CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D02 00 Evaluatie Sociaal economisch beleid 2020-2024.pdf

Commissie Bestuur, Financien, Veiligheid en Economie 16 september 2024, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 10: Evaluatie sociaal-economische beleid8.255 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

EVALUATIE SOCIAAL ECONOMISCH BELEID 2020-2024

1. Inleiding Het Sociaal Economisch Beleid 2020-2024 is op 16 december 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. We zijn inmiddels bijna aan het einde van de beleidsperiode gekomen. Daarom evalueren we het beleid. Deze evaluatie komt eveneens voort uit een toezegging door wethouder Linda Verduin aan de gemeenteraad op 20 juni 2022 (nr. TOE.22.0028).

Reikwijdte van de evaluatie We evalueren het sociaal economisch beleid 2020-2024. We kijken daarbij specifiek naar de inhoud, uitvoering en resultaten van het sociaal economisch beleid 2020-2024 als onderdeel van het bredere economische beleid binnen programma 3 ‘Economische ontwikkeling’.

Het evalueren van een dynamische agenda Er is in het economisch beleid 2020-2024 gewerkt met een dynamische agenda. Dit betekent dat er een aantal uitdagingen zijn geformuleerd en dat de praktische uitvoeringsagenda dynamisch kon worden ingezet passend bij de actualiteit en passend bij vraag van de samenleving. Er zijn van tevoren geen concrete kpi’s (kritische prestatie indicatoren) geformuleerd. Dit alles om flexibel en wendbaar te kunnen zijn en blijven in de uitvoering van het beleid. Ook nam de gemeente in het economisch beleid 2020-2024 een andere houding aan: niet de gemeente bepaalt de route, maar we gingen samen met de ondernemers en andere partijen op pad. Als gemeente boden wij onze expertise en organisatiekracht aan. Om samen tot de beste oplossingen te komen en die om te zetten in gerichte activiteiten. Uiteraard hielden we daarbij oog voor onze eigen gemeentelijke ambities. Dit alles betekent dat ook de evaluatie en dynamisch karakter heeft gekregen en in gezamenlijkheid met alle stakeholders is uitgevoerd.

Opbouw van de evaluatie In dit document kijken we terug op de totstandkoming van het beleid, daarna richten we ons op de uitvoering van het beleid en vervolgens beschrijven we de resultaten van het beleid. In het sociaal economisch beleid 2020-2024 staat het partnerschap met partners uit het bedrijfsleven, het onderwijs en de belangenverenigingen centraal. Daarom hebben we de input voor deze evaluatie niet alleen binnen, maar vooral ook buiten het gemeentehuis opgehaald. We hebben de stakeholders van het sociaal economisch beleid bevraagd naar hun mening met betrekking tot het werken met een dynamische agenda, de uitvoering van het beleid en de opbrengsten hiervan. De evaluatie is gebaseerd op de volgende data: Resultaten van een interne analyse van het beleid en de beleidsuitvoering; Resultaten van een enquête onder ondernemers en relevante stakeholders; Resultaten van de bespreking in de sectortafels en regiegroep in maart en april 2024; Een drietal interviews met breed georiënteerde externe betrokkenen. Op basis van de evaluatie komen we tot een aantal conclusies en aanbevelingen die gebruikt worden bij het opstellen van het sociaal economisch beleid 2025-2029.

-

2-

2. Hoe zat het ook alweer? In het coalitieakkoord 2018-2022 zag de toenmalige coalitie een veranderende rol voor de gemeente. De vraag van de samenleving was leidend voor het beleid van de gemeente. Bij het opstellen van het nieuwe sociaal economisch beleid is dit voornemen omgezet in daden.

We organiseerden zeven expertarena’s Bij de totstandkoming van het beleid zijn ondernemers letterlijk in het middelpunt gezet. Er zijn zeven expertarena’s georganiseerd. Per sector werd een aantal ondernemers in een binnenring gepositioneerd. Daaromheen, in een buitenring, zaten diverse stakeholders, zoals vertegenwoordigers van de ondernemersverenigingen, het onderwijs, belangenorganisaties en de gemeenteraad. Het gesprek vond in de binnenring plaats. Onder begeleiding van een gespreksleider werd gesproken over de kansen en bedreigingen binnen de sector en de rol die de overheid hierin kan spelen. De deelnemers in de buitenring mochten alleen vragen stellen, maar zich niet mengen in de discussie of hun zienswijze delen. Want, ondernemers stonden centraal. Het leverde inspirerende en inhoudsvolle sessies op.

Van inzichten naar uitdagingen Uit de expertarena’s kwamen vanuit inzichten van ondernemers vijf heldere uitdagingen naar voren: ^ Hoe zorgen we dat Noordoostpolder wordt gezien als een aantrekkelijke plaats om te wonen, werken en recreëren? ^ Hoe spelen we in op veranderingen op de arbeidsmarkt? ^ Hoe zorgen we dat onze werknemers op een goede manier huisvesting vinden? ^ Hoe verbeteren we de bereikbaarheid van Noordoostpolder voor onze bedrijfsactiviteiten, bezoekers en onze (potentiële) medewerkers? ^ Hoe kunnen we door samenwerking het economisch klimaat verbeteren? Deze uitdagingen vroegen van de gemeente een andere houding. Niet wij bepalen de route, we gaan samen met ondernemers en andere partijen op pad om de Noordoostpolder sociaal en economisch gezond te houden. Met een goed ondernemersklimaat, een prettige leefomgeving, ruimte voor innovatie en bovenal: voldoende werkgelegenheid voor de inwoners.

-

3-

Daarbij verloor de gemeente haar eigen ambities op het gebied van duurzaamheid en het realiseren van een inclusieve arbeidsmarkt niet uit het oog. Deze thema’s zijn aan de vijf inzichten van de ondernemers toegevoegd. Overkoepelend zijn er zeven uitdagingen geformuleerd: 1. Imago Hoe zorgen we dat Noordoostpolder wordt gezien als een aantrekkelijke plaats om te wonen, werken en recreëren? 2. Human capital Hoe spelen we in op veranderingen op de arbeidsmarkt? 3. Huisvesting Hoe zorgen we dat onze werknemers op een goede manier huisvesting vinden? 4. Bereikbaarheid Hoe verbeteren we de bereikbaarheid van Noordoostpolder voor onze bedrijfsactiviteiten, bezoekers en onze (potentiële) medewerkers? 5. Samenwerking Hoe kunnen we door samenwerking het economisch klimaat verbeteren? 6. Duurzaam ondernemen Hoe kunnen we de bewustwording van 'duurzaam ondernemen' breder laten leven? 7. Inclusieve arbeidsmarkt Hoe bouwen we de structuur voor een inclusieve arbeidsmarkt verder uit?

Er werden zes sectortafels en een regiegroep ingericht De voornoemde uitdagingen zijn per sector uitgewerkt in een dynamische uitvoeringsagenda. Een dynamische uitvoeringsagenda betekent dat er geen vaste resultaatafspraken zijn, maar dat de activiteiten en effecten regelmatig tegen het licht gehouden worden om te bepalen of we op de goede koers zitten en zo nodig bijgestuurd kunnen worden. Om daadwerkelijk aan de slag te gaan met de uitdagingen en samen doelen te bereiken is een overlegstructuur ingericht. Door ontmoeting ontstaan ideeën en komen kennis en ervaringen van belanghebbenden bij elkaar. Sectortafels Voor zes sectoren is een sectortafel opgezet. Aan tafel zit een representatieve vertegenwoordiging van het bedrijfsleven, organisaties en onderwijsinstellingen in de desbetreffende sector. In de sectortafels worden de uitdagingen besproken, concrete afspraken gemaakt en acties teruggekoppeld. Regiegroep Economische Ontwikkeling Een nieuwe overkoepelende regiegroep zorgt voor samenhang tussen de sectoren en thema’s. In de regiegroep zit vanuit elke sectortafel een vertegenwoordiger, aangevuld met afgevaardigden van Bedrijven voor Noordoostpolder, LTO Noordoostpolder, Centrum Management Emmeloord en Firda.

