CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D02 00 Sportvisie - Aangepast.pdf

Gemeenteraad 10 november 2025, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 5: Lijst ingekomen stukken12.079 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Sportvisie 2026-2035

Auteur: Gemeente Noordoostpolder 8 juli 2025

INHOUDSOPGAVE 1. Inleiding

3

Uitgangspunten

3

Analyse als basis

3

Samen met de sportsector

4

Samenhang met ander gemeentelijk beleid

5

Looptijd en uitvoeringsagenda

5

2. Analyse

6

2.1 Sportdeelname

6

2.2 Sportlidmaatschappen

8

2.3 Sportaanbieders

10

2.4 Ruimte voor sport

10

2.5 Openbare ruimte

11

2.6 Groei in vraag naar sportfaciliteiten

11

2.7 Maatschappelijke waarde van sport en bewegen

11

3. Sportvisie

12

3.1 Sport voor iedereen

12

3.2 Vitale sportaanbieders

16

3.3 Ruimte voor sport

18

3.4 Bewegingsonderwijs

26

4. Positie van sport en bewegen

29

4.1 We brengen focus aan en gaan terug naar de basis

29

4.2 Positie buiten de gemeente

30

5. Financiën

31

Bijlage 1 Overzicht huidige sportaccommodaties

33

Buitensportaccommodaties

33

Binnensportaccommodaties

34

3

1. INLEIDING Sport en bewegen zijn een belangrijk onderdeel van het leven in de Noordoostpolder. Het brengt mensen letterlijk en figuurlijk in beweging en zorgt voor verbinding. Daarmee draagt het in grote mate bij aan de fysieke en mentale gezondheid van onze inwoners én aan de leefbaarheid van onze dorpen. De gemeente Noordoostpolder streeft ernaar dat al haar inwoners een leven lang kunnen sporten en bewegen. Dat betekent dat iedereen – ongeacht inkomen, opleiding, geslacht, geaardheid, achtergrond of eventuele beperking – de mogelijkheid heeft om te sporten of bewegen: • • • •

in een vorm die bij hen past; binnen een organisatievorm die aansluit bij hun wensen; op hun eigen niveau; in de buurt van hun huis, werk of school.

Dit willen we bereiken door beleid te voeren op de volgende vier thema’s: 1. Sport voor iedereen 2. Ruimte voor sport 3. Vitale sportaanbieders 4. Bewegingsonderwijs Het sportaanbod in onze gemeente wordt grotendeels gedragen door vrijwilligers. Daar zijn we trots op. We willen dit sterke fundament behouden en ondersteunen waar nodig.

Uitgangspunten

Om gedegen beleid te blijven voeren werken we vanuit de sportvisie op basis van twee uitgangspunten: onderbouwde keuzes en consistent beleid. Voor deze sportvisie zijn veel onderzoeken geraadpleegd die op basis van cijfers sturing hebben gegeven aan de genomen keuzes. Bij beleidskeuzes in de toekomst bekijken we welke data/onderzoeken er zijn, zodat onderbouwde keuzes gemaakt kunnen worden. Daarnaast bekijken we of beleidskeuzes ook consistent doorgevoerd kunnen worden. Dit is belangrijk omdat de gemeente binnen de sport met een groot aantal partners werkt (vooral sportaanbieders). Zodra een beleidskeuze wordt gemaakt, moet dit uitlegbaar zijn naar andere partners en ook van toepassing zijn als een vergelijkbare keuze gevraagd wordt in een vergelijkbare situatie.

Analyse als basis

Om gefundeerde keuzes te maken voor de beleidsthema’s, is een analyse gemaakt van de sport in de Noordoostpolder, in Flevoland en in Nederland. Hiervoor zijn diverse bronnen geraadpleegd. De uitkomsten hiervan staan in hoofdstuk 2.

4

SPORTAKKOORD EN SPORTVISIE: SAMENHANG ÉN VERSCHIL Wat is het Sportakkoord? Het Lokaal sport- en beweegakkoord (hierna: Sportakkoord) is een tijdelijk project, gefinancierd met een uitvoeringsbudget vanuit het ministerie van VWS. Om dit budget te ontvangen, moesten we als gemeente – samen met sportaanbieders – bepalen waar onze lokale ambities liggen. Die ambities zijn vastgelegd en terug te vinden op heelnopsport.nl. De uitvoering van het Sportakkoord wordt gecoördineerd door een externe projectleider. Daarnaast is er een kerngroep opgericht met vertegenwoordigers uit de sportsector. Deze groep bewaakt de uitvoering en beoordeelt de aanvragen voor het beschikbare budget. De afgelopen jaren is er binnen het Sportakkoord veel aandacht geweest voor visievorming. Tijdens het opstellen van de gemeentelijke Sportvisie merkten we dat sportaanbieders soms dachten dat het Sportakkoord en de Sportvisie hetzelfde zijn. Die verwarring is begrijpelijk, maar het is belangrijk om het onderscheid duidelijk te maken. Sportvisie: breder en langduriger De Sportvisie is het gemeentelijke sportbeleid voor de komende tien jaar. Deze visie bevat álle thema’s op het gebied van sport en bewegen, dus ook de inhoud van het Sportakkoord, maar gaat veel verder. Waar het Sportakkoord eindigt in 2027, biedt de Sportvisie een langdurige koers voor de hele gemeente.

Samen met de sportsector

De gemeente vervult een faciliterende rol: het sportaanbod zelf wordt verzorgd door sportaanbieders, buurtsportcoaches en gymdocenten. Hun inzet is cruciaal voor het behalen van de ambities uit deze visie. Daarom zijn zij intensief betrokken bij het opstellen van de sportvisie. Op 21 januari 2025 vond een informatiebijeenkomst plaats met ongeveer 70 sportaanbieders. Voor wie daar niet bij kon zijn, was er de mogelijkheid input te leveren via een vragenlijst. De concept sportvisie is tussentijds besproken met de sportaanbieders. Op 25 maart 2025 waren ongeveer 50 sportaanbieders aanwezig bij een presentatie over de contouren van de sportvisie. De input van beide avonden is uiteraard meegenomen bij het vormen van deze visie. Ook het college van B&W en de gemeenteraad zijn betrokken via een themabijeenkomst en een beeldvormende sessie. Verder hebben we sinds een aantal jaar een Lokaal sport- en beweegakkoord (zie kader). Het Lokaal Sportakkoord is van de samenleving en geen gemeentelijk beleid. Het is wel belangrijk dat beide documenten elkaar versterken. De externe projectleider en kerngroep zijn betrokken bij het opstellen van deze visie.

5

Samenhang met ander gemeentelijk beleid

Als gemeente vinden we het belangrijk dat alle inwoners van de Noordoostpolder gezond en vitaal zijn. Het stimuleren van sport en bewegen is hiervoor een belangrijk middel. Regelmatig bewegen draagt bij aan zowel de fysieke als mentale gezondheid, bevordert sociale verbinding en kan eenzaamheid voorkomen. Onze ambities rondom gezondheid zijn verankerd in het Beleidsplan Sociaal Domein, het Deelplan Wmo en Volksgezondheid en het programma Samen en Gezond. Sport en bewegen raken echter niet alleen aan het sociaal domein. Ook het ruimtelijk domein speelt een belangrijke rol. Denk bijvoorbeeld aan het Beleidsplan Openbare Ruimte. Een aantrekkelijke leefomgeving en (openbaar) groen draagt immers ook bij aan het welzijn en de gezondheid van onze inwoners omdat ze uitnodigen tot buitenspelen, wandelen en sporten in de eigen leefomgeving.

Looptijd en uitvoeringsagenda

Deze sportvisie beperkt zich tot het stellen van doelen en het omschrijven van uitgangspunten. De sportvisie geldt voor de periode 2026-2035 en biedt een lange termijn koers. Tegelijkertijd blijven we wendbaar: elke vier jaar evalueren we samen met onze samenwerkingspartners de visie en stellen we bij waar nodig. De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd. Om tot concrete plannen te komen en in de tussentijd bij te kunnen sturen werken we met twee uitvoeringsagenda’s: 1. Een uitvoeringsagenda voor de thema’s Sport voor iedereen, Vitale Sportaanbieders en Bewegingsonderwijs. Deze agenda wordt tweejaarlijks opgesteld door de beleidsadviseur Sport en vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders. 2. Een uitvoeringsagenda voor het thema ruimte voor sport. Deze agenda wordt tweejaarlijks opgesteld door de adviseur sportaccommodaties en vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders.

6

2. ANALYSE 2.1

Sportdeelname

Onder sportdeelname verstaan we alle vormen van sporten. Dus van individueel hardlopen, tot voetballen bij een sportvereniging tot bootcamplessen bij een zzp-er. De sportdeelname wordt doorgaans door middel van marktonderzoek onderzocht. Landelijk Uit landelijke cijfers blijkt dat de sportdeelname zich nog niet heeft hersteld naar het niveau van voor de coronaperiode. De landelijke sportdeelname schommelt de afgelopen 3 jaar rond de 60%, waar dat voor de coronaperiode rond de 65% lag1. Het is aannemelijk dat dit ook voor de sportdeelname in onze gemeente geldt. Er zijn een aantal factoren die invloed hebben op sportdeelname, waaronder opleidingsniveau. In onderstaande grafiek is te zien dat theoretisch opgeleiden vaker sporten dan praktisch opgeleide Nederlanders.. Daarbij valt op dat het verval in sportdeelname tijdens de coronaperiode in de doelgroep middelbaar en praktisch opgeleiden veel hoger was dan bij de theoretisch opgeleiden. En dat het herstel onder die eerste twee doelgroepen achterblijft.

NOC-NSF (2024). Zo Sport Nederland, p. 21.

Ook zien we in verschillende levensfases een dip in sportdeelname. Onder de jeugd (13-18 jaar) is er een onevenredig herstel sinds de coronaperiode te zien. Bij jongens leek de sportdeelname zich in 2023 te herstellen, maar deze is in 2024 weer afgenomen. Ook onder meiden daalt de sportdeelname helaas weer in 2023 en 2024 t.o.v. 2022. Zie de grafiek hieronder.

1.

NOC - NSF (2024). Zo Sport Nederland, https://cdn.nocnsf.nl/media/metnjgkr/zo-sport-nederland-nocnsf-sportdeelname-2024.pdf

7

NOC-NSF (2024). Zo Sport Nederland, p. 19.

Een derde van de Nederlanders die niet sport, willen dit wel gaan doen. Deze doelgroep kan omschreven worden als ‘laaghangend fruit’, omdat zij zelf al gemotiveerd zijn om hun gedrag te veranderen. Hierbij valt op dat onder de doelgroep praktisch opgeleiden relatief veel ‘niet sporters’ zijn en dat de bereidheid om te gaan sporten relatief laag is. Terwijl bij de theoretisch opgeleiden het percentage niet-sporters relatief laag is en de bereidheid onder niet-sporters om dit wel te gaan doen relatief hoog is. De sporten die deze groep zouden willen gaan beoefenen worden doorgaans aangeboden door sportondernemers of worden individueel beoefend.

NOC - NSF (2024). Zo Sport Nederland, p. 39.

Lokaal Als we kijken naar de inwoners binnen de Noordoostpolder die wekelijks sporten zien we iets minder inwoners (50,1%) dan het landelijk gemiddelde (53,6%)2. Omdat voor deze lokale cijfers een andere bron is gebruikt, is dit percentage anders dan in de alinea over de landelijke cijfers. Op wijkniveau zien we verschillen in sportdeelname. Binnen Emmeloord zien we in Emmelhage een opvallend hoge sportdeelname (60,7%) en in Tussen Gracht en Vaart een opvallend lage sportdeelname (37,5%). Ook zien we in de dorpen verschillen, al zijn deze relatief klein. Alleen in de woonkern van Nagele ligt de sportparticipatie opvallend lager (41,5%) dan het gemeentelijk gemiddelde (50,1%). 2. 3.

RIVM (2025). Op de kaart: Wekelijke sporters, https://www.sportenbewegenincijfers.nl/kaarten/wekelijksesporters RIVM (2025). Sporters in Nederland, https://buurtatlas.vzinfo.nl/#sporters

8

RIVM (2025). Sporters in Nederland, https://buurtatlas.vzinfo.nl/#sporters.

2.2

Sportlidmaatschappen

Onder sportlidmaatschappen verstaan we het aantal leden bij sportverenigingen die horen bij een sportbond welke is aangesloten bij NOC*NSF. Cijfers hierover zijn beschikbaar via de bondsdatabases. Voor deze sportvisie is een lidmaatschapsrapport voor onze gemeente opgevraagd bij NOC*NSF. Bij de volgende cijfers gelden een aantal kanttekeningen die zijn omschreven in de volledige analyse in de bijlage. De belangrijkste is dat niet alle verenigingsleden in onze gemeente zijn aangemeld bij een sportbond en dus niet terugkomen in deze cijfers. In de Noordoostpolder (23,8 %) zijn bijna evenveel mensen lid van een sportvereniging als gemiddeld in Nederland (24,3 %). Daarmee is het aantal sportlidmaatschappen in onze gemeente een stuk hoger dan het Flevolands gemiddelde (18,6 %).

9

Sportservice Flevoland (2024). Sport in Flevoland Kercijferbrochure, 4.

Verder valt op dat er bovengemiddeld veel 65+ers lid zijn van een sportvereniging, maar in de leeftijdscategorie 10 t/m 14 jaar juist minder ten opzichte van het gemiddelde in Nederland. In absolute zin zijn de meeste sporten gegroeid in ledenaantal. Voetbal, vissen, volleybal, atletiek en zwemmen zijn sporten die in de gemeente Noordoostpolder (veel) meer beoefend worden dan gemiddeld in Nederland. Golf, tennis, gymnastiek, en hockey worden relatief minder beoefend in onze gemeente ten opzichte van Nederland.

NOC - NSF (2024). KISS Rapportage Gemeente Noordoostpolder in 2023, 18

Ook valt op dat voetbal verreweg dé grootste sport in de gemeente Noordoostpolder is. In elk dorp is een voetbalvereniging actief en met ruim 4.000 leden is het de populairste verenigingssport in de regio. Afgezien van sportvissen en golf, zijn tennis en volleybal de eerstvolgende sport met ongeveer 700 leden. Ook binnen Flevoland wordt in onze gemeente het meest gevoetbald. De verwachting is dat dit nog verder toeneemt: in de komende 15 jaar worden er ruim 800 nieuwe voetballers verwacht.4 4.

RIVM (2025). Sporters in Nederland, https://buurtatlas.vzinfo.nl/#sporters

10

2.3

Sportaanbieders

We onderscheiden vier typen sportaanbod: • sportverenigingen; • sportondernemers; • informele groepen • individueel en ongeorganiseerd. Volwassenen sporten het meest alleen en ongeorganiseerd (36%). De jeugd sport het meest bij een sportvereniging (55%). Sportverenigingen Al jaren neemt het aantal sportverenigingen af, terwijl het aantal verenigingsleden redelijk stabiel blijft. Dit zorgt ervoor dat sportverenigingen steeds groter worden. Hierbij zien we ook dat het aantal vrijwilligers afneemt naarmate een club groter wordt5. Dit komt overeen met het beeld dat de sportaanbieders uit de Noordoostpolder afgeven ten aanzien van de afname in bereidheid om vrijwilligerswerk te doen. Dit zorgt dat dit type sportaanbieder onder druk staat. Sportondernemers Naast de sportverenigingen heeft de Noordoostpolder een grote groep sportondernemers. Denk hierbij aan fitnessaanbieders, personal trainers, dansscholen, tennisscholen, etc. Sportondernemers hebben meestal een eigen sportaccommodatie of sporten in de openbare ruimte. Vaak hebben ze geen subsidierelatie met de gemeente. Dit maakt dat de gemeente dit type sportaanbieder minder goed in beeld heeft. Ze brengen echter ongeveer evenveel mensen in beweging als sportverenigingen. En brengen daarnaast bovengemiddeld veel sporters in beweging met een lage (ervaren) gezondheid6.

Waarschijnlijk omdat ze bij dit type sportaanbieder meer individuele aandacht krijgen. Veel inwoners sporten in informele groepen of individueel. De gemeente heeft weinig invloed op deze sporters. Door middel van het aanbieden van (openbare) sportfaciliteiten kan de gemeente deze groepen wel faciliteren.

2.4

Ruimte voor sport

In de gemeente Noordoostpolder hanteren we vijf soorten sportaccommodaties: gemeentelijke buitensportaccommodaties, gemeentelijke binnensportaccommodaties, particuliere sportaccommodaties, het zwembad en de openbare ruimte. Hoewel de focus van de gemeente op sportgebied doorgaans ligt op de gemeentelijke sportaccommodaties en het zwembad, wordt in de openbare ruimte het meest gesport7.

