D08 00 Memo - Streefwaarden bij Doelen Deelplan Wmo en Volksgezondheid.pdf
Tekst van het document
MEMO aan Raad Aan: de Raad van Gemeente Noordoostpolder Van: Het College Datum: 24 februari ’22 Onderwerp: Streefwaarden bij Doelen Deelplan Wmo en Volksgezondheid Beleidsreferentie ➔ Deelplan Wmo/Volksgezondheid 2.0 (vastgesteld d.d. 13 september 2021) ➔ Motie 2021-09-20a “Doelen deelplan Wet maatschappelijke ondersteuning en Volksgezondheid” Aanleiding Op 13 september 2021 nam de Raad de motie 2021-09-20a “Doelen deelplan Wet maatschappelijke ondersteuning en Volksgezondheid” aan. In deze motie staat dat de Raad het college opdraagt om deze raadsperiode de beoogde resultaten in het deelplan te voorzien van meetbare start- en streefwaarden. Met meetbare start- en streefwaardes kan de Raad haar kaderstellende en controlerende rol beter uitvoeren. Ook schept het de mogelijkheid om tijdig eventuele knelpunten te signaleren en mogelijk bijstelling van beleid te realiseren. Start- en streefwaardes in groene en rode blokjes Om tegemoet te komen aan de motie stellen wij hieronder in deze memo voor de doelen in het deelplan streefwaardes vast. De startwaardes waren al opgenomen in het deelplan. De streefwaardes zijn door middel van blokjes toegevoegd aan de bekende startwaardes. Hieronder volgt eerst een voorbeeld en uitleg.
Voorbeeld en uitleg Doel 3.5.1 uit het deelplan Wmo/Volksgezondheid: In 2026 is het percentage mantelzorgers dat zich soms of vaak belemmerd voelt in zijn of haar dagelijkse activiteiten door het geven van zorg aan een ander gelijk of lager dan in 2020. 28 29 30 31 32 De startwaarde is dikgedrukt en onderstreept.
33
Groen betekent streefwaarden behaald. Groen is de streefwaarde en weerspiegelt het beoogde resultaat (een waarde om naar toe te streven). Rood betekent streefwaarden niet behaald of niet realistisch. Bij rood is het behaalde resultaat (1) niet behaald of (2) niet realistisch. (1) Rood is niet goed, omdat er sprake is van achteruitgang. Dat betekent in het voorbeeld hierboven dat in de toekomst meer mantelzorgers (32 of 33 procent) zich soms of vaak belemmerd voelt in zijn of haar dagelijkse activiteiten door het geven van zorg aan een ander. (2) Rood kan ook staan voor niet realistisch. Niet realistisch steunt op twee gedachten: 1. Het rechtstreekse effect van ingezette maatregelen (causaal verband) is in het sociaal domein altijd moeilijk meetbaar. Ook andere factoren (zoals samenstelling en sociaal en cultureel kapitaal van de bevolking, arbeidsmarkt) verklaren in bepaalde gevallen de effectiviteit. Andere factoren in de sociale context van onze inwoners zoals conjunctuur in de economie of life events die de directe koopkracht of zelfredzaamheid van onze inwoners beïnvloeden (zoals scheiding of werkloosheid) hebben individueel een grotere invloed op de levensomstandigheden dan beleid dat kan hebben. Bewustzijn hierover maakt ons beleid realistisch. Een te grote focus op
data in causaal verband met doelen en resultaten maakt de invloed van ons beleid groter dan wij objectief kunnen aantonen. Met de geformuleerde doelen in de deelplannen spreken we dus een gewenste ontwikkeling uit (streefwaardes). Door periodiek consistente gegevens te presenteren willen we dat de lijn een bepaalde trend laat zien, afhankelijk van het gestelde doel, zodat de raad haar controlerende taak uit kan voeren. 2. Bij SMART gaat het ook om de “R” van Realistisch. Daarom geven de blokjes aan dat een te grote groei of daling in samenwerking met de hierboven geschetste invloed van ons lokale beleid niet realistisch is. In het voorbeeld over mantelzorg is dat 28 procent. Wij achten deze daling niet realistisch. Vervolg: integrale afweging is cruciaal - dashboard Sociaal Domein Deze memo over streefwaardes kan niet los gezien worden van de in het beleidsplan sociaal domein vastgestelde ambitie van een integraal dashboard sociaal domein voor monitoring en bijsturing. In het beleidsplan sociaal domein staan resultaat gericht werken en efficiëntie als uitgangspunten benoemd. Een integrale afweging en interpretatie van data is cruciaal bij goede hulpverlening in het sociaal domein. Dit vraagt om een overzicht van data van alle wetten uit het sociaal domein in een digitaal dashboard.
