Bijlage A. Foto van de leefomgeving NOP.pdf
Tekst van het document
3335 2420 2865 955 715 295 145
2021
3685 2585 2925 935 710 295 155
In de industrie wordt veel elektriciteit en aardgas gebruikt. Er zijn relatief veel koelhuizen door de akkerbouw en die hebben wellicht potentie om restwarmte te leveren. In de landbouw komt de energie vooral uit diesel
28
voor landbouwvoertuigen. In de glastuinbouw wordt gewerkt met biomassa en geothermie, naast aardgas. Er is ruimte voor experimenten met andere vormen van duurzame energie, zoals groene waterstof. De gemeente faciliteert en stimuleert initiatieven door zo veel als mogelijk mee te werken aan het ruimtelijk inpassen van initiatieven.
Autonome ontwikkeling Uitvoering van de TVW leidt tot een aardgasvrije gebouwde omgeving in 2050, maar dit zal niet vanzelf gaan. Er zal onder invloed van wetgeving, innovatie publieke opinie regelmatig bijgestuurd moeten worden. De uitkomsten van de haalbaarheidsonderzoeken naar geothermie en aquathermie kunnen leiden tot meer collectieve warmteoplossingen. Vraag en aanbod zullen steeds verder uit elkaar gaan lopen omdat duurzame bronnen minder voorspelbaar of niet altijd beschikbaar zijn (de wind waait niet altijd even hard en zonnepanelen wekken ’s nachts niets op. De vraag naar energie zal toenemen en het aanbod van fossiele energie wordt steeds beperkter. Economische ontwikkelingen, woningbouw en bijvoorbeeld de komst van de Lelylijn vergroten de vraag naar energie en verkleinen de ruimte waar deze opgewekt kan worden. Netinfrastructuur zal een probleem blijven. In dunbevolkte gebieden als de Noordoostpolder kan niet onbeperkt netwerk toegevoegd worden. Er zullen andere oplossingen moeten komen in de vorm van opslag en conversie van elektriciteit en warmte. Doordat nu nog onduidelijk is wat de nieuwe dominante technieken zullen worden, zijn mensen terughoudend in investeringen. Zonder overheidssturing zal de warmtetransitie niet goed van de grond komen. Energieprijzen blijven waarschijnlijk hoog.
Dit zorgt ervoor dat duurzame energie sneller een oplossing wordt, maar het verkleint ook de SDE subsidie. Mensen hebben door hogere kosten ook minder investeringsruimte. De kosten zullen ook leiden tot sociale effecten, zoals energiearmoede. Dit vergroot de urgentie om verder te isoleren en alternatieve energiebronnen voor de gebouwde omgeving te zoeken. Het verzwaren van het elektriciteitsnet zal ook van invloed zijn op het landschap in de Noordoostpolder. Het tracé Diemen – Ens – Vierverlaten wordt in de komende jaren vastgesteld (zie externe veiligheid) , de toekomstige hoogspanningslijn zal de Noordoostpolder doorkruisen.
Figuur 16: Bestaande bovengrondse hoogspanningslijnen
29
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie -
Bestaande gebouwde omgeving moet drastisch worden aangepakt voor de warmtetransitie Bij nieuwbouw moet rekening gehouden worden met de energietransitie, energievoorziening en energieopslag. Bedrijvigheid, waaronder de landbouw, zullen een enorme transitie moeten doormaken om over te stappen naar duurzame energiebronnen Grootschalige opwek blijft nodig en zal een ruimtevraag geven. Faciliteiten voor opslag en conversie van energie worden belangrijke ruimtevragers, evenals uitbreiding van energiedistributienetten. Tracé Diemen – Ens – Vierverlaten wordt in de komende jaren vastgesteld.
-
4.2 Afval en circulair grondstoffengebruik Afval en circulair grondstoffen gebruik Schaallat kwaliteitsniveaus ++
We werken aan een situatie waarin alle grondstofstromen hoogwaardig circulair worden hergebruikt (dus 100% van het afval wordt hergebruikt).
+
We kiezen haalbare doelen voor Noordoostpolder (zowel voor huishoudelijk afval, als voor bedrijfsafval als voor overige grond- en bouwstofstromen)
+/-
We voldoen aan de nationale doelen en normen voor afvalpreventie en hergebruik voor de afvalstromen waarvoor wij een wettelijke taak hebben.
