D04 02 Transformatieplan MGN Flevoland
Tekst van het document
2 Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................ 3 2. Aanleiding ..................................................................................................... 5 3. Regionale ontwikkelingen .............................................................................. 8 4. Het Mentaal Gezondheidsnetwerk Flevoland ................................................. 9 4.1. Visie....................................................................................................... 9 4.2. Leidende principes ............................................................................... 10 4.3. Projectstructuur MGN Flevoland ........................................................... 11 4.3.1. Gelijkgerichtheid ............................................................................... 13 4.3.2. Staatsteunanalyse ............................................................................ 16 4.4. Advies Regionale Taskforce Wachttijden: Toeleidingspunt GGZ (TP) ..... 17 4.5. Oprichting van het Mentaal Gezondheidsnetwerk ................................. 18 4.5.1. Verkennend gesprek ......................................................................... 18 4.5.2. Informatievoorziening aanbod GGZ en sociaal domein ...................... 28 4.5.3.
Transfermechanisme ........................................................................ 35 4.5.4. Domeinoverstijgend Casusoverleg .................................................... 40 4.5.5. Laagdrempelige steunpunten ............................................................ 44 5. Impactanalyse ............................................................................................. 49 5.1. Financiële impact per interventie .......................................................... 49 5.2. Operationele impact ............................................................................. 50 5.3. Businesscase – Kosten versus baten ................................................... 52 5.4. Kwalitatieve en maatschappelijke impact .............................................. 52 5.5. Conclusie ............................................................................................. 53 6. Onderbouwing opbouw business case ......................................................... 53 6.1. Berekening gemiddelde zorgkosten sociaal domein .............................. 53 6.2. Berekening gemiddelde zorgkosten GGZ ............................................. 54 7. Samenvatting KPI’s ..................................................................................... 55 8.
Dubbele financiering ................................................................................... 55 3 1. Inleiding De zorg in Nederland staat voor een belangrijke uitdaging: hoe zorgen we ervoor dat het voor iedereen toegankelijk, beschikbaar en betaalbaar blijft? Het Integraal Zorgakkoord (IZA), dat door alle partijen in de zorg is ondertekend, geeft hiervoor de richting aan – ook als het gaat om de geestelijke gezondheidszorg. Specifiek is er voor de geestelijke gezondheidszorg in het IZA afgesproken dat huisartsen, GGZ en sociaal domein gaan samenwerken in regionale mentale gezondheidsnetwerken (MGN). Hun samenwerking – voor, tijdens en na zorg- en ondersteuningstrajecten – moet ervoor zorgen dat de hulpvraag van mensen met psychische klachten snel en op de juiste plek wordt opgepakt. In Flevoland is dit MGN er nog niet, dit terwijl er grote uitdagingen zijn in de GGZ zorg en de urgentie dus hoog is. Om ook voor Flevoland een MGN te realiseren en daarmee bij te dragen aan de transformatie naar passende zorg zijn financiële middelen nodig. Flevoland heeft al ervaring op het gebied van regionale samenwerking. In 2020 is, begeleid door Bee-Improve, de Regionale Taskforce opgericht om de wachttijden aan te pakken in de regio.
Hier werden regionaal ketenafspraken gemaakt en domeinoverstijgende vormen van samenwerking opgezet in de vorm van een Transfertafel en een Overlegtafel. De Transfertafel werd in 2021 opgericht om de wachtlijsten te verkorten. Inwoners die wachten (langer dan de treeknorm) worden toegeleidt naar een alternatief beschikbaar aanbod in de regio. In 2021 werd, daarnaast de Overlegtafel in Almere opgericht en in 2022 de Overlegtafel in Noordoost Flevoland (voor de andere vier gemeentes in Flevoland) met als doel de inwoner sneller op de juiste plek te krijgen in de keten. De inhoud en werkwijze van de overlegtafel wordt later in dit stuk beschreven. In 2023 is in het kader van het IZA ook voor Flevoland een regiobeeld opgesteld, dat een overzicht geeft van de belangrijkste data op het gebied van bevolkingsontwikkeling, gezondheidskenmerken, doelgroepen en (verwachte) vraag en aanbod van zorg, welzijn en ondersteuning. Het regiobeeld maakt de uitdagingen waar Flevoland voor staat inzichtelijk, voor mentale gezondheid uitgewerkt in het volgende hoofdstuk. Op basis van het regiobeeld is er door gemeenten, zorgverzekeraars, zorg- en welzijnsorganisaties en inwoners samen gewerkt aan het regioplan. Dit plan is begin 2024 afgerond.
Eind 2024 is er, op beperkte schaal, ervaring opgedaan met een aantal functies van het mentaal gezondheidsnetwerk, zoals met het verkennend gesprek en met een dashboard dat inzicht biedt in aanbod en wachttijden van de GGZ, onderdeel van de pilot Toeleidingspunt Flevoland. Deze lange geschiedenis op het gebied van regionale samenwerking en de opgedane kennis met het opzetten van verschillende initiatieven heeft bijgedragen 4 aan de basis van de in 2025 goedgekeurde ‘snelle toets’. In de snelle toets is de kapstok vastgelegd voor de transformatie naar een MGN voor de regio Flevoland. In september en oktober 2025 zijn de vertegenwoordigers uit verschillende domeinen (GGZ, huisartsen/POH GGZ, ervaringsdeskundigen, sociaal domein en ‘voorliggend’ veld) en de verschillende gemeentes (Almere, Noordoostpolder, Urk, Dronten en Lelystad1) verschillende keren samengekomen in werkgroepen. Samen met Bee- Improve reflecteerden zij op de verschillende initiatieven van de afgelopen periode, de knelpunten die extra aandacht vragen en hoe deze kunnen worden meegenomen in de verdere ontwikkeling van het Mentale Gezondheidsnetwerk voor Flevoland. Deze samenwerking leverde veel energie en creatieve ideeën op om samen te bouwen aan een sterk mentaal gezondheidsnetwerk dat aansluit bij de specifieke uitdagingen in Flevoland.
Dit document, het transformatieplan van het Mentaal Gezondheidsnetwerk Flevoland, gaat over het beschikbaar houden van niet-acute GGZ-zorg, het verminderen van de druk op de huisartsen/POH GGZ en de GGZ en het zo optimaal mogelijk vormgeven van de samenwerking in de driehoek huisartsen, sociaal domein en GGZ. En daarmee het (weer) versterken van de rol van het sociaal domein dat mensen vroegtijdig opvangt, ondersteunt en versterkt, zodat zij minder snel afhankelijk worden van specialistische zorg. Met als doel om passende ondersteuning en kwalitatief goede zorg voor de inwoners die het echt nodig hebben, beschikbaar te houden. In dit transformatieplan beschrijven we de stappen die nodig zijn om in Flevoland een sterk en samenhangend mentaal gezondheidsnetwerk te realiseren. We beginnen met een beknopte schets van de belangrijkste uitdagingen, onze gezamenlijke visie en de verbinding met andere regionale ontwikkelingen. Vervolgens lichten we de projectstructuur toe en laten we zien hoe het Mentale Gezondheidsnetwerk is opgebouwd en hoe we dit in Flevoland vormgeven. 1 Zeewolde valt buiten beschouwing in het MGN Flevoland 2. | Aanleiding In Flevoland staat de geestelijke gezondheidszorg onder zware druk. Het Regiobeeld Flevoland liet een verontrustend beeld zien van de mentale gezondheid en het gebruik van GGZ-zorg in de regio 2.
