D02 00 Onderzoeksrapport visie op asiel migratie en integratie.pdf
Tekst van het document
Gemeente Noordoostpolder
Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie Deelplan Krachtig Noordoostpolder 2.0
1
Inhoudsopgave Begrippenkader ....................................................................................................................................... 2 Aanleiding ................................................................................................................................................ 3 1. Beantwoording onderzoeksvragen ...................................................................................................... 5 2. Beleidskaders: context en achtergrond ..............................................................................................11 3. Uitkomsten gesprekken met doelgroepen ......................................................................................... 14 3.1 Asielzoekers ................................................................................................................................ 14 3.2 Oekraïense ontheemden ............................................................................................................. 15 3.3 Arbeidsmigranten ........................................................................................................................ 16 3.4 Statushouders ............................................................................................................................. 17 4.
Uitkomsten gesprekken met voorzieningen en organisaties ............................................................. 19 4.1 Onderwijs en taal ........................................................................................................................ 19 4.2 Zorg ............................................................................................................................................. 20 4.3 Maatschappelijke begeleiding ..................................................................................................... 21 4.4 Huisvesting .................................................................................................................................. 21 4.5 Werk ............................................................................................................................................ 23 4.6 Openbare orde en veiligheid ....................................................................................................... 23 5. Proces en vervolg .............................................................................................................................. 24 Literatuurlijst .......................................................................................................................................... 25 Bijlage I.
Onderzoeksmethode .............................................................................................................. 26
Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
2
Begrippenkader Nieuwkomers Statushouders
Asielzoekers Oekraïense ontheemden
AMV’ers
Arbeidsmigranten
Inburgering, Wet inburgering 2021
Diplomawaardering
Maatschappelijke organisaties Cultuursensitief werken
NT2 IND COA Kwalitatief onderzoek
Immigranten die naar Nederland komen voor werk, partner of als vluchtelingen. Een voormalig asielzoeker van wie het verzoek is ingewilligd en die een (legale) verblijfsstatus heeft gekregen. Een statushouder krijgt een woning in de gemeente en gaat starten (of is gestart) met de inburgering. Persoon die een aanvraag om toelating als vluchteling heeft ingediend. Zij hebben hun eigen land verlaten en zoeken bescherming in een ander land. De officiële term waarmee vluchtelingen uit Oekraïne worden aangeduid, die vanwege de oorlog zijn gevlucht. Oekraïense ontheemden hebben in Nederland tijdelijke bescherming met verblijfsrechten. Alleenstaande minderjarige vreemdelingen zijn jongeren die alleen of samen met andere kinderen of ‘vreemde’ volwassenen naar Nederland komen en hier asiel aanvragen. Een amv’er is bij aankomst jonger dan 18 jaar, komt van buiten de EU en is naar Nederland gekomen zonder ouder of verzorger die over de jongere mag beslissen. Amv’ers krijgen een voogd (Nidos) tot ze 18 jaar zijn of weggaan uit Nederland. Personen die tijdelijk in Nederland komen werken. Vaak worden zij hierheen gehaald door een uitzendorganisatie of andere werkgever in bijvoorbeeld de tuinbouw-, distributie- of de bouwsector. Arbeidsmigranten komen met name uit Midden- en Oost-Europa.
Mensen die voor lange tijd of definitief met een verblijfsvergunning in Nederland wonen, moeten Nederlands leren en weten hoe de samenleving in elkaar zit. Het doel van de Wet inburgering 2021 is dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in Nederland. En dat ze daarnaast zo snel mogelijk werk vinden. Gemeenten hebben een belangrijke rol bij deze inburgeringsplicht. Een vergelijking van een buitenlands diploma met het Nederlandse onderwijssysteem. Een diplomawaardering geeft aan met welke Nederlandse opleidingsniveau een buitenlands diploma vergelijkbaar is. Semipublieke organisaties met een maatschappelijke doelstelling die op bedrijfsmatige wijze diensten aanbieden. Rekening houden met de culturele achtergrond en waarden van de persoon, en daarop afgestemde ondersteuning of zorg bieden. Persoonsgerichte zorg, culturele kennis en respect, en een open, reflectieve houding. Ook is er aandacht voor anti-discriminatie, diversiteit en inclusie. Nederlands als tweede taal. NT2-ers hebben een andere moedertaal dan Nederlands. De Immigratie- en Naturalisatiedienst. Behandelt aanvragen van mensen die in Nederland willen verblijven of die Nederlander willen worden. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Is verantwoordelijk voor de opvang en begeleiding van asielzoekers in Nederland. Het verzamelen en analyseren van gegevens die niet uit te drukken zijn in cijfers.
Het geeft diepgaande informatie van bijvoorbeeld behoeften, meningen en motivaties.
Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
3
Aanleiding Vorig jaar is door de gemeenteraad het beleid voor de huisvesting van arbeidsmigranten vastgesteld. In aanvulling hierop is het voor de gemeente Noordoostpolder belangrijk om duidelijk te krijgen hoe we als gemeente om willen gaan met de effecten van migratie. Het groeiend aantal mensen met een migratieachtergrond heeft namelijk impact op de economie, maar ook op de uitvoerende maatschappelijke organisaties die mensen begeleiden op het gebied van onder andere taal, onderwijs, participatie, zorg, wonen en inburgering. In de meerjarenprogrammabegroting 2024-2027 is opgenomen dat we beleid ontwikkelen voor de komende jaren op het gebied van asiel, migratie en integratie. Ook gaan we onderzoeken in hoeverre onze sociale voorzieningen toereikend zijn voor arbeidsmigranten. Deze vraag is breder getrokken. In het huidige onderzoek is eveneens gekeken of deze sociale voorzieningen ook toereikend zijn voor andere migratiedoelgroepen: asielzoekers, Alleenreizende Minderjarige Vluchtelingen (AMV’ers), statushouders en Oekraïense vluchtelingen. De vraag over de toereikendheid van sociale voorzieningen voor deze doelgroepen wordt in dit rapport beantwoord. Dit rapport geeft inzicht in de verschillende belevingen over de (sociale) voorzieningen in de gemeente, zowel vanuit het perspectief van het veld en professionals als vanuit de doelgroepen.
Het biedt inzicht in de huidige stand van zaken. Het rapport biedt een overzicht van thema’s waar momenteel kansen liggen om meerwaarde te behalen. Het is mogelijk om hierop in te zetten, maar dit is afhankelijk van het ambitieniveau waar het College op inzet. Het rapport geeft geen waardeoordeel over wat goed of fout is, maar geeft een meting weer van de beleving van het aanbod aan voorzieningen. De ambitieniveaus worden uitgewerkt in het deelplan Asiel, Migratie en Integratie. Aanpak In het afgelopen jaar is gesproken met werkgevers, organisaties en met vertegenwoordigers uit de vijf doelgroepen. I. II. III. IV. V.
Asielzoekers; Alleenreizende Minderjarige Vluchtelingen (AMV’ers); Statushouders; Oekraïners; Arbeidsmigranten
Met hen zijn vier vragen besproken om daarmee in beeld te brengen wat de actuele vraagstukken zijn op het gebied van asiel, migratie en integratie en wat de te verwachten vraag in de toekomst gaat worden. De vragen zijn op alle verschillende doelgroepen van toepassing. 1. Zijn de maatschappelijke voorzieningen binnen de gemeente toereikend om te voorzien in de behoeften van nieuwkomers? a. Aan welke voorzieningen is behoefte, die nu nog niet geboden worden? b. Welke voorzieningen kunnen we vernieuwen of doorontwikkelen? c. Welke (nieuwe) voorzieningen kunnen we inzetten om goede integratie te bevorderen? 2. Is er expertise en deskundigheid nodig bij het reguliere aanbod gericht op nieuwkomers (denk aan meertaligheid en cultuursensitief werken)? 3. Wat is er nodig om nieuwkomers te laten integreren en te laten participeren en hoe kunnen we de (economische) zelfstandigheid versterken in de gemeente Noordoostpolder?
Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
4 De beantwoording van bovenstaande vragen worden in de bijlage uitgesplitst naar werkgevers, organisaties en doelgroep.
Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
5
1. Beantwoording onderzoeksvragen 1.1 Zijn de maatschappelijke voorzieningen binnen de gemeente toereikend om te voorzien in de behoeften van nieuwkomers? Op basis van de resultaten uit de interviews en groepsgesprekken kunnen we concluderen dat de maatschappelijke voorzieningen binnen de gemeente Noordoostpolder niet volledig toereikend zijn om te voorzien in de behoeften van nieuwkomers. Er zijn in de interviews diverse knelpunten en onbenutte kansen benoemd. a. Aan welke voorzieningen is behoefte, die nu nog niet geboden worden? Taal Uit de gesprekken blijkt bij de vluchtelingendoelgroepen (asielzoekers, statushouders en Oekraïners) een duidelijke behoefte aan regelmatige taallessen, zowel theoretisch als praktisch. Deze behoefte is niet alleen zichtbaar in deze gemeente. Landelijk onderzoek laat zien dat nieuwkomers behoefte hebben aan het leren van de taal in de praktijk, naast het formele taalonderwijs (Regioplan & OpenEmbassy, 2024). We merken dat deze taallessen goed moeten aansluiten bij de verplichtingen van nieuwkomers, zoals werk en inburgering bij statushouders. Uit een onderzoek naar de perspectieven van inburgeraars blijkt dat het combineren van taallessen en inburgering met andere verplichtingen en verantwoordelijkheden een uitdaging kan vormen (Regioplan & OpenEmbassy, 2024).
Uitdagingen bestaan bij de aansluiting tussen lessen en werk in combinatie met bijvoorbeeld opvoeding van een gezin of andere factoren zoals leeftijd of gezondheid. Uit onderzoek blijkt dat het ook voor arbeidsmigranten een uitdaging is om taallessen te volgen: een groot deel van de arbeidsmigranten in laaggekwalificeerde banen heeft weinig tijd voor taalcursussen vanwege andere verplichtingen (Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten, 2023). Werkgevers zouden bij het verbeteren van de taalvaardigheid van migranten een grotere rol kunnen spelen. De zorg voor arbeidsmigranten moet een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid zijn. Specifieke taallessen, vooral gericht op spreekvaardigheid, voor arbeidsmigranten en asielzoekers die niet in aanmerking komen voor reguliere taallessen zijn ook gewenst, blijkt uit de groepsgesprekken. Een goed en passend taalaanbod is dus van belang, zo blijkt ook uit landelijk onderzoek. Taal wordt beschreven als drijvende kracht achter de integratie (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2016). Zorg Daarnaast is er behoefte aan duidelijke en toegankelijke informatie over het zorgsysteem in Nederland, werk, regelingen, en andere essentiële diensten. Op maat gemaakte onboardingsprogramma’s voor nieuwkomers die aansluiten bij de doelgroep kunnen hen helpen wegwijs te worden in de gemeente.
Op het gebied van zorg is er behoefte aan betere toegang tot huisartsen en specialistische zorg, inclusief informatie over hoe het zorgsysteem werkt. Meer capaciteit en expertise in cultuursensitieve zorg en psychosociale ondersteuning zijn belangrijk. De gemeente kampt met een tekort aan huisartsen. Onderzoek benadrukt het belang van goede zorg voor migranten. Voor preventie bij migrantendoelgroepen is het van belang om goede voorlichting te geven, mensen snel wegwijs te maken, laagdrempelige voorzieningen te bieden, in te zetten op vroeg signalering en goede zorg (Pharos, 2018). Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
6
Net als in de uitkomsten van de gesprekken in dit rapport blijkt het belang van cultuursensitief werken in de zorg ook in ander onderzoek. Zoals het belang van kennis en cultuur sensitieve vaardigheden en communicatie in de zorg, bijvoorbeeld in de vorm van bijscholing (Pharos, 2016). Huisvesting Wat betreft huisvesting is er een tekort aan (betaalbare) woonruimte, vooral voor arbeidsmigranten en statushouders. In interviews met verschillende organisaties wordt aangegeven dat het spreiden van de doelgroepen over verschillende dorpen en wijken de voorkeur heeft, om clustering te voorkomen en integratie te bevorderen. Er moet rekening worden gehouden met de sociale cohesie in de wijken. Het spreiden van doelgroepen over wijken wordt ook benoemd in een rapport van de Adviesraad Migratie (De Adviesraad Migratie, 2022). Hierin wordt omschreven dat, met het oog op veerkrachtige wijken, meer ingezet zou moeten worden op de spreiding van woningaanbod en het mengen van bewonersgroepen. Openbaar vervoer Verder is er behoefte aan beter en meer openbaar vervoer, vooral voor bewoners van het AZC en arbeidsmigranten die wonen in buitengebieden en niet over eigen vervoer beschikken. Vervoer is essentieel voor de toegang tot werk, scholing en sociale voorzieningen. Toegankelijk en betrouwbaar openbaar vervoer geeft nieuwkomers toegang tot werkgelegenheid en sociale voorzieningen.
Sociale activiteiten en sport Tot slot blijkt uit de gesprekken een behoefte aan meer sociale en sportactiviteiten die bijdragen aan integratie en taalvaardigheid. Sociale activiteiten zijn belangrijk. Onderzoek toont aan dat sociaal contact tussen groepen belangrijke implicaties heeft voor de integratie van migranten (Martinovic, van Tubergen & Maas, 2008). Sociale interactie helpt migranten o.a. om de taal te leren en betere toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt. Ook is voor vluchtelingen het hebben van voldoende sociale netwerken en steun een beschermende factor tegen gezondheidsproblemen (Pharos, 2016). b. Welke voorzieningen kunnen we vernieuwen of door ontwikkelen? Op het gebied van onderwijs en taal is uitbreiding van het aanbod van (taal)onderwijs gewenst, waaronder meer tolken en een betere verbinding tussen de school en thuisomgeving (professionals die deze verbinding leggen1) Aanpassing van de tijden van taallessen om beter aan te sluiten bij de andere verplichtingen en behoeften van nieuwkomers wordt zowel vanuit de doelgroepen als de voorzieningen aangekaart. In de zorg wordt geconstateerd dat er meer tijd per consult nodig is voor nieuwkomers om de taalbarrière te overbruggen. Ook wordt er gestreefd naar betere samenwerking en informatieuitwisseling in de huisartsenzorg. Dit omdat arbeidsmigranten niet altijd zijn ingeschreven bij één huisartsenpraktijk.
Ook medische geschiedenis uit het land van herkomst is niet altijd beschikbaar. Wat betreft huisvesting is het een optie dat we meer huisvestingslocaties ontwikkelen en bestaande locaties door ontwikkelen voor arbeidsmigranten, met aandacht voor leefomstandigheden en inschrijving bij de gemeente. Het gebrek aan openbaar vervoer in de buitengebieden staat goede integratie in de weg. Het aanbod van sociale woningbouw voor statushouders en arbeidsmigranten die zich hier duurzaam willen vestigen is ontoereikend.
1 Ook wel brugfunctionaris genoemd.
Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
7 Op het gebied van werk is begeleiding naar werk voor statushouders en het faciliteren van stages en vrijwilligerswerk essentieel. Bewustwording bij werkgevers over de regelgeving rond verschillende doelgroepen en cultuursensitiviteit is daarbij belangrijk. Begeleiding door klantmanagers, werkervaringsplekken en vrijwilligerswerk zijn bewezen effectieve stappen naar werk (KIS, 2020) Er is behoefte aan meer preventie en ondersteuning op het gebied van opvoeding en huiselijk geweld. Er is echter bij een aantal doelgroepen angst voor hulpverlening, wat om aandacht vraagt. Dit moet beter aansluiten op nieuwkomers met een andere culturele achtergrond. Samenwerking tussen verschillende maatschappelijke organisaties kan de ondersteuning van nieuwkomers verbeteren. Het belang van goede ondersteuning bij opvoeding blijkt ook uit onderzoek. Ouders met een migratieachtergrond ervaren namelijk grote verschillen tussen de opvoeding in het herkomstland en in Nederland, een land wat ze nog helemaal niet kennen bij aankomst (KIS, 2021). Daarnaast bestaat er bij groepen met een migratieachtergrond soms de angst dat kinderen afgenomen kunnen worden als ze het niet ‘goed’ doen. Ook speelt schaamte om toe te geven dat het niet goed gaat en taalbarrière een rol. c.
