D10 00 Bedrijfsplan Zelfstandigenloket Flevoland ZLF 2026.pdf
Tekst van het document
ZELFSTANDIGENLOKET FLEVOLAND BEDRIJFSPLAN 2026
Zelfstandigenloket Flevoland (ZLF) Bezoekadres: Ondernemersplein Lelystad / Ondernemersplein Almere Stadhuisplein 2 Lelystad / Stadhuisplein 1 Almere Postadres: Telefoon: E-mail: Website:
Postbus 2236, 8203 AE Lelystad 0320 278111 zlf@lelystad.nl www.zelfstandigenloketflevoland.nl
Versie: definitieve versie
1
Inhoud 1. Inleiding ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 3 2.Regionale opdracht ZLF -------------------------------------------------------------------------------------------- 4 2.1. Taken ZLF ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- 4 3.Ontwikkelingen op Ondernemersdienstverlening ------------------------------------------------------------ 6 3.1. Dienstverlening op terrein van schuldhulpverlening ------------------------------------------------------ 6 3.2. Vroegsignalering ------------------------------------------------------------------------------------------------- 9 3.3. Hulp bij boekhouding, vrijwilligersinzet via Over Rood -------------------------------------------------- 9 3.4. Parttime Ondernemen ------------------------------------------------------------------------------------------ 11 3.5.
Bureau Kredietregistratie (BKR) en ondernemers ------------------------------------------------------- 12 3.6.Wijzigingen Wet- en regelgeving ----------------------------------------------------------------------------- 12 3.6.1 Voortgang Participatiewet in balans ----------------------------------------------------------------------- 12 3.6.2 Wijziging Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 ----------------------------------------------- 13 3.6.3. Wijziging IOAZ ------------------------------------------------------------------------------------------------- 13 3.7. Hervorming van de infrastructuur voor de arbeidsmarkt ----------------------------------------------- 14 3.7.1 Flevoland Werkt! in relatie tot het ZLF -------------------------------------------------------------------- 14 4. Beheer Tozo --------------------------------------------------------------------------------------------------------- 16 4.1. Financiering uitvoering Tozo komende jaren ------------------------------------------------------------- 16 5.Uitvoering ZLF 2026 ------------------------------------------------------------------------------------------------ 18 5.1. Prognose uitvoeringskosten 2026 per gemeente -------------------------------------------------------- 18 5.2. Afspraken over financiering van levensvatbaarheidsonderzoeken ---------------------------------- 18 5.3.
Schuldhulpverlening -------------------------------------------------------------------------------------------- 19 5.4. Geldfit en Team Ondernemersadvies ---------------------------------------------------------------------- 20 5.5. MKB Doorstartfonds / Waarborgfonds saneringskredieten ondernemers------------------------- 21 Bijlage 1. Prognose kosten deelnemende gemeenten 2026 ------------------------------------------------ 22 Bijlage 2. Prognose kosten Schuldhulpverlening deelnemende gemeenten 2026 -------------------- 23 Bijlage 3. Doorwerking Participatiewet in balans -------------------------------------------------------------- 24
2
1.
Inleiding
De Provincie Flevoland is een ondernemende provincie, waar jaarlijks veel nieuwe bedrijven starten. Met veel bedrijven in Flevoland gaat het gelukkig goed, maar helaas niet met alle bedrijven. Een vroegtijdige signalering en hulp bij het oplossen van problemen kan daarbij helpen. Het ondersteunen van zelfstandigen in financiële problemen is en blijft vooral een taak van marktpartijen (banken en andere financiers). Deze partijen hebben baat bij minder faillissementen, waardoor er voor hen een grote rol weggelegd is bij de aanpak van financiële problematiek. Echter, van oudsher is er ook het besef dat gemeenten wel een taak hebben als marktpartijen niet kunnen of willen helpen. Dat is de basis van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz 2004). De Nederlandse gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het Bbz 2004 en de IOAZ. De zes gemeenten in Flevoland werken sinds 2004 samen bij de uitvoering van diverse zelfstandigen regelingen. Zij bieden een vangnet aan ondernemingen met tijdelijke financiële problemen, maar met een goed toekomstperspectief. Hulpverlenen aan zelfstandigen is binnen de sociale zekerheid een aparte tak van sport die specialistische kennis vraagt. In Flevoland hebben de zes gemeenten ervoor gekozen die specialistische kennis te bundelen en vanaf 2004 gemandateerd aan de gemeente Lelystad.
De uitvoering wordt verzorgd door het team Zelfstandigenloket Flevoland (ZLF). Doel van de samenwerking is een effectieve en efficiënte uitvoering en een beter bereik (en benutting) van de regelingen. Jaarlijks wordt een bedrijfsplan opgesteld, met daarin de taken van het ZLF, een prognose voor de zes gemeenten, de verwachtingen voor de nabije toekomst en welke (wettelijke) ontwikkelingen met betrekking tot het ondernemerschap op de gemeenten afkomen. Bij een deel van de gemeenten wordt het bedrijfsplan goedgekeurd door het college. Andere gemeenten beschouwen het als een uitvoeringsplan waar de directie of afdelingshoofd mee instemt. Het ZLF is een team binnen het Sociaal Domein van de gemeente Lelystad en legt ook verantwoording af aan deze gemeente. Gemeente Lelystad legt verantwoording af aan de deelnemende gemeenten.
3
2.
Regionale opdracht ZLF
Voor de uitvoering van het Bbz 2004 en aanverwante regelingen is er sinds 2004 een samenwerking tussen de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde. De samenwerkingsafspraken zijn vastgelegd in een bestuursovereenkomst. De beleidsaanpak voor de komende jaren is opgesteld in het beleidsplan Zelfstandigenloket Flevoland: Een vangnet voor ondernemers in Flevoland. De rol van de gemeente bij de aanpak van financiële problemen bij ondernemers”. De uitvoering ligt bij gemeente Lelystad en van daaruit bij het ZLF. Het beleidsplan is in 2021 vastgesteld voor onbepaalde tijd. Een aantal onderdelen in het beleidsplan is inmiddels gewijzigd of gaat gewijzigd worden, bijvoorbeeld MKB Doorgaan is opgegaan in Geldfit, het startpunt bij vragen en zorgen over geld. Voorstel: 1. Het beleidsplan “MKB-doorgaan en Bbz. Een vangnet voor ondernemers in Flevoland” in 2026 actualiseren, zodat een geactualiseerd beleidsplan in het 4e kwartaal 2026 / 1e kwartaal 2027 aan de gemeenteraden van Flevoland kan worden voorgelegd. 2.1. Taken ZLF Het ZLF voert voornamelijk wettelijke taken uit, maar ook een aantal niet-wettelijke taken om ondernemers zo goed mogelijk te ondersteunen. De dienstverlening is gericht op gevestigde zelfstandigen, zelfstandigen die hun bedrijf beëindigen en starters.
Wettelijke taken ZLF Uitvoering van het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) • verstrekken van uitkeringen/leningen levensonderhoud; • verstrekken van bedrijfskredieten; • ondersteuning bij beëindiging van een bedrijf. Uitvoering van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) • beoordelen aanvragen IOAZ Bieden van schuldhulptrajecten aan zelfstandigen in het kader van de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening (WGS) • Inkoop schuldhulpverlening (ex)-zelfstandigen bij één of meerdere uitvoeringsorganisaties; • Begeleiding van (gewezen) zelfstandigen naar de uitvoeringsorganisatie voor schuldhulpverlening; Overige wettelijke taken • Het verrichten van rechtmatigheidsonderzoeken; • Kwijtschelden Bbz- en Tozo-leningen bedrijfskapitaal van gedupeerden kinderopvangtoeslagaffaire. Niet wettelijke taken Marginale zelfstandigen (Parttime Ondernemen) Parttime Ondernemen is een waardevol instrument om inwoners te stimuleren om zo snel mogelijk in zijn/haar eigen inkomen te voorzien. Er zijn 3 sporen: 1. Parttime ondernemen --> met uitzicht op volledig ondernemen. 2. Parttime ondernemen --> met naast de eigen onderneming, activering richting (gedeeltelijke) loondienst. 3. Parttime ondernemen --> met geen uitzicht op de hiervoor genoemde 2 sporen, waarbij parttime ondernemen het maximaal haalbare is.
Het ZLF verzorgt periodiek de berekening van het inkomen dat uit de onderneming wordt gegenereerd en houdt voortgangsgesprekken met de zelfstandige over zijn/haar onderneming. Advisering (lokale) overheid over uitvoering en regelgeving op het gebied van het MKB (o.a. via deelname aan het Platform Ondernemersadviseurs (PPO)) --> Vanuit het ZLF wordt deelgenomen aan het PPO, voor deze taak/activiteit worden geen kosten aan de gemeenten doorberekend.