Deze samenhangende structuur geeft zowel strategisch als praktisch vorm aan de sociaal economische agenda.

-

4-

3. Hoe verliep de uitvoering? Werken met een dynamische uitvoeringsagenda vroeg een andere houding van de gemeente. Niet de gemeente bepaalde de route, maar het was een route samen met ondernemers en andere partijen. We konden inspelen op de lokale en regionale actualiteiten en vraagstukken. Daarnaast zijn de economie en de arbeidsmarkt afhankelijk van macro-economische ontwikkelingen, waar we als gemeente geen directe invloed op hebben. Ook hebben we aan den lijve ondervonden hoeveel impact een mondiale gezondheidscrisis, zoals de uitbraak van COVID-19, kan hebben. Met name voor de economische ontwikkeling van een regio. Voor de evaluatie van de uitvoering van het beleid hebben we gebruik gemaakt van een interne analyse en een externe enquête. De online enquête is uitgezet onder (voormalige) deelnemers van de sectortafels en regiegroep en vertegenwoordigers van de ondernemersvereniging. De enquête richtte zich enerzijds op de uitvoering van het beleid en anderzijds op de resultaten van het beleid. De reacties van de respondenten zijn verwerkt in onderstaande analyse. Een samenvatting van de reacties is te raadplegen in bijlage 1.

Korte lijnen waren de basis voor succes De sleutelwoorden voor succesvol beleid waren korte lijnen en proactief accountmanagement. De uitvoering van het beleid gaat uit van gelijkwaardigheid tussen de samenwerkingspartners. De gemeente is niet alleen verantwoordelijk voor het oplossen van grote complexe maatschappelijke opgaven. Bedrijven, organisaties en onderwijsinstellingen zijn dat net zo goed. Ieder op z’n eigen manier en in z’n eigen rol. We hebben vanuit dit ‘triple helix-model’ een gezamenlijk doel en daarom is het belangrijk dat de accountmanagers en beleidsadviseurs korte lijnen hebben met de partners in de samenleving. Zo hoorden we welke ontwikkelingen en trends er spelen en konden we hierop inspelen in de dynamische uitvoeringsagenda. Via proactief accountmanagement hebben we het bedrijfsleven ondersteund in hun ambities, bijvoorbeeld bij de groei van het bedrijf via uitbreiding of verplaatsing, of door ondernemers op weg te helpen op gebied van technologische en sociale innovatie, duurzaamheid en energietransitie. Niet voor niets scoorde onze gemeente altijd bijzonder hoog in de verkiezingen van MKB-vriendelijkste gemeente van Nederland van MKB Nederland, de belangenorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf in Nederland. Ook vanuit het bestuur was er veel aandacht en interesse voor de ontwikkelingen in het bedrijfsleven.

Het college en de portefeuillehouder legden regelmatig werkbezoeken af bij bedrijven en namen deel aan tal van ondernemersbijeenkomsten.

-

5-

COVID-19 had invloed op de uitvoering Terugkijkend concluderen we dat de uitbraak van COVID-19 van invloed is geweest op de uitvoering van het sociaal economisch beleid in de eerste jaren. De start ging daardoor minder makkelijk. Na de vaststelling van het beleid in december 2020 werden we geconfronteerd met de beperkende coronamaatregelen van de Rijksoverheid. De kern van de economische agenda bestond uit de samenwerking tussen de gemeente, ondernemers, het onderwijs en andere relevante partners. Door elkaar te ontmoeten, van gedachten te wisselen en samen te werken aan opgaven en uitdagingen. De nieuwe overlegstructuur moest opgestart worden in de coronatijd. Het hielp daarbij niet mee dat fysieke bijeenkomsten afgelast moesten worden. Een digitale sectortafel levert minder interactie op dan een fysiek overleg. Een aantal sectortafels is minder frequent doorgegaan met inachtneming van 1,5 meter afstand.

Een nieuwe structuur zorgde vanaf 2022 voor meer onderlinge afstemming In de eerste periode werden de sectortafels voor de diverse sectoren op wisselende momenten georganiseerd. Daarnaast hadden de deelnemers aan tafel verschillende achtergronden, van directeureigenaren tot HR-managers. En de rol van de gemeente verschilde per tafel. Bij de ene sectortafel had de gemeente de regie, terwijl andere sectortafels geleid werden door bijvoorbeeld het Agrofoodcluster of Innovatiecluster. Dit leidde niet tot de gewenste integraliteit tussen de sectoren, waarbij de genoemde uitdagingen centraal zouden staan. In 2022 is ervoor gekozen om als gemeente meer regie te nemen en de structuur opnieuw in te richten. We hebben alle sectortafels beoordeeld op efficiëntie en effectiviteit. Samen met de deelnemers hebben we geconcludeerd dat ‘Onderzoek en Innovatie’ in alle sectoren speelt en niet een specifieke sector is. Deze sectortafel is opgeheven. Tegelijkertijd werd de sector ‘Bouw en Installatie’ gemist, terwijl deze sector belangrijk is in de woningbouwopgave en energietransitie. Om die reden is de sectortafel ‘Bouw- en Installatiebedrijven’ toegevoegd. Verder is de structuur verbeterd, waarbij de sectortafels meer op elkaar zijn afgestemd. Wethouder Verduin treedt op als technisch voorzitter van alle sectortafels en de regiegroep.

De sectortafels worden gehouden gedurende twee weken in maart/april en in september/oktober. Het eerste deel van de agenda is voor alle tafels gelijk, in het tweede deel kunnen sectorspecifieke onderwerpen geagendeerd worden. Na de rondes van sectortafels komt de regiegroep samen in april en in oktober. Jaarlijks worden alle deelnemerslijsten geüpdatet. Deze wijzigingen hebben geleid tot een logischer structuur, meer verbinding tussen sectoren en beter resultaat.

In 2024 gingen de sectortafels ‘on tour’ In de regiegroep van oktober 2023 is besloten om de volgende sectortafels op locatie te organiseren. Tot dan toe werden de bijeenkomsten op het gemeentehuis belegd. Het vergaderen op locatie zorgde voor een verfrissende dynamiek, waarbij de gastheer/gastvrouw aan het einde van het overleg in de gelegenheid werd gesteld om iets te vertellen over de organisatie, of een rondleiding te doen. In deze meer informele setting ontstonden vaker 1-op-1 gesprekken tussen deelnemers. Sommige ondernemers kwamen in het technieklokaal van Firda hun eigen BBL-leerling tegen. Het leverde op diverse fronten verbinding op.

-

6-

Het werken met sectortafels werkt De huidige indeling is in de meeste tafels goed, de opkomst kan soms wat beter. Het blijven ondernemers, dus als er geoogst moet worden, of er wordt die dag een machine geleverd, dan krijgt zoiets soms voorrang op de sectortafel. Uit de evaluatie blijkt dat deelnemers tevreden zijn over de rol van de gemeente als regisseur of intermediair. De opzet is goed gestructureerd en er is sprake van een open dialoog met goede interactie. Bij sommige sectortafels merken we dat de tafels echt van alle deelnemers zijn. Zij zien hun sectortafel als middel om onderwerpen te agenderen om te bespreken met de andere deelnemers, de gemeente en het onderwijs. Dit betekent voor de gemeente dat er goede interne afstemming nodig is met andere clusters en beleidsterreinen. De wisselwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven werkt prettig. In de evaluatie werd de vinger gelegd bij de continuïteit van vraagstukken, dat blijft een aandachtspunt.