Inmiddels bevestigen nieuwe cijfers uit de GGD Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2024 dat de situatie nog steeds zorgelijk is. De zorgvraag groeit sneller dan elders in Nederland | doordat de bevolkingsgroei en vergrijzing sneller toe nemen dan in andere delen van het land. Het bevolkingsaantal in de provincie Flevoland stijgt naar verwachting met 22% naar 542.490 in 2040. Flevoland heeft lange tijd een relatief jonge bevolking gehad en krijgt nu te maken met een inhaalslag als het gaat om vergrijzing. Het aantal 65- | 74- | jarigen neemt tussen 2022 en | 2040 toe met ca. 30% (van 40.820 naar 53.360) en het aantal 75+- ers neemt toe | met 130% (van 24.070 naar 55.380). Ter vergelijking: in Nederland (als geheel) nemen deze groepen toe met respectievelijk 13% en 67% over dezelfde periode. Huisartsen ervaren mede hierdoor een groeiende zorgvraag van 20% richting 2030, terwijl er juist sprake is van een tekort aan huisartsen. Het aantal huisartsen per 10.000 inwoners loopt in Flevoland uiteen, van 6,8 in Almere tot 5,4 in Dronten. Het landelijke gemiddelde is 7,6 huisartsen per 10.000 inwoners. Ook de zorgvraag naar GGZ neemt de komende jaren toe en het personeelsaanbod binnen de GGZ kan dit niet 2 https://w ww.r egiobeeld.nl/zorggebruik/geestelijke- gezondheidszorg?regio=PV24&ggz_zvw_sub_trend_r egio=N L01 5 6 bijhouden.
De geschatte arbeidsmarktkrapte in de GGZ is in Flevoland met een tekort van 12,4% in 2032 een van de hoogste in Nederland. Dit vertaalt zich in lange wachttijden — gemiddeld boven de 24 weken voor specialistische GGZ. Het groeiende personeelstekort wordt in deze regio als één van de grootste uitdagingen binnen de GGZ ervaren. Mentale gezondheid en welzijn De mentale gezondheid van Flevolanders is kwetsbaar. Volgens de meest recente cijfers heeft 11% van de inwoners een hoog risico op een angststoornis of depressie, tegenover 9% landelijk. Daarnaast voelt 17% van de inwoners van Flevoland zich sterk eenzaam, vergeleken met 13% in Nederland als geheel. Ook komt sociale eenzaamheid relatief vaak voor in Flevoland, met name in Almere. Van de inwoners uit Almere heeft 41% te maken met sociale eenzaamheid, in vergelijking met 32% in Nederland. Ook sociale- en emotionele eenzaamheid3 komen relatief vaak voor onder jongvolwassenen in Almere en Lelystad. Eenzaamheid komt in Flevoland het vaakst voor bij jongvolwassenen (16-25 jaar): in Almere en Lelystad heeft bijna 1 op de 3 jongvolwassenen te maken met sterke eenzaamheid, tegenover 23% van de jongvolwassenen in Nederland.
3 Sociale eenzaamheid: het gevoel van eenzaamheid dat voortkomt uit een gebrek aan sociale contacten en een sociaal netwerk - Emotionele eenzaamheid: een sterk gemis aan iemand bij wie je je verhaal kwijt kunt, de afwezigheid van een emotioneel hechte band met één of meerdere personen.
7 Ook hebben steeds meer jongvolwassenen te maken met (chronische) stress: in Almere geeft bijna de helft van de jongvolwassenen (49%) aan zich (heel) vaak gestrest te voelen, tegenover 43% van de jongvolwassenen in Nederland.4 De ervaren geestelijke gezondheid in de regio gaat verder achteruit, en het aantal meldingen van onbegrepen gedrag blijft stijgen. In 2024 kwamen in totaal 965 meldingen van onbegrepen gedrag binnen bij het meldpunt Vangnet en Advies van GGD Flevoland. Bij ouderen is de situatie extra zorgelijk: 9% van de Flevolandse ouderen heeft in het afgelopen jaar één of meerdere keren serieus gedacht aan suïcide, tegenover 7% landelijk. Nog zorgwekkender is dat 1,2% van de Flevolandse ouderen (heel) vaak aan zelfdoding heeft gedacht — meer dan tweemaal het landelijke gemiddelde van 0,5%5. Urgentie en richting De stijgende personeelstekorten, groeiende wachtlijsten, de uitdagingen rondom complexe casuïstiek, de verslechterende mentale gezondheid én de toenemende individualisering van de maatschappij, vragen voor de mentale gezondheid om een ambitieuze en gecoördineerde aanpak over de hele regio. Er is een duidelijk verschil in de beschikbaarheid en toegankelijkheid voor de GGZ zorg per subregio.
Om de druk op de verschillende domeinen te verlichten en bovengenoemde knelpunten het hoofd te bieden is het noodzakelijk om domeinoverstijgend samen te werken in een Mentaal Gezondheidsnetwerk van Flevoland. Met het Mentaal Gezondheidsnetwerk in Flevoland zetten we in op drie doelstellingen: 4 https://www.ggdflevoland.nl/professional/kennis-en-advies/gezondheidsmonitors/gezondheids- monitor-jongvolwassenen/ 5 https://statline.rivm.nl/#/RIVM/nl/dataset/50142NED/table
8 • De hulp- en ondersteuningsvraag van inwoners en hun naasten wordt snel en op de juiste plek opgepakt. Zo voorkomen we escalatie van problemen en onnodige verwijzing naar de GGZ. • De beschikbare capaciteit (GGZ, huisarts/POH GGZ en sociaal domein) in de regio optimaal wordt benut en inzichtelijk is voor verwijzers. • De wachttijd voor GGZ-zorg voor mensen met complexe problematiek neemt af. 3. Regionale ontwikkelingen De transformatie naar een toekomstbestendig Mentale Gezondheidsnetwerk (MGN) Flevoland staat niet op zichzelf. In de regio vinden meerdere ontwikkelingen plaats die gericht zijn op het versterken van de samenhang tussen zorg en het sociaal domein of rondom de mentale gezondheid van de inwoners van Flevoland, zoals onder de plannen van Positief Gezond Almere, Gezond op Urk en Het Vlie. Deze initiatieven sluiten nauw aan bij de doelstellingen van het MGN en vormen samen een stevig fundament voor integrale, preventieve en toegankelijke ondersteuning voor inwoners. Het gedachtegoed van Positieve Gezondheid is hierbij regionaal het fundament. Ook binnen de ontwikkeling van de eerstelijnszorg wordt nadrukkelijk ingezet op integrale samenwerking, vroegsignalering en het organiseren van zorg dicht bij de inwoner.
Deze lijn komt samen in de regionale programma’s Versterking Eerstelijn Flevoland (Medrie) en RESV (ReHA), die ieder op hun eigen manier bijdragen aan de realisatie van een samenhangend netwerk van ondersteuning, preventie en zorg. De ontwikkelingen binnen VELF en RESV sluiten direct aan op de visie van het Mentaal Gezondheidsnetwerk Flevoland. Waar zij zich richten op het versterken van de eerstelijnszorg en het organiseren van samenwerking tussen disciplines, richt het MGN zich op het verbeteren van de mentale gezondheid van inwoners door verbinding te leggen tussen zorg, sociaal domein en welzijn. De ontwikkelingen binnen VELF en RESV versterken direct de opbouw van het MGN Flevoland. De hechte wijkverbanden bieden een natuurlijke infrastructuur voor vroegsignalering en toeleiding van inwoners met psychische of sociale problematiek. Door deze wijkverbanden te koppelen aan functies van het MGN – zoals het verkennend gesprek, de informatievoorziening sociaal domein en de laagdrempelige steunpunten – ontstaat één integrale keten van ondersteuning. Zorgzaam Flevoland Zorgzaam Flevoland is de beweging naar een zorgzame en gezonde samenleving in Flevoland, en tevens het samenwerkingsverband ontstaan in het najaar van 2023 vanuit het IZA Regioplan voor Flevoland.
Het transformatieplan MGN draagt bij aan die beweging en wordt afgestemd en verbonden met (de activiteiten in) ‘Zorgzaam Flevoland’. Binnen ‘Zorgzaam Flevoland’ werken ze aan de onderstaande ambities: 9 • creëren draagkrachtigere gemeenschappen, én; • creëren toegankelijker aanbod van ondersteuning, hulp en (medische) zorg voor inwoners die dat echt nodig hebben. De bestaande Flevolandse initiatieven en sub-regionale samenwerkingsverbanden zijn daarbij het vertrekpunt. Dat doen ze transformatief: ze denken en werken anders bij het aanbod van zorg en ondersteuning, én ze werken aan een transformatie van de zorgvraag en behoefte. Dat betekent gezondere inwoners in draagkrachtiger gemeenschappen, minder ziekte en samen de beweging maken van zorg naar gezondheid. De regionale samenwerking wordt binnen Zorgzaam Flevoland georganiseerd en gefaciliteerd door het Netwerkbureau. Als MGN Flevoland leggen we hier verbinding mee onder andere op de thema’s digitalisering en inwoners/patiënten participatie. 4. Het Mentaal Gezondheidsnetwerk Flevoland Het Mentaal Gezondheidsnetwerk Flevoland is een duurzaam en gelijkwaardig samenwerkingsverband tussen het sociaal domein, huisartsen en de geestelijke gezondheidszorg (GGZ)6. Samen zetten wij ons in voor de mentale gezondheid van Flevolanders — vóór, tijdens en na zorg- en ondersteuningstrajecten. 4.1.
