MIRT GVC en/of het landsdelige BO MIRT 2026 wordt de voortgang van de lopende projecten, eventuele nieuwe projecten en - indien van toepassing - te nemen investeringsbeslissingen geagendeerd.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

80

  

13. Realisatiepact Nijmegen De partners van het Realisatiepact Nijmegen besluiten om met fase 1 van het Realisatiepact Nijmegen van start te gaan zoals verwoord in het uitvoeringsplan (’26-‘29). Het betreft de projecten: Routekaart emissieloze binnenhavens in 2050, Routekaart circulaire binnenhavens, voorzieningen truckparking/(clean) energy hub/ logistiek laden en walstroom. Het Ministerie van IenW draagt vanuit het in het BO MIRT 2024 gereserveerde bedrag van € 1.000.000 (inclusief btw) een bedrag van € 242.500 (inclusief btw) bij aan de uitvoering van fase 1 van het Realisatiepact Nijmegen. Voor de uitvoering van fase 1 dragen gemeente Nijmegen € 482.500 (inclusief btw), de groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen € 20.000 (inclusief btw) en de provincie Gelderland € 325.000 (inclusief btw) bij. De projecten fase 2 uit het uitvoeringsplan (’26-’29) worden in 2026 uitgewerkt in een vervolgbesluit met financieringsvoorstel. Dit wordt geagendeerd op het BO MIRT GVC 2026. Voor het project ‘Samenwerking binnenhavens en digitalisering’ wordt een apart besluit genomen op de Programmaraad GVC van juni 2026. De partners zien intensivering van de samenwerking en afstemming met het regionale bedrijfsleven en onderwijscluster als noodzakelijk om knooppunt Nijmegen verder te versterken en vullen deze samenwerking verder in.

Daar waar mogelijk en zinvol wordt bij afstemming van projecten samengewerkt met het Realisatiepact Tiel om de keten van GVC Oost te versterken. 14. Realisatiepact Sittard-Geleen/Stein Het Realisatiepact Sittard-Geleen/Stein heeft als doel de logistieke gevolgen van de enorme energie- en grondstoffen transitie in goede banen te leiden. De aan- en afvoer van en naar het knooppunt zal de komende jaren ingrijpend veranderen. Denk daarbij aan de grondstoffentransitie Chemelot en de wijziging van de functie fabriek VDL Born. Hierbij zal de binnenvaart een belangrijke rol spelen om deze bulkstromen te vervoeren, vanwege de zeer grote volumes. Het uitvoeren van het Realisatiepact bestrijkt de jaren 2026-2029 en zal gericht zijn op vier clusters van prioritaire opgaven te weten: 1) Doorontwikkeling logistieke optimalisatie transitie Chemelot en haven Stein met focus op aanleg Multimodal corridor (MMC), 2) Doorontwikkeling logistieke optimalisatie VDL en haven Born, 3) Robuust en veerkrachtige netwerken ontwikkelen en 4) Ruimtelijke herstructurering en juiste bedrijf op de juiste plaats. Het Ministerie van IenW draagt het in het BO MIRT 2024 gereserveerde bedrag van € 1.000.000 (inclusief btw) bij aan het Realisatiepact Sittard-Geleen/ Stein door middel van een SPUK aan de Provincie Limburg.

Provincie Limburg draagt € 120.000 (inclusief btw) bij, Gemeente Sittard-Geleen € 80.000 (inclusief btw), Gemeente Stein € 80.000 (inclusief btw), en Chemelot, DSM-F en Circle Infra Partners samen € 720.000 (inclusief btw). Provincie Limburg neemt het projectmanagement op zich en huurt een regisseur in. 15. Realisatiepact Tiel-Rivierenland In mei 2025 zijn het Ministerie van IenW en regionale partners gestart met de activiteiten voor het Realisatiepact Tiel-Rivierenland. Doel is om tot een programma van projecten en bijbehorende investeringen te komen. Tot de zomer van 2026 werken de Pactpartners samen aan een Uitvoeringsplan. Het besluit over de vaststelling van het Uitvoeringsplan, en daarmee beschikbaar stellen van financiële middelen, wordt voorgelegd aan de Programmaraad GVC in juni 2026. Bij een positief besluit kan het in het BO MIRT 2024 door het Ministerie van IenW gereserveerde bedrag van maximaal € 1.000.000 (inclusief btw) worden toegekend. Onder voorwaarde van een positief besluit dragen de regionale partijen ook € 1.000.000 (inclusief btw) bij. 16. Werkgroep EU fondsen Door het vergroten van kansen voor EU financiering van projecten op de corridors, levert de werkgroep een bijdrage aan de doelen van Topcorridors.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