4
Bemiddeling/dienstverlening door het team Ondernemersadvies (onderdeel van Stichting Nederland Geldzorgenvrij) Het samenwerken met het team Ondernemersadvies is geen wettelijke taak. De Flevolandse gemeenten hebben afzonderlijk een overeenkomst met het team Ondernemersadvies. De keuze voor een actieve inzet van de activiteiten van het team Ondernemersadvies is omdat de werkzaamheden van deze stichting contact tussen marktpartijen en de zelfstandigen met financiële problemen tot stand brengt. Hierdoor worden financiële problemen bij zelfstandigen vaak zonder interventie van de overheid opgelost. Hiermee wordt ook een vangnet geboden voor zelfstandigen met een partner met een inkomen, deze zelfstandigen behoren niet tot de doelgroep van het Bbz 2004. De regisseursrol voor de aanvragen voor het MKB Doorstartfonds van de provincie Flevoland en de Kredietbank Nederland Beoordeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen voor de gemeenten Zeewolde en Lelystad Voor de beoordeling van eventuele kwijtschelding van gemeentelijke belastingen voor zelfstandigen dient het inkomen berekend te worden. Hiervoor wordt de jaarrekening van de zelfstandige opgevraagd. Omdat deze berekening specialistische kennis vraagt kan een beroep gedaan worden op het ZLF. Pre-start --> Workshop en coaching wordt aangeboden aan inwoners die vanuit de bijstand willen starten met een bedrijf.
De gemeente (klantmanager) beslist of een inwoner vanuit de bijstand een workshop of coaching mag volgen ter voorbereiding op het starten van een eigen bedrijf. Hulp bij boekhouding --> Dit product kan worden ingezet als er sprake is van problematische schulden. Als de boekhouding niet op orde is, kan er geen ondersteuning (bijvoorbeeld schuldhulpverlening, minimaregelingen gemeenten) worden geboden aan de zelfstandige. Extra taken als gevolg van de Coronacrisis Tijdens de Coronacrisis zijn er door het ZLF namens de zes gemeenten Tozo-kredieten verstrekt. Deze kredieten moeten worden afgelost binnen 6 jaar na verstrekking. Dit betekent dat de Coronawerkzaamheden voor het ZLF doorlopen tot in oktober 2027. Voor de uitvoering van deze taken hebben de gemeenten een Rijksvergoeding ontvangen en deze beschikbaar gesteld aan het ZLF. Het ZLF deelt jaarlijks een overzicht van de gemaakte kosten en nog beschikbare uitvoeringskosten. Verslaglegging Het ZLF levert ieder jaar onderstaande documenten voor de deelnemende gemeenten: • Jaarverslag: het jaarlijkse verslag over de uitvoering inclusief de overzichten van de voor de verschillende gemeenten geleverde producten en de bijbehorende kosten. Deze gegevens, in combinatie met de kostprijs per product, maken het voor iedere gemeente inzichtelijk hoe de totale bijdrage in het betreffende jaar tot stand is gekomen.
• Bedrijfsplan: het jaarlijkse plan met de verwachtingen voor de nabije toekomst. • Productenboek: de beschrijving van de door het ZLF op grond van de bestuursovereenkomst te leveren producten In het Productenboek wordt ook de ‘kostprijs per product’ vermeld. • Uitvoeringsrichtlijnen: de uitvoeringsrichtlijnen die door het ZLF worden nageleefd bij de uitvoering van de op grond van de bestuursovereenkomst verrichte werkzaamheden. • Beeld van de uitvoering: het jaarlijks in februari per gemeente te leveren “Beeld van de uitvoering” dat wordt afgegeven ten behoeve van de verantwoording aan het ministerie van SZW (uiterlijk 28 februari). • Accountantscontrole: de jaarlijks per gemeente ten behoeve van de eigen jaarrekening afgegeven accountantsverklaring. Voorstel: 2. Uitvoering van wettelijke, niet-wettelijke, extra taken in verband met de coronacrisis en de wijze van verslaglegging ook in 2026 voortzetten.
5
3.
Ontwikkelingen op Ondernemersdienstverlening
3.1.
Dienstverlening op terrein van schuldhulpverlening
De schuldhulpverlening voor de zes gemeenten in Flevoland is voor zelfstandigen en ex-zelfstandigen, tot maximaal 2 jaar na bedrijfsbeëindiging, ondergebracht bij het ZLF. Op dit moment is de schuldhulpverlening uitbesteed aan 2 externe partijen, te weten Okkerse & Schop Advocaten en Zuidweg & Partners. Zij richten zich op schuldhulpverlening aan (ex-)zelfstandigen. Het ZLF verzorgt de administratieve en financiële werkzaamheden. Aan zelfstandigen met een levensvatbaar bedrijf die tot de doelgroep van schuldhulpverlening behoren, kan eventueel middels het Bbz 2004 een saneringskrediet beschikbaar worden gesteld. Als daarvoor ruimte is, worden ook de kosten van het schuldhulptraject daarin meegenomen. Bij exzelfstandigen moet sprake zijn van zakelijke schulden. Als dit niet het geval is, vindt doorverwijzing naar de reguliere schuldhulpverlening plaats. Het aantal zelfstandigen dat een beroep doet op schuldhulpverlening is de afgelopen jaren toegenomen en de verwachting is dat dit de komende jaren niet zal veranderen. Voor de schuldhulpverlening heeft het Rijk samen met de VNG “De Routekaart Financiële Zorgen” opgesteld. In september 2024 is daar de routekaart voor ondernemers aan toegevoegd.
In de 1e helft van 2025 heeft het ZLF onder regie van de VNG een pilot uitgevoerd waar – met de routekaart in het achterhoofd - de volgende vraag centraal stond: Hoe kunnen zelfstandigen samen met de gemeente beter regie en overzicht over het schuldhulpproces houden en op welke punten kan het proces worden verbeterd? Aan de pilot deden mee: - medewerkers van het ZLF, - beleidsmedewerkers van de gemeenten en - een afvaardiging van de 2 externe partijen die de schuldhulpverlening verzorgen voor ondernemers met problematische schulden in Flevoland Aandachtspunten die uit de pilot kwamen: - Zorg voor een eenduidige structuur in het aanmeldproces voor ondernemers: Maak onderling afspraken: Wie doet wat, welke gegevens zijn nodig bij aanmelding, wat is het doel van de aanmelding en wanneer is doorverwijzing nodig (bijvoorbeeld bij hulp bij boekhouding)? - Duur van het aanmelden tot stabilisatiefase. - Voorkomen dubbele 'aanmelding' bij het ZLF en een marktpartij: Zorg dat ondernemers informatie niet opnieuw hoeven te delen en het voor ondernemers duidelijk is wie wat doet. - Heldere communicatie tussen het ZLF en de marktpartij over aanmeldprocedure. - Ondersteuning organiseren op meerdere levensgebieden. Leg vast wie doorverwijst en wie de regie houdt bij meervoudige problematiek. - Structureel casuïstiek overleg. Nu vindt het vooral plaats als er iets misgaat.
- Casusregisseur of één vaste contactpersoon. - Bereiken ondernemers: niet op elke gemeentelijke website is er link naar schuldhulpverlening ZLF - Hulpaanbod aan ondernemers opnemen in de gemeentelijk beleidsplannen De routekaart financiële zorgen sluit aan bij de NVVK modules. Het (minnelijk) schuldsaneringstraject bestaat uit de volgende onderdelen (NVVK): vroegsignalering, aanmelding, informatie en advies, crisisinterventie, intake, stabilisatie, schuldregeling, financiële begeleiding, oplossingen, flankerende hulp en nazorg.
6
Als het minnelijk traject niet lukt kan de ondernemer aangemeld worden voor het wettelijk traject via de WSNP. Kijkend naar de routekaart en de aandachtspunten wordt de volgende nieuwe werkwijze bij een minnelijk schuldhulpverleningstrajecttraject voorgesteld: 1. De fase Intake, Stabilisatie en Nazorg pakt het ZLF op 2. De fase Schuldregeling, Dwangakkoord en het Wettelijk traject WSNP wordt door een marktpartij opgepakt. Deze indeling doet recht aan de volgende aandachtspunten: • De intake zal fysiek en bij voorkeur in de woongemeente plaats vinden, nu vindt dit of in Almere of in Hilversum/Drachten plaats. • De intake vindt plaats door een Consulent Schuldhulpverlening van het ZLF. • De consulent SHV van het ZLF houdt te allen tijde regie over het dossier. Hij/zij is aanspreekpunt voor de ondernemer en externe partij gedurende het traject. • Tijdens de intake wordt er gelijk gekeken of er zaken spelen op andere leefgebieden (bijvoorbeeld psychische, relationele of verslavingszorg). Het oppakken van zaken op andere leefgebieden wordt verzorgd door partners binnen de zes gemeenten. Het ZLF kent deze partners en heeft daar veelal contactpersonen. • In de stabilisatiefase dient het inkomen te worden gestabiliseerd en daar is inzicht op het inkomen voor nodig.
