D25 00 Beleidsvoornemen implementatie schoolmaatschappelijk werk.pdf
Tekst van het document
De implementatie van schoolmaatschappelijk werk 1. Aanleiding en maatschappelijke opgave Onderwijs is een essentiële partner in de ontwikkeling van jeugdigen. Voor een optimale ontwikkeling van kinderen is samenwerking tussen gemeente en onderwijs noodzakelijk. Onderwijs is immers de plek waar jeugdigen en hun ouders vrijwel allemaal komen en gezien worden. Binnen het onderwijs kunnen lichte hulpvragen vroegtijdig gesignaleerd en aangepakt worden, waarbij normaliseren het uitgangspunt is. Vroege inzet op lichte ondersteuning en preventie is cruciaal om escalatie naar complexe problematiek te voorkomen. In 2022 en 2023 is ingezet op de hervorming van het voorveld. De volgende logische stap is het versterken van preventieve ondersteuning, zorg en jeugdhulp binnen scholen. In samenwerking met onderwijs en ketenpartners is dit beleid tot stand gekomen. Het sluit aan bij doelstellingen 5.1 (optimaliseren van de lokale ondersteuningsstructuur) en 5.5 (samenwerking met het onderwijs) uit het Deelplan Jeugd.
1.1 Uitgangspunten voor versterking van de ondersteuningsstructuur op scholen Binnen de Noordoostpolder willen we een stevige basisstructuur waarin onderwijs en (jeugd)hulp goed op elkaar zijn afgestemd. Hoewel er al veel goed gaat, zien we ook duidelijke verbeterpunten. Zo is er sprake van versnippering in de ondersteuningsstructuur binnen scholen: er zijn veel verschillende functies en mensen betrokken, wat het overzicht en de samenwerking bemoeilijkt. Daarnaast is het aanbod in volume en tijd vaak onvoldoende om goed aan te sluiten bij de toenemende hulpvragen van ouders. Voor hen is het vinden van passende ondersteuning soms een complexe zoektocht. Ook zien we dat extra inzet op preventie noodzakelijk is. Daarom zetten we in op:
De school als vindplaats: vroege signalering en directe ondersteuning. Versterking van het zorglandschap: meer uren en passende expertise. Overzichtelijkheid: een gidsrol en een vast gezicht per school. Gelijke kansen: maatwerk per school met gelijke uitgangspunten. Efficiëntie: een betaalbaar zorgmodel.
1
1.2 Afbakening We versterken de ondersteuningsstructuur in het (speciaal) basisonderwijs, omdat we daar het meest preventief kunnen werken. Juist in deze fase kunnen signalen vroegtijdig worden opgepakt en is er nog veel ruimte om escalatie te voorkomen. Bovendien zijn ouders in het basisonderwijs vaak nog actief betrokken bij de school, wat het mogelijk maakt om ook hen tijdig te ondersteunen. Het is belangrijk om te benadrukken dat we hiermee een gemeentelijke verantwoordelijkheid invullen: het versterken van de jeugdhulp en het ondersteunen van gezinnen. We nemen geen onderwijstaken over, maar werken aanvullend op het onderwijs. In een latere fase willen we de verbinding leggen met het voortgezet onderwijs, zodat er een goede overgang en aansluiting ontstaat tussen beide onderwijsniveaus. Door gefaseerd te werken, houden we het proces overzichtelijk en bouwen we voort op wat goed werkt.
1.3 Beleidskaders Dit beleid is gebaseerd op:
Coalitieakkoord ‘Ruimte voor Elkaar 2022–2026’: benadrukt het belang van preventie en samenwerking. Deelplan Jeugd (2019): onderstreept samenwerking met onderwijs voor optimale ontwikkeling. Programmaplan Samen & Gezond (2025): zet in op kansengelijkheid en samenredzaamheid, met onderwijs als vindplaats voor knelpunten.
1.4 Huidige situatie In de gemeente is een breed netwerk van professionals actief op basisscholen om kinderen en gezinnen vroegtijdig en laagdrempelig te ondersteunen. Hieronder wordt in grote lijnen weergegeven hoe de huidige situatie eruitziet als het gaat om het zorgaanbod in en rondom het reguliere basisonderwijs. Elke school beschikt over een intern begeleider, die verantwoordelijk is voor de leerlingenzorg. Deze persoon ondersteunt leerkrachten en ouders bij hulpvragen rondom kinderen en voert gesprekken over de ontwikkeling en het welzijn van leerlingen. De Jeugdverpleegdkundige (JGZ) is structureel aanwezig op alle basisscholen. De JGZ heeft een wettelijke taak in preventieve gezondheidszorg en werkt vanuit het Landelijk Professioneel Kader. Dit betekent dat JGZ niet alleen spreekuren en opvoedondersteuning biedt, maar ook actief deelneemt aan zorgteams, themabijeenkomsten verzorgt en zorgcoördinatie uitvoert bij lichte problematiek. Door deze inzet wordt vroegsignalering versterkt en escalatie naar zwaardere jeugdhulp deels voorkomen. Daarnaast is er Jeugdhulp op school (JOS), uitgevoerd door Triade Vitree. Dit betreft intensieve, kortdurende gezinsondersteuning zonder beschikking, soms ingezet als overbruggingszorg.
De hulp is beschikbaar op alle reguliere basis- en middelbare scholen en richt zich op het voorkomen van schooluitval, het versterken van opvoedvaardigheden en het vergroten van de zelfredzaamheid van ouders. Hoewel JOS laagdrempelig en effectief kan zijn, kent het ook enkele beperkingen. Zo is de inzet kostbaar en blijkt in de praktijk dat trajecten regelmatig langer duren dan oorspronkelijk beoogd.
2
Op enkele scholen is een brugfunctionaris actief. Deze professional zoekt actief contact met gezinnen en bouwt een vertrouwensband op, waardoor zorgen en problemen in de thuissituatie eerder zichtbaar worden. De brugfunctionaris biedt praktische hulp bij uiteenlopende vragen, zoals opvoeding, financiële zorgen of het organiseren van passende ondersteuning. Door deze inzet krijgen gezinnen sneller de hulp die nodig is en ontstaat er een beter beeld van de leefomgeving van het kind, wat bijdraagt aan een veilig en ondersteunend leerklimaat. Voor gezinnen met een migratieachtergrond is er intercultureel schoolmaatschappelijk werk. Medewerkers met een Poolse en Arabische achtergrond ondersteunen deze gezinnen bij het vinden van aansluiting met het Nederlandse onderwijssysteem. De toeleiding verloopt via de NT2-coördinator van Stichting Aves, die beoordeelt of inzet passend is, maar is ook beschikbaar voor de andere twee basisscholen binnen het samenwerkingsverband. Tot slot is er een klantmanager jeugd vanuit de gemeente. Deze persoon fungeert als schakel tussen onderwijs en jeugdhulp en komt in beeld wanneer er inzet van geïndiceerde jeugdhulp nodig is. Deze gezamenlijke inzet draagt bij aan vroegsignalering en het voorkomen van zwaardere hulp.
2. Toekomstbeeld en beleidskaders 2.1 Gewenste situatie In de Noordoostpolder bouwen we aan een robuuste basisstructuur waarin onderwijs en (jeugd)hulp naadloos samenwerken. We zien al veel positieve ontwikkelingen, zoals de inzet van bevlogen professionals en waardevolle samenwerkingen. Toch zijn er knelpunten die we moeten aanpakken. Het huidige aanbod is versnipperd, waardoor de ondersteuning die een kind krijgt afhangt van de basisschool die het bezoekt. Bovendien schiet de capaciteit tekort om de toenemende hulpvragen van ouders tijdig en passend te beantwoorden. Daarom zetten we gericht in op het versterken van het zorglandschap. We investeren in extra uren voor preventieve inzet en brengen expertise dichtbij. Met een overzichtelijk zorglandschap, een gidsrol en een vast aanspreekpunt per school creëren we helderheid en toegankelijkheid. Zo zorgen we voor gelijke kansen voor ieder kind, bieden we maatwerk per school, en richten we het geheel efficiënt en betaalbaar in.
2.2 Nieuwe situatie: schoolmaatschappelijk werk We versterken de preventieve ondersteuning op scholen met school(nabij) maatschappelijk werk. Schoolmaatschappelijk werk is een vorm van ondersteuning waarbij een maatschappelijk werker nauw samenwerkt met een basisschool, zonder onderdeel te zijn van het onderwijsteam. Deze samenwerking maakt het mogelijk om ouders en kinderen op een laagdrempelige manier te helpen. Zo kunnen zorgen thuis vroeg worden opgemerkt en aangepakt. Ouders weten soms niet goed waar ze terechtkunnen voor hulp. De stap om ondersteuning te zoeken is vaak groot, bijvoorbeeld door onbekendheid met het hulpaanbod of het ontbreken van een vertrouwd aanspreekpunt. Een maatschappelijk werker die verbonden is aan de school
3
kan hierin het verschil maken: die is dichtbij, werkt vanuit een vertrouwde omgeving en helpt ouders actief op weg naar passende hulp. Deze aanpak versterkt gezinnen in hun eigen kracht en vergroot de ontwikkelkansen van kinderen. Deze professional;
Identificeert problemen in ontwikkeling en opvoeding in nauwe afstemming met jeugdverpleegkundige en IB’er. Biedt laagdrempelige, vroegtijdige en kortdurende preventieve ondersteuning aan kinderen en gezinnen. Begeleidt kind en gezin gericht naar een voorziening in het voorveld of de toegang tot passende geïndiceerde hulpverlening. Versterkt de samenwerking tussen school, ouders en zorg. Werkt nauw samen met de intern begeleider (IB’er) en de jeugdgezondheidszorg (JGZ) binnen de ondersteuningsdriehoek van de school.
Deze rol binnen de ondersteuningsstructuur De nieuwe basis bestaat uit een driehoek van professionals: Intern Begeleider (IB’er): coördineert de leerlingenzorg binnen de school en ondersteunt leerkrachten en ouders bij hulpvragen. Jeugdverpleegkundige (JGZ): is wettelijk verantwoordelijk voor preventieve gezondheidszorg, structureel aanwezig op basisscholen en ondersteunt met spreekuren, opvoedadvies en zorgcoördinatie. Schoolmaatschappelijk Werker (SMW): biedt laagdrempelige ondersteuning bij sociale en opvoedkundige vraagstukken en vormt een brug tussen school, gezin en zorg. Samenwerking tussen SMW, JGZ, intern begeleider en het samenwerkingsverband is cruciaal om te werken volgens de principes: één kind, één plan, normaliseren en preventie.
4
Deze driehoek wordt aanvullend ondersteund door: Brugfunctionaris/Ouderconsulent: op sommige scholen actief, richt zich op het versterken van contact met ouders, vooral in kwetsbare situaties of bij zorgmijding. In de toekomst willen we onderzoeken of de SMW-er en de brugfunctionaris wellicht geïntegreerd kunnen worden in één persoon. Intercultureel schoolmaatschappelijk werk: Op afroep beschikbaar. De ISMW-er ondersteunt leerlingen, ouders en scholen in een cultureel diverse context. Klantmanager Jeugd (Gemeente): blijft op afstand betrokken, maar kan sneller schakelen bij aanvragen voor jeugdhulp als SMW informatie aanlevert. Geïndiceerde Zorg: wordt pas ingezet als de basis en aanvullende ondersteuning niet voldoende zijn.
2.3 Beëindiging Jeugdhulp op School Op dit moment werken scholen samen met jeugdverpleegkundigen en Jeugdhulp op School (JOS). De taken van JOS kunnen grotendeels worden geïntegreerd in de nieuwe rol van de maatschappelijk werker, die al verbonden is met het reguliere maatschappelijk werk. Daardoor is de aansluiting met bredere hulpverlening geborgd. Dit betekent dat JOS zal plaatsmaken voor schoolmaatschappelijk werk. Bovendien is JOS relatief kostbaar, mede doordat het wordt uitgevoerd door een gespecialiseerde jeugdhulporganisatie.
3. Aanpak en uitvoering 3.1 Financiële dekking De kosten (€332.800) zijn gedekt uit bestaande budgetten:
Preventieve ondersteuning (PPN 2026): €200.000 Jeugdhulp op School: €133.333 — JOS wordt als product ingekocht voor zowel het primair als voortgezet onderwijs. Voor de inzet van schoolmaatschappelijk werk halen we alleen het budgetdeel voor het primair onderwijs (PO) uit het totaal beschikbare bedrag.
Berekening schoolmaatschappelijk werk: 26 scholen × 4 uur/week × 40 weken × €80,00 p/uur = €332.800 Aanvullende inzet (bekostigd door gemeente):
Intercultureel maatschappelijk werk Brugfunctionaris (2 scholen) Inzet JGZ en GGD arts
3.2 Fasering Het streven is om met ingang van het schooljaar 2026–2027 te starten met de vernieuwde ondersteuningsstructuur in het basisonderwijs. De voorbereiding bestaat uit meerdere stappen:
5
Gesprekken met Carrefour: als huidige uitvoerder van het maatschappelijk werk worden zij betrokken bij het vormgeven van de nieuwe rol van schoolmaatschappelijk werk. Hierbij wordt ook gekeken naar de benodigde expertise, inzet en borging van continuïteit. Beëindiging van contracten met Triade Vitree (JOS): voor het primair onderwijs wordt de bestaande inzet van Jeugdhulp op School afgebouwd. Dit gebeurt met inachtneming van de geldende contractuele afspraken en in overleg met de aanbieder. Afstemming met onderwijsinstellingen en maatschappelijke partners: scholen en ketenpartners worden actief geïnformeerd en betrokken bij de uitwerking van het nieuwe model. Er wordt gezamenlijk gekeken naar de praktische implementatie en de aansluiting op bestaande structuren. Formele besluitvorming: het college stelt het beleidsvoornemen vast. De gemeenteraad wordt geïnformeerd via de raadsnieuwsbrief. Indien nodig volgt aanvullende toelichting in een commissievergadering.
3.3 Monitoring Monitoring stelt ons in staat om tijdig bij te sturen, transparant te communiceren over resultaten en te leren van ervaringen in de praktijk. Wanneer is de ondersteuningsstructuur succesvol? Er kan gesproken worden van een succesvolle implementatie wanneer:
Leerlingen minder vaak worden doorverwezen naar zware vormen van jeugdhulp, doordat lichte ondersteuning tijdig en dichtbij wordt geboden. Ouders zich gehoord en betrokken voelen bij het ondersteuningsproces. Scholen en externe partners aangeven dat de samenwerking rondom ondersteuning van leerlingen efficiënter en effectiever verloopt. Leerkrachten en intern begeleiders ervaren dat ze zorgen rondom leerlingen op de juiste plek neer kunnen leggen en deze ook daadwerkelijk opgepakt worden. De ondersteuningsstructuur duurzaam is ingebed in het beleid en de praktijk van scholen en samenwerkingspartners.
Hoe zal dit gemonitord worden? Monitoring vindt plaats op basis van zowel kwantitatieve als kwalitatieve gegevens:
Kwantitatieve indicatoren: aantal ondersteuningsvragen per schooljaar, aantal doorverwijzingen naar externe hulp. Kwalitatieve gegevens: ervaringen van professionals, casusbesprekingen binnen netwerken van scholen en zorgpartners.
De monitoring wordt jaarlijks geagendeerd in het Lokaal Educatieve Agenda (LEA) overleg. Zodat de voortgang en effectiviteit van de ondersteuningsstructuur een gedeelde verantwoordelijkheid blijft van het onderwijs, zorgpartners en de gemeente.
6