-
We werken toe naar de nationale doelen en normen voor afvalpreventie en hergebruik voor de afvalstromen waarvoor wij een wettelijke taak hebben.
--
We benutten kansen als die zich voordoen en streven daarmee naar een situatie waarin wij voldoen aan de nationale doelen en normen voor afvalpreventie en hergebruik.
Fase
Beoordeling
Toelichting • •
Huidige situatie
--
•
• Autonome ontwikkeling
+/-
•
•
We hanteren op dit moment ons eigen doel voor de inzameling van huishoudelijk afval (60 kg/inw restafval in 2025). Voor bedrijfsafval volgen wij de landelijke wetgeving door het verlenen van Omgevingsvergunningen. Voor de overige grondstofkringlopen (bouwstoffen, landbouwgrondstoffen, gebruik grondstoffen eigen gemeentelijke organisatie) benutten wij op dit moment de kansen die zich voordoen binnen de bestaande capaciteit en budgetten.
Stijging van grondstofprijzen, waardoor hergebruik interessanter wordt; Meer maatschappelijke aandacht en meer projecten voor grondstofkringlopen, bijv. initiatieven voor duurzaam inkopen, bouwstoffen en landbouwgrondstoffen. Meer landelijke doelen en convenanten om te komen tot afvalpreventie en hergebruik.
30
Huidige situatie De gemeente Noordoostpolder hanteert op dit moment een eigen doelstelling om in 2025 maximaal 60kg restafval per inwoner in te zamelen. In 2018 lag dit getal op 123kg per persoon, en in 2021 lag het getal op 101kg. Sinds 2015 is de daling ingezet. Dit kwam door een aantal maatregelen waaronder het inzamelen van GFT afval in het buitengebied. In de onderstaande grafiek is de daling vanaf 2014 te zien.
kg/inw 300 250 200 150 100 50 0 2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
kg/inw Figuur 17: Daling restafval
In 2018 bestond het restafval voor een aanzienlijk deel nog uit andere afvalstromen die inmiddels steeds beter worden geschieden. In de onderstaande figuur is te zien waaruit de restafval van de gemiddelde inwoner uit bestond. In 2022 is de recycle tarief ingevoerd, dit is te vergelijken met een diftar systeem. Inwoners betalen dan per leging van hun afvalbak. Het gewenste effect is dat afval beter wordt gescheiden.
Figuur 18: Gewicht restafval per persoon per jaar
Autonome ontwikkeling In de komende jaren wordt er nieuw afvalbeleid vastgesteld en wordt de recycle tarief geëvalueerd. Na het invoeren van Recycle-tarief en de aanvullende maatregelen blijft er, naar verwachting, nog 80 à 90 kilo restafval per persoon in het jaar na invoering over. De gemeente verwacht dat 2024 het moment zou kunnen zijn om over te stappen op Recycle-tarief in combinatie met restafval op afstand. Een mogelijk nadelig gevolg van Recycle-tarief is dat er meer afvaldumpingen zullen plaatvinden.
31
4.3 Klimaatadaptatie Klimaatadaptatie bestaat uit drie verschillende aspecten die nauw met elkaar samenhangen. Hittestress, wateroverlast en droogte. Desalniettemin worden de drie aspecten los van elkaar behandeld. Hittestress en wateroverlast vormen een meer acute bedreiging voor het bebouwd gebeid, terwijl droogte en wateroverlast acuter zijn voor het buitengebied.
4.3.1 Hittestress Hittestress Schaallat kwaliteitsniveaus ++
De omgeving is ingericht om veel koelte te genereren en hittestress te beperken
+ +/-
Hittestress treed op maar er zijn voldoende plekken om koelte op te zoeken
--
Hittestress leidt tot gezondheidsklachten
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
-
Autonome ontwikkeling
--
Toelichting
Hittestress van categorie LV2 treed in een plekken binnen de gemeente op. Koelte is wel bereikbaar, maar niet op alle plekken. Tevens liggen er geen concrete plannen om deze plekken aan te pakken.
Verdere verstedelijking gecombineerd met hogere temperaturen en een grijzere bevolking zal ertoe leiden dat hittestress tot meer gezondheidsklachten zal leiden.