Visie Onze visie sluit aan bij de landelijke uitgangspunten van het MGN en het Integraal Zorgakkoord (IZA), maar krijgt in Flevoland een eigen, onderscheidend karakter. De pioniersgeest en de diversiteit van de regio vormen de basis van onze gezamenlijke aanpak. Flevoland is een jonge, dynamische provincie waar verschillende culturen en stedelijke en plattelandsgemeenschappen elkaar ontmoeten — deze veelzijdigheid benutten we als krachtbron. Ons doel is om de gezondheid en veerkracht van Flevolanders in een zo vroeg mogelijk stadium te bevorderen, met aandacht voor de Flevolander in zijn context. We willen dat mentale gezondheid vanzelfsprekend deel uitmaakt van het dagelijks leven en dat Flevolanders zich gesteund weten — dichtbij, laagdrempelig en op maat. Het MGN is daarbij geen doel op zich, maar een middel waarin de samenwerkende partijen inwoners ondersteunen: • Lokaal en nabij, door middel van verkennende gesprekken, laagdrempelige steunpunten. 6 Ervaringsdeskundigen worden als vanzelfsprekend meegenomen als bron van kennis in alle domeinen, dat geldt zowel voor professionele ervaringsdeskundigen als voor ervaringsdeskundigen die in diverse rollen als vrijwilliger werken. Alle vertegenwoordigers van deze domeinen dragen er zorg voor dat ervaringskennis in alles goed wordt meegenomen.
10 • Bovenlokaal en regionaal, waar nodig, via domeinoverstijgende casusoverleggen, transfermechanismen, informatievoorziening en kennisdeling. Samenwerking is voor ons het fundament van het Mentale Gezondheidsnetwerk. Door samen te werken: • Leren we elkaars taal spreken en elkaars begrippen begrijpen. • Bouwen we vertrouwen op tussen domeinen, organisaties en professionals. • Versterken we het netwerk, waardoor Flevolanders sneller en beter geholpen worden. Een gedeelde taal en wederzijds begrip zijn essentieel, omdat domeinen vaak dezelfde woorden gebruiken met verschillende betekenissen. Een voorbeeld is "preventie", dat gelezen kan worden als "voorkomen dat”, “erger voorkomen” of "leren omgaan met". Door dit bewustzijn te vergroten, creëren we een gemeenschappelijke basis die samenwerking versterkt en de effectiviteit van onze inzet vergroot. Passende zorg gaat voor ons verder dan het bieden van (medische) behandeling alleen. Het vraagt om een brede blik waarin ook het sociale en persoonlijke leven van mensen wordt meegenomen. Zelfzorg, hulp, ondersteuning en informele zorg spelen daarin een belangrijke rol: formele zorg sluit pas aan wanneer deze vormen van ondersteuning niet toereikend zijn. Daarnaast vraagt passende zorg om gezamenlijke besluitvorming.
Het sociaal domein en de zorg werken daarbij samen met de inwoners aan oplossingen om mentale gezondheidsproblemen in de samenleving duurzaam aan te pakken. 4.2. Leidende principes Bij het opstellen van het transformatieplan zijn door de werkgroep leidende principes geformuleerd. Afgeleid van de landelijke principes, maar specifiek gemaakt voor de situatie in Flevoland. De leidende principes zijn bedoeld om te inspireren en de nieuwe manier van denken en handelen vorm te geven. Ze fungeren als een kompas en helpen bij het maken van keuzes, het creëren van een gedeelde identiteit en het bereiken van ons gemeenschappelijke doel. 1. DE FLEVOLANDER VOOROP Iedere Flevolander houdt, waar mogelijk, zelf regie over het eigen leven. We sluiten primair aan bij de inwoner, zijn naasten en zijn leefomgeving, en niet uitsluitend bij regels of systemen. Hulp is begrijpelijk, beschikbaar en dichtbij. 11 2. PSYCHISCHE UITDAGINGEN HOREN BIJ HET LEVEN Iedereen kent moeilijke momenten. Dat is normaal. We maken mentale gezondheid bespreekbaar en erkennen dat niet alles opgelost hoeft te worden of kan worden. Waar nodig helpen we Flevolanders te leren omgaan met de uitdagingen van het leven. Vertrouwen, steun en begrip staan voorop. 3. SAMENWERKEN ALS FUNDAMENT Samenwerken is ons fundament – over domeinen en organisaties heen.
Met respect, vertrouwen en erkenning voor ieders rol: van zorgverlener tot vrijwilliger, van inwoner tot beleidsmaker. We spreken verwachtingen vooraf uit, maken duidelijke afspraken en leveren wat we kunnen. 4. GEBRUIK WAT ER AL IS EN WERK SAMEN Elke gemeente heeft zijn eigen sociale infrastructuur. We benutten wat goed werkt en bouwen daarop verder. We werken domeinoverstijgend – over grenzen van organisaties, gebieden en regels heen. 5. LEREN EN VERBETEREN We leren voortdurend van ervaringen en resultaten en nemen hier de tijd voor. Zo blijven we samen groeien en verbeteren we wat we doen. 4.3. Projectstructuur MGN Flevoland Voor de uitvoering van het transformatieprogramma is gekozen voor een eenvoudige projectstructuur. Deze structuur bestaat uit een bestuurlijk overleg, een programmateam en daaronder worden de verschillende functies van het MGN uitgewerkt in verschillende werkgroepen onder leiding van een projectmanager. Deze structuur waarborgt samenwerking, besluitvorming en verantwoording tussen alle deelnemende partijen. De verantwoordelijkheden van overlegorganen, werkgroepen en rollen worden nader uitgewerkt in een (nog te schrijven) samenwerkingsovereenkomst en bijbehorende roldefinities.
Bestuurlijk Overleg MGN (BO MGN) Het Bestuurlijk Overleg bestaat uit vertegenwoordigers van deelnemende organisaties, gemeenten en Zilveren Kruis, die ieder uit eigen midden worden gekozen. Het overleg: • Stelt kaders, opdrachten en financiële verantwoording vast op voorstel van het programmateam; • Accordeert de halfjaarlijkse rapportages ten behoeve van de verantwoording van transformatiegelden; 12 • Besluit over afwijkingen of bijsturing van het transformatieplan, inclusief KPI’s en begroting; • Borgt bestuurlijk commitment en communicatie binnen de eigen organisaties; • Draagt eindverantwoordelijkheid voor de aanvraag en besteding van transformatiegelden. • Heeft een escalatie functie waarbij dilemma’s en knelpunten die binnen de projecten of werkgroepen ontstaan, via de programmamanager naar dit overleg worden gebracht. Het BO fungeert als het hoogste besluitvormende orgaan binnen het programma en bewaakt de aansluiting tussen de transformatie, regionale en lokale beleidsagenda’s en structurele financiering. Programmateam Het programmateam vormt het centrale uitvoeringsorgaan van het transformatieplan en wordt aangestuurd door een programmamanager die de onderlinge samenhang en afhankelijkheden tussen de projecten waarborgt.
