CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D10 00 Meicirculaire Voorjaarsnota PN 2e CKBW Jaarrekening en financiële positie.pdf

Gemeenteraad 7 juli 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken1.939 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo Effecten meicirculaire, jaarrekening en tweede kwartaalbegrotingswijziging, op de aangeboden perspectiefnota/begroting 2026 – 2029 Aan: gemeenteraad Van: college van burgemeester en wethouders Datum: 12 juni 2025

1.

Inleiding

De vooraankondiging van wat gemeenten in de meicirculaire ongeveer kunnen verwachten communiceert het Rijk in haar Voorjaarsnota. De Voorjaarsnota is daarmee één van de factoren voor het opstellen van de Perspectiefnota en daarmee meerjarenprogrammabegroting. Andere factoren zijn de uitkomst van de jaarrekening t-1 en de eerste en tweede kwartaalbegrotingswijziging van het lopende begrotingsjaar. Met dit addendum geeft het college de laatste informatie.

2. Perspectiefnota In de Perspectiefnota 2026 – 2029 zoals deze aan de raad is voorgelegd voor zijn vergadering van 07 juli, zijn de afzonderlijke raadsbesluiten op de begroting 2025, de eerste kwartaalbegrotingswijziging 2025, het voorlopige jaarrekeningresultaat 2024 en de Voorjaarsnota van het Rijk verwerkt. Voor de Perspectiefnota gaf dat het volgende beeld: 2026 € 2.051.622

2027 € 2.218.560

2028 € 2.378.260

2029 € 2.523.093

Voorlopige uitgangspositie 2026-2029 o.b.v. Voorjaarsnota Rijk Ontwikkelingen en ambities € 1.266.881- € 1.433.819- € 1.593.519- € 1.1738.352zoals gepresenteerd in de Perspectiefnota € 784.741 € 784.741 € 784.741 Voorlopige meerjarenraming € 784.741 o.b.v. de Voorjaarsnota 2026 2029

3. De meicirculaire De meicirculaire 2025 valt voor gemeente Noordoostpolder positiever uit dan de Voorjaarsnota 2025. De hogere uitkering is terug te voeren op de volgende drie factoren. 1. Wmo De eerste factor is bijstellingen van de indexatie voor de Wmo voor de demografie, die oploopt van € 163.014 voor 2026 tot € 628.407 voor 2029. Met de VNG is

afgesproken dat in de toekomst (een nader te bepalen deel van) de Wmo niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds gaat, maar via een aparte financiering. Afhankelijk van de gekozen bekostigingsvorm wordt een passende geobjectiveerde indexering onderzocht die ook rekening houdt met kostenontwikkeling en demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking is de algemene uitkering vanaf 2026 verhoogd voor een aanvullende indexering voor demografie. Saillant detail is dat er voor de periode na 2029 nog geen aanvullende middelen zijn opgenomen op de Rijksbegroting. In paragraaf 4.6 van de Perspectiefnota 2026-2029 wordt voorgesteld het budget voor de Wmo in verband met de toenemende vergrijzing jaarlijks en cumulatief te verhogen met € 125.000 per jaar. De hiervoor genoemde post binnen de algemene uitkering houdt hiermee verband en ligt in dezelfde lijn. Het is een keuze voor de gemeenteraad om de vergrijzingsmiddelen WMO apart voor de begroting te benoemen. 2. Overige bijstellingen De tweede factor is een algemene negatieve bijstelling van € 55.232 voor 2026 tot € 260.166 voor 2029 als gevolg van Overige bijstellingen (maatstaven) en afrondingen. De maatstaven waar de algemene uitkering van het Gemeentefonds op wordt gebaseerd kunnen na 3 uitkeringsjaren nog aan wijzigingen onderhevig zijn.

De thans berekende algemene uitkering is gebaseerd op de laatste informatie (betaalspecificatie) van het Ministerie van BZK. 3. Wegingsfactoren algemene uitkering De derde en grootste is het in positieve zin aanpassen van wegingsfactoren voor het bepalen van de algemene uitkering op basis van verwachte ontwikkelingen hiervan. Voor 2026 gaat het om € 747.949 en dat loopt op tot € 804.231 voor 2029. De uitkeringsbasis stijgt in 2025 als gevolg van actualisatie van de raming van de maatstaven huishoudens met een laag inkomen, laag opleidingsniveau, de OZBmaatstaven en de neerwaartse bijstelling van de ramingen van het aantal bijstandontvangers. De neerwaartse bijstelling van de raming van het aantal bijstandsontvangers heeft via de uitkeringsbasis een positief effect op de uitkeringsfactor. In de jaren na 2025 zorgen de prognoses voor de OZB-maatstaven voor een verdere oploop van de uitkeringsfactor.