Liever sectortafels dan thematafels Dit vraagstuk speelde al bij de totstandkoming van het beleid. De zeven uitdagingen spelen in alle sectoren. Het is de centrale vraag of je een uitdaging beter per sector kunt oppakken, of thematisch met afgevaardigden uit diverse sectoren. Met andere woorden: pakken we de uitdagingen op in sectortafels of in thematafels. Uit de evaluatie blijkt dat de deelnemers de voorkeur geven aan sectortafels. Ondernemers vinden het in de meeste gevallen prettiger om thema’s te bespreken met collegaondernemers binnen de eigen sector. De regiegroep zorgt voor de sector overstijgende link. In bijzondere gevallen kan er voor gekozen worden om met meerdere sectoren aan één thema te werken. In de evaluatie werd het idee geopperd om voor (zakelijke) dienstverlening een sectortafel te starten.

De dynamische uitvoeringsagenda versterken met overkoepelende doelen De zeven uitdagingen waren de basis voor de dynamische uitvoeringsagenda. Dit gaf heel veel flexibiliteit om te prioriteren (bijvoorbeeld in coronatijd) of thema’s gedurende de looptijd van het beleid te agenderen. Door op deze manier te werken hebben we daadwerkelijk gewerkt vanuit de vraag van de ondernemers en het onderwijs, waarbij ook voldoende ruimte was voor het inbrengen van de ambities vanuit de gemeente. Tijdens de evaluatie bleek dat de gezamenlijke richting soms wat werd gemist omdat niet alle deelnemers de gezamenlijke uitdagingen helder hadden. Het formuleren van een aantal gezamenlijke doelen zou dit wat kunnen verduidelijken waardoor deelnemers meer ‘eigenaarschap’ voelen voor de gezamenlijke opgaven.

De onderlinge samenwerking is verbeterd Door alleen al met elkaar in gesprek te gaan over de uitdagingen is de onderlinge samenwerking verbeterd. Men luistert naar elkaar en dat creëert wederzijds begrip. Bijvoorbeeld tussen de gemeente en het bedrijfsleven, maar ook de verhouding met de onderwijsinstellingen. Eerder was er meer onbegrip tussen het bedrijfsleven en het onderwijs. Bijvoorbeeld over de stroef lopende samenwerking, over het soort opleidingen en over de aansluiting van de opleidingen op de praktijk. In de sectortafels werden deze onderwerpen eerlijk op tafel gelegd. Vanuit het onderwijs werd toegelicht hoe het onderwijssysteem werkt en werden handreikingen gedaan om de samenwerking te verbeteren. Het bieden van rechtstreekse contactpersonen vanuit de onderwijsinstellingen werkt effectief en andersom zorgt clustervorming van bedrijven voor een representatief aanspreekpunt per sector. Ook de samenwerking binnen de sectoren tussen ondernemers is verbeterd, met name in die sectoren waarin samenwerking nog niet in een cluster was vastgelegd.

-

7-

4. Welke resultaten zijn er behaald? Directe en indirecte resultaten Het werken met een dynamische uitvoeringsagenda met uitdagingen brengt met zich mee dat er op voorhand geen kpi’s vastgesteld zijn. Dat maakt evalueren extra uitdagend. We zien dat het sociaal economisch beleid directe en indirecte resultaten heeft opgeleverd. Deze resultaten zijn gerelateerd aan de uitdagingen vanuit de expertarena’s. Alle geformuleerde uitdagingen zijn aan de orde geweest in de sectortafels en hebben direct of indirect geleid tot zichtbare en minder zichtbare resultaten. Het gaat hier bijvoorbeeld om verbindingen die er gelegd zijn vanuit deelnemers van de sectortafels, of onderlinge afspraken die er worden gemaakt ten aanzien van samenwerking op diverse terreinen. Hieronder vindt u een globale selectie van de resultaten per thema. 1. Imago ì profilering Uitdaging: Hoe zorgen we dat Noordoostpolder wordt gezien als een aantrekkelijke plaats om te wonen, werken en recreëren? Resultaat: De nieuwe gebiedsmarketingcampagne ‘Gemaakt in dé Noordoostpolder’ is het resultaat van de integrale aanpak vanuit wonen, werken en bezoeken. Vanuit alle deelgebieden hebben ondernemers, organisaties en andere stakeholders meegewerkt aan het bouwen van de gebiedsmarketing. In de sectortafels is actief meegedacht aan het bouwen van de structuur voor de gebiedsmarketing.

Daarnaast hebben partijen zoals het Agrofoodcluster, het Innovatiecluster, Visit Flevoland en BVN meegewerkt aan de invulling per deelgebied. Het bedrijfsleven heeft de campagne ‘Gemaakt in dé Noordoostpolder’ omarmt en draagt dit positief uit.

Resultaat: Een resultaat om trots op te zijn is de allereerste ‘Week van de Technologie’ in april 2024. De Week van de Technologie is ontstaan vanuit de sectortafels om kinderen al jong te interesseren in technologie en kennis te laten maken met de veelzijdigheid van de bedrijven en sectoren in de Noordoostpolder, door te zien, doen én ervaren. Technologische ontwikkelingen spelen in alle sectoren, niet alleen in de maakindustrie of bij bouw- en installatiebedrijven, maar zeker ook de logistiek, zorgsector en zelfs de horeca. Er deden in totaal ruim 500 leerlingen en 24 bedrijven mee. De week bestaat niet alleen uit bedrijfsbezoeken, maar er is voorafgaand een lesprogramma op de scholen. Ook werden de leerkrachten en de bedrijven toegerust via twee webinars. Via een uitgebreide campagne in de media is de Noordoostpolder op een positieve manier op de kaart gezet.

-

8-

2. Arbeidsmarkt Uitdaging: Hoe spelen we in op veranderingen op de arbeidsmarkt? Resultaat: Op basis van gesprekken met het bedrijfsleven en het onderwijs is er in 2022 extra ambtelijke capaciteit gerealiseerd om het onderwijs, het bedrijfsleven en de sociale partners beter met elkaar te verbinden. Dit is hard nodig om de beroepsbevolking goed aan te laten sluiten op de (toekomstige) vraag van de markt, bijvoorbeeld via Leven Lang Ontwikkelen en de Human Capital Agenda van Regio Zwolle. In 2024 wordt er een economisch profiel van de Noordoostpolder opgesteld. Dit profiel ontstaat vanuit een samenwerking met onderwijs, bedrijfsleven en de gemeente. Met als doel werkgelegenheid in de regio te behouden en creëren en werknemers binden aan de arbeidsmarkt. Daarvoor is innovatie en verduurzaming van belang in de stuwende sectoren in de gemeente Noordoostpolder zoals de agrarische sector, maakindustrie, gezondheidszorg en detailhandel. Maar ook een onderwijsaanbod dat aansluit op deze stuwende sectoren. Het economisch profiel zal een doorkijk geven op de mogelijkheden tot versterking van de sociaaleconomische structuur in de gemeente Noordoostpolder en de samenwerking met de regio. Resultaat: Firda werkt samen met lokale horecabedrijven aan het realiseren van een horecahub, waarbij studenten bij de bedrijven in de Noordoostpolder een deel van het lesprogramma kunnen volgen.

