D02 01 Bijlage 1 bij Nota - Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding 2023-2024.pdf
Tekst van het document
Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding 2023-2024 2019-2020 2019-2020 2019-2020
Oktober 2023
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................................... 1 1.
Inleiding........................................................................................................ 3
1.1
Aanleiding .................................................................................................. 3
1.2
Doel uitvoeringsplan .................................................................................... 3
1.3
Totstandkoming uitvoeringsplan 2023-2024 ................................................... 3
1.4
Leeswijzer .................................................................................................. 3
2.
Werkgebied ................................................................................................... 4
2.1
Inleiding .................................................................................................... 4
2.2
Gladheidsbestrijdingslocaties en -routes ......................................................... 4
2.2.1 2.3 3.
Begeleidingssysteem ............................................................................. 5
Afstemming met andere wegbeheerders ........................................................ 5 Werkwijze ..................................................................................................... 6
3.1
Inleiding .................................................................................................... 6
3.2
Signalering ................................................................................................. 6
3.3
Oproep en opstart uitvoering ........................................................................ 6
3.4
Prioritering en uitvoering .............................................................................. 6
3.5
Registratie werkzaamheden .......................................................................... 7
3.5.1 3.6 4.
Systemen ............................................................................................. 7
Afbouw en schoonmaak materieel ................................................................. 7 Organisatie .................................................................................................... 9
4.1
Rollen en verantwoordelijkheden ................................................................... 9
4.2
Personeel ................................................................................................... 9
4.2.1
Consignatierooster ................................................................................ 9
4.2.2
Training en opleiding ............................................................................10
4.3
Extra inzet aannemers ................................................................................ 10
4.4
Materieel ................................................................................................... 10
4.5
Inkoop dooimiddel ...................................................................................... 11
5.
Communicatie ...............................................................................................12
BIJLAGE 1: Locaties gladheidsbestrijding en maatschappelijke locaties ..........................13 BIJLAGE 2: Consignatierooster gladheidsbestrijding 2023-2024....................................14 BIJLAGE 3: Afspraken en contactgegevens wegbeheerders ..........................................15
Pagina 2 van 15
1. Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeente Noordoostpolder heeft een gladheidsbestrijding beleid opgesteld voor de periode 2016-2025. Dit plan geeft de kaders voor de uitvoering. Jaarlijks wordt een uitvoeringsplan voor de gladheidsbestrijding opgesteld om inzichtelijk te maken hoe concreet invulling gegeven gaat worden aan de gladheidsbestrijding.
1.2
Doel uitvoeringsplan
In het uitvoeringsplan wordt de praktische informatie beschreven die nodig is om de gladheidsbestrijding uit te voeren. Dit plan dient alle betrokkenen duidelijkheid te geven over hoe de werkwijze is en wat er van eenieder verwacht wordt. De exacte gladheidsbestrijdingsroutes, de wijze waarop prioriteiten worden gesteld in de uitvoering en ook de afspraken die met andere wegbeheerders gemaakt zijn over de uitvoering liggen vast in dit plan. Het uitvoeringsplan is opgesteld voor de winterperiode 2023-2024. Na de winter wordt het uitvoeringsplan geëvalueerd en waar nodig bijgesteld.
1.3
Totstandkoming uitvoeringsplan 2023-2024
Dit uitvoeringplan is uitgewerkt aan de hand van de in het beleidsplan Gladheidsbestrijding 2016-2025 beschreven kaders. De strooiroutes zijn tegen het licht gehouden naar aanleiding van meldingen en signalen vanuit seizoen 2022-2023. Er is vervolgens ook gekeken naar de ontwikkelingen qua verkeerstromen en intensiteiten met als leidraad het net afgeronde Mobiliteitsplan gebaseerd op de Mobiliteitsvisie. Dit heeft geen directe grote gevolgen gehad voor de te strooien routes. Er zijn wat aanpassingen gedaan in de routes van Emmelhage en de ontwikkeling daar worden in de gaten gehouden. Dit geldt ook voor de routes die door fietsers worden gebruikt in het buitengebied. Ook zijn wijzigingen in locaties van de maatschappelijke objecten in de overzichten bijgewerkt.
