D12 03 Bijlage bij Nota - Proces uitstroomtafel beschermd wonen Noordoostpolder 2022 versie augustus 2022 def.pdf
Tekst van het document
Proces uitstroomtafel beschermd wonen Noordoostpolder Versie: augustus 2022 We vinden het belangrijk dat inwoners met een kwetsbaarheid en/of een ondersteuningsvraag door psychische problemen, verslaving, een lichte verstandelijke beperking en/of problemen door huiselijk geweld of kindermishandeling zo gewoon mogelijk kunnen wonen. Om dit mogelijk te maken is het nodig om met iedere cliënt het perspectief op uitstroom en wat er nodig is om zo gewoon mogelijk te wonen te bespreken. Hiervoor wordt een Uitstroomtafel ingericht waar wordt besproken naar welke gemeente de cliënt gaat uitstromen en welke randvoorwaarden nodig zijn, rekening houdend met de wensen en behoeften van de cliënt. De belangen van de cliënt staan centraal bij de keuze van de uitstroomgemeente. Er is een proces uitstroomtafel ontwikkeld voor alle gemeenten in Flevoland. In het document dat hier voorligt, is het proces op enkele punten aangepast, zodat het aansluit op onze lokale ondersteuningsstructuur. De lokale situatie is verwerkt in het onderdeel “Toelichting per stap” onderaan dit document.
De zorgaanbieder is aan zet om na instroom de vervolgstappen in het processchema uit te voeren en het initiatief te nemen om ervoor te zorgen dat deze stappen in het proces worden uitgevoerd. Mocht een uitstromer zelfstandig willen en kunnen uitstromen zonder gebruik te maken van de uitstroomtafel, dan wordt hij door de zorgaanbieder wel gemeld bij de uitstroomtafel die de uitstromer als zodanig registreert. Met toestemming van de cliënt wordt dat gemeld bij de woningcorporatie. Als cliënt tijdens een Beschermd wonen traject van gedachten verandert, dan wordt in overleg met de zorgaanbieder en klantmanager Wmo een tweede uitstroomtafel georganiseerd. Per processstap staat in het processchema hieronder in het linker blok aangegeven welke partijen betrokken zijn bij iedere stap. Bij iedere processtap is ook aangegeven wie actiehouder/initiatiefnemer is voor de uitvoering van betreffende stap.
Globale beschrijving processchema De figuur hieronder beschrijft het proces van de uitstroomtafel beschermd wonen. Voordat een cliënt instroomt heeft de cliënt een indicatie gekregen van de centrumgemeente Almere op basis van een advies van de GGD Flevoland. Tijdens de monitoring doorgroei naar zelfstandigheid, uitgevoerd door de GGD, wordt de vraag gesteld wat de gemeente van herkomst is, waar iemand graag zou willen wonen na beschermd wonen en wat de begeleider daarover adviseert. Dit wordt door de BW-aanbieders geregistreerd in het dossier van de cliënt in het Clientvolgsysteem van de GGD. Deze informatie is belangrijk om bij de instroom van een nieuwe cliënt te bepalen welke partijen, in het bijzonder welk lokaal wijkteam, nodig zijn om het ‘goede’ gesprek te kunnen voeren.
Pagina 1
Processchema Uitstroomtafel Nieuwe cliënt
INSTROOM Via veldtafel Indicatiestelling door GGD
Hulpvraag 24uursondersteuning Inschrijving bij woningnet
Binnen drie maanden
Cliënt, aanbieder BW
Ondersteunings plan opstellen
O.a. uitstroomperspectief
(zorgaanbieder) Binnen vier tot zes maanden
Cliënt, aanbieder BW, lokaal (wijk)team, evt. Woco
Uitstroomtafel (1)
Uitstroomperspectief, randvoorwaarden.