Huidige situatie Het bebouwd gebied in de Noordoostpolder is gevoelig voor hittestress vanwege de hoge mate van verharding en dichte bebouwing, met name het centrumgebied van Emmeloord. Op warme dagen kan door drukte in het centrum de temperatuur echter wel dusdanig oplopen dat het mogelijk risico's voor de gezondheid oplevert. Uit de klimaatstresstest kwam een aantal risicolocaties naar voren, enkele locaties in Ens (Kerk, Kruisstraat), Emmeloord (De Zuidert, gemeentehuis en Jumbo) en Rutten (Cafetaria De Stiepe) treedt extreme hittestress LV2 op. Deze risicolocaties zijn bepaald door de gevoeligheid voor hittestress te combineren met kwetsbare locaties als verzorgings- en ziekenhuizen en scholen. Daarbij kunnen hoge temperaturen ook een negatief effect. Maar er zijn aanzienlijk meer plekken die in de ‘minder’ hete categorie vallen door schaduwwerking en het verkoelend effect van met name de grote hoeveelheid bomen en overig stedelijk groen, door een sluitende band rondom de kern en in de kern zelf staan ook veel verkoeling biedende bomen. Gevoelstemperaturen vallen hier en in de nabije omgeving in de categorie “matige hittestress”. Het optreden van gezondheidsklachten is hier aanzienlijk lager. Er zijn voldoende koelteplekken in de openbare ruimte en zijn voor beide loopsnelheden 2 km/u en 4 km/u binnen afzienbare tijd te bereiken.
Voor de loopsnelheid 2 km/u zijn wel een aantal knelpunten, met name op de diverse bedrijventerreinen (Emmeloord, Nagele en Marknesse). Door teveel verharding en relatief weinig bomen zij er geen koelteplekken te vinden. Aan de noordzijde van De Erven is loopafstand ontoereikend. De loopafstand is dan > 9 minuten wat neerkomt op een afstand van > 300 meter. Hetzelfde geld voor een aantal buurten in Emmelhage, De Zuidert en Revelsant waar
32
de loopafstand tot koelte oploopt.
Figuur 19: PET-waarden en gevolgen
Figuur 20: Verkoelend effect van groen en blauw
Autonome ontwikkeling Klimaatverandering zal ervoor zorgen dat de zomers in Nederland steeds warmer zullen worden en het aantal hittedagen zal toenemen. De locaties waar momenteel veel verharding aanwezig is neemt de risico voor hittestress toe. De bomen, water en ander openbaar groen kunnen onder druk komen te staan door de woningbouwopgave. Wanneer er groen verdwijnt neemt de kans op hittestress toe. Dit kan bij kwetsbare groepen kunnen al snel tot gezondheidsklachten. Dit geldt met name in de directe omgeving van vrijwel alle (basis)scholen (schoolpleinen), maar ook voor kinderdagverblijven waar in de huidige situatie al “sterke tot extreme hittestress LV1” optreedt. De gevoelstemperaturen leiden tot concentratieverlies en de arbeidsproductiviteit bij scholieren afneemt bij langdurige blootstelling aan deze gevoelstemperaturen en/of inpandige klimaatregeling onvoldoende toereikend is. Geadviseerd wordt ten behoeve van een verbetering van de leefbare omgeving, te kijken naar het ontwerp en de inrichting van de huidige schoolpleinen. Een groener schoolplein, met name bomen levert een aanzienlijke gevoelstemperatuurwinst op. Hetzelfde geldt voor in de omgeving van diverse zorginstellingen
33
(wooncomplexen, zorggroepen, verzorgingshuizen en het ziekenhuis, waar nu als sterke tot extreme hittestress LV1 optreedt. Het is aan te bevelen deze kwetsbare groepen, in samenwerking met zorg- en gezondheidsinstanties, te informeren, ondersteunen en te begeleiden op hete dagen die meer dan één dag aanhouden. Er zijn geen kwetsbare locaties vastgesteld die op meer dan 300m loopafstand liggen tot een koele plek (schaduwplek in een park bijvoorbeeld. Meer openbaar groen en (stromend) open water kunnen oplossingen bieden voor het tegengaan van de hittestress.