81

  

Voor 2026 is een budget van € 110.000 (inclusief btw) benodigd. Het Ministerie van IenW draagt € 36.300 (inclusief btw) bij. De provincies Zuid-Holland, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Gelderland, Zeeland, en Port of Rotterdam dragen ieder € 10.529 (inclusief btw) bij. 17. Realisatiepact Amsterdam De projecten voor Fase 1 van het Realisatiepact Amsterdam (2026 tot mid-2027) zijn beschreven in een zestal fiches in het Uitvoeringsplan. De studies hebben als doel om te kunnen komen tot investeringsbeslissingen en/ of voorbereidingen ter realisatie van de genoemde projecten. In de fiches zijn al eerste investeringen benoemd. Het betreft de volgende fiches: Binnenvaartvoorzieningen (o.a. realisatie ligplaatsen en walstroom), optimalisatie spoorgoederenvervoer, wegvervoer voorzieningen, betrouwbaar wegvervoer, concretisering modal shift en groei vervoer gevaarlijke stoffen en impact. De focus en signatuur bestaat enerzijds uit het toekomstbestendig garanderen van de duurzame bereikbaarheid van de logistieke hotspots zoals het haven- en Noordzeekanaalgebied en het Schiphol-Greenport cluster voor de modaliteiten weg, rail en water en in aansluiting op de nationale Goederencorridor Zuid en de internationale EU / TEN-T corridors. Anderzijds wordt er ingezet op het ontwikkelen van een dekkend netwerk van regionale logistieke verzorgingsplaatsen met verschillende voorzieningen.

Op grond van de uit te voeren studies worden vervolgens op een later moment op het landsdelige BO MIRT (of ander geëigend besluitvormingsproces) eventuele besluiten over bijbehorende publieke investeringen genomen. Vanuit het aangevraagde budget kunnen op kleine schaal al investeringen worden uitgevoerd waartoe door het Pactteam kan worden besloten. In het Uitvoeringsplan worden bestaande stimuleringsinstrumenten voor het versterken van de multimodaliteit, het verduurzamen van de transportketen en de digitalisering van het goederenvervoer maximaal benut. Het Ministerie van IenW draagt het in het BO MIRT 2024 gereserveerde bedrag van € 1.000.000 (inclusief btw) bij aan het Realisatiepact Amsterdam. Port of Amsterdam en de Provincie Noord-Holland dragen ieder € 500.000 (inclusief btw) bij, naast tussen de € 3 miljoen tot 5 miljoen aan investeringen voor de periode 2026 – 2029. Voor de uitvoering en uitbreiding van het programma wordt een programmabureau ingericht, bestaande uit het huidige Pactteam inclusief een programmamanager. De Provincie NoordHolland, Port of Amsterdam en het Rijk brengen hiervoor of elk 0,2 fte aan eigen bijdrage in en/ of een gezamenlijk budget voor een (externe) programmamanager.

In het BO MIRT GVC en/ of het landsdelige BO MIRT van 2026 wordt de voortgang van de lopende projecten, eventuele nieuwe projecten en - indien van toepassing - te nemen investeringsbeslissingen geagendeerd. 18. Realisatiepact Zeeland - North Sea Port De focus van het Realisatiepact Zeeland – North Sea Port ligt op het investeren in de toekomstige duurzame multimodale bereikbaarheid van het knooppunt via de modaliteiten weg, rail en water. Het knooppunt heeft een unieke positie als knooppunt gelegen in twee landen, en is als grensoverstijgende haven onlosmakelijk verbonden met zowel de nationale Topcorridors als de internationale TEN-T corridors. Hierbij wordt gewerkt binnen de thema’s versterken en benutten multimodale transportnetwerk, verduurzaming van het transport, digitalisering van het transport en grensoverschrijdende samenwerking. Op grond van deze thema’s is het voorstel om in het bovengemiddeld knooppunt ZeelandNorth Sea Port middels een aantal concrete projecten investeringen uit te voeren. Deze projectvoorstellen worden in het Realisatiepact nader benoemd en uitgewerkt. Op een later moment kunnen eventueel, naar aanleiding van de resultaten van deze nu ter besluitvorming voorliggende projectvoorstellen of anderszins, op het landsdelige BO MIRT (of via een ander geëigend besluitvormingsproces) besluiten over additionele publieke investeringen genomen worden.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