Welke (nieuwe) voorzieningen kunnen we inzetten om goede integratie te bevorderen? Uitgebreide en toegankelijke informatievoorziening in eigen taal over alle relevante diensten en regelingen zijn gewenst. Ook het bieden van informatie over de organisaties die kunnen ondersteunen is nodig. Goede taalondersteuning, inclusief praktische taallessen waarin veel geoefend wordt met het voeren van gesprekken, kan de integratie bevorderen. Op het gebied van werkgelegenheid wordt de toegang tot passend werk en vrijwilligerswerk niet altijd voldoende gefaciliteerd, inclusief begeleiding en ondersteuning. Versterking van de bekendheid van het aanbod van sociale en sportactiviteiten kan ook bijdragen aan integratie en taalvaardigheid. In de zorg is meer capaciteit en expertise in cultuursensitieve zorg en psychosociale ondersteuning nodig. Wat betreft huisvesting is er meer vraag naar passende huisvestingsoplossingen voor arbeidsmigranten en statushouders.
1.2. Is er expertise en deskundigheid nodig bij het reguliere aanbod gericht op nieuwkomers? Uit de resultaten van de interviews en groepsgesprekken blijkt dat er verschillende onderwerpen zijn waar extra kennis en vaardigheden belangrijk zijn om goed te kunnen voorzien in de behoeften van nieuwkomers. Meertaligheid Op het gebied van (taal)onderwijs blijkt uit de gesprekken een behoefte aan een betere verbinding tussen de school en thuisomgeving (bijvoorbeeld door inzet van brugfunctionarissen) en tolken om de communicatie tussen nieuwkomers en onderwijsinstellingen te verbeteren. Onderzoek benadrukt de effectiviteit van zulke brugfunctionarissen (Bles & de Wolf, 2024). Een brugfunctionaris verbindt de school met de thuisomgeving, voornamelijk voor leerlingen uit kwetsbare thuissituaties. Zij hebben baat bij de ondersteuning van een brugfunctionaris: zo hebben ze minder stress, kunnen ze beter leren en worden ze geholpen met basisbehoeften. Door de inzet van brugfunctionarissen hebben leerkrachten meer tijd voor het lesgeven zelf. Verder komt het verstrekken van duidelijke en toegankelijke informatie in meerdere talen terug in de gesprekken als belangrijk. Dit helpt nieuwkomers om beter te begrijpen hoe systemen werken en waar ze terecht kunnen voor hulp en ondersteuning. Statushouders die deelnamen aan een onderzoek Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
8 benadrukten het belang van het bieden van informatie in eigen taal (Regioplan & OpenEmbassy, 2024). Bij arbeidsmigranten is het ontbreken van informatie en voorlichting in de eigen taal een grote belemmering voor toegang tot en het begrijpen van informatie, zoals over werk, gezondheid, veiligheid of voorzieningen (Het Kenniscentrum Arbeidsmigranten, 2023). Cultuursensitief Werken In de zorg is de wens dat zorgverleners meer deskundigheid krijgen op het gebied van cultuursensitief werken, om de verschillen in verwachtingen en culturele achtergronden van nieuwkomers te kunnen overbruggen. Dit gaat bijvoorbeeld om het begrijpen van culturele nuances en het bieden van zorg die aansluit bij de behoeften van diverse groepen. Dit komt ook terug in onderzoek: cultuur sensitieve vaardigheden en communicatie in de zorg zijn belangrijk (Pharos, 2016). Werken met kinderen uit andere culturen vraagt van leerkrachten bewustzijn over de culturele achtergronden van leerlingen en hoe deze van invloed kunnen zijn op hun leerproces. Dit vraagt om een aangepaste aanpak en extra aandacht voor leerlingen die te maken hebben met meervoudige armoede en taalachterstanden.
1.3. Wat is er nodig om nieuwkomers te laten integreren en te laten participeren en hoe kunnen we de (economische) zelfstandigheid versterken in de gemeente Noordoostpolder? Om nieuwkomers effectief te laten integreren en participeren in de gemeente Noordoostpolder, en de economische zelfstandigheid te versterken, zijn er verschillende maatregelen en voorzieningen nodig. Deze kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën: Taalondersteuning Taallessen, zowel theoretisch als praktisch, zijn noodzakelijk. Deze lessen moeten aansluiten bij andere verplichtingen van nieuwkomers, zoals gezin, werk en inburgering. Specifieke taallessen voor arbeidsmigranten en asielzoekers die niet in aanmerking komen voor reguliere taallessen zijn ook belangrijk. Het bieden van mogelijkheden om de taal in de praktijk te oefenen, bijvoorbeeld door vrijwilligerswerk, stages, of sociale activiteiten, kan de integratie bevorderen. Andere bronnen benadrukken eveneens het belang van taal. Het beheersen van de Nederlandse taal heeft een positief effect op maatschappelijke integratie en participatie van nieuwkomers (KIS, 2020) (Guiaux et al., 2008) (UNHCR, 2013). Taalbeheersing versterkt de economische positie en zelfstandigheid van migranten en vergroot de kans op betaald werk (CBS, 2023).
Taal maakt ook meer sociaal contact en verbindingen mogelijk met mensen zonder migratieachtergrond (Martinovic, van Tubergen & Maas, 2008) en geeft toegang tot verschillende belangrijke kerndomeinen, zoals onderwijs of werk (Ager & Strang, 2008). Informatievoorziening Het verstrekken van uitgebreide informatie in eigen taal over onder andere het zorgsysteem, werk en regelingen in meerdere talen is cruciaal. Onboarding programma's voor arbeidsmigranten en statushouders kunnen hen helpen om wegwijs te worden in de gemeente. Persoonlijke begeleiding en ondersteuning bij het begrijpen van (bureaucratische) processen en het invullen van formulieren zijn ook belangrijk. Daarbij is duidelijkheid over wie aanspreekpunt is en ondersteuning kan bieden noodzakelijk. Onderzoek naar informatievoorzieningen voor migratiedoelgroepen laat zien dat goede, tijdige en begrijpelijke informatie de integratie inderdaad kan bevorderen (Ager & Strang, 2008). Effectieve Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
9 communicatie vanuit de gemeente is van belang voor de toegang tot diensten, zoals voorzieningen en zorg (KIS, 2019). Voor mensen met een migratieachtergrond met minder taalvaardigheden is communicatie met officiële instanties veelal een uitdaging. Als uitleg ontoereikend is, kan dit leiden tot onbegrip of risico’s. Ook heeft moeizame communicatie als mogelijk gevolg dat mensen zich minder snel thuis voelen in de gemeente of gevoelens van uitsluiting ontstaan (KIS, 2019). In onderzoek wordt besproken dat (kwetsbare) arbeidsmigranten regelmatig de wet- en regelgeving rondom voorzieningen niet (voldoende) begrijpen (IVO & Stichting Barka, 2022). Oorzaak hiervan is bijvoorbeeld de taal, complexiteit van alle bestaande regels en de soms onvoldoende voorlichting over de voorzieningen aan EU-arbeidsmigranten. Werkgelegenheid Het faciliteren van toegang tot passend werk en vrijwilligerswerk, inclusief begeleiding en ondersteuning, kan nieuwkomers helpen om hun vaardigheden en expertise te benutten en economisch zelfstandig te worden. Het beter benutten van de vaardigheden en expertise van nieuwkomers door hen te koppelen aan passend werk draagt bij aan de integratie en het versterkt de economische zelfstandigheid.
