D05 01 Definitief Voorstel vervolgstappen IZA Flevoland apr 2024.pdf
Tekst van het document
Vervolgstappen in het kader van IZA-traject Flevoland April 2024 Versie 1.1 (met de laatste aanpassingen n.a.v. bestuurlijk gesprek op 26 april 2024)
1
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Inleiding
pag. 3
Hoofdstuk 2: Organisatievormen en de huidige inzet en energie
pag. 6
Hoofdstuk 3: Hoe werken we samen in Flevoland?
pag. 12
Hoofdstuk 4: Eerste stappen
pag. 18
Bijlage I: Nadere toelichting initiatieven
pag. 22
Bijlage II: Toelichting op de rol van gemeenten en Zilveren kruis
pag. 24
2
1. Inleiding 1.1 Achtergrond Conform de opdracht van VWS is er, in het kader van het Integraal Zorg Akkoord (IZA), in de eerste helft van 2023 een Regiobeeld ontwikkeld voor 5 van de 6 gemeenten van Flevoland1. Het Regiobeeld bevat informatie over gezondheid en zorg en geeft op basis van data de belangrijkste knelpunten in Flevoland weer. Naast zorg-inhoudelijke en maatschappelijke opgaven wordt er in het Regiobeeld Flevoland ook aandacht gevraagd voor het feit dat de zorginfrastructuur in de regio Flevoland relatief jong is. In het najaar van 2023 is er door vele partijen samengewerkt aan het IZA regioplan Zorgzaam Flevoland. Het Regioplan is een richtinggevend stuk waarin de prioritaire opgaven en de ambitie staan verwoord. De ambitie zoals geformuleerd in het regioplan richt zich niet alleen op transformatie van het aanbod van ondersteuning en zorg, maar nadrukkelijk ook op een transformatie van de zorgvraag en -behoefte. Kort samengevat luidt die ambitie: 1. We creëren draagkrachtigere gemeenschappen, én; 2. We creëren toegankelijker aanbod van ondersteuning, hulp en (medische) zorg voor inwoners die dat echt nodig hebben. Ook beschrijven we in het regioplan op welke inhoudelijke thema’s professionals én inwoners een verschil willen maken in Flevoland als het gaat om gezondheid, ondersteuning en zorg.
Deze bouwstenen2 en fundamenten3 (randvoorwaarden) kunnen niet los van elkaar worden gezien en zouden idealiter in samenhang moeten worden vormgegeven. De ambitie, bouwstenen en fundamenten in het Regioplan worden door de diverse bestaande samenwerkingsverbanden (h)erkend en een aantal hebben op sub-regionaal of lokaal niveau al een plek in bestaande initiatieven.
1
In een eerder stadium is men overeengekomen dat gemeente Zeewolde zich voor het IZA aansluit bij de Veluwe. Dit i.v.m. historisch opgebouwde samenwerkingsafspraken met de Veluwe. 2 Denken en doen vanuit Positieve Gezondheid; Wijkgericht werken in een toegankelijk aanbod; Zorgzame, draagkrachtige gemeenschappen in wijken en buurten; Proactief en tijdig werken aan gezondheid en welzijn; Samen slimmer coördineren van ondersteuning en zorg; Slim inzetten van toegankelijke technologie en hulpmiddelen; Sterkere basisvaardigheden en individuele basis; en Eenduidige & begrijpelijke taal en communicatie. 3 Toekomstbestendige arbeidsmarkt Zorg & Welzijn; Digitale gegevensuitwisseling en gegevensbescherming; Gezonde leefomgeving; Datagedreven werken aan gezondheid en zorg; Domeinoverstijgend samenwerken; en Maatschappelijke dialoog: we nemen iedereen mee.
3
Overzichtsplaat bouwstenen en oplossingsrichtingen uit Regioplan Flevoland
4
1.2 Huidige stand van zaken In 2024 willen we een concretisering van de beweging die hierboven is beschreven. Begin 2024 hebben bestuurders van de Verbindende Coalitie het programmateam verzocht om een passende vorm te vinden (eerder ook wel structuur genoemd) voor die concretiseringslag. Hoe werken we aan deze concretiseringslag op een manier die comfort biedt aan de betrokken partijen? Daarbij is genoemd dat we de stap willen zetten naar ‘doen’; met bestaande initiatieven en sub-regionale samenwerkingsverbanden als vertrekpunt en met bredere (regionale) samenwerking waar dat meerwaarde heeft. Let wel: de term ‘sub-regionaal’ wordt in deze context niet bedoeld als een strak afgebakend geografisch gebied maar representeert een schaal waarop samenwerking op natuurlijke wijze vorm krijgt en kan dan ook per thema verschillen. Op 26 april 2024 bespreken we in de Verbindende Coalitie of de vorm zoals in dit voorstel is uitgewerkt, voldoende aansluit bij de beelden van betrokken partijen. Bij akkoord starten we de vervolgfase in het IZA-traject en faciliteren we conform dit voorstel partijen om door hen geprioriteerde speerpunten te concretiseren en daarbij expliciet aandacht te hebben voor de bouwstenen en fundamenten. Op die manier stimuleren we dat er in de regio meer gelijkgericht wordt (samen)gewerkt aan draagkrachtigere gemeenschappen én toegankelijkere ondersteuning en zorg.
5
2. Organisatievormen en de huidige inzet en energie In het recent verschenen artikel “Heading for health policy reform: transforming regions of care from geographical place into governance object” stellen Nederlandse onderzoekers “dat ’de regio’ steeds meer wordt gezien als een veelbelovende plaats om zorgnetwerken te organiseren als antwoord op, onder andere, toenemende arbeidsmarkttekorten. Tegelijkertijd is de regio als plaats van zorg verre van ontwikkeld en conflicteert het met een beleidsparadigma geënt op gereguleerde concurrentie”. (Bron Skipr: De regio als plek voor zorg is nog verre van ontwikkeld.) Dit artikel benoemt de zoektocht die onder andere ook in Flevoland gaande is als het gaat om een passende vorm waarin we een vervolgstap kunnen zetten. Extra aandachtspunt voor onze ‘regio’ ten opzichte van andere regio’s in Nederland is dat Flevoland wordt gekenmerkt door samenwerkingsverbanden op basis van het bedieningsgebied van zorgorganisaties en structuren waarvan de oorsprong buiten Flevoland ligt. Denk daarbij aan het bedieningsgebied van een aantal ziekenhuizen, de ROAZ-indeling of de zorgkantoorindeling. Er zijn op dit moment nog geen organisatievormen (structuren) die echt goed aansluiten bij de opgave om op de schaal van een geografisch ingedeelde regio zoals Flevoland tot transformatie te komen.
