CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D16 04 Bijlage 4 bij Nota AvA HVC - Update-Contextanalyse-maart-2021.pdf

Gemeenteraad 7 juni 2021, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken5.119 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

4. Update Contextanalyse maart 2021 Aan:

Algemene Vergadering

Van:

Directie en Raad van Commissarissen

Betreft: Update Contextanalyse maart 2021 Datum: 16 april 2021

1. Inleiding In de bijgesloten Update Contextanalyse maart 2021 worden de belangrijkste ontwikkelingen op de terreinen waarop HVC actief is van de afgelopen maanden beschreven. 2. Energie en CO2 De coronacrisis heeft in 2020 geleid tot een sterke daling van de wereldwijde CO2 -uitstoot. Naar verwachting is (een deel van) deze reductie slechts van tijdelijke aard. De hoeveelheid duurzame energie in Nederland is in 2020 met 24% gegroeid t.o.v. 2019. Deze groei werd met name veroorzaakt door een toename van het aantal zonnepanelen en windmolens. Bijna 74% van de elektriciteitsproductie in Nederland vindt nog plaats uit fossiele brandstoffen. Hierbij is sprake van een aanzienlijke verschuiving van de inzet van steenkool naar aardgas. Zonnepanelen worden op dit moment nog relatief beperkt geplaatst op potentieel daarvoor geschikt dakoppervlak van bedrijven. Een aanstaande wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving maakt het voor gemeenten mogelijk om in de nabije toekomst gebouweigenaren te verplichten hun dak hiervoor te gebruiken. Zowel op land als op zee is in 2020 een forse hoeveelheid aan windvermogen gerealiseerd. De hoeveelheid op het gasnet ingevoed groen gas is in 2020 met 30% toegenomen t.o.v. 2019. De kosten voor de decentrale overheden voor het uitvoeren van de maatregelen uit het Klimaatakkoord voor de periode 2022-2024 worden geschat op in totaal 1,8 miljard.

Het aardgasvrij maken van woningen blijft achter bij de ambities. Naast hoge kosten, die niet altijd kunnen worden terugverdiend, wordt hiervoor de comple iteit als één van de oorzaken genoemd. Ook in de toekomst zal de beperkt beschikbare groene waterstof voor een aantal specifieke activiteiten kunnen worden ingezet. Er worden in Nederland meerdere onderzoeken uitgevoerd naar de mogelijke inzet van waterstof in de gebouwde omgeving. Sinds oktober 2020 is er sprake van een stijgende prijs voor de levering van elektriciteit in 2022 en 2023. Ook de prijs van CO2 en olie laat een sterk oplopende tendens zien. 3. Afval- en grondstoffen Het Europees Parlement heeft een rapport met aanbevelingen voor een circulaire economie tegen 2050 aangenomen. De textielindustrie krijgt bijzondere aandacht binnen het actieplan voor de circulaire economie o.a. vanwege de wereldwijde omvang en de geringe mate van recycling. Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) constateert dat de Nederlandse ambities m.b.t. circulariteit niet worden gehaald als we op de huidige voet doorgaan. Volgens het PBL moet de overheid bedrijven meer verplichten en niet meer alles vrijwillig maken. Marktontwikkelingen voor

1

primaire grondstoffen en het ontbreken van verplichtingen beperken de vraag naar gerecycled kunststof. Door middel van chemische recycling kunnen kunststoffen worden afgebroken tot de chemische bouwstenen waaruit deze kunststoffen oorspronkelijk zijn opgebouwd en vervolgens weer worden ingezet voor de productie van nieuwe kunststoffen. Het derde Landelijk afvalbeheerplan (Lap3) wordt opgevolgd door een Circulair Materialenplan (CMP1). Met het CMP wil staatsecretaris Van Veldhoven de reikwijdte uitbreiden en meer sturen op de hogere treden van de afvalhiërarchie vaker direct juridisch bindend zijn. In het nieuwe Uitvoeringsprogramma huishoudelijk afval 2021 2025 komt het realiseren van hoogwaardige recycling centraal te staan. Na het eerdere besluit tot invoer van statiegeld op plastic flesjes (vanaf 1 juli 2021), komt er vanaf 31 december 2022 eveneens statiegeld op blikjes. Het belangrijkste doel van deze maatregel is het voorkomen van zwerfvuil. Ook het aanstaande verbod op wegwerpplastics, zoals rietjes, roerstokjes, wattenstaafjes en vistuig, moet verspreiding van plastic in het milieu voorkomen. De Wet CO2-heffing industrie is definitief geworden. Industriebedrijven, waaronder afvalenergiecentrales (AEC's) gaan op grond hiervan een heffing gaan betalen voor hun CO2 -uitstoot.