Vaak moeten daar de producten van het ZLF al op worden ingezet zoals hulp op de boekhouding, het berekenen van de afloscapaciteit middels een levensvatbaarheidsonderzoek, het behandelen van een aanvraag voor een Bbz-krediet of het uitzetten van een levensvatbaarheidsonderzoek voor een saneringskrediet via het Waarborgfonds. Doordat dit onder één dak plaatsvindt, zijn de lijnen kort en is er sneller duidelijkheid voor de ondernemer. Mogelijk dat een schuldhulptraject voorkomen kan worden door gelijk een Bbz-saneringskrediet te verstrekken of te helpen met regelingen treffen als de schulden nog niet problematisch zijn. Verder kan de slagingskans van een traject beter beoordeeld worden door het vroegtijdig constateren van belemmeringen en deze met de klant te bespreken. Mogelijke belemmeringen zijn het bezit van vermogen of het moeten beëindigen van een bedrijf. • Ook het inzetten van financiële begeleiding naar de partijen die dit uit kunnen voeren, werkt vanuit het ZLF praktischer omdat deze partijen met het ZLF contracten/afspraken hebben lopen.
7
Het ZLF heeft een inschatting gemaakt van de capaciteit die hiervoor nodig is en afgezet tegen de kosten die de gemeenten verschuldigd zijn aan de externe partijen. Deze inschatting is opgenomen in bijlage 2 en resulteert erin dat het financieel past binnen de huidige begroting. Het voorstel behelst een aantal acties die – bij akkoord – in gang gezet gaan worden: - Op dit moment zijn er 2 externe partijen die de schuldhulptrajecten voor ondernemers verzorgen. Met deze partijen zijn er geen afspraken gemaakt over de aantallen die worden uitgezet en er is geen afnameverplichting. Er zijn afspraken gemaakt over de tarieven per schuldhulpfase, wat er per schuldhulpfase wordt verwacht en de facturatie. - In overleg met deze 2 externe partijen zullen afspraken worden gemaakt: o over de beëindiging van de werkzaamheden; o hoe de overgang naar de nieuwe werkwijze wordt vormgegeven; o hoe de afhandeling van de lopende schuldhulptrajecten plaatsvindt. - Het ZLF start met de implementatie van de nieuwe werkwijze, waarbij de implementatie van de fases Intake, Stabilisatie en Nazorg erop gericht is dat het ZLF deze werkzaamheden vanaf 1 juni 2026 gaat oppakken. - Er zal een inkooptraject worden gestart voor het uitvoeren van de fases Schuldregeling, Dwangakkoord en WSNP. Hierop kunnen meerdere partijen inschrijven.
Zolang het inkooptraject niet is afgerond is de werkwijze na 1 juni 2026 dat het ZLF de fases Intake, Stabilisatie en Nazorg oppakt en de huidige 2 externe partijen de fases Schuldregeling, Dwangakkoord en WSNP, totdat het inkooptraject succesvol is afgerond. Voorstel: 3. Kan worden ingestemd met het oppakken van de fases Intake, Stabilisatie en Nazorg door het ZLF? Waarbij het ZLF start met de nieuwe werkwijze vanaf 1 juni 2026 4. Kan worden ingestemd met het oppakken van de fases Schuldregeling, Dwangakkoord en WSNP door een marktpartij? Hiervoor zal een inkooptraject worden gestart. Zolang het inkooptraject niet is afgerond, is de werkwijze na 11 juni 2026 dat het ZLF de fases Intake, Stabilisatie en Nazorg oppakt en de huidige 2 externe partijen de fases Schuldregeling, Dwangakkoord en WSNP, totdat het inkooptraject succesvol is afgerond.
8
3.2.
Vroegsignalering
Woningbouwverenigingen (verhuurders), water- en energieleveranciers en ziektekostenverzekeraars zijn verplicht bij achterstanden de gemeente in kennis te stellen van de betalingsproblemen. Deze meldingen komen binnen bij de afzonderlijke gemeenten. Als het zelfstandigen, of ex-zelfstandigen met zakelijke schulden betreft, kunnen de deelnemende gemeenten de klant doorverwijzen naar het ZLF of het ZLF verzoeken contact op te nemen met de klant. Het ZLF beperkt zich tot de financiële aspecten en het bedrijf. Andere problemen, zoals psychische, relationele of verslavingsproblemen, zullen door de gemeente naar de daarvoor geëigende partijen moeten worden doorgeleid. Daarvoor ontbreekt de expertise bij het ZLF. In 2025 zijn kennismakingssessies gehouden met de verschillende partijen, die hulp bieden bij schulden in Flevoland. Naast het inzicht geven in elkaars werk, werden als verbeterpunten in het proces benoemd: - het snel en warm kunnen doorverwijzen, - het kunnen werken met vaste contactpersonen, - maar ook helderheid over wie doet wat, zodat er geen “dubbelingen” zijn en - het voorlichten van vrijwilligers die met de inwoners (die ook ondernemer/zelfstandige kan zijn) in gesprek zijn. In 2026 zal met de verschillende partijen hier een vervolg aan worden gegeven.
Voorstel: 5. Hier in 2026 met de verschillende partijen een vervolg geven aan de verbeterpunten vroegsignalering en dit terugkoppelen aan de beleidsmedewerkers.
3.3.
Hulp bij boekhouding, vrijwilligersinzet via Over Rood
9
Het aantal schuldhulpaanvragen voor ondernemers stijgt sinds 2023. Een voorwaarde voor een geslaagd schuldhulpverleningstraject is dat de boekhouding op orde is. Daarnaast is het inzicht in het inkomen een voorwaarde om voor gemeentelijke voorzieningen in aanmerking te komen. Daarom is in de begroting 2025 het product “Hulp bij boekhouding” opgenomen en dit product wordt ingezet voor: - Ondernemers die door financiële problemen in het voortbestaan worden bedreigd; - Voormalig-ondernemers met één of meerdere zakelijke schulden waarvan de financiële administratie niet op orde is ten behoeve van een saneringstraject. Dit product wordt voor alle zes de gemeenten in 2025 ingezet, daarnaast is door de gemeenten Almere en Lelystad in de loop van 2025 een contract afgesloten met Over Rood. Over Rood is een vrijwilligersorganisatie die ondernemers met schulden en achterstanden helpt om de financiën weer op orde te krijgen. De vrijwilligers zijn professionele coaches, ervaringsdeskundigen en/of ondernemers. Voor bepaalde handelingen, zoals het indienen van een belastingaangifte, wordt een professional ingezet. De vrijwilligers werken volgens een 5-stappen plan: 1) Support: de zelfstandige kan zijn verhaal delen, samen met de vrijwilliger bepaalt de zelfstandige welke doelen de zelfstandige wil halen.
2) Overzicht: samen wordt de complete financiële situatie inclusief schuldsituatie (zakelijk én privé) in kaart gebracht. 3) Inzicht: samen wordt bekeken welke stappen moeten worden genomen om de inkomsten en uitgaven in balans te brengen. Mogelijke stappen zijn: inkomensverruimende voorzieningen aanvragen, schuldhulpverlening aanvragen, besluit nemen om te stoppen of door te gaan met de onderneming. 4) Rust: de vrijwilliger bewaakt de voortgang van de voorgenomen stappen. Indien gewenst gaat de vrijwilliger mee naar gesprekken bij het ZLF, de schuldhulpverlening en/of andere organisaties die ingeschakeld moeten worden. 5) Perspectief: de vrijwilliger houdt een vinger aan de pols. Voorstel: 6. Over Rood kan vanaf 2026 als instrument worden ingezet bij alle zes de gemeenten in Flevoland.
10
3.4.