(zorgaanbieder) Afhankelijk van duur beschikking
Cliënt, aanbieder BW, GGD
Monitoring ondersteuning in BW
Relevante leefgebieden
Minimaal 6 maanden vóór aflopen
Cliënt, aanbieder BW, lokaal (wijk)team, Woco
Uitstroomtafel (2)
Huisvesting en begeleiding
(zorgaanbieder) Zo snel mogelijk
Lokaal (wijk)team, Woco
Uitstroomtafel (3) zorgaanbieder, klantmanager,
Praktische zaken
Zo snel mogelijk
Cliënt, ambulante ondersteuning
UITSTROOM Ambulant begeleider, opbouwwerker
Zo gewoon mogelijk wonen en zachte landing
Pagina 2
De rol van de uitstroomtafel Om cliënt duurzaam te laten uitstromen, wordt een uitstroomtafel ingericht. Deze komt bij elkaar binnen vier tot zes maanden na instroom in de BWvoorziening, en minimaal zes maanden voor beoogde uitstroom uit de BWvoorziening. De uitstroomtafel is een overleg waarbij in ieder geval aansluiten: De cliënt zelf (of eventueel een cliëntvertegenwoordiger); De begeleider van cliënt van de BW-aanbieder; Iemand1 uit het lokaal (wijk)team van de beoogde uitstroomgemeente, die mandaat heeft om ter plekke beschikkingen af te geven; Verder is de samenstelling flexibel, denk aan: Iemand van de woningcorporatie (alleen vlak voor uitstroom). Een vrijwilliger, maatje of ervaringsdeskundige. Een onafhankelijk cliëntondersteuner Iemand uit het sociaal steunsysteem van de cliënt. Ambulant begeleider na uitstroom In het geval dat de uitstroomtafel niet tot overeenstemming komt over de uitstroomgemeente omdat opvattingen hierover verschillen, kan er bij veiligheids- en gezondheidsrisico’s een derde partij worden ingeschakeld,2 die met cliënt en diens begeleider in gesprek gaat om tot een advies te komen over de voor de cliënt en omgeving beste locatie voor uitstroom.
Het doel van dat gesprek is om een adequate inschatting te kunnen maken van de veiligheids- en gezondheidsrisico’s voor cliënt en omgeving en in hoeverre die rechtvaardigen om tegen de wens van de cliënt in te gaan. Rol van uitstroomtafel vlak na instroom Dit kan per gemeente verschillen, afhankelijk van hoe de lokale toegang is ingericht. Uitgangspunt is dat iedere gemeente er voor zorgt dat er iemand aan de uitstroomtafel zit die ter plekke een beschikking af kan geven. 2 Het team van Vangnet en Advies van GGD Flevoland zal als onafhankelijke partij deze gesprekken voeren, onder het voorbehoud dat passende afspraken gemaakt kunnen worden met de GGD en centrumgemeente almere als opdrachtgever voor vangnet & advies over inzet van menskracht en de functie van het advies. 1
De rol van de uitstroomtafel vlak na instroom is om vast te stellen wat de uitstroomgemeente en type huisvesting wordt en randvoorwaarden voor duurzame uitstroom in gang te zetten. Cliënt wordt direct aangemeld bij de Uitstroomtafel van de gemeente van uitstroom. Als de uitstroomgemeente pas in een later stadium duidelijk wordt, dan vindt warme overdracht plaats. In het begeleidingstraject wordt hier verder op ingezet, door bijvoorbeeld dagbesteding en netwerkopbouw in de gemeente van herkomst te organiseren. Een belangrijke stap is dat in deze fase de cliënt ook wordt ingeschreven bij de woningcorporatie in de gemeente van uitstroom, zodat de woningcorporatie zicht heeft op de cliënten die (op termijn) in aanmerking komen voor directe bemiddeling naar een zelfstandige woonruimte. De uitstroomtafel komt in een gezamenlijk gesprek met de client tot een uitstroomgemeente. Als client uit wil stromen naar een andere gemeente dan de gemeente van herkomst, dan wordt onderzocht wat hier de achterliggende oorzaken van zijn. In principe geldt voor alle cliënten het uitgangspunt “uitstroom naar de gemeente van herkomst, tenzij…”. Het is belangrijk om tot een gezamenlijk besluit te komen wat de uitstroomgemeente wordt, omdat er in de gemeente ook een traject voor directe bemiddeling moet worden opgestart.
Als de uitstroomgemeente later wijzigt dan heeft dit mogelijk gevolgen voor het proces van directe bemiddeling3, omdat dit in dat geval opnieuw moet worden opgestart in een andere gemeente4.
3
Het is uiteraard zo dat iedere cliënt recht heeft op vrije vestiging. Idealiter vindt een cliënt zelfstandig tijdig een passende woning, echter is dit gelet op de huidige woningmarkt in Flevoland, met de lange wachttijden voor sociale huurwoningen een ingewikkelde opgave. Door mee te doen aan dit proces vergroot de cliënt zijn of haar mogelijkheden om uit te stromen naar een zelfstandige woning, op het moment dat een intramurale setting niet meer nodig is. 4 Ook is het niet de bedoeling dat directe bemiddeling wordt gebruikt door ‘reguliere’ woningzoekers om via een zorgindicatie relatief snel een zelfstandige woning te krijgen.
Pagina 3
Het is belangrijk om er met elkaar voor te zorgen dat er geen cliënten op straat komen te staan. Het is daarom van groot belang dat de uitstroomtafel samen met de cliënt komt tot de best passende gemeente voor uitstroom en dat de mogelijke consequenties van het negeren van het advies duidelijk zijn, namelijk dat het uitstromen naar een zelfstandige woning dan langer kan duren en dat een cliënt hierdoor langer intramuraal moet blijven wonen5. Het beperken of onthouden van bemiddeling, ondersteuning, hulp- en zorgverlening, omdat de cliënt het advies met betrekking tot de uitstroomgemeente negeert, kan alleen als dit verdedigbaar is. Wanneer de cliënt bijvoorbeeld wil uitstromen naar een gemeente waar duidelijke risico’s voor gezondheid en veiligheid van de cliënt en/of omgeving zijn. Rol van uitstroomtafels vlak voor uitstroom De rol van de tweede uitstroomtafel zes maanden voor uitstroom is om de condities voor duurzame uitstroom te realiseren. De in de eerste uitstroomtafel vastgelegde uitstroomgemeente wordt getoetst, is dit nog steeds de gemeente waar duurzame uitstroom gerealiseerd kan worden? De uitstroomgemeente wordt definintief vastgelegd. Ook wordt onderzocht welke begeleiding cliënt nodig heeft bij uitstroom en wordt de zoekvraag voor een woning uitgezet door de woningcorporatie.
Bij de derde uitstroomtafel of Planbijeenkomst worden de praktische zaken vlak voor uitstroom besproken. Op dat moment is de woning voor uitstroom bekend. Als cliënt is verhuisd naar de woning, neemt de ambulant begeleider het initaitief om aan de zachte landing in de wijk of dorp te werken. Hierbij wordt de opbouwwerker van de welzijnsorganisatie betrokken.
5
Als gemeenten vinden we het belangrijk dat cliënten niet onnodig lang in een intramurale instelling verblijven. Dit vanuit zorginhoudelijk, maar ook vanuit financieel oogpunt. Het is daarom belangrijk dat alle betrokken partijen de noodzakelijke inspanningen verrichten om een cliënt tijdig te laten uitstromen naar een zelfstandige woning.
Lukt het niet binnen de indicatieduur uit te stromen dan kan de cliënt samen met de aanbieder een verlengingsaanvraag indienen bij de GGD. Als de cliënt niet tekent voor de verlenging dan kan in het belang van cliënt gehandeld worden zonder handtekening. De zorgaanbieder heeft hierin een rol om cliënt te begeleiden en voor te lichten. Er vindt een onderzoek plaats naar of en hoe lang de cliënt nog beschermd wonen nodig heeft om zijn doelen te behalen ten einde duurzaam uit te stromen. Indien een cliënt een verlenging krijgt van de beschermde woonindicatie wordt de tweede uitstroomtafel later ingepland. Zodat deze 6 maanden voor definitieve uitstroom plaatsvindt. Rol van de deelnemers aan de uitstroomtafel Aanbieder beschermd wonen: beoordeelt of de cliënt klaar is voor duurzame uitstroom. De woningcorporaties: zorgen voor een passend woningaanbod, waarbij -indien nodig- rekening gehouden wordt met bijzondere omstandigheden. Lokale Wmo: kijkt welke ambulante ondersteuning of voorliggende voorzieningen passend zijn voor de cliënt. Uitstroomgemeente Het uitgangspunt is dat de cliënt uitstroomt naar de gemeente van herkomst, tenzij: daar factoren zijn die herstel belemmeren (bijvoorbeeld een onveilig netwerk of ongewenste prikkelende omgeving).
Elders factoren zijn die beter bijdragen aan herstel (bijvoorbeeld een steunend netwerk of bestaande vaste daginvulling zoals werk en geen mogelijkheid om te reizen). De gemeente van herkomst niet meer te achterhalen is. De gemeente van herkomst definiëren we als: Gemeente waar iemand het laatst zelfstandig of permanent bij familie (inwonend bij ouders/voogd, nog niet zelfstandig gewoond)* woonde, tenzij iemand daar ging wonen als direct gevolg van psychische kwetsbaarheid.
Pagina 4
Bijvoorbeeld klinische opname of verhuizing naar BW-voorziening Bijvoorbeeld uithuiszetting of huur opzeggen vanwege financiële problemen
Zoals we al eerder in dit document beschreven wordt de gemeente van herkomst door GGD Flevoland/BW-aanbieder tijdens de monitoring doorgroei naar zelfstandigheid vastgelegd. GGD Flevoland onderzoekt daarnaast bij iedere nieuwe melding beschermd wonen wat de gemeente is waar iemand het laatst zelfstandig of permanent bij familie woonde. Tijdens de eerste maanden in de beschermde woonvoorziening, wordt door de aanbieder verder onderzocht of iemand in de tijdens de monitoring bepaalde gemeente van herkomst ging wonen als direct gevolg van psychische kwetsbaarheid. Ook wordt door de aanbieder onderzocht of er ‘tenzij’ factoren aanwezig zijn. Alle gemeenten die mogelijk een rol hebben bij de terugkeer van de client, nemen zitting in de eerste uitstroomtafel. Tijdens de eerste uitstroomtafel wordt de uitstroomgemeente vastgelegd. Zes maanden voor uitstroom wordt de uitstroomgemeente opnieuw getoetst en wordt directe bemiddeling aangevraagd bij de betreffende woningcorporatie.
Type woning Het uitgangspunt is dat de cliënt uitstroomt naar zelfstandige huisvesting. Dat betekent een woning met een eigen voordeur. Het huurcontract staat op eigen naam. In principe wordt gewerkt met een een driepartijenovereenkomst waarbij zowel woningcorporatie, inwoner als zorgaanbieder de overeenkomst ondertekenen. Als de huurder via de reguliere wachtlijst een woning krijgt, dan is het een regulier huurcontract.
Condities voor duurzame uitstroom Om duurzaam te kunnen uitstromen zijn de volgende condities benoemd:
Uitgangspunt is een regeling voor directe bemiddeling, die gelijk is in alle Flevolandse gemeenten. Ook cliënten met bijvoorbeeld schulden of in het verleden veroorzaakte overlast komen in aanmerking voor huisvesting via de woningcorporatie. In het Bestuurlijk Akkoord Weer thuis is uitgewerkt: Na een huisuitzetting door huurachterstand, ernstige overlast, criminaliteit, agressie, en/of overtreding van de Opiumwet, heeft deze ex-huurder geen recht meer op een sociale huurwoning bij dezelfde corporatie voor een periode welke door een corporatie veelal is vastgelegd in een Laatste Kans Beleid. Indien deze ex-huurder via de uitstroomtafel toch voor bemiddeling in aanmerking komt, wordt dit nadrukkelijk met de corporaties besproken. Het herkomstbeginsel van artikel 1d is in dit soort gevallen niet van toepassing. Bij uitstroom naar een andere gemeente dan de huidige woongemeente, neemt de nieuwe gemeente de uitkering over met een spoedprocedure. N.B. Dit is uitgewerkt in het proces “financiële inventarisatie en gestroomlijnde procedure bijstandsuitkering aanvragen bij uitstroom BW of MO”. Dit maakt onder deel uit van het Uitvoeringsprogramma Zorglandschap Wmo. Opbouw van netwerk (bijvoorbeeld herstel van contacten, daginvulling) in de beoogde gemeente van uitstroom. Dit betekent bijvoorbeeld dat de daginvulling (oa.
opleiding, (vrijwilligers)werk of externe dagbesteding als dit niet bij de aanbieder zelf wordt aangeboden) van de cliënt al tijdens de ondersteuning in beschermd wonen zoveel mogelijk zal plaatsvinden in de beoogde uitstroomgemeente. (noot LB: het gaat niet om dagbesteding in de gemeente van herkomst organiseren. Dit was eerder wel de bedoeling, maar is niet haalbaar omdat dagbesteding onderdeel is van het tarief en aanbod BW) Soepele overgang van ondersteuning vanuit BW-voorziening naar ambulante ondersteuning (bijvoorbeeld via dakpanconstructie: ambulant begeleider is in de laatste periode in BW al betrokken).