1.4
Leeswijzer
Het rapport kent de volgende opbouw: Hoofdstuk 3: Werkgebied Hoofdstuk 4: Werkwijze Hoofdstuk 5: Organisatie Hoofdstuk 6: Communicatie
Pagina 3 van 15
2. Werkgebied 2.1
Inleiding
Het werkgebied van de gladheidsbestrijding komt voort uit de kaders die vastgelegd zijn in het beleidsplan Gladheidsbestrijding 2016-2025. Daarnaast zijn er met andere wegbeheerders afspraken gemaakt over wie tot waar strooit. Aan de hand van deze kaders en de met andere wegbeheerders gemaakte afspraken zijn de locaties en de routes voor de gladheidsbestrijding uitgewerkt.
2.2
Gladheidsbestrijdingslocaties en -routes
In het beleidsplan Gladheidsbestrijding 2016-2025 zijn keuzes gemaakt waar de gladheid bestreden wordt. Het uitgangspunt is dat de hoofdroutes en maatschappelijk belangrijke locaties zo goed en veilig mogelijk begaanbaar zijn. In het gladheidsbestrijdingsplan wordt onderscheid gemaakt tussen wegen binnen de bebouwde kom en wegen in het buitengebied. Aan de hand van de hierna geformuleerde kaders is een tekening gemaakt van de locaties waar de gladheid bestreden wordt en zijn de gladheidsbestrijdingsroutes uitgewerkt. Ook zijn daarbij de maatschappelijk belangrijke locaties opgenomen (zie bijlage 1). Binnen de bebouwde kom De gladheid wordt bestreden op de wegen en fietspaden die voldoen aan de volgende criteria: Rijbanen van wegen met een gebieds-ontsluitingsfunctie conform het Mobiliteitsplan Belangrijke fietsroutes waar ook in de winterperiode veel gebruik van gemaakt wordt en/of die de ontsluitingen vormen voor maatschappelijk belangrijke locaties. Maatschappelijk belangrijke locaties. Dit zijn locaties zoals scholen, kinderopvanglocaties, locaties van hulpdiensten, locaties van huisartsen en huisartsenposten, bejaardenhuizen, bibliotheek, winkelcentra, bushaltes, industrieterreinen, kerken, sporthal, begraafplaatsen en gemeentehuis. De exacte locaties worden opgenomen in het jaarlijks op te stellen uitvoeringsplan voor de gladheidsbestrijding.
Buitengebied De gladheid wordt bestreden op de wegen en fietspaden die voldoen aan de volgende criteria: Gemeentelijke gebiedsontsluitingswegen (gebiedsontsluiting secundair verkeer) en ontsluitingswegen op de blokgebieden zoals die aangeven worden in het Mobiliteitsplan Hoofdfietsroutes waar ook in de winterperiode veel gebruik van gemaakt wordt. Maatschappelijk belangrijke locaties. Belangrijke locaties in het buitengebied zijn o.a. kinderopvanglocaties en bushaltes. De exacte locaties worden opgenomen in dit plan Op de Rijksweg A6 en de provinciale gebiedsontsluitingswegen wordt de gladheidsbestrijding door respectievelijk Rijkswaterstaat en de provincie Flevoland uitgevoerd. Bij calamiteiten op of afsluiting van deze wegen wordt de
Pagina 4 van 15
omleidingsroute door Rijkswaterstaat of de provincie Flevoland begaanbaar gemaakt en gehouden. In deze situaties onderhoudt de gemeente nauw contact met Rijkswaterstaat of provincie om de routes af te stemmen. Daarnaast is de gemeente als ondersteuning beschikbaar wanneer de omstandigheden daarom vragen.
2.2.1
Begeleidingssysteem
Vorig seizoen is voor het eerst met het systeem IntelliOps Route Manager gewerkt. Dit is een systeem dat de medewerkers navigeert langs de strooiroute, waardoor men zich kan concentreren op het besturen van het voertuig. M.b.v. het systeem is achteraf na te gaan welke routes er zijn gereden. Dit systeem en het later genoemde Thermologic systeem zijn op elkaar worden afgestemd. Er was eerst enige onzekerheid in het begin bij de medewerkers ook omdat ze minder flexibel zijn in het uitvoeren van de route. Op het eind van vorig seizoen zag men ook duidelijk de voordelen. Onderdeel van de voorbereiding blijft het rijden van de routes, waarbij onder andere de rijtijden worden gecontroleerd en wordt beoordeeld of de routes obstakelvrij zijn.
2.3
Afstemming met andere wegbeheerders
Met Rijkswaterstaat en provincie Flevoland zijn afspraken gemaakt over wie tot waar strooit. Ook met aangrenzende gemeenten is een aantal afspraken gemaakt over de gladheidsbestrijding op wegen die de gemeentegrenzen overschrijden. De afspraken zijn opgenomen in een overzicht waarin ook alle contactgegevens van de wegbeheerders zijn vastgelegd (bijlage 3). Dit overzicht wordt door de beheerder bijgewerkt wanneer nodig en is digitaal beschikbaar voor de dienstdoende coördinator.
Pagina 5 van 15
3. Werkwijze 3.1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt de werkwijze nader toegelicht. Hoe de signalering van gladheid plaatsvindt en de besluitvorming over het uitrukken tot stand komt, is kort en bondig beschreven. Tevens zijn de procedures voor het oproepen van medewerkers en de uitvoering van de werkzaamheden toegelicht.
3.2
Signalering
De dienstdoende coördinator gladheidsbestrijding neemt het besluit om uit te rukken op het moment dat gladheid verwacht wordt. Om tot dit besluit te komen beschikt de coördinator over de gegevens van drie eigen meetstations binnen de gemeente. Daarnaast is er een contract met een weerbureau waarmee overlegd kan worden en die een signaal afgeven als zij gladheid verwachten. Wanneer de coördinator het besluit neemt om uit te rukken legt hij de gegevens, op basis waarvan hij dit besluit heeft genomen, vast in een logboek (zie ook paragraaf 4.5). Vervolgens roept hij het ingeroosterde personeel op.
3.3
Oproep en opstart uitvoering
De dienstdoende coördinator die het besluit tot uitrukken genomen heeft, roept het ingeroosterde personeel op, te weten: Eén belader. De 8 ingeroosterde medewerkers. Bij extreme weersomstandigheden (ijzel of extreme sneeuwval) worden 14 medewerkers opgeroepen. De dienstdoende coördinator bepaalt hoe er gestrooid gaat worden. In dit kader dient de coördinator over de volgende punten een besluit te nemen en de medewerkers daarover te informeren: De Thermologic-afstelling is de instelling die zorgt voor de hoeveelheid en de soort van te strooien zout (steenzout (NaCl) en/of opgelost zout (CaCl)) op basis van de wegdektemperatuur en de (verwachte) hoeveelheid vocht op het wegdek. Of, gezien de weersomstandigheden, de standaard gladheidsbestrijdingsroutes gereden worden of dat prioriteiten gesteld moeten worden (zie paragraaf 3.4).
3.4
Prioritering en uitvoering
Wanneer extreme weersomstandigheden, zoals sneeuwval, langere tijd aanhouden is het niet mogelijk om op alle routes de gladheid continu tegen te gaan. In deze situaties dienen noodgedwongen prioriteiten gesteld te worden. Voor aanvang van de verwachte sneeuwval worden alle routes conform het Uitvoeringsplan gladheidsbestrijding preventief gestrooid. Vervolgens worden, door continue inzet van de strooi-eenheden, alle routes zo lang mogelijk sneeuwvrij gehouden. Wanneer dit door de ernst en/of duur van de sneeuwval niet meer lukt, wordt op wegen met een minder hoge prioriteit geen sneeuw meer verwijderd.
Pagina 6 van 15
De prioriteit wordt bepaald aan de hand van de verkeersintensiteit op de route en/of de hoeveelheid verkeer richting de maatschappelijk belangrijke locaties. Hoe lager deze intensiteit hoe minder prioriteit de route of locatie krijgt. Bij extreme weersomstandigheden kan dit betekenen dat op routes en locaties met een lagere prioriteit de gladheid voor een bepaalde periode niet bestreden kan worden. Om medewerkers gezond en scherp te houden is het noodzakelijk om bij langdurige inzet (bij extreme weersomstandigheden) aanpassingen te doen betreft de bezetting. Ploegen wisselen sneller en er is inzet van medewerkers van buiten de strooiploegen mogelijk. Voorbeelden zijn dat er een tweede en derde coördinator kan worden aangesteld. En er zijn een aantal collega’s beschikbaar die kunnen inspringen als assistent strooimedewerker.