Werkgevers staan er welwillend tegenover om mensen met een migratieachtergrond aan te nemen, maar weten niet goed hoe ze dit aan moeten pakken en waar ze rekening mee moeten houden. Onderzoek ondersteunt deze conclusies. Werk speelt een sleutelrol in de maatschappelijke integratie van nieuwkomers (Sociaal-Economische Raad, 2019). Het uitstellen van werk voor nieuwkomers remt de economische integratie en heeft een negatief effect op de werkgelegenheid (Hainmueller, Hangartner & Lawrence, 2016) (Marbach, Hainmueller & Hangartner, 2018). Perspectief op werk, opleiding of participatie in het algemeen vormt zelfs een beschermende factor tegen gezondheidsproblemen bij vluchtelingen (Pharos, 2016). Ook is het van belang welke kansen migranten krijgen. Zo belemmeren uitsluiting en discriminatie de baanmogelijkheden en remt dit dus de integratie (Sociaal en Cultureel Planbureau, 2016). Groepen met de meest negatieve beeldvorming hebben het meest last van discriminatie op de arbeidsmarkt. Andersom leidt een zwakke arbeidsmarktpositie tot sterkere vooroordelen. Vooral de combinatie van taal en werk zijn van belang: de interactie tussen taalvaardigheid en werk als versterkende factoren voor integratie wordt door studies ondersteund (CBS, 2023).
Openbaar vervoer Er is behoefte aan beter en meer openbaar vervoer, vooral voor bewoners van het AZC en arbeidsmigranten die wonen in buitengebieden en niet over eigen vervoer beschikken. Vervoer is essentieel voor de toegang tot werk, scholing en sociale voorzieningen. Sociale Activiteiten en Sport Het kunnen deelnemen aan sociale activiteiten en sport door nieuwkomers kan de isolatie voorkomen en het opbouwen van sociale netwerken bevorderen. Een sociaal netwerk kan ook ondersteunend zijn bij het vinden van werk en het versterken van hun economische positie. Verbeterde toegankelijkheid van activiteiten is gewenst door bijvoorbeeld beter openbaar vervoer en benaderbare informatievoorziening. Onderwijs Uitbreiding van het aanbod van (taal)onderwijs is belangrijk. Het betrekken van ouders bij het onderwijsproces van hun kinderen en het bieden van ondersteuning bij hun inburgering en integratie is ook essentieel. Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
10
Huisvesting Het ontwikkelen van meer betaalbare en betrouwbare woonruimte, vooral voor arbeidsmigranten en statushouders, wordt vaak genoemd. Goede huisvesting is een basisvoorwaarde voor (economische) zelfstandigheid. Het voorkomen van uitbuiting en slechte leefomstandigheden is belangrijk. Bronnen tonen aan dat snelle huisvesting voor statushouders in gemeenten een voorwaarde is om actief te kunnen deelnemen aan de samenleving (Adviesraad Migratie, 2022). Er is een negatieve relatie tussen een langer verblijf in opvangcentra en de arbeidsparticipatie van vluchtelingen (Hainmueller, Hangartner & Lawrence, 2016). Goede huisvesting voor arbeidsmigranten is tevens van belang. Bij de huisvesting van arbeidsmigranten kunnen verschillende problemen bestaan. De tijdelijke aard van de huisvesting heeft meerdere consequenties. Zo zorgt het er onder andere voor dat er weinig geparticipeerd wordt in de sociale structuur van de buurt (Aanjaagteam Bescherming Arbeidsmigranten, 2020). Daarnaast is er een groter risico op wonen onder slechte omstandigheden bij arbeidsmigranten. Voor arbeidsmigranten is het belangrijk dat er een vorm van woonbescherming is waarmee de afhankelijkheid van de werkgever verkleind wordt. Werk en woning zijn vaak gekoppeld in een ‘pakket’ en hierdoor betekent tijdelijk werk ook een onzekere woonsituatie (IVO & Stichting Barka, 2022).
Maatschappelijke begeleiding en opvoeding Er is behoefte aan ondersteuning op het gebied van opvoeding. Ouders worstelen vaak met de (culturele) verschillen tussen opvoednormen thuis en op school. Daarnaast bestaat er bij sommige groepen een angst voor jeugdzorg, waardoor de drempel om hulp te vragen hoger wordt. Preventieve ondersteuning en het bestaan van een vertrouwde omgeving kunnen hierbij helpen. Dak- en thuisloosheid is een groeiend probleem. Mensen worden aangetroffen in tentjes of zwervend langs de vaart. Structurele oplossingen ontbreken. In gesprekken met uitzendbureaus en werkgevers wordt aangegeven dat zij geen mensen op straat zetten. Er is geen partij die verantwoordelijkheid neemt voor het ontstaan van dakloosheid. Een onderzoek naar kwetsbare arbeidsmigranten onderschrijft de groeiende daklozenproblematiek onder arbeidsmigranten in Nederland. Er zijn signalen dat het aantal dakloze EU-arbeidsmigranten toeneemt in Nederland (IVO & Stichting Barka, 2022). De kans op dakloosheid is groter door slechte en onzekere werk- en woonomstandigheden. Arbeidsmigranten hebben niet altijd recht op verschillende voorzieningen, mede omdat ze vaak niet ingeschreven staan bij gemeenten. De toegang tot ondersteuning en zorg is beperkt, ook speelt middelengebruik of verslaving en psychische problemen een rol.
Deze combinatie van factoren kunnen de terugkeer naar het thuisland of reintegratie in de weg staan. Zodra iemand dakloos is, is het lastig uit deze positie te komen (IVO & Stichting Barka, 2022). Veiligheid en leefbaarheid zijn voorwaarden om te kunnen participeren in de samenleving. Maatschappelijke opvang en begeleiding bij re-integratie dragen bij aan het vergroten van de zelfstandigheid van deze mensen.
Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
11
2. Beleidskaders: context en achtergrond Uit de beleidskaders wordt duidelijk dat de gemeente Noordoostpolder een inclusieve, veilige en duurzame leefomgeving wil zijn voor alle inwoners, ongeacht hun (migratie)achtergrond. We ontwikkelen een sociaal-maatschappelijk beleid gericht op asiel, migratie en integratie dat past bij deze ambitie. Hieronder staan de verschillende relevante beleidsdocumenten toegelicht waar het onderzoeksrapport en het toekomstige beleid (deelplan) op aansluit.
2.1 Coalitieakkoord 2022-2026 Ons coalitieakkoord benadrukt dat we een inclusieve samenleving willen zijn waarin iedereen kan meedoen en bijdragen. We zetten ons in voor een toekomstbestendige leefomgeving door minder regels en meer keuzevrijheid te bieden. Er wordt gefocust op het verbeteren van de woningmarkt, met speciale aandacht voor starters, ouderen en jongeren. Daarnaast wordt er ruimte gegeven aan innovatieve woonvormen en verantwoorde huisvesting voor arbeidsmigranten. We vinden het belangrijk dat we een breed en aantrekkelijk onderwijsaanbod hebben, een goede aansluiting op de arbeidsmarkt, en we stimuleren taalbeheersing voor gelijke kansen. Veiligheid en een gezonde leefomgeving zijn ook prioriteiten.
2.2 Beleidsplan Sociaal Domein: Krachtig Noordoostpolder 2.0 Het beleidsplan geeft leidende principes voor al het beleid in het sociaal domein. De leidende principes zijn: • • • •
Iedereen doet mee; Voorkomen staat voorop; Passende ondersteuning voor wie dat nodig heeft; Een financieel houdbaar stelsel.
Het plan benadrukt de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en de versterking van gemeentelijke regie. Er wordt ingezet op preventie, zelfredzaamheid en participatie om de stijgende kosten van zorg en ondersteuning te beheersen. Het plan voorziet in een overzichtelijk zorglandschap met een balans tussen keuzevrijheid en beheersbaarheid. Innovatie en resultaatgericht werken zijn cruciaal, waarbij de gemeente streeft naar efficiënte ondersteuning en samenwerking met maatschappelijke partners.