In lijn met wat er ook in andere regio’s gebeurt, benutten we daarom de kennis die er is over samenwerken en netwerkvorming om te komen tot een passende vorm. Deze kennis (zie: theoretisch kader) combineren we met de noties die de betrokken partijen in de Verbindende Coalitie hebben genoemd in het kader van gesprekken over structuur en vorm (zie 2.1) én de informatie die is opgehaald bij een aantal transformatie-initiatieven in Flevoland, te weten Het Vlie en Positief Gezond Almere (PGA) (zie 2.2). Over de twee genoemde initiatieven is in de bijlage uitgebreidere informatie te vinden.
6
Theoretisch kader: het ontstaan van een netwerk rondom een gezamenlijke opgave Netwerken georganiseerd rondom een opgave vormen zich naar aanleiding van een kans en zijn gericht op een gezamenlijke beweging. Het netwerk zorgt voor functionele en tijdelijke verbindingen tussen partijen en mensen die betrokken zijn bij de gezamenlijke opgave. De samenwerking biedt op die manier de mogelijkheid voor sociale interactie, maar ook een basis voor uitwisseling van kennis en ervaring tussen de leden van het netwerk. Het inrichten van effectieve leerprocessen draagt bij aan het functioneren van het netwerk. Het is daarbij belangrijk dat samenhang tussen de verschillende initiatieven binnen het netwerk wordt georganiseerd. Het organiseren van het samenwerken en zorgdragen voor een goed leerklimaat zijn eerste stappen die gezet kunnen worden. (Bron: Common Eye) Het organiseren van netwerken rondom een gezamenlijke opgave kent een grote mate van onbekendheid en onzekerheid. Dit komt voort uit het feit dat de gezamenlijke opgave gericht is op het maken van een transitie, welke geen vooraf bekend resultaat kent. Partijen nemen deel op onderwerpen en thema's, maar niet op allemaal. Partijen nemen soms intensief deel (bijvoorbeeld bestuurlijke trekkers) of volgen ontwikkelingen op afstand. Deze onbekendheid en verschillen in positie zorgen voor het ervaren van weinig controle.
We kennen een aantal organiseer principes die kunnen bijdragen aan het creëren van overzicht en samenhang, en daarmee aan het gevoel van controle. Prof. Dr. Patrick Kenis (hoogleraar University of Tilburg o.g.v. Organizational Design) schetst daarbij uitgangspunten, die overeenkomen met de leidende principes die vanuit de Verbindende Coalities zijn benadrukt. Hij stelt dat voor het succesvol organiseren van een netwerksamenwerking het onder andere van belang is om: • • • • •
De ambitie voorop te zetten en niet de prestaties; Diversiteit van actoren en verbindingen toelaten (verschil mag er zijn, we zijn niet alomvattend); Vanuit een breed en open platform de samenwerking vorm te geven; De ambitie en gezamenlijke opgave staan centraal (inzet op decentrale sturing, regionale sturing volgt uit decentrale behoefte); Faciliteer de samenwerking en het gezamenlijk leren (bijvoorbeeld vanuit een netwerkbureau).
Daarnaast zien we dat organisaties die deelnemen in een netwerk ook een eigen positie, belang en strategie hebben. Hoe verhoudt dat zich tot het netwerk en tot de gezamenlijke opgave? Een perspectief van waaruit je naar de deelname van organisaties kunt kijken is het ecosysteem perspectief (Van Bekkum, 2023). Het ecosysteem perspectief kenmerkt zich door een duidelijke opvatting over wat organisaties succesvol maakt én hoe zij een bijdrage leveren aan de maatschappelijke opgave. Dit perspectief plaatst een organisatie als lid van een groter geheel van andere organisaties, inwoners en partijen die eigen doelen en belangen hebben; en in het geheel van collectieve verantwoordelijkheden om het ecosysteem gezond en werkbaar te houden. Daarvoor moeten partijen niet alleen naar hun eigen doelstellingen kijken, maar in samenspel met andere organisaties in het grotere geheel. (Bron: Kaats, De Caluwé, 2023)
7
2.1 Samenwerking in Flevoland: focus op van elkaar leren en inspireren Tijdens de gesprekken met de Verbindende Coalitie geven betrokken partijen een aantal belangrijke noties mee. Zo is als uitgangspunt genoemd dat, wat we regionaal organiseren, de sub-regionale of lokale inzet moet ondersteunen en versterken. Op dit moment zien de partijen in Flevoland regionaal vooral meerwaarde in het van elkaar leren en elkaar inspireren om de transformatie-beweging verder uit te breiden. Het initiatief en de verantwoordelijkheid voor actie -ofwel de uitwerking tot concrete doelstellingen (in een werkagenda) en de uitvoering daarvanliggen in de sub-regio’s en bij de (bestaande) decentrale samenwerkingsverbanden. Maar: we willen we de opgedane kennis en ervaring van bestaande initiatieven in de regio als geheel beter benutten; we willen voorkomen dat er op verschillende plekken in Flevoland wordt gewerkt aan ‘het wiel opnieuw uitvinden’. Waar nodig willen we elkaar binnen de regio ook helpen en steunen in de transformatiebeweging. En daar waar dat efficiënt is, willen we uniformiteit.
We vinden het daarom ook belangrijk om overzicht en samenhang op schaal van de regio te creëren: op welke wijze wordt er aan welke thema’s gewerkt en hoe organiseren we uitwisseling zo effectief mogelijk? En we willen elkaar informeren over relevante ontwikkelingen op het gebied van geboden ondersteuning en zorg zodat we elkaar niet onbedoeld verrassen bij veranderingen in het aanbod. Onderdeel daarvan is ook dat we zaken waar mogelijk regionaal uniformeren; om te voorkomen dat zorg- en welzijnsorganisaties in elke gemeente of sub-regio volgens een andere werkwijze en/of criteria moeten werken. Deze noties leiden tot een aantal uitgangspunten zoals uitgewerkt in hoofdstuk 3.1.