Het programmateam: • Bewaakt de voortgang op vastgestelde KPI’s en de realisatie van de begroting; • Stelt tweemaal per jaar financiële en inhoudelijke voortgangsrapportages op; • Adviseert het Bestuurlijk Overleg over voortgang, risico’s en benodigde bijsturing; • Zorgt voor de afstemming tussen projecten, werkgroepen en MGN-brede activiteiten; • Bereidt voorstellen voor bij afwijkingen van het goedgekeurde transformatieplan. Alle projectleiders van de verschillende functies en de MGN brede ondersteunende rollen maken deel uit van het programmateam om de samenhang tussen uitvoering en MGN-brede taken te waarborgen. De ondersteunende rollen zoals communicatie, monitoring, financiën, juridisch advies en ICT worden op afroep betrokken. Deze expertise wordt ingezet wanneer dit relevant is voor de voortgang of besluitvorming binnen het programma. Projectleiders en werkgroepen per MGN functie Voor elke functie wordt een projectleider benoemd, sommige projectleiders kunnen meerdere functies onder hun hoede nemen. Elke projectleider wordt ondersteund door een werkgroep met vertegenwoordigers van deelnemende organisaties en gemeenten.
Zij zijn verantwoordelijk voor: • de uitvoering van de functie-specifieke doelen en activiteiten; 13 • het realiseren en monitoren van de KPI’s; • het rapporteren van voortgang aan het programmateam (en via het programmateam aan het BO); • en het borgen van resultaten binnen de eigen organisatie. 4.3.1. Gelijkgerichtheid Een succesvolle transformatie naar het Mentale Gezondheidsnetwerk (MGN) Flevoland vraagt om een sterke mate van gelijkgerichtheid tussen alle betrokken partijen: zorgaanbieders, gemeenten, organisaties in het sociaal domein en zorgverzekeraars. Gelijkgerichtheid betekent dat partijen vanuit een gedeelde visie, gezamenlijke doelen en wederzijds vertrouwen handelen. Alleen op die manier kan versnippering van zorg worden voorkomen en kan effectief gebruik worden gemaakt van de schaarse middelen en capaciteit in de regio. De samenwerking binnen het MGN Flevoland – en tussen de gemeenten – is gestoeld op dit principe van gelijkgerichtheid. Partijen werken niet naast elkaar, maar met elkaar aan duurzame verbeteringen in de mentale gezondheidszorg. Over gemeentegrenzen heen wordt gestimuleerd om van en met elkaar te leren, zodat er niet overal afzonderlijke oplossingen worden ontwikkeld voor vergelijkbare vraagstukken. Zo ontstaat cohesie binnen de regio en draagt elke gemeente bij aan één samenhangend netwerk, met ruimte voor lokale invulling.
Gelijkgericht contracteren en uitvoering van verkennende gesprekken Een belangrijk onderdeel van deze gezamenlijke koers is het gelijkgericht contracteren. Om de transformatie daadwerkelijk te realiseren, trekken zorgverzekeraars, zorgaanbieders, gemeenten en organisaties uit het sociaal domein gezamenlijk op bij de uitvoering van de verkennende gesprekken, zoals vastgelegd in de landelijke richtlijn van de Mentale Gezondheidsnetwerken. Deze gesprekken vormen de basis voor goed afgestemde zorgtoewijzing en voorkomen dat inwoners onnodig worden doorverwezen of te lang moeten wachten op passende hulp. We maken toekomstbestendige en onderling afgestemde afspraken, zodat de gezamenlijke transformatie ook op de langere termijn duurzaam kan worden uitgevoerd en geborgd. Zorgaanbieders krijgen hierbij de ruimte om de verkennende gesprekken uit te voeren volgens de landelijke kaders, terwijl de zorgverzekeraar zorgt voor de juiste contractuele en financiële ondersteuning. Verzekeraars contracteren in lijn met de voorgestelde beweging. De verkennende gesprekken worden via O&I in representatie ingekocht voor alle verzekeraars. Dit bevordert niet alleen de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg, maar versterkt ook het onderlinge vertrouwen tussen partijen en gemeenten.
14 Om het gelijkgericht contracteren verder te versterken, is het van belang dat er duidelijkheid bestaat over de omvang van de PGGAZ en de VG. Deze duidelijkheid maakt het mogelijk om middelen, capaciteit en inzet doelmatig te verdelen. Dit onderdeel wordt nader uitgewerkt in de businesscase. Omgaan met verschuivingen in capaciteit De uitvoering van het verkennend gesprek vraagt in sommige gevallen om verschuivingen in capaciteit binnen of tussen organisaties. In Flevoland ligt een deel van de uitvoering niet bij de instellingen die de baten ervaren – zoals kortere wachttijden of hogere toegankelijkheid – maar bij andere betrokken partijen. Daarom worden regionale afspraken gemaakt over hoe deze verschuivingen worden opgevangen en hoe partijen elkaar hierin faciliteren. De regio zet het verkennend gesprek in ten gunste van de toegankelijkheid van de GGZ, zonder dat dit ten koste gaat van de behandelcapaciteit. Waar mogelijk wordt gewerkt aan een verschuiving van inzet naar vroegtijdige ondersteuning en preventie, zodat de druk op de specialistische GGZ afneemt. Borging en governance Om de gelijkgerichte samenwerking te borgen, worden bestuurlijke en operationele afspraken vastgelegd in samenwerkingsovereenkomsten. Hierin worden gezamenlijke doelen, verantwoordelijkheden en resultaatverplichtingen beschreven, zodat partijen elkaar kunnen aanspreken op hun bijdrage.
Daarnaast wordt regionaal gestuurd op gezamenlijke prestatie-indicatoren (KPI’s), zoals het verminderen van verwijzingen naar de specialistische GGZ en het vergroten van het preventieve aanbod. De governance wordt verder ingericht via een bestuurlijk overleg, waarin de zorgverzekeraar structureel deelneemt conform de vereisten van het NZa verantwoordingskader. Hiermee wordt geborgd dat ook na afloop van de transformatiefase de samenwerking structureel wordt voortgezet en ingebed. Professionalisering en gedeelde werkwijze Verbindende schakels en professionals worden ondersteund om over de grenzen van hun eigen organisatie of gemeente heen te werken, bijvoorbeeld via gezamenlijke trainingen, intervisie en gedeelde werkprocessen. Zo ontstaat een cultuur waarin samenwerking vanzelfsprekend is en het belang van de inwoner centraal staat. Een gezamenlijke koers als voorwaarde voor succes Gelijkgerichtheid is daarmee een noodzakelijke voorwaarde voor het slagen van de transformatie. Alleen door een gezamenlijke koers en uniforme werkwijzen kan worden voorkomen dat versnippering in stand blijft. Gezamenlijke afspraken over financiering, zorgtoewijzing en doorverwijzing zijn essentieel om te garanderen dat iedere inwoner in Flevoland de juiste zorg op de juiste plek ontvangt.
15 Gelijkgerichtheid vormt daarmee niet alleen een organisatorisch principe, maar ook de basis voor alle vijf functies van het Mentaal Gezondheidsnetwerk Flevoland. Gelijkgerichtheid als gezamenlijk en operationeel kader Gelijkgerichtheid binnen het Mentaal Gezondheidsnetwerk Flevoland betekent niet alleen dat partijen dezelfde visie delen, maar ook dat zij werken vanuit een gezamenlijk, regionaal overeengekomen kader met duidelijke afspraken over verantwoordelijkheden, processen en inzet. Om versnippering te voorkomen en duurzame samenwerking te borgen, committeren partijen zich aan een regionaal gelijkblijvend kader voor uitvoering, samenwerking en (wanneer van toepassing) financiering. Dit kader bevat de minimale eisen en randvoorwaarden waar alle betrokken organisaties zich aan houden, ongeacht lokale verschillen of interne werkwijzen. Afspraken die instellingen met elkaar moeten maken voor het Verkennend Gesprek en het MGN Voor de uitvoering van het verkennend gesprek (VG) en de bredere MGN-functies zijn onderlinge afspraken tussen instellingen essentieel. De volgende afspraken worden regionaal vastgelegd en periodiek geactualiseerd: 1. Afspraken over verantwoordelijkheden per domein • Welke organisaties structureel het VG uitvoeren (GGZ, sociaal domein, POH- GGZ) en onder welke voorwaarden.
