CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D11 04 Uitgifte van aandelen A aan de gemeenten Utrecht en Nieuwegein.pdf

Gemeenteraad 15 december 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 5: Lijst ingekomen stukken2.443 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgifte van aandelen A aan de gemeenten Utrecht en Nieuwegein Aan:

Algemene Vergadering

Van:

directie en raad van commissarissen

Betreft: uitgifte van aandelen A aan de gemeenten Utrecht en Nieuwegein Datum: 31 oktober 2025

1. Inleiding In de zomer van 2024 is HVC door de gemeente Utrecht benaderd in het kader van onderzoek naar mogelijkheden tot samenwerking in een publiek warmtebedrijf. Sindsdien hebben deze initiële gesprekken geleid tot een intensieve afweging van de mogelijkheid van een aandeelhouderschap in HVC, waarbij naast de warmteactiviteiten ook de afval-/grondstoffen gerelateerde aspecten zijn onderzocht. Op basis van dit onderzoek is het college van Utrecht gekomen tot een voorkeur voor aansluiting bij HVC. In de aandeelhoudersvergadering van 5 juni jl. en in de vooroverleggen die daaraan vooraf gingen is toegelicht dat deze ontwikkeling past in de herijkte strategie, en is aangegeven dat een voorstel tot uitgifte van aandelen zal worden geagendeerd voor de aandeelhoudersvergadering van 11 december a.s. Sindsdien heeft ook de gemeente Nieuwegein belangstelling getoond voor toetreding tot HVC. De inhoudelijke overwegingen daarvoor komen overeen met die van Utrecht. Daar komt bij dat Nieuwegein als buurgemeente van Utrecht bij voorkeur aansluit op de systeemkeuze die Utrecht ten aanzien van de warmtetransitie maakt, aangezien de gebouwde omgeving van Nieuwegein aansluit op die van Utrecht. Ook het college van Nieuwegein heeft inmiddels een voorkeur uitgesproken voor HVC, die zij aan de gemeenteraad zal voorleggen.

Bij eerdere voorstellen inzake de uitgifte van aandelen aan de gemeenten Maassluis (2024), Haarlem, Zandvoort, Edam-Volendam en Waterland (2023) is een nadere toelichting op het afwegingskader en de toepasselijke toetredingsregels gegeven. Deze wordt ook bij dit voorstel gegeven. Onder voorbehoud van positieve besluitvorming door de betreffende gemeenteraden, wordt voorgesteld om onder de gebruikelijke voorwaarden aandelen A uit te geven aan de gemeente Utrecht, respectievelijk Nieuwegein.

2. Vraagstelling Utrecht en Nieuwegein Utrecht heeft mede op basis van eerdere ervaringen met private partijen en in het kader van de nieuwe Wet collectieve warmte gezocht naar een passende vorm voor een publiek meerderheidsbelang in een warmtebedrijf. Naast de oprichting van een eigen, gemeentelijk warmtebedrijf, lagen de opties van samenwerking met NetVerder en EBN, alsmede aansluiting bij HVC voor. De gemeenteraad is in november 2024 geïnformeerd over deze opties en heeft het college de opdracht meegegeven deze drie opties verder uit te werken. De gemeenteraad heeft op 2 oktober jl. het college opdracht gegeven om de mogelijke toetreding tot HVC nader uit te werken.

1

Voor de verwerking van de ingezamelde afval-/grondstofstromen werken Utrecht en Nieuwegein samen met de andere gemeenten in de provincie Utrecht via de gemeenschappelijke regeling AVU. Aangezien het in de markt afgesloten verwerkingscontract binnen afzienbare termijn afloopt, zullen Utrecht en Nieuwgein op basis van aandeelhouderschap het restafval en gft na afloop van dit verwerkingscontract door HVC te laten verwerken. Beide gemeenten hebben na uitgebreid onderzoek geconcludeerd dat er op het gebied van de warmtetransitie een voorkeur bestaat voor samenwerking met HVC, en dat HVC ook op het gebied van afvalverwerking een passende partij is. Zwaarwegende factoren zijn de focus op duurzaamheid, kennis, ervaring en een bewezen track-record op het gebied van collectieve warmte, het niet hoeven inbrengen van eigen vermogen, stabiliteit en zekerheid. Hieronder wordt de motivatie van Utrecht en Nieuwegein op deze aspecten nader toegelicht. Overwegingen met betrekking tot het afvalbeheer HVC zet zich nadrukkelijk in voor het behalen van het best haalbare duurzaamheidsresultaat. De huidige prestaties in afvalbeheer zijn positief onderscheidend van de markt. Met name zijn de bodemasopwerking, de nascheiding en kunststofsortering hier voorbeelden van. Inzet op duurzaamheid kan via een aanbesteding nog wel worden afgedwongen, maar vooral eenmalig in het programma van eisen.

HVC heeft op basis van behaalde resultaten in de afgelopen decennia bewezen een betrouwbare en zekere partner te zijn van haar aandeelhouders en heeft goede continuïteit geleverd wat betreft de verwerkingsdiensten. De beschikbaarheid van verwerkingscapaciteit wordt goed geborgd met een uitgebreide onderhouds- en vervangingsstrategie. Aandeelhouderschap van Utrecht en Nieuwegein gaat uit van blijvende samenwerking binnen de GR AVU, waarmee de regionale binding geborgd blijft. Een nauwere samenwerking met de AVU biedt in de toekomst mogelijk andere kansen voor de deelnemende gemeenten, voor de AVU en voor HVC. Zo kan gezamenlijk onderzocht worden of GFT-verwerking in de regio gerealiseerd kan worden om transport te minimaliseren en een stabiele afzet te garanderen. Overwegingen met betrekking tot collectieve warmte Na een uitvoerige vergelijking van de drie voorliggende opties voor oprichting van of aansluiting bij een publiek warmtebedrijf, heeft Utrecht geconcludeerd dat aansluiting bij HVC een aantal unieke voordelen biedt. Nieuwegein sluit zich daarbij aan. Beide gemeente ondersteunen van harte de missie en visie van HVC.

2

3. Aantal uit te geven aandelen Het aantal aandelen waarvoor een nieuwe toetreder in aanmerking komt hangt af van het relatieve aanbod van huishoudelijk afval ten tijde van toetreding. Vanaf de oprichting wordt daarbij uitgegaan van de hoeveelheid fijn huishoudelijk restafval en wordt, om fluctuaties vanwege een in de tijd gezien mogelijk toevallig hoger of lager restafvalaanbod per inwoner te dempen, ook rekening gehouden met het inwoneraantal van een toetredende gemeente. Beide factoren worden op 50/50 basis gewogen. Op grond hiervan komt Utrecht in aanmerking voor 453 aandelen A. Dit betreft 10,9% van het totaal aan geplaatste aantal aandelen A en 9,4% van het totaal aan geplaatste aandelen A & B. Nieuwegein komt op basis van hetzelfde uitgangspunt in aanmerking voor 82 aandelen A. Dit betreft 2,2% van het totaal aan geplaatste aantal aandelen A en 1,8% van het totaal aan geplaatste aandelen A & B.

4. Afwegingskader nieuwe toetreders Het HVC-model HVC is een samenwerkingsverband van overheden die hun beleidsagenda op het gebied van duurzaam afvalbeheer en de energietransitie op een bedrijfsmatige en tegen maatschappelijk verantwoorde kosten willen realiseren. Vanuit de aandeelhoudersrol hebben de deelnemers in HVC het collectieve belang om HVC in staat te stellen de door aandeelhouders toegewezen taken op de gewenste wijze uit te voeren en om de risico’s van het bedrijf in te kaderen. Vaststelling van de inhoudelijke en financiële strategie vormen hiervoor belangrijke instrumenten zijn. Vervolgens kunnen individuele aandeelhouders in hun rol van opdrachtgever in hoge mate zelf bepalen voor welke taken zij het eigen bedrijf willen inzetten. De wenselijkheid van toetreding van een nieuwe aandeelhouder dient daarom te worden getoetst op het effect ervan op de samenwerking, de taakuitvoering en op de risico’s. Effect op de samenwerking Voor de beoordeling van het effect van een nieuwe toetreder op HVC als samenwerkingsverband zijn de volgende aspecten van belang: a. Onderschrijft een nieuwe toetreder de kern van het samenwerkingsverband b. Blijft er voldoende aandacht beschikbaar voor de zittende aandeelhouders c. Voegt een nieuwe toetreder zich binnen de bestaande verhoudingen d. Wat is de aanleiding: gemeentelijke herindeling of samenwerking e.

Wat is de geografische ligging van een nieuwe toetreder ten opzichte van huidige verzorgingsgebied: aansluitend of in een ander deel van het land De situatie bij Utrecht en Nieuwegein is als volgt: Ad a. Utrecht en Nieuwegein onderschrijven de visie en missie van HVC. Ad b. In totaal heeft HVC op dit moment 52 gemeenten direct of indirect als aandeelhouder. De toetreding van Utrecht en Nieuwegein zal er niet toe leiden dat aan de huidige aandeelhouders minder aandacht wordt besteed. Aan de afvalkant is de restafval en gftverwerkingscapaciteit voldoende en zal toetreding van Utrecht en Nieuwegein helpen bij de haalbaarheid van een tweede nascheidingsinstallatie. Aan de warmtekant is uitbreiding van personele inzet nodig, wat zich ook zal uiten in voordelen voor de huidige aandeelhouders (toename van specialisten).

3

Ad c: Utrecht zal met haar aantal aandelen op basis van inwoneraantal en volume restafval qua grootte de derde aandeelhouder A zijn. De Gemeenschappelijke regelingen Gevudo en VVIAlkmaar e.o. hebben meer aandelen. Gemeente Nieuwegein zal met haar aantal aandelen op basis van inwoneraantal en volume restafval ongeveer een gemiddelde grootte hebben. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de gemeenten Utrecht en Nieuwegein zich qua omvang en vraagstelling zullen voegen binnen de bestaande verhoudingen. Ad d: Aanleiding is de wens tot samenwerking op de gebieden collectieve warmte en duurzaam afvalbeheer. Ad e: De Utrechtse gemeente Vijfheerenlanden is aandeelhouder via de gemeenschappelijke regeling Gevudo, en grenst aan Nieuwegein, een buurgemeente van Utrecht. Effect op de uitvoering ten aanzien van het afvalbeheer Utrecht en Nieuwegein zullen als het gaat om het afvalbeheer vooralsnog alleen gebruik maken van de verwerking en bijbehorende logistiek van fijn en grof huishoudelijk restafval en GFT.

• Investering in extra nascheidingscapaciteit volgens al bestaande planvorming Voor de vraagstelling van Utrecht en Nieuwegein zijn voor de verwerking van het huishoudelijk afval geen nieuwe investeringen nodig, anders dan de reeds geplande uitbreiding van nascheidingscapaciteit in het zuiden van ons verzorgingsgebied ten behoeve van de toegenomen behoefte aan nascheiding van huishoudelijk restafval van onze aandeelhouders en vanwege de noodzaak om ook nascheidingscapaciteit voor bedrijfsafval te realiseren. Toetreding van Utrecht en Nieuwegein optimaliseert de business case van een tweede nascheidingsinstallatie. • Capaciteit van afvalenergiecentrales (AEC’s) Een toename van de capaciteitsbenutting van de AEC’s door eigen aandeelhouders verkleint de afhankelijkheid van de markt en biedt meer kansen voor verdere verduurzaming. Het leidt tevens tot vervanging van hoger calorisch bedrijfsafval tegen lager calorisch huishoudelijk restafval, hetgeen gunstiger is voor het verbrandingsproces. Toetreding van Utrecht als aandeelhouder geeft dus meer zekerheid en stabiliteit in de restafvalverwerking.

De capaciteit van de AEC’s biedt voldoende ruimte voor verwerking van het door Utrecht en Nieuwegein aan te bieden huishoudelijk restafval: Utrecht heeft ongeveer 73 kton en Nieuwegein ongeveer 14 kton (na te scheiden) restafval in vergelijking met een AECverbrandingscapaciteit bij HVC van ongeveer 950 kton (los van nascheidingscapaciteit). • Verwerking van grof huishoudelijk afval (GHA) Het grof huishoudelijk afval van Utrecht en Nieuwegein zal, na afloop van het huidige verwerkingscontract, via HVC verwerkt worden bij Sortiva in Alkmaar, bij Korenet in GrootAmmers en/of bij een derde partij indien gewenst vanwege operationele optimalisaties. Ook hier is de huidige capaciteit binnen het HVC-collectief voldoende om het volume GHA van Utrecht en Nieuwgein op te nemen in het portfolio. • GFT-verwerking GFT zal in eerste instantie in de eigen installaties in Middenmeer en Purmerend verwerkt worden. Overigens wordt het GFT van Utrecht momenteel al deels door HVC verwerkt, vanwege uitruil ten behoeve van logistieke optimalisaties. De totale GFT-verwerkingscapaciteit is ruim voldoende om het volume van Utrecht en Nieuwgein op te nemen in het gehele GFT-portfolio van HVC, gelet op de uitbreiding en modernisering van de composteerinstallatie in Middenmeer die op dit moment wordt gerealiseerd. Parallel aan deze GFT-route zal gezamenlijk met AVU en Avri worden 4

onderzocht of op termijn een meer regionale GFT-verwerking gerealiseerd kan als onderdeel van publieke samenwerking. De hierna volgende grafiek geeft de verhoudingen van verwerkingscapaciteit (incl. uitbreidingsplannen) versus aanbod van gemeente Utrecht weer. De hoeveelheid afval van de gemeente Nieuwgein is ten opzichte van Utrecht relatief gering.

Effect op de warmte-activiteiten van HVC Utrecht en Nieuwegein beogen met het aandeelhouderschap ook een intensieve samenwerking op het gebied van collectieve warmte. In de eerste fase zal de focus met name liggen op de uitvoering van haalbaarheidsstudies, het opzetten van lokale samenwerking en het formuleren van een bronnenstrategie. Concrete investeringsplannen liggen dan nog niet voor. De eerste fase is er vooral op gericht om haalbare projecten te verkennen en te ontwikkelen. We voorzien geen negatieve effecten op de capaciteit die vanuit de business unit Warmte voor de huidige aandeelhouders beschikbaar is. Toetreding van beide gemeenten zal gepaard gaan met personele uitbreiding van het warmtebedrijf. De huidige structuur van het warmtebedrijf staat inmiddels dusdanig, dat het ideaal gepositioneerd is voor opschaling. Uitbreiding van personele inzet heeft mogelijk een gunstig effect voor de zittende aandeelhouders: een gunstiger schaalgrootte, meer stabiliteit qua organisatie en meer expertise in eigen huis. Naar verwachting is er ook de geraamde investeringsruimte in het kader van de herijkte strategie voldoende, aangezien de uitgifte van aandelen aan Utrecht ertoe leidt dat bij een gelijkblijvende garantstelling per aandeel de financieringsruimte per uit te geven aandeel evenredig toeneemt.

Effect op de risico’s De toetreding van Utrecht en Nieuwegein draagt eraan bij dat de inspanningen tot het minimaliseren van het restafvalaanbod aan de AEC’s niet leiden tot overcapaciteit en daarmee tot 5

kosten. Daarnaast versterkt deze toetreding het draagvlak voor investeringsprojecten die worden ontwikkeld ter verdere verduurzaming van de AEC’s, zoals met name CO2-afvang.

5. Conclusie De gemeenten Utrecht en Nieuwegein onderschrijven nadrukkelijk de missie en visie van HVC. Hun vraagstelling komt overeen met die van de zittende aandeelhouders en kan worden ingevuld middels de al beschikbare be- en verwerkingscapaciteit en de huidige, concrete plannen voor een tweede nascheidingsinstallatie. De toetreding geeft ook invulling aan de herijkte strategie, ten aanzien van het punt dat extra restafval vanwege nieuwe toetreders compensatie biedt voor lager aanbod vanwege de focus op restafvalreductie. Daarmee is er minder afhankelijkheid van de markt en daarmee een lagere risico voor het collectief. Toetreding van beide gemeenten leidt naar verwachting tot personele uitbreiding van het warmtebedrijf. De huidige structuur van het warmtebedrijf staat echter inmiddels dusdanig, dat het ideaal gepositioneerd is voor opschaling. Volgens de ballotage-overeenkomst vindt uitgifte en vervreemding van aandelen plaats tegen nominale waarde. Aangezien het gaat om nieuwe toetreders is de toetredingsregeling nieuwe aandeelhouders van toepassing.

6. Voorstel Gelet op het vorenstaande stellen directie en raad van commissarissen de Algemene Vergadering voor om onder voorbehoud van definitieve besluitvorming bij Utrecht respectievelijk Nieuwegein te besluiten tot: 1. Uitsluiting van het statutaire voorkeursrecht van aandeelhouders bij de uitgifte van de onder 2. en 3. bedoelde aandelen A; 2. Uitgifte van 453 aandelen A aan de gemeente Utrecht a. Tegen storting van de nominale waarde, b. Onder de verplichting tot voorafgaande toetreding tot de ballotageovereenkomst A, en c. Onder toepassing van de ‘Toetredingsregeling nieuwe aandeelhouders’. 3. Uitgifte van 82 aandelen A aan de gemeente Nieuwegein a. Tegen storting van de nominale waarde, b. Onder de verplichting tot voorafgaande toetreding tot de ballotageovereenkomst A, en c. Onder toepassing van de ‘Toetredingsregeling nieuwe aandeelhouders’.

6

De Algemene Vergadering, bijeen te Alkmaar op 11 december 2025, Gelezen het voorstel met toelichting van directie en raad van commissarissen d.d. 31 oktober 2025, b e s l u i t: 1. Uit te sluiten het statutaire voorkeursrecht van aandeelhouders bij de uitgifte van de onder 2. en 3. bedoelde aandelen A; 2. Uit te geven 453 aandelen A aan de gemeente Utrecht a. Tegen storting van de nominale waarde, b. Onder de verplichting tot voorafgaande toetreding tot de ballotageovereenkomst A, en c. Onder toepassing van de ‘Toetredingsregeling nieuwe aandeelhouders’. 3. Uit te geven 82 aandelen A aan de gemeente Nieuwegein a. Tegen storting van de nominale waarde, b. Onder de verplichting tot voorafgaande toetreding tot de ballotageovereenkomst A, en c. Onder toepassing van de ‘Toetredingsregeling nieuwe aandeelhouders’.

Aldus besloten,

Voorzitter,

Secretaris

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2241/documents/43436