CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

D01 01 Bijlage bij Nota - Uitgangspunten Verordening Fysieke Leefomgeving.pdf

Gemeenteraad 14 november 2022, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken1.257 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitgangspunten voor de Verordening Fysieke Leefomgeving Onze bestaande gemeentelijke regelingen (verordeningen etc.) verhuizen naar het omgevingsplan. En daarbij ontstaat (nog meer) ruimte voor eigen invulling. Bijvoorbeeld over hoe ver wij willen gaan met deregulering en over hoe wij de rollen verdelen tussen college en raad. Als tussenstap maken wij een Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL). Hieronder staat hoe wij, als gemeente Noordoostpolder, de ruimte invullen. Het zijn vier uitgangspunten die wij hanteren bij het omzetten van de oude regels naar de Verordening Fysieke Leefomgeving: 1. 2. 3. 4.

Eenvoudige procedures Ruimte voor eigen verantwoordelijkheid Duidelijkheid door zoveel mogelijk regels in het omgevingsplan i.p.v. afzonderlijke regelingen Logische rolverdeling tussen college en raad

Hieronder zijn deze vier uitgangspunten beschreven. Vanzelfsprekend sluiten ze aan op het coalitieakkoord en op de ‘leidende principes’ die eerder door de raad werden vastgesteld. Ook maakt dit proces deel uit van het programma ‘Noordoostpolder de Ruimte’. 1. We kiezen voor eenvoudige procedures, waar dat kan In onze gemeentelijke verordeningen staat regelmatig dat bewoners een vergunning nodig hebben voor een activiteit. Bijvoorbeeld voor het kappen van een erfsingel, het aanleggen van een uitrit of het plaatsen van een marktkraam. Waar mogelijk vervangen we zo’n vergunningstelsel nu door algemene regels (eventueel met een meldingsplicht). Want dat scheelt tijd en moeite voor zowel de bewoners als de gemeentelijke organisatie. Vergunningstelsels die misschien vervangen kunnen worden door algemene regels zijn: de marktvergunning, de uitwegvergunning en de ontheffing voor het inzamelen van afval. •

Want: Een vergunningstelsel is niet altijd nodig. Een vergunningstelsel vraagt om een specifieke beoordeling. Dat is handig voor een situatie waarin iedere aanvraag anders is en om een eigen afweging vraagt. Maar er zijn ook veel situaties waarin de aanvragen onderling vergelijkbaar zijn en steeds om dezelfde afweging vragen. In die situaties is een vergunning niet nodig omdat er geen specifieke beoordeling nodig is.

•

Want: Algemene regels kosten minder tijd en administratie dan een vergunningstelsel. Een vergunning moet worden verleend. Dit betekent een traject van meerdere weken en meerdere handelingen. De bewoner dient een aanvraag in. Die aanvraag wordt beoordeeld. Daarna wordt de vergunning gemaakt en verstuurd. En daarna geldt nog een termijn waarbinnen bezwaar en beroep ingesteld kan worden.

•

Maar: Het zal niet voor alle vergunningen handig en mogelijk zijn In sommige situaties blijft een vergunningenstelsel handiger. Bijvoorbeeld omdat het wenselijk blijft om de beoordeling vóóraf te doen (bijv. bij een kapvergunning). Of omdat het wenselijk is dat omwonenden bezwaar kunnen maken. Of omdat het werk van de beoordeling anders naar de toezichthouder verplaatst (waar geen leges tegenover staan).

2. We geven ruimte voor eigen verantwoordelijkheid Onze bestaande regels zijn soms al lang geleden gemaakt. Daarna zijn de gebruiken en inzichten veranderd. Zo is er bijvoorbeeld meer behoefte gekomen aan ruimte voor wensen en initiatieven van bewoners. En daarbij past ook een rol van de overheid die een stapje terug doet door minder te regelen en te verzorgen. Wij bieden die ruimte voor eigen initiatief en verantwoordelijkheid graag. Dat doen wij door een stapje terug te doen met regels, waar dat kan. Dit is de geest van de Omgevingswet en past bij ons coalitieakkoord. We kijken daarom kritisch naar het doel en karakter van onze regels en we kiezen alleen nog voor regels waarbij een rol van de overheid nodig is. Regels die meer ruimte kunnen bieden voor eigen initiatief zijn bijvoorbeeld: de regels voor de weekmarkt, regels voor de uitgifte van woonschipligplaatsen en de regels voor bestrijding van overlast door plaagdieren en boomziektes. •

Want: Dit is in de geest van de Omgevingswet. De Omgevingswet gaat uit van vertrouwen in de samenleving. Meer ruimte en meer eigen verantwoordelijkheid. Daar sluiten we op aan als wij meer ruimte in onze regels bieden.