• Gezamenlijke verantwoordelijkheid voor opvolging van afspraken uit het VG, inclusief overdracht en monitoring. 2. Afspraken over capaciteit en inzet • Een regionaal afgestemde inzet van menskracht zodat het VG en andere MGN-functies kunnen worden uitgevoerd zonder dat dit ten koste gaat van bestaande zorgcapaciteit. • Indien verschuivingen in inzet noodzakelijk zijn, worden deze regionaal afgestemd en in het kader opgenomen. 3. Proces- en werkafspraken • Uniforme methodiek, professionele standaard en verslaglegging. • Gelijkwaardige besluitvorming in het VG, inclusief mandaat van alle betrokkenen. • Heldere afspraken over informatie-uitwisseling en samenwerkingsprocessen (ICT, warme overdracht). 4. Afspraken over toegang en aanmeldroutes • Eenduidige regionale aanmeldroutes naar het VG en andere MGN-functies. • Afspraken over doorzetting van verwijzingen naar de GGZ vanuit het VG (conform landelijke MGN-richtlijnen). 5. Afspraken over monitoring en sturing 16 • Gezamenlijke KPI’s en monitoringafspraken. • Regionale terugkoppeling via het programmateam en Bestuurlijk Overleg. Relatie tot financiering en gelijkblijvend kader Het gelijkblijvend regionaal kader staat los van de structurele bilaterale contractafspraken tussen zorgverzekeraars en individuele aanbieders. Tegelijkertijd is dit kader noodzakelijk om de transformatie duurzaam te kunnen uitvoeren.
Indien er geen wijziging in structurele financieringskaders wordt doorgevoerd, maken partijen – inclusief de leidende zorgverzekeraar – passende afspraken over bekostiging van de inzet die nodig is om de MGN-functies uit te voeren conform de afgesproken regionale werkwijze. Deze afspraken worden per instelling vastgelegd in individuele contracten, maar sluiten inhoudelijk aan op het gezamenlijk overeengekomen regionale kader. Concretisering van gelijkgerichtheid tussen instellingen Gelijkgerichtheid krijgt daarmee een praktische invulling in de dagelijkse samenwerking: • Instellingen spreken af dat zij geen eigen parallelle werkwijzen ontwikkelen wanneer deze strijdig zijn met de regionale afspraken. • Aanbieders hanteren gelijke triagecriteria en inclusie-/exclusielogica zodat inwoners overal op dezelfde manier terechtkunnen. • Rolverdeling tussen domeinen wordt regionaal vastgesteld, waardoor taken en verwachtingen helder zijn. • Alle partijen nemen deel aan gezamenlijke scholing, intervisie en professionalisering, zodat dezelfde taal en aanpak wordt gebruikt. • Resultaten en knelpunten worden regionaal besproken, niet alleen binnen de eigen organisatie.
Samengevat Gelijkgerichtheid betekent in Flevoland: • werken vanuit één gezamenlijk regionaal kader; • gezamenlijke afspraken over uitvoering, capaciteit en werkwijze; • eenduidige processen voor toegang en overdracht; • gezamenlijke monitoring en bijsturing; • passend contractueel vormgegeven ondersteuning bij gelijkblijvende financieringskaders. 4.3.2. Staatsteunanalyse Het tijdelijke rijksbudget SPUK-IZA 24 wordt verstrekt aan gemeenten en aan reeds door gemeenten gesubsidieerde en gecontracteerde organisaties voor de extra inspanningen zoals die zijn voorzien in het transformatieplan MGN Flevoland. De gemeenten hebben 17 getoetst dat de inzet van SPUK-transformatiemiddelen voor deze extra inspanningen van de betreffende partijen voldoen aan de eisen die de betreffende SPUK stelt aan staatsteun. 4.4. Advies R egionale Taskforce Wachttijden: Toeleidingspunt GGZ (TP) In het laatste kwartaal van 2024 is er ervaring opgedaan met verschillende functies van het Mentaal Gezondheidsnetwerk via de pilot van het Toeleidingspunt (TP). Deze pilot had een looptijd van ongeveer drie maanden en is ontstaan uit de ZonMw subsidie voor het structureren van de toegang tot de GGZ. In deze pilot zijn er twee toeleidingspunten gecreëerd; een voor de gemeente Almere en een punt voor de gemeente Noordoostpolder en Urk.
In totaal hebben 43 huisartsen en POH-GGZ geparticipeerd; drie praktijken met in totaal 21 verwijzers vanuit Almere en 22 verwijzers uit Noordoostpolder en Urk. Zij stuurden hun patiënten naar het TP toe als er vermoeden was van GGZ problematiek, de problematiek niet duidelijk was en/of inwoner en huisarts van mening waren dat een verkennend gesprek van toegevoegde waarde kon zijn. Het TP bestond uit verschillende medewerkers vanuit meerdere GGZ-partijen en het sociaal domein. De Regionale Taskforce, opdrachtgever van de pilot, heeft na afronding van de pilot een advies afgegeven voor de doorontwikkeling. Dat advies nemen we mee in het transformatieplan voor het Mentale Gezondheidsnetwerk. Dit betreft adviezen over de doorontwikkeling van het TP zelf, maar ook adviezen naar aanleiding van de ervaringen van de diverse functies in het MGN (deze zullen bij de functies zelf behandeld worden). De Taskforce wil het TP gaan opzetten binnen de regio. Het uiteindelijke doel is om huisartsen zoveel mogelijk te ontlasten in zowel de verwijzing naar het verkennend gesprek als de doorzetting van de verwijzing (wanneer van toepassing) naar de GGZ. In de uitkomsten van de pilot is gebleken dat hier de échte winst voor de huisartsen is te halen.
Door het Landelijke Programma MGN is onlangs duidelijk gemaakt dat onder bepaalde voorwaarde de verwijzing vanuit het verkennend gesprek doorgezet kan worden naar de GGZ. Het MGN Flevoland wilt van deze mogelijkheid graag gebruik maken bij de inrichting van het toeleidingspunt waarbij aanmelding voor het verkennend gesprek en toeleiding naar GGZ opgepakt kan worden. Of dit via een regionaal punt kan of een punt per subregio moet nog uitgewerkt worden. In de pilot is gewerkt met een simpel systeem. Om verder te kunnen groeien met het professionalisering van het Toeleidinsgpunt moet het systeem van aanmelden en informatieoverdracht geprofessionaliseerd worden. 18 4.5. Oprichting van het Mentaal Gezondheidsnetwerk De vijf functies zijn binnen Flevoland de bouwstenen voor het Mentaal Gezondsheidsnetwerk: 1. Verkennend gesprek; 2. Informatievoorziening aanbod en wachttijden; 3. Transfermechanisme; 4. Domeinoverstijgend casusoverleg (DOCO); 5. Dekkend netwerk laagdrempelige steunpunten Flevoland. De functies vormen samen de bouwstenen van het Mentaal Gezondheidsnetwerk en zijn uitgewerkt in deelplannen met een eigen stappenplan voor implementatie. Hieronder een schematische weergave van het MGN Flevoland netwerk 4.5.1.
Verkennend gesprek Het verkennend gesprek vormt een belangrijk onderdeel van het Mentale Gezondheidsnetwerk (MGN) en is bedoeld om samen met de inwoner, diens naaste(n) en professionals uit GGZ en sociaal domein te verkennen wat echt nodig is voor herstel en welzijn. In dit gesprek staan de kracht, context en wensen van de inwoner centraal, met aandacht voor zowel psychische als sociale factoren. Het doel is om te bepalen welke ondersteuning het beste aansluit – zonder direct door te verwijzen naar de (specialistische) GGZ.
19 De doelgroep Alle inwoners met zowel vragen op de sociale domeinen als op de psychische domeinen waarbij het niet helder is voor inwoner en huisarts waar de beste oplossing ligt. NB: Voor inwoners met vragen die alleen binnen het sociale domein vallen wordt Welzijn op Recept ingezet. Stand van zaken Ondanks dat een verkennend gesprek verplicht is vanaf 1/1/2025 is dit niet structureel aangeboden geweest in Flevoland dit jaar. Wel heeft de regio ervaring met het voeren van verkennende gesprekken zoals tijdens de pilot van het Toeleidingspunt. Het verkennend gesprek wordt gevoerd voordat een formele verwijzing naar de tweedelijnszorg plaatsvindt. Dit betekent dat, in plaats van direct door de huisarts naar specialistische zorg door te verwijzen, eerst in een breed gesprek met de inwoner wordt onderzocht welke zorg of ondersteuning het beste aansluit bij de situatie. Vanuit de pilot ervaring moet er een doorontwikkeling gemaakt worden in lijn met de landelijke richtlijnen te lezen in de werkwijze van de mentale gezondheidsnetwerken.7 Pilot verkennende gesprekken In Flevoland heeft men al ervaringen opgedaan met de pilot van de verkennende gesprekken eind 2024. Er is een pilot uitgevoerd met een Toeleidingspunt in de Noordoostpolder, Urk en Almere. Hiervoor zijn er 106 verkennende gesprekken gevoerd.
De ervaringen uit deze pilot vormen de basis voor de huidige vormgeving van het proces. Geleerde lessen • Samenstelling van de gespreksgroep: ο Ervaringsdeskundigen versterken de stem van de inwoner, zij kunnen naast de inwoner staan. De ervaringen van het aansluiten van de ervaringsdeskundige zijn binnen Flevoland heel positief. Niet alleen zorgde het voor een gesprek met focus op eigen regie in herstel, ook hadden de ervaringsdeskundigen goed zicht op de sociale kaart en zorgde dit aansluiten voor een warme overdracht naar het voorliggend veld. Het liefst zou de regio deze ervaringsdeskundigen met dit profiel willen laten aansluiten bij het VG, waar mogelijk vanuit de GGZ (niveau 6) of vanuit het sociaal domein en anders als derde persoon bij het 7 chrome- extension://oemmndcbldboiebfnladdacbdfmadadm/https://www.mentalegezondheidsnetwerken.nl/app/ uploads/2024/03/20240301-Werkwijze-Mentale-gezondheidsnetwerken.pdf 20 gesprek met de inwoner. De regio vindt het waardevol om de inwoner te laten kiezen of het gewenst is of er een ervaringsdeskundige aansluit als derde persoon. ο Per gemeente verschilt het welke medewerker uit het sociaal domein geschikt is om aan te sluiten bij het verkennende gesprek. Advies is om te focussen op een gewenst profiel van de deelnemer aan het verkennend gesprek vanuit sociaal domein in plaats van op functie.
Kennis van de sociale kaart en ervaring met positieve gezondheidsblik is hierbij belangrijk. • Praktische en logistieke overwegingen: ο De locatie van fysieke gesprekken is belangrijk: een GGZ-instelling kan afschrikken en de inwoner het gevoel geven dat hij "binnen" is bij een GGZ organisatie. Afstand/nabijheid is van belang, inwoners willen/kunnen veelal niet te lang reizen voor een verkennend gesprek. Opties die genoemd zijn; bij de huisartsenpraktijk, een buurthuis of een andere laagdrempelige plek in het voorveld met privacy-geschikte en stress-sensitieve spreekruimtes. ο Van het totaal 106 gesprekken zijn er 100 gesprekken volledig online gevoerd tijdens de pilot. Online gevoerde verkennende gesprekken bleken voor een deel van de inwoners toegankelijk en effectief. Het zorgde er zelfs voor dat inwoners meer openstonden voor online behandeling door deze ervaring. Bij complexere of zwaardere casussen of wanneer iemand geen toegang heeft tot digitale voorzieningen bleek eerder een fysieke variant wenselijk. Gezien het uitgestrekte karakter van de regio en de beperkte capaciteit in van ggz, wilt deze regio inzetten op het aanbieden van een online of hybride (deelnemer vanuit ggz sluit online aan, deelnemer vanuit sociaal domein is fysiek aanwezig) vorm van het verkennend gesprek. De voorkeur van de inwoner tussen deze twee vormen zal leidend zijn.
ο In Almere was het percentage no-shows hoog. Een vast contactpersoon, die tussentijds contact onderhoudt, heeft bewezen het aantal no shows te verminderen. Tevens kunnen automatische herinneringen van de gemaakte afspraak helpend zijn. Het hebben van een website met informatie over het verkennende gesprek en een vast telefoonnummer kan het vertrouwen en daarmee de toegang kunnen verbeteren. Budget voor communicatie is hier nodig. ο Het clusteren van gesprekpartners voor het verkennende gesprek helpt bij teamvorming, maar er moet worden voorkomen dat het team te dominant wordt en de inwoner te weinig ruimte ervaart. ο Vanuit de huisartsen/POG GGZ heeft het verkennend gesprek alleen toegevoegde waarde als er ook direct doorverwezen kan worden naar ondersteuning of begeleiding in de GGZ zonder de huisarts te 21 gebruiken voor deze administratieve handeling. Dit gebeurt al voor het sociaal domein. Er moet gezocht worden naar een systeem en juridische route die dit ondersteunt. ο De uitkomst van het verkennend gesprek moet mandaat krijgen. Er moet vertrouwd worden op elkaars expertise om niet de triage opnieuw te gaan uitvoeren. ο Er moet geïnvesteerd worden in een ICT structuur die de organisatie en het voeren van de gesprekken ondersteund.
Visie Flevoland Flevoland ziet de meeste waarde in gesprekken en interventies die plaatsvinden op een natuurlijk en vroeg moment in de ondersteuningsketen, waarbij inwoners, naasten en professionals vanuit gelijkwaardigheid samen verkennen wat nodig is om herstel en welzijn te bevorderen. Een laagdrempelig gesprek met inwoners met (ernstige) psychische of psychosociale problematiek in hun eigen leefomgeving. Door gesprekken en interventies vroeg in de keten te plaatsen – vóór een formele verwijzing door de huisarts – wordt voorkomen dat inwoners te snel in zwaardere zorgtrajecten terechtkomen. Deze gesprekken kunnen vaak ook zonder aanmelding van de huisarts plaatsvinden waardoor de druk op de huisartsenzorg verminderd, er nemen voornamelijk organisaties uit het sociaal domein deel en er is niet structureel een GGZ professional bij het gesprek aanwezig wat aansluit bij het enorme gebrek van GGZ capaciteit in de regio. Iedere gemeente geeft op zijn eigen manier invulling hieraan. Landelijke richtlijnen Vanuit de landelijke richtlijnen is het verkennend gesprek: “een gesprek, op verwijzing van de huisarts, tussen de inwoner om wie het gaat, professionals uit de GGZ en sociaal domein en (doorgaans ook) naaste(n) van de inwoner. Het gesprek wordt gevoerd vanuit inzichten over herstelbevordering en positieve gezondheid.
De hulpvraag en krachten van de inwoner staan centraal: de gesprekspartners verkennen oplossingsrichtingen die werken voor deze inwoner en maken afspraken over de uitvoering ervan. Het perspectief van inwoner (en naaste(n)), van de professionals en ervaringsdeskundigheid zijn daarbij van gelijke waarde.” Doel verkennend gesprek Het verkennend gesprek (met de opvolging hiervan) heeft als doel dat; • de inwoner, naasten en professionals inzicht krijgen in de hulpvraag van de inwoner en in de context van de vraag • de inwoner handvatten krijgt om het mentale evenwicht te hervinden 22 • als zorg en/of ondersteuning nodig zijn, die op het juiste moment en de juiste plek worden georganiseerd. Het doel van het verkennend gesprek in Flevoland is als volgt: Ondanks de huidige regionale focus op laagdrempelige initiatieven die de mentale gezondheid van inwoners in Flevoland versterken – veelal vóór verwijzing door de huisarts en zonder vaste deelname van GGZ-professionals – zet de regio binnen het Mentaal Gezondheidsnetwerk (MGN) ook in op het verminderen van de instroom naar de GGZ door de implementatie van het verkennend gesprek. Voor de uitvoering van dit gesprek volgen we de landelijke werkwijze van de Mentale Gezondheidsnetwerken.