De ondernemingen willen jongeren uit het gebied opleiden om ze hier te houden. Zo moet de betrokkenheid van de student groter worden. De opleiding moet één van de antwoorden zijn op het personeelstekort in de horeca. Firda slaat voor de opleiding de handen ineen met Slump Catering & Events in Bant, Brasserie AanDeel, Hotel 't Voorhuys, Van der Valk Hotel Emmeloord, Willem de Boer Food & Events in Emmeloord en Paviljoen Het ProefLab in Marknesse. De theorielessen worden gegeven in een zaal van 't Voorhuys of Van der Valk. Resultaat: Via clustervorming van bedrijven is de samenwerking tussen het bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen bevorderd. We kunnen zeggen dat de arbeidsmarktproblematiek afgelopen jaren op nummer 1 stond bij de strategische vraagstukken van het bedrijfsleven. Via het stimuleren van structurele samenwerking binnen het bedrijfsleven hebben we dit vraagstuk op de agenda gezet. Hierdoor konden sectoren collectief in gesprek gaan met het primair, voortgezet, middelbaar en hoger onderwijs. Er werden strategische dialogen georganiseerd en partnerschappen gesloten. Op deze wijze werden niet alleen afspraken gemaakt met lokale onderwijsinstellingen voor po, vo en mbo, maar is er ook aan aansluiting ontstaan met Hogeschool Windesheim in Zwolle en Aeres Hogeschool in Dronten.

Denk hierbij aan het starten van een associate degree, dat zijn praktijkgerichte hboopleidingen die qua niveau tussen mbo-niveau 4 en hbo-bachelor niveau 6 ligt. 3. Huisvesting Uitdaging: Hoe zorgen we dat onze werknemers op een goede manier huisvesting vinden? Resultaat: Deze uitdaging is nog steeds zeer urgent binnen de diverse sectoren. Het gaat dan niet alleen om short-stay en long-stay huisvesting van arbeidsmigranten, maar ook om beschikbaarheid van betaalbare huur- en koopwoningen voor starters op de woningmarkt. Om werknemers te kunnen binden aan het bedrijf is huisvesting van groot belang. De huisvesting van tijdelijk personeel is over het algemeen georganiseerd via de uitzendbureaus. Het bedrijfsleven heeft via de sectortafels actief bijgedragen aan de evaluatie van het afgelopen beleid en is blij met de recente verruiming van de capaciteit voor short-stay opvang. Een grote zorg blijft nog steeds de zoektocht naar permanente huisvesting voor medewerkers uit het buitenland die al langere tijd bij de bedrijven werken en inmiddels spilfuncties bekleden. Het is voor bedrijven lastig om deze mensen een vaste baan aan te bieden omdat ze afhankelijk zijn van het uitzendbureau vanwege de huisvesting. Het bemachtigen van een eigen (huur- of koop-)woning is lastig.

Een aantal bedrijven vanuit de regiegroep beraadt zich op een privaat initiatief om werknemers te huisvesten, maar zulke creatieve oplossingen passen vaak niet in vigerend beleid en regelgeving. -

9-

Daarnaast is er in diverse sectortafels aandacht gevraagd voor de huisvesting van studenten en stagiaires. Binnen de gemeente Noordoostpolder is hier niet voldoende in voorzien en dat maakt het voor studenten minder makkelijk en aantrekkelijk is om binnen Noordoostpolder stage te lopen of af te studeren. Ondanks dat er voor de problematiek rondom huisvesting geen pasklare oplossing gevonden is blijven gemeente en bedrijfsleven met elkaar in gesprek om te zoeken naar mogelijkheden. 4. Bereikbaarheid Uitdaging: Hoe verbeteren we de bereikbaarheid van Noordoostpolder voor onze bedrijfsactiviteiten, bezoekers en onze (potentiële) medewerkers? Resultaat: Over het algemeen is het bedrijfsleven tevreden over de bereikbaarheid van de Noordoostpolder via de weg. Er wordt actief bijgedragen aan de gezamenlijke lobby’s voor verbetering van de bereikbaarheid. Denk hierbij aan de lobby’s voor verbreding van de N50, het realiseren van de Lelylijn en de opening van Lelystad Airport. Hierin trekken gemeente en bedrijfsleven gezamenlijk op.

Resultaat: Er is vanuit de sectortafels nagedacht over smart mobility, zoals fietsdeelmobiliteit, of mogelijkheden voor het overbruggen van de ‘first mile’ en ‘last mile’ tussen de bedrijventerreinen en het dichtstbijzijnde ov-station. Verbeterde bereikbaarheid maakt bedrijven aantrekkelijker voor werknemers, maar ook om studenten en stagiaire aan te trekken. Zij zijn vaker afhankelijk van het openbaar vervoer of deelmobiliteit. Voor bedrijven in de recreatieve sector speelt ook nog de bereikbaarheid voor bezoekers een rol. Hiervoor is een heel concreet pilotproject met fietsdeelmobiliteit opgestart. Op vijf recreatieve plekken in de Noordoostpolder zijn elektrische deelfietsen beschikbaar om locaties te kunnen bezoeken die met het openbaar vervoer niet bereikbaar zijn. Deze oplossing is minder geschikt voor het overbruggen van de ‘first mile’ en ‘last mile’ tussen de bedrijventerreinen en het dichtstbijzijnde ov-station, in de sectortafels werd hiervoor het realiseren van fietskluizen bij de busstations genoemd.

5. Samenwerking Uitdaging: Hoe kunnen we door samenwerking het economisch klimaat verbeteren? Resultaat: Samenwerking loont. Dat zien we aan de resultaten van het Agrofoodcluster en het Innovatiecluster, waarbij de gemeente bij beide aan de wieg stond van de clustervorming. Ook Stichting Nieuwland heeft zich breder ontwikkeld tot belangrijke partner voor de glastuinbouwsector. Structurele samenwerking tussen bedrijven is belangrijk voor de werkgelegenheid in de Noordoostpolder. Bedrijven -

10 -

voelen zich collectief verantwoordelijk voor sectorale opgaven en thema’s en gaan hier via een gezamenlijke actieagenda mee aan de slag. De thema’s zijn niet verrassend sterk verbonden met de uitdagingen uit het sociaal economisch beleid. De uitdagingen zijn immers opgesteld vanuit inzichten van ondernemers. Denk aan: het boeien, binden en borgen van ‘human capital’, het versterken van de samenwerking tussen het bedrijfsleven en het onderwijs, meer onderlinge kennisdeling en synergie, het stimuleren van technologische en sociale innovatie, het efficiënter samenwerken bij de energietransitie en regiobranding van de Noordoostpolder. Als gemeente ondersteunen wij samenwerking door partijen te verbinden, clustervorming aan te jagen en financieel bij te dragen. De sectortafels spelen hierin een belangrijke rol. We zijn trots dat het bestaande Agrofoodcluster en het Innovatiecluster Noordoostpolder zich afgelopen jaren versterkt en bestendigd hebben en landelijk en regionaal gepositioneerd zijn als relevante samenwerkingspartijen. Daarnaast is er afgelopen jaar structurele samenwerking ontstaan in de recreatiesector. Ook in deze sector spelen strategische vraagstukken op het gebied van voornoemde thema’s.

Daarom hebben de twaalf grootste recreatiebedrijven in de Noordoostpolder zich verenigd in het Vrijetijdscluster Noordoostpolder, een unieke stap! Ten slotte hebben de leden van de sectortafel van Bouw- en installatiebedrijven het werkbudget benut om de haalbaarheid van meer structurele samenwerking te onderzoeken, in lijn met de andere clusters binnen de gemeente. De bedrijven willen zich verenigen om gezamenlijk antwoord te bieden op de uitdagingen voor de woningbouwopgave en de energietransitie. Een kopgroep van vier bedrijven pakt dit samen met een adviseur op.