NOC - NSF (2023). Zo Sport Nederland, https://cdn.nocnsf.nl/media/ckgbviij/def-zo-sport-nl-2023-digitaal_.pdf RIVM (2025). Overzicht meest beoefende sporten 2001 - 2024, https://www.sportenbewegenincijfers.nl/document/meest-beoefende-sporten 7. Mulier Instituut (2024). Jaarrapport ruimte voor sport en bewegen, http://kennisbanksportenbewegen.nl/?file=11948&m=1731574621&action=file.download 5. 6.

11

2.5

Openbare ruimte

2.6

Groei in vraag naar sportfaciliteiten

2.7

Maatschappelijke waarde van sport en bewegen

De kernindicator Beweegvriendelijke Omgeving laat zien hoe de fysieke omgeving in de openbare ruimte scoort op de mogelijkheid voor mensen om te sporten en te bewegen. De gemeente Noordoostpolder scoort onder gemiddeld op kern- en deelindicatoren beweegvriendelijke omgeving. De score van onze gemeente (58) in peiljaar 2024 ligt onder het Flevolandse (73) en landelijk gemiddelde (68). Vooral op de deelindicator ‘Sport- en speelplekken’ en ‘Nabijheid van voorzieningen’ scoort onze gemeente laag8. Dit is opvallend omdat ook uit onderzoek blijkt dat binnen Flevoland onze inwoners het meest sporten in de openbare ruimte9.

Zowel onze gemeente als provincie groeien sterk wat betreft het inwonersaantal. Volgens de bevolkingsprognoses groeit ons inwonersaantal van ongeveer 48.000 inwoners in 2022 naar 57.000 inwoners in 2042. In het huidige jaar (2025) heeft de Noordoostpolder echter, in verband met de inschrijving van een grote groep arbeidsmigranten, al 50.000 inwoners terwijl de prognose voor dit jaar destijds op 49.000 stond. Als onze gemeente in 2042, zoals de prognoses voorspellen, ruim 20% meer inwoners heeft, zal de behoefte naar sportaccommodaties en -faciliteiten logischerwijs ook met ongeveer 20% toenemen. Dit wordt onderschreven door landelijke onderzoeken.10

Het Kenniscentrum Sport & Bewegen heeft een rekenmodel voor de ‘social return on investment’ (SROI) voor de sport in de Noordoostpolder. Dit vertaalt zich in het Nederlandse naar de maatschappelijke waarde van sport en bewegen en nog specifieker naar de financiële opbrengsten die sportdeelname oplevert in relatie tot de investering die het vraagt. Voor de Noordoostpolder geldt volgens dit model dat voor elke euro die de gemeente in sport investeert, de maatschappij hier 2,82 euro aan overhoudt. De SROI van sport en bewegen in geheel Nederland wordt geschat op € 2,76.

RIVM (2025). Beweegvriendelijke omgeving, https://www.sportenbewegenincijfers.nl/kernindicatoren/beweegvriendelijke-omgeving Sportservice Flevoland (2024). Sport in Flevoland Kerncijferbrochure, https://www.dropbox.com/scl/fi/lbrcxsnz78h9dt66xursn/SSF_Kerncijfers_2024-DEF-Digitaal.pdf ?rlkey=24x4kzw0qmx2w7s35w3kflgm5&e=1&st=1wcdfy79&dl=0 10. Mulier Instituut (2024). Jaarrapport ruimte voor sport en bewegen, http://kennisbanksportenbewegen.nl/?file=11948&m=1731574621&action=file.download 8. 9.

12

3. SPORTVISIE In de sportvisie maken we onderscheid tussen vier verschillende beleidsthema’s: 1. Sport voor iedereen 2. Ruimte voor sport 3. Vitale sportaanbieders 4. Bewegingsonderwijs

3.1

Sport voor iedereen

In de Noordoostpolder moet iedereen kunnen meedoen aan sport en bewegen – ongeacht inkomen, opleiding, geslacht, geaardheid, achtergrond of eventuele beperking. Samen met alle sportaanbieders zorgen we ervoor dat zoveel mogelijk inwoners in beweging komen én blijven. Daarom zetten we in op het tegengaan van uitstroom én richten we ons op inwoners die nu nog niet sporten, maar dat wél graag zouden willen. Wat willen we bereiken? We streven naar een actieve en sportieve Noordoostpolder, waar iedereen mee kan doen. Dit zijn onze belangrijkste doelen: • Toegankelijkheid: sporten zonder drempels We willen dat iedereen – ook kwetsbare doelgroepen zonder belemmeringen en met plezier kan meedoen aan sport- en beweegactiviteiten. • Aangepast sporten: sport voor iedereen écht mogelijk maken We willen dat er passende sportmogelijkheden voor inwoners met een beperking zijn, zodat ook zij actief kunnen meedoen. • Sportstimulering: in beweging blijven én komen We richten ons actief op inwoners die nu nog niet sporten, maar dit wel graag zouden willen. We helpen hen die stap daadwerkelijk te zetten. • Sportevenementen: verbindend, motiverend en zichtbaar Sportevenementen motiveren inwoners om in beweging te komen, trekken bezoekers van buiten de regio en brengen mensen van verschillende leeftijden en achtergronden samen.

• Ondersteuning van jong sporttalent We willen dat jonge sporters met bovengemiddelde prestaties de kans krijgen zich verder te ontwikkelen met extra begeleiding en ondersteuning.

Wat gaan we daarvoor doen?

3.1.1

Toegankelijkheid: sporten zonder drempels

In de Noordoostpolder moet iedereen kunnen meedoen aan sport en bewegen – ongeacht inkomen, opleiding, geslacht, geaardheid, achtergrond of eventuele beperking. Financiële toegankelijkheid De kosten voor sport stijgen. Sterk stijgende kosten voor organisaties en teruglopende bereidheid van inwoners om vrijwilligerswerk te doen zorgen ervoor dat sportverenigingen steeds vaker betaalde krachten moeten inhuren voor taken die voorheen door vrijwilligers werden gedaan. Dat maakt sport voor veel mensen minder goed betaalbaar. We vinden het belangrijk om sport ook toegankelijk te houden voor inwoners met een lager inkomen.

13

Meedoenregeling We vinden het belangrijk dat alle kinderen en ouderen in de Noordoostpolder mee kunnen doen. Soms lukt dit niet vanwege een lager inkomen. Daarom kunnen kinderen tussen de 4 en 18 jaar en inwoners vanaf de AOW-leeftijd gebruikmaken van de Meedoenregeling. Deze regeling helpt financieel bij het deelnemen aan (sport)activiteiten. Sportaanbieders zijn op de hoogte van het bestaan ervan en kunnen hun aanbod in een webshop presenteren. Sociale toegankelijkheid Toegankelijkheid gaat verder dan alleen geld. Ook sociale factoren kunnen drempels opwerpen. Voelen mensen van een andere afkomst of geaardheid zich welkom bij een vereniging? Staat een club open voor nieuwe leden, of overheerst er een ‘ons-kent-ons’-cultuur? De cultuur binnen een sportvereniging is waardevol, maar mag geen barrière vormen. Daarom gaan we samen met sportaanbieders het gesprek aan over hoe we een open en uitnodigende sfeer kunnen behouden. Dit is belangrijk voor het voortbestaan van verenigingen én voor onze ambitie om zoveel mogelijk inwoners in beweging te krijgen. Een veilige sportomgeving begint bij een stevige basis. Om sportclubs hierbij te ondersteunen, hebben de Vereniging Sport en Gemeenten (VSG), NOC*NSF en de sportbonden vier basiseisen voor sociale veiligheid opgesteld. Deze basiseisen helpen clubs om hun sportaanbod toegankelijk en veilig te houden voor iedereen.

De vier basiseisen zijn: • Het aanvragen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor vrijwilligers die werken met kwetsbare doelgroepen (zoals kinderen en sporters met een beperking); • Het invoeren van de gedragscode sport; • Het aanstellen van een vertrouwenscontactpersoon; • Het opleiden van trainer-coaches. De gemeente Noordoostpolder gaat sportaanbieders actief stimuleren om aan deze richtlijnen te voldoen. De eerste focus ligt op sportclubs die met kwetsbare doelgroepen werken en op clubs met meer dan 100 leden. De clubondersteuner (zie paragraaf 3.2) speelt hierin een centrale rol en informeert clubs over de basiseisen, ondersteunt bij het invoeren ervan en houdt bij welke sportaanbieders hier al aan voldoen. Ook onderzoeken we hoe we via een subsidieregeling clubs kunnen ondersteunen.