2.3 Meerjarenprogrammabegroting en Perspectiefnota 2024 – 2027 De gemeente voert de Nieuwe Wet Inburgering uit, waarbij inburgeringsplichtigen drie jaar onder begeleiding en monitoring van de gemeente blijven. Er wordt ingezet op preventie om zwaardere vormen van zorg te voorkomen. Ook zetten we in op het versterken van de sociale cohesie in wijken en dorpen. De gemeente streeft naar een integrale aanpak van de opvang van vluchtelingen. Er is ook aandacht voor de sociale opgaven rond jeugdhulp, ook voor kinderen met een migratieachtergrond, en het bevorderen van kansengelijkheid.
2.4 Deelplan Jeugd We richten ons op het bieden van een veilige en gezonde opgroeiomgeving voor alle jeugdigen, met een sterke nadruk op preventie en vroegsignalering. Voor jeugdigen met een migratieachtergrond, zoals kinderen in asielzoekerscentra (AZC's), is er specifieke aandacht voor het bieden van passende jeugdhulp die rekening houdt met culturele aspecten. De gemeente werkt samen met zorgaanbieders Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
12 om ervoor te zorgen dat jeugdigen in AZC's toegang hebben tot hetzelfde zorgaanbod als andere jeugdigen binnen de gemeente. Daarnaast wordt er ingezet op het versterken van de eigen kracht van jeugdigen en hun sociale omgeving, met als doel het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie.
2.5 Deelplan Inburgering Het deelplan Inburgering richt zich op het bevorderen van een inclusieve samenleving waarin inburgeringsplichtigen snel en volwaardig meedoen. We bieden een integrale aanpak waarbij aandacht is voor alle leefdomeinen. We benaderen de inburgeringsplichtige vanuit een totaal mensbeeld: we hebben aandacht voor alle leefdomeinen. De tien leefdomeinen zijn: sociale participatie, fysieke gezondheid, mentale gezondheid, wonen, ADL/huishouden, mobiliteit, regie, opvoeden, financiën en werk/opleiding. Hiermee ontstaat een brede benadering waarmee wordt bijgedragen aan het vermogen van de inburgeringsplichtige om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan.
2.6 Beleid huisvesting arbeidsmigranten Er wordt ingezet op het stimuleren van inschrijving in de Basisregistratie Personen (BRP) en het maken van afspraken met werkgevers en huisvesters om de integratie van arbeidsmigranten te bevorderen. Er wordt ook gewerkt aan het opzetten van een informatie/servicepunt en het verbeteren van communicatie en integratie.
2.7 Deelplan Participatie We bevorderen een inclusieve samenleving waarin alle inwoners, inclusief inwoners met een migratieachtergrond, naar vermogen kunnen deelnemen. De gemeente streeft naar het versterken van de eigen verantwoordelijkheid van inwoners en het bieden van ondersteuning waar nodig, met als doel zelfredzaamheid en participatie te bevorderen. Er wordt ingezet op het creëren van een overzichtelijk zorglandschap en resultaatgericht werken om de effectiviteit van de ondersteuning te vergroten. Specifiek voor asielmigranten en statushouders wordt de integratie bevorderd door middel van taalonderwijs, maatschappelijke begeleiding en participatie in de arbeidsmarkt. We werken samen met lokale en regionale partners om een breed en toegankelijk ondersteuningsaanbod te realiseren.
2.8 Taalbeleid 2021 Het doel is dat alle inwoners, inclusief asielmigranten en statushouders, de Nederlandse taal voldoende beheersen om volwaardig mee te doen aan de samenleving. Er wordt ingezet op een laagdrempelige toegang tot taalaanbod, waarbij het taalpunt een centrale rol speelt. Het taalbeleid is activerend en gericht op meedoen, waarbij de hulpvraag centraal staat en. Er wordt samengewerkt met lokale en regionale partners om een breed en toegankelijk ondersteuningsaanbod te realiseren.
2.9 Woonvisie Er wordt er ingezet op het bieden van voldoende en passende huisvesting, waarbij de nadruk ligt op integratie in de lokale gemeenschap. We streven naar een flexibele woningprogrammering om snel te kunnen reageren op veranderende demografische ontwikkelingen en verhuisbewegingen. Er wordt samengewerkt met lokale en regionale partners om de huisvestingsopgave voor statushouders evenredig te verdelen en snel te kunnen reageren op veranderende omstandigheden. Daarnaast wordt er aandacht besteed aan het bevorderen van doorstroming op de woningmarkt door het realiseren van seniorenwoningen, waardoor betaalbare woningen vrijkomen voor andere doelgroepen, waaronder asielmigranten en statushouders. We ondersteunen initiatieven die bijdragen aan de sociale cohesie en integratie van nieuwe bewoners in de dorpen en wijken.
Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
13
2.10 Rode draden Uit de verschillende plannen komen een aantal rode draden naar voren, namelijk: 1. Inclusieve samenleving: in alle plannen wordt gesproken over het bevorderen van een inclusieve samenleving waarin iedereen, inclusief inwoners met een migratieachtergrond, volwaardig kan deelnemen en bijdragen. 2. Preventie en zelfredzaamheid: veel beleidsstukken benadrukken preventie en het bevorderen van zelfredzaamheid om zwaardere vormen van zorg te voorkomen en de kosten te beheersen. 3. Integratie en participatie: als gemeente kennen we specifieke programma's voor taalonderwijs, maatschappelijke begeleiding en participatie in de arbeidsmarkt. 4. Samenwerking en regie: De gemeente neemt de regie en werkt samen met lokale en regionale partners om een breed en toegankelijk ondersteuningsaanbod te realiseren.
Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
14
3. Uitkomsten gesprekken met doelgroepen 3.1 Asielzoekers 3.1.1 Taalondersteuning Asielzoekers zijn erg gemotiveerd om de taal te leren. Ze ervaren echter een taal barrière en hebben goede ondersteuning nodig bij het leren van de taal. (Volwassen) asielzoekers komen niet in aanmerking voor taallessen vanuit de gemeente of voor taalondersteuning in de bibliotheek. Een deel van de doelgroep krijgt taalles aangeboden door vrijwilligers van het COA, dit wordt echter als niet volledig toereikend ervaren en er bestaat behoefte aan meer hulp. Men probeert soms op zelfstandige wijze de taal te leren, zoals met taalapps. Ze willen graag in contact met andere (Nederlandse) mensen de taal oefenen. Jongeren van 18+ willen tevens graag les. Sinds kort zijn er 18+ taalklassen voor deze doelgroep gerealiseerd. Het idee van taalles opgesplitst naar niveau wordt besproken, aangezien sommigen minder schoolse vaardigheden hebben en vanaf de basis beginnen. De groep die geen Engels én geen Nederlands spreekt vormt een extra kwetsbare groep.
3.1.2 Informatievoorziening Asielzoekers hebben behoefte aan de juiste steun, uitleg en informatie. Ze willen graag op een persoonlijke en directe manier uitleg krijgen. Hierbij helpt het als de informatie duidelijk en simpel is en regelmatig herhaald wordt. Het COA informeert asielzoekers goed. Bij aankomst op het AZC heeft men echter andere zorgen, waardoor de eerste informatie niet altijd goed doordringt. Goede uitleg over het zorgsysteem in Nederland is bijvoorbeeld belangrijk.
3.1.3 Werk Veel asielzoekers zijn erg gemotiveerd om te werken. Ze willen graag productief zijn en meedoen aan de samenleving. Mede omdat ze voor langere periodes op een relatief geïsoleerde plek verblijven en in onzekerheid verkeren over hun procedure. De doelgroep staat er voor open om werk te verrichten waar de markt behoefte aan heeft. Ze willen graag hun vaardigheden verder ontwikkelen en leren hoe vaardigheden in Nederland uitgevoerd worden. Men heeft vaak kwalificaties vanuit het land van herkomst, maar weten niet goed hoe die hier ingezet kunnen worden. Dit vormt een frustratie voor hen. Het COA helpt (een deel van de) asielzoekers bij het vinden van werk. Hierbij zijn er enkele obstakels, bijvoorbeeld het verkrijgen van een BSN of werkvergunning en de wachtperiode van zes maanden. Asielzoekers noemen als onbenutte kans het organiseren van een banen/werkmarkt waarop ze hun vaardigheden en interesses aan werkgevers kunnen tonen.
3.1.4 Openbaar vervoer Het beperkte openbaar vervoer van Luttelgeest richting Emmeloord en andere gebieden heeft een grote impact op asielzoekers. De afstand tot Emmeloord wordt als groot ervaren. Het is voor hen lastig de (sociale) voorzieningen in Emmeloord te bereiken. Ze voelen zich hierdoor soms beperkt in hun integratie en deelname aan werk, opleiding en sociale contacten. Voor een deel van de asielzoekers is fietsen niet mogelijk, zoals door fysieke beperkingen of ouderdom.
3.1.5 Huisvesting Asielzoekers ervaren in mindere mate problemen met voorzieningen op gebied van huisvesting, aangezien zij op het AZC verblijven. Binnen het AZC worden soms wel problemen ervaren op gebied van huisvesting. Zo wordt er aangegeven dat er weinig ruimte in koelkasten is wanneer er 8 verschillende mensen in een bungalow wonen. Verder wordt de afstand van de huisvesting tot de voorzieningen buiten het AZC als obstakel ervaren. Voor statushouders die nog op het AZC verblijven is huisvesting wel een uitdaging: zij wachten lang op een woning buiten het AZC. Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
15
3.2 Oekraïense ontheemden 3.2.1. Taalondersteuning Oekraïense ontheemden hebben behoefte aan meer taallessen, het liefst offline. Ze willen graag in de praktijk oefenen met het spreken van de taal. Eén taalles per week wordt als onvoldoende ervaren. De taalbarriere hindert hen, zoals bij het vinden van werk en in de communicatie met anderen (zoals op de school van hun kinderen). Sommigen vinden het lastig de taal te leren omdat ze druk zijn met werk. Een deel krijgt taalcursus aangeboden vanuit het werk.
3.2.2 Informatievoorziening De doelgroep ervaart een gebrek aan informatie en uitleg. Ze hebben vragen over waar zij terecht kunnen voor ondersteuning en hoe dingen in de gemeente werken. De gespreksdeelnemers noemen het idee van een informatiefolder of een cursus met alle nodige informatie en uitleg. Ze ervaren veel onzekerheid over hun toekomst en de procedure. Daarom hebben ze behoefte aan duidelijkheid over hoelang zij hier kunnen blijven, of ze een verblijfsvergunning krijgen en welke rechten ze hebben. Er ligt tevens een kans in het informeren over rechten en plichten op het gebied van werk en over het aanbod van naschoolse activiteiten voor kinderen.
3.2.3 Werk Oekraïense ontheemden zijn gemotiveerd om (vrijwilligers)werk te doen. Ze willen wel graag actief bezig zijn, echter lukt dit niet goed. Een deel wil graag vrijwilligerswerk doen, o.a. om de taal te oefenen. Ze krijgen bij sommige organisaties, zoals bij Carrefour, te horen dat er geen beschikbare plekken zijn voor vrijwilligerswerk. Anderen willen bijvoorbeeld graag werken in de zorg, kinderopvang of de apotheek. De mensen die al werken hebben zelf werk gevonden of via een uitzendbureau. Een risico is het gebrek aan kennis over hun rechten, zo missen sommigen informatie, betaalt de werkgever geen pensioenpremie of worden ze onderbetaald. Dit kan resulteren in arbeidsuitbuiting. Verder zijn er vragen over de mogelijkheden voor diploma waardering.
3.2.4 Huisvesting Deze doelgroep verblijft voor huisvesting in gemeentelijke opvang. Een deel van de groep ervaart wat problemen met deze huisvesting, zoals de faciliteiten of het delen van een kamer met anderen. Anderen zijn tevreden en voelen zich opgelucht dat ze nu in een veilige omgeving leven. Een deel vraagt zich af of zij later zelfstandig mogen wonen in de Noordoostpolder. Iemand geeft aan hier graag een huis te willen kopen en een toekomst op te bouwen met familie.
3.2.5 Activiteiten en sport Oekraïense bewoners hebben behoefte aan meer activiteiten of buitenspeelmogelijkheden voor kinderen. Zoals een speeltuin of zandbak in de buurt van de opvanglocaties. Ze zijn ook bereid om zelf iets te plaatsen. Men geeft aan dat er een lange wachttijd is voor de zwemles van kinderen.
3.2.6 Zorg Er is behoefte aan goed aanbod van psychische ondersteuning. De wachttijden voor het ziekenhuis wordt door een klein deel genoemd als frustrerend.
Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
16
3.3 Arbeidsmigranten 3.3.1 Taalondersteuning Arbeidsmigranten ervaren net als de andere doelgroepen een taalbarrière. Het is lastig dingen te regelen als je geen Nederlands of Engels spreekt, vooral voor nieuwkomers. Ze zijn hierdoor soms afhankelijk van de hulp van anderen. Arbeidsmigranten die hier een langere periode (willen) blijven, willen graag taallessen volgen. Ze missen echter informatie over het beschikbare taalaanbod en de mogelijkheden. Het contact met Firda loopt niet altijd gemakkelijk. Taalles kan het beste in de avond of in het weekend gegeven worden, in verband met werk. Er is behoefte aan meer mogelijkheden of dagen voor taalles en een docent die niet enkel Nederlands spreekt. Sommigen volgen op eigen kosten taalcursussen online of krijgen taalcursus vanuit de werkgever.
3.3.2 Informatievoorziening De doelgroep die het meest baat zou hebben bij een betere informatievoorziening en onboarding zijn arbeidsmigranten. Mensen missen informatie over verschillende onderwerpen, zoals werk, zorg, taalaanbod, regelingen, inschrijven, afval, kinderopvang, huisvesting voor ondernemingen etc. Deze doelgroep zou graag beter geïnformeerd willen worden. Een onbenutte kans is een informatieavond voor arbeidsmigranten, waarop ook vragen gesteld kunnen worden. Verder kan men bijvoorbeeld via social media benaderd worden. Informatie over zorg, zoals wat de verzekering dekt, wordt niet voldoende verstrekt door uitzendbureaus. Er is ook behoefte aan meer informatie over recreatie en vrijetijdsactiviteiten, zoals vanuit de gemeente. Uitzendbureaus bieden over het algemeen ondersteuning en informatie over het inschrijven in de gemeente.
3.3.3 Huisvesting Veel van de gesproken arbeidsmigranten wonen op huisvestingslocaties in de buitengebieden. De woonruimte wordt door sommigen als klein ervaren, zeker tijdens drukke seizoenen. Zij hebben behoefte aan meer privacy en zijn op zoek naar zelfstandige huisvesting. Ze willen zich hier graag vestigen, echter is zelfstandige huisvesting een grote uitdaging. Mensen worden soms opgelicht bij het zoeken naar een woning. Ondanks deze uitdagingen vindt men het hier prettig en rustig wonen, het leven hier is beter voor hen. Er zijn vragen over de regelingen op gebied van huisvesting en inschrijven, zoals hoe inschrijven werkt als men met meerdere personen in één huis woont. Een andere uitdaging is het vinden van een geschikte ruimte voor een eigen bedrijf of onderneming.
3.3.4 Werk De gesproken arbeidsmigranten wonen allemaal in de Noordoostpolder, een deel werkt echter buiten de gemeente. Vaak worden huisvesting én werk geregeld via het uitzendbureau. Men geeft aan dat uitzendbureaus de benodigde informatie soms beter kunnen verstrekken. En dat het tevens belangrijk is dat hierop wordt toegezien. Op het werk heeft men vaak contact met Nederlandse collega’s, wat meestal als positief en vriendelijk wordt ervaren. Sommige arbeidsmigranten zouden graag ander werk doen, dat bijvoorbeeld beter aansluit op hun ambities of interesses, echter kan het lastig zijn dit te regelen. De gesproken arbeidsmigranten kennen de WerkCorporatie meestal niet.