Voor de gemeente, de provincie en de onderwijsinstellingen zijn de clusters belangrijk als representatieve gesprekspartners vanuit de sectoren. Naast clustervorming hebben we ook samenwerking gerealiseerd in regionaal verband. Denk bijvoorbeeld aan de Regio Zwolle, via Kennispoort, het ontwikkelfonds Upgrade Jezelf en de Regio Zwolle Brigade tijdens de coronapandemie. Daarnaast realiseren we met samenwerking in DUN-verband een steviger geluid vanuit de drie noordelijke gemeente in Flevoland. Resultaat: Op initiatief van de regiegroep is op 28 juni 2023 een eerste informatiemarkt voor subsidies en financiële regelingen georganiseerd. Vanuit verschillende sectortafels bleek het een wens te zijn om meer inzicht te krijgen in het woud aan (subsidie)regelingen voor ondernemers. Ondernemers waren bang om interessante regelingen te missen en de communicatie rondom regelingen is vrij diffuus. Elke organisatie communiceert of zijn/haar eigen regeling. Er is gezocht naar één centrale (online) plek waar alle regelingen zichtbaar zijn, maar het vraagt (te) veel capaciteit van alle partijen om zo’n website actueel te houden. Er zijn legio regelingen, steeds met verschillende looptijden en doelgroepen. Daarnaast zijn er commerciële partijen die dergelijke overzichten aanbieden.

Daarom is er voor gekozen om via een informatiemarkt ondernemers bewust te maken van de mogelijkheden en partijen met elkaar te verbinden.

-

11 -

6. Duurzaamheid Uitdaging: Hoe kunnen we duurzaam en circulair ondernemen bevorderen? Resultaat: De onderwerpen duurzaamheid, energietransitie en circulair ondernemen stonden tijdens de expertarena’s in 2019 niet bovenaan het prioriteitenlijstje van de meeste ondernemers. De uitdaging is door de gemeente toegevoegd aan de dynamische uitvoeringsagenda. We kunnen wel stellen dat dit beeld inmiddels enorm veranderd is. Duurzaam ondernemen en het energievraagstuk staan hoog op de agenda. Er is vanuit de gemeente in afgelopen tijd gewerkt aan meer bewustwording rondom deze thema’s, bijvoorbeeld via het Netwerk Energie Neutraal Noordoostpolder. Binnen dit netwerk werkt een aantal ondernemers aan concrete acties. Ook via de sectortafels en de gemeentelijke mediakanalen zoals Ondernemer Centraal, gemeentenieuws en LinkedIn is gewerkt aan bewustwording. Dat geldt ook voor klimaat adaptief bouwen en de mogelijkheden voor energietransitie. In combinatie met de provincie Flevoland en Horizon Flevoland werken we aan het bevorderen van circulair ondernemen, via het Platform Circulair Flevoland en informatieverstrekking. De provincie heeft eveneens geïnvesteerd in het aanbieden van advies aan ondernemers via experts circulaire economie en hulp vanuit de Ontwikkelingsmaatschappij Horizon.

Resultaat: De congestie in het energienetwerk levert voor bedrijven concrete problemen op bij het verduurzamen van hun bedrijf. Ook binnen de Noordoostpolder is het elektriciteitsnet op veel plekken overbelast, daardoor worden nieuwe zonne-energieprojecten niet altijd direct aangesloten. Bedrijven lopen ook aan tegen bepaalde regels van de netbeheerders. Het is bijvoorbeeld moeilijk om stroom op te wekken op het dak van een opslagloods en deze stroom te gebruiken in de productielocatie. De gemeente is actief betrokken bij de energiecoöperatie Stream Energy. In deze energiecoöperatie kunnen tekorten en overschotten aan stroom met elkaar verhandeld worden. Helaas verbiedt de Energiewet deze oplossing. Door aanpassingen aan de Energiewet in 2024 zal een energiecoöperatie wel mogelijk zijn. Bedrijven Voor Noordoostpolder en 15 deelnemende hebben hun krachten gebundeld in Stream Energy en treffen voorbereidingen, zodat de energiecoöperatie meteen van start kan na aanpassing van de Energiewet. Stream Energy wordt financieel ondersteund door de gemeente. 7. Inclusieve arbeidsmarkt Uitdaging: Hoe bouwen we de structuur voor een inclusieve arbeidsmarkt verder uit? Resultaat: We stimuleren inwoners om een baan te vinden en te houden, maar zorgen er ook voor dat meer bedrijven openstaan voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De WerkCorporatie speelt hierin een belangrijke rol.

Zij zijn de uitvoeringsorganisatie van de gemeente die ervoor zorgt dat inwoners met afstand tot de arbeidsmarkt gekoppeld worden aan de juiste werkgever. Ook speelt de WerkCorporatie een rol in de inburgering van statushouders. Samen met de WerkCorporatie, het bedrijfsleven, het onderwijs en het Platform Nieuwe Nederlanders zorgen we voor een sluitende aanpak rond de nieuwe inburgeringstrajecten waarin werken en leren centraal staat. In de sectortafels is dit thema uitvoerig besproken en ondernemers hebben input gegeven bij de vorming van regelingen.

-

12 -

Op basis van het Regioplan Laaggeletterdheid hebben we ingezet op het bereiken van mensen die moeite hebben met lezen en schrijven en hebben we ervoor gezorgd dat het taalaanbod toegankelijk is voor de doelgroep. Werkgevers kunnen met hun vragen over subsidie, taal en laaggeletterde werknemers terecht bij het taalpunt. We hebben gezien zien dat er naast taalvragen ook steeds meer andere sociale vraagstukken rond de bovengenoemde thema’s leven bij werkgevers. Een voorbeeld is de energiecrisis in 2022 en 2023. Werkgevers vroegen zich af hoe ze er konden zijn voor werknemers die het financieel moeilijk hadden. Met het sociaal loket hebben we handreikingen aangeboden door middel van flyers en informatie. Vanuit de sectortafels is het signaal afgegeven dat er rondom een werknemer met een afstand tot de arbeidsmarkt soms meerdere externe begeleiders actief zijn en dat dit niet altijd leidt tot een prettige werksituatie voor de werknemer. Hier ligt nog steeds een gezamenlijke uitdaging om dit beter te organiseren.

-

13 -

5. Wat vinden andere betrokkenen? We hebben een drietal breed georiënteerde betrokkenen rondom het sociaal economisch beleid gevraagd naar hun visie op de uitvoering en de resultaten. Zonder restricties, met ruimte voor een kritische noot en advies. Het levert een aantal mooie interviews op.

Twan Hakvoort: ‘Heb het lef om joie de vivre in de polder te brengen’ Als voorzitter van Bedrijven Voor Noordoostpolder (BVN) en horecaondernemer in hart en nieren, kan het bijna niet anders dan dat Twan Hakvoort zich betrokken voelt en toont bij het sociaal economisch beleid van de gemeente. ‘Ik vind dat heel waardevol, omdat we het als sector en gemeente samen moeten doen.’ Hakvoort kent niet alleen vanuit zijn rol binnen BVN, maar ook als directeur van Hotel Restaurant Grandcafé ’t Voorhuys de kansen en de valkuilen voor de toeristische sector in de polder. Daarom heeft hij ook een plek aan de sectortafel Toerisme & Recreatie van de gemeente. En nee, niet alle grote problemen worden hier direct opgelost. ‘Maar er zijn door de tafel wel veel kortere lijnen tussen de ondernemers uit onze branche en de gemeente.’ Voor hem is het belangrijk om samen met collega’s en de Twan Hakvoort, voorzitter Bedrijven Voor Noordoostpolder en eigenaar Hotel Restaurant lokale overheid te kunnen praten over het sociaal economisch Grandcafé ’t Voorhuys Emmeloord beleid. ‘De gemeente kan het nooit goed doen eigenlijk. Die heeft te maken van wetgeving van de rijksoverheid van boven. En met de burger die van alles wil aan de onderkant.