Pagina 5
Het lokaal basisaanbod om mensen met een psychische kwetsbaarheid optimaal te ondersteunen in de eigen wijk, is in elke gemeente op orde. Een cliënt kan uitstromen als hij/zij geen 24-uurs ondersteuning in directe nabijheid nodig heeft.
Toelichting per stap in Noordoostpolder Stap 1 – Instroom Actiehouder/initiatiefnemer: GGD. Een cliënt heeft op basis van het advies van de GGD een indicatie gekregen van de centrumgemeente Almere voor Beschermd Wonen. Tijdens de monitoring doorgroei naar zelfstandigheid wordt gevraagd waar de cliënt voor het laatst zelfstandig of permanent bij familie heeft gewoond, in welke gemeente de cliënt bij uitstroom graag zou willen wonen en wat de begeleider daarover adviseert. Deze informatie wordt gebruikt om tijdens de vervolgstappen het ‘goede’ gesprek tussen de cliënt, aanbieder en het wijkteam van de gemeente van herkomst te kunnen voeren. Zorgaanbieders zorgen bij instroom ervoor dat zij cliënt ondersteunen om zich direct in te schrijven bij woningnet. Als cliënt weigert zich in te schrijven, dan gaat de zorgaanbieder hierover met cliënt in gesprek. Een Beschermd wonen traject is niet wenselijk zonder inschrijving, omdat Beschermd wonen tijdelijk is.
Stap 2 – Ondersteuningsplan opstellen Actiehouder/initiatiefnemer: zorgaanbieder. Cliënt stelt samen met aanbieder een ondersteuningsplan op, waar expliciet beschreven wordt wat het uitstroomperspectief is en waar cliënt gaat wonen. In de gemeente waar cliënt gaat wonen, vindt de aanmelding voor de Uitstroomtafel plaats. Dit kan dus een andere gemeente zijn dan de gemeente waar cliënt in beschermd wonen verblijft. Als de uitstroomgemeente later duidelijk wordt, dan vindt warme overdracht
plaats. Tijdens het opstellen van het ondersteuningsplan vullen zij ook de vragenlijst ‘doorgroei naar zelfstandigheid’ in. Deze monitor wordt uitgevoerd door GGD Flevoland. Stap 3 – Uitstroomtafel 1 Gemeente van uitstroom en eerste acties Actiehouder/initiatiefnemer: zorgaanbieder. Aanbieder neemt in overleg met de cliënt het voortouw om binnen vier tot zes maanden na instroom een eerste uitstroomtafel te organiseren. De aanbieder stuurt een mail naar beschermdwonen@noordoostpolder.nl. Het bericht komt terecht bij de Klantmanager Wmo en deze klantmanager sluit als expert aan bij de eerste uitstroomtafel. De zorgaanbieder en cliënt delen het ondersteuningsplan met de Klantmanager Wmo voorafgaand aan de uitstroomtafel. Cliënt en aanbieder zijn uiteraard ook aanwezig. Het is aan de lokale gemeente om waar nodig (nog) andere personen uit te nodigen voor de uitstroomtafel. Gedacht kan worden aan de een consulent ‘inkomen’ of een consulent ‘participatie’, een buurtwerker van Carrefour of een gebiedsregisseur van Integraal Gebiedsgericht Werken (IGW) voor de zachte landing in wijk of dorp.
Tijdens deze eerste bijeenkomst wordt: een eerste inschatting gemaakt van de te nemen acties voor uitstroom, waar mogelijk worden zaken al geregeld; wordt de uitstroomgemeente besproken en vastgesteld, om de terugkeer na uitstroom zo soepel mogelijk te laten verlopen; na de eerste uitstroomtafel wordt de woningcorporatie geïnformeerd over de persoon die uit gaat stromen door de Klantmanager Wmo. Sanderijn Brouwer van Woningcorporatie Mercatus is hiervoor de contactpersoon en is bereikbaar via s.brouwer@mercatus.nl. De woningcorporatie kan dan onderzoeken of er contra-indicaties zijn om deze persoon te huisvesten. Mocht een uitstromer zelfstandig willen en kunnen uitstromen zonder gebruik te maken van de Uitstroomtafel, dan wordt hij door de zorgaanbieder wel gemeld bij de Uitstroomtafel die de uitstromer als zodanig registreert. Met toestemming van de cliënt wordt dat gemeld bij de woningcorporatie.
Pagina 6
Per vergadering wordt afgesproken wie secretaris is van de uitstroomtafel. Stap 4 – Monitoring ondersteuning in beschermd wonen Actiehouder/initiatiefnemer: GGD Flevoland De monitor ‘doorgroei naar zelfstandigheid (vanaf 2021)’ volgt het proces binnen beschermd wonen. De GGD ziet er op toe dat de monitor wordt uitgevoerd en wordt ingevuld door de cliënt en zorgaanbieder. De zorgaanbieder maakt een afdruk/export van de monitoring die samen met de cliënt is ingevuld. De monitoring wordt met toestemming van de cliënt gedeeld met de Klantmanager Wmo. Dit geeft de Klantmanager informatie over de voortgang in beschermd wonen. Stap 5 – Uitstroomtafel 2 Huisvesting en Begeleiding Actiehouder/initiatiefnemer: zorgaanbieder De aanbieder neemt in overleg met de cliënt het voortouw om zes maanden voor uitstroom een uitstroomtafel te organiseren. Aanbieder stuurt een mail naar beschermdwonen@noordoostpolder.nl zodat de juiste Klantmanager bij de uitstroomtafel aan kan sluiten. Verder sluit bij deze uitstroomtafel woningcorporatie Mercatus aan. Bij deze bijeenkomst wordt gesproken over de huisvesting en over de toekomstige ondersteuning vanuit de Wmo. De woningcorporatie sluit het laatste deel van de vergadering aan, omdat niet alle informatie relevant is voor de woningcorporatie.
De aanbieder doet een melding voor uitstroom bij de woningcorporatie aan de uitstroomtafel en hierna zet de woningcorporatie de zoekvraag uit voor een woning. Als cliënt en aanbieder menen dat de uitstroomgemeente aangepast moet worden, dan wordt ook de nieuw beoogde uitstroomgemeente uitgenodigd. Tijdens de bijeenkomst wordt besproken: Wanneer tussentijds de uitstroomgemeente gewijzigd is, wordt definitief de uitstroomgemeente bepaald, waarvoor een directe bemiddeling opgestart kan worden; Welke hulp en ondersteuning cliënt nodig heeft;
Resultaten uit het halfjaarlijkse monitormoment van de vragenlijst doorgroei naar zelfstandigheid worden tijdens de uitstroomtafel meegenomen.
Verder zijn de volgende twee aandachtspunten van belang: In het geval van een verschil tussen de gemeente waarnaar de cliënt wenst uit te stromen (ook wel wensgemeente genoemd) en de uitstroomgemeente, geeft de gemotiveerde wens van de cliënt de doorslag. Bij risico’s voor gezondheid of veiligheid kan door het team Vangnet en Advies een advies worden gegeven na een gesprek met de cliënt en diens begeleider. Na dit gesprek dient een ‘extra’ uitstroomtafel georganiseerd te worden. Tijdens deze uitstroomtafel komen dezelfde onderwerpen aanbod als bij stap 5. De vertegenwoordiger van de uitstroomgemeente aan de uitstroomtafel heeft mandaat om beschikkingen af te geven.
Stap 6 – Condities voor duurzame uitstroom regelen Actiehouder/initiatiefnemer: uitstroomgemeente De betreffende gemeente, Klantmanager Wmo, organiseert samen met de woningcorporatie dat cliënt direct bemiddeld wordt naar een huis. De woningcorporaties streven er naar om binnen drie maanden na aanmelding door de zorgaanbieder passende woonruimte aan te bieden. Er geldt voor woningcorporaties een inspanningsverplichting om binnen zes maanden een passende woonruimte beschikbaar te stellen. Hiervan zal slechts in uitzonderlijke gevallen, na overleg met de gemeente (Klantmanager Wmo) en de zorgaanbieder, worden afgeweken. Indien deze termijnen niet worden gehaald, worden de zorgaanbieder en de gemeente (Klantmanager Wmo) hiervan bijtijds in kennis gesteld. Zo nodig stemt de Klantmanager Wmo af met de Beleidsadviseur Wmo over de voortgang. Als er nog geen woning beschikbaar is, zal er per casus beoordeeld worden of er nog voor drie tot zes maanden financiering mogelijk is om de zorgaanbieder ruimte te geven om cliënt goed uit te laten stromen.