3.3.5 Zorg Zorg wordt vaak geregeld via het uitzendbureau. Arbeidsmigranten kunnen voor vragen over zorg terecht bij een coördinator, vervolgens loopt het contact met bijvoorbeeld de huisarts indirect. Arbeidsmigranten missen het snelle, directe contact met de huisarts. Ze geven aan dat het soms lang duurt voordat ze terecht kunnen, doordat het contact via het uitzendbureau loopt. Ook noemen ze dat informatie over de zorgverzekering niet altijd goed verstrekt wordt. Als men geen Nederlands of
Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
17 Engels spreekt, is het nodig dat iemand anders mee gaat naar de afspraak. Cultuur- of verwachtingsverschillen kunnen ook een rol spelen.
3.3.6 Openbaar vervoer Vanuit de huisvesting in de buitengebieden wordt het openbaar vervoer richting Emmeloord als beperkt ervaren. Arbeidsmigranten die een eigen auto hebben, ervaren deze problemen niet. Mensen zonder auto voelen zich echter wel verhinderd. Ze proberen een auto van anderen te lenen of nemen de bus. Door de afstand en het gebrek aan vervoer kan het dan lastig zijn om na het werk nog iets leuks te ondernemen. Er zijn daardoor weinig mogelijkheden tot ontspanning.
3.3.7 Activiteiten en sport Arbeidsmigranten zijn over het algemeen positief over het aanbod van (sociale) activiteiten en sport in de gemeente. Een deel van de doelgroep rijdt bijvoorbeeld ergens heen om iets leuks te bezoeken. Men is ook positief over het sportaanbod. Een ander deel heeft door werk of taalbarriere minder mogelijkheid voor vrijetijdsbesteding of deelname aan (sociale) activiteiten. Een onbenutte kans is de informatievoorziening over het recreatieaanbod. Arbeidsmigranten kennen niet altijd de voorzieningen in de buitengebieden. Andere onbenutte kansen zijn bijvoorbeeld de informatievoorziening over sportmogelijkheden en activiteiten voor kinderen, meer restaurants of Poolse films in de bioscoop.
3.4 Statushouders 3.4.1 Taalondersteuning Statushouders zijn gemotiveerd om de Nederlandse taal te leren. Ze hebben taalbeheersing nodig voor bijvoorbeeld werk en integratie. Naast het leren over de theoretische kant van de Nederlandse taal is er behoefte aan goede ondersteuning bij het oefenen van de taal in de praktijk. Bij het taalaanbod is een onbenutte kans om meer rekening te houden met de inburgeringsverplichtingen van statushouders, zoals werk of afspraken met de gemeente. Ook is er behoefte aan frequente taalles, zoals meerdere keren per week een korte(re) les.
3.4.2 Informatievoorziening Een onbenutte kans in de informatievoorziening richting statushouders is om te zorgen dat de inburgeringsroute helder is. Statushouders weten soms niet bij wie ze met een vraag terecht kunnen en hoe alles geregeld of afgesproken is. Iemand noemt als struikelblok de bureaucratie van de gemeente en neemt een kloof tussen vluchtelingen, statushouders en de gemeente waar. Verder missen statushouders kennis over het zorgsysteem in Nederland. Een deel begrijpt niet goed hoe het systeem hier werkt en waarom ze bijvoorbeeld geen huisarts hebben of lang moeten wachten op een specialistische behandeling. Er is behoefte aan heldere uitleg over de zorg en het is belangrijk dat de juiste verwachtingen geschept worden. De rol van vluchtelingenwerk wordt ook genoemd: hulp richting zorg is niet toereikend.
3.4.3 Werk Veel statushouders willen werken. Een deel wil de taal graag leren en oefenen door te werken. Ze hebben behoefte aan werk of stage waarin ze veel in contact komen met andere (Nederlandse) mensen. Dit ervaart men bij bepaalde banen als een uitdaging, zoals bij werk vanuit Concern voor werk. Anderen vertellen juist dat het leren van de taal de eerste stap is, voordat men iets anders kan doen. Er wordt een mismatch waargenomen tussen de vaardigheden en het opleidingsniveau van statushouders en het werk wat zij aangeboden krijgen vanuit Concern voor werk. Men wil graag werk doen op eigen niveau. Er wordt soms discriminatie op de arbeidsmarkt ervaren. Dit komt omdat ze alleen bemiddeld worden naar werk beneden hun niveau. Ook wordt aangegeven dat ze minder Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
18 betaald krijgen dan Nederlandse werknemers voor hetzelfde werk bij hetzelfde bedrijf. Het laten erkennen van een diploma kan tevens een lang en lastig proces zijn. Statushouders zien een rol voor de gemeente om (hoogopgeleide, kansrijke) statushouders te matchen met de arbeidsmarkt.
3.4.4 Openbaar vervoer Voor statushouders die buiten Emmeloord wonen, kan het een drempel zijn om naar Emmeloord te reizen voor voorzieningen zoals taalles. Zeker als ze geen OV-abonnement hebben en ze het zelf moeten bekostigen. Dit wordt bijvoorbeeld genoemd door iemand woonachtig in Marknesse die naar Emmeloord reist voor taalles.
3.4.5 Activiteiten en sport De aangeboden sociale activiteiten worden als zeer waardevol ervaren door statushouders. Vooral het aanbod vanuit het Vrouwencentrum is belangrijk voor vrouwelijke statushouders. Er is voor een deel behoefte aan meer sportmogelijkheden alleen voor vrouwen, zoals zwemmen, dansen of een sportschool.
Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
19
4. Uitkomsten gesprekken met voorzieningen en organisaties 4.1 Onderwijs en taal Scholen en taalvoorzieningen zien bij het bieden van passend onderwijs aan de verschillende doelgroepen verschillende onbenutte kansen. Zoals op het gebied van personele capaciteit en expertise in cultuursensitief en intercultureel werken. Tevens worden verschillende positieve ontwikkelingen en kansen voor verbetering gesignaleerd. Over het algemeen is het onderwijs kwalitatief goed op pijl, de capaciteit om kwalitatief onderwijs aan te bieden is beschikbaar. De (taal)onderwijsvoorzieningen lijken hun maximale capaciteit te benaderen. Hierbij gaat het om zowel fysieke capaciteit (gebrek aan ruimte of klaslokalen), als op financieel gebied (budget voor professionals die de school en thuisomgeving verbinden (brugfunctionarissen), tolken, het bevorderen van integratie etc.). Verder is de beschikbare tijd een knelpunt. Het geven van onderwijs aan deze doelgroepen vraagt namelijk meer tijd, expertise of een andere manier van evalueren van de docenten. Dit doen zij naast het bieden van het reguliere onderwijs zelf. Kinderen met een migratieachtergrond kampen vaker met meervoudige armoede, zowel op psychisch, sociaal als financieel vlak. Tevens hebben ze vaker taalachterstanden. Dit vraagt een andere, intensievere aanpak vanuit leerkrachten.