Ga er maar aan staan.’ Begrip kweken Door structureel met elkaar in gesprek te gaan over ondernemen in de Noordoostpolder in de breedste zin van het woord, wordt er volgens hem wederzijds begrip gekweekt. ‘We weten van elkaar wat er speelt. Maar belangrijker nog: er worden ook signalen opgepakt. Bijvoorbeeld op het gebied van personeelstekorten. Dat zagen we al ver van tevoren aankomen. Door dat vroegtijdig op tafel te leggen, kon er gezamenlijk actie worden ondernomen.’ Zo wordt er een horeca-opleiding gevestigd in Emmeloord. ‘Waar studenten eerst waren aangewezen op Sneek en Zwolle en vervolgens uit de polder wegtrokken, kunnen ze nu hier het vak leren. Daar hebben we samen met de gemeente, Firda en de horecaondernemers voor gezorgd. Met deze opleiding is er een veel grotere kans dat jonge professionals hier blijven plakken.’ Er wordt in de Noordoostpolder geluisterd naar de ondernemers, vindt Hakvoort. ‘We hebben hier ook echt heel bereikbare ambtenaren en bestuurders. Dat is in andere gemeenten wel anders hoor.’ En dat zal dan niet direct het huidige probleem van bijvoorbeeld het overvolle energienetwerk oplossen, maar er is over en weer oog voor elkaars belangen. ‘En dat is al heel wat waard.’ ‘Dit is een prachtig gebied’ Hoe Hakvoort de toekomst van de Noordoostpolder ziet op sociaaleconomisch gebied? ‘Positief.

Dit is een prachtig gebied, waar nog veel kan en echt die poldermentaliteit heerst. Er was hier niks, inwoners moesten er met elkaar wat van maken en daar plukken we nog steeds de vruchten van.’ Een goed voorbeeld vindt hij de grondige update van het centrum van Emmeloord, alweer wat jaartjes geleden. ‘Inwoners, bedrijfsleven én gemeente hebben er samen voor gezorgd dat dat nu een stuk aantrekkelijker is.’ En hoe ziet hij de rol van de gemeente voor de komende jaren? ‘Kijk, ondernemers moeten ondernemen. De gemeente heeft een aanjaagfunctie, wij kunnen als lokaal bedrijfsleven zelf heel veel voor elkaar krijgen als we dat willen. Maar het zou mooi zijn als dat ons iets gemakkelijker wordt gemaakt, zodat wij weer kunnen zorgen voor werkgelegenheid en een stabiele arbeidsmarkt.’ Door bijvoorbeeld de regeldruk te verminderen. ‘Leges, vergunningen, controles door de brandweer, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit een brandweer; het kost ons allemaal veel geld en tijd. Ik snap wel dat het nodig is om rekening te houden met de wereld om ons heen, maar we kunnen ook wel eens doorslaan.’ -

14 -

‘Joie de vivre’ En Hakvoort hoopt ook dat er de komende jaren echt druk wordt gezet op de woningbouw. ‘Goedkopere, kleinere huizen hebben we nodig. Wij kunnen hier wel een mooi werkklimaat maken, maar als ons personeel nergens kan wonen, hebben we daar niet zoveel aan.’ Verder hoopt hij op wat ‘joie de vivre’. ‘Als gemeente moet je het lef hebben om dat wat meer in de Noordoostpolder te brengen. De fontein aan de Beursstraat is daar een mooi voorbeeld van: het kost een paar ton en het levert je niet direct geld op. Maar wat hebben we daar als inwoners veel plezier van. Dát is nou wat je noemt joie de vivre.’

Margriet Bouma: ‘Ik kan de pioniersgeest in de polder erg waarderen’

W

' a

In haar functie als regiosecretaris van de Koninklijke Metaalunie Overijssel en Noordelijk Flevoland, maakt Margriet Bouma zich sterk voor een zo goed mogelijk ondernemersklimaat voor haar leden. Daarom is het voor haar heel belangrijk om structureel met gemeente en bedrijfsleven om de tafel te zitten, legt ze uit. ‘Ik probeer daarin altijd bovenregionaal mee te denken.’

WĚSÊ3ĚSŝ;,M» Wk

1

'

^'

Bouma zit in de sectortafel Techniek en is ook betrokken bij het Innovatiecluster Noordoostpolder. ‘Ik vind het hierin belangrijk om steeds te benadrukken dat we niet moeten vergeten om over onze gemeentegrenzen heen te blijven kijken. We hoeven namelijk niet altijd zelf het wiel opnieuw uit te vinden, er zijn op andere plekken altijd wel initiatieven te vinden waar we wat van kunnen leren.’

Margriet Bouma, regiosecretaris Koninklijke Metaalunie Overijssel en Noordelijk Flevoland

Een zo goed mogelijk ondernemersklimaat voor de metaalindustrie heeft meerdere pijlers, vertelt Bouma. ‘Het vestigingsklimaat voor bedrijven moet goed zijn, de bedrijventerreinen toekomstbestendig, de infrastructuur op orde en er moet voldoende personeel in de buurt zijn.’ Netcongestie Maar een goed ondernemersklimaat hangt van zoveel dingen af, benadrukt ze. ‘Hoe gaat een gemeente om met uitbreidingsplannen van bedrijven? Is er genoeg capaciteit op bedrijventerreinen? Is het gebied een aantrekkelijk woongebied voor personeel en is het goed bereikbaar? En hoe staat het met het onderwijs?’ De laatste jaren is netcongestie ook een belangrijk onderwerp geworden. Bouma: ‘Het probleem van het volle elektriciteitsnetwerk viel in de Noordoostpolder nog wel mee in eerste instantie. Maar het wordt nu wel steeds moeilijker om hier voldoende stroom de bedrijven in te krijgen.’ Een mooie oplossing daarvoor zijn de zogeheten Smart Energy Hubs, die nu bijvoorbeeld in Overijssel en Gelderland worden gerealiseerd, weet Bouma vanuit haar bovenregionale visie. ‘Daarin worden opwek, gebruik, opslag en conversie van energie gekoppeld en lokaal geregeld. Ook in Emmeloord is zo’n soort initiatief: Stream Energy.’ De innovatiekracht van het bedrijfsleven is ook een aandachtspunt. ‘Daarom is structurele samenwerking tussen bedrijven zo belangrijk, bijvoorbeeld via het Innovatiecluster.