Pagina 7
Hiertoe dient een verlengingsaanvraag ingediend te worden bij de GGD. Hierin wordt duidelijk beschreven wat er al gedaan is om passende huisvesting te vinden, waarom dit nog niet gelukt is en waarom andere oplossingen (zonodig ter overbrugging naar zelfstandig wonen) uitgesloten zijn.
De uitstromer krijgt een eenmalig woningaanbod. De uitstromer kan bij hoge uitzondering een aanbod eenmalig weigeren. In dat geval vindt overleg plaats tussen de woningcorporatie, de uitstromer, diens begeleider en de Klantmanager Wmo over de weigeringsgrond. Als de weigering gegrond is, doet de woningcorporatie een nieuw aanbod. De betreffende gemeente organiseert de benodigde ondersteuning en geeft zo nodig via de beschikking voor de ambulante begeleiding opdracht aan de betreffende zorgaanbieder om de opbouwwerker van Carrefour te betrekken voor de zachte landing in dorp of wijk.
Stap 7 – Uitstroomtafel 3 Praktische zaken Actiehouders/initiatiefnemers: zorgaanbieder, Klantmanager Wmo en Procesbegeleider De derde uitstroomtafel staat in het teken van het regelen van de praktische zaken voordat cliënt uitstroomt. Als de woning bekend is, dan geeft de woningcorporatie dit door via een mail naar beschermdwonen@noordoostpolder.nl. Door de Klantmanager Wmo wordt met de zorgaanbieder en het team Procesbegeleiders sociaal domein afgestemd of een Planbijeenkomst nodig is en georganiseerd moet worden. Zo nee, dan organiseert de zorgaanbieder de Uitstroomtafel en is de Procesbegeleider verder niet betrokken. Zo ja, dan organiseert de Procesbegeleider de planbijeenkomst. De Procesbegeleider sociaal domein heeft de regie op het proces om te komen tot een plan. In het plan dat met alle betrokkenen wordt opgesteld, wordt bepaald wie de regie heeft voor de langere termijn en wat er gedaan wordt als het plan niet werkt. Naast een Procesbegeider en de Klantmanager Wmo zijn in ieder geval aanwezig het wijkteam van de gemeente waar cliënt naar uitstroomt
zoals vastgesteld tijdens de eerste uitstroomtafel (dat kan dus een andere gemeente zijn) en de aanbieder. Uiteraard is cliënt zelf ook aanwezig. Ook focust de procesbegeleider zich op het betrekken van informele betrokkenen zoals familieleden, vrienden, kennissen. Cliënt kan iemand meenemen die zijn verhaal goed kan vertellen of die goed kan aangeven welke zorgen er zijn over de situatie. Een cliëntondersteuner of ervaringsdeskundige kan ook meegenomen worden. Waar mogelijk wordt de ambulant begeleider ook al uitgenodigd voor de warme overdracht. Tijdens de bijeenkomst wordt onder andere besproken: Hoe er een warme overdracht plaats kan vinden; op welke manier er al contact gemaakt kan worden met bijvoorbeeld een maatje en ambulant begeleider; op welke manier de nieuwe buurt wordt betrokken, geïnformeerd en ondersteund; Hoe de inwoner integreert in de buurt en welke activiteiten passend zijn; Aankondiging gesprek over zachte landing; Of OZO verbindzorg in dit geval een geschikt communicatieplatform is; Of devoorzieningenwijzer.nl voor de cliënt van toegevoegde waarde is. De uitvoering ligt bij Humanitas en daar kan naar verwezen worden. Stap 8 – Uitstroom Client stroomt uit.
Stap 9 – Zachte landing Actiehouder/initiatiefnemer: Ambulant begeleider Afhankelijk van de situatie plant de Ambulant begeleider binnen één tot drie maanden nadat iemand is verhuisd naar de woning een overleg met de inwoners liefst in diens thuissituatie. Bij dit overleg zijn in ieder geval de cliënt, ambulant begeleider en Opbouwwerker van Carrefour aanwezig. Het is belangrijk om bij deze bijeenkomst de verbinding tussen de cliënt, ambulant begeleider en opbouwwerker goed te leggen. De begeleider richt
Pagina 8
zich op de hulpverlening. De opbouwwerker richt zich op het normale leven van de inwoner en wat diegene daarbij nodig heeft. Mogelijk kan ook een maatje of vrijwilliger aansluiten bij het gesprek of een gebiedsregisseur van Integraal Gebiedsgericht Werken (IGW).
Pagina 9