2.2 Huidige inzet en energie in de regio als vertrekpunt De initiatieven Het Vlie en PGA zijn jaren voor aanvang van het IZA gestart. Het Vlie richt zich op het inzetten van de zorgtransformatie voor inwoners van de gemeenten Noordoostpolder en Urk. PGA richt zich op inwoners van Almere. Een nadere uitwerking van de werkwijze en structuur van beide initiatieven vindt u in de bijlage. Beide samenwerkingsverbanden zijn ingericht als organisatienetwerk: iedere deelnemende partij brengt specifieke kennis, expertise en menskracht mee en samen zijn zij in staat een ander resultaat te bereiken dan individueel. Beide organisatienetwerken vormen een plek waar partijen (sub-regionaal) afspraken kunnen maken over te bieden zorg en ondersteuning, waar men elkaar informeert over de voortgang op samen gekozen speerpunten en waar men samen knelpunten adresseert. En ze bieden aan zorgpartijen, sociaal domein en gemeenten een duidelijke plek waar men op passende schaal informatie uitwisselt ten behoeve van de toegankelijkheid van zorg voor inwoners. Verschillende partijen uit de Verbindende Coalitie benoemen dat een dergelijke opzet (een organisatienetwerk) voor inwoners van Lelystad en Dronten op dit moment ontbreekt en dat er behoefte is en energie ontstaat om een vergelijkbare structuur op te zetten (zie ook hoofdstuk 4).
Inhoudelijk richten zowel Het Vlie als PGA zich op de verbinding tussen verschillende vormen van zorg en ondersteuning én het sociaal domein. Ieder op een wijze die past bij die specifieke subregio van Flevoland. Beide initiatieven onderschrijven dat afschaling van zorg, van de tweede lijn naar eerste en uiteindelijk nulde lijn, alleen slaagt als we het complete aanbod anders vormgeven. PGA stelt daarbij de uitgangspunten van Positieve Gezondheid centraal en richt zich onder andere op het versterken van de samenwerking informele zorg, sociaal en medisch domein, 8
het dichtbij huis organiseren van zorg, zorgcoördinatie en digitale gegevensuitwisseling. Het Vlie combineert de focus op samenwerking met het realiseren van nieuwbouw om daarmee de gezamenlijke visie te ondersteunen en te faciliteren. Het Vlie richt zich onder andere op het versterken van de samenwerking tussen het sociaal en (medische) zorgdomein, zorgcoördinatie, het efficiënt en integraal inzetten van beschikbare (zorg)professionals en inzet van technologische oplossing. Daarmee ligt het vertrekpunt van Het Vlie wat meer binnen het medisch domein. Zij hebben bij de uitwerking nadrukkelijk oog voor gerelateerde arbeidsmarktvraagstukken. Vanuit de bestaande initiatieven Het Vlie en PGA is er de wens is om binnen de regio kennis te delen en elkaar (meer) te inspireren op een aantal thema’s/vraagstukken. Het Vlie ziet bijvoorbeeld uitdagingen rond integrale bekostiging. Vanuit PGA wordt benoemd dat uitdagingen zitten in het feit dat transformatie vraagt om een combinatie van veranderingen binnen het systeem én in gedrag (en bewustwording) van professionals en inwoners. Ook bij PGA is financiering een punt van aandacht, evenals een goede balans in beschikbare capaciteit voor het vormgeven van transformatie terwijl ondersteuning en zorg geleverd moeten worden. Transformeren vraagt om kleine stappen en experimenteerruimte; inclusief de kans op falen.
Ook in Lelystad en Dronten lopen er diverse mooie programma’s en projecten gericht op (zorg)transformatie. In deze ‘subregio’ wordt echter samenhang en overzicht gemist en is er behoefte aan een structuur/organisatienetwerk die dat ondersteunt. In lijn met een aantal (zorg)organisaties zien we daarom meerwaarde in het faciliteren/organiseren van een samenwerkingsverband gericht op inwoners van Lelystad en Dronten.
2.3 Samenvattend •
•
•
De sub-regionale opzet (of: de decentrale inrichting) van de genoemde initiatieven past bij Flevoland; het biedt de betrokken partijen een (organisatie)netwerk waarin zij overzicht, samenhang en daadkracht kunnen organiseren passend bij hun inwoners en bedieningsgebied. De energie om concrete doelstellingen te formuleren en uit te werken, zit in de sub-regio’s. We willen hierbij benadrukken dat de transformatiebeweging zich niet beperkt tot de in 2.2 genoemde initiatieven. Er zijn vele programma’s, projecten etc. waar men zich inzet voor (onderdelen van) de transformatie en waarvan speerpunten/thematiek aansluit bij de in het Regioplan genoemde ambities en bouwstenen. Denk bijvoorbeeld aan Gezond Op Urk, Versterken Eerste Lijn Flevoland of Flevoland Gezond & Wel. Er is geen behoefte is aan regionale sturing. De energie en daadkracht voor een uitwerking tot concrete doelstellingen (in een werkagenda) en de uitvoering daarvan zit in de sub-regio’s. Maar er is wel behoefte aan verbinding, overzicht en samenhang met als doel: van elkaar leren en inspireren. En eventueel samen optrekken om knelpunten op de juiste tafels te agenderen (gezamenlijke of gelijkgerichte lobby).
9
• •
Voor de ‘sub-regio’ Lelystad en Dronten is er behoefte aan ondersteuning op het prioriteren van gezamenlijke speerpunten en organiseren van een passende structuur (organisatienetwerk). Voor de ‘sub-regio’ Noordoostpolder en Urk is nu naar het initiatief van Het Vlie gekeken. Het Vlie is ruim voor het IZA opgestart en sluit hier goed op aan, maar heeft logischerwijs wel een ander vertrekpunt. Zo ligt voor (partners van) Het Vlie de nadruk op zorggerelateerde ambities. Geredeneerd vanuit de ambities in het Regioplan is het waardevol om bij relevante partijen in deze sub-regio op te halen welke behoefte er is om een breder vertrekpunt te nemen voor de concretisering en uitwerking van het (gehele) regioplan.