Omdat AEC's in het begin dispensatie krijgen voor hun historische uitstoot zullen ze de eerste jaren nog niets hoeven te betalen. Met het afvangen van CO2 en o.a. de inzet daarvan in de glastuinbouw kan HVC in de toekomst haar CO2-emissies reduceren. De afvalstoffenheffing is dit jaar gemiddeld met ca. 9 procent gestegen. Dit komt vooral door stijgende kosten voor inzameling en verwerking en dalende opbrengsten van afvalstromen als oud papier en textiel. Eventuele reserves om deze ontwikkelingen op te kunnen vangen, zijn in de afgelopen jaren bij veel gemeenten reeds ingezet. De Rijksoverheid vergoedt voor 2020 32 miljoen euro aan gemeenten ter compensatie van de hogere kosten die gemeenten hebben gehad voor de afvalinzameling en -verwerking door de coronacrisis. 4. Zuiveringsslib In Nederland is sprake van schaarste aan capaciteit bij de eindverwerking van zuiveringsslib. De waterschappen regelen vanaf volgend jaar een collectieve incidentencapaciteit voor zuiveringsslib. Daarnaast zetten ze in op een landelijke calamiteitenregeling waarbij ze het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nodig hebben. De Waterschappen spelen een belangrijke rol bij de energietransitie, zowel met betrekking tot het verduurzamen van de eigen energiehuishouding als daarbuiten.

Biogas (en de opwerking daarvan in groen gas) vormen een belangrijke energiebron om in 2025 100% energieneutraal te zijn. Over de mogelijkheden (en beperkingen) van andere bronnen (waaronder aquathermie en wind) zijn door het onderzoeksinstituut van de waterschappen (STOWA) diverse studies en rapporten gepubliceerd. 5. Voorstel Ter informatie.

2

Update Contextanalyse - maart 2021

Inleiding Jaarlijks wordt ten behoeve van de AV in december een contextanalyse opgesteld. De contextanalyse schetst de belangrijkste ontwikkelingen op de terreinen waarop HVC actief is. In dit memo worden vooruitlopend op de contextanalyse 2021 de belangrijkste ontwikkelingen in de afgelopen maanden beschreven. Trends en ontwikkelingen zoals die zijn beschreven in de contextanalyse 2020 worden in deze update niet opnieuw benoemd.

Energie en CO2 Wereldwijde CO2-uitstoot De coronacrisis heeft de wereldwijde CO2-uitstoot in 2020 met 2 miljard ton verminderd. De daling van de CO2-uitstoot kwam vooral door het lagere energieverbruik, waardoor de aan energieproductie gerelateerde CO2-uitstoot met 5,8 procent omlaag ging. Ook de sterke reductie van het aantal transportkilometers (zowel over de weg als via de lucht) leidde tot een forse reductie in CO2-uitstoot. Alhoewel een deel van deze reductie structureel lijkt te zijn door/als gevolg van b.v. een sterk toename van het aantal volledig elektrische auto's en het groeiende aandeel van hernieuwbare energie, is een deel van deze reductie slechts van tijdelijke aard. Afgelopen december lag de wereldwijde CO2-uitstoot 2 procent hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder. Duurzame energie in Nederland De hoeveelheid duurzame energie (stroom en warmte) is in 2020 gegroeid met 24 procent t.o.v. 2019. De groei werd met name veroorzaakt door een toename van het aantal zonnepanelen en windmolens (zowel op land als op zee). Biomassa blijft jaarrond de belangrijkste bron voor duurzame energieproductie (fig. 1) .

Figuur 1. Duurzame energieproductie in Nederland per maand en per bron in 2020 t.o.v. productie in dezelfde maand in 2019.

3

In het Klimaatakkoord is afgesproken dat in 2030 het aandeel duurzame stroom op gemiddeld 70 procent moet liggen. De hoeveel hernieuwbare stroom in de elektriciteitsmix in 2020 bedroeg ruim 26 procent (fig. 2) tegen 18,3 procent vorig jaar. Bij de ingezette fossiele brandstoffen is sprake van een aanzienlijke verschuiving van de inzet van steenkool naar aardgas (fig. 3). Dit wordt veroorzaakt door meerdere factoren waaronder beleid en regelgeving van de Nederlandse overheid (met (voorgenomen) sluiting van kolencentrales tot gevolg), zeer lage gasprijzen en hoge CO2-prijzen (bij aardgasverbranding is de CO2-uitstoot per kWh de helft t.o.v. de inzet van steenkool).

Figuur 2. Elektriciteitsproductie in Nederland, onderverdeeld per bron.