De focus ligt net zoals bij de laagdrempelige beschikbare initiatieven op normalisering, positieve gezondheid en het versterken van de eigen regie van de inwoner. De gekozen methodiek voor het verkennend gesprek zal hier op aan sluiten. In de regio willen ze graag gebruik maken van AI om gespreksverslagen uit te werken en zo de administratie tijd te verminderen. Tijdens de looptijd van de implementatie van het verkennende gesprek wordt de effecten continue gemonitoord; wat is het effect van het verkennend gesprek op de instroom naar de GGZ? hoeveel wordt afgebogen? en waarheen? en hoe vaak wordt er een verkennend gesprek aangevraagd? Op basis van deze data kan er, waar nodig, bijgestuurd worden op het aantal beschikbare verkennende gesprekken in Flevoland. Om zo in te zetten op een best passend aanbod voor de Flevolander. Op basis van de regionale behoefte en verwachte instroom wordt in Flevoland verwacht dat er vanaf 2030, bij volledige implementatie van het verkennend gesprek, ongeveer 1.482 gesprekken per jaar worden gevoerd. Deze verwachting is hieronder verder onderbouwd: 1. Vastgestelde ambitie en landelijke standaard De ambitie voor het aantal verkennende gesprekken binnen de regio Flevoland is vastgesteld op 0,45% van de totale volwassen populatie.
Dit percentage is in niet lijn met de landelijke standaard van 0,7% die is ingediend door Zilveren Kruis Achmea bij het programma Mentale Gezondheidsnetwerken onder het Integraal Zorgakkoord (IZA). Hieronder wordt uitgelegd waarom Flevoland afwijkt. 2. De regionale context hogere zorgvraag Het regiobeeld Flevoland laat zien dat de vraag naar mentale zorg structureel hoger ligt dan het landelijk gemiddelde. Oorzaken hiervoor zijn onder meer een jonge populatie, relatief veel kwetsbare huishoudens en beperkte regionale GGZ-capaciteit. In beginsel zou dit een aanleiding kunnen zijn om de ambitie voor het aantal verkennende gesprekken hoger dan 0,7% te leggen. Hoge arbeidskrapte GGZ 23 Flevoland kampt met de hoogste arbeidsmarktkrapte in de geestelijke gezondheidszorg van Nederland. Deze schaarste aan gekwalificeerde GGZ- professionals heeft grote gevolgen voor de wachttijden, de continuïteit van zorg en de doorstroom binnen de keten. Inwoners moeten langer wachten op passende ondersteuning, terwijl de druk op huisartsen, POH-GGZ en het sociaal domein verder toeneemt. De uitdaging wordt versterkt door de sterke demografische groei die de regio de komende jaren doormaakt. Volgens het regiobeeld zal het aantal inwoners in Flevoland met 22% toenemen tot 2040 – aanzienlijk hoger dan het landelijk gemiddelde.
Deze groei leidt niet alleen tot meer inwoners, maar ook tot een stijgende vraag naar mentale ondersteuning en zorg. Focus op laagdrempelige en vroegtijdige interventies Gebaseerd op de regionale inzet op laagdrempelige en vroegtijdige interventies in de regio wordt een lagere toeleiding naar het verkennend gesprek verwacht. Deze interventies versterken de vroegsignalering en de inzet van lichte ondersteuning binnen het sociaal domein. Enkele voorbeelden van aanwezige laagdrempelige en vroegtijdige interventies zijn; de inzet van welzijnscoaches in de hele regio, de domeinoverstijgende trajecten vanuit Samen Sterker in de Wijk in Almere en Dronten (in Almere wordt het aantal trajecten via Samen Sterker in de Wijk flink opgeschaald de aankomende twee jaren), laagdrempelige inzet van maatschappelijk werkers bij psychosociale hulpvragen en de ambitie binnen het MGN voor opschaling van het aantal laagdrempelige steunpunten. 3. Rechtvaardiging van de huidige ambitie De keuze om de regionale ambitie voor het aantal verkennende gesprekken lager te houden dan de landelijke norm is bewust en goed onderbouwd. De context in Flevoland vraagt om een realistische en duurzame opbouw van capaciteit binnen het Mentaal Gezondheidsnetwerk (MGN). De arbeidsmarktkrapte binnen de geestelijke gezondheidszorg is in Flevoland het hoogst van Nederland.
Deze krapte heeft directe gevolgen voor de wachttijden, de doorstroom en de inzetbaarheid van professionals. Er is op dit moment onvoldoende capaciteit beschikbaar om het landelijke aantal verkennende gesprekken te realiseren, zonder dat dit ten koste gaat van andere cruciale onderdelen van de GGZ-keten. Huidige laagdrempelige interventies versterken de vroegsignalering en de inzet van lichte ondersteuning binnen het sociaal domein, waardoor een lagere toeleiding naar het verkennend gesprek verwacht wordt. Het uitgangspunt is dat in de wijken waar onder andere Welzijn op Recept en/of Samen Sterker in de Wijk actief zijn, een deel van de potentiële aanmeldingen wordt opgevangen voordat een verkennend gesprek noodzakelijk is. 24 4. Conclusie De vastgestelde ambitie om voor 0,45% van de totale volwassen populatie een verkennende gesprekken aan te bieden in Flevoland is: • Afgestemd op de landelijke normering van Zilveren Kruis Achmea; aangepast naar de regionale context van de aankomende vier jaar. • Regionaal realistisch, gezien de impact van bestaande en nog op te schalen laagdrempelige initiatieven en rekeninghouden met de beschikbare capaciteit in de GGZ. • Ambitieus maar haalbaar, met oog voor regionale capaciteitsverschillen.
De combinatie van een groeiende bevolking en een al bestaande krapte op de arbeidsmarkt maakt dat de regio prioriteit geeft aan het gefaseerd opbouwen van capaciteit en het versterken van de bestaande infrastructuur in plaats van snelle, grootschalige opschaling. Door realistische ambities te hanteren, blijft de uitvoering uitvoerbaar binnen de personele en financiële mogelijkheden van de regio. Tegelijkertijd wordt ruimte gecreëerd om te leren van de ervaringen in de eerste uitvoeringsjaren en waar nodig de capaciteit later verder uit te breiden. Welke partners doen mee? Het verkennend gesprek is altijd met de inwoner en een deelnemer vanuit het sociale domein en het ggz domein. Alle sociaal domein partijen en alle GGZ partijen mogen volgens de landelijke richtlijnen deelnemen aan het verkennend gesprek. Alle betrokkenen en gecommitteerde partijen die onderdeel zijn van het transformatieplan zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren en borgen van het verkennend gesprek en de daaruit geformuleerde doelstellingen en resultaat KPI’s. Hierbij wordt rekening gehouden met de beschikbare capaciteit. Van de GGZ partijen hebben Indigo en Forta Groep aangegeven het eerste jaar respectievelijk 50 en 158 gesprekken op te gaan pakken, mits deze digitaal kunnen plaatsvinden.
Naast dat Indigo en Forta Groep de intentie hebben, waar mogelijk, om te groeien in de beschikbare capaciteit in 2027 blijft het een opgave van alle GGZ-partijen en zal er onderzocht worden welke andere GGZ partners in de regio bijvoorbeeld vanuit andere (kleinere) GGZ organisaties en/of vrijgevestigde deel kan nemen om de uiteindelijk ambitie in gezamenlijkheid te kunnen verwezenlijken. De POH-GGZ zijn, ondanks de arbeidskrapte binnen hun domein, bereid om te kijken of het mogelijk is om waar mogelijk een POH-GGZ in te zetten voor het verkennend gesprek. Maatschappelijk werkers hebben aangegeven ook verkennende gesprekken te willen voeren, waar mogelijk, vanuit het GGZ domein. Onderzocht moet worden in de regio welke capaciteit er beschikbaar is, die vanwege de krapte, een rol binnen vanuit het GGZ domein kan opvullen voor het verkennende gesprek met als voorwaarde het behoud van kwaliteit en effectiviteit van het verkennend gesprek. te ver Een andere mogelijkheid die onderzocht zal worden is het gebruiken van GGZ professionals 25 werkzaam bij online aanbieders voor het uitvoeren van de online of hybride verkennende gesprek in de regio Flevoland. Hoe werken we hier naartoe? Het toewerken naar het verkennend gesprek is opgedeeld in een aantal stappen. Sommige stappen moeten gelijktijdig worden ingezet en hoeven niet te wachten op de afronding van een voorgaande stappen ervoor.