De punten in de bovenstaande samenvatting sluiten aan bij het eco-systeem perspectief (ter illustratie: zie onderstaand figuur). Een perspectief waarin we ‘de regio’ Flevoland beschouwen als een systeem waarin we de wederzijdse afhankelijkheden gaandeweg steeds beter in beeld krijgen. Een eco-systeem wordt bij voorkeur niet of nauwelijks aangestuurd (lichte vorm van governance) maar dient wel gefaciliteerd te worden. Dat wil zeggen dat er een overzichtelijk aantal spelregels is afgesproken en er een plek is/een aantal mensen zijn die ervoor zorgt/zorgen dat we overzicht, samenhang en van elkaar leren daadwerkelijk organiseren. Een plek waar wordt geregeld dat, indien nodig, inspiratie en kennis van buiten de regio wordt betrokken, dat daarover helder wordt gecommuniceerd en dat kansen worden benut om zaken te verbinden en daarmee te versnellen of versterken. We stellen voor om de vervolgstappen voor het IZA vanuit dit eco-systeem perspectief in te richten. Binnen het eco-systeem organiseren we leernetwerken en ondersteunen we de bestaande of nieuw op te zetten organisatienetwerken.
Figuur Eco-systeem: Prof. Dr. Patrick Kenis (hoogleraar University of Tilburg) 10
Op deze manier blijft het initiatief, aansturing en de verantwoordelijkheid voor concretere uitwerking in de sub-regio’s en de daar aanwezige samenwerkingsverbanden. Maar faciliteren we wel meer gelijkgerichtheid en kunnen de bestaande initiatieven en sub-regionale samenwerkingsverbanden als vliegwiel fungeren voor regionale samenwerking op relevante thema’s. We stimuleren dat concrete voorbeelden en werkzame elementen op verschillende niveaus in de regio worden gedeeld. Waar dat voor volgens betrokken partijen meerwaarde heeft, organiseren we uniformiteit in werkafspraken. Knelpunten kunnen via de Verbindende Coalitie op regionaal niveau worden geagendeerd en eventueel gezamenlijk worden opgepakt. Bijvoorbeeld in de vorm van een regionale lobby of door in de regio gezamenlijk oplossingen te bedenken die vervolgens lokaal of sub-regionaal verder ingekleurd en uitgevoerd worden.
11
3. Hoe werken we samen in Flevoland? In dit hoofdstuk lichten we toe hoe bovengenoemde vorm er concreet uit ziet. Op verzoek van de betrokken partijen in de Verbindende Coalitie zijn er een aantal spelregels voorgelegd en besproken tijdens het overleg van de Verbindende Coalitie op 26 april 2024. Op basis van consent bij deelnemende partijen zullen onderstaande spelregels worden gehanteerd en verder uitgewerkt. 3.1 Wat is belangrijk voor het netwerk Zorgzaam Flevoland? In de diverse bijeenkomsten van de Verbindende Coalitie hebben we ons uitgesproken over wat we echt belangrijk vinden. Dit staat in Hoofdstuk 2 al kort beschreven. Hoewel we kijken vanuit verschillende perspectieven is er een gemeenschappelijk beeld met betrekking tot: • • • • •
•
De regionale samenwerking is gericht op leren en inspireren, om vanuit daar de transformatie vorm te geven. Door te ontmoeten en samen te leren ontstaat samenhang en overzicht. We organiseren beide, het leren en de samenhang, op drie niveaus: rondom bestuurlijke vraagstukken, rondom (lokale) initiatieven én thema gericht. Dit zijn als het ware verschillende arena's waar de samenhang kan ontstaan. De samenwerking gaat uit van natuurlijke samenwerkingsverbanden, daar waar de transitiebeweging al is ingezet en waar energie zit. De structuur wordt georganiseerd op thema's die aansluiten bij de ambitie van het netwerk; o Draagkrachtige inwoners o Toegankelijke en beschikbare zorg. Partijen die aansluiten bij het netwerk doen mee en participeren actief binnen initiatieven die een plaats hebben binnen het netwerk.
Dit leidt tot een structuur die is opgebouwd uit de volgende elementen: • Ontmoeten, inspireren; • De krachten bundelen; • Samenhang en overzicht. In onderstaand kader worden deze elementen nader toegelicht. Als je voor de samenwerking in het netwerk de in Hoofdstuk 2 genoemde uitgangspunten combineert met de principes van de Verbindende Coalitie krijg je een netwerkorganisatie waarbij alle betrokken organisaties de wens delen om gezamenlijk te leren. In een aantal decentrale initiatieven kan de transformatie verder worden ontwikkeld. Omdat niet alles tegelijk en in hetzelfde tempo plaatsvindt wordt het gezamenlijk leren gefaciliteerd in Leercafés. Vanuit een (klein) netwerkbureau wordt dit gecoördineerd. Met de intrede van een netwerkbureau eindigt de rol van het huidige Programmateam. Nadrukkelijk spelen alle betrokken organisaties zelf ook een rol in het regionale leren. 12
Ontmoeten, inspireren en leren Van elkaar leren en inspireren vormen het uitgangspunt voor onze structuur. Ieder initiatief is weer een netwerk op zich. De initiatieven zijn op dit moment actief op verschillende thema’s. Bij deze thema’s zijn verschillende organisaties betrokken. Wanneer thema’s in meerdere initiatieven voorkomen, kunnen leerateliers (of leercafés) worden georganiseerd. Hier ontmoeten we elkaar en kunnen we per thema van elkaar leren en elkaar inspireren. De krachten bundelen In de Verbindende Coalitie is aangegeven dat de energie in de regio zit in het bundelen van de krachten op het gebied van regionale lobby, om een aantal complexe vraagstukken (landelijk) goed voor het voetlicht te brengen, bijvoorbeeld in het gesprek over bekostiging. Doordat we ons richten op dat wat we al doen om verandering teweeg te brengen is het goed denkbaar dat er op termijn andere thema's zijn, waarop we in de regio samen op willen trekken. Wat we nu met elkaar neerzetten, biedt daar ruimte voor. Samenhang en overzicht De Verbindende Coalitie informeert elkaar over wat er speelt in de initiatieven. Wanneer thema’s elkaar raken bespreken wij of we deze in gezamenlijkheid willen oppakken om zo onze krachten te bundelen. Dit biedt naast ontmoeten, de mogelijkheid om van elkaar te leren en elkaar te versterken.