Figuur 3. Ontwikkeling elektriciteitsproductie per energiedrager. 4

Zonneparken. Door meerdere partijen is afgelopen periode aandacht gevraagd voor een naar hun mening gewenste verschuiving van de aanleg van (grootschalige) zonneparken naar een betere benutting van beschikbare en voor zonnepanelen geschikte daken. Uit de benchmark ‘Zon op bedrijfsdaken 2021’ blijkt dat circa 12 procent van het theoretisch potentiële dakoppervlak van bedrijfsdaken momenteel is voorzien van zonnepanelen. De voorgenomen wijziging van het ‘Besluit bouwwerken leefomgeving’ maakt het vanaf 1 januari 2022 voor gemeenten mogelijk om gebouweigenaren, zowel burgers als bedrijven, te verplichten hun dak te gebruiken voor het plaatsen van zonnepanelen. Uit onderzoek van de Universiteit Wageningen is gebleken dat van 25 zonneparken er slechts drie voldeden aan de maatstaven op het gebied van biodiversiteit. Daarom wordt meer aandacht aan aanleg en beheer op dit punt gevraagd. Windenergie In 2020 is een recordvermogen aan windenergie gebouwd in Nederland. In totaal staan er op 1 januari 2021 op land en op zee 2.610 windmolens met een totaal vermogen van 6.719 megawatt (MW) (fig. 4). In 2020 is er 2.261 MW bijgebouwd, bijna zeven keer zoveel als een jaar eerder. Op land nam het vermogen toe met 777 MW terwijl op zee het vermogen toenam met 1.484 MW.

Figuur 4. Verdeling van het windvermogen op zee en op land per 31 december 2020. Groen gas productie Producenten van groen gas hebben in 2020 196 miljoen kuub groen gas ingevoed op het reguliere gasnet. Dat is ruim 30% meer dan in 2019. In Nederland zijn nu 57 producenten van groen gas actief. Dit zijn bijvoorbeeld boeren die mest vergisten, voedselverwerkende bedrijven die afvalresten vergisten maar ook verwerkers van gft (zoals HVC) die (een deel van) het gft vergisten. HVC heeft in 2020 3,9 miljoen kuub groen ingevoed. Kosten uitvoering Klimaatakkoord Een groot gedeelte van de maatregelen uit het Klimaatakkoord moeten decentrale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) uitvoeren en organiseren. Op verzoek van het kabinet heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur een advies uitgebracht over de hoogte van de uitvoeringskosten en hoe deze uitvoeringskosten moeten worden bekostigd. De Raad schat de

5

kosten voor de decentrale overheden voor de periode 2022-2024 op in totaal € 1,8 miljard. De Raad adviseert de financiering via een brede doeluitkering te verstrekken waardoor decentrale overheden zelf kunnen bepalen hoe zij het geld gaan besteden, rekening houdend met hun lokale situatie.

K

en Van ga l

Het Economische Instituut voor de Bouw (EIB) voerde in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken een onderzoek uit naar in totaal twintig proeftuinwijken. Met subsidies van het Rijk doen deze wijken mee met 'de wijkaanpak' om woningen in Nederland aardgasvrij te maken. Volgens het EIB vergt het gemiddeld een investering van 40.000 euro per woning om een huis van het gas te halen. Meer dan de helft van die investering is niet terug te verdienen met besparingen op de energierekening en is dus onrendabel. Het EIB acht het onwaarschijnlijk dat de kosten de komende jaren zullen dalen. Dit in tegenstelling tot de Rijksoverheid die verwacht dat er door een 'vliegwieleffect' een kostenreductie ontstaat waardoor het goedkoper wordt om huizen te verduurzamen. Sinds 1 maart 2021 betalen consumenten niet meer voor het verwijderen van de gasaansluiting als ze daarvoor een verzoek indienen bij hun netbeheerder. Op deze manier worden koplopers van de energietransitie gestimuleerd zelf hun woning aardgasvrij te maken. Dit is een tijdelijke oplossing in een opmaat naar een permanente oplossing in de Energiewet. In het Klimaatakkoord spraken woningcorporaties, warmte- en bouwbedrijven de ambitie uit om uiterlijk in 2022 100.000 bestaande huurwoningen aardgasvrij of 'aardgasvrij-ready' te maken.

De betrokken partijen achten het realiseren van deze ambitie met de huidige aanpak niet haalbaar. Als voornaamste reden voor zowel de bouwers als corporaties wordt aangegeven dat de uitvoering complex en te weinig systematisch is. Daarnaast (b)lijken voor sommige verduurzamingsprojecten de kosten "te hoog" zijn waardoor subsidies niet voldoende zijn om deze projecten vlot te trekken. Via de Subsidieregeling Aardgasvrije Huurwoningen (SAH) is tot nu toe ruim 57 miljoen euro toegekend om 23.711 huurwoningen aardgasvrij te maken. Maar die projecten hebben een looptijd van maximaal vijf jaar. Waterstof In 2050 wil de overheid geen aardgas meer gebruiken in woningen om de CO2-uitstoot te verminderen. Verwarming met waterstof in woningen kan in de toekomst een alternatief zijn naast volledig elektrisch en warmtenetten. Waterstof is geen duurzame energiebron maar een energiedrager. De duurzaamheid van waterstof wordt bepaald door de bron waaruit de waterstof wordt geproduceerd, de duurzaamheid van de elektriciteit die in het proces wordt ingezet en of de CO2 die bij één van de productieprocessen al dan niet wordt afgevangen. De Waterstofcoalitie, bestaande uit 39 organisaties van milieuorganisaties tot industrie, biedt het toekomstige kabinet een breed gedragen pact voor de ontwikkeling van een Nederlandse waterstofketen.

Het pact roept op tot een investering van 2,5 miljard dat vooral de ontwikkeling van 'groene' waterstof moet garanderen. Het toepassen van waterstof wordt met name van belang geacht voor de volgende activiteiten:

6

x x x x x

schoon alternatief voor steenkool in de staalindustrie; alternatieve grondstof voor 'plastic', synthetische kerosine; vrachtvervoer, scheepvaart en andere mobiliteit; opvangen pieken en dalen in groene stroom; aardgasvrij verwarmen in oude gebouwen/steden.

Green Deal H2-Wijken Overheden en partijen uit de sector hebben onlangs de Green Deal 'H2-Wijken: Naar praktische toepassing van waterstof als warmtevoorziening in woonwijken' gesloten1. Waterstof is tot 2030 nog niet beschikbaar in de gebouwde omgeving, en na 2030 is het onzeker of groene waterstof voldoende voorradig en betaalbaar is om in de gebouwde omgeving toe te passen. Om goed voorbereid te zijn, voor als er voldoende groene waterstof komt, is in het Klimaatakkoord afgesproken om tijdig en op kleine schaal praktijkervaring op te doen met waterstof in de gebouwde omgeving. De Green Deal H2-Wijken vloeit voort uit deze afspraak. In de Green Deal spreken partijen af om samen de ontwikkeling van waterstofwijken in de praktijk te verkennen. Aan de hand van leerprojecten in de wijk Erflanden en het dorp Stad aan ’t Haringvliet in de gemeenten Hoogeveen en Goeree-Overflakkee worden inzichten en ervaringen opgedaan over de voordelen en voorwaarden voor het gebruik van waterstof in de gebouwde omgeving. Deze wijken zijn hiervoor aangewezen binnen het Programma Aardgasvrije Wijken. Ook in het Groningse Wagenborgen krijgen ca. 40 sociale huurwoningen uit de jaren zeventig aansluiting op een waterstofnetwerk en een speciale omgebouwde cv-ketel die draait op duurzaam geproduceerde waterstof. Tegelijkertijd worden ze beter geïsoleerd en krijgen ze een elektrische warmtepomp.

De benodigde waterstof wordt lokaal geproduceerd met elektriciteit afkomstig van een windmolen en zonnepanelen op het dak van een schuur en via het bestaande aardgasnet naar de woningen getransporteerd. Via dit project, met o.a. Netbeheerder Enexis als participant, willen de betrokken partijen ervaring opdoen met een nieuwe combinatie van maatregelen die samen aardgas overbodig maken. In Uithoorn wordt in opdracht van Stedin de inzet van waterstof in de praktijk in 14 woningen onderzocht. Het onderzoek heeft onder andere betrekking op de bestaande gasleidingen en verbindingen zowel in de straat als in de woningen en het verwarmen van woningen met speciale waterstof cv-ketels. SDE++ In de komende openstelling van de SDE++ (opengesteld van 21 september tot 14 oktober), komt geen specifieke categorie voor de productie van blauwe waterstof (productie van waterstof in combinatie met de afvang en opslag van CO₂). Voor de opslag van CO2 komt in dit kader wel de mogelijkheid voor subsidie. CO2-afvang en -gebruik in de glastuinbouw komt wel in de SDE++regeling. Het kan hierbij gaan om CO2 van industriële installaties, zoals afvalverbranders. 1

De Green Deal is ondertekend door de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Economische Zaken en Klimaat en Infrastructuur en Waterstaat, de provincies Zuid-Holland en Drenthe, de gemeenten Hoogeveen en Goeree-Overflakkee, Stedin Netbeheer B.V., N.V. Rendo en de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie. 7

Energiemarkt Na de ‘corona-dip’ in maart 2020 en een min of meer stabiele prijs in een groot deel van 2020, is er sinds oktober 2020 sprake van een stijgende prijs voor de levering van elektriciteit in 2022 en 2023 (fig. 5). Positieve verwachtingen met betrekking tot de economische ontwikkelingen ‘na corona’ en een forse prijsstijging van CO2-emissie rechten spelen hierbij waarschijnlijk een belangrijke rol. Ook de olieprijs is na een (diepe) dip in maart 2020 aan een aanzienlijke opmars bezig en bereikte in maart 2021 het hoogste punt in meer dan een jaar.

Figuur 5. Ontwikkeling groothandlesprijs voor elektriciteit voor levering in 2022/2023

Afval en grondstoffen Europees actieplan circulaire economie Als een reactie op het Actieplan voor een circulaire economie van de Europese Commissie heeft het Europees Parlement een rapport met aanbevelingen voor een circulaire economie tegen 2050 aangenomen. In dit rapport wordt een nieuw actieplan voor de circulaire economie voorgesteld. Volgens het rapport kan een circulaire economie nieuwe banen en kansen creëren. Bestaande wetgeving over afval moet geïmplementeerd worden en verdere maatregelen zijn nodig voor belangrijke sectoren en producten, zoals textiel, plastics, verpakkingen en elektronica. De textielindustrie krijgt bijzondere aandacht binnen het actieplan voor de circulaire economie o.a. vanwege de wereldwijde omvang en de geringe mate van recycling. De Europese Commissie bereidt momenteel een nieuwe EU-Strategie voor Textiel voor, waarin een circulaire economie centraal zal staan. Een selectieve inzameling van textiel zal verplicht worden in alle Europese lidstaten vanaf 2025.

8

Circulaire economie in Nederland Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) constateert in haar eerste ‘Integrale Circulaire Economie Rapportage’ dat het doel om in 2050 volledig circulair te zijn, en in 2030 het grondstofgebruik te halveren, niet wordt gehaald als we op de huidige voet doorgaan. In 10 jaar tijd is de circulaire economie nauwelijks verder gekomen en is het aandeel circulaire bedrijven zelfs gedaald. Naar de mening van het PBL moet de overheid bedrijven meer verplichten en niet meer alles vrijwillig maken. Voorbeelden van mogelijke verplichtingen zijn een bepaald aandeel gerecycled materiaal te gebruiken en een verplichting voor het repareerbaar maken van producten. Specifiek voor kunststoffen constateert Wageningen Food & Biobased Research dat de vraag naar gerecycled kunststof achter blijft bij het aanbod. Zij noemt als belangrijke oorzaak dat het ontbreekt aan beleid dat recycling stimuleert en het gebruik van nieuw kunststof ontmoedigt. Op dit moment is het voor gebruikers makkelijker en vaak goedkoper om nieuw kunststof te kopen terwijl recyclaat vooral wordt gebruikt door bedrijven die het als een tastbare manier zien om te verduurzamen.

Ook in het ontwerp Actieplan Toepassen Recyclaat (opgesteld door het ‘trekkersteam’ Transitieagenda Kunststoffen) wordt aan de overheid gevraagd om te komen met adequate regelgeving om de productie en inzet van recyclaat te ondersteunen. Derde Landelijk afvalbeheerplan (Lap3) De tweede wijziging van het derde Landelijk afvalbeheerplan (Lap3) is op 1 maart jl. in werking getreden2. Deze wijziging is in april 2020 aangekondigd en dient vooral om het Lap3 in lijn te brengen met de EU-Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra) en de Omgevingswet. Na de aankondiging van de voorgenomen wijziging hebben ca. 80 partijen zienswijzen indienen op de voorgenomen wijziging. Staatssecretaris Van Veldhoven heeft aangegeven dat dit derde Landelijk afvalbeheerplan zal worden opgevolgd door een Circulair Materialenplan (CMP1). Het huidige Lap3 is volgens haar vooral gericht op de achterkant van de keten: het afvalbeheer. Ook is het Lap in beginsel geen bindende wetgeving, maar werkt het vooral indirect door, in bijvoorbeeld de afgifte van vergunningen en ontheffingen. Met het CMP wil Van Veldhoven de reikwijdte uitbreiden en meer sturen op de hogere treden van de afvalhiërarchie, zoals hergebruik en preventie. Daarnaast moet de regelgeving uit het CMP1 vaker direct juridisch bindend zijn. Het CMP1 zou in december 2023 gereed zou moeten zijn.

Afvalpreventieprogramma Nederland vastgesteld Het Afvalpreventieprogramma Nederland beschrijft, conform de gewijzigde EU Kaderrichtlijn afvalstoffen, bestaande maatregelen en initiatieven die Nederland neemt op het gebied van afvalpreventie. Het bevat geen nieuw beleid. De maatregelen worden genomen binnen het Rijksbrede programma Circulaire Economie: ‘Nederland circulair in 2050’. Van de ‘openbare consultatie’ (eind 2020) werd waarschijnlijk mede daarom slechts zeer beperkt gebruikt gemaakt (drie reacties). VANG huishoudelijk afval Het huidige uitvoeringsprogramma VANG-HHA had betrekking op de periode 2018 – 2020. Staatssecretaris Van Veldhoven heeft aangegeven dat in het nieuwe Uitvoeringsprogramma 2

Wijzigingen die zijn gelinkt aan de Omgevingswet (Ow) en bijbehorende regelgeving, zullen in werking treden op het moment dat de Ow in werking treedt (1 januari 2022?). 9

huishoudelijk afval 2021–2025 het realiseren van hoogwaardige recycling centraal zal komen te staan. Een recycledoelstelling voor gemeenten zal niet in dit programma worden opgenomen omdat een dergelijke recycledoelstelling voor gemeenten een indirecte en daarmee moeilijk stuurbare doelstelling zou zijn. Gemeenten zijn immers niet zelf de partij die recyclet. Statiegeld op blikjes Voor plastic flesjes werd vorig jaar al besloten dat er vanaf 1 juli 2021 verplicht statiegeld komt. Omdat het aantal zwerfblikjes in het milieu alleen is toegenomen (met 27% in 2020 t.o.v. 2019) in plaats van de aan de producenten gevraagde afname, is besloten dat vanaf 31 december 2022 er 15 cent statiegeld op blikjes bier en frisdrank komt. Met de nieuwe maatregel wil de overheid de verkochte blikjes - jaarlijks zo’n 2 miljard – recyclen en milieuvervuiling tegen gaan. Op dit moment belanden er naar schatting ca. 150 miljoen blikjes in de natuur en het milieu. CO2 Wet CO2-heffing industrie. De Wet CO2-heffing industrie is na instemming door zowel de Tweede Kamer (november 2020) als de de Eerste Kamer (december 2020) definitief geworden. Met deze wet wordt geregeld dat industriebedrijven, waaronder ook afvalenergiecentrales (AEC's), vanaf 2021 een heffing gaan betalen voor hun CO2 -uitstoot.

Omdat AEC's in het begin dispensatie krijgen voor hun historische uitstoot zullen ze de eerste jaren echter nog niets hoeven te betalen, tenzij ze meer gaan uitstoten. Voor een motie in de Tweede Kamer om AEC’s uit te zonderen van deze wetgeving was geen kamermeerderheid. Green deal HVC is één van de betrokken partijen bij een voorgenomen Green Deal CO2-voorziening glastuinbouw Noord-Holland 2.0. Het doel van deze Green Deal is het bevorderen van de realisatie van bronnen voor kwalitatief goede CO2 en de distributie van CO2 van die bronnen naar en binnen glastuinbouwgebieden in Noord-Holland met een economisch rendement voor de tuinbouwsector. Er is een groot aantal overheidspartijen en bedrijven bij de tot standkoming van deze Green deal betrokken waaronder de Rijksoverheid en vanuit de afvalsector zowel AEB Amsterdam als HVC. De ontwikkelingen met betrekking tot deze Green Deal zijn opgeschort tot na de Tweede Kamerverkiezingen en de vorming van een nieuw kabinet. CO2-afvang HVC Als vervolg op de pilot-installatie met een capaciteit van een halve ton afgevangen CO2 per uur (4.000 ton per jaar) is HVC bezig met het voorbereiden van een installatie met een capaciteit van 100.000 ton per jaar. Een vergunningaanvraag (WABO) is hiervoor ingediend. Met deze vergunning kan in het derde kwartaal de SDE++ aanvraag voor deze installatie worden ingediend.

Chemische recycling Door middel van chemische recycling kunnen kunststoffen worden afgebroken tot de chemische bouwstenen waaruit deze kunststoffen oorspronkelijk zijn opgebouwd. De technieken die daarvoor kunnen worden ingezet zijn depolymerisatie, pyrolyse en vergassing (fig. 6). De chemische bouwstenen kunnen vervolgens weer voor de productie van nieuwe kunststoffen worden ingezet. In

10

de recente ‘roadmap’ m.b.t. chemische recycling wordt aangegeven dat Nederland wil dat in 2030 10 procent van de binnenlandse kunststofproductie vervangen wordt door recyclaat uit chemische recycling. Sabic en Plastic Energy zijn op Chemelot in Geleen gestart met de bouw van een installatie waar door middel van chemische recycling plasticafval van lage kwaliteit verwerkt tot een grondstof voor naftakrakers. Sabic gaat deze grondstof in haar productieproces gebruiken als alternatief voor fossiele grondstoffen om nieuwe circulaire polymeren te maken. Het gemengde plasticafval is afkomstig van Renewi en zal mogelijk bestaan uit de kunststof mix afkomstig van de KSI en plastics afkomstig uit het bedrijfsafval. Naar verwachting is de installatie in de tweede helft van 2022 operationeel.

Figuur 6. Schematisch weergave positie chemische recycling in kunststofketen. Ontwerpbesluit verbod wegwerpplastics Het ontwerpbesluit voor een verbod op wegwerpplastics is in februari 2021 door staatssecretaris Van Veldhoven aan de Eerste en Tweede Kamer gestuurd. Het Ontwerpbesluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik heeft als doel de EU-Richtlijn wegwerpplastics (ook bekend als de Sup-richtlijn) te implementeren. Hiermee wordt het verboden verschillende plastic wegwerpproducten op de markt te brengen, zoals rietjes, roerstokjes, wattenstaafjes en vistuig. Er komen wel uitzonderingen voor medische hulpmiddelen. Daarnaast is er sprake van het uitbreiden van de Uitgebreide producenten verantwoordelijkheid (UPV) voor diverse plastic producten voor éénmalig gebruik (fig. 7). Dat betekent dat producenten gaan meebetalen aan het inzamelen van afval en het opruimen van zwerfafval en aan het nemen van bewustwordingsmaatregelen voor consumenten.

11

Figuur 7. Gedeelte van de voorlichtingsposter van het Ministerie van IenW m.b.t. de nieuwe wetgeving voor wegwerpplastics. R1-status afvalenergiecentrales en importheffing Rijkswaterstaat heeft in het najaar van 2020 van alle Nederlandse AEC’s de ‘energieprestaties’ opnieuw berekend op basis van de op dat moment meest recente gegevens (uit 2019). Alle afvalenergiecentrales in Nederland behouden na deze herbeoordeling hun R1-status. Daarmee blijven het installaties voor nuttige toepassing, zoals gedefinieerd in de EU-Kaderrichtlijn afvalstoffen en komen ze in aanmerking voor het verwerken van afval uit andere Europese landen. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de ‘importheffing’ niet leidt tot de beoogde beperking van de CO2uitstoot in Nederland en mondiaal zelfs tot meer CO2-uitstoot en methaanemissies leidt, omdat in omringende landen onnodig afval wordt gestort. Bovendien zou de heffing een negatieve impact hebben op het financieel rendement van AEC's en daarmee op investeringen in duurzaamheid en recycling. De minister van Economische Zaken en Klimaat heeft eerder aangegeven dat de Tweede Kamer pas bij de volgende Klimaat en Energieverkenning geïnformeerd zal worden over de effecten van de importheffing.

Met het oog op het komende Belastingplan is via Kamervragen aan de minister gevraagd om nog vóór de zomer de Kamer te informeren over de effecten van de importheffing op buitenlands afval. In 2020 daalde de export van RDF uit Engeland met bijna 37 procent. De daling wordt veroorzaakt door de coronapandemie, maar ook door nieuwe importheffingen in Nederland en Zweden. Uit voorlopige cijfers van het Environment Agency blijkt dat in 2020 in totaal 1,74 Mton werd geëxporteerd (2019- 2,76 Mton). Nederland is nog altijd de populairste bestemming voor RDF. Ons land ontving ruim 601 kton van de brandstof. Daarna volgen Zweden (486 kton) en Duitsland (199 kton). Voor alle bestemmingslanden gaat het wel om een fikse daling. Nederland ontving 48 procent minder RDF, Zweden 17 procent minder en Duitsland zelfs 50 procent minder.

12

Vanuit de sector zijn alternatieven voor de ‘importheffing’ bij het Ministerie aangedragen die (minimaal) tot een vergelijkbare reductie van CO2–emissies leiden t.o.v. de reducties die zijn ingeschat met betrekking tot de ‘importheffing’. Het is op dit moment nog onduidelijk in hoeverre deze alternatieven de Rijksoverheid kunnen bewegen om de ‘ímportheffing’ met ingang van 2022 in te trekken. Vakbond FNV is samen met werkgeversorganisatie WENB onlangs een petitie gestart voor het terugdraaien van de importheffing op buitenlands afval onder andere vanwege de mogelijke negatieve impact op de werkgelegenheid. Ontwikkeling afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing wordt conform daarvoor geldende regels opgebouwd uit afvalbeheerkosten (inzamel- en verwerkingskosten), indirecte kosten (beleid, communicatie, handhaving) minus de opbrengsten en vergoedingen. Daarnaast maken ook kosten voor het opruimen van zwerfafval, kwijtscheldingen en de opbouw van de reserve afvalstoffenheffing onderdeel uit van de afvalstoffenheffing. In januari werd bekend dat de afvalstoffenheffing dit jaar gemiddeld met ca. 9 procent is gestegen. Dit komt vooral door stijgende kosten voor inzameling en verwerking en dalende opbrengsten van afvalstromen als oud papier en textiel.

Eventuele reserves om deze ontwikkelingen op te kunnen vangen, zijn in de afgelopen jaren bij veel gemeenten ingezet om de heffing niet te ver te laten stijgen en/of de extra kosten voor de invoering van nieuw beleid op te vangen. Bij gemeenten die de grootste stijging in de afvalstoffenheffing laten zien, is er veelal sprake van een nieuw verwerkingscontract voor restafval en gft. Een groot aantal van deze ontwikkelingen hebben met onder andere de nationale en internationale afvalmarkt te maken waarop individuele gemeenten nauwelijks invloed. Gemeenten hebben wel invloed op de keuze voor inzamelsystemen en de indirecte kosten die al dan niet in de heffing worden opgenomen. Het door gemeenten geïmplementeerde VANG-beleid en het sturen op restafval heeft invloed op de hoogte van de heffing. Tegelijkertijd vragen extra inspanningen om tot nog meer afvalscheiding te komen in gemeenten die al goede resultaten boeken en veel verbeteringen hebben doorgevoerd (het laaghangend fruit), om grote investeringen per ton waarmee de kosten weer kunnen oplopen. Coronacompensatie voor afvalbeheer De Rijksoverheid vergoedt voor 2020 32 miljoen euro aan gemeenten die door de coronacrisis meer geld hebben moeten uitgeven aan afvalinzameling en -verwerking. De compensatie-afspraken gelden voor 2020 en het eerste kwartaal van 2021.

Voor de ondersteuning van handhaving- en toezichtsorganisaties is daarnaast 60 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dit geld is bedoeld voor 'tijdelijke coronabanen', zoals toezichthouders die de weg wijzen of mondkapjes uitdelen, en de extra inzet van mensen voor bijvoorbeeld huisvuilzakkencontrole. Het totale tegemoetkomingspakket waar de 32 miljoen euro onderdeel van is, wordt eerst nog voorgelegd aan de Tweede Kamer. Dit gebeurt pas na de verkiezingen waarna op z’n vroegst in april uitbetaling via het Gemeentefonds zal plaatsvinden.

Zuiveringsslib. Robuust plan slibeindverwerking

13

De ledenvergadering van de Unie van Waterschappen heeft in december haar ‘Robuust plan slibeindverwerking’ vastgesteld. Dit plan is een antwoord op de ontstane problemen door het wegvallen van de Duitse markt o.a. voor het opvangen van fluctuaties in het aanbod van het zuiveringsslib. Hierdoor is er in Nederland een ondercapaciteit bij de eindverwerking ontstaan die tot 2025 kan aanhouden. In het plan is gekeken naar het meerjarige aanbod van het zuiveringsslib en de bestaande verwerkingsmethoden. Vervolgens is geconstateerd dat er in de periode 2021-2025 behoefte is aan een collectieve incidentencapaciteit en een landelijke calamiteitenregeling. De implementatie van het plan staat gepland in de eerste helft van 2021.De waterschappen regelen vanaf volgend jaar een collectieve incidentencapaciteit voor zuiveringsslib. Daarnaast zetten ze in op een landelijke calamiteitenregeling waarbij ze het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat nodig hebben. Energietransitie Waterschappen spelen een belangrijke rol bij de energietransitie, zowel met betrekking tot het verduurzamen van de eigen energiehuishouding als daarbuiten. De waterschappen benutten Stowa (onderzoeksinstituut van de waterschappen) voor het doen van onderzoeken (o.a.) in dit kader. Afgelopen halfjaar heeft Stowa o.a.

onderzoeken gepubliceerd op het gebied van aquathermie, de kansen voor kleine windturbines op locaties van waterschappen en naar de invloed riothermiesystemen op werking rwzi's. De waterschappen hebben afgesproken om in 2025 voor 100% energieneutraal te zijn. Hoewel de waterschappen veel investeren in zonnepanelen, windmolens en ook een grote inzet plegen op aquathermie, is biogas de belangrijkste energiebron om deze doelstelling te bereiken. Het kan in dit kader interessant zijn voor waterschappen om biogas op te waarderen groen gas dat vervolgens kan worden ingezet voor mobiliteit of de gebouwde omgeving. Voor de keuzen die waterschappen daarbij maken is het nodig dat het Rijk duidelijke keuzes voor de inzet van het groen gas (mobiliteit, gebouwd of industrie) en hoe zij dat wil stimuleren. In het Klimaatakkoord zijn afspraken gemaakt over de opschaling van de productie van groen gas van 150 miljoen kuub nu, naar 2 miljard kuub in 2030 (juni 2019). Het Rijk wil nu een Stuurgroep instellen voor de uitvoering van de Routekaart Groen Gas waarin ook de waterschappen zullen zijn vertegenwoordigd.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1820/documents/26821