•

Want: Dit past bij ons coalitieakkoord. In ons coalitieakkoord kozen wij ook voor meer ruimte voor onze inwoners en ondernemers. Wij willen een gemeente zijn die het enthousiasme vanuit de samenleving ondersteunt en die open staat voor ideeën en initiatieven. Dat doen wij door onnodige regels en beperkingen weg te nemen. Die koers kozen wij in ons coalitieakkoord en daarom kiezen wij daar ook voor in ons omgevingsplan.

3. We geven duidelijkheid: zoveel mogelijk in het omgevingsplan i.p.v. in aparte regelingen Sommige regels móeten in het omgevingsplan, anderen mogen er juist NIET in. Maar van de grootste categorie mogen wij zelf kiezen of we ze in het omgevingsplan zetten. Wij kiezen ervoor zoveel mogelijk regels over de fysieke leefomgeving wel in het omgevingsplan te zetten. Zo blijven dan alleen de regels die er niet in mógen, in afzonderlijke regelingen staan. Dat zijn bijvoorbeeld de regels die onder de bevoegdheid van de burgemeester vallen. Dit betekent dat regels over onderwerpen zoals deze in het omgevingplan komen: bomen, inritten/uitwegen, marktkramen, (woon)schepen, huishoudelijk afval, begraafplaatsen, erfgoed etc. •

Want: Zo zijn alle regels op één plek te vinden. Het omgevingsplan vormt straks een digitale kaart waarop bewoners met enkele muisklikken per locatie kunnen zien welke regels daarvoor gelden. Hoe meer regels daarin te vinden zijn, hoe duidelijker dat voor de bewoners is. Regels die niet in het omgevingsplan staan, moeten de bewoners namelijk weer ergens anders opzoeken (bijvoorbeeld op Overheid.nl).

4. We kiezen voor een logische rolverdeling tussen raad en college In bestaande verordeningen staat vaak dat het college de regels mag uitwerken. De raad stelt dan de verordening vast en het college maakt daarna een apart document met ‘nadere regels’, zoals bijvoorbeeld de ‘nadere regels voor terrassen’. In het omgevingsplan zitten deze ‘twee lagen’ straks samen in één document. Het verschil zit dan alleen nog in het delegatiebesluit waarmee de raad het college de verantwoordelijkheid geeft voor een deel van die regels. Wij hanteren de volgende afweging voor een goede rolverdeling: a) De raad stelt de regels vast die de basis bepalen. Bijvoorbeeld de regels die het onderwerp in de verordening plaatsen en ook de stelsels voor vergunningen en handhaving. b) Het college stelt de regels vast die concrete invulling geven aan de basisregels, zodat de uitvoering goed loopt. Bijvoorbeeld de aanwijzing van concrete plaatsen, tijden, activiteiten etc.

Met deze lijn komen de regels voor de begraafplaatsen, markten, en afvalinzameling voor een groot deel onder de bevoegdheid van het college (zoals dat nu ook al is in uitvoeringsbesluiten). En de raad blijft de regels bepalen die een gebod of verbod instellen, of die een zorgplicht- of vangnetbepaling vormen. •

Want: Zo houden we de regels voor onze inwoners op één plek Door alle regels wel echt in het omgevingsplan te zetten (dus niet in aparte uitvoeringsbesluiten o.i.d.) blijft het voor de bewoners en ondernemers duidelijk: zij zien alle regels die voor één geografische plek gelden dan bij elkaar op één digitale plek (het DSO, Digitaal Systeem Omgevingswet).

•

Want: Zo voorkomen we dat iedere kleine wijziging langs de raad moet Het aanwijzen van containeropstelplaatsen, hondenlosloopgebieden of de tijden waarop een marktkraam ergens mag staan, zijn redelijk specifiek. Daardoor ontstaat regelmatig de wens om die regels aan te passen. Het is dan handig als het college dat kan doen. Dat sluit ook aan op de situatie zoals die nu is, met uitvoeringsbesluiten, aanwijzingsbesluiten en nadere regels.

Het vervolg In het omgevingsplan komen meer regels dan alleen die uit de verordeningen. Ook de bestaande bestemmingsplannen komen in het omgevingsplan. En daarnaast nog de regels die het Rijk aan ons overdraagt (de ‘bruidsschat’). In december/januari start het proces van het maken van het omgevingsplan. Daarin komen dan alle drie de soorten regels aan bod. De Verordening Fysieke Leefomgeving gaat dan over in het omgevingsplan (zie afbeelding).

RIJKSREGELS BESTEMMINGSPLANNEN

VERORDENINGEN

VERORDENING FYSIEKE LEEFOMGEVING

OMGEVINGSPLAN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/1963/documents/32313