In het breed netwerkoverleg komt iedereen die betrokken is bij het netwerk jaarlijks bijeen voor inspiratie. Het netwerkbureau zorgt voor samenhang en overzicht tussen de initiatieven (o.a. door het verzamelen van monitoring van de initiatieven) en organiseert waar gewenst leercafés. Daarbij inventariseren zij eventuele thema’s waarop we in gezamenlijkheid de krachten willen bundelen. 13 Als er een netwerk van leren ontstaat, ontstaat er mogelijk ook ruimte voor andere initiatieven, met activiteiten die aansluiten bij de gezamenlijke opgave en/of die een plek hebben in het regioplan. Dit is in de lege vlakken in de schematische weergave opgenomen.
3.2 Rollen De samenwerking Zorgzaam Flevoland kenmerkt zich door een lichte structuur. Een aantal zaken, zoals samenhang en overzicht, moet echter worden geregeld om het ontmoeten, inspireren, van elkaar leren en waar gewenst bundelen van de krachten mogelijk te maken. De volgende rollen ondersteunen het proces om tot samenhang en overzicht te komen. Een gedeelte van deze rollen wordt reeds uitgevoerd binnen de bestaande initiatieven. Deze rollen komen door het netwerk met elkaar in verbinding, worden mogelijk verrijkt en wellicht hernoemd tot onderstaande. Hierna worden de volgende rollen verdere toegelicht: o o o o o o
Kwartiermaker Lid Verbindende Coalitie Netwerkcoördinator/netwerkbureau Deelnemer agendaoverleg Bestuurlijke trekker Deelnemer aan breed netwerkoverleg
Toelichting rollen In de decentrale initiatieven zijn op dit moment kwartiermakers of projectleiders verantwoordelijk voor de coördinatie binnen de (bestaande) initiatieven. Om samenhang te organiseren zal een aantal mensen die nu in de sub-regio's actief zijn met elkaar gaan uitwisselen wat waar gebeurt. Indien hier raakvlakken zijn binnen een thema, kan de verbinding versterkt worden in leercafés (zie ook H4). De netwerkcoördinator (zie onder) draagt zorg voor het verbinden tussen de decentrale initiatieven en identificatie van gezamenlijke thema's. Overzicht en samenhang wordt gerealiseerd in de Verbindende Coalitie, een lid van de Verbindende Coalitie is bestuurder uit één van de betrokken organisaties (zie ook 3.1 en 3.3) Om in de Verbindende Coalitie overzicht te houden is coördinatie nodig. Een netwerkcoördinator kan, vanuit het netwerkbureau, zorgdragen voor het verzamelen van de relevante informatie, monitoring en actuele bespreekpunten. De netwerkcoördinator stuurt op het proces, signaleert en spiegelt; geeft aan waar hiaten of kansen liggen voor de transformatiebeweging in de (sub-)regio. Samen met een kleine vertegenwoordiging vanuit de Verbindende Coalitie kan een agenda worden opgesteld (Deelnemer agendaoverleg). Het is logisch dat bij dit overleg ook de proces verantwoordelijken (gemeenten/Zilveren Kruis) vertegenwoordigd zijn.
Daarnaast kan uit elk van de drie initiatieven een betrokken bestuurder (Bestuurlijke Trekker) plaatsnemen in dit overleg. Met een kleine delegatie uit het netwerk wordt toegewerkt naar een breed netwerkoverleg in de vorm van een regiodag, waarbij deelnemers elkaar vanuit de dagelijkse praktijk informeren over wat er allemaal in Flevoland gebeurt. Deelnemer aan dit breed netwerkoverleg kan iedereen zijn die in het netwerk Zorgzaam Flevoland bijdraagt aan de transformatie opgave, de initiatieven of bijvoorbeeld de regionale lobby. Doel van de regiodag is om te ontmoeten en te leren. 14
Zoals aangegeven worden rollen en posities zoveel als mogelijk ingevuld vanuit bestaande (organisatie) structuren. De rol van netwerkcoördinator zal een onafhankelijke zijn. Deze rol wordt in andere regio's verschillend ingevuld. Je kunt bijvoorbeeld denken aan een onafhankelijke aanstelling vanuit GGD, ROS of mandaat gemeente. De functie kan in dat soort gevallen bekostigd worden vanuit de SPUK middelen, het ROS budget of via een subsidieregeling. 3.3 Hoe werken we samen in het netwerk? Wat zijn onze spelregels? Hoewel de samenwerking nog moet groeien en het uitgangspunt leren en inspireren is, kan het zijn dat er in de toekomst een verandering plaatsvindt in de intensiteit van de samenwerking. Daarom is het van belang om nu een aantal zaken met elkaar af te spreken. Noem het 'spelregels’. Op basis van voorbeelden uit het land en kennis die er is over hoe netwerken kunnen worden ingericht, doen we hierbij een aantal suggesties, deze zijn gebaseerd op dat wat door de deelnemers in de Verbindende Coalitie is aangegeven als belangrijke punten. Het algemene uitgangspunt is dat we decentraal werken aan de gezamenlijke opgave. Dat betekent dat het initiatief en ook de verantwoordelijkheid voor uitwerking van concrete doelstellingen in het kader van transformatie -en het daadwerkelijk vormgeven daarvan- bij sub-regionale of decentrale samenwerkingsverbanden ligt.
Daar waar behoefte is kan regionaal ondersteund worden. We streven naar uniformiteit als dat leidt tot efficiënte processen en het voorkomen van dubbeling. 1. Wie doen mee? De volgende partijen zijn vertegenwoordigd in de Verbindende Coalitie: Gemeenten, Zorgverzekeraar, Zorgpartijen (GGZ, Ziekenhuis, VVT, Paramedische zorg, Apotheker, Huisartsen, GGD), Jeugdzorg, Sociaal Domein, Patiënten vertegenwoordiging. In de sub-regionale initiatieven doen veel meer partijen mee. De Verbindende Coalitie is een representatieve groep, met vertegenwoordiging van sectoren en deelnemers uit de gehele regio. Aandachtspunt hierbij is dat de deelnemende initiatieven voldoende worden vertegenwoordigd. We passen de samenstelling van de Verbindende Coalitie aan op basis van vertegenwoordiging uit de initiatieven en representatie van sector en regio. Daar hoort ook bij het verkennen van de rol van de Provincie. 2. Hoe informeren we elkaar? De Agendacommissie en de netwerkcoördinator stellen een agenda op voor de Verbindende Coalitie, waarin samenhang en monitoring leidend zijn.