82

  

 

 

  

 

In het Realisatiepact worden bestaande stimuleringsinstrumenten voor het versterken van de multimodaliteit, het verduurzamen van de transportketen en de digitalisering van het goederenvervoer waar mogelijk benut. Het Ministerie van IenW draagt het in het BO MIRT 2024 gereserveerde bedrag van € 1.000.000 (inclusief btw) bij aan het Realisatiepact Zeeland – North Sea Port. Provincie Zeeland en North Sea Port dragen gezamenlijk € 1.000.000 (inclusief btw) bij, naast de investeringen die in deze periode reeds gepland staan. Voor de uitvoering en uitbreiding van het Realisatiepact wordt een programmabureau ingericht, bestaande uit het huidige Pactteam inclusief een programmamanager. De Provincie Zeeland, North Sea Port en het Rijk brengen hiervoor of elk 0,2 fte aan eigen bijdrage in en/ of een gezamenlijk budget voor een (externe) programmamanager. In het BO MIRT GVC en/of het landsdelige BO MIRT van 2026 wordt de voortgang van de lopende projecten, eventuele nieuwe projecten en – indien van toepassing - te nemen investeringsbeslissingen geagendeerd. 19.

Realisatiepact Tilburg fase 2 - Optimalisatie Wilhelminakanaal Na de ondertekening van de bestuursovereenkomst (BOK) voor de aanleg van het project Wilhelminakanaal Sluis II in maart 2025 hebben IenW, Noord-Brabant en Tilburg vervolgens vastgelegd om ieder 1/3e deel van het aansluitende project “Optimalisatie WHK KraaivenLoven” te willen financieren. Dit aansluitende project is onderdeel van het realisatiepact Tilburg. Gemeente Tilburg zal met ondersteuning van Provincie Noord-Brabant het project gaan realiseren. Om bedrijven meer gebruik te laten maken van deze toekomstige binnenvaart-verbeteringen zullen provincie en gemeente ieder € 5.000.000 reserveren voor een nieuw op te zetten bedrijvenfonds gericht op het stimuleren en borgen van watergebonden (natte) en waterverbonden bedrijvigheid langs het Wilhelminakanaal en haven Loven. Bovengenoemde afspraken zullen worden vastgelegd in een BOK die begin 2026 zal worden bekrachtigd. Tot slot zal de gemeente Tilburg met het bedrijfsleven afspraken maken om, met het perspectief op betere bereikbaarheid van Tilburg, aanvullende investeringen te doen in kadevoorzieningen, een trimodale terminal en zero-emissie varen. 20.

Verkenning vrachtwagentrailers via een Roll-on Roll-off-schip Corridorpartijen erkennen de kansen voor RORO-vervoer op het moment dat de vrachtwagenheffing wordt ingevoerd maar constateren dat er allereerst nog op hoger niveau nader onderzoek moet worden verricht naar potentiële ladingstromen en verladers die zich als launching customer willen committeren om ladingvolume gedurende lange tijd via de binnenvaart te gaan vervoeren. Partijen stemmen in dat IenW zich in 2026 zal inzetten met een marktverkenning die mogelijk in 2027 kan uitmonden in een concrete pilot tussen 2 of meerdere bovengemiddelde knooppunten op de GVC mocht dit belang uit de marktverkenning naar voren komen. Voor de verdere uitrol naar kansrijke bovengemiddelde knooppunten wordt ingezet op 50% cofinanciering vanuit het Realisatiepact. De totale benodigde financiering van deze opgave wordt vooralsnog begroot op € 50.000 inclusief btw voor de verkenning. De marktverkenning zal worden getrokken en gefinancierd vanuit IenW. 21. Uitrol walstroom op de 5 bovengemiddelde achterlandknooppunten Corridorpartijen ondersteunen het IenW voorstel om met deze cofinanciering de uitrol van walstroom op de bovengemiddelde achterlandknooppunten te stimuleren.