Ondanks zulke uitdagingen wordt bij de leerlingen een grote motivatie gezien, zowel in het primair-, praktijk- en taalonderwijs. Een organisatie benoemt dit als ‘honger naar onderwijs’ bij de jongeren. Een ander aandachtspunt is het communiceren en betrekken van ouders uit deze doelgrepen. Dit kost soms meer aandacht en tijd. Het is belangrijk om oog te hebben voor de druk die op ouders, voornamelijk statushouders, kan liggen doordat er veel van hen gevraagd wordt. Bij de inburgering horen afspraken en verwachtingen, zoals het volgen van taallessen en bijwonen van afspraken bij de gemeente. Verder is de fysieke afstand tot school soms een knelpunt, wanneer ouders andere (verplichte) afspraken elders hebben voor hun inburgeringstraject. Een belangrijke vraag is hoe deze ouders beter betrokken kunnen worden bij het onderwijs. Er ligt een kans in het aanpassen van de tijden van taallessen, zodat deze beter te combineren zijn met het naar school brengen van kinderen. Dit kan de betrokkenheid van ouders vergroten. Een andere kans is om de school meer in te zetten als een multifunctioneel centrum waarbij voorzieningen naar de school toegehaald worden. Denk aan taallessen, het consultatiebureau en activiteiten. Hiermee kunnen ouders van deze doelgroepen beter bereikt en ondersteund worden.
Het bij elkaar brengen van culturen en bevorderen van integratie kan ook een uitdaging zijn, vooral wanneer de doelgroepen dichter bij elkaar wonen en op sommige scholen veel kinderen uit dezelfde doelgroep zitten. Dit kan bijvoorbeeld veroorzaakt worden door de concentratie van sociale huurwoningen in wijken en gebieden. Expertise en de inzet van professionals helpt bij het bevorderen van integratie en overbruggen van talen en/of culturen. Hier speelt de beperkte capaciteit opnieuw een rol. Scholen zien bij het bevorderen van integratie veel mooie kansen, ze geven aan dat het uiteindelijk gaat om het zoeken naar verbinding en overeenkomsten tussen mensen en het stimuleren van ontmoeting. Specifiek op het gebied van taalonderwijsvoorzieningen worden onbenutte kansen gesignaleerd. Een terugkerend thema is het inzetten op taal als eerste en belangrijkste stap. Het bereiken van mensen die veel baat kunnen hebben bij taalonderwijs, zou verbeterd of uitgebreid kunnen worden. Ook is er beperkt budget voor taalaanbod voor arbeidsmigranten. Een kans is het verlagen van de drempels tot het taalonderwijs, zoals door meer naar doelgroepen toe te gaan en afstand te verminderen. Verder is Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
20 een kans om bij de tijden van taallessen rekening te houden met de behoeften en andere verplichtingen van NT2-cursisten, zoals werk van arbeidsmigranten of inburgeringsafspraken van statushouders. In het taalonderwijs is er eveneens behoefte aan meer capaciteit, zoals extra budget en beschikbare tijd, aangezien taalonderwijs om maatwerk vraagt. Er zijn ook verschillende positieve ontwikkelingen in het taalonderwijs. Zo zijn er bijvoorbeeld veel vrijwilligers en deelnemers bij Huis voor Taal en wordt er bewustzijn gecreëerd voor laaggeletterdheid. Verder wordt er veel motivatie gezien.
4.2 Zorg Landelijk staat de zorg onder druk, dit is ook in de Noordoostpolder zichtbaar. De vraag vanuit nieuwkomers kan extra druk toevoegen. Binnen zorgvoorzieningen worden verschillende positieve ontwikkelingen en onbenutte kansen gesignaleerd. Bijvoorbeeld op het gebied van informatievoorziening, samenwerking, preventie, psychosociale zorg en de rol van werkgevers en uitzendbureaus. Een terugkerend thema is de taalbarrière. Doordat nieuwkomers de Nederlandse taal meestal minder beheersen, kunnen consulten langer duren en is het lastiger om de diepte in te gaan tijdens gesprekken. Dit vraagt om meer tijd en inzet van zorgverleners, terwijl het inzetten van tolken extra kosten met zich meebrengt. Tegelijkertijd signaleren organisaties een groeiende motivatie bij nieuwkomers om de taal te leren. Binnen de huisartsenzorg leidt de behandeling van anderstalige patiënten tot extra administratief werk. Veel arbeidsmigranten hebben geen vaste huisarts en missen kennis van het Nederlandse zorgsysteem, wat leidt tot langere consulten en inefficiënte dossiervorming. Ook bij Oekraïense vluchtelingen spelen cultuurverschillen een rol in de verwachtingen van zorg. Het leggen en behouden van contact met deze doelgroepen is soms lastig, bijvoorbeeld doordat arbeidsmigranten onregelmatig werken of plotseling kunnen vertrekken.
Daarbij ervaren sommige nieuwkomers een drempel om hulp te zoeken, uit angst dat ze toch niet begrepen zullen worden. Dit onderstreept het belang van cultuursensitief werken. Er liggen kansen in het verbeteren van de informatievoorziening en onboarding. Tijdige en duidelijke uitleg over hoe het zorgsysteem werkt en waar men terecht kan voor hulp, kan bijdragen aan betere integratie en effectievere zorg. Hierin kunnen uitzendbureaus, werkgevers en de gemeente gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen. Ook wordt benadrukt dat het belangrijk is dat zorgverleners tijdig op de hoogte zijn van nieuwe inwoners in de gemeente Voor jongeren is de toegang tot zorg niet altijd vanzelfsprekend. In de jeugdverslavingszorg wordt opgemerkt dat er kansen liggen op het gebied van preventie en voorlichting, met name op locaties zoals het AZC. Hoewel de zorg voor jongeren goed georganiseerd is, ontbreekt het aan voldoende budget om voldoende ‘aan de voorkant’ te kunnen zetten en preventief te kunnen werken. Terwijl verslavingsproblematiek toenemend voorkomt bij AMV’ers en arbeidsmigranten. Tegelijkertijd wordt bij jongeren een groeiende openheid en motivatie gezien om hulp te zoeken. Het bereiken van anderstalige ouders voor voorlichting over middelengebruik blijft echter een uitdaging.
Ook hier ligt een mogelijke rol voor de gemeente, door inwoners te informeren die anders moeilijk toegang vinden tot hulp. De psychosociale zorg voor nieuwkomers is momenteel ontoereikend. Psychische hulp is onvoldoende beschikbaar, vooral op intercultureel vlak. De vraag naar psychologische begeleiding, bijvoorbeeld voor Oekraïense jongeren, overstijgt het aanbod. Vanuit de jeugdzorg kan er niet worden voldaan aan de vraag naar psychologische onderzoeken. Idealiter wordt deze hulp in de eigen taal aangeboden, maar dat is vaak niet mogelijk. De problematiek is complex: Oekraïners en asielzoekers kampen vaker met trauma’s, terwijl arbeidsmigranten vaker te maken hebben met overspannenheid of Onderzoeksrapport Asiel, Migratie en Integratie
21 werkgerelateerde klachten. Niet alle hulpvragen komen op de juiste plek terecht. Sommige onderwerpen zijn niet bespreekbaar met vrijwilligers of klantmanagers, omdat ze te complex zijn. Binnen de interculturele geestelijke gezondheidszorg (GGZ) is een groeiende vraag zichtbaar. Het systeem is kwetsbaar vanwege de hoge caseload en het tekort aan regiebehandelaars. Veelvoorkomende problemen zijn trauma, rouw en gedragsproblemen. Een grote uitdaging is de vertraagde doorstroom op het AZC. Deze vertraging belemmert de integratie van statushouders en leidt tot demotivatie, onzekerheid en psychische klachten. Zoals een GGZ-professional het verwoordde: “Passiviteit is ziekmakend.” Ook spanningen rondom gezinshereniging en de asielprocedure in het algemeen dragen bij aan de psychische belasting. Er liggen kansen in het vroegtijdig bereiken van AMV’ers en het investeren in inburgering op het AZC. Tot slot zijn er ook ontwikkelingen in de jeugdgezondheidszorg. Oekraïense kinderen en jongeren ervaren veel stress en hebben behoefte aan begeleiding of een buddy. Het AZC beschikt over te weinig formatie voor jeugdzorg, er ontbreekt ervaren pedagogische ondersteuning. Verder is er een tekort aan jeugdartsen. Onbenutte kansen liggen in het creëren van laagdrempelige inloopmogelijkheden en het inzetten van buurtcoaches, bijvoorbeeld voor kinderen van arbeidsmigranten die vaker alleen zijn.