15
3. Hoe nemen we besluiten? In de Verbindende Coalitie worden besluiten genomen op procesniveau, het gaat over richting en gedeelde ambitie. Daarbij is het gebruikelijk om besluiten te nemen op basis van consent (geen bezwaar). Meer inhoudelijke besluiten raken vaak organisaties en zullen daarom in de decentrale initiatieven worden genomen. Een gebruikelijke vorm is dan op basis van consensus. Indien er in de Verbindende Coalitie centrale besluiten genomen moeten worden die inhoudelijk van aard zijn of die niet op basis van consent genomen kunnen worden, vormt de wijze van besluitvorming onderdeel van het voorstel. 4. Wat spreken we af over minimale rollen binnen initiatieven? We spreken af dat ieder initiatief één bestuurlijk aanspreekpunt/bestuurlijke trekker heeft. Deze bestuurder neemt deel in de Verbindende Coalitie (afhankelijk van afspraken onder 1. Wie doen mee?). Daarnaast wordt er binnen elk initiatief een kwartiermaker aangewezen die een belangrijke rol in de verbinding met de andere initiatieven vervult. De kwartiermaker is betrokken bij dat betreffende initiatief, komt bij voorkeur uit een van de betrokken organisaties en kent de (sub-) regio goed. Ieder initiatief in het netwerk heeft één bestuurlijk aanspreekpunt en een kwartiermaker. Zij zorgen voor onderlinge samenhang, verbinding en vertegenwoordiging in de regio.
De taken van de kwartiermaker naar het netwerk toe zijn op onderdelen uniform. De kwartiermaker: • • • •
heeft contact met de netwerkcoördinator deelt kennis en ervaring met de andere kwartiermakers zorgt voor uitwisseling van informatie zorgt voor het aanleveren van de relevante plannen en rapporten (denk aan monitoring, transformatie aanvragen etc. bedoeld om kennis te delen en te leren).
Afhankelijk van de (extra) tijdsinzet die dat vraagt t.o.v. de al bestaande opdracht van een kwartiermaker, wordt er zo nodig naar financiering gekeken (bijvoorbeeld vanuit de regionale SPUK IZA-middelen).
16
5. Hoe zorgen we voor verbinding met andere samenwerkingstafels? De regionale samenwerking houdt sterk verband met allerlei andere overlegtafels. Vanuit de sub-regio’s wordt verbinding gezocht met lokale netwerken en zorginhoudelijke programma’s. In een volgend overleg van de Verbindende Coalitie worden afspraken gemaakt over de wijze waarop afgestemd wordt met de andere regionale tafels. Hierbij is aandacht voor aansluiting bij netwerktafels in de aangrenzende regio's. De Zorgtafel betreft een regionale samenwerking waarin de bestuurders van de zorgorganisatie, het sociaaldomein en de zorgverzekeraars deelnemen. Partijen vinden het logisch dat de Zorgtafel op gaat in het brede netwerkoverleg, zoals in de structuur van Zorgzaam Flevoland wordt voorgesteld. Verbinding met het BOSD kan een natuurlijke schakel zijn via de wethouders die zitting hebben in de Verbindende Coalitie en de wethouders die in de decentrale initiatieven een rol hebben. 6. Wat is de functie van de netwerk coördinator/netwerkbureau? Het netwerkbureau wordt gevormd door een netwerkcoördinator en waar nodig faciliterende rollen (bijvoorbeeld in het kader van data verzameling en uitwerking, communicatie, secretariële ondersteuning etc.) Inzet ten behoeve van onderlinge afstemming en coördinatie kan door een netwerkcoördinator worden ingevuld.
Deze stemt af met de kwartiermakers en/of projectleiders uit de decentrale initiatieven. Het netwerkbureau prikkelt initiatieven om voldoende aandacht te hebben voor de bouwstenen en fundamenten uit het regioplan bij de verdere invulling of concretisering van hun ambitie. Onder andere door te spiegelen wat er in de sub-regio’s gebeurt en wat er als ambitie in het IZA en het regioplan staat beschreven. Indien gewenst organiseert het netwerkbureau inhoudelijke ondersteuning daarop. 7. Hoe kunnen andere (nieuwe/bestaande) initiatieven aansluiten bij het netwerk? In de regio bestaan naast de initiatieven die het uitgangspunt van het netwerk vormen nog vele andere samenwerkingsverbanden gericht op de gezamenlijke opgaven: • •
draagkrachtige inwoners en het toegankelijk en beschikbaar houden van de zorg.
Initiatieven die actief willen deelnemen in het netwerk zijn welkom, indien zij aan de volgende voorwaarden voldoen: • • • •
Initiatieven worden voorgedragen door bestuurders die onderdeel uitmaken van de Verbindende Coalitie, Dragen bij aan de doelstelling van het netwerk, zoals opgenomen in het regioplan Mee doen betekent mee leveren. Partijen committeren zich aan de afspraken over hoe wij samenwerken. 17
4. Eerste stappen Op 26 april 2024 hebben de deelnemers van de verbindende Coalitie o.b.v. consent ingestemd met de verdere uitwerking van de structuur volgens dit voorstel. Dat betekent dat er vanaf mei 2024 wordt gewerkt aan het vormgeven en realiseren van de volgende zaken: 1. Inrichten netwerkbureau en verdere samenwerking Om invulling te geven aan de regionale samenwerking zoals beschreven in dit voorstel wordt een netwerkbureau ingericht. Een afvaardiging van de Verbindende Coalitie verzorgt de werving voor een netwerkcoördinator en doet een voorstel welke faciliterende rollen verder ingevuld moeten worden binnen het netwerkbureau en door wie. Daarbij gaat de voorkeur uit naar mensen uit het eigen netwerk. De afvaardiging van de Verbindende Coalitie wordt waar nodig ondersteund en gefaciliteerd door de procesverantwoordelijke partijen (gemeenten en Zilveren Kruis). Tot het moment dat het netwerkbureau actief is, pakt het huidige programmateam voorkomende werkzaamheden op. Onderdeel van het vormgeven van de verdere samenwerking is ook om binnen de Verbindende Coalitie in gesprek te gaan om verder te verkennen: •
• • •
Hoe richten we monitoring op de transformatiebeweging in? Welke elementen worden regionaal en welke sub-regionaal of per initiatief ingericht? En kunnen regionale afspraken bijdragen aan een efficiëntere inrichting daarvan? Waar organiseren we gezamenlijke duiding van de resultaten? Wordt inwonerparticipatie volledig sub-regionaal vormgegeven of is het passend om dit (op onderdelen) regionaal op te pakken (bijv. creëren van bewustwording)? Is er behoefte aan regionaal expertteam/vraagbaak voor financieringsvraagstukken? En zo ja, hoe moet dit er uit zien? In hoeverre is er behoefte aan ondersteuning of advies aan individuele gemeenten of sub-regio’s rondom het vormgeven van hun opdracht vanuit het IZA en de aansluiting met (de bouwstenen en fundamenten uit) het regioplan?