3.1.2

Aangepast sporten: sport voor iedereen écht mogelijk maken

Voor mensen met een beperking is sporten nog lang niet zo vanzelfsprekend als het zou moeten zijn. Waar meer dan de helft van de mensen zonder beperking wekelijks sport, lukt dat bij mensen met een beperking maar bij één op de drie. En dan is het vinden van passend aanbod in de buurt vaak ook nog een uitdaging. We zien dat aangepast sporten landelijk steeds vaker wordt ondergebracht binnen de bredere groep ‘kwetsbare doelgroepen’. Maar mensen met een beperking hebben vaak juist specifieke voorzieningen, begeleiding of aanpassingen nodig. We blijven ons daarom actief inzetten om de sportdeelname van mensen met een beperking te vergroten. We zoeken verbinding met Wmo-consulenten en onderzoeken hoe we deze doelgroep kunnen ondersteunen en welke mogelijkheden er vanuit de Wmo zijn.

14

Onze buurtsportcoaches (zie paragraaf 4.2) spelen een centrale rol. Zij werken samen met sportaanbieders aan het verbeteren en uitbreiden van het sportaanbod. Dat kan op verschillende manieren: • via nieuwe initiatieven en sportverenigingen, • door speciale groepen binnen bestaande verenigingen op te zetten, • of door verenigingen te helpen inclusief te worden, zodat iedereen mee kan doen. Daarnaast ondersteunen de buurtsportcoaches trainers en sportaanbieders, zodat zij goed zijn toegerust om met deze doelgroep te werken. Ook organiseren ze netwerkbijeenkomsten om kennis en ervaringen te delen en stimuleren ze samenwerking tussen organisaties. Tot slot zorgen ze voor zichtbaarheid van het aangepaste sportaanbod via het landelijke platform Uniek Sporten. Ook nemen ze actief deel aan provinciale overleggen om kennis op te doen en mee te bouwen aan een sportklimaat waarin écht iedereen kan meedoen. Brugfunctionaris: schakel tussen school en sport Op basisscholen en het voortgezet onderwijs speelt de brugfunctionaris een belangrijke rol in het wegnemen van bovenstaande drempels.

3.1.3

Sportstimulering: in beweging blijven én komen

Een gezonde sportgemeente begint naast het bereiken van mensen die nog niet sporten, maar dit wel willen, ook bij het behouden van sporters en het begeleiden van mensen die willen doorstromen. Behoud en doorstroom Zolang sportaanbieders kunnen blijven doen wat ze nu doen – en hun aanbod goed blijft aansluiten bij wat sporters nodig hebben – blijven sporters actief. Dit vraagt om ondersteuning van sportclubs én om een vinger aan de pols bij veranderende wensen. Wanneer iemand stopt met een bepaalde sport of bij een aanbieder, is de motivatie vaak nog hoog om iets anders te gaan doen. Door samenwerking tussen sportaanbieders te stimuleren, willen we sporters laten doorstromen naar een ander passend aanbod. Zo blijven ze in beweging. Zie ook paragraaf Vitale sportaanbieders. Sportstimuleringssubsidie Sportaanbieders kunnen gebruikmaken van de sportstimuleringssubsidie om sporters te behouden, door te verwijzen of nieuwe deelnemers aan te trekken. Zo helpen we aanbieders actief mee te bouwen aan een sportieve gemeente. Het doel van de regeling is: a. meer inwoners van Noordoostpolder te stimuleren tot sporten en bewegen, waarbij de focus ligt op de breedtesport; b.

een positief sportklimaat in Noordoostpolder stimuleren, waarbij onder positief sportklimaat wordt verstaan een omgeving waarin iedereen op een prettige manier met elkaar omgaat, die toegankelijk is en waar men zich houdt aan de (spel)regels en afspraken; c. bijdragen aan vitaliteit van verenigingen of stichtingen, waarbij onder vitaliteit wordt verstaan dat bij die verenigingen of stichtingen de organisatie op orde is en ze daarnaast een bredere maatschappelijke functie vervullen. In de paragraaf Vitale sportaanbieders gaan we hier dieper op in.

15

Instroom: mensen bereiken die nu nog niet sporten Veel inwoners willen wél sporten, maar zetten de stap nog niet. Inzet buurtsportcoaches Op het gebied van sportstimulering zijn buurtsportcoaches onmisbaar. Zij analyseren sportdeelnamecijfers en signaleren doelgroepen die achterblijven. Buurtsportcoaches onderzoeken vervolgens wat deze groepen nodig hebben, waar de drempels liggen, en brengen vraag en aanbod samen – of zorgen samen met sportaanbieders voor nieuw passend aanbod. Dit doen zij voor alle denkbare doelgroepen. Voorbeelden zijn nieuw sportaanbod voor meiden of sportaanbod voor ouderen die na een valpreventieve interventie in beweging willen blijven. Daarnaast hebben de buurtsportcoaches de opdracht om – waar mogelijk – extra activiteiten (side-events) te koppelen aan bestaande evenementen. Denk aan: • • •

Een kinderevent in samenwerking met scholen; Een aangepast sportaanbod met zorgorganisaties; Een seniorensportevenement in samenwerking met het welzijnswerk.

Zo zorgen we ervoor dat sportevenementen toegankelijk en aantrekkelijk zijn voor een zo breed mogelijke doelgroep. Samenwerking met sportondernemers Een belangrijke ambitie is het versterken van de samenwerking met sportondernemers. Uit de analyse blijkt dat mensen met (ervaren) gezondheidsklachten vaak bij deze aanbieders sporten. Ook inwoners die nu niet sporten, geven aan dat ze het liefst willen starten met sporten die door sportondernemers wordt aangeboden. Zij zijn dus onmisbare partners in het bereiken van onze doelen. Toch is dit voor de gemeente en buurtsportcoaches nog relatief nieuw terrein. In tegenstelling tot sportverenigingen huren zij meestal geen gemeentelijke accommodaties en maken ze minder gebruik van subsidieregelingen. Dat vraagt om extra inspanning om de samenwerking op gang te brengen.

3.1.4

Sportevenementen: verbindend, motiverend en zichtbaar

Sportevenementen geven sport in de Noordoostpolder niet alleen een gezicht, ze zorgen ook voor verbinding, inspiratie en zichtbaarheid. Ze motiveren inwoners om in beweging te komen, trekken bezoekers van buiten de regio en brengen mensen van verschillende leeftijden en achtergronden samen. Bovendien komen bij goede sportevenementen alle onderdelen van sportbeleid samen: van sportstimulering en vitale sportaanbieders tot het gebruik van de openbare ruimte en samenwerking met het onderwijs. Subsidieregeling sportevenementen De gemeente stimuleert het organiseren van sportevenementen actief via de subsidieregeling sportevenementen. Het doel van deze regeling is: a. een positief sportklimaat in Noordoostpolder stimuleren, waarbij onder positief sportklimaat wordt verstaan een omgeving waarin iedereen op een prettige manier met elkaar omgaat, die toegankelijk is en waar men zich houdt aan de (spel)regels en afspraken; b. bijdragen aan vitaliteit van verenigingen of stichtingen, waarbij onder vitaliteit wordt verstaan dat de organisatie van een vereniging op orde is en de vereniging daarnaast een bredere maatschappelijke functie vervult; c. meer inwoners van Noordoostpolder in beweging krijgen; d. promotie van de gemeente Noordoostpolder als ‘sportgemeente’.

16

Kansen: grootschalige én regionale sportevenementen De gemeente ziet ook kansen voor grotere evenementen in onze regio – óf om deel te nemen aan provinciale evenementen. In die gevallen trekken we graag samen op met Provincie Flevoland en de andere Flevolandse gemeenten. Bij grotere evenementen biedt de subsidieregeling sportevenementen de mogelijkheid om af te wijken van de maximale bijdrage. Dit is een afweging die door het college gemaakt moet worden. Het aanvraagproces hiervoor heeft daarom ook een langere doorlooptijd. Zo maken we ruimte voor initiatieven die meer impact hebben en tegelijkertijd bijdragen aan bredere doelen, zoals gebiedspromotie, recreatie en toerisme. Zodra er evenementen met dit karakter op de agenda staan, stemmen we daarom ook af met deze beleidsvelden. Aandacht voor knelpunten bij organisatoren We merken regionaal dat de regeldruk (vooral bij route-evenementen) toeneemt, de beschikbaarheid van vrijwilligers daalt en de kosten voor materialen en diensten stijgen. Dit heeft negatieve invloed op het aantal sportevenementen. Vooral bij route-evenementen speelt de complexiteit van het gebruik van de openbare ruimte een rol. Vaak zijn er meerdere beheerders betrokken, wat de organisatie lastiger maakt. De gemeente Noordoostpolder neemt deze signalen serieus.