4. Behoedzaamheidsreserve Opvallend voor dit moment is dat veel maatstaven nog de status 1 (overgenomen van een voorgaand jaar) hebben. Dit maakt de onzekerheid over de totale omvang van de algemene uitkering groter. De verwachting is dan ook dat de septembercirculaire 2025 meer duidelijkheid gaat geven over de nauwkeurige berekening van de algemene uitkering. Vanwege de grootte en onzekerheid wordt voorgesteld om voor een deel de toename als gevolg van de actualisatie van de maatstaven van het uitkeringsjaar 2025 als basis te nemen voor de jaren 2026-2029. Het verschil wordt door middel van een voorheen gebruikelijk onzekerheidsegalisatiemechanisme van het Rijk toe te voegen aan een in te stellen behoedzaamheidsreserve. De behoedzaamheidsreserve was dat deel van de algemene uitkering dat niet aan de gemeenten werd uitgekeerd, maar als reservering apart werd

gehouden door het Rijk. Eventuele fluctuaties in de hoogte van de algemene uitkering uit hoofde van de normeringsmethode werden na afloop van het begrotingsjaar verrekend met de behoedzaamheidsreserve. Een positief resultaat werd alsnog aan de gemeenten overgemaakt, een negatief resultaat leidde tot een verlaging van de algemene uitkering. Niet alleen de ontwikkeling van de algemene uitkering, ook de tekorten bij het Rijk en de discussie over het verhogen van de defensie-uitgaven geven onzekerheid over de ontwikkeling van de Rijksbegroting.

5. Jaarrekeningresultaat 2024 en tweede kwartaalbegrotingswijziging 2025 Het definitieve jaarrekeningresultaat 2024 en de uitkomst van de tweede kwartaalbegrotingswijziging geven geen aanleiding om wijzigingen door te voeren in de perspectiefnota.

6. Aangepast beeld Perspectiefnota 2026 – 2029 De meicirculaire leidt tot het volgende aangepaste overzicht voor het structurele deel van de Perspectiefnota 2026 – 2029: 2026

2027

2028

2029

Voorlopige meerjarenraming o.b.v. de Voorjaarsnota 2026 - 2029

€

784.741

€

784.741

€

784.741

€

784.741

Meicirculaire: indexatie Wmo demografie

€

163.014

€

321.806

€

476.833

€

628.407

Meicirculaire: ontwikkeling uitkeringsbasis Meicirculaire: overige bijstellingen (maatstaven) en afrondingen

€

747.949

€

826.378

€

802.459

€

804.231

€

55.232-

€

212.595-

€

304.532-

€

260.166-

Totaal effect meicirculaire Ontwikkelingen en ambities Perspectiefnota inclusief meicirculaire 2025 Behoedzaamheidsreserve

€

855.731

€

935.589

€

974.760

€

1.172.472

Ontwikkelingen en ambities Perspectiefnota inclusief meicirculaire 2025 en instellen behoedzaamheidsreserve

€ 1.224.947

Toevoeging reserve Beleidsplan Ontwikkelingen en ambities Perspectiefnota inclusief meicirculaire 2025 en instellen behoedzaamheidsreserve en toevoeging reserve Beleidsplan

€

7.

€ 1.640.472

€ 1.720.330

€ 1.759.501

€

1.957.213

€

€

€

401.230-

€

402.115-

€ 1.307.145

€ 1.358.271

€

1.555.098

€

€

133.324-

€

330.151-

€ 1.224.947

€

1.224.947

415.525-

-

€ 1.224.947

413.185-

82.198-

€ 1.224.947

Hieronder staan nog een aantal aanvullende relevante opmerkingen van invloed op de perspectiefnota

Jeugd Voor de jaren 2028 en verder versterkt het kabinet de beheersmaatregelen uit de hervormingsagenda Jeugd en worden aanvullende maatregelen uitgewerkt. Vanaf 2028 wordt hiervoor in totaal € 835 miljoen (eigen bijdrage Jeugdzorg + sturen op trajectduur Jeugd + indexeren opbrengst hervormingsagenda) uit het gemeentefonds genomen. Met de provinciaal toezichthouders is afgesproken dat de maatregelen met betrekking tot de Eigen bijdrage Jeugdzorg (voor Noordoostpolder € 683.946 in 2028 en vanaf 2029 € 688.597) en het Sturen op trajectduur Jeugdzorg (voor Noordoostpolder

€ 178.829 in 2028 en vanaf 2029 € 180.045) budget neutraal mag worden opgenomen. Dat betekent dat er tegenover de lagere uitkering in het gemeentefonds ten minste deze genoemde maatregelen in onze programmabegroting en meerjarenraming eenzelfde opbrengst c.q. lagere last dient te worden gerealiseerd binnen de budgetten voor Jeugdzorg. Vooralsnog is dit niet op deze manier opgenomen omdat nog volstrekt onduidelijk is of en hoe dit voor de Noordoostpolder uitpakt. Gemeenten mogen echter geen stelpost opnemen voor de voorgenomen post Indexeren opbrengst Hervormingsagenda van landelijk € 507 miljoen, maar dienen hiervoor concrete maatregelen te treffen om deze bijstelling van de algemene uitkering op te vangen. Voor Noordoostpolder is dit vanaf 2028 zo’n € 1,3 miljoen structureel nadelig. Om deze reden zijn zowel de hervormingsgelden als de eigen bijdragen niet in deze perspectiefnota in mindering gebracht op de lasten, respectievelijk niet voor de baten verhoogd. Rekentarieven WOZ De rekentarieven voor de Inkomstenmaatstaf WOZ in de algemene uitkering worden jaarlijks bijgesteld op basis van de inflatie. De inflatie wordt gebaseerd op de prijs Nationale Bestedingen (pNB).