Allerlei maakbedrijven delen hier in hun kennis en kunde, er wordt samen geïnnoveerd en ontwikkeld en een link gelegd met het onderwijs en de hele technische opleidingsinfrastructuur.’ Vervolgens worden door de samenwerkende bedrijven ook zelf opleidingen ontwikkeld die aansluiten op de vraag en behoefte van het bedrijfsleven zelf. Circulaire economie Op het gebied van duurzaamheid is er nog veel winst te behalen in de Noordoostpolder, concludeert Bouma. ‘Zeker in onze industrie. We moeten naar een circulaire economie toe, waarin reststoffen volledig opnieuw worden gebruikt in het systeem. En waarin we moeten kijken naar de verkrijgbaarheid, beschikbaarheid en betaalbaarheid van onze grondstoffen. Ook hiervoor geldt: kijk naar wat er op dat gebied al is. En haal daar uit wat je nodig hebt.’ Maar het betekent wat haar betreft ook dat het bedrijfsleven hierin gefaciliteerd moet worden met advies, ondersteuning en financiering. -

15 -

Om voor nu en in de toekomst aan voldoende personeel te komen, is een kritische blik nodig op het bedrijfsleven zelf. ‘Het schaap met de vijf poten, de ouderwetse alleskunner, is er niet meer. We moeten nu ook zij-instromers gaan benutten of mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Nieuwe doelgroepen aanboren dus.’ De digitalisering zorgt er bovendien voor dat functies zullen wijzigen. ‘Een leven lang ontwikkelen is dus heel belangrijk. Net als de diverse generaties op de werkvloer die een andere vorm van leiderschap vragen.’ Al met al vindt zij dat het allemaal best goed gaat in de Noordoostpolder. ‘De gemeente heeft de randvoorwaarden zoals bereikbaarheid en huisvesting op orde en is altijd wel bereid om mee te denken met de sector. De aanjagersrol die de lokale overheid heeft, wordt hier serieus opgepakt.’ Pioniersgeest Sowieso waardeert Bouma de pioniersgeest die hier nog altijd rondwaart. ‘Ik kom zelf niet uit dit gebied, dus ik vind het altijd weer mooi om te zien hoe dat hier gaat bij ondernemers. Zij zijn echt van het doen. En dan zien ze wel hoe het loopt. De lijnen zijn kort en ondernemers kijken verder dan de gemeentegrens. Mislukt het? Prima. Gaat het goed? Uitstekend.’

Rob Beekmans: ‘We moeten buiten de gebaande paden gaan denken’ Als Opleidingsmanager Techniek Å. Informatietechnologie van Firda ziet Rob Beekmans hoe hard er wordt getrokken aan studenten. ‘Vanuit alle sectoren. Er zijn overal personeelstekorten.’ Hij zoekt onder meer in de sectortafels Maakindustrie en Bouw- en Installatiebedrijven naar manieren om studenten naar de Noordoostpolder te halen en ze hier te houden. ‘Daarvoor moeten bedrijven én gemeente ook meer buiten de gebaande paden gaan denken.’ Ja, als onderwijsinstelling pakt Firda zelf ook de handschoen op. ‘We proberen scholieren in de polder al zo vroeg mogelijk te betrekken bij onze school. Ons voordeel is dat we in Emmeloord een vrij kleine school hebben. Bij ons ben je geen studentnummer, maar kent iedereen elkaar. Dat is voor veel studenten echt belangrijk.’

Rob Beekmans, opleidingsmanager Techniek & Informatietechnologie bij Firda

Daarnaast houdt Firda nauw contact met bedrijfsleven. ‘Zodat we weten voor wie we onze studenten opleiden. En in ons aanbod rekening kunnen houden met de competenties die zij nu en straks nodig hebben.’ Tachtig procent van de beroepen verandert de komende jaren bijvoorbeeld door de opkomst van Artificial Intelligence (AI), weet Beekmans. ‘Het is goed om zulke actuele ontwikkelingen met elkaar te bespreken en ons daar op voor te bereiden.’ Via de sectortafels heeft Beekmans direct contact met het lokale bestuur en het bedrijfsleven. Een krachtig instrument, dat al veel concrete stappen heeft opgeleverd. ‘Het Innovatiecluster Noordoostpolder is hier bijvoorbeeld uit ontstaan en ook Vrienden van de Maakindustrie. Hierin worden kennis en ervaring gedeeld, samenwerkingen gestimuleerd en de ontwikkeling van de sector bevordert.’ ‘Ook kleinere bedrijven nodig’ Er wordt nu door de gemeente onderzocht of een cluster van bouw- en installatiebedrijven ook haalbaar is. Beekmans: ‘Het zou goed zijn om kleinere bedrijven bij die clusters te betrekken. We hebben een bredere blik op polderbedrijven nodig. Meestal zijn het alleen de grote namen die hier aan verbonden zijn.’ Beekmans denkt dat niet alleen het onderwijs zorg moet dragen voor voldoende goed opgeleid personeel. Ook bedrijven en de gemeente zelf zullen aan de bak moeten.

‘De nieuwe generatie werknemers is anders dan we tot nu toe gewend zijn. Een vijfdaagse werkweek is helemaal niet meer zo vanzelfsprekend en er is veel meer behoefte aan een leven lang leren.’

-

16 -

Geld is nu al niet meer altijd de belangrijkste motivatie om te werken, ziet de opleidingsmanager. ‘Het personeel van nu vindt daarnaast ook gezin en vrije tijd belangrijk. Hoe heb je je bedrijf daar op ingericht?’ Chief Happiness Officer Hij daagt gemeente en bedrijfsleven uit om buiten de gebaande paden te denken. ‘Wees creatief. Op Urk is nu bijvoorbeeld een bedrijf met een Chief Happiness Officer (CHO). Dat is iemand die binnen de onderneming verantwoordelijk is voor het welzijn en de tevredenheid van de werknemers. Dat vind ik een hele goede ontwikkeling.’ Hij denkt dat de gemeente ook soms wat minder star moet zijn qua regelgeving. Een uitdaging voor de toekomst is ook de krapte op de woningmarkt, weet Beekmans. ‘Voor een gezond sociaal economisch klimaat zijn er echt meer starterswoningen nodig.’ En ook hier zijn innovatieve constructies denkbaar. ‘Bijvoorbeeld de jongeren die nu in de Golfslag gaan wonen. Als je die korting geeft op de huur, wanneer ze een steentje bijdragen in de zorg die ook in dat gebouw wordt aangeboden? Durf eens zoiets te doen, dat levert de maatschappij zoveel op.’ Sinds zijn aantreden in 2006, zag Beekmans veel mensen bij de gemeente voorbij komen. ‘Niemand bleef echt lang zitten, waardoor we geen gezamenlijk geheugen en geschiedenis konden opbouwen. Ik ben heel blij dat we nu een contactpersoon hebben die langere tijd blijft.

Dan kunnen we samen aan de toekomst werken.’ Al die inspanningen moeten uiteindelijk leiden naar een gezond en toekomstbestendig werkklimaat, met genoeg uitdagende werkplekken voor zijn studenten. ‘Die denken nu nog te vaak dat het allemaal buiten de Noordoostpolder gebeurt. Maar dit is niet zo. Alles is hier al. En als het er niet is, dan maken we het wel.’

-

17 -

6. Conclusie en vooruitblik Samenvattend kunnen we stellen dat de uitvoering van het sociaal economisch beleid 2020-2024 succesvol is verlopen. We hebben geleerd door te doen. Samen met het bedrijfsleven en het onderwijs hebben we gewerkt aan de zeven vastgestelde uitdagingen en daarmee het raderwerk dat de economie laat draaien soepel laten verlopen. Als gemeente hebben we georganiseerd, gefaciliteerd, gestimuleerd en verbonden vanuit onze veranderende rol. We zijn echt samen met de ondernemers en andere partijen, zoals het onderwijs, op pad gegaan. We zijn en blijven trots op de korte lijnen die er zijn tussen de gemeente, het de ondernemers, het onderwijs en de instellingen. Dit koesteren we met elkaar. Er zijn zichtbare en minder zichtbare resultaten behaald. De organisatie van de Week van de Technologie is een aansprekend zichtbaar resultaat. Met het oog op het nieuwe sociaal economisch beleid nemen we mee dat de sectortafels en de regiegroep belangrijke middelen zijn om gezamenlijk doelen te bereiken. Het is wenselijk om het werken met sectortafels te blijven voortzetten. Het heeft de onderlinge samenwerking echt versterkt en is een goede manier gebleken om gezamenlijke opgaves op en aan te pakken. We willen het sociaal economisch beleid in principe dus sectoraal blijven aanvliegen. Maar daarbij moet het mogelijk zijn om sommige thema’s sector overstijgend aan te pakken.