4.3.2 Wateroverlast Wateroverlast Schaallat kwaliteitsniveaus ++
De omgeving is ingericht om water op te vangen na een hevige regenbui zonder dat er overlast ontstaat
+ +/-
Wateroverlast treed op in laaggelegen gebieden en versteende omgevingen
--
Wateroverlast treed vaak op ook in het buitengebied. Het lukt bij periodes van langdurige regenval niet om het water de polder uit te krijgen. Straten en laaggelegen gebieden staan lang onder water.
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
+
Autonome ontwikkeling
-
Toelichting
De Noordoostpolder is ingericht om continu water weer uit de polder te pompen. Over het algemeen is de waterbergingscapaciteit van de sloten, vaarten en tochten voldoende. Problemen treden pas op bij lange natte periodes
Doordat de polder afhankelijk is van maar een aantal gemalen met een vaste capaciteit zal het steeds lastiger worden om overtollig water de polder uit te krijgen bij periodes van langdurige regenval. Er zijn ook geen grote waterbergingsgebieden.
Huidige situatie De jaarlijkse hoeveelheid neerslag in de Noordoostpolder is in het huidige klimaat met 20% toegenomen ten opzichte van de vorige klimaatperiode. Een warmer klimaat brengt meer energie in de atmosfeer. Dit leidt tot zwaardere buien, zelfs in het meest gunstige klimaatscenario. De kans op wateroverlast neemt toe, evenals de uitdaging om het water langer vast te houden voor drogere tijden. Het langer vasthouden van water werkt ook energiebesparend, aangezien overtollig water uitgepompt moet worden. De Noordoostpolder bestaat grotendeels uit buitengebied waar wateroverlast door hevige buien in een korte periode geen acuut probleem vormt. De dorpen en Emmeloord daarentegen zijn behoorlijk versteent, en het rioolsysteem is verouderd. Het contrast tussen de twee gebieden is duidelijk te zien op de onderstaande kaart. Vooral de lager gebieden/straten in Emmeloord komen relatief snel vol te liggen met een laag water van 30cm bij een hevige bui. Voor de stedelijke gebieden zijn met name korte intensieve neerslaghoeveelheden gevoelig, doordat de riolering niet of lastig deze hoeveelheid water kan verwerken. Bij landelijke buien (regionale neerslaghoeveelheden) zijn het juist de langere natte neerslaggebeurtenissen die kunnen leiden tot overbelasting van het watersysteem in de agrarische gebieden.
34
Figuur 21: Water op straat na hevige bui
Autonome ontwikkeling Door klimaatverandering zullen er meer en hevigere piekbuien ontstaan. Grote delen van de bebouwde kom lopen hierdoor meer risico voor wateroverlast door hemelwater. Daarbij kunnen meer periodes van extremere neerslag en droogte voorkomen, waardoor grote schommelingen zullen optreden in de grondwaterstanden. Dit kan voor grondwateroverlast zorgen en schade aanrichten aan huizen. Hoosbuien kunnen in het buitengebied leiden tot erosie van de toplaag van de bodem. Momenteel is de gemeente bezig met het opstellen van een visie klimaatadaptatie. Daarin worden de noodzakelijke ruimtelijke aanpassingen verder uitgewerkt.
35
4.3.3 Droogte Droogte Schaallat kwaliteitsniveaus ++
De omgeving is ingericht om water vast te houden voor langere periodes van droogte. Het watersysteem is dusdanig ingericht om ook bij droogte water van goede kwaliteit te garanderen
+ +/-
Droogte treed op maar er is nog voldoende voor de agrarische sector. De natuur is voldoende robuust om met de droogte om te gaan. De drinkwatervoorziening komt niet in gevaar
--
De agrarische sector kan niet beregenen, de waterkwaliteit is slecht, de natuur ondervind grote gevolgen van de droogte, de drinkwatervoorziening wordt ingeperkt om de kwaliteit te kunnen borgen.
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
+
Autonome ontwikkeling
+/-
Toelichting
Over het algemeen is er voldoende water in de Noordoostpolder waardoor droogte geen acute dreiging vormt.
Te weinig water zal niet snel een rol gaan spelen vanwege de nabijheid van het IJsselmeer en kwel. Wel dreigt de waterkwaliteit te verminderen in droge periodes. De hogere temperaturen van het water zullen negatieve gevolgen hebben voor de kwaliteit.