De voorbereiding voor de bespreking van deze vragen wordt opgepakt vanuit het huidige programmateam en/of in te richten netwerkbureau. 2. Opzetten samenwerkingsverband regio Lelystad en Dronten Er is behoefte om in de regio Lelystad en Dronten een samenwerkingsstructuur op te zetten om samenhang, overzicht en daadkracht te organiseren en te komen tot een (sub-regionale) werkagenda die in lijn is met bouwstenen en fundamenten in het Regioplan. Een aantal
18
bestuurders van zorgpartijen biedt aan om hierin een voortrekkersrol te vervullen. We willen op korte termijn aan de slag om deze samenwerking met een breder aantal partijen te verkennen. Dat wil zeggen: • Verkennende gesprekken met initiatief nemende partijen: Welk vraagstuk ligt precies voor? Wat is voor de afzonderlijke deelnemers echt belangrijk? Welke speerpunten (in lijn met de bouwstenen en fundamenten uit het Regioplan) krijgen prioriteit? Wie is resultaat-verantwoordelijk? Welke schaal een samenstelling past daarbij? Et cetera. • In gesprek met bestaande samenwerkingsverbanden/overlegstructuren binnen de sub-regio. • Bestuurlijk overleg met relevante partijen: Terugkoppeling verkennende gesprekken en overzicht bestaande samenwerkingsverbanden/overlegstructuren. Gezamenlijk kijken wat er qua samenwerking nodig is, aanvullend op wat er al is. En hoe vervolg gegeven kan worden aan het opzetten van deze samenwerking. • Verder opbouwen en inrichten van een samenwerkingsverband. De opzet van Het Vlie en PGA worden gezien als goede voorbeelden en inspiratie. Het streven is dat het bestuurlijk overleg met relevante partijen voor de zomer heeft plaatsgevonden. De programmamanager en procescoördinator voor het inhoudelijk deel van het regioplan nemen samen met de bestuurders die een voortrekkersrol willen vervullen het initiatief voor bovengenoemde stappen. 3.
Reflectie op samenwerking regio Noordoostpolder en Urk In de regio Noordoostpolder en Urk worden o.a. met Het Vlie al mooie stappen gezet in de zorgtransformatie. Bij een aantal partijen leeft echter de vraag of Het Vlie voldoende is als vertrekpunt voor de uitwerking van het (gehele) regioplan. We willen op korte termijn verkennen hoe dit door partijen wordt ervaren en wat er eventueel aanvullend nodig is om uitvoering te geven aan de ambities uit het regioplan. • Verkennend gesprek: In samenspraak met o.a. de initiatiefnemers van Het Vlie, gemeenten en Zilveren Kruis nagaan of de samenwerking rond Het Vlie voor deze partijen voldoende is als vertrekpunt voor de uitwerking van het regioplan in de regio Noordoostpolder en Urk of dat er iets aanvullends nodig is. En zo ja, wat? • Afhankelijk van de uitkomsten van het verkennende gesprek worden de vervolgstappen bepaald. De programmamanager en procescoördinator voor het inhoudelijk deel van het regioplan nemen samen met de bestuurders die een voortrekkersrol willen vervullen het initiatief voor bovengenoemde stappen.
19
4. Maandelijkse regionale leercafés Maandelijks organiseren we op een vaste dag een (digitaal) leercafé waar inspirerende voorbeelden van binnen en buiten de regio worden gepresenteerd en waar er ruimte is voor uitwisseling en discussie (bijv. rond specifieke uitdagingen of leervragen). De invulling van de leercafés vindt plaats in samenspraak met betrokken partijen. Elke keer wordt gezocht naar een passende combinatie van theorie en praktijk, en van inspirerende voorbeelden uit de regio en elders in het land. De bouwstenen en fundamenten uit het Regioplan (zie de overzichtsplaat op pag. 4) dienen als vertrekpunt, evenals de elementen/activiteiten die door IZA in een opdracht aan o.a. gemeenten zijn weggezet. Voor deze leercafés nodigen we geïnteresseerden op uitvoerend, tactisch en strategisch niveau uit, beginnend bij de leden van de werkgroepen die hebben bijgedragen aan de inhoud van het regioplan en de leden van de Verbindende Coalitie. De reeks wordt afgetrapt met een uitgebreidere fysieke bijeenkomst net voor de zomer, met als doel om elkaar te ontmoeten, te inspireren en van elkaar te leren. De voornaamste gesprekspunten en opbrengsten van deze bijeenkomsten worden gedeeld met de Verbindende Coalitie. Zo vindt er afstemming plaats over eventuele vervolgstappen die voort (kunnen) vloeien uit deze bijeenkomsten.
Het huidige programmateam neemt het initiatief voor de organisatie van de fysieke bijeenkomst voor de zomer, en het voorbereiden van de digitale leerateliers/leercafés. Zodra het netwerkbureau is ingericht wordt de organisatie van de regionale leercafés daar opgepakt.
Maand (2024)
Vorm
Voorgesteld thema4
Juli
Fysiek
-
Organisatievormen bij samenwerking en het ecosysteem perspectief Wijkgericht werken in een toegankelijk aanbod (incl. verbinding formele en informele zorg)
Augustus
n.v.t.
n.v.t.
September
Digitaal
-
Toekomstige arbeidsmarkt Zorg & Welzijn Samen slimmer coördineren van ondersteuning en zorg
4
In de thema’s komen zowel de bouwstenen als fundamenten uit het regioplan terug. Waar mogelijk wordt een verbinding gemaakt met opdrachten die in het IZA staan beschreven.