Parttime Ondernemen
Voor een groep uitkeringsgerechtigden blijkt het een te grote stap te zijn om vanuit de bijstand direct fulltime aan de slag te gaan in loondienst en ook is er een groep dit als zelfstandige aan de slag wil. Parttime Ondernemen is een waardevol instrument om uitkeringsgerechtigden te stimuleren om zo snel mogelijk in zijn/haar eigen inkomen te voorzien. Dit kan via 1 van de 3 sporen: 1. Parttime ondernemen --> met uitzicht op volledig ondernemen 2. Parttime ondernemen --> met naast de eigen onderneming, activering richting (gedeeltelijke) loondienst 3. Parttime ondernemen --> met geen uitzicht op de hiervoor genoemde 2 sporen, waarbij parttime ondernemen het maximaal haalbare is. Het ZLF houdt in nauw contact met de klantmanager van de gemeente, voortgangsgesprekken met de Parttime ondernemer over zijn/haar onderneming en verzorgt periodiek de berekening van het inkomen dat uit de onderneming wordt gegenereerd. Het inkomen dat wordt gegenereerd wordt verrekend met de uitkering. Op dit moment levert de Parttime ondernemer elke 3 maanden de cijfers aan bij het ZLF, elk kwartaal wordt de verrekening bij de gemeente aangeleverd. Samen met de gemeente Almere is in 2025 gewerkt aan een nieuwe handleiding parttime ondernemen en is het rekenmodel vernieuwd.
De volgende stap die het ZLF in 2026 wil gaan zetten, is dat het ZLF van 1 x per kwartaal over gaat naar het maandelijks verrekenen van de inkomsten. Voor een zorgvuldige implementatie zal samen met de gemeente Almere een stappenplan en planning worden gemaakt, waarin aandacht voor een goede communicatie richting de parttime ondernemers meegenomen zal worden. Het voorstel is om het maandelijks verrekenen van de inkomsten op 1 april 2026 in te voeren bij de gemeente Almere. Voor de andere gemeenten, die parttime ondernemers hebben aangemeld of gaan aanmelden, zal het ZLF aan de betreffende klantmanagers voor een goede uitleg van de handleiding, de werkwijze en het rekenmodel zorgdragen. Voorstel: 7. In samenspraak met de gemeente Almere een stappenplan en planning maken voor de parttime ondernemers, zodat vanaf 1 april 2026 gestart kan worden met een maandelijkse verrekening van de inkomsten op de uitkering. 8. Voor de andere gemeenten, die parttime ondernemers hebben aangemeld of gaan aanmelden, zal het ZLF aan de betreffende klantmanagers voor een goede uitleg van de handleiding, de werkwijze en het rekenmodel zorgdragen.
11
3.5.
Bureau Kredietregistratie (BKR) en ondernemers
Bureau Kredietregistratie heeft 2 registers: - Het Kredietregister (afgesloten kredieten, en eventuele achterstanden op de kredieten) - Het Schuldhulpregister Sinds de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulp in 2021 moet een gemeente wanneer zij een beschikking heeft afgegeven voor schuldhulpverlening i.v.m. problematische schulden dit melden bij de BKR. De registratie blijft, als een gemeente hier niet zelf actie op onderneemt, 5 jaar staan nadat de hulp is beëindigd. Na 5 jaar verwijdert BKR de melding automatisch. Wettelijk is er geen bewaartermijn vastgesteld waardoor gemeenten juridisch de mogelijkheid hebben om de bewaartermijn zelf te bepalen door de registratie handmatig te (laten) verwijderen. Gemeenten gaan momenteel verschillend om met de mogelijkheid een registratie van schuldhulptrajecten handmatig te (laten) verwijderen. Veel gemeenten laten de registratie vijf jaar staan en wachten op de automatische verwijdering door BKR, andere niet. Een groeiend aantal gemeenten laat de BKRmelding voor particulieren handmatig verwijderen, een halfjaar na het succesvol beëindigen van een minnelijke schuldregeling. Opgemerkt moet worden dat alleen de registratie van de schuldhulpverlening handmatig verwijderd kan worden. De registratie van de achterstanden op de kredieten door de schuldeisers zelf blijven gewoon staan.
In 2025 heeft de VNG alle gemeenten opgeroepen om bij schuldenregelingen een registratietermijn van 6 maanden te hanteren in het register van het Bureau Kredietregistratie (BKR). De termijn van 6 maanden na succesvolle afronding van de schuldregeling (saneringskredieten, schuldbemiddeling en 0%-regelingen) is van toepassing voor ondernemers die aantoonbaar goed hebben meegewerkt aan hun schuldregeling. In het verleden is het besluit genomen om een beschikking schuldhulpverlening aan een zelfstandige niet te melden bij BKR. De vraag rijst of dit besluit juridisch juist is. Hiervoor moet nog wat onderzoek plaatsvinden. De vraag ligt voor of de ingestoken werkwijze van het ZLF om geen registratie bij het BKR te doen, nog voldoende draagvlak heeft binnen de 6 gemeenten. En vervolgens is de vraag of dit, indien wel een registratie gaat plaatsvinden, een registratie voor 6 maanden zou moeten worden. Voorstel: 9. De gemeenten nemen in het 1e kwartaal 2026 een gezamenlijk standpunt in omtrent het wel of niet registreren bij het Bureau Kredietregistratie. 10. Indien het standpunt wordt om wel een BKR-registratie te doen, de vraag beantwoorden of een registratietermijn van 6 maanden gehanteerd moet worden. 3.6.
Wijzigingen Wet- en regelgeving
3.6.1 Voortgang Participatiewet in balans Het wetsvoorstel Participatiewet in balans wijzigt de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werklozen (IOAW) en Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). De Tweede Kamer heeft het voorstel (EK, A) op 22 april 2025 aangenomen. De Eerste Kamercommissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft het wetsvoorstel op 8 juli 2025 aangemeld voor plenaire behandeling. De plenaire behandeling heeft op 23 september 2025 plaatsgevonden. Daarbij zijn er vier moties ingediend: • De motie-Ramsodit die de regering verzoekt de Kamer regulier te informeren over de uitvoerbaarheid en rechtsgelijkheid van de implementatie en de effecten van deze wet. Deze motie kreeg het advies 'Oordeel Kamer'. • De motie-Huizinga-Heringa c.s. die de regering verzoekt om mensen die buiten hun schuld niet kunnen voldoen aan het gewenste taalniveau uit te zonderen van de taaleis. Volgens demissionair staatssecretaris Nobel is de motie overbodig, omdat wat wordt gevraagd al kan met de wet.
12
• •
De motie-Bakker-Klein c.s. die de regering verzoekt om het Bouwdepot aan te merken als één van de initiatieven die tot de inwerkingtreding van spoor 2 doorgang mogen vinden. Nobel heeft deze motie ontraden. De motie-Schalk c.s. die de regering verzoekt om te onderzoeken hoe giften in natura die noodzakelijk zijn voor het levensonderhoud uitgezonderd kunnen worden van de inlichtingenplicht. Deze motie kreeg het advies 'Oordeel Kamer'.
De Participatiewet in balans heeft directe gevolgen voor het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) en de IOAZ. Hier zijn de belangrijkste gevolgen: 1. Aanpassing van de wettelijke grondslag De Participatiewet in balans heeft geleid tot een wijziging van artikel 78f van de Participatiewet, waarin nu expliciet is opgenomen dat er voor het Bbz 2004 kan worden afgeweken van bepaalde bepalingen uit de Participatiewet. Dit maakt het mogelijk om maatwerk te leveren wanneer de systematiek of doelgroep van het Bbz 2004 zich niet leent voor generieke regels. 2. Beperkte doorwerking van maatregelen Niet alle maatregelen uit de Participatiewet in balans zijn van toepassing verklaard op het Bbz 2004. Dit om recht te doen aan de specifieke doelgroep van het Bbz 2004: zelfstandigen met tijdelijke financiële problemen. 3. Ruimte voor experimenten Door de wijziging in artikel 78f van de Participatiewet is het nu mogelijk om binnen het Bbz 2004 te experimenteren met afwijkende regels, mits de doelgroep of systematiek dat vereist. Dit biedt gemeenten meer flexibiliteit in de uitvoering. 3.6.2 Wijziging Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 Het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) is inmiddels 30 augustus 2025 gewijzigd. De wijziging is op 5 september 2025 gepubliceerd in het staatsblad, maar treedt op een later moment in werking.
De wijziging betreft onder andere de duur van de bijstandsverlening en de mogelijkheid om bijstand met terugwerkende kracht te verlenen. De wijziging komt voort uit de Participatiewet in balans en een onderzoek naar de levensvatbaarheids- en vermogenstoets in het Bbz 2004. De Raad van State heeft positief over de wijziging geadviseerd. 1. Wijziging artikel 23 In artikel 23 Bbz 2004 wordt in de eerste zin 36 maanden vervangen door 18 maanden. Ook wordt aan de eerste zin de zinsnede toegevoegd "welke termijn verlengd kan worden tot ten hoogste 36 maanden". In de tweede zin wordt "verlenging van deze termijn" vervangen door "verlenging na een termijn van 36 maanden". 2. Toevoeging Artikel 27a. Bijstand met terugwerkende kracht beëindigende zelfstandige Aan een zelfstandige als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel d, kan bijstand alleen met terugwerkende kracht worden verleend op grond van artikel 44, vijfde lid, van de wet, als het bedrijf op het moment van aanvraag nog niet is beëindigd. 3. Toevoeging artikel 17a In afwijking van artikel 83, tweede lid, van de wet, duurt een experiment ten hoogste drie jaar. 4. Toevoeging Artikel 60ba.