We staan open voor gesprek met organisatoren om te onderzoeken hoe wij kunnen helpen om knelpunten weg te nemen en op die manier sportevenementen in onze gemeente blijvend kunnen stimuleren.

3.1.5

Ondersteuning voor jong sporttalent

In de Noordoostpolder stimuleren we álle inwoners om te sporten en bewegen. Maar er zijn ook sporters die net dat stapje extra zetten – mensen die hun sport met zoveel passie en talent bedrijven, dat ze uitblinken op een bovengemiddeld niveau. Onze gemeente biedt dankzij het brede en diverse sportaanbod een goede voedingsbodem voor talentontwikkeling. Van jong tot oud, van teamsport tot individuele prestaties: er is volop ruimte om sportdromen na te jagen. Aandacht voor groei We vinden het belangrijk dat ook sporters met ambitie en potentie de juiste ondersteuning krijgen. Vaak is lokaal aanbod voldoende om talent te ontwikkelen, maar soms is er meer nodig – extra faciliteiten, begeleiding of netwerken buiten de gemeente. Daarom sluiten we als gemeente aan bij het Flevolands Talentenfonds van Sportservice Flevoland. Via dit fonds krijgen sporttalenten uit onze regio extra kansen om zich verder te ontwikkelen, ook buiten de grenzen van de Noordoostpolder. Op deze manier zorgen we samen voor een omgeving waarin sporttalent niet alleen ontstaat, maar ook écht kan groeien.

3.2

Vitale sportaanbieders

Sportaanbieders zijn een onmisbare schakel in het sportbeleid van de gemeente. We investeren veel in sportaccommodaties, maar zonder actieve aanbieders blijven die plekken leeg. Daarom is het van groot belang dat sportaanbieders – van verenigingen tot commerciële aanbieders – goed kunnen blijven functioneren. In onze gemeente onderscheiden we drie typen sportaanbieders: • Sportverenigingen: vaak op vrijwilligers gebaseerd; • Sportondernemers: commerciële sportbedrijven en zelfstandigen; • Informele aanbieders: bijvoorbeeld wandelgroepen of buurtinitiatieven.

17

Alle vormen dragen bij aan een actieve en gezonde gemeente. Waar nodig spreken we hen afzonderlijk aan, maar in het algemeen gebruiken we de term sportclubs wanneer we doelen en maatregelen voor álle sportaanbieders beschrijven. Wat willen we bereiken? We streven naar toekomstbestendige sportclubs. Dit zijn onze belangrijkste doelen: • Zelfredzame sportclubs We willen een toegankelijke adviesvoorziening voor sportclubs op bestuurlijk en organisatorisch vlak. • Duurzame samenwerking We willen de samenwerking tussen sportaanbieders, het onderwijs en andere maatschappelijke partners structureel versterken. • Partnerschap We willen bestuurlijk partnerschap creëren dat de uitvoering, evaluatie en bijsturing van deze sportvisie mogelijk maakt. Wat gaan we daarvoor doen?

3.2.1

Zelfredzame sportclubs

We zien dat met name sportverenigingen onder druk staan. Het vinden van vrijwilligers, en in het bijzonder bestuursleden, is steeds lastiger. Daarnaast zorgt toenemende wet- en regelgeving ervoor dat het besturen van een sportvereniging ingewikkelder wordt. De sportondernemers hebben hun interne organisatie vaak goed op orde, maar lopen aan tegen knelpunten in samenwerking met externe partijen zoals overheid, welzijn, onderwijs of verenigingen. Het verbinden van deze sportaanbieders met elkaar of met andere terreinen om zo het sportaanbod te verbreden kost tijd en inzet en vraagt om coördinatie. We willen sportverenigingen hierbij ondersteunen, zodat sporters actief blijven én we kunnen blijven bouwen op de sterke clubs die onze gemeente kenmerken. We zetten in op clubondersteuning Clubondersteuning is een essentieel instrument om de sportinfrastructuur in onze gemeente vitaal te houden. We stellen een onafhankelijke clubondersteuner aan. Deze professional ondersteunt sportclubs bij bestuurlijke, organisatorische, sporttechnische en maatschappelijke vraagstukken, met als doel hun zelfredzaamheid en toekomstbestendigheid te vergroten. Eén aanspreekpunt voor sportclubs Sportaanbieders gaven aan behoefte te hebben aan één centraal aanspreekpunt.

Momenteel moeten zij voor verschillende vragen bij verschillende gemeentelijke contactpersonen of buurtsportcoaches zijn, wat leidt tot onduidelijkheid en tijdverlies. De clubondersteuner speelt hier een grote rol in. Deze persoon denkt mee en verwijst indien nodig naar de juiste personen binnen of buiten de gemeente. We stimuleren en organiseren ontmoeting Veel sportclubs willen graag meer onderlinge afstemming met elkaar en met bijvoorbeeld het onderwijs en maatschappelijke partners. Zij geven aan dat ze iemand nodig hebben voor het organiseren van deze ontmoetingen. Daarom organiseert de clubondersteuner samen met de sportclubs meerdere sportontmoetingen per jaar. Telkens staat een ander thema centraal. Het programma kan informatief zijn, maar er is zeker ook ruimte voor het gesprek en het delen van ervaringen. De sportclubs hebben veel kennis in huis – en willen daar meer gebruik van maken door van elkaar te leren. Naast deze algemene sportontmoetingen zijn er ook bestaande overlegstructuren. De gemeente sluit hierbij aan (denk aan binnensportoverleg, polderoverleg voetbalverenigingen en het LO-overleg (lichamelijke opvoeding).

18

3.2.2

Duurzame samenwerking en partnerschap

Er komt een stuurgroep Sport: samen koers houden Zoals eerder benoemd in de inleiding is er vanuit het Lokaal Sportakkoord een actieve kerngroep. Deze groep blijkt van grote waarde voor de gemeente: als klankbord, maar ook als bron van kennis en enthousiasme. Tegelijkertijd ontstaan er in de praktijk regelmatig gesprekken over onderwerpen buiten het Sportakkoord. Dat is logisch – maar soms ook verwarrend. Om hierin duidelijkheid te scheppen, gaan we vanaf deze sportvisie werken met een Stuurgroep Sport. Deze Stuurgroep Sport begint vanuit de ervaring van de regiegroep van het Sportakkoord en maakt gebruik van hun kennis en kunde en wordt aangevuld met vertegenwoordigers van alle betrokkenen. Het doel van de stuurgroep is om grip te houden op de uitvoering van de sportvisie en waar nodig bij te sturen. Zo houden we samen de koers scherp en bouwen we verder aan een sterke sportgemeente. De bijeenkomsten worden eens per kwartaal georganiseerd door de beleidsadviseur sport.

3.3

Ruimte voor sport

Iedereen in de Noordoostpolder die wil sporten of bewegen, moet dat kunnen doen. Dicht bij huis, werk of school én in een veilige omgeving. Sport en bewegen moet voor iedereen bereikbaar en toegankelijk zijn. Wat willen we bereiken? Om dat mogelijk te maken, zorgen we voor voldoende ruimte en goede voorzieningen om te sporten. We werken aan: •

• •

• • •

Voldoende sportlocaties We streven naar voldoende sportlocaties, zowel binnen als buiten, en verspreid over de hele gemeente. Daarbij vormen de locaties rondom Ervenbos, Bosbaan en Boskamp het sportieve hart van de gemeente voor de buitensport. Voor de binnensport vervullen het Bosbad en de Bosbadhal een centrale rol. Integrale onderhouds- en investeringsplannen voor sportvoorzieningen Efficiënter inzetten van bestaande ruimte We benutten beschikbare ruimte effectiever en zorgen op die manier voor meer sportmogelijkheden binnen de bestaande infrastructuur. Uniform beleid Voor buiten- en binnensportaccommodaties en andere sportvoorzieningen. Voetbal in de Noordoostpolder De openbare ruimte als sportvoorziening Aandacht voor sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte zijn onmisbaar om ervoor te zorgen dat sporten en bewegen voor iedereen toegankelijk is.

Wat gaan we daarvoor doen?

3.3.1

Voldoende sportlocaties

De gemeente Noordoostpolder groeit, en met die groei neemt ook de druk op de ruimte toe. Er is een duidelijke woningbouwopgave, maar tegelijkertijd verwachten we ook een toenemende behoefte aan sportvoorzieningen.

19

Uit de analyse blijkt dat de vraag naar sportvoorzieningen in Flevoland richting 2040 met gemiddeld 20% zal toenemen. Om die reden benadrukken we het belang van een goede afweging bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en hanteren we als uitgangspunt dat bestaande sportvelden en sportlocaties behouden blijven, en niet worden ingezet voor woningbouw of andere niet-sportgerelateerde ruimtelijke ontwikkelingen. Uitzonderingen hierop zijn mogelijk wanneer er sprake is van een zorgvuldig afgewogen belang en een alternatief voor de sportfunctie. Bij de ontwikkeling van nieuwe woonwijken denken we vanaf het begin mee. De beleidsadviseur sport en de adviseur sportaccommodaties werken actief samen met de collega’s van projecten en woningbouw. Zo zorgen we ervoor dat er voldoende ruimte blijft voor sport, beweging én spel, ook in nieuwe buurten. In bijlage 1 is een overzicht toegevoegd van de huidige sportaccommodaties in de gemeente Noordoostpolder (zowel binnen als buiten). Ervenbos, Bosbaan en Boskamp als sporthart van de gemeente Op en rond Sportpark Ervenbos, Bosbaan en Boskamp zijn meerdere ontwikkelingen gaande. Elk op zichzelf waardevol, maar samen bieden ze nog veel meer kansen. Als we deze ontwikkelingen in samenhang bekijken, kunnen we efficiënter gebruik maken van ruimte, middelen én sportaccommodaties.

Hoewel de sportvoorzieningen in de dorpen van nature verspreid liggen, bevinden de meeste sportaccommodaties in Emmeloord zich op loop- of fietsafstand van elkaar. Binnen een straal van ongeveer 1 km liggen onder andere: • Sportpark Ervenbos • Sportpark Boskamp & Boslaan • Het Bosbadcomplex • De gymzalen van het Emelwerda College en het Zuyderzee Lyceum Deze concentratie van voorzieningen biedt een unieke kans om dit gebied verder te ontwikkelen tot het sportieve hart van Emmeloord en de gemeente. Nieuwe ontwikkelingen op het gebied van sport willen we graag hier centreren. De onderlinge nabijheid maakt het mogelijk om functies te verbinden, voorzieningen slimmer te benutten en samenwerking tussen sport, onderwijs en maatschappelijke partners te versterken. Wij zetten in dit gebied beleidsmatig in op structurele investeringen in sportvoorzieningen. Door te kiezen voor versterking van de bestaande sportinfrastructuur behouden we samenhang, benutten we schaalvoordelen en creëren we ruimte voor verdere groei van sport, ontmoeting en gezondheid in de kern van de gemeente. Bosbad en Bosbadhal: het hart van de binnensport De Noordoostpolder telt één zwembad: het Bosbad. Dit zwembad heeft een rijke historie en vervult een regionale functie. Dankzij de uitgebreide buitenvoorzieningen trekt het vooral in de zomermaanden ook veel bezoekers van buiten onze gemeente.

Binnenkort staat er nieuwbouw gepland, zowel voor het binnenbad als de buitenbaden. Aan het Bosbad grenst de Bosbadhal, bestaande uit twee sporthallen en een turnzaal. Overdag worden de sporthallen intensief gebruikt voor het bewegingsonderwijs van de middelbare scholen, terwijl sportaanbieders ’s avonds en in het weekend gebruikmaken van de faciliteiten. De combinatie van zwembad en deze veelgebruikte sporthallen maakt het Bosbadcomplex een belangrijk sportknooppunt binnen onze gemeente. Door de ligging, direct naast Sportpark Bosbaan, Boskamp en vlak bij Sportpark Ervenbos, vormt het complex het kloppend hart van de binnensport in de Noordoostpolder. De nieuwbouw van het zwembad en de sporthallen wordt aangegrepen om deze voorzieningen fysiek en functioneel beter met elkaar te verbinden. Er komt één centrale entree voor het gehele complex. Dit zorgt voor meer samenhang en gebruiksgemak. Daarnaast wordt onderzocht hoe het complex beter kan worden verbonden

20

met de omliggende sportparken, zodat samenwerking en uitwisseling tussen sportaanbieders verder wordt gestimuleerd. Zo ontstaat een toekomstbestendig sportcomplex dat sport en bewegen uitstraalt, en ruimte biedt voor activiteit, ontmoeting en samenwerking. Richtlijnen sportbonden als vertrekpunt voor capaciteit Er zijn regelmatig gesprekken tussen de gemeente en gebruikers over de capaciteit van sportaccommodaties. Om hierin meer duidelijkheid en eenduidigheid te bieden, nemen we voortaan de richtlijnen van de betreffende sportbond als uitgangspunt. Tegelijkertijd blijven we oog houden voor maatwerk: elke situatie is uniek en vraagt om overleg. Als uit de richtlijnen blijkt dat er te veel accommodaties zijn, betekent dit dat we eerst in gesprek gaan met de vereniging over hun toekomstvisie en maken we op basis daarvan gezamenlijke afspraken. Andersom is het ook niet vanzelfsprekend dat we bij een (mogelijk tijdelijke) ledengroei direct extra accommodaties realiseren. Een stijging in ledenaantallen kan bijvoorbeeld het gevolg zijn van een landelijke trend, maar het aantal leden kan ook ineens weer dalen. Ook in die situatie kijken we samen met de sportaanbieder naar de mogelijkheden, maar behouden we realisme in wat de gemeente hierin kan betekenen.

Breedtesport als basis, ruimte voor topsportambities In de Noordoostpolder draait het bij de meeste sportverenigingen om plezier, ontspanning en samenzijn: dat noemen we breedtesport. Tegelijkertijd zijn er ook clubs die (semi)topsport bedrijven of de ambitie hebben om dat niveau te bereiken. Dat is mooi, maar brengt vaak ook extra wensen met zich mee wat betreft de sportaccommodaties. De gemeente stelt accommodaties beschikbaar die in de basis geschikt zijn voor het beoefenen van breedtesport. Wanneer een club aanvullende eisen heeft vanwege topsportdoelstellingen, gaan we met de club in gesprek over de mogelijkheden en ieders verantwoordelijkheden. Zo blijven we sport voor iedereen toegankelijk houden, terwijl we tegelijk ruimte geven aan groei en ambitie.

3.3.2

Integrale onderhouds- en investeringsplannen voor sportvoorzieningen

Meerjareninvesteringsplan buitensportaccommodaties Om buitensportaccommodaties op een goed en veilig niveau te houden, werkt de gemeente met een Meerjareninvesteringsplan Buitensport (MIP). Dit plan biedt inzicht in de onderhouds-, renovatie- en investeringsbehoeften van natuurgrasvelden, kunstgrasvelden en sportbanen voor de komende 40 jaar. Het MIP helpt bij het maken van onderbouwde keuzes voor beheer en onderhoud en draagt bij aan een efficiënte inzet van middelen. Zo zorgen we ervoor dat de sportvelden toekomstbestendig blijven en aansluiten bij de ambities die in deze sportvisie zijn vastgelegd. Integraal plan voor sportvoorzieningen Om ontwikkelingen rond sportaccommodaties goed te kunnen plannen én efficiënt aan te pakken, onderzoeken we of we een integraal plan voor sportvoorzieningen kunnen maken. Net als bij onderwijshuisvesting biedt een dergelijk plan inzicht in alle actuele en toekomstige behoeften op het gebied van sportaccommodaties, zowel voor binnen- als buitensport. In dit plan kunnen onderhoud, vervangingsinvesteringen, nieuwbouw, renovatie en multifunctioneel gebruik samengebracht. Zo kunnen we onderbouwde keuzes maken, slim investeren en zorgen voor toekomstbestendige sportvoorzieningen in onze gemeente. Een integraal plan voor sportvoorzieningen gaat daarmee verder dan een MIP.

De inhoud van het MIP en het integraal plan voor sportvoorzieningen zijn ook input voor de uitvoeringsagenda voor het thema ruimte voor sport.

21

3.3.3

Efficiënter inzetten van bestaande ruimte

Gebruikers van gemeentelijke sportaccommodaties ervaren op bepaalde momenten krapte in beschikbaarheid. Om hier beter op in te spelen, willen we het gebruik van bestaande voorzieningen optimaliseren. Capaciteitsonderzoek vormt hiervoor de basis. Op basis van de bevindingen kijken we samen met hoofdgebruikers, sportclubs en partners in onderwijs en welzijn naar: • Het beter geschikt maken van gymzalen voor een breder scala aan sporten; • Betere toegankelijkheid van buitensportaccommodaties overdag en buiten piekmomenten; • Creatieve oplossingen voor gedeeld gebruik tussen verenigingen, onderwijs en andere aanbieders. Door gezamenlijk het gebruik, beheer en onderhoud af te stemmen, benutten we beschikbare ruimte effectiever en zorgen we voor meer sportmogelijkheden binnen de bestaande infrastructuur. Slimmer plannen: meer ruimte voor iedereen Binnensportaanbieders ervaren regelmatig een tekort aan zaalruimte, terwijl gymzalen vaak onderbenut blijven. Veel verenigingen kiezen voor sporthallen vanwege de capaciteit, faciliteiten en de wens om gezamenlijk te trainen. We begrijpen dat, maar willen de beschikbare ruimte eerlijk en efficiënt inzetten. Daarom stimuleren we het gebruik van gymzalen voor geschikte sporten en onderzoeken we hoe de planning van sporthallen verder geoptimaliseerd kan worden. Daarbij betrekken we ook nadrukkelijk de capaciteit in de dorpen.

Niet alle beschikbare uren zijn praktisch inzetbaar. Tijden vóór 17.30 uur en na 22.00 uur zijn vaak onaantrekkelijk voor sportverenigingen. Ook onderhoudswerkzaamheden vinden meestal plaats buiten het reguliere gebruik, wat invloed heeft op de beschikbaarheid. Deze beperkingen nemen we mee in onze aanpak voor een realistischer en effectiever gebruik van de accommodaties. Binnensport: meer dan alleen voor het onderwijs Binnensportaccommodaties worden wettelijk gefinancierd voor het bewegingsonderwijs, maar in de praktijk vervullen ze een veel bredere rol. Ze worden intensief gebruikt door sportverenigingen en andere sportaanbieders. Als gemeente juichen we dat toe: we willen dat inwoners een leven lang kunnen sporten, binnen én buiten schooltijd. Daarom kijken we bij nieuwbouw en renovatie niet alleen naar de onderwijsfunctie, maar ook nadrukkelijk naar het gebruik door sportaanbieders. Bij voorkeur realiseren we accommodaties die beide functies zo goed mogelijk kunnen ondersteunen, mits de capaciteit daarom vraagt. Ontwerp en inrichting stemmen we daarom al in een vroeg stadium af tussen onderwijshuisvesting en sport. Zo voorkomen we leegstand, benutten we ruimte efficiënter en maken we financieel verstandige keuzes. Het resultaat: toekomstbestendige sportaccommodaties die breed inzetbaar zijn en bijdragen aan een actieve, gezonde leefomgeving voor al onze inwoners.

Materialen: praktisch en duurzaam Een geschikte zaal is niet voldoende, ook de juiste materialen moeten aanwezig zijn. Wat daarvoor nodig is, verschilt per gebruiker. Daarom gebruiken we de materialenlijst van de KVLO als uitgangspunt. In overleg met de werkgroep bewegingsonderwijs bepalen we wat echt nodig is voor goed bewegingsonderwijs, en we houden daarnaast rekening met de wensen van sportaanbieders. Bij de keuze van materialen letten we erop dat ze eenvoudig te gebruiken zijn en niet snel stuk gaan, zeker omdat veel verenigingen werken met vrijwilligers. Voor accommodaties die gebruikt worden door gymnastiekverenigingen besteden we extra aandacht aan de benodigde materialen. Gymnastiek is belangrijk voor de motorische ontwikkeling van kinderen en wordt vooral door meisjes beoefend, een doelgroep die qua sportdeelname achterblijft. Juist daarom vinden we het belangrijk dat zij goede faciliteiten tot hun beschikking hebben.

22

Nieuwe sporten en materialen Wanneer een nieuwe sportvereniging gebruik wil maken van een binnensportaccommodatie en daarbij specifieke materialen nodig heeft, kijken we wat de gemeente hierin kan betekenen. We wegen dan onder andere mee: • Hoeveel sporters er gebruik van gaan maken • Of er ruimte is om extra materialen op te slaan • Of de materialen ook bruikbaar zijn voor andere gebruikers (zoals het bewegingsonderwijs) Clubs die eigen materialen willen aanschaffen, kunnen dit in overleg doen. We bekijken dan samen of er voldoende en geschikte opslagruimte is in de betreffende accommodatie.

3.3.4

Uniform beleid

Voor zowel buiten- als binnensportaccommodaties en andere sportvoorzieningen hanteren we één lijn in beleid. Heldere en eerlijke huurtarieven Om sportaccommodaties op een eerlijke en transparante manier te kunnen verhuren, is het belangrijk dat we duidelijke en onderbouwde huurtarieven hanteren. In het verleden zijn met verschillende gebruikers verschillende afspraken gemaakt, wat soms tot scheve situaties heeft geleid. Met deze sportvisie kiezen we voor een nieuwe koers: heldere en eerlijke huurtarieven.

TAAKSTELLING GEMEENTERAAD Vanuit de gemeenteraad is de taakstelling meegegeven om meer inkomsten te genereren uit de verhuur van sportaccommodaties. De adviseur sportaccommodaties gaat aan de slag met het herijken van het tarievenbeleid, onder meer door het gelijktrekken van tarieven en het structureel toepassen van indexatie. De verwachting is dat deze aanpak een belangrijke bijdrage levert aan het realiseren van de gestelde doelstelling. Een nadere financiële uitwerking volgt op een later moment. Daarbij blijft het uitgangspunt dat we zoeken naar een evenwichtige balans tussen kostendekking en de toegankelijkheid van sportaccommodaties voor alle gebruikers. Tarieven worden jaarlijks geïndexeerd. Wet Markt en Overheid Bij het verhuren van sportaccommodaties is het belangrijk om ons te houden aan de geldende wet- en regelgeving. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) beschouwt de exploitatie van sportaccommodaties door gemeenten als een economische activiteit. Dat betekent dat de Wet Markt en Overheid11 van toepassing is. Deze wet stelt regels om oneerlijke concurrentie met commerciële partijen te voorkomen. Het in rekening brengen van een lager tarief dan de integrale kostprijs wordt gerechtvaardigd door de algemeen belangverklaring die is vastgesteld door de gemeenteraad. We houden rekening met deze wet in ons beleid.

Buitensportlocaties Tot nu toe werden de buitensportaccommodaties in de gemeente Noordoostpolder vooral afzonderlijk benaderd. Dat is ergens logisch: ze liggen verspreid over verschillende dorpen en worden gebruikt door uiteenlopende sportverenigingen. Maar het gevolg is dat er in de loop der jaren allerlei verschillende afspraken zijn ontstaan, terwijl het uiteindelijke doel overal hetzelfde is, het beschikbaar stellen van goede sportvoorzieningen voor onze inwoners.

Kenniscentrum Sport & Bewegen (2024). De SROI van sport en bewegen is opnieuw berekend, https://www.kenniscentrumsportenbewegen.nl/nieuws/de-sroi-van-sport-en-bewegen-is-opnieuw-berekend/

11.

23

De gemeente kiest nu voor één helder en uniform beleid. Dit zorgt voor samenhang en duidelijkheid. Alle buitensportaccommodaties worden voortaan onder gelijke voorwaarden aangeboden aan sportclubs, en ook het onderhoud wordt op eenzelfde manier aangepakt. Dit zorgt voor duidelijkheid, eerlijkheid en efficiëntie in onze manier van werken. Tegelijkertijd blijft er ruimte voor maatwerk waar dat echt meerwaarde oplevert. Denk bijvoorbeeld aan een dorpsontwikkelingsproject waar meerdere initiatieven samenkomen. In zulke gevallen kunnen we afwijken van het standaardbeleid, maar altijd onderbouwd en vastgelegd via een college en/of raadsbesluit. Tennis en Padel: ontwikkelingen en toekomst In vrijwel elk dorp van de Noordoostpolder was ooit een tennisaccommodatie aanwezig. De verenigingen in Bant en Kraggenburg zijn inmiddels opgeheven en de bijbehorende accommodaties verwijderd. In de overige dorpen zijn nog actieve tennisverenigingen met een goed functionerend ledenbestand. De tennissport kent inmiddels een populaire aanvulling: padel. Deze sport is landelijk sterk in opkomst en nieuwe padelbanen schieten in veel gemeenten als paddenstoelen uit de grond. In de Noordoostpolder is dit nog niet het geval. Verschillende tennisverenigingen hebben de wens uitgesproken om één of meerdere padelbanen aan te leggen, maar geluidshinder vormt daarbij een enorme uitdaging.

De gemeente vervult een faciliterende rol in het vraagstuk rondom padel. Het initiatief ligt bij verenigingen of commerciële partijen. Wanneer een concrete vraag of locatieverkenning bij ons wordt neergelegd, ondersteunen we door mee te denken en de haalbaarheid binnen gemeentelijke kaders te toetsen. Daarbij volgen we het uitgangspunt van onderbouwd en zorgvuldig handelen. De regie op het initiatief ligt bij de indienende partij.

3.3.5

Voetbal in de Noordoostpolder

Zoals uit de analyse naar voren komt, is voetbal de grootste sport in de gemeente Noordoostpolder. In elk dorp is een voetbalvereniging actief en met ruim 4.000 leden is het de populairste verenigingssport in de regio. Binnen Flevoland wordt er zelfs in onze gemeente het meest gevoetbald. De verwachting is dat dit nog verder toeneemt: in de komende 15 jaar worden er ruim 800 nieuwe voetballers verwacht. Voetbal is bovendien laagdrempelig en populair bij kwetsbare doelgroepen, wat het een belangrijke pijler maakt in ons sportaccommodatiebeleid. Ruimte voor voetbal: huidige situatie Samen met de KNVB kijken we naar de beschikbare ruimte op de voetbalparken. In maart 2025 heeft de KNVB een analyse gemaakt van de veldcapaciteit in onze gemeente. Daaruit blijkt: • In de dorpen lijkt de capaciteit veelal voldoende, waardoor het risico op krapte tijdens piekmomenten beperkt is. In dorpen zonder kunstgras lopen verenigingen vooral in de herfst en winter tegen beperkingen aan. Door natte omstandigheden zijn natuurgrasvelden vaak onbespeelbaar, wat leidt tot uitval van trainingen en wedstrijden. Dit zorgt voor onzekerheid in de planning en belemmert de wens om structureel en flexibel te kunnen trainen en spelen. • In Emmeloord is er een tekort aan veldcapaciteit.

Zowel SC Emmeloord als Flevo Boys ervaren structurele druk op hun planning, mede doordat zij samen gebruikmaken van sportpark Ervenbos. Door de combinatie van groeiende verenigingen, intensief gebruik en beperkte uitbreidingsruimte loopt het sportpark tegen zijn grenzen aan. • We houden dit nauwlettend in de gaten. Zodra de situatie verandert, vragen we de KNVB om de analyse te actualiseren.

24

Voetbal groeit en vraagt om meer ruimte De aanhoudende groei in het aantal voetballers leidt op sommige locaties tot toenemende druk op de beschikbare voorzieningen. Vooral op zaterdagen en trainingsavonden zijn de beschikbare velden maximaal bezet. Deze druk ontstaat door meerdere ontwikkelingen. De standaard KNVB-behoeftebepaling houdt hier niet altijd volledig rekening mee. Naast de verwachte bevolkingsgroei zien we landelijk een verschuiving van zondag- naar zaterdagvoetbal. Ook groeit het aantal jeugdleden, zijn er meer niet-competitieve teams actief en wordt het veldgebruik intensiever. Als gemeente zijn we blij met deze toename in sportdeelname, maar het vraagt wel om duidelijke keuzes. Uitbreiding van de capaciteit is in veel gevallen mogelijk, maar vergt gerichte investeringen. Samen met de KNVB en de verenigingen zoeken we naar haalbare oplossingen, zowel op korte als middellange termijn. Het doel blijft helder: iedereen de kans geven om te blijven voetballen. We willen voorkomen dat kinderen of volwassenen buiten de boot vallen door gebrek aan ruimte. Kunstgrasvelden: bij capaciteitsnoodzaak en/of kwaliteitsnoodzaak Kunstgras is de afgelopen jaren steeds populairder geworden. Het grote voordeel is dat deze velden intensiever en het hele jaar door gebruikt kunnen worden. Natuurgras is gevoeliger voor weersomstandigheden en slijtage.

In dorpen als Creil, Ens, Tollebeek en Marknesse zijn om die reden al kunstgrasvelden aangelegd, met het idee dat ook omliggende verenigingen hiervan gebruik kunnen maken. Dit blijkt echter lastig realiseerbaar vanwege de overmatige bezetting van de aangelegde velden. De kunstgrasprojecten zijn mede mogelijk gemaakt door de eigen inzet van de verenigingen, waaronder financiële bijdragen en zelfwerkzaamheid. De lijn van de gemeente is helder: we investeren in kunstgrasvelden wanneer dit noodzakelijk is vanwege een tekort aan capaciteit en/of kwaliteit. Als het aantal leden dusdanig groeit dat het beschikbare veldoppervlak niet meer volstaat, kan kunstgras uitkomst bieden. Het maakt intensiever gebruik mogelijk, zonder dat er extra fysieke ruimte nodig is. Tegelijkertijd blijven we in gesprek met verenigingen over hun situatie. Daarbij kijken we naar oplossingen die passen binnen het bredere beleid én de lokale context en houden we rekening met het feit dat de KNVB-behoeftebepaling niet altijd rekening houdt met ontwikkelingen zoals de verschuiving van zondag- naar zaterdagvoetbal en het aantal niet-competitieve teams.

3.3.6

De openbare ruimte als sportvoorziening

De openbare ruimte is misschien wel de grootste én meest gebruikte sportvoorziening van onze gemeente. Iedereen heeft er toegang toe, het gebruik is gratis en het biedt volop mogelijkheden om op je eigen manier en niveau te sporten of te bewegen. Juist daarom zetten we stevig in op het verbeteren en aantrekkelijker maken van deze ruimte. We werken toe naar een openbare ruimte die uitnodigt tot bewegen. Een omgeving waar inwoners van de Noordoostpolder graag gebruik van maken, en die iedereen van jong tot oud, stimuleert om actief te zijn. Uit de analyse van deze sportvisie komen een aantal belangrijke inzichten naar voren: • In Flevoland wordt in onze gemeente het vaakst gesport in de openbare ruimte; • Tegelijkertijd scoort de Noordoostpolder binnen Flevoland het laagst op de kernindicatoren van een beweegvriendelijke omgeving, ook landelijk zitten we onder het gemiddelde; • Drie doelgroepen blijven achter in sportdeelname: meiden, jongeren tussen de 12 en 18 jaar, en inwoners met een praktische opleiding.

25

Dat bevestigt voor ons de urgentie: we moeten meer investeren in sporten en bewegen in de openbare ruimte. Niet alleen omdat veel inwoners dat al doen, maar ook omdat: 1. Er nog veel potentie is, onze inwoners sporten graag in de openbare ruimte. We kunnen dus nog flinke stappen zetten. 2. Het een laagdrempelige manier van sporten is, vrij toegankelijk, zonder lidmaatschap of vaste tijden. 3. Het juist voor minder actieve doelgroepen een aantrekkelijk alternatief is. Meer dan toestellen plaatsen Een beweegvriendelijke openbare ruimte vraagt om meer dan alleen het plaatsen van sport- of speeltoestellen. Volgens het BVO-model (Beweegvriendelijke Omgeving) van Kenniscentrum Sport & Bewegen draait het om drie elementen: • Hardware: de fysieke inrichting van de ruimte. • Software: het organiseren van activiteiten die uitnodigen tot bewegen. • Orgware: de manier waarop dit alles is georganiseerd en gecoördineerd. De gemeente houdt bij (her)inrichting van de openbare ruimte rekening met dit model. Dus niet alleen kijken naar wát we neerzetten, maar ook hóé we het gebruik stimuleren (denk aan wandelgroepen, sportinstuiven of kennismakingslessen) en wie dat organiseert.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2236/documents/43040