Het Rijk gaat voor 2026 uit van een inflatie van de pNB van + 4,2% voor de rekentarieven voor OZB-woningen, OZB-niet Woningen Eigenaren en OZB-niet Woningen Gebruikers waarmee de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt gekort. In de voorlopige begrotingsrichtlijnen in de Perspectiefnota 2026-2029 is een stijging van de OZB-tarieven van + 2,6% opgenomen. Voor een budgetneutraal effect zou de OZB-tarieven moeten worden verhoogd met 4,2%. Programmabegroting 2026-2029 De besluitvorming rond de Perspectiefnota 2026-2029 en overige ontwikkelingen vormen de kaders, de basis, waarop de Programmabegroting 2026-2029 wordt samengesteld en wijkt per definitie af van hetgeen thans is gepresenteerd. Majeure afwijkingen worden in de programmabegroting 2026-2029 toegelicht.

8.

Aanbevelingen en vervolg

Geen nadere voorstellen Het college heeft nu nog geen verdere voorstellen gedaan tot inzet van de ontstane grotere begrotingsruimte en het verder uitbreiden van de perspectiefnota. Dit is in de ogen van het college nu niet het moment. Daarvoor zijn een aantal redenen aan te voeren: - Het moment van bekend worden van deze meerjarige financiële ruimte. Eind vorige week zijn deze contouren pas inzichtelijk geworden. Het was daarom niet mogelijk een en ander in de vorm van concrete voorstellen te verwerken in de perspectiefnota; - In de perspectiefnota zijn onderwerpen aangedragen uitgaande van de toen bekende ruimte en die was bij het in beeld brengen van de onderwerpen beperkt; - Door het feit dat het college een minderheidscollege is past terughoudendheid - Over ruim een half jaar zijn er weer verkiezingen en een beleidsarme periode is dan niet ongewoon mede gelet op bovenstaande. Er is bovendien nog voldoende te doen voor het einde van de raadsperiode; - In de perspectiefnota een opsomming is gegeven van onderwerpen waar meer middelen aan besteed zouden kunnen worden maar nu nog geen expliciete

voorstellen over zijn gedaan. Zo is er in hoofdstuk 3 uitgebreid ingegaan op een beleidsmatig perspectief. En is alles niet op geld gezet of juist in eerste instantie incidenteel of in tijd beperkt. Vervolgproces Duidelijk is wel dat er wat te kiezen valt. Of door structureel middelen in te zetten uit de exploitatie door het verhogen van budgetten voor beleidsdoelen of de exploitatie te belasten met investeringslasten voor bijvoorbeeld te realiseren voorzieningen. In de ogen van het college vraagt dat om een zorgvuldig traject. De verschillende mogelijkheden en wensen zullen moeten worden vertaald om keuzes te kunnen maken. En dan is bepalend welke richting de raad wil en wat relevante keuzes voor de raad zijn. Voorbeeld Een eenvoudig voorbeeld ter illustratie. Voor toekomstige noodzakelijke infrastructuur investeringen (rondwegen, verbredingen, bruggen en fietspaden, kan een investeringskrediet worden gevoteerd van 25 miljoen euro. Daarvoor zou in dat geval de exploitatie van de gemeente belast moeten worden met structureel een bedrag van 650.000 euro. Maar voor 650.000 euro per jaar kunnen ook andere doelstellingen worden gerealiseerd zoals voorstelbaar is. Disclaimer: wel dient bedacht te worden dat de rentefactor 4% is en die zal moeten worden meegerekend vanaf een bepaald moment.

Zoals gesteld vond het college dit niet het momentum om met aanvullende concrete richtingen te komen. Wel is het mogelijk om voor de begrotingsvergadering een overzicht op te stellen van politiek relevante onderwerpen en die in geld te vertalen. Dat kan dan een rol spelen bij de begroting en een rol bij de verkiezingen. Een concreet voorstel over de wijze waarop dat ingericht zou moeten worden is nog niet uitgewerkt. Vervolg proces De nieuwe portefeuillehouder zal het begrotingsproces regulier insteken. Dat wil zeggen het college komt met een normale begroting vanuit het perspectief zoals bovengeschetst. De gemeenteraad zal dan – al dan niet met amendementen – de begroting vaststellen. Ten slotte We beseffen ons dat de behandeling van de perspectiefnota in het licht van deze informatie wellicht wat “onnatuurlijk” overkomt. Wel geeft het de raad armslag om vanuit hoofdstuk 3 te bepalen wat belangrijk is en wat niet. Die analyse zal het college zelf ook nog moeten doen en zonodig in de begroting verwerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2219/documents/41998