Artikelen Participatiewet niet van toepassing De artikelen 10a tot en met 10h, 32, tweede en vijfde lid, 34, tweede lid, onderdelen b en d, derde lid, 34a, 34b, 43a, 45, eerste en derde lid, van de wet zijn niet van toepassing bij verlening van bijstand op grond van dit besluit. Via deze link zijn de gepubliceerde wijzingen te lezen. 3.6.3. Wijziging IOAZ Naast de voorgestelde maatregelen uit de Participatiewet in Balans die doorwerken in de IOAZ, zal de IOAZ ook op een aantal punten wijzigen. Op dit moment komen ondernemers, die het bedrijf willen beëindigen, enkel voor een IOAZ-uitkering in aanmerking indien zij ten tijde van de aanvraag het bedrijf of beroep nog niet hebben beëindigd. Voorgesteld wordt om dit te wijzigen zodat deze zelfstandigen die hun bedrijf dan wel beroep tot uiterlijk drie maanden voor het indienen van de aanvraag hebben beëindigd voor een IOAZ-uitkering in aanmerking kunnen komen.
13
Verder blijkt uit de beleidsdoelstelling SZW dat in 2026 een wetstraject wordt gestart om de IOAZ per 1 januari 2028 af te sluiten voor nieuwe instroom. In een volgend bedrijfsplan zal worden ingegaan op de consequenties hiervan. Voorstel: 11. Het ZLF zal de wijzigingen voor het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) en de IOAZ die voortkomen uit het wetsvoorstel Participatiewet in Balans implementeren. 3.7.
Hervorming van de infrastructuur voor de arbeidsmarkt
In de 35 arbeidsmarktregio’s werken publieke en private organisaties samen om mensen te begeleiden naar passend werk of (arbeidsmarktgerichte) scholing. Het Rijk wil een aanpak van intensievere samenwerking en maatwerk stimuleren. In het kader van de hervorming van de arbeidsmarktinfrastructuur is daarom een aantal maatregelen voorgesteld ter verbetering van de gezamenlijke publieke en private dienstverlening voor werk en scholing aan werkzoekenden, werkenden en werkgevers. Met als doel grotere vindbaarheid en toegankelijkheid, evenals meer samenwerking tussen partijen die op dit vlak diensten verlenen. De maatregelen zijn gericht op 4 sporen: 1. het creëren van één regionaal loket per arbeidsmarktregio: het Werkcentrum; 2. het versterken van het van-werk-naar-werk-stelsel; 3. het meer centraal zetten van de ondersteuningsbehoefte; 4. het structureel borgen van een gezamenlijke publiek-private governance. 3.7.1
Flevoland Werkt! in relatie tot het ZLF
In het kader van de Hervorming Arbeidsmarktinfrastructuur wordt ook in Flevoland door Flevoland Werkt! (Arbeidsmarktregio) een Werkcentrum ingericht. Veel inwoners en werkgevers in de regio Flevoland vinden zelf hun weg naar werk of personeel en de passende scholing om een baan te verwerven of te behouden. Ze kunnen daarbij ondersteund worden door publieke en private partijen in de regio. Voor sommige inwoners en werkgevers is het vanwege het grote aantal loketten, regelingen en uitvoerders echter niet duidelijk waar ze terecht kunnen met hun ondersteuningsvraag of werk en/of scholing. De ambitie is dat werkenden, werkzoekenden en werkgevers met hun vraag over werk en de ontwikkeling naar (ander) werk bij het Werkcentrum kunnen stellen. De doelen van Werkcentrum Flevoland zijn: • Verbetering van dienstverlening aan werkgevers, werkenden en werkzoekenden tijdens werk of in de ontwikkeling naar (ander) werk • Versterken van de regionale publieke-private samenwerking Flevoland Werkt! kiest voor de inrichting van een hoofdlocatie Werkcentrum Flevoland in Almere en satellietlocaties in iedere gemeente van de arbeidsmarktregio. De Werkcentra zijn een loket waar vragen over werk en scholing gesteld kunnen worden, voor die werkenden, werkzoekenden en werkgevers die niet weten waar ze moeten aankloppen.
De gidsen van de werkcentra zullen de vragensteller warm doorverwijzen naar het juiste loket. Dat kan het reintegratiebedrijf van een gemeente zijn, de vakbonden, UWV werkzoekend en dienstverlening, een lokaal of regionaal Werkgeversservicepunt. Dat kan ook het ZLF zijn. De Werkcentra geven inzicht in de dienstverlening van partners en partijen die kunnen ondersteunen bij het vinden van (ander) werk, personeel of de passende scholing om werk te vinden of te behouden. Zij verwijzen de vragensteller door naar de partners. Naar verwachting zal de website en enkele locaties van het Werkcentrum Flevoland per januari 2026 operationeel zijn, ambitie is dat in de loop van 2026 ook alle satellietlocaties operationeel zijn.
14
Het ZLF bespreekt met de projectleider Werkcentrum op welke wijze de dienstverlening van ZLF zichtbaar gemaakt kunnen worden in de Werkcentra. Gedacht kan worden aan een soort van menukaart met haar dienstverlening en doelgroepen, contactgegevens en voorlichting aan de gidsen van het Werkcentrum over de dienstverlening van ZLF. Voorstel: 12. Het ZLF bespreekt in de eerste helft van 2026 met de projectleider Werkcentrum en de betreffende beleidsmedewerkers ZLF op welke wijze de dienstverlening van het ZLF zichtbaar gemaakt kan worden in de werkcentra. 13. Het ZLF neemt daarnaast in de 1e helft van 2026 contact op met de arbeidsregio Veluwe Stedendriehoek waartoe Zeewolde wettelijk is toegedeeld, om af te stemmen over de wijze van dienstverlening aan Zeewolde.
15
4.
Beheer Tozo
Tijdens de Coronapandemie is in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 oktober 2021 de regeling Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) actief geweest. Deze regeling is voor de gemeenten in Flevoland uitgevoerd door het ZLF. Ondanks dat de regeling in 2021 is beëindigd moeten hiervoor de komende jaren nog werkzaamheden worden uitgevoerd. Deze werkzaamheden hebben betrekking op het beheer van de vorderingen voor levensonderhoud en de rentedragende kredieten. Voor de kredieten geldt dat deze afgelost moeten worden binnen 6 jaar na de verstrekking. Dit betekent dat de laatste kredieten in oktober 2027 moeten zijn afgelost. Het ZLF weet dat dit niet het geval zal zijn, omdat niet elke debiteur aan de betalingsverplichting voldoet of bijvoorbeeld uitstel van betaling heeft aangevraagd. In juli 2025 heeft het Ministerie van SZW informatie opgevraagd van de openstaande vorderingen Tozo. Voor de terugbetaling van de vorderingen levensonderhoud en de teruggevorderde rentedragende kredieten zijn in de regeling van de Tozo geen nadere regels gesteld met betrekking tot de termijnen, hiervoor geldt de wetgeving van de Participatiewet. Voor de vorderingen voor levensonderhoud en teruggevorderde rentedragende kredieten is afgesproken dat het ZLF dezelfde werkwijze hanteert die ook voor het Bbz 2004 zijn vastgesteld. Overzicht vorderingen Tozo (stand 1-7-2025)
4.1. Financiering uitvoering Tozo komende jaren Om de werkzaamheden uit te voeren hebben de deelnemende gemeenten het restant van de ontvangen Rijksvergoeding voor uitvoeringskosten van de Tozo beschikbaar gesteld aan het ZLF. Afgesproken is dat na afloop van de werkzaamheden voor de Tozo, een eventueel restant, van de ontvangen Rijksvergoeding wordt terugbetaald aan de deelnemende gemeenten. Het ZLF geeft jaarlijks een overzicht van de gemaakte kosten en nog beschikbare uitvoeringskosten. Op 1-1-2025 is de stand van de voorziening:
16
Ook in 2026 zet het ZLF in op het debiteurenbeheer van de Tozo-vorderingen. Hierbij is persoonlijk contact met de ondernemer een belangrijk onderdeel van de terugvordering, met aandacht voor de haalbaarheid van het bedrijf, mogelijke inzet van schuldhulpverlening, maar ook de inzet van heroriëntatie. Voorstel: 14. Vooruitlopend op de termijn waarop de openstaande Tozo vorderingen moeten zijn afgelost (oktober 2027) in 2026 een voorstel uitwerken hoe het (eventueel) restant van de ontvangen Rijksvergoeding wordt terugbetaald aan de deelnemende gemeenten.
17
5.
Uitvoering ZLF 2026
Ook in 2026 zal het ZLF het Bbz 2004 en de IOAZ uitvoeren voor de Flevolandse gemeenten en daarmee een vangnet bieden aan ondernemingen met een goed toekomstperspectief met tijdelijke financiële problemen. In dit hoofdstuk worden de producten en de daarmee samenhangende kosten weergegeven. 5.1.
Prognose uitvoeringskosten 2026 per gemeente
Het uurtarief voor de uitvoering van de producten bedraagt € 92,09. Het uurtarief is gebaseerd op de uitgaven voor salarissen, ontwikkelingen, overhead, inhuur, beleid, applicatiebeheer, IC en de accountant. De formatie bestaat uit 18,5 fte. Daarnaast wordt gewerkt met een flexibele schil, afhankelijk van de hoeveelheid aanvragen en ontwikkelingen. Het uurtarief wordt jaarlijks geïndexeerd, waarbij wordt uitgegaan van het indexeringspercentage dat de gemeente Lelystad hanteert in de kadernota die elk jaar in het voorjaar wordt gemaakt. Voor de programmabegroting 2026 (– 2029) is een indexeringspercentage van 3% opgenomen. Het indexeringspercentage wordt berekend op basis van de percentages zoals begin maart door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Daarmee komen we op een uurtarief van € 92,09. De producten en kostprijzen zijn in het overzicht (zie bijlage 1) opgenomen en verwerkt in het productenboek 2026. De verwachting is dat de uitgaven van de uitvoeringskosten binnen de begrotingen van de deelnemende gemeenten blijven. De nota’s worden achteraf per kwartaal gedeclareerd bij de deelnemende gemeenten. Door inzet van het Bbz 2004 zit de besparing voor de gemeenten vooral in het behoud van ondernemerschap, werkgelegenheid, het voorkomen van instroom en het bevorderen van uitstroom in de Participatiewet.
De medewerkers van de deelnemende gemeenten zijn geïnformeerd over de uitgaven en opbrengsten van het Bbz 2004. In 2026 zal het ZLF deze informatie ook weer per kwartaal aan de gemeenten verstrekken. Voorstel: 15. De kosten per product worden jaarlijks verhoogd met het indexeringspercentage dat jaarlijks in de kadernota van de gemeente Lelystad wordt opgenomen. Voor 2026 zijn de kosten per product verhoogd met 3 %. 5.2.
Afspraken over financiering van levensvatbaarheidsonderzoeken
Sinds 2020 kunnen de gemeenten de kosten van levensvatbaarheidsonderzoeken niet meer declareren bij het Rijk. De middelen zijn vanaf 2020 toegevoegd aan het gemeentefonds en worden via de algemene uitkering, op basis van de maatstaven, verdeeld over de gemeenten. Gemeenten zullen de verwachte kosten moeten opnemen in hun begroting. Door deze wijziging is het levensvatbaarheidsonderzoek vormvrij. Deze middelen worden op het volgende ingezet: - Toetsen levensvatbaarheid bij aanvragen levensonderhoud (door medewerkers ZLF) - Toetsen levensvatbaarheid bij aanvragen bedrijfskrediet (door één van de 6 externe partijen dan wel medewerkers ZLF) - Toetsen levensvatbaarheid bij aanvragen saneringskrediet Waarborgfonds t.b.v. schuldhulptraject (door één van de 5 externe partijen) - Voortgangsonderzoek, bij de verstrekking van een bedrijfskrediet wordt bij debiteuren waarvan er geen aflossing komt, dan wel uitstel van betaling wordt gevraagd, vindt er een voortgangsonderzoek plaats, waar een externe partij en medewerkers ZLF bij betrokken zijn. Hieronder is een overzicht opgenomen met de bedragen voor de levensvatbaarheidsonderzoeken zoals deze met de deelnemende gemeenten is afgesproken. Het ZLF verzoekt de gemeenten deze budgetten ter beschikking te stellen, hiervoor worden in de maand januari de nota’s aan de gemeenten verzonden.
Voor 2026 wordt de afgesproken prijscompensatie gehanteerd.
18
Overzicht kosten levensvatbaarheidsonderzoeken 2026 Gemeente Onderzoekskosten 2025 Prijsindex 2026 (3%)
Onderzoekskosten 2026
Almere
€
228.249,02
€
6.847,47
€
235.096,49
Dronten
€
34.513,92
€
1.035,42
€
35.549,34
Lelystad
€
98.352,37
€
2.950,57
€
101.302,94
Noordoostpolder
€
38.331,81
€
1.149,95
€
39.481,76
Urk
€
9.075,68
€
272,27
€
9.347,95
Zeewolde
€
15.004,42
€
450,13
€
15.454,55
€
423.527,22
€
13.132,63
€
436.233,04
De externe partijen hebben niet allemaal met hetzelfde bedrag ingeschreven. Het ene levensvatbaarheidsonderzoek (denk dan bijvoorbeeld aan branche, tijdsdruk, soort ondernemer) kan het beste bij de ene partij en het andere onderzoek bij een andere partij worden uitgezet. Ook de inzet van een voortgangsonderzoek varieert, hierdoor zijn de aantallen lastig te geven Prognose onderzoeken 2026 Gemeente
Prognose aantal onderzoeken
Gemiddelde prijs
Begroot bedrag
Almere
135
€
1.600,00
€ 216.000,00
Dronten
20
€
1.600,00
€ 32.000,00
Lelystad
59
€
1.600,00
€ 94.400,00
Noordoostpolder
23
€
1.600,00
€ 36.800,00
Urk
5
€
1.600,00
€
9
€
1.600,00
€ 14.400,00
Zeewolde
251
8.000,00
€ 401.600,00
Voorstel: 16. Instemmen met de begroting levensvatbaarheidsonderzoeken 2026. 5.3.
Schuldhulpverlening
Dit onderdeel is uitgewerkt ervan uitgaande dat wordt ingestemd met de voorstellen 3 en 4 met betrekking tot de uitvoering van schuldhulpverlening van ondernemers (pagina 9). De tarieven voor de trajecten schuldhulpverlening voor 2026 zijn als volgt. Hierbij zijn zowel de tarieven van de externe partijen als de tarieven van het ZLF weergegeven.
*) inclusief indexering van 3% In 2026 zal het ZLF - ervan uitgaande dat het ZLF de werkzaamheden zoals voorgesteld bij paragraaf 3.1. gaat oppakken - de andere onderdelen middels een inkooptraject opnieuw gaan inkopen. Dit betekent dat de tarieven zoals die hierboven zijn opgenomen voor de externe partijen kunnen wijzigen, omdat dit afhankelijk is van de inschrijving.
19
In bijlage 2 is een prognose per gemeente opgenomen van de aantallen en de kosten voor schuldhulpverlening. In de prognose voor 2026 wordt uitgegaan van 200 ondernemers die een schuldhulptraject ingaan. Het overzicht hieronder laat zien dat de kosten voor schuldhulpverlening de afgelopen jaren, jaarlijks een stijging laten zien, hetgeen overeenkomt met het landelijke beeld. Uitgaven Schuldhulpverlening per gemeente Gemeente 2023 2024 Almere Dronten Lelystad Noordoostpolder Urk Zeewolde Totaal
€ € € € € € €
351.777,00 25.623,00 72.547,00 23.103,00 5.016,00 12.411,00 490.477,00
€ € € € € € €
2025 *)
360.209,00 28.298,00 120.596,00 32.790,00 3.537,00 34.312,00 579.742,00
Prognose 2025
€ 255.932,00 € € 30.558,00 € € 109.192,00 € € 19.102,00 € € 6.508,00 € € 11.470,00 € € 432.762,00 €
438.740,57 52.385,14 187.186,29 32.746,29 11.156,57 19.662,86 741.877,71
Prognose 2026 ZLF + extern € 456.515,00 € 51.032,50 € 202.598,00 € 28.066,50 € 10.875,00 € 19.992,00 € 769.079,00
Prognose 2026 extern € 498.650,00 € 55.319,00 € 221.349,00 € 30.310,00 € 11.787,00 € 21.889,00 € 839.304,00
*) Cijfers 2025 zijn tot en met juli 2025
Voorstel: 17. Instemmen met het budget en tarieven schuldhulpverlening voor 2026 . 5.4. Geldfit en Team Ondernemersadvies De zes Flevolandse gemeenten zijn aangesloten bij Geldfit, als onderdeel van de Nederlandse Schuldhulproute (NSR). De NSR is één weg naar passende schuldhulp, voor alle mensen in Nederland. In de NSR werken bedrijven – waaronder banken -, gemeenten en partners uit het schuldendomein samen, met als doel: voorkomen dat betalingsproblemen uitgroeien tot schuldzorgen. Naast consumenten kunnen ook ondernemers gebruik maken van een dienst die hen ondersteunt bij financiële problemen. Ondernemers kunnen via de online-test of een telefonisch consult (beide 1e lijns hulp) o.a. informatie krijgen over partijen in Flevoland die ondersteuning kunnen bieden bij hun vraagstukken. Daarnaast is er sinds 2022 vanuit de Stichting Nederland Geldzorgenvrij een team Ondernemersadvies actief. Ondernemers uit Flevoland - die niet tot de doelgroep Bbz 2004 horen – kunnen middels een doorverwijzing van het ZLF gebruik maken van de dienstverlening van dit team Ondernemersadvies. De gemeenten hebben hier afzonderlijk een overeenkomst met de Stichting Nederland Geldzorgenvrij voor afgesloten.