Het dashboard Sociaal Domein is een digitaal instrument dat informatie van verschillende informatiebronnen (zoals van front-, backoffice en regiesystemen) combineert tot één overzichtelijk dashboard. Streefwaardes en startwaardes per doel Uit het deelplan Wmo/Volksgezondheid: De volgende resultaten beogen wij met dit beleid te bereiken: 3.1 Inwoners zijn zelfredzaam. 3.2 Inwoners hebben een gezonde leefstijl. 3.3 Ouderen zijn goed voorbereid op langer gezond en zelfstandig wonen. 3.4 Een toekomstbestendige gezondheidszorg in Noordelijk Flevoland. 3.5 Mantelzorgers en vrijwilligers zijn ondersteund. 3.6 Inwoners die dat nodig hebben zijn passend ondersteund. 3.7 Inwoners met complexe problematiek krijgen passende ondersteuning. 3.8 Een effectieve beschermingsketen bij de aanpak van huiselijk geweld. 3.9 Wij houden toezicht op kwaliteit en rechtmatigheid. 3.10 Het Wmo- en Volksgezondheidbeleid past binnen de financiële kaders. 3.1 Inwoners zijn zelfredzaam.
Doel 3.1.1 In 2026 is de sociale cohesie in wijken en dorpen versterkt 6,6 6,7 6,8 6,9 7 7,1 Doel 3.1.2 In 2026 zijn meer inwoners tevreden over voorzieningen in het voorliggend veld 52 53 54 55 56 57 Doel 3.2.1 In 2026 is er een stabilisatie in het percentage inwoners van Noordoostpolder dat zich gezond voelt en een gezonde leefstijl heeft 81 82 83 84 85 86 Doel 3.2.2 In 2026 is het percentage inwoners dat rookt gestabiliseerd 17 18 19 20 21 22 In 2026 is het percentage inwoners dat gezond gewicht heeft gestabiliseerd 49 50 51 52 53 54
Doel 3.2.3 In 2026 is het percentage inwoners in Noordoostpolder dat zich emotioneel eenzaam voelt gedaald 20 21 22 23 24 25 In 2026 is het percentage inwoners in Noordoostpolder dat zich eenzaam voelt gedaald 21 22 23 24 25 26 Doel 3.3.1 In 2026 is er een toename in het percentage inwoners dat een goede gezondheid ervaart 81 82 83 84 85 86 Doel 3.3.2 In 2026 is een afname in het percentage ouderen dat zich weleens onveilig voelt in zijn woonomgeving 7 8 9 10 11 12 Doel 3.5.1 In 2026 is het percentage mantelzorgers dat zich soms of vaak belemmerd voelt in zijn of haar dagelijkse activiteiten door het geven van zorg aan een ander gelijk of lager dan in 2020.
28 29 30 31 32 33 Doel 3.5.2 In 2026 is het percentage inwoners dat de afgelopen 12 maanden vrijwilligerswerk heeft gedaan hoger dan in 2020 46 47 48 49 50 51 Doel 3.6.1 In 2026 is het percentage inwoners die een Wmo-voorziening hebben ontvangen en het (helemaal) eens met het antwoord op de stelling; "De ondersteuning die ik krijg past bij mijn hulpvraag" gelijk of hoger dan in 2020 87 88 89 90 91 92 Doel 3.6.2 In 2026 is het percentage inwoners die een Wmo-voorziening hebben ontvangen en het (helemaal) eens met de stelling "Door de ondersteuning die ik krijg, kan ik beter de dingen doen die ik wil." hoger dan in 2020 64 65 66 67 68 69 Doel 3.8.1 In 2026 zijn minder inwoners het slachtoffer van huiselijk geweld (aantal zorgmeldingen bij Veilig Thuis) 90 100 110 116 120 130 NB: Sommige doelen uit het deelplan zijn kwalitatief van aard, en dus niet kwantitatief meetbaar.