20
Oktober
Digitaal
-
Zorgzame, draagkrachtige gemeenschappen in wijken en buurten: inspirerende voorbeelden binnen en buiten de regio
November
Fysiek
-
Zorgzame, draagkrachtige gemeenschappen in wijken en buurten: hoe doen we dat in zo’n jonge regio als Flevoland? Maatschappelijke dialoog: we nemen iedereen mee Waar mogelijk in combinatie met Gezonde leefomgeving & Health for all policies
-
December
Digitaal
-
Slim inzetten van toegankelijke technologie en hulpmiddelen Datagedreven werken aan gezondheid en zorg
21
Bijlage I: Nadere toelichting initiatieven Het Vlie In Noordoostpolder en Urk hebben 10 zorgpartijen de krachten gebundeld met als doel om met dezelfde mensen en middelen geïntegreerde, domein overstijgende zorg te leveren en/of de inwoners van de gemeenten Noordoostpolder en Urk op minimaal hetzelfde gezondheidsniveau houden. Zij streven naar drempelloze zorg, waarbij wachttijden zoveel als mogelijk wordt voorkomen, zorg wordt voorkomen, wordt verkort en/of terugval wordt voorkomen. Naast samenwerking ligt de focus op het realiseren van een gebouw om daarmee de gezamenlijke visie op alle mogelijke manieren te ondersteunen en faciliteren. Bij verdere uitwerking komen de volgende drie elementen steeds terug: 1. Integraliteit zorg & behandeling; waarbij inzichtelijk wordt gemaakt wat de huidige en wat de gewenste situatie is en wat de gewenste situatie betekent voor o.a. arbeidsmarkt en huisvesting. 2. Samenwerkingsafspraken. 3. Kwantificeren (KPI’s). Betrokken partijen zijn Zorggroep Oude en Nieuwe Land, Revalidatie Friesland, Antonius, GGZ Centraal, huisartsen, Medrie (HAP/POH), huisartsen-coöperatie, Spoedapotheek, Regionale Ambulance Vervoer. Deze partijen treffen elkaar in een regie-stuurgroep. De beiden gemeenten en Zilveren Kruis zijn strategische partners en tevens agenda-lid. Werkgroepen zijn op thema ingedeeld onder twee pijlers: ‘Samen werken’ en ‘Samen bouwen’.
Beide pijlers kennen een projectleider en de werkgroepleiders vormen samen met hen een projectgroep. Aan Flever, GGD Flevoland en Windesheim is het verzoek gedaan om te komen met een plan voor monitoring. Het Vlie is door Zilveren Kruis aangemerkt als pilot voor het thema Integrale zorgbekostiging. Op dat thema zien betrokken partners een uitdaging. Vanuit Het Vlie is verbinding tussen (sub)regio’s door uitwisseling op inhoudelijke vraagstuk gewenst.
22
Positief Gezond Almere De missie van de partners die zich hebben verenigd in PGA laat zich vatten in de volgende uitgangspunten: • • • • •
Afbuigen van de zorgvraag door anders doen en handelen. De mens (en diens leven) staat centraal in plaats van de zorgvraag. Kwaliteit van leven staat voorop. Preventie en het vergroten van (mentale) veerkracht is van cruciaal belang. De stem van inwoners moet worden gemobiliseerd.
Daartoe zijn er binnen PGA drie strategische doelen en 5 speerpunten geformuleerd.
Betrokken partijen zijn het Flevoziekenhuis, GGZ Centraal, Gemeente, Zorggroep Almere, GGD Flevoland, De Schoor (welzijn), Woonzorg Flevoland, ReHa (samenwerking huisartsen en ziekenhuis), Flevolandse Patiënten Federatie, VMCA, JGZ Almere en Elaa (ROS). Deze partijen treffen elkaar in een stuurgroep. Daarnaast heeft Flever een rol in de monitoring en is er afstemming met Zilveren Kruis. Er is een programmateam met een coördinerende/faciliterende rol; deze bereidt de bestuurlijke overleggen voor en monitort de voortgang (op KPI’s) gekoppeld aan de speerpunten. Ieder speerpunt kent een kwartiermaker en speerpunt 4 en 5 heeft een duidelijke verbinding met het ROAZ plan (acute zorg). Uitdagingen zitten in het feit dat transformatie vraagt om een combinatie van veranderingen binnen het systeem én in gedrag (van professionals en inwoners). Financiering is een punt van aandacht evenals een goede balans in beschikbare capaciteit voor het vormgeven van transformatie terwijl ondersteuning en zorg geleverd moeten worden. Transformeren vraagt om kleine stappen en experimenteerruimte; inclusief de kans op falen. Vanuit PGA is er behoefte om elkaar over en weer te inspireren en te leren van andere (sub)regio’s. 23
Bijlage II: Toelichting op de rol van gemeenten en Zilveren kruis Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen om de opgaven uit het IZA en het Regioplan IZA Flevoland te realiseren. Gemeenten en Zilveren Kruis zijn hierin niet bepalend, maar onderdeel van de partijen. Gemeenten en Zilveren Kruis hebben wel een aantal specifieke rollen en verantwoordelijkheden in het proces: • • •
• • • •
Gemeenten en Zilveren Kruis faciliteren dat het transformatieproces op gang komt en wordt georganiseerd waardoor de betrokken partijen in de regio zelf de verantwoordelijkheid op zich nemen. Gemeenten en Zilveren Kruis faciliteren een ondersteunende structuur om het netwerk te laten functioneren. (via het netwerkbureau) Gemeenten en Zilveren Kruis zijn als financiers verantwoordelijk om de transformaties mogelijk te maken. Per thema, initiatief of plan wordt meegedacht wat een passende bekostiging is. Dit kan uit verschillende financieringsstromen bestaan zoals de transformatiemiddelen, SPUK IZA, SPUK GALA etc. Hierbij hoort wel de kanttekening dat de financiële mogelijkheden door bezuinigingsopgaven zeer beperkt zijn. Gemeenten en Zilveren Kruis zorgen voor passende beleidsmatige kaders vanuit het inkoopbeleid. Er wordt verbinding gelegd tussen de transformatieopgaven en de inkoop van gemeenten en Zilveren Kruis waar mogelijk. Gemeenten zijn verantwoordelijk om de SPUK IZA middelen in te zetten in lijn met de opgaven in het IZA en het Regioplan IZA Flevoland. Zilveren Kruis en zo nodig gemeenten denken mee bij het opstellen van transformatieplannen om de beoordeling van het plan door Zilveren Kruis soepel te laten verlopen. Gemeenten en Zilveren Kruis zijn verantwoordelijk om knelpunten in dit traject aan te dragen bij o.a. de VNG, VWS en ZN.
24