D08 00 Collegereactie op B04 e-mail inwoner - Aanbesteding WMO ambulante begeleiding.pdf
Tekst van het document
Collegereactie - Naar aanleiding van het in de raadsvergadering van 17 maart 2022 geagendeerde ingekomen stuk B04 – Een op 10 maart ingekomen mail (2022031466367) van inwoner betreffende aanbesteding SLZ Wmo ambulante begeleiding
Allereerst is het goed te benoemen dat de genoemde brief, geadresseerd aan college en raad ook rechtstreeks aan de ambtelijke organisatie is gericht (Zaak 2022030765950). Als ambtelijke organisatie is hier initiatief op genomen. In brief worden een aantal bezwaren/ knelpunten benoemd ten aanzien van de aanbesteding WMO. De aandachtspunten zijn o.a. beperking van keuzevrijheid, het niet contracteren van kleine aanbieders, het niet tot stand komen van onderaannemerschap en daarmee de verplichting tot het kiezen van nieuwe aanbieder voor cliënten. Constaterend dat genoemde punten niet een volledige weergave van de praktijksituatie zijn en ook een verschil van persoonlijke visie en gemeentelijk beleid betreffen. Is op 14 maart 2022 een persoonlijk gesprek met de schrijver geïnitieerd. Op 21 maart 2022 heeft het gesprek tussen inkoop en beleid van de gemeente Noordoostpolder en de schrijver en diens ambulant begeleider plaatsgevonden. In dit gesprek zijn de aandachtspunten beluisterd, onvolledige constateringen verhelderd en zijn de beleidsmatige keuzes en uitgangspunten van de gemeente toegelicht. Waarbij ook aangegeven is dat enkele constateringen van de schrijver, juiste, maar beleidsmatig bewuste overwegingen zijn. Aanvullend op de brief had de schrijver nog een enkel individueel aandachtspunt, wat nader door ons uitgezocht moest worden.
De terugkoppeling op deze vraag heeft op 24 maart telefonisch plaatsgevonden en is per mail dezelfde dag door ons kort bevestigd. Ter afsluiting van het gesprek van 21 maart 2022 is expliciet gevraagd hoe het gesprek ervaren is, of men zich gehoord voelde. En of alles wat de schrijver wilde delen, gedeeld is en kon worden. De schrijver (zichtbaar geëmotioneerd) voelde zich gehoord, wetende dat dit de situatie niet zou doen veranderen en sprak de hoop uit de terugkoppeling op het openstaande punt te ontvangen. Inhoudelijke toelichting In de brief worden een aantal punten benoemd. Dit zijn onder andere de beperking van de keuzevrijheid, het niet contracteren van kleine aanbieders en het niet tot stand komen van hoofd- en onderaannemerschap. Het is juist dat het aantal gecontracteerde partijen is afgenomen door deze aanbesteding. Dit is in lijn met de uitgangspunten zoals deze in paragraaf 3.3 van het beleidsplan Sociaal Domein beschreven staan. Hierin wordt aangegeven dat we met minder aanbieders werken aan een kwalitatief goed en overzichtelijker zorglandschap, met minder aanbieders. Waarbij er oog is voor voldoende keuzevrijheid. Dit leidt tot verminderde keuzevrijheid ten opzichte van de oude situatie, maar er is nog altijd sprake van keuzevrijheid. Als het natura aanbod voor de inwoner niet toereikend is, of als onvoldoende passend wordt ervaren.
Kan de inwoner, in geval van eigen dan wel in het netwerk georganiseerde PGB-vaardigheid, zelf zorg inkopen met een PGB. Wat leidt tot een verruiming van de keus van de inwoner en/of de mogelijkheid om bij zijn of haar huidige aanbieder te blijven. Vanwege laatstgenoemde wordt daarom voor de korte termijn ook rekening gehouden met een toename van het aantal PGB’s.
De selectie van de gecontracteerde ZiN partijen heeft plaatsgevonden op basis van de kwaliteit van de ingediende stukken. Waarbij dient te worden aangegeven dat het volume waarmee is ingeschreven door aanbieders sterk verschilt en geen rol speelt. Zo zijn er ook “grote aanbieders” qua naam gecontracteerd, die met een aangeboden volume zorg hebben ingeschreven dat vergelijkbaar of kleiner is met een “kleine aanbieder”. Wel is de professionaliteit van de organisatie van invloed op de kwaliteit inschrijving en daarmee de uitkomst. Voor partijen die niet gecontracteerd zijn, geldt dat men een onderaannemerschap kan aangaan. Dit is door een aantal partijen gedaan. Echter dit is niet iedere partij, waaronder ook de partij van de schrijver, gelukt. De oorzaak hiervan kan verschillend zijn. Soms voorziet men niet in te kunnen staan voor de kwaliteit van de geleverde dienst door een onderaannemer. En in sommige gevallen heeft men zelf alsnog voldoende capaciteit, kennis en kunde beschikbaar om aan de zorgvraag te voldoen. Ook wordt aangestipt dat onderzoek met betrekking tot de kwaliteit van de geleverde zorg noodzakelijk is. Dit delen wij en daarom is dit ook een onderdeel van het resultaatgerichte werkproces. De “som van de uitkomsten” van de individuele werkprocessen geven daardoor een beeld van het algeheel presteren van de zorgorganisatie.