Huidige situatie Het potentieel neerslagtekort is een maat voor droogte en volgt uit het verschil tussen verdamping en neerslag tijdens de periode april tot en met september. Het officiële droogte seizoen begint vanaf april. Op een zomerse dag verdampt er 5 mm water. Het maximaal potentieel neerslagtekort treedt normaal gesproken aan het eind van de zomer op. Dit tekort leidt tot afname van de waterbeschikbaarheid in het grond- en oppervlaktewater en een toename van de watervraag voor peilbeheer en beregening. De holocene deklaag in de Noordoostpolder bestaat voornamelijk uit een vrij homogene samenstelling van zavel, klei op veen, klei op grofzand en leemarm zand in stuifduinen en stranden. Lokaal komt ook kleidek op veen en leem voor. Onder deze complexe afzetting liggen hoofdzakelijk dikke zandpakketten. Tijdens perioden van langdurige droogte krijgt de Noordoostpolder te maken met aanhoudende lagere grondwaterstanden.
Autonome ontwikkeling Het potentieel maximale neerslagtekort (een situatie die eens in de 10 jaar voorkomt) komt naar verwachting in 2050 voor de gemeente Noordoostpolder tussen de 180 en 240 mm te liggen, terwijl er nu in het huidige klimaat rekening houden met een tekort tussen de 120 tot 180 mm. Door de bodemsamenstelling van de Noordoostpolder zullen bij lagere grondwaterstanden organische stoffen gaan oxideren met name bij de kleien veengronden met bodemdaling als gevolg. Droogte zal ook de waterkwaliteit onder druk zetten met name door de combinatie van hogere temperaturen en kwelwater (zie hoofdstuk water). Op de hogere gelegen gronden (zie hoofdstuk water) zal droogte eerder optreden.
36
5 Natuur en milieu De Omgevingswet regelt het belang van natuur als onderdeel van de fysieke leefomgeving. De wet borgt het welzijn van de mens, verbetert de bescherming van natuurkwaliteiten en breidt deze zo nodig uit. Daarnaast zijn de invloed van stikstof, versnippering, verdroging en ingrepen op de fysieke ruimte iets wat invloed heeft op onze natuurgebieden.
5.1 Biodiversiteit Natuur, biodiversiteit en groen Schaallat kwaliteitsniveaus ++
Alle kansen die zich voordoen om de biodiversiteit te verbeteren worden benut
+
Kansen worden gepakt om de biodiversiteit verder te verbeteren
+/-
De biodiversiteit voldoet aan de Europese, nationale en provinciale regels
-
De biodiversiteit gaat achteruit
--
De biodiversiteit gaat verder achteruit en er wordt niks gedaan Fase
Huidige situatie
Beoordeling
+/-
Toelichting
Er is landelijk en Europees sprake van een afname van het aantal planten diersoorten. Onze eigen inzet als gemeente is dat we de geldende regels wel naleven en ook kansen pakken als die er zijn. Dat laatste is ook ons bestaande beleid, maar er is nog wel budget voor de jaren ’23, ’24 en ’25 nodig om dat beleid goed uit te kunnen voeren.
• • Autonome ontwikkeling
-
•
•
Verstening (bijv. door de woningbouwopgave) verslechtert de kansen voor natuur en biodiversiteit; Uitputting van de bodem en terugloop van biodiversiteit door monocultuur in landbouw; (Boom)ziektes en andere vormen van natuur die als hinderlijk worden ervaren (bijv. eikenprocessierups) zorgen voor minder (draagvlak voor) natuur en groen; Minder budget voor onderhoud van de openbare ruimte (door tekorten in de jeugdzorg, hoge inflatie) zorgt voor minder ecologische investeringen in het openbaar groen.