Stap 0 –Fundament en implementatieplan We starten in 2026 met het leggen van het fundament van deze samenwerking tussen huisartsen, deelnemende GGZ-partijen, gemeenten en sociaal domein organisaties. Er worden afspraken gemaakt over verantwoordelijkheden, financiering en mandaat, zodat professionals ruimte krijgen om hun rol goed te vervullen. Ook wordt er een implementatieplan opgesteld voor een gestructureerde uitrol van het verkennend gesprek in de regio Flevoland. Belangrijk in deze stap is het gezamenlijk eigenaarschap: het verkennend gesprek is niet van één domein, maar een gedeelde werkwijze vanuit zorg én samenleving. De afspraken vormen de basis voor duurzame samenwerking en vertrouwen tussen de deelnemers in de werkgroep. Stap 1 – De basis op orde! In deze stap ligt de nadruk op; • het ontwikkelen en verfijnen van de methodiek van het verkennend gesprek. Samen met professionals wordt gewerkt aan een praktische gespreksmethodiek, gebaseerd op gelijkwaardigheid, positieve gezondheid, normalisering en het versterken van de eigen regie van de inwoner. Onderzocht moet worden of reeds bestaande methodieken gebruikt kunnen worden voor de methodiek van het verkennende gesprek.
• het uitwerken van het profiel van de professional uit het sociaal domein waarna onderzocht zal worden welke werknemers, binnen de sociaal domein organisaties van de verschillende gemeentes, hierop aansluiten. Ook wordt onderzocht welke capaciteit er vanuit de POH-GGZ, Maatschappelijk Werk en online aanbieders beschikbaar is om vanuit het GGZ domein gesprekken te kunnen voeren. • het in kaart brengen welke typen gesprekken er nog meer zijn, zoals POH GGZ het brede gesprek (Positieve Gezondheid), Keukentafelgesprek, Samen Sterker in de Wijk) ect. en definiëren we duidelijk de meerwaarde van het verkennend gesprek binnen de keten. • het inrichten van de juiste technische ondersteuning voor de coördinatie en planning van de gesprekken (via het toeleidingspunt), voor effectieve informatie-uitwisseling tussen partijen en systemen en de inrichting van de logistiek, zoals het vinden van fysieke gespreklocaties dichtbij de inwoner voor 26 de hybride uitvoering van de gesprekken en een bestendige digitale ondersteuning. • Onderzoeken van de mogelijkheden voor gebruik van AI bij verslaglegging van het verkennend gesprek en eventuele andere toepassingen.
Stap 2 – Versterking en voorbereiding van het sociaal domein In deze stap ligt de focus op het opvangen en begeleiden van de verschuiving die ontstaat wanneer steeds meer inwoners vanuit het verkennend gesprek worden doorgeleid naar ondersteuning binnen het sociaal domein, in plaats van naar de formele GGZ. De verschuiving vraagt echter ook om versterking en voorbereiding van het sociaal domein. Gemeenten en welzijnsorganisaties moeten in staat zijn om de groeiende instroom van inwoners goed op te vangen. Dat betekent dat er wordt geïnvesteerd in: • aanbod dat op dit moment wordt gemist binnen het sociaal domein; • versterking en opschaling van aanbod binnen het sociaal domein; • opschalen vaardigheden en capaciteit/beschikbaarheid van professionals en vrijwilligers in herstelgericht werken, gespreksvoering en signalering; • duidelijke werkafspraken tussen GGZ, huisartsen/POH GGZ en sociaal domein over overdracht, verantwoordelijkheden en nazorg; • monitoring van capaciteit en effectiviteit van het aanbod binnen het sociaal domein, om overbelasting te voorkomen. In deze stap hebben we ook aandacht voor het opzetten van een goede terugkoppeling en samenwerking tussen domeinen. GGZ-professionals blijven beschikbaar voor consultatie of co-begeleiding, zodat inwoners niet “uit beeld raken” wanneer zij in het sociaal domein worden opgevangen.
Ervaringsdeskundigen spelen hierbij een belangrijke rol als brug tussen zorg en samenleving: zij versterken de zelfregie van inwoners en helpen signaleren wanneer opschaling naar formele zorg nodig is. Het doel van deze stap is om te zorgen dat de verschuiving naar lichtere vormen van ondersteuning verantwoord en duurzaam verloopt. Door te investeren in kennis, samenwerking en structurele inbedding wordt voorkomen dat druk verschuift in plaats van vermindert. Zo ontstaat een stevig fundament waarin het sociaal domein, huisartsen en GGZ gezamenlijk werken aan tijdige, passende en samenhangende ondersteuning voor iedere inwoner in Flevoland. Stap 3 – Training en leren in de praktijk De focus ligt hier op het versterken van de vaardigheden van de professionals die deel gaan nemen aan de verkennende gesprekken, zodat zij de verkennende gesprekken op een zorgvuldige en gelijkwaardige manier kunnen voeren. Er worden trainingen en intervisies georganiseerd over gespreksvoering, samenwerking op 27 basis van gelijkwaardigheid en omgaan met complexe situaties. Het doel is om een gedeelde beroepshouding en taal te ontwikkelen tussen de deelnemers van het verkennende gesprek. Er wordt ook ruimte geboden voor experimenteren en leren in kleine kring: teams oefenen met het verkennend gesprek in de praktijk en delen ervaringen met elkaar.
Wat werkt, wat niet, en wat vraagt nog aanpassing? Stap 4 – Het uitvoeren van de eerste verkennende gesprekken De eerste verkennende gesprekken worden uitgevoerd en de eerste knelpunten komen in beeld. Door regelmatig te evalueren kunnen we snel leren, verbeteren en doorontwikkelen. Op basis van eerdere ervaringen en nieuwe inzichten wordt de werkwijze stapsgewijs structureel ingebed in de bestaande werkprocessen van huisartsen, wijkteams en GGZ-aanbieders. Het verkennend gesprek groeit hiermee uit tot een herkenbare en vaste schakel in de keten, met duidelijke doorverwijslijnen en terugkoppelingen. De basis staat stevig — het moment is aangebroken om gecontroleerd op te schalen. Stap 5 – Opschaling met behulp van het implementatieplan en gerichte communicatie De regio bouwt de capaciteit voor het voeren van verkennende gesprekken stapsgewijs op, conform de implementatiegraad zoals vastgelegd in de businesscase(100% geïmplementeerd in 2030). Tijdens iedere jaarlijkse opschaling wordt gezorgd voor passend trainingsaanbod voor nieuwe professionals die voor het eerst met het verkennend gesprek aan de slag gaan. Om de gestelde ambitie te behalen, zijn voldoende verwijzingen naar het verkennend gesprek cruciaal. Dat vraagt om gerichte communicatie richting huisartsen en POH- GGZ om het gewenste aantal verwijzingen te realiseren.
Bij een ambitie van 1.481 gesprekken betekent dit gemiddeld één tot twee verwijzingen per huisarts per maand. Door successen te delen, ervaringen zichtbaar te maken en huisartsen actief te ondersteunen bij de verwijzing, stimuleren we het gebruik van het verkennend gesprek en zorgen we ervoor dat de opschaling volgens plan verloopt. Stap 6 – Doorontwikkeling en verankering binnen het netwerk In deze laatste fase is het verkennend gesprek volledig ingebed binnen het Mentaal Gezondheidsnetwerk (MGN) Flevoland. De nadruk verschuift van uitvoering naar doorontwikkeling, waarbij het gesprek niet langer wordt gezien als afzonderlijke interventie, maar als onderdeel van een lerend en verbonden netwerk. Binnen dit netwerk werken het sociaal domein, huisartsen en GGZ-partijen structureel samen aan het verbeteren van de toegang tot passende ondersteuning en zorg. Door gezamenlijke data, ervaringen en praktijkvoorbeelden te benutten, 28 leren partijen continu wat werkt — en waar aanpassing nodig is. Dit gezamenlijke leerproces wordt actief ondersteund door jaarlijkse intervisies, themabijeenkomsten en regionale reflectiemomenten. De borging van het verkennend gesprek vindt plaats op drie niveaus: • Beleid en financiering: het verkennend gesprek wordt structureel opgenomen in lokale en regionale beleidsagenda’s en bekostigingsafspraken.