De knooppunten dienen hiervoor na een verkenning allereerst een marktverkenning op te starten die duidelijk maakt dat de aanleg van enkele walstroomaansluitingen op openbare ligplaatslocaties binnen 1 jaar kunnen worden uitgevoerd. De looptijd van dit project is maximaal 4 jaar.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

83

  

 

Hiervoor besluit IenW in totaal € 750.000 inclusief btw vrij te maken waarmee de knooppunten een beroep kunnen doen op 50% cofinanciering voor de concrete aanleg van deze walstroomvoorzieningen. Om de aanleg van walstroomvoorzieningen te versnellen zal het principe “wie het eerst komt, wie het eerst maalt” worden toegepast. Deze IenW GVC-bijdrage is voorwaardelijk en zal pas worden geeffectueerd indien de voorziening is opgeleverd. Er wordt afgestemd met het programma digitalisering binnenhavens om de datadeling en facturatie op een gestandaardiseerde wijze vorm te geven. 22. Werkgroep digitalisering ketens In deze werkgroep bundelen de GVC partners hun krachten om nieuwe digitaliseringprojecten met marktpartijen en overheden op de corridors te formuleren, te starten en uit te voeren. Er wordt naar gestreefd om in 2026 minimaal vier nieuwe digitaliseringsprojecten uit te werken, waaronder living labs van Digitale Infrastructuur Logistiek (DIL). De werkgroep ondersteunt de digitaliseringsopgaven van de knooppunten en bewaakt de synergie en samenwerking over de programma’s, projecten en knooppunten heen teneinde uitvoering te geven aan de Digitale Transportstrategie en gefaseerde invoering van de Basis Data Infrastructuur (BDI). De provincies Noord-Brabant, Zeeland, Zuid-Holland, Limburg, Noord-Holland en Gelderland dragen elk € 15.000 (inclusief btw) bij.

De havenbedrijven van Rotterdam, Amsterdam, Moerdijk en North Sea Port dragen elk € 7.500 (inclusief btw) bij. Het Ministerie IenW draagt € 120.000 (inclusief btw). 23. Dashboard Supply Network Visibility Momenteel heeft elke BO MIRT partner zijn eigen aanpak en ligt fragmentatie van gespecialiseerde capaciteit en kwaliteit op de loer. De BO MIRT partners wensen dan ook de krachten te bundelen. In het SNV-project wordt gewerkt aan gezamenlijke use caseontwikkeling en standaardisatie van methoden & technieken (vereenvoudigde dataontsluiting en intelligentie om data uit verschillende bronnen te kunnen combineren) om tot integraal inzicht op corridor niveau te komen. Om de gezamenlijke vraag- en aanbod ontwikkeling over tijd bij te houden en te vertalen naar resultaat wordt er door de BO MIRT partners een roadmap opgesteld en beheerd. Door de roadmap op regelmatige basis te herijken blijft de roadmap up-to-date en relevant voor alle stakeholders. Voor het doorzetten en versterken van het SNV-project wordt een budget beschikbaar gesteld van € 120.000 (inclusief btw), waarvan Ministerie IenW € 60.000 bijdraagt en de provincies Zuid-Holland, Noord-Brabant, Limburg, Gelderland, Noord-Holland, Zeeland en HBR elk € 8.570 bijdragen. 24.

Implementatie BDI Het Ministerie van IenW spant zich samen met logistieke ketenpartners in om meer relevante en actuele data over de modaliteiten heen beschikbaar te krijgen, om daarmee een optimaal multimodaal goederenvervoersysteem mogelijk te maken op de GVC. Daartoe werken zij actief aan implementaties van een open en neutrale digitale infrastructuur: de Basis Data Infrastructuur (BDI). Hiervoor reserveert IenW een budget van € 2.000.000 (inclusief btw). 25. Ontwikkeling van andere goederenstromen IenW koppelt tijdens de PR GVC in juni terug over de ontwikkeling van andere goederenstromen, zoals ammoniak, via buisleidingen. Daarbij wordt expliciet ingegaan op het ruimtebeslag, veiligheid en of er potentiële initiatiefnemers zijn voor het DRC-tracé.

Afsprakenlijst MIRT – Bestuurlijke Overleggen MIRT januari 2026

84

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2313/documents/43787