De dienstverlening bestaat uit: - Toekomstgesprek met een Ondernemersadviseur - Quick-scan (eenvoudig of uitgebreid) - Bijstellen strategie (eenvoudig of uitgebreid) - Nazorg (eenvoudig of uitgebreid) Voor 2026 is op basis van de inzet van afgelopen jaren onderstaande prognose opgesteld:
Prognose Team Ondernemersadvies 2026 *): Ondernemersadvies Een activiteit van Stichting Nederland Geldzorgenvrij Informerend Gesprek Bedrijfsanalyse (quickscan) eenvoudig Bedrijfsanalyse (quickscan) uitgebreid Nazorg eenvoudig Nazorg uitgebreid Bijstellen strategie eenvoudig Bijstellen strategie uitgebreid Totaal 2026
Kostprijs ex Opbrengst btw 190 872 2184 431 956 1040 2352
5130 9592 13104 4741 5736 7280 14112 59.695
Lelystad
Dronten
Noordoostpolder
Aantal Kosten Aantal Kosten Aantal 15 2.850 4 760 4 5 4.360 2 1.744 2 2 4.368 1 2.184 1 5 2.155 2 862 2 2 1.912 1 956 1 3 3.120 1 1.040 1 2 4.704 1 2.352 1 34 23.469 12 9.898 12
Urk
Zeewolde
Kosten Aantal Kosten Aantal 760 2 380 2 1.744 1 872 1 2.184 1 2.184 1 862 1 431 1 956 1 956 1 1.040 1 1.040 1 2.352 1 2.352 1 9.898 8 8.215 8
Kosten 380 872 2.184 431 956 1.040 2.352 8.215
*) In dit overzicht ontbreekt de gemeente Almere. De gemeenteraad van de gemeente Almere heeft in het kader van de bezuinigingen besloten de overeenkomst met team Ondernemersadvies niet verder voort te zetten.
Voorstel: 18. Instemmen met de prognose 2026 voor de inzet van team Ondernemersadvies.
20
5.5.
MKB Doorstartfonds / Waarborgfonds saneringskredieten ondernemers
Op basis van een evaluatie in 2020 heeft de provincie Flevoland besloten een bedrag van € 650.000,- beschikbaar te stellen voor het MKB Doorstartfonds met als voorwaarde dat de Flevolandse gemeenten zorgdragen voor de uitvoeringskosten. In de evaluatie is aangegeven dat het ZLF een sleutelrol heeft vervuld bij de inrichting en aanwending van het MKB Doorstartfonds. Hierdoor is er bewust voor gekozen om de uitvoering bij het ZLF neer te leggen, omdat het ZLF onafhankelijk is en veel ervaring heeft met het begeleiden van ondernemers. Gedeputeerde Staten heeft ingestemd met de continuering van het MKB Doorstartfonds waarbij een kredietfaciliteit van maximaal € 650.000,- beschikbaar zal worden gesteld voor de periode tot 1 juni 2030. Dit fonds kan worden ingezet als er sprake is van een levensvatbaar bedrijf, maar financiering via private partijen en het Bbz (vanwege doelgroep bepalingen) niet mogelijk is. In de afgelopen jaren is er geen beroep gedaan op het MKB Doorstartfonds, dit komt doordat er landelijk een Waarborgfonds saneringskredieten ondernemers beschikbaar is. In 2024 is het Waarborgfonds saneringskredieten voor ondernemers gestart als een pilot voor 100 saneringskredieten. Deze pilot is in 2025 als vast instrument voortgezet. Voorstel: 19.
In samenspraak met de provincie Flevoland formuleren welke vervolg-invulling het MKB Doorstartfonds voor de ondernemers in Flevoland kan hebben. 6. Verantwoording Sinds 2022 zijn er gewijzigde verantwoordingsregels en wijzigen de werkzaamheden van de verbijzonderde interne controle (VIC). De VIC zal naast de risicoanalyse en rechtmatigheidsonderzoeken nu ook de juistheid van de financiële aansluitingen en de invulling van de SISA beoordelen, voor de accountant hier een oordeel over geeft. Met de accountant is afgesproken dat de accountantsverklaring voor het ZLF, net als voorgaande jaren, wordt afgegeven aan het ZLF voordat deze naar de gemeenten worden gezonden. Dit betekent dat er in de manier van verantwoorden (beeld van de uitvoering, SISA-bijlage en accountantsverklaring) van het ZLF aan de gemeenten geen wijziging zal optreden. Voorstel: 20. De manier van verantwoorden van het ZLF aan de gemeenten in 2026 voortzetten..
21
Bijlage 1. Prognose kosten deelnemende gemeenten 2026
Producten ZLF Bbz 2004 informerend gesprek Bbz 2004 (bbz + Marg. Zelfst.) aanvraag beginnende zelfstandige aanvraag gevestigde zelfstandige aanvraag oudere zelfst. duurzaam laag inkomen aanvraag beëindigende zelfstandige def. vastst. uitk. Levensonderh./bedrijfskred./rentereductie voortgangsonderzoek Bbz 2004 voortgangsonderz. marginale zelfst. (partime ondernemen) invorderingsonderzoek Bbz 2004 debiteurenonderzoek Bbz 2004 mutaties Bbz 2004 informerend gesprek hulp bij de boekhouding hulp bij boekhouding (incl. inzet Over Rood) behandelen bezwaar/beroep Bbz 2004 bijwonen commissie bezwaar en beroep Bbz 2004 ondernemersplein Lelystad ondernemersplein Almere IOAZ aanvraag IOAZ formeel recht aanvraag IOAZ materieel recht vaststelling vermogen IOAZ Coaching en workshop workshop/coaching pre-start (training ondernemersschool) coaching (bijv. ondernemersklankbord, check ondernemersplan) Kwijtschelding gemeentelijke belastingen kwijtschelding gemeentelijke belastingen begroting 2026 begroting 2025 verschil begroting 2026 t.o.v. 2025
Almere
Dronten
Lelystad
kosten aantal
kosten aantal
Noordoostpolder
Zeewolde
kostprijs
opbrengst
totaal aantal
184,18 920,90 1.012,99 920,90 828,81 460,45 460,45 368,36 184,18 460,45 184,18 184,18 1.030,00 460,45 184,18 184,18 184,18
214.569,70 49.728,60 250.208,53 2.762,70 33.981,21 95.313,15 69.067,50 34.257,48 82.696,82 223.778,70 151.027,60 14.918,58 106.090,00 17.497,10 920,90 55.254,00 55.254,00
1.165 54 247 3 41 207 150 93 449 486 820 81 103 38 5 300 300
650 30 132 0 22 104 76 79 248 286 500 38 52 20 0 0 300
119.717,00 27.627,00 133.714,68 0,00 18.233,82 47.886,80 34.994,20 29.100,44 45.676,64 131.688,70 92.090,00 6.998,84 53.560,00 9.209,00 0,00 0,00 55.254,00
69 9 15 0 0 22 14 2 27 41 40 4 10 0 0 0 0
12.708,42 8.288,10 15.194,85 0,00 0,00 10.129,90 6.446,30 736,72 4.972,86 18.878,45 7.367,20 736,72 10.300,00 0,00 0,00 0,00 0,00
300 10 62 3 16 43 32 8 118 96 218 22 28 14 1 300 0
55.254,00 9.209,00 62.805,38 2.762,70 13.260,96 19.799,35 14.734,40 2.946,88 21.733,24 44.203,20 40.151,24 4.051,96 28.840,00 6.446,30 184,18 55.254,00 0,00
88 2 18 0 3 22 12 2 29 27 28 6 4 1 3 0 0