Niet de structuur moet leidend zijn, we moeten het zo doen wat op dat moment het beste werkt en het meeste resultaat oplevert. Het werken met een dynamische uitvoeringsagenda is goed bevallen. We hebben ervaren dat het ruimte geeft om flexibel en wendbaar te kunnen zijn en in te kunnen spelen op de actualiteit. Ook kunnen we op deze manier goed aansluiten bij de vragen die er leven bij de ondernemers en het onderwijs. Dat willen we graag in het nieuwe beleid voortzetten. Vanuit de evaluatie nemen we mee dat het wenselijk is om de dynamische agenda te versterken met een aantal gezamenlijke geformuleerde doelen. Dit geeft de mogelijkheid om beter (tussentijds) de koers te toetsen en zo nodig bij te sturen. Een aantal gezamenlijke en concrete doelen dragen naar verwachting eveneens bij aan het gevoel van eigenaarschap en commitment vanuit het bedrijfsleven en de onderwijsinstellingen om samen te werken aan een gezamenlijke agenda. We gaan graag met alle deelnemers in gesprek om voor de komende jaren de nieuwe uitdagingen met elkaar te formuleren, samen met een paar gezamenlijke overkoepelende doelen. De verwachting is dat in voor de nieuwe periode brede welvaart een belangrijke pijler zal worden.

-

18 -

Bijlage 1 - Resultaten van de enquête Hieronder leest u een samenvatting van de reacties op de open vragen uit de enquête en de scores van de gesloten vragen. Wat vindt u van de dynamische uitvoering met een sociaal economische agenda? De respondenten vinden het positief dat er sneller ingespeeld kan worden op actuele thema’s. Het is prettig om als ondernemer rechtstreeks input te kunnen geven, ondernemers ervaren een hechtere relatie tussen de gemeente en het bedrijfsleven. De wet- en regelgeving en de gemeentelijke besluitvormingsproces wordt gezien als een vertragende factor. Ook wordt er aandacht gevraagd voor continuïteit in de vraagstukken. Wat vindt u van de rol en inzet van de gemeente met betrekking tot de sociaal economische agenda? De respondenten zijn tevreden met de rol van de gemeente als regisseur of intermediair. De gemeente is zichtbaar aanwezig en vervult een proactieve rol. De gemeente moet volgens de respondenten zorgen dat de lange termijn visie geborgd blijft, in het samenspel met ondernemers. Wat vindt u van de vorm en de inhoud van de sectortafel waar u deelnemer van bent (geweest)? De respondenten reageren verschillend op deze open vraag. Een groot deel is positief: open dialoog, meer interactie, gestructureerd, goede frequentie en duidelijk.

Maar er zijn ook minder positieve reacties: lage opkomst bij sommige tafels en de samenstelling van de sectortafel kan verbeterd worden (link met bovenregionale samenwerkingsverbanden, betrokkenheid van het bedrijfsleven, meer diversiteit). Men vindt het belangrijk om samen op te blijven trekken. Hebben de sectortafels volgens u effectief bijgedragen aan de sociaal economische agenda? Over het algemeen vinden de respondenten dat de sectortafels wel hebben bijgedragen aan de sociaal economische agenda. Vanuit de sectortafels is invloed uitgeoefend op diverse beleidsprocessen. Er is ook ruimte voor verbetering. Bijvoorbeeld het ‘op de agenda houden’ van onderwerpen en het effectiever maken van de sectortafels. Zijn de huidige sectortafels volgens u een representatieve vertegenwoordiging van het bedrijfsleven, of mist u relevante sectoren? Over deze vraag zijn de respondenten het grotendeels eens. De huidige sectortafels vormen een breed beeld van alle sectoren. Als suggestie wordt genoemd om voor de (zakelijke) dienstverlening een sectortafel te starten. Wat vindt u van de interactie tussen bedrijven, onderwijsinstellingen, ondernemersverenigingen en belangenorganisaties aan de sectortafels? Respondenten beoordelen de interactie tussen de diverse partijen goed, men luistert naar elkaar en heeft begrip voor elkaar.

Wel merken sommigen op dat het onderwijs van goede wil is, maar de uitvoering duurt vaak lang. Als verbeterpunt wordt meegegeven om niet te veel te overleggen en alle overlegstructuren efficiënter te organiseren. Welke uitdagingen zijn volgens u in positieve zin ontwikkeld? Op deze vraag zijn diverse waardevolle reacties binnengekomen. Met name de uitdaging ‘Samenwerking’ wordt veel genoemd. De sectortafels en de clustervorming van bedrijven worden gezien als positief resultaat. Bij dit punt worden ook de mogelijkheden vanuit Regio Zwolle benoemd. Op het gebied van het ‘imago’ wordt door meerdere respondenten de nieuwe gebiedsmarketingcampagne “Gemaakt in dé Noordoostpolder” als positief resultaat voor het ondernemersklimaat genoemd. In het kader van de uitdaging ‘Duurzaam ondernemen’ wordt het koplopersproject genoemd. Bij de uitdaging ‘Bereikbaarheid’ wordt opgemerkt dat dit onderwerp hoog op agenda staat bij de gemeente, maar dat het proces traag verloopt. Welke uitdagingen hebben volgens u onvoldoende resultaat opgeleverd? De antwoorden op deze vraag geven ons een goed beeld van de onderwerpen die in de ogen van de respondenten beter opgepakt kunnen worden. Hierbij wordt de uitdaging ‘Huisvesting’ genoemd, bijvoorbeeld huisvesting voor lage inkomens. Men wenst meer pragmatische oplossingen.

Ook valt op dat de respondenten vinden dat de bereikbaarheid een lastig punt blijft, waarbij opgeschreven wordt dat studenten niet snel voor een stage of baan in de polder kiezen door het missen van een treinverbinding en de huidige busverbindingen een hoofdpijndossier is. Eén respondent vindt dat de gemeente zelf -

19 -

meer in human capital moet investeren in plaats van naar Regio Zwolle doorverwijzen. Ten slotte wordt bij de uitdaging ‘Duurzaam ondernemen’ de netcongestie genoemd.

Beoordeling met cijfers Naast de open vragen hebben we de respondenten bij een aantal vragen ook gevraagd om het beleid met een cijfer te beoordeling. Dit levert harde cijfers op zonder duiding. Hoe waardeert u in algemene zin de dynamische uitvoering met een sociaal economische agenda?

7.0 ŴŴŴŴŴŴŴti'ÙŨ O*

0*

TO

7*

7*

35*

35*

7*

0*

Hoe waardeert u in algemene zin de werkwijze van de sectortafels en de regiegroep?

Hoe waardeert u in algemene zin de resultaten van de uitdagingen uit het sociaal economisch beleid 2020-2024?

6.2 0*

0*

7*

7*

21*

14*

28*

14*

7*

0*

Hoe waardeert u de inzet van accountmanagement voor het bedrijfsleven?

Hoe waardeert u de inzet van de gemeente om samenwerking te stimuleren en faciliteren?

7.7

-

20 -

Hoe waardeert u de inzet van de gemeente voor een betere aansluiting tussen het bedrijfsleven en het onderwijs?

6.9 O*

O*

O*

14*

O*

7*

42*

28*

7*

O*

Hoe waardeert u de inzet van de gemeente op het gebied van economische gebiedspromotie?

-

21 -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2163/documents/39256