3.5
Registratie werkzaamheden
Een goede registratie van de gegevens over de uitvoering van de gladheidsbestrijding is belangrijk uit het oogpunt van verantwoording en evaluatie na afloop van het winterseizoen. De dienstdoende coördinator legt, op het moment dat het besluit tot uitrukken genomen is, de volgende gegevens vast in het logboek: De melding van het weerbureau op basis waarvan het besluit genomen is om uit te rukken (de weerinformatie van de eigen meetstations en externe bronnen worden binnen het systeem van het weerbureau vastgelegd en zijn opvraagbaar). De gekozen afstelling van het materieel (oftewel strooiopdracht). Eventuele aanpassing van strooiroutes die is toegepast in de uitvoering. Daarnaast worden eventuele calamiteiten en bijzonderheden door de coördinator vastgelegd in het logboek.
3.5.1
Systemen
Alle strooiers die gebruikt worden zijn uitgerust met een registratiemodule die vastlegt waar de strooier geweest is en waar deze aangestaan heeft. Tevens wordt de hoeveelheid zout (g/m²) die gestrooid wordt vastgelegd en andere strooi instelling als breedtes en links of rechts strooien. Via de IntelliOPS Route Manager kan nagegaan worden welke routes er zijn gereden.
3.6
Afbouw en schoonmaak materieel
Direct na afronding van de strooiwerkzaamheden worden door de strooiploeg de volgende werkzaamheden uitgevoerd, voordat het voertuig op de daarvoor bestemde plaats geparkeerd wordt: Bijvullen calcium; Bijvullen brandstof indien nodig; Het schoonspoelen strooier (als inzet van het voertuig de volgende dag gewenst is).
Pagina 7 van 15
De eerstvolgende werkdag na een strooiactie voert de strooiploeg die het voertuig bereden heeft de volgende werkzaamheden uit: Leegdraaien strooier; Schoonspoelen strooier; Afbouwen strooier. Aangezien er ook dit seizoen meer aannemers en derden meedraaien, zal bovenstaande werkwijze vooral gelden voor interne medewerkers. Voor aannemers is het logischer dat er direct schoon gemaakt wordt, aangezien dit efficiënter is en daardoor minder kosten met zich meebrengt.
Pagina 8 van 15
4. Organisatie 4.1
Rollen en verantwoordelijkheden
Binnen de organisatie van de gladheidbestrijding zijn verschillende rollen en verantwoordelijkheden benoemd: Beheerder Gladheidsbestrijding: deze medewerker heeft de leiding over de organisatie van de gladheidsbestrijding. Hij stelt het uitvoeringsplan op samen met de wegbeheerder en legt dit voor aan het college, stelt het rooster op, draagt zorg voor de instrueren van de betrokken medewerkers en zorgt voor de evaluatie van de uitvoering na afloop van het winterseizoen. Bepaalt samen met technisch beheer dat het strooimaterieel is afgestemd op de taak. Is budget-technisch verantwoordelijk en draagt zorg voor de vereiste trainingen en opleidingen van de medewerkers. Ook is de beheerder Gladheidsbestrijding is verantwoordelijk voor de communicatie en zorgt voor reactie op ontvangen klachten en meldingen die betrekking hebben op de gladheidsbestrijding. Coördinator gladheidsbestrijding: deze medewerker monitort de weersverwachtingen en neemt het besluit om een strooiactie te starten. Hij roept daartoe de op dat moment ingeroosterde strooimedewerkers op. Hij bepaalt hoe er gestrooid gaat worden en instrueert de ingeroosterde strooi-eenheden, waarna de uitvoering wordt opgestart. Gedurende de uitvoering is de coördinator aanwezig op de werf of onderweg in het beheergebied om het effect van de strooiactie te beoordelen.
Strooimedewerker: deze medewerker (genoemd ‘ijsberen’) verzorgt de uitvoering van de werkzaamheden. Deze medewerker bestuurt een strooiwagen. Assistent strooimedewerker: wanneer de strooi-eenheid uitrukt met een sneeuwploeg/-borstel is een bijrijder nodig om deze te bedienen. Wanneer er een tekort is aan bijrijders kan een aantal medewerkers (genoemd ‘ijsvogels’) van de gemeente die op de oproeplijst staan benaderd worden om in te springen als bijrijder. Belader: deze medewerker is gedurende de uitvoering aanwezig op de werf en is verantwoordelijk voor de belading van de voertuigen met strooimiddel en is daarnaast beschikbaar voor overige ondersteuning op de werf.
4.2 4.2.1
Personeel Consignatierooster
De gladheidsbestrijding wordt uitgevoerd met eigen medewerkers van het cluster wijkbeheer, medewerkers van andere clusters die zich hiervoor hebben aangemeld en medewerkers van aannemers. Vorig seizoen is er op ingezet dat er medewerkers van een aannemer in het consignatierooster zijn meegenomen. De aanleiding van de veranderingen zijn de ervaren werkdruk bij medewerkers en de borg in uitvoering (capaciteitstekort). Na het vorig seizoen is er redelijk acquisitie gedaan om collega’s van ander clusters warm te maken voor de gladheidsbestrijding. De ervaring is dat juist de samenwerking bij deze bijzondere taak een grotere verbondheid geeft en zo “afstand tussen clusters” verminderd. Voor dit seizoen zijn er weer drie nieuwe collega ijsberen opgeleid en toegevoegd aan deze groep van nu in het totaal 7 collega’s.
Pagina 9 van 15
Daarnaast is er een document (oproeplijst) aanwezig met medewerkers die beschikbaar zijn voor assistentie. In totaal zijn er 34 medewerkers betrokken bij de gladheidsbestrijding. Waarvan 23 werkzaam zijn bij het cluster Wijkbeheer, 7 vanuit andere clusters en 5 ingehuurde bij een aannemer (allen strooimedewerkers genoemd). Het consignatierooster dat voor het winterseizoen 2023-2024 is opgesteld, is als bijlage 2 toegevoegd. In dit rooster zijn de betrokken medewerkers per toerbeurt ingeroosterd. Er staan continu 1 coördinator, 8 strooimedewerkers en 1 belader paraat. De strooimedewerkers en de belader die ingeroosterd zijn hebben een passieve vorm van consignatiedienst. Zij komen alleen in actie zodra ze opgeroepen worden door de coördinator. De dienstdoende coördinator monitort actief de weersverwachtingen en de wegdeksituatie. Als het nodig is neemt hij het besluit om uit te rukken en de medewerkers op te roepen.
4.2.2
Training en opleiding
Jaarlijks wordt tijdens de vlootschouw door de leverancier van het materieel een instructie gegeven aan alle medewerkers. Hierbij wordt de kennis over het opbouwen, afbouwen en het gebruik van het materieel opgefrist. Daarnaast is er nog een training voor de algemene kennis en bewustzijn wanneer men actief gladheid bestrijdt. Om de rijvaardigheid op gladde wegen op peil te houden krijgen alle strooimedewerkers eenmaal per 5 jaar een specifieke rijvaardigheidstraining (slipcursus). De coördinatoren gladheidsbestrijding krijgen eenmaal per 5 jaar een opfriscursus over de interpretatie van weergegevens en de gegevens van de eigen weerstations binnen de gemeente.
4.3
Extra inzet aannemers
Bij langdurige extreme weeromstandigheden kan het noodzakelijk zijn om extra aannemers in te zetten, dit dus naast degene die al in het consignatierooster staan. Er is een document aanwezig met beschikbare aannemers, contactgegevens en het materieel. De beheerder gladheidsbestrijding stemt met de coördinator af of een aannemer ingezet moet worden. De beheerder regelt de contractuele zaken. De coördinator bepaalt de inzet op uitvoering.
4.4
Materieel
De gemeente beschikt over voldoende eigen materieel om de gladheidsbestrijding uit te kunnen voeren. Het materieel wordt jaarlijks onderhouden en vervangen wanneer nodig. De hiervoor benodigde middelen zijn opgenomen in de meerjarenbegroting. Met een vrachtwagen en cabine chassis voertuigen worden de meeste hoofdroutes gestrooid en met twee personenauto met vierwielaandrijving (4x4 auto’s) worden de fietspaden gedaan. Een kleine trekker wordt alleen ingezet bij sneeuwval en is dan
Pagina 10 van 15
voorzien van een sneeuwborstel. Een grote trekker voorziet in de belading van de strooiers. Het jaarlijks onderhoud van het materieel vindt buiten het winterseizoen plaats. Na afloop van het winterseizoen wordt het materieel grondig gereinigd binnen een onderhoudscontract van de leverancier. Vervolgens wordt het onderhoud (controleren en eventueel vervangen van specifieke onderdelen) uitgevoerd. Onderhoud dat buiten het contract valt, wordt door de eigen monteur of een in te schakelen derde partij uitgevoerd. In het najaar vindt in het bijzijn van de leverancier van het materieel een vlootschouw plaats. Al het materieel wordt op een juiste werking gecontroleerd en er wordt aandacht besteed aan de bediening. Over eventuele tekortkomingen worden direct afspraken gemaakt over de afhandeling.
4.5
Inkoop dooimiddel
De gemeente Noordoostpolder heeft geen langdurig of vast contract met een leverancier van dooimiddelen. Door de ruime opslag die aanwezig is op de werf is tussentijds bijbestellen van dooimiddel in de meeste winters niet nodig. Voorafgaand aan het winterseizoen wordt door de gladheidsbeheerder dooimiddel bestelt, zodat de opslag gevuld is. Hiervoor benadert hij de verschillende marktpartijen en bestelt bij de partij die tegen de op dat moment beste prijs/kwaliteit kan leveren. Met deze partij worden ook afspraken gemaakt over eventuele aanvullende leveringen in de winterperiode. Gedurende het winterseizoen wordt de voorraad gemonitord door de werfbeheerder. De gladheidsbeheerder wordt door de werfbeheerder gewaarschuwd als de voorraad dooimiddel tussentijds aangevuld dient te worden.
Pagina 11 van 15
5. Communicatie De beheerder gladheidsbestrijding is belast met de taak om voor deze interne communicatie te zorgen. Voor de start van het winterseizoen is het van belang dat alle betrokkenen bij de gladheidsbestrijding goed geïnformeerd en geïnstrueerd zijn over de werkwijze en de rol die zij daarin hebben. Daarnaast zorgt de gladheidsbeheerder er ook voor dat er voldoende medewerkers op de oproeplijst als assistent strooimedewerker (ijsvogels) staan. Communicatie gericht op inwoners en ondernemers Het is ook van belang om alle weggebruikers tijdig van informatie te voorzien. De informatie over de gladheidsbestrijding wordt op de volgende momenten en wijze gecommuniceerd: Op de gemeentelijke website is algemene informatie te vinden hoe de gemeente handelt bij gladheidsbestrijding. Hier staan o.a. de uitgangspunten voor de gladheidsbestrijding en de locaties waar gladheidsbestrijding zal plaatsvinden. Elk jaar wordt gecontroleerd of deze informatie klopt. Op het moment dat de eerste gladheid zich aandient, wordt de informatie over de gladheidsbestrijding gepubliceerd via de gemeentelijke sociale mediakanalen. De beheerder gladheidsbestrijding stelt een voorstel op wat te publiceren en levert deze aan de afdeling communicatie. De afdeling communicatie redigeert de tekst en publiceert dit samen met de bijbehorende stukken op de sociale mediakanalen.
Gedurende periodes met gladheid worden de sociale media continu gemonitord door de communicatiemedewerkers van de gemeente. Eventuele reacties op sociale mediaberichten worden in overleg met de gladheidsbeheerder geplaatst. Bij aanhoudende- of ernstige wintersituaties zal de gladheidsbeheerder naar voren treden om in de organisatie coördinatoren te ontlasten en te zorgen voor eenheid in de communicatie. Bij aanhoudende- of ernstige wintersituaties wordt op de website aangegeven of de gemeente wel of niet strooizout verstrekt aan haar inwoners. Dit zal ook gecommuniceerd worden via sociale media.
Pagina 12 van 15
BIJLAGE 1: Locaties gladheidsbestrijding en maatschappelijke locaties Deze bijlage is als apart document beschikbaar.
Pagina 13 van 15
BIJLAGE 2: Consignatierooster gladheidsbestrijding 2022-2023 Deze bijlage is als apart document beschikbaar.
Pagina 14 van 15
BIJLAGE 3: Afspraken en contactgegevens wegbeheerders Deze bijlage is als apart document beschikbaar.
Pagina 15 van 15