16.207,84 1.841,80 18.233,82 0,00 2.486,43 10.129,90 5.525,40 736,72 5.341,22 12.432,15 5.157,04 1.105,08 4.120,00 460,45 552,54 0,00 0,00
14 1 6 0 0 3 5 0 10 15 10 5 3 1 1 0 0
2.578,52 920,90 6.077,94 0,00 0,00 1.381,35 2.302,25 0,00 1.841,80 6.906,75 1.841,80 920,90 3.090,00 460,45 184,18 0,00 0,00
552,54 184,18 368,36
9.945,72 2.210,16 4.420,32
18 12 12
8 5 5
4.420,32 920,90 1.841,80
2 1 1
1.105,08 184,18 368,36
4 3 3
2.210,16 552,54 1.105,08
2 1 1
1.105,08 184,18 368,36
1 1 1
552,54 184,18 368,36
1 1 1
552,54 184,18 368,36
580,00 400,00
66.700,00 23.200,00
115 58
60 20
34.800,00 8.000,00
6 8
3.480,00 3.200,00
40 20
23.200,00 8.000,00
6 8
3.480,00 3.200,00
0 1
0,00 400,00
3 1
1.740,00 400,00
368,36
7.367,20 1.571.169,97 1.545.676,88 25.493,09
20 4.777 4.903
0 2.635 2.700
0,00 855.734,14 813.112,48 42.621,66
22
kosten aantal
Urk
0 0,00 15 5.525,40 271 104.097,14 1.356 422.229,97 270 99.819,50 1.425 428.954,00 4.277,64 -6.724,03
kosten aantal
0 0,00 263 92.668,01 251 106.771,35 -14.103,34
kosten aantal
0 0,00 78 30.011,92 66 25.956,05 4.055,87
kosten
44 8.103,92 2 1.841,80 14 14.181,86 0 0,00 0 0,00 13 5.985,85 11 5.064,95 2 736,72 17 3.131,06 21 9.669,45 24 4.420,32 6 1.105,08 6 6.180,00 2 920,90 0 0,00 0 0,00 0 0,00
5 1.841,80 174 66.428,79 191 71.063,50 -4.634,71
Bijlage 2. Prognose kosten Schuldhulpverlening deelnemende gemeenten 2026
Schuldhulpverlening Uitvoering door ZLF Intake schuldhulpverlening Stabilisatiefase schuldhulpverlening Totaal
Almere kostprijs 460,00 1.667,50
opbrengst 92.000,00 250.125,00 342.125,00
Uitvoering intake en stabilisatiefase door externe partijen (tarief 2026) Intake 387,00 77.400,00 Stabilisatiefase 2.233,00 334.950,00 Totaal 412.350,00 verschil uitvoering ZLF - externe partijen intake en stabilisatiefase-70.225,00 Uitvoering door externe partijen (tarief 2026) Verificatie Sanering WNSP Totaal Totaal Totaal uitvoering door ZLF Totaal uitvoering door externe partijen Verschil uitvoering ZLF - externe partijen
934,00 1.497,00 1.298,00
140.100,00 224.550,00 62.304,00 426.954,00
769.079,00 839.304,00 -70.225,00
totaal aantal 200 120 150 90
Dronten
Lelystad
Noordoostpolder
Urk
Zeewolde
kosten aantal kosten aantal 55.200,00 11 5.060,00 53 150.075,00 9 15.007,50 40 205.275,00 20.067,50
kosten aantal 24.380,00 8 66.700,00 5 91.080,00
kosten aantal 3.680,00 3 8.337,50 2 12.017,50
kosten aantal 1.380,00 5 3.335,00 4 4.715,00
kosten 2.300,00 6.670,00 8.970,00
200 150
120 90
46.440,00 200.970,00 247.410,00 -42.135,00
11 4.257,00 9 20.097,00 24.354,00 -4.286,50
53 40
20.511,00 89.320,00 109.831,00 -18.751,00
8 5
3.096,00 11.165,00 14.261,00 -2.243,50
3 2
1.161,00 4.466,00 5.627,00 -912,00
5 4
1.935,00 8.932,00 10.867,00 -1.897,00
150 150 48
90 90 25
84.060,00 134.730,00 32.450,00 251.240,00
9 8.406,00 9 13.473,00 7 9.086,00 30.965,00
40 40 11
37.360,00 59.880,00 14.278,00 111.518,00
5 5 3
4.670,00 7.485,00 3.894,00 16.049,00
2 2 1
1.868,00 2.994,00 1.298,00 6.160,00
4 4 1
3.736,00 5.988,00 1.298,00 11.022,00
456.515,00 498.650,00 -42.135,00
51.032,50 55.319,00 -4.286,50
23
202.598,00 221.349,00 -18.751,00
28.066,50 30.310,00 -2.243,50
10.875,00 11.787,00 -912,00
19.992,00 21.889,00 -1.897,00
Bijlage 3. Doorwerking Participatiewet in balans Participatiewet in balans Spoor 1 Schema wijzigingen en lokale afstemming voor Fase 1, 2 en 3 Fase
Wijziging
Wijziging
Doorwerking
1
4-weken zoektermijn jongeren <27
In kwetsbare situaties afzien van de 4weken zoektermijn voor jongeren tot 27 jaar
Bbz
1
Identificatieplicht DigID & EUrijbewijs
Identificatie op basis van een EU-rijbewijs mogelijk
Bbz en IOAZ
Verplicht inloggen met DigiD voor de gemeentelijke dienstverlening Datum melding = datum aanvraag,
Bbz en IOAZ
Datum melding Bbz- of IOAW/IOAZ- geldt als meldingsdatum bijstandsuitkering
IOAZ
Gegevens van eerdere bijstandsverlening binnen 12 maanden kan opnieuw gebruikt worden Giften tot € 1.200 per kalenderjaar hoeven niet opgegeven te worden, zowel in geld, als in natura
IOAZ
1
Vereenvoudiging aanvraagprocedure
IOAZ
1
Ontvangsten uit giften
1
Harmonisatie Jongerennorm
Aanvulling op de jongmeerderjarigen-norm (18–21 jaar) via algemene bijstand
Bbz
1
Terugwerkende kracht (TWK) bij aanvragen
Bijstand met terugwerkende kracht voor maximaal 3 maanden mogelijk in individuele omstandigheden
Bbz en IOAZ
3
ALO-kop
Recht op ophoging van de alleenstaande norm met het maximale maandbedrag ALO-kop
Bbz
Niet-rechthebbende partner
Bijstandsgerechtigde 21 > met een nietrechthebbende partner gelijk aan alleenstaanden norm
Bbz
3
Evenredigheidstoets bij opleggen boete en terugvordering
Bij het opleggen van boetes en het doen van een terugvordering wordt een standaard evenredigheidstoets gevraagd
Bbz en IOAZ
3
Uniform verrekenen inkomsten uit arbeid
Automatisch verrekenen van inkomsten ook mogelijk op basis van gegevens uit de polisadministratie.
IOAZ
3
Bufferbudget
Het bufferbudget kan als een maatwerkinstrument worden ingezet om de bijstandsgerechtigde die in deeltijd werkt een stabieler inkomen te geven
IOAZ
3
Verruiming van de bijverdiengrenzen
Eén algemene vrijlatingsregeling voor alle bijstandsgerechtigden van 18 jaar tot AOW-leeftijd.
IOAZ
Vrijlating van 15% van de inkomsten, 12 maanden en zonder maximum
IOAZ
24
Bbz
Verlenging vanwege individuele omstandigheden mogelijk Samenwonen wordt mogelijk zonder dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding, mits de samenwoning voortkomt uit een zorgbehoefte
IOAZ
1
Ruimte voor mantelzorg
1
Recht op eigenstandig vormgeven participatie
Bijstandsgerechtigde met afstand op de arbeidsmarkt mag de verplichting tot maatschappelijke participatie zelf vormgeven
IOAZ
2
Maatschappelijke participatie
De bijstandsgerechtigde zonder vermogen om betaald werk te verrichten kan ook maatschappelijke participeren, onbetaald
IOAZ
2
Ondersteunen bij maatschappelijke participatie
Gemeenten moeten in een verordening regels opstellen t.b.v. het ondersteunen bij maatschappelijke participatie
IOAZ
3
Toespitsen verplichtingen op het individu