Biodiversiteit is een onderwerp dat steeds meer aandacht krijgt. Het is van belang voor de stabiliteit van de natuur, maar speelt ook een grote rol bij de voedselproductie. Zo zorgen veel soorten insecten, waaronder bijen en hommels voor het bestuiven van bloeiende planten die uitgroeien tot groenten en fruit. Een gezonde biodiversiteit voorkomt ook uitbraken van plaagdieren zoals van eikenprocessierupsen. Een evenwichtige biodiversiteit is voor onze maatschappij onmisbaar. Huidige situatie Sinds de aanleg van de polder heeft de natuur zich ontwikkeld. Dit geldt voor de natuur zelf én voor de aandacht ervoor (zowel beleidsmatig als beheersmatig). De bossen zijn gegroeid en uitgebreid en er is ruimte voor nieuwe natuur gecreëerd, bijvoorbeeld langs de A6 (Casteleynsplas en Han Stijkelbosje), de vernatting van Schokland en door het ecologisch bermbeheer langs buitenwegen aan de Oostrand. Het bermbeheer is daar geëxtensiveerd. Ook ligt er een opgave voor het in stand houden en verder ontwikkelen van de natuurwaarden voor moerassen, open water, natte bosgebieden en het open agrarisch gebied. De Noordoostpolder bestaat uit een groot agrarisch gebied en is dus voor het oog een ‘groene’ gemeente. Aan de westkant grenst het gebied aan Natura 2000-gebied het IJsselmeer, aan de oostkant aan de Natura 2000-
37
gebieden ‘Wieden-Weerribben’ en ‘Zwarte meer- Kadoelen’. Ook in de Noordoostpolder zelf liggen interessante natuurgebieden langs de buitenrand. Dat zijn het Kuinderbos, Voorsterbos en Urkerbos. Daarnaast vormen de kleinere natuurgebieden (Rotterdamse Hoek, Kastelijnsplas, Schokland), met de wegbeplantingen, erfsingels en vaarten een ecologisch netwerk. De ecologische verbindingszones die onder het Natuur Netwerk Nederland vallen zijn te zien in de onderstaande kaart.
Figuur 22: NNN gebieden
Figuur 23: Soortendiversiteit
In de bovenstaande kaart is te zien dat de Noordoostpolder op een paar plekken na een onder gemiddelde hoeveelheid soorten heeft. Dit heeft te maken met de grootschalige landbouw en beperkte verbindingen tussen verschillende groene gebieden.
Autonome ontwikkeling
38
De woningbouwopgave zal de natuur in de gemeente onderdruk zetten. Met name in de dorpen, dorpen zoals Ens en Marknesse. Beide dorpen zijn omringd door waardevol landbouwgrond dit maakt het bouwen van nieuwe woningen buiten de bestaande dorpsgrenzen minder wenselijk. De bestaande dorpsbossen zijn in het verleden ook al deel opgeofferd voor woningbouw. De schaalvergroting in de landbouw leidt ook tot meer monocultuur en dit is nadelig voor de biodiversiteit en leidt tot een uitputting van de bodem. De komende jaren zal de biodiversiteit in de Noordoostpolder onder druk blijven staan. Bouwstenen voor de Omgevingsvisie Om achteruitgang van de natuur te voorkomen, is draagvlak, budget en ruimte nodig om te blijven werken aan: -
Voldoende natuur in relatie tot bebouwing (kwantitatief) en in relatie tot het leefgebied dat de plant- en diersoorten nodig hebben. Voldoende robuuste natuur (kwalitatief). Dit houdt onder ander in dat de natuur verbindingen moet bieden en voldoende afwisseling voor de verschillende plant- en diersoorten (hoge en lage beplanting, water, voedsel, schuilplaatsen).
-
5.2 Luchtkwaliteit Luchtkwaliteit Schaallat kwaliteitsniveaus ++
Er is sprake van een veilige leefomgeving en geen sprake van hinder
+ +/-
Er is sprake van een veilige leefomgeving
--
De luchtkwaliteit leidt tot gezondheidsklachten
Fase
Beoordeling
Toelichting
Huidige situatie
++
De gemeente is een landelijke omgeving met een betrekkelijk lage dichtheid aan luchtvervuilende functies. Afhankelijk van de definitie van luchtkwaliteit is er sprake van een goede luchtkwaliteit.
Autonome ontwikkeling
+/-
Schonere auto’s (+), meer dubbelruimtegebruik / functiemenging (-), meer woningen / verdichting stedelijke omgeving (-), reductie door inkrimping veestapel (+), reductie andere sectoren (+)
Huidige situatie Een officiële veilige concentratie voor luchtvervuiling bestaat volgens de WHO niet. Wel zijn er wettelijke grenswaarden opgesteld, maar ook onder de in de wet genoemde grenswaarden kunnen gezondheidseffecten optreden. De WHO grenswaarde voor roet is dat er minder dan 5 microgram PM2.5/m3 roet in de lucht zit. Dit wordt nergens in de gemeente gehaald (of in Nederland), maar voor Nederlandse begrippen is de lucht schoon. De luchtkwaliteit in de gemeente is over het algemeen goed. De concentraties NO2, PM10, en PM2,5 voldoet in de volledige gemeente aan de wettelijke normen. De verontreiniging is afkomstig van verschillende bronnen. Denk hierbij aan het gemotoriseerde verkeer, industriële en agrarische inrichtingen en achtergrondconcentraties van verontreinigende stoffen. Fijnstof (PM10) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de luchtkwaliteitsregelgeving. Doordat de luchtvervuiling grotendeels van buiten de gemeente komt, kan de omgevingsvisie er geen invloed op uitoefenen.
39
Er ligt nu geen gemeentelijk beleid. Wel is er aandacht voor bij de motivering van uitgebreide omgevingsvergunningen en bestemmingsplannen.
Figuur 24: PM2.5 concentratie
Autonome ontwikkeling De luchtkwaliteit in de Noordoostpolder is over het algemeen goed, de transitie naar schonere auto’s zal de voornaamste bron van roet en fijnstof doen verminderen. Maar op korte termijn is er de verdichting van de dorpen en Emmeloord kans dat de luchtkwaliteit verminderd. Ook is het mogelijk door het combineren van functies in he buitengebied dat er meer gevoelige objecten zoals woningen dichtbij emissie bronnen komen zoals agrarische bedrijven. De inkrimping van de veestapel daarentegen leiden tot een verbetering van de luchtkwaliteit. De algehele luchtkwaliteit van Nederland verbetert in de autonome situatie. Dit betekent dat de luchtkwaliteit in de Noordoostpolder ook zal verbeteren, omdat de bronnen van de luchtverontreiniging vaak buiten de gemeente liggen.
5.3 Geluidshinder Geluidshinder Schaallat kwaliteitsniveaus ++
Er is sprake van een veilige leefomgeving en geen sprake van hinder
+ +/-
Er is sprake van een veilige leefomgeving
--
Geluidshinder leidt tot gezondheidsklachten
Fase
Beoordeling
Huidige situatie
+
Autonome ontwikkeling
-
Toelichting
In algemene zin is de geluidsoverlast in de Noordoostpolder als gevolg van de lage mate van verstedelijking beperkt.
Verdere verstedelijking / functiemenging geeft meer potentiële overlast (verkeersdruk, evenementen, etc.) (-). Doelstellingen college bruisend nachtleven
40
(horeca)(-). Lelystad Airport en Lelylijn (-). Meer lokale afwegingsruimte kan ten koste van rechtszekerheid en kenbaarheid regels (-).
Geluid hoort bij onze leefomgeving. Het kan prettig zijn, maar hinderlijk als het langdurig hard en ongewenst is. Het is daarnaast een bedreiging van de gezondheid door het ontstaan van stress en vermoeidheid door slaapverstoring. In Nederland zijn wegverkeer en buren de belangrijkste bronnen van geluidhinder. Op de kaart hieronder is zichtbaar hoeveel geluid verschillende bronnen bij elkaar opgeteld veroorzaken (buren zijn hierin niet in meegenomen). Het gaat hier om het gemiddeld en gecumuleerd geluidsniveau per jaar van wegverkeer, treinverkeer, vliegtuigen, industrie en windturbines. De WHO heeft advies uitgebracht over richtlijnen voor omgevingsgeluid gegenereerd door weg-, spoor- en vliegverkeer en windturbines. In dit advies worden huidige richtlijnen aangescherpt, omdat uit onderzoek naar voren is gekomen dat boven bepaalde geluidsniveaus negatieve gezondheidseffecten op kunnen treden. Huidige situatie In verhouding tot de rest van Nederland is er in de Noordoospolder een gering percentage woningen dat een te hoge geluidbelasting op de gevel heeft van 48dB. De geluidbelasting is in de Noordoostpolder vooral een gevolg van het wegverkeer. Geluidshinder speelt bij de bouw van woningen in de nabijheid van infrastructuur, met name langs de hoofdwegen. Bij nieuwe ontwikkelingen volgt locatiespecifiek onderzoek.
Ook bij reconstