D19 03 Plan van Aanpak Omgevingsvisie fase 3.pdf
Tekst van het document
Omgevingsvisie Gemeente Noordoostpolder PLAN VAN AANPAK FASE 3 PROJECTGROEP OMGEVINGSVISIE
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Inleiding en Leeswijzer ................................................................................................. 2 Hoofdstuk 2: Gewenst Resultaat Omgevingsvisie .......................................................................... 3 Paragraaf 2.1 – Doel Omgevingsvisie ........................................................................................... 3 Paragraaf 2.2 – Samenhang tussen instrumenten Omgevingswet .......................................... 3 Paragraaf 2.3 – Op weg naar mijlpaal 3........................................................................................ 5 Paragraaf 2.4 – Eindresultaat: de Omgevingsvisie ..................................................................... 6 Hoofdstuk 3: Het Proces...................................................................................................................... 8 Paragraaf 3.1 – Participatie bij de ontwikkeling van de Omgevingsvisie ................................. 8 Paragraaf 3.2 – Organisatie, rollen en taken.............................................................................. 11 Paragraaf 3.3 – Inschatting benodigde inzet .............................................................................. 14 Hoofdstuk 4: Planning en risico’s .....................................................................................................
15 Paragraaf 4.1 – Planning ............................................................................................................... 15 Paragraaf 4.2 – Risico’s................................................................................................................. 17 Hoofdstuk 5: Financiën ...................................................................................................................... 19 BIJLAGE 1: Eerdere besluitvorming ............................................................................................ 20 BIJLAGE 2: Vereisten Omgevingsvisie ....................................................................................... 22 BIJLAGE 3: Meer informatie over de Omgevingsvisie en relatie tot de Omgevingswet ...... 23 BIJLAGE 4: Meer informatie over Plan-M.e.r. ............................................................................ 25
1
Hoofdstuk 1: Inleiding en leeswijzer Voor u ligt het plan van aanpak voor fase drie van de Omgevingsvisie. Hierin beschrijven wij het proces om te komen tot de Omgevingsvisie van de gemeente Noordoostpolder. Deze Omgevingvisie is een beleidsdocument met gebiedsgerichte keuzes, vooruitkijkend naar 2050. Het is een instrument van de nieuwe Omgevingswet die ingaat op 1 januari 2023. Na de inleiding volgt in hoofdstuk twee het doel van de Omgevingsvisie. We gaan in op: wat hebben we al afgerond, en wat moeten we nog doen. In dit hoofdstuk lichten wij ook de verbinding met de Omgevingswet toe en schetsen wij het eindresultaat. Hoofdstuk drie bestaat uit het proces richting de Omgevingsvisie. Ook gaan we daar verder in op de manier van participatie en de organisatie, rollen en verantwoordelijkheden. In hoofdstuk vier volgen de planning en de gecalculeerde risico’s en suggesties om deze te minimaliseren. En als laatste in hoofdstuk vijf de financiën.
2
Hoofdstuk 2: Resultaat - Omgevingsvisie Paragraaf 2.1 – Doel Omgevingsvisie Het doel van de Omgevingsvisie Noordoostpolder is om blijvend toe te werken naar een trotse en toekomstbestendige samenleving met een herkenbare identiteit richting 2050. Dit doen wij met een integrale blik, zowel sociaal als fysiek. De basis voor de Omgevingsvisie is de Strategische Koers. De Omgevingsvisie verbindt De Omgevingsvisie Noordoostpolder gaat verder dan invulling geven aan het instrument zoals omschreven in de Omgevingswet. Naast verplichte onderdelen voor de fysieke leefomgeving worden ook de sociale aspecten geïntegreerd op basis van een lange termijn visie. De leefomgeving houdt niet op bij de (gemeentelijke) grens. Wij zetten in op een goede samenwerking, afstemming en verbinding met buurgemeenten en regio. De Omgevingsvisie Noordoostpolder is dynamisch en integraal De Omgevingsvisie is richtinggevend. De Omgevingsvisie is het startpunt van de beleidscyclus. Daarnaast heeft de Omgevingsvisie een paraplufunctie voor de andere instrumenten uit de Omgevingswet (zie ook paragraaf 2.2). Daarnaast vervangt het de meeste (sectorale) visies en beleidsstukken De Omgevingsvisie integreert deze visies en beleidsstukken in één samenhangend visiedocument. Het streven is om in deze Omgevingsvisie alle grote thema’s en opgaven, zoals gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid met elkaar te verbinden.
Deze Omgevingsvisie maakt gebiedsgerichte keuzes.
Paragraaf 2.2 – Samenhang tussen instrumenten Omgevingswet Naast de Omgevingsvisie kent de Omgevingswet onder andere de instrumenten Programma’s, Omgevingsplan en Omgevingsvergunning. Via de beleidscyclus wordt samenhang en actualiteit geborgd. De nieuwe instrumenten beïnvloeden elkaar en worden herijkt waar nodig. Verschuiving in het instrumentarium tussen Visie, Programma, Plan en Vergunning. Door de komst van de Omgevingswet vindt er een verschuiving plaats in het instrumentarium. Ook beleiden regelgeving moet in sommige gevallen verhuizen naar een ander instrument. Wat we wel of niet in de Omgevingsvisie opnemen, bepaalt grotendeels wat we in andere instrumenten (programma’s, omgevingsplan, omgevingsvergunning) moeten regelen. Beleidscyclus • Omgevingsvisie - Wat? Hier kijken we vooruit naar 2050. We formuleren ambities en maken op basis daarvan gebiedsgerichte keuzes. De keuzes (en consequenties van die keuzes) in de Omgevingsvisie die we gaandeweg het proces maken, zijn van invloed op de andere 3
• • • •
instrumenten. Hiervan moeten wij ons bewust zijn en het vraagt afstemming met andere lopende trajecten. Programma’s - Hoe? In de programma’s staan de concrete maatregelen geformuleerd. En kiezen wij welke instrumenten wij nodig hebben om de ambities uit de visie waar te maken. Omgevingsplan In het plan regelen we juridisch wat de Omgevingsvisie (on)mogelijk wil maken. Omgevingsvergunning Met de omgevingsvergunningen geven wij toestemming voor bepaalde activiteiten, aan individuele ondernemers en bewoners. Monitoring en evaluatie De realiteit is weerbarstig en verandert continue. Het omgevingsplan en het systeem van vergunningverlening vragen om constante slimme aanpassingen en om afwijkingen van vastgestelde keuzes. Dit nemen we mee in de beleidscyclus. Door monitoring en evaluatie worden keuzes in de Omgevingsvisie en Programma’s bijgesteld.
Het Omgevingshuis Het omgevingshuis maakt inzichtelijk welk Omgevingswet-instrument welk doel beoogt. Ook wordt beleid- en regelgeving zorgvuldig uitgezocht en geplaatst op de juiste plek in het omgevingshuis.
4
Paragraaf 2.3 – Op weg naar mijlpaal 3 De Raad stelde op 27 januari 2020 de Startnotitie Omgevingsvisie vast en trapte daarmee het proces af richting de Omgevingsvisie. Op 9 november 2020 stelde de Raad het Procesvoorstel Omgevingsvisie vast. Hierin stond een route afgebeeld (hiernaast) met drie mijlpalen. Deze route laat zien hoe wij samen met de samenleving willen komen tot een Omgevingsvisie voor 2050. Mijlpaal 1: de Strategische Opgaven (vastgesteld 1 maart 2021) Mijlpaal 2: de Strategische Koers (vastgesteld 31 januari 2022), Mijlpaal 3: de Omgevingsvisie (onderhanden) Na vaststelling van dit plan van aanpak door het college ligt er een heldere bestuurlijke opdracht voor ontwikkeling van de Omgevingsvisie Noordoostpolder. Iedere mijlpaal heeft een plan van aanpak en levert een resultaat op. Mijlpalen 1 en 2 zijn afgerond. Dit plan van aanpak is de uitwerking van het laatste mijlpaal: van strategische koers naar de Omgevingsvisie. We werken de strategische koers (mijlpaal 2) uit naar een integrale visie (mijlpaal 3) en houden ruimte voor vernieuwingen die passen bij onze identiteit en samenhang met de domeinen sociaal en fysiek.
5
Paragraaf 2.4 – Eindresultaat: de Omgevingsvisie De Omgevingsvisie bevat weloverwogen toekomstbestendige keuzes, passend bij de identiteit van Noordoostpolder en met voldoende flexibiliteit. Op weg naar het eindresultaat Het vertrekpunt voor de Omgevingsvisie Noordoostpolder is een open kader. Onderweg halen wij dromen, trends en ontwikkelingen op. We vragen naar de wensen, behoeften en voorkeuren die leven in de samenleving. Dit doen wij in gesprek met de samenleving, verschillende organisaties maar ook deskundigen op verschillende thema’s. Voorlopige uitgangspunten Omgevingsvisie Deze zijn tijdens het opstellen van de Strategische Koers bepaald. De uitgangspunten zijn hieronder weergegeven. Dit geeft alvast een kleine doorkijk naar de uiteindelijke vorm van de Omgevingsvisie.
Een volledige versie en een publieksvriendelijke versie De Omgevingsvisie is een product voor vele doelgroepen. De Omgevingsvisie biedt een antwoord op de opgaven die op ons afkomen, maar biedt ook handvatten voor initiatiefnemers. Daarom kiezen wij voor een volledige Omgevingsvisie in pdf, maar ook een verkorte versie voor initiatiefnemers. Verschillende doelgroepen vragen om passende producten. Het gaat hier vooral om de toegankelijkheid en bruikbaarheid van onze visie voor 2050. We maken gebiedsgerichte keuzes De ambities uit de strategische koers worden gebiedsgericht uitgewerkt. We beschrijven de kwaliteiten van Noordoostpolder door een opbouw van diverse themalagen te maken. Themalagen kunnen bestaan uit bijvoorbeeld klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid, cultuurhistorie of natuurgebieden. Dit helpt ons onder andere het juiste abstractieniveau te bepalen en vergemakkelijkt het maken van keuzes. Bijvoorbeeld bij spanningsvelden die ontstaan bij (mogelijk) gebruik van ruimte. Gebiedsuitwerkingen tonen en beschrijven het integrale toekomstbeeld per gebied. De Gemeente Noordoostpolder kiest voor een plan-m.e.r. De Omgevingsvisie wordt een richtinggevende visie met gebiedsgerichte keuzes. Richtinggevende en gebiedsgerichte keuzes zijn gebaat bij een milieueffectrapportage (planm.e.r.), want keuzes in een visie brengen milieueffecten met zich mee.
Daarom kiest de gemeente Noordoostpolder voor een plan-m.e.r.. Dit houdt in dat de keuzes getoetst worden aan (milieu)effecten. Dit gebeurt parallel aan de ontwikkeling van de Omgevingsvisie.
6
Uit de handreiking VNG, opgesteld samen met de Commissie m.e.r.1: Het proces van opstellen van de Omgevingsvisie en het proces van uitvoeren van de milieueffectrapportage zijn met elkaar vervlochten. Producten en informatie die nodig zijn voor het uitvoeren van de m.e.r. zijn óók nodig voor het opstellen van de Omgevingsvisie. Een plan m.e.r.: meer dan milieueffecten Een plan-m.e.r. brengt de effecten van een plan of project op de omgeving in beeld voordat de overheid hierover een besluit neemt. Te denken valt aan effecten op geluid en, bodem, water, natuur, cultuur, gezondheid, klimaatadaptatie, circulariteit maar ook aan sociale effecten. Sociale effecten op de bevolking, zoals gezondheidseffecten en sociale verdeeldheid kunnen hier onderdeel van uitmaken. Commissie m.e.r. als aanloop naar de plan m.e.r. De Commissie m.e.r. toetst niet alleen maar geeft ook advies aan de voorkant in de vorm van een startgesprek. Hier maken we gebruik van. M.e.r. stappen op hoofdlijnen • Opstellen en ter inzage leggen Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) –In deze NRD geeft de gemeente in het voortraject aan hoe zij bij het maken van de Omgevingsvisie de milieueffecten wil onderzoeken en welke thema’s daarbij aan de orde komen; • Foto van de leefomgeving huidige leefomgeving en kwaliteiten in beeld; • Alternatieven opstellen en effecten beoordelen; • Conclusies en aanbevelingen.
De schematische weergave geeft inzicht in het traject van visievorming en de interactie met het m.e.r.-traject. Voor meer informatie over de m.e.r. en de factsheet sociale effecten in milieueffectenrapportage, zie bijlage 4. Andere vastgestelde visiedocumenten en lopende visietrajecten De Omgevingsvisie moet als visie een paraplu-functie bieden voor de gehele leefomgeving. Andere vastgestelde visiedocumenten die een concreter abstractieniveau kennen of lopende specifieke visietrajecten (zoals de warmtetransitievisie) lopen echter parallel aan dit proces of bestaan al. Wij ontkomen er niet aan dat er de komende jaren nog (delen van) visies zijn die los blijven bestaan naast de Omgevingsvisie, omdat zij een specifieker doel kennen dan de gehele leefomgeving. We kunnen recente visies die een goed participatieproces kenden ook niet zomaar miskennen. Wij zijn het aan de inwoner verplicht om deze democratisch vastgestelde visies eer aan te doen. We moeten helder en overzichtelijk maken wat in de Omgevingsvisie landt en ook wat niet. Anders is niet duidelijk wat vigerend beleid is.
1
https://www.commissiemer.nl/documenten/00000455.pdf.
7
Hoofdstuk 3: Het Proces Paragraaf 3.1 – Participatie bij de ontwikkeling van de Omgevingsvisie Gemeente Noordoostpolder en de samenleving zijn samen verantwoordelijk voor het beschermen en ontwikkelen van de leefomgeving. De samenleving is in de eerdere fases uitgebreid betrokken. Voor het betrekken van de samenleving bij deze laatste fase stellen wij een participatieplan op en publiceren dit. Het omgevingsbesluit In artikel 10.7 van het omgevingsbesluit staat wat de wetgever verwacht bij de omgevingsvisie omtrent participatie. Hierin moet staan hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding betrokken zijn. En wat de resultaten hiervan zijn. Gemeenten en provincies geven hierbij ook aan hoe zij invulling hebben gegeven aan hun participatiebeleid. Dat noemen we de motiveringsplicht. Het bevoegd gezag neemt deze motivering op in het vaststellingsbesluit. Eerdere intensieve participatie In eerdere fases hebben we volgens de visie op samenspel (op 13 december 2021 vastgesteld door de Raad) aan intensieve participatie gedaan (zie hieronder).
Alle sessies zijn zorgvuldig voorbereid met scenario’s die wij ook met diezelfde mensen hebben vormgegeven. Alles kende intensieve participatie: het streven naar objectieve opgaven, daarna scenario’s voor de koers en het bewust kiezen van een koers voor 2050.
8
Participatie leverde meer op dan alleen de vijf integrale ambities uit de Strategische Koers Alles wat wij hebben opgehaald tijdens deze intensieve participatie is niet hetzelfde als wat de strategische koers als product is. De input is vele malen breder en genuanceerder. Voor de Koers hebben we die getrechterd en logische verbanden gezocht wat resulteerde in vijf integrale ambities als antwoord op de strategische opgaven. Vergeet niet: ook bij deze strategische opgaven hebben wij gesproken met veel partijen en ook daar hebben we veel expertise aangehaald. Relevant gesprek Telkens ook hebben wij zelf nagedacht over en de verschillende gremia laten nadenken over hun rol en de verantwoordelijkheden die daarbij komen kijken. Ook in de voorbereiding hebben wij telkens in werksessies en presentaties de verschillende onderdelen uit de Visie op Samenspel benoemd en besproken. De verschillende do’s en dont’s en ook al de best practices bij intensieve participatie, en ook het in de visie geformuleerde relevante gesprek, zijn bij ons bekend. Doormidddel van de participatietrap zullen wij de verschillende gremia hierop indelen zodat elk gremium op een traptrede vertegenwoordigd is.
Uit de Visie op Participatie (d.d. 13 december 2021) Gedeeld eigenaarschap en draagvlak De zorgvuldige manier van participeren en ook de zorgvuldigheid waarin de verschillende gremia zijn ingelicht en meegenomen had niet alleen de intentie van gedeeld eigenaarschap. Ook was het belangrijk om niet alleen in de Raad draagvlak te creëren, maar ook intern vele sessies te organiseren over de Opgaven en de Koers. Er is additioneel veel gebeurd op het gebied van communicatie om zowel in als buiten het gemeentehuis draagvlak te creëren. Participatieplan voor fase 3 Volgens de procedurele stappen vastgesteld in de verordening ‘burgerparticipatie en uitdaagrecht’ (vastgesteld door de Raad op 31 januari 2022) dienen wij een participatieplan te maken en deze te publiceren. Dit participatieplan zal in ieder geval de onderstaande zaken bevatten.
9
Relevant Gesprek bij de ontwikkeling van de Omgevingsvisie In deze fase passen we de methodiek van het Relevant Gesprek toe uit de Visie op Participatie (d. d. 13 december 2021). Met een krachtenveld analyse zorgen we dat we de juiste belanghebbenden en gesprekspartners betrekken in deze fase. Actieve communicatie In deze fase zetten we in op actieve communicatie. De omgevingsvisie moet gemeentebreed bekendheid krijgen zodat inwoners er een mening over kunnen vormen. Ook maken we de verdiepingsslag met alle belanghebbenden uit het krachtenveld rondom de Omgevingsvisie. Participatie met direct belanghebbenden mogelijk Bij gebiedsgerichte keuzes is aanvullende participatie met belanghebbenden mogelijk. Optie Burgerpanel Ook hebben we de optie om het burgerpanel vragen voor te leggen over gebiedsgerichte keuzes. Ter inzagelegging De ontwerp Omgevingsvisie wordt ter inzage gelegd (zie hiervoor ook de planning in hoofdstuk 4). Het doel van deze ter inzagelegging is inspraak door inwoners en belanghebbenden. Zij kunnen een zienswijze aanleveren. Deze zienswijzen worden gecombineerd en waar mogelijk verwerkt. Na deze aanpassingen wordt de visie ter vaststelling aangeboden aan de Raad.
10
Paragraaf 3.2 – Organisatie, rollen en taken De Omgevingsvisie komt tot stand in co-creatie met zoals in het Omgevingsbesluit (artikel 10.7) benoemd: “burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen”. Op basis van een krachtenveld analyse brachten wij in het proces richting de omgevingsvisie al deze verschillende partijen in kaart. Op basis van de gezamenlijke input doen we voorstellen en maken een vertaalslag naar zichtbare (tussen)resultaten. De gemeenteraad neemt uiteindelijk het besluit.
In deze fase van het traject onderscheiden we de volgende betrokkenen (zie afbeelding voor betrokkenen): Input Samenleving Raadswerkgroep* De raadswerkgroep is een afvaardiging van de raad en wordt tussentijds geïnformeerd over proces en inhoud. De raadswerkgroep bewaakt en kan zo nodig bijsturen op proces en inhoud, zonder dat er politieke besluiten genomen worden. *voortzetting van de raadswerkgroep is afhankelijk van de keuzes van de nieuwe raad. Samenleving Bij gebiedsgerichte keuzes is aanvullende participatie met belanghebbenden mogelijk. Ook hebben we de optie om het burgerpanel vragen voor te leggen over gebiedsgerichte keuzes. De denktank Deze groep is ontstaan op basis van een open uitvraag onder de samenleving tot objectief meedenken over de eigen leefomgeving en bijdragen aan de toekomst van Noordoostpolder via de Omgevingsvisie. De denktank is betrokken in alle fasen, dus ook in deze.
11
De experts Dit zijn vertegenwoordigers van verschillende (regionale) belanghebbende organisaties en buurgemeenten. Samen brengen zij gemeente overstijgend of juist specialistische kennis in. Opstellen van Omgevingsvisie Ambtelijk opdrachtgever Faciliteert en is het eerste aanspreekpunt voor de projectgroep, verantwoordelijk voor prestaties en aansluiting op doelen van de organisatie en bestuur. Ambtelijk opdrachtgever is samen met projectleider eindverantwoordelijk voor proces en inhoud. De projectgroep Groep van interne deskundigen en adviseurs, op het gebied van verschillende gerelateerde thema’s en onder leiding van de projectleider. De leden committeren zich aan inzet en proactief leveren van deskundige input. De leden vervullen een trekkersrol en zorgen voor voortgang van verschillende vraagstukken die intern opgepakt moeten worden. Hierbij doen ze beroep op overige projectgroepleden en breder. De leden van de groep zijn verantwoordelijk voor verbinding met bestaand (actueel) beleid. Projectgroepleden dragen zorg voor vrijgave van de ontwerp-Omgevingsvisie voor ter inzagelegging, verwerking van zienswijzen en routing richting de besluitvorming. Voor een duidelijke start en samenwerking van fase 3 zijn gesprekken gevoerd en afspraken gemaakt tussen projectleider en projectdeelnemers, over o.a. rol, inzet, verwachtingen en commitment.
Samenstelling van de projectgroep kan naar behoefte wisselen maar bestaat in basis uit: projectleider, junior projectleider, deskundige met accent op sociaal domein, deskundige met accent op ruimtelijk domein, communicatiedeskundige, project-/secretariële ondersteuning en adviseurs. Adviesbureau Zij zorgen samen met de projectgroep voor een heldere Omgevingsvisie in samenwerking met de overige betrokkenen. • Maakt deel uit van de projectgroep. Er is sprake van co-creatie en samenwerking via een scherpe taakverdeling. • Schrijft de Omgevingsvisie en levert tussenresultaten. • Zorgt in nauwe samenwerking met betrokkenen voor de totstandkoming van de Omgevingsvisie. • Draagt zorg voor interne en externe werksessies. • Draagt zorg voor mogelijke participatiesessies met direct belanghebbenden bij gebiedsgerichte keuzes. • Legt (tussen)producten voor eindredactie voor aan gemeentelijke deskundige(n) op inhoud en communicatie. Deskundigen intern Deskundigen en adviseurs intern worden, net als in voorgaande fasen betrokken op relevante onderwerpen (denk aan klimaatadaptatie, biodiversiteit, gezondheid, cultuur en erfgoed) maar ook projectleiders van lopende trajecten, alleen nu in de vorm van een klankbordgroep intern. Dit zorgt voor een goede wisselwerking en samenhang tussen interne kennis, lopende trajecten en de Omgevingsvisie.
Werkgroep Omgevingswet Onder het programma Omgevingswet zijn er meerdere interne werkgroepen. Werkgroep RO/MO/VTH is er een van. Hierin zitten de projectleiders van de kerninstumenten (omgevingsvisie, omgevingsprogramma’s, omgevingsplan en omgevingsvergunning). Binnen deze werkgroep staat de samenhang tussen de kerninstumenten centraal. 12
Besluitvorming Gemeenteraad Heeft gedurende het traject een kaderstellende en proces bewakende rol. Het eindresultaat wordt ter vaststelling aan de raad voorgelegd. Stuurgroep Omgevingswet Bestaande uit verantwoordelijke bestuurders/portefeuillehouders, verantwoordelijk directielid en ambtelijke opdrachtgever en de programmamanager Omgevingswet. De stuurgroep stuurt op o.a. kwaliteit, resultaten, voldoende inzet van middelen en samenhang met andere trajecten. De groep vormt een voorportaal met betrekking tot (tussen)resultaten en die vervolgens ter besluitvorming worden aangeboden aan college en raad, zo ook voor het product Omgevingsvisie. College van B&W Stelt dit plan van aanpak vast en biedt de Omgevingsvisie die daaruit voortvloeit aan voor vaststelling aan de gemeenteraad.
13
Paragraaf 3.3 – Inschatting benodigde inzet Inschatting benodigde inzet en frequentie van overleggen Mate en frequentie van bijeenkomsten en (werk)sessies met partnergroepen en betrokkenen wordt nader gespecificeerd en passend georganiseerd. Het adviesbureau is ook onderdeel van de projectgroep. Rol
Uren/week
Proces-/projectleider 24 Projectondersteuning met accent op sociaal domein, en plaatsvervangend 16 projectleider Projectondersteuning met accent op fysiek domein 8 Communicatiedeskundige
4
Project/secretariële ondersteuning
1
Strategisch adviseur sociaal domein
4
Strategisch adviseur ruimte en wonen Strategisch adviseur sociaal domein/gezondheid
4 4
Adviseur duurzaamheid Adviseur economie
4 4
Adviseur planontwikkeling
4
Stedenbouwkundige
4
Overige interne deskundigen nemen deel en leveren inbreng tijdens werksessies en op verzoek van projectgroepleden. Dit valt binnen de reguliere werkzaamheden.
14
Hoofdstuk 4: Planning en risico’s Paragraaf 4.1 – Planning
Fase
Wat
Trekker
Wanneer
Voorbereiding
Raamwerk Omgevingsvisie
Bureau
Maart 2022
PVA fase 3 opleveren
Projectgroep
Begin April 2022
BLOK 1 Verzamelen en Opstellen
Ontwerp
Uitvraag en selectie bureau
Projectgroep
April 2022
Participatieplan opstellen en publiceren
Projectgroep
Mei 2022
Communicatieplan opstellen
Projectgroep
Mei 2022
Notitie Reikwijdte en Bureau Detailniveau (NRD) opstellen op basis van Strategische Koers en Analyse Landschap / Foto Leefomgeving en ter inzage leggen
Juni 2022
Themabijeenkomst Raad en Projectgroep ism College over stand van zaken, Bureau gelopen proces en verdere route m.b.v. NRD
Juli 2022
BLOK 2 Integreren en Onderscheiden Alternatieve oplossingsrichtingen uit NRD uitwerken in concrete gebiedsgerichte keuzes Omgevingsvisie
Bureau
Juni - Oktober 2022
15
Eind oktober 2022
Tussenresultaat gebiedsgerichte keuzes M.e.r.-procedure op basis van gebiedsgerichte keuzes
Vaststelling dmv BOBmethode
Bureau
Oktober – december 2022
Themabijeenkomst Raad voor Bureau kerstreces
December 2022
Ontwerp Omgevingsvisie Bureau (onderbouwing voorkeursalternatief) schrijven op basis van MER
December-Maart 2023
Tussenresultaat Ontwerp Omgevingsvisie
Maart 2023
Ontwerp Omgevingsvisie en plan-MER voorleggen aan externe partners (provincie, gemeenten, waterschap, etc.)
Bureau
Maart 2023
Ontwerp Omgevingsvisie en plan-m.e.r. ter inzage
Projectgroep
Maart 2023
Nota van beantwoording
Projectgroep ism Bureau
April 2023
Beeldvormende sessie Raad
Projectgroep ism Bureau
April 2023
Besluit College: Omgevingsvisie en plan-MER vaststellen
Projectgroep
Mei 2023
Oordeelvormende sessie Raad Projectgroep ism Omgevingsvisie en plan-m.e.r. Bureau opleveren
Juni 2023
16
Besluit Raad: Omgevingsvisie en plan-m.e.r. vaststellen
Implementatie
Omgevingsvisie implementeren
Projectgroep ism Bureau
Juni 2023
Juli 2023 en verder
*Noot: op basis van deze planning wordt een gedetailleerde werkplanning gemaakt met week tot week taken en deadlines en afstemmingsmomenten met stuurgroep Omgevingswet (zie hiervoor ook bladzijde 9 kopje Stuurgroep Omgevingswet). Daarnaast betrekken we experts, denktank en deskundigen intern, etc. voor input en draagvlak (wordt ook in de werkplanning opgenomen).
Paragraaf 4.2 – Risico’s Risico’s/Uitdagingen voor de planning 1. Het uitvoeren van de plan-m.e.r. en het opstellen van de Omgevingsvisie zijn met elkaar vervlochten en passen goed bij elkaar Uit de handreiking VNG, opgesteld samen met de Commissie m.e.r.2: Het proces van opstellen van de Omgevingsvisie en het proces van uitvoeren van de milieueffectrapportage zijn met elkaar vervlochten. Producten en informatie die nodig zijn voor het uitvoeren van de plan-m.e.r. zijn óók nodig voor het opstellen van de Omgevingsvisie. Als de Omgevingsvisie eenmaal is vastgesteld wordt deze steeds weer aangepast aan de veranderingen in de leefomgeving en in de opgaven. Het kan ook voorkomen dat aanpassen niet meer voldoende is, bijvoorbeeld bij een grote koerswijziging, dan wordt een nieuwe Omgevingsvisie opgesteld. 2. Vroege Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD)3 Voordeel van een vroege NRD is dat het al vroeg in het proces is, maar dat toch al basisinformatie beschikbaar is (de Strategische Koers). Als de omgeving feiten mist, kan ze hierop wijzen. Deze kan ook in participatie en met de raad besproken worden. Dit is belangrijk voor het draagvlak voor wat er onderzocht gaat worden. 3. Abstractieniveau4 Een plan-m.e.r. kan aan de orde zijn voor verschillende soorten besluiten, en past zich altijd aan het besluit aan.
Alles wat aanzienlijke effecten op de leefomgeving heeft én vast komt te liggen na het besluit, moet in principe nu, in het plan-m.e.r. dus, worden onderzocht. Wat later nog bepaald kan worden, kan dan onderzocht worden. Het plan-m.e.r. past zich ook aan, aan de Omgevingsvisie. Twee voorbeelden Gebiedsgerichte keuzes Als de visie een keuze vastlegt tussen verschillende tracés van een rondweg, brengt het planm.e.r. de milieueffecten van die keuze in beeld, mét berekeningen. Het doel is dan bijvoorbeeld om te kijken welk tracé de minste gezondheidsproblemen veroorzaakt.
2
https://www.commissiemer.nl/documenten/00000455.pdf. Idem. 4 Idem. 3
17
Thematische keuzes Voor een Omgevingsvisie die nog geen locaties vastlegt maar vooral richting geeft en de toon zet voor vervolgbeleid en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, heeft het plan-m.e.r. een heel ander karakter. Het is dan meer een risico-inschatting en een realitycheck voor de visie. Kunnen alle doelen voor de leefomgeving worden gerealiseerd? Welke doelen bijten elkaar? Risico’s algemeen 1. Te weinig capaciteit en andere interne prioriteiten Gemeente Noordoostpolder staat voor verschillende uitdagingen waardoor er vele opgaven prioriteit hebben. Dit werkt door in de interne beschikbare inzet. Keuzes en prioritering van opgaven kan de risico’s minimaliseren. Hiervoor is aandacht bij de ambtelijk opdrachtgever. 2. Verwachtingen participatie In de vorige fase is de samenleving breed betrokken. In deze fase wordt de koers verder uitgewerkt en worden de effecten van keuzes meer zichtbaar. De kans bestaat dat sommige doelgroepen extra betrokken moeten worden. Of en in welke mate is nog niet te overzien, maar het kan leiden tot vertraging. Door zorgvuldige participatie met direct belanghebbenden bij gebiedsgerichte keuzes creëren wij echter draagvlak en voorkomen daarmee escalatie. 3. Covid 19 De corona-epidemie kan weer gevolgen hebben voor de wijze van participatie. We blijven flexibel en zoeken telkens de juiste balans tussen online en offlinebijeenkomsten.
Anno maart 2022 lijkt de pandemie fysieke bijeenkomsten niet in de weg te zitten. 4. Dynamisch proces/ Werk in uitvoering Het proces van de ontwikkeling van een visie, die zich gemeente breed afspeelt en doorwerkt, is een dynamisch proces. We komen dingen tegen die we nu nog niet voorzien en waarbij het nodig is om de aanpak te wijzigen. Op tijd pas op de plaats maken, bijsturen, extra afstemming en opschalen kan nodig zijn voor een betere Omgevingsvisie. Flexibiliteit is gewenst en nodig. Ook in fase 3. Dit kan leiden tot vertraging, extra werkzaamheden, inhuur en daardoor extra kosten. Indien dit het geval is wordt dit tijdig voorgelegd aan ambtelijk opdrachtgever en stuurgroep. 5. Verschillen in visie en keuzes buurgemeenten/regio Kans bestaat dat er op gemeenschappelijke thema’s en vanuit eigen belang verschillen en/of knelpunten ontstaan. We zetten in op een goede samenwerking en afstemming. Door in gesprek te gaan willen we ook dit bespreekbaar en tijdig inzichtelijk maken. Dit kan leiden tot extra inzet en tijd met effecten op de planning en kosten. 6. De complexiteit rondom landbouw vraagt veel kennis Het blijft een uitdaging om met de opgaven die op ons afkomen up to date te blijven bij deze snel veranderende sector. Gelukkig zit binnen de Denktank en de Experts veel kennis over landbouw.
18
Hoofdstuk 5: Financiën In onderstaand overzicht is de actuele begroting opgenomen. Fase 1 en 2 zijn werkelijke kosten. Voor fase 3 is een verwachting opgenomen. Specifiek is het goed te benoemen dat een plan-m.e.r. bij de omgevingsvisie extra kosten bij het omgevingsplan of omgevingsprogramma’s kan voorkomen. Er is immers tijdig een ‘realiteitscontrole’ op de ambities gedaan. De bedragen zijn exclusief de interne uren. Begroting (stand maart 2022) fase 1 gerealiseerd Inhuur S. vd Werf, fase 1+2: procesvoorstel, plan van aanpak en begeleiding € Inhuur Over Morgen, fase 1+2: begeleiding participatie, werksessies en totstandkoming Strategische Opgaven en Strategische Koers € Inhuur Over Morgen, fase 3: begeleiding Omgevingsvisie inclusief MER Communicatie en participatie (incl. ondersteuning, zaalhuur, catering etc) Opmaak, eindredactie en bekendmaking €
fase 2 gerealiseerd
15.000 €
11.713
13.983 €
62.780
fase 3 verwacht (indicatie)
€ € 28.983 €
808 € € 75.301 €
Totaal
90.000 5.000 10.000 105.000 €
209.284
19
BIJLAGE 1: Eerdere besluitvorming We beginnen niet bij nul. Hieronder een opsomming van eerdere besluitvorming en daarbij gemaakte afspraken. Leidende principes De Omgevingswet vraagt van ons om de leefwereld (samenleving) en de systeemwereld (regelgeving) zorgvuldig op elkaar te laten aansluiten. We hebben daarom eerder al vier leidende principes vastgesteld: 1. Maatwerk: ieder initiatief wordt op z’n eigen meerwaarde beoordeeld en behandeld; 2. Dynamisch: we sluiten aan op de opgaven die er spelen; 3. Vertrouwen: onze basishouding gaat uit van wederzijds vertrouwen en transparantie; 4. Belangenafweging: we hebben oog voor alle belangen en bevorderen de dialoog. Startnotitie Omgevingsvisie (27 januari 2020) Met de startnotitie hebben we deze uitgangspunten geformuleerd voor de ontwikkeling van de omgevingsvisie: • We betrekken de samenleving; • We betrekken de organisatie; • We kijken met een frisse blik en gaan niet uit van bestaand beleid (een ‘open’ kader); Keuze Omgevingsvisie (14 april 2020) Integraal of samenhangend werken staat centraal onder de nieuwe omgevingswet. Dit gaat over kijken naar de samenhang tussen verschillende onderwerpen en daarna afwegingen maken. Dit heeft geresulteerd in deze keuzes: • We combineren fysieke en sociale opgaven tot één integrale omgevingsvisie; • We streven ernaar om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de leefwereld van inwoners.
Procesvoorstel Omgevingsvisie (9 november 2020) Met de vaststelling van het procesvoorstel is ingestemd met de voorgestelde route om te komen tot de omgevingsvisie. De route bestaat uit: 1. Van ontwikkelingen naar strategische opgaven; 2. Van opgaven naar een strategische koers; 3. Van strategische koers naar een omgevingsvisie. Strategische Opgaven (1 maart 2021) Deze fase is in januari 2020 afgerond met het vaststellen van deze 6 strategische opgaven: • Een vitale, gezonde en inclusieve samenleving in de kernen; • Versterking van de aantrekkingskracht van het woon- en werkklimaat; • Pioniersmentaliteit en fysieke structuur als basis voor ontwikkelingen; • Stimulans innovatieve economie, onderwijs en vestigingsklimaat; • Innovaties en verduurzaming in de landbouw ontwikkelen; • Sterkere, slimmere en duurzamere (regionale) bereikbaarheid en verbinding. Strategische Koers (31 januari 2022) Strategische Koers bestaat uit 5 integrale ambities die samen het antwoord geven op eerder vastgestelde opgaven: 1. Een inclusieve en hechte samenleving met ruimte voor iedereen. 2. Sociale krachtige dorpen en wijken en een gezonde aantrekkelijke leefomgeving. 3. Noordoostpolder biedt ruimte voor vindingrijkheid. 4. Koploper in toekomstgerichte landbouw. 5. Noordoostpolder is optimaal verbonden met haar omgeving. 20
Met deze vijf ambities streven wij ernaar dat we in 2050 een trotse toekomstbestendige samenleving zijn met herkenbare identiteit. We maken integrale keuzes om de ambities waar te maken. In de omgevingsvisie werken we deze keuzes nader uit. Van Strategische Koers naar een omgevingsvisie De richting die in de strategische koers is bepaald, wordt uitgewerkt in de Omgevingsvisie. Het vertrekpunt van deze fase is dan ook de strategische koers. Om de vertaling van de strategische koers naar de Omgevingsvisie te kunnen maken, is het bureau OverMorgen ingeschakeld. Zij begeleidt en ondersteunt ons in dit co-creatief traject om te komen tot een gebiedsdekkende integrale Omgevingsvisie. Samen met dit bureau wordt een planning opgesteld waaruit blijkt welke acties er ondernomen moeten worden in fase 3.
21
BIJLAGE 2: Vereisten Omgevingsvisie De Omgevingsvisie is een richting gevend (beleids)instrument van de Omgevingswet en een integrale langetermijn visie voor minimaal de hele fysieke leefomgeving en haar grondgebied. Het benoemt (centrale en toekomstgerichte) vraagstukken en/of opgaven, ambities en strategie vanuit een samenhangend perspectief op ruimte, milieu, natuur, landschap, water, verkeer en cultureel erfgoed. In de Omgevingsvisie bepaalt de gemeente de koers en sturing aan ontwikkelingen en opgaven, thematisch dan wel gebiedsgericht.
De vorm van de omgevingsvisie is vrij, maar moet wel elektronisch raadpleegbaar zijn en voldoen aan de publicatiestandaarden in het digitale stelsel. Volgens artikel 3.2. van de Omgevingswet bevat een omgevingsvisie: • •
•
De kwaliteit van de fysieke leefomgeving Waar bestaat de fysieke leefomgeving uit en wat is de kwaliteit ervan? De voorgenomen ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming en behoud van het grondgebied Wat gebeurt er/ gaat er gebeuren aan ontwikkelingen en instandhouding van het grondgebied? Het voor de fysieke leefomgeving te voeren integrale beleid Wat zijn de na te streven doelen en op welke manier worden die bereikt?
De omgevingsvisie is zelfbindend voor de bestuurslaag die het heeft opgesteld. De omgevingsvisies van het Rijk en de provincies werken dus niet rechtstreeks door in de omgevingsvisie van de gemeente. De gemeente(raad) dient wel rekening te houden met omgevingsvisies van andere bestuursorganen. Naast de omgevingsvisie kent de Omgevingswet ook de instrumenten omgevingsplan, omgevingsvergunning en programma. Deze instrumenten zijn belangrijke schakels in de (beleids)cyclus en vormen gezamenlijk één samenhangend geheel. Voor een omgevingsvisie maar ook het omgevingsplan en programma is een plan-m.e.r.-plicht van toepassing, wanneer deze het kader vormen voor toekomstige activiteiten met mogelijk aanzienlijke milieugevolgen. Verwachtte gevolgen worden beschreven in een milieueffectrapportage, soms ook wel omgevingseffectrapportage genoemd. De ontwerp omgevingsvisie wordt voor de duur van 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende de termijn van ter inzagelegging kan eenieder een zienswijze bij de raad kenbaar maken over de inhoud van het ontwerp van de Omgevingsvisie.
22
BIJLAGE 3: Meer informatie over de Omgevingsvisie en relatie tot de Omgevingswet De Omgevingswet stuurt op integraliteit. Deze wet bundelt bestaande wetgeving over de fysieke leefomgeving in één wet. Doel van deze wetswijziging is om het stelsel eenvoudiger en beter te maken, met meer ruimte voor ontwikkelingen en meer afwegingsruimte voor gemeenten. De Omgevingswet vraagt ons de samenleving (leefwereld) en regelgeving (systeemwereld) zorgvuldig op elkaar aan te sluiten. De Omgevingsvisie kan dus geen tegenstrijdige ruimtelijke ambities bevatten en prioriteert duidelijk wat de samenleving en gemeente belangrijk vinden. De gemeente Noordoostpolder streeft naar integraliteit. Naast fysieke worden ook sociale ambities meegenomen in de Omgevingsvisie. De omgevingsvisie verbindt het sociale en fysieke domein. Naast de omgevingsvisie kent de Omgevingswet ook de instrumenten programma, omgevingsplan en omgevingsvergunning. Deze instrumenten zijn belangrijk schakels in de beleidscyclus en vormen een samenhangend geheel. Gemeenten zijn verplicht om een Omgevingsvisie op te stellen Deze verplichting staat in de Omgevingswet die eind 2022 wordt ingevoerd. De Omgevingsvisie is een strategische lange termijnvisie voor de leefomgeving. De Omgevingsvisie geeft richting aan de duurzame ontwikkeling van de gemeente op lange termijn.
Maar de Omgevingsvisie is ook het afwegingskader voor de initiatieven die niet passen binnen bestaande kaders of het Omgevingsplan. Dit pleit voor een niet te abstracte omgevingsvisie en keuzes maken op visie niveau. Het is uiteindelijk aan de gemeenteraad hoe abstract of concreet de omgevingsvisie wordt. De afsluitende uitvoeringsparagraaf maakt het begin met het realiseren van de visie. Idealiter bevat deze paragraaf (maar niet verplicht): - Een overzicht van alle maatregelen, locaties, projecten en andere ontwikkelingen die voorkomen in de omgevingsvisie Daarbij is bij voorkeur de fasering en prioritering aangegeven en welke partijen verantwoordelijk zijn voor de uitvoering - Een instrumentele visie op de vraag welke gebieden zich voor welke rolopvatting van de gemeente lenen - Inzage in de wijze waarop de omgevingsvisie, en meer specifiek de uitvoeringsparagraaf, periodiek worden bijgesteld - Een antwoord op de vraag hoe de omgevingsvisie doorwerkt in de beleidscyclus en hoe om te gaan met de ontwikkeling van nieuw beleid Deze onderdelen zijn niet verplicht maar zijn het gevolg van de keuze hoe gedetailleerd de Omgevingsvisie uiteindelijk wordt. De uitvoeringsparagraaf is de basis voor uitwerkingen in programma’s en projecten. Het is het concreet maken van het beleid op de korte termijn.
Om integraliteit te waarborgen is het verstandig in te zetten op een beperkt aantal brede thematische programma’s.
23
Een Omgevingsvisie is een lange termijnvisie (2050) In de Omgevingsvisie staan de strategische opgaven voor de fysieke en sociale leefomgeving en vervangt de ruimtelijke- en sociale structuurvisie. De Omgevingsvisie is het startpunt van de omgevingscyclus. De Omgevingsvisie kent geen “vaste” termijn, maar wordt bijgesteld als de situatie daarom vraagt. Nieuwe instrumenten voor de fysieke leefomgeving werken in elkaar door en worden herijkt wanneer nodig. Het is nadrukkelijk een instrument voor de lange termijn en bevat alleen ambities en hoofdlijnen. De Omgevingsvisie beschrijft niet de manier waarop de doelen worden behaald. Dit is opgenomen in programma’s en/of ander integraal beleid. Een Omgevingsplan beschrijft de regels waarbinnen de ambities en doelen worden uitgevoerd. Zie hiervoor onderstaande uitwerking van de beleidscyclus. De fysieke leefomgeving De leefomgeving is breder dan alleen de fysieke aspecten. De wet noemt verplichte aspecten die integraal terug moeten komen in de omgevingsvisie. Daarin zit bijvoorbeeld het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, activiteiten waardoor emissies, hinder of risico’s worden veroorzaakt en het nalaten van activiteiten. Ook ontwikkelingen op het gebied van cultureel erfgoed, energie-infrastructuur, landbouw, landschap, milieu, natuur en water worden volgens de memorie van toelichting bij de wet meegewogen en beschreven.
Een omgevingsvisie bestrijkt daarmee de hele breedte van de fysieke leefomgeving zoals bedoeld in de Omgevingswet. De omgevingsvisie is dus niet een optelsom van beleidsvisies voor de diverse domeinen, maar een samenhangende visie op strategisch niveau. De Omgevingsvisie biedt houvast aan gemeente en initiatiefnemers bij het bepalen van welke ontwikkelingen op welke locatie passend zijn. Dat betekent ook dat de Omgevingsvisie moet inspelen op actuele en toekomstige ontwikkelingen en aangeeft waar in welk gebied prioriteit aan wordt gegeven. Hierbij wordt gestreefd naar een goede balans tussen beheersmatige opgaven en vernieuwingsopgaven. Een Omgevingsvisie is, onder de Omgevingswet, juridisch zelfbindend: College en raad zijn gebonden aan de inhoud. Afwijken kan alleen onder bijzondere omstandigheden.
24
BIJLAGE 4: Meer informatie over Plan-M.e.r.
Wat staat er in een MER? 1. Doel 2. Voornemen (plan) en alternatieven 3. Relevante (eerder) vastgestelde plannen 4. Huidige situatie en referentiesituatie 5. Gevolgen voor het milieu 6. Vergelijking van alternatieven 7. Mitigerende en compenserende maatregelen 8. Leemten in kennis 9. Samenvatting
Meerwaarde van MER? Mer helpt … … de scope van het project te bepalen. … de probleem- en doelstelling te formuleren. … bij de brede inventarisatie van oplossingen … in het proces van trechteren van alternatieven. … de effecten van de alternatieven te beschrijven, resultaat: voorkeursalternatief … de haalbaarheid te onderzoeken … projecten in breder verband te plaatsen. … draagvlak creëren. … afstemming met belanghebbenden en overheden.
Bron: presentatie commissie mer 10 maart 2022 Voor de factsheet sociale effecten wordt verwezen naar: https://commissiemer.nl/documenten/00000408.pdf
25