D16 01 Verslag Welstandsbeleid 2019-2020 gemeente Noordoostpolder.pdf
Tekst van het document
VERSLAG WELSTANDSBELEID 2019-2020 GEMEENTE NOORDOOSTPOLDER
Versie:19 november 2019
INHOUD INLEIDING ..............................................................................................................................................................................3 UITVOERING WELSTANDSBELEID ............................................................................................................................................3 WIJZIGINGEN WELSTANDSNOTA 2016.................................................................................................................................... 4 LANDELIJK GEBIED ................................................................................................................................................................. 6 ENERGIETRANSITIE EN WELSTAND ......................................................................................................................................... 9 BLIK OP TOEKOMST, DE OMGEVINGSWET ............................................................................................................................. 70
2
INLEIDING Dit verslag brengt in beeld hoe de uitvoering van het welstandsbeleid in de praktijk verlopen is in de periode 20192020. In de eerste plaats komen de afhandeling van de welstandsadviezen en handhaving aan de orde. Daarmee geeft dit verslag uitvoering aan de wettelijke verplichting uit de Woningwet, dat Burgemeester en wethouders jaarlijks een verslag voorleggen aan de raad. Ook komen in dit verslag de wijzingen aan de orde, die in de 2016 in de Welstandsnota zijn doorgevoerd. Dit verslag heeft betrekking op het welstandsbeleid voor de gehele Noordoostpolder, maar besteedt daarnaast in een apart hoofdstuk aandacht aan het landelijk gebied. In het coalitieakkoord 2018-2022 is over het landelijk gebied opgenomen, dat we met het welstandsbeleid een balans willen zoeken in enerzijds oog hebben voor de unieke en waardevolle cultuurhistorische kenmerken van ons landelijk gebied, en anderzijds ruimte bieden aan nieuwe initiatieven van inwoners en ontwikkelingen in het buitengebied. Dit verslag moet overigens in samenhang worden gelezen met de
jaarverslagen 2019 en 2020, die het Oversticht heeft opgesteld.
UITVOERING WELSTANDSBELEID De Woningwet geeft aan dat het college van burgemeester en wethouders jaarlijks verslag uitbrengt aan de gemeenteraad over de uitvoering van welstand. Deze paragraaf beschrijft de wettelijk voorgeschreven onderdelen, die in het verslag aan de orde moeten komen. Naast het beschrijven van de afhandeling van de welstandsadviezen is dat de wijze waarop uitvoering is gegeven aan handhaving. Afhandeling welstandsadviezen Van de aanvragen omgevingsvergunning met de activiteit bouwen wordt ongeveer de helft voorgelegd aan de welstandscommissie voor een welstandsadvies. De andere aanvragen hebben betrekking op werkzaamheden in een welstandsvrij gebied en of konden ambtelijk worden afgedaan aan de hand van sneltoetscriteria. In de jaarverslagen van 2016/2017, 2018, 2019 en 2020 van het Oversticht is over de adviesaanvragen het volgende opgenomen:
Advies aanvragen 2016 2017 2018 2019 2020
Totaal
Positief
Negatief
216 210 264 185 252
182 138 173 127 175
34 72 91 58 77
De cijfers van de verschillende jaren kunnen niet één op één met elkaar worden vergeleken. Enerzijds omdat de cijfers niets zeggen over de kwaliteit en omvang van de plannen die zijn ingediend, maar ook loopt de afhandeling van welstandsaanvragen niet gelijk met kalenderjaren en zit er daardoor een vertekening in de cijfers. Handhaving Het verslag moet beschrijven op welke wijze uitvoering is gegeven aan handhaving. Het gaat dan om die gevallen, waarin een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met de welstandscriteria, en is overgegaan tot oplegging van een last onder bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom. Voor 2019 zijn geen handhavingstrajecten opgestart. In 2020 is er voor één adres een handhavingstraject opgestart, omdat hier o.a. een aantal bouwwerken (in ernstige mate) in strijd zijn met de welstandcriteria. Deze handhavingsprocedure is in 2021 opgelost.
3
Specifieke criteria voor zonnepanelen op monumenten Vanwege de inbreuk die zonnepanelen kunnen veroorzaken op de cultuurhistorische uitstraling van een gebouw bevat de welstandsnota specifieke criteria voor zonnepanelen op monumenten. De criteria zien er onder andere op toe dat zonnepanelen vanaf de voorzijde van een gebouw niet zichtbaar zijn. De criteria zijn gebaseerd op landelijk gangbare criteria voor zonnepanelen op monumenten. Nu heeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) zijn adviesbeleid over dit onderwerp in 2020 aangepast. In situaties waarin zonnepanelen in het zicht komen te liggen, is niet langer zichtbaarheid het beslissende criterium, maar de mate waarin het beeld van het monument en zijn omgeving wordt verstoord. Daardoor kan vaker positief geadviseerd worden over PV-systemen die zichtbaar zijn vanaf publiek toegankelijk gebied, als erop of bij het monument geen andere mogelijkheden zijn. Voor onze criteria gaan we na of dit gewijzigd adviesbeleid aanleiding is ons beleid voor monumenten aan te passen.
WIJZIGINGEN WELSTANDSNOTA 2016 Op 7 december 2019 zijn via een amendement enkele wijzingen in de Welstandsnota doorgevoerd. Deze wijzigingen hebben niet geleid tot bijzonderheden. De uitvoering van het welstandsbeleid heeft verder in de periode 2019-2020 niet tot nieuwe wijzigingsinzichten geleid. Wel tot actiepunten en suggesties (zie onder landelijk gebied en energietransitie). Die worden meegenomen in de evaluatie van het welstandsbeleid in 2022.
LANDELIJK GEBIED In de Welstandsnota is een apart hoofdstuk opgenomen over welstand in het buitengebied. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in nieuwbouw, oorspronkelijke bebouwing en bedrijfsgebouwen. Hierna komt de stand van zaken van de ontwikkelingen in het buitengebied aan de orde. Vervangende nieuwbouw voor bedrijfswoningen in het landelijk gebied In 2019 zijn vier vergunningen verleend voor vervangende nieuwbouw. In 2020 zijn vijf vergunningen verleend.
Sneltoetscriteria voor nieuwbouw van bedrijfsgebouwen Voor nieuwe bedrijfsgebouwen in het landelijk gebied zijn welstandscriteria opgenomen voor de kleur van het gebouw. Deze criteria worden ambtelijk getoetst. Blijkt uit deze ambtelijke toets dat de kleur niet voldoet aan de sneltoetscriteria, dan wordt het plan alsnog voorgelegd aan de welstandscommissie en getoetst aan de gelijkluidende gebiedscriteria. In de periode 2019 zijn in totaal 39 plannen ambtelijk getoetst aan de welstandscriteria voor agrarische bedrijfsgebouwen. In 2020 zijn in totaal 39 plannen ambtelijk getoetst. In onderstaande tabel is de nadere verdeling weergegeven. Kleur nieuwbouw agrarische bedrijfsgebouwen Kleur kozijnen en kozijnvulling of gevelpaneel Totaal
2017 32
2018 36
2019 37
2020 39
6
3
2
0
38
39
39
39
Van de overige sneltoetscriteria is geen gebruik gemaakt. Omgevingsvergunning met advies welstandcommissie Er zijn in 2019 in totaal 439 omgevingsvergunningen aangevraagd. Daarvan is in 2019 voor 161 aanvragen omgevings-
4
vergunning met activiteit bouw een advies Welstandscommissie uitgebracht. In 2020 zijn in totaal 541 omgevingsvergunningen aangevraagd. Daarvan is voor 268 aanvragen een advies welstandscommissie uitgebracht. Regeling extra wonen op erven Het Experimentenkader “extra wonen op erven” is nu bijna 5 jaar van kracht. In het experimentenkader is een maximum van 26 woningen opgenomen tot 2022. De regeling is succesvol gebleken. Tot op heden hebben wij voor geen enkel principeverzoek of bestemmingsplan zienswijzen of bezwaren ontvangen van naastgelegen agrariërs. Ook zien wij geen concurrerende effecten op de woningbouw in de kernen. Het wonen in het buitengebied op een vrijgekomen erf is een specifieke woonvorm, die andere potentiële bewoners aantrekt dan het wonen in dorpen. Als de regeling structureel wordt kunnen we ruimte blijven bieden aan een kwaliteitsimpuls op vrijkomende erven. Ook kunnen we hiermee de unieke structuur van Noordoostpolder behouden. Door deze regeling kunnen oude, niet oorspronkelijke schuren gesloopt worden en komt er een invulling van oorspronkelijke schuren die het behouden waard zijn. De gemeente heeft de provincie in november 2020 schriftelijk gevraagd om de regeling structureel te maken. Er is
nog geen officieel antwoord verkregen op de vraag. De provincie heeft wel steeds uitgesproken dat de regeling als positief wordt ervaren. Schokbetonschuren In het vorige verslag staat dat we een inventarisatie willen doen van de huidige stand van de zaken met betrekking tot de schokbetonschuren. Ook het opstellen van beleid over het instandhouden van de schuren komt aan de orde. Deze actiepunten zijn nog niet uitgevoerd en staan nu gepland voor 2022. Dit wordt uitgevoerd in samenhang met de evaluatie van het monumentenbeleid en het welstandsbeleid. Actiepunt 1 Inventarisatie situatie schokbetonschuren en standpunt bepalen over de instandhouding van deze schuren.
Werelderfgoed Schokland Als siteholder van Werelderfgoed Schokland en omgeving vraagt unesco ons de unieke werelderfgoedwaarden te beschermen. Het gaat daarbij niet alleen om het eiland Schokland zelf, maar ook om de directe omgeving van Schokland en de karakteristieken van de Wederopbouwperiode. Voor bescherming van de werelderfgoedwaarden worden diverse
(ruimtelijke) instrumenten ingezet, maar voor een betere bescherming zijn er nog diverse aandachtspunten. Als we kijken naar het welstandsbeleid dan valt op dit moment alleen het voormalig eiland zelf onder het welstandsbeleid dat is toegespitst op Schokland. De directe omgeving van Schokland valt onder het generieke welstandsbeleid voor het landelijk gebied. Om aan de unesco eisen te voldoen moet het hele Werelderfgoedgebied binnen het toegespitste welstandbeleid vallen. In 2022 gaan we na op welke wijze het welstandsbeleid het beste aangepast kan worden om aan de eisen van unesco te voldoen. Dit in samenhang met de in werking treding van de Omgevingswet.
ENERGIETRANSITIE EN WELSTAND De energietransitie is momenteel volop in ontwikkeling. Uitvoering van de regionale energiestrategie (RES), het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving en het ontwikkelen van grootschalige zonneweides in het landelijke gebied gaan steeds meer invloed hebben op het aanzien van landschap en gebouwde omgeving. Het is daarom goed tijdig in beeld te brengen wat mogelijk en wenselijk is om richting te geven aan de invloed van de
5
energietransitie op het aanzien van de leefomgeving. Een ontwikkeling, die bijvoorbeeld op dit moment speelt, is de aanleg van grootschalige zonneweides in het landelijk gebied. Het gemeentelijk beleidskader ‘Zon in de polder’ geeft richtlijnen voor een aantal algemene inpassingsprincipes. In een ruimtelijke onderbouwing moeten initiatiefnemers de wijze van landschappelijke inpassing verder uitwerken. Energietransitie(vormen) versus ruimtelijke kwaliteit is een uitdaging. Zaak is hier niet alleen sectoraal naar te kijken, maar in een breder kader. Actiepunt 2 In 2022 in beeld brengen wat mogelijk en wenselijk is om richting te geven aan de invloed van de energietransitie op het aanzien van de leefomgeving.
6
WELSTAND EN DE OMGEVINGSWET De bestaande regelgeving op het gebied van de fysieke leefomgeving gaat op in de Omgevingswet per 1 juli 2022. Deze wet heeft ook gevolgen voor beleid en regelgeving rondom welstand. Daarnaast zal het welstandsbeleid uiteindelijk een plek moeten krijgen in de gemeentelijke omgevingsvisie. Een gevolg van het inwerkingtreden van de Omgevingswet is het vervallen de welstands- en monumentencommissie. Daarnaast moeten alle gemeenten met gebouwde of aangelegde rijksmonumenten vanaf dat moment minimaal een gemeentelijke adviescommissie hebben die adviseert over aanvragen voor een omgevingsvergunning die betrekking heeft op een rijksmonument. De gemeenteraad kan daarnaast aangeven bij welke activiteiten advies gevraagd moet worden aan deze commissie.
Als hulpmiddel voor het instellen van de adviescommissie verscheen begin 2020 de Handreiking adviesstelsel Omgevingskwaliteit. In aanvulling daarop verscheen in het najaar bovendien de VNG ‘Model Verordening op de gemeentelijke adviescommissie’. De handreiking gaat vooral in het op proces dat doorlopen moet worden om te komen tot een gemeentelijke adviescommissie. De Modelverordening vormt de juridische uitwerking. De modelverordening maakt het mogelijk de bestaande adviescolleges en eventuele andere adviseurs op het gebied van de omgevingskwaliteit in één samenhangend adviesstelsel op te nemen. Daarnaast biedt de Model Verordening de mogelijkheid om initiatiefnemers in de geest van de wet aan de voorkant van het proces te adviseren en uit te dagen om hun initiatieven binnen de door de raad vastgelegde kaders met zo veel mogelijk kwaliteit en consensus te realiseren.
In 2022 zullen we daarom met een voorstel komen voor het instellen van een gemeentelijke adviescommissie. Bij het instellen van de adviescommissie moet de gemeenteraad ook bepalen of deze commissie naast de wettelijke taak ook bredere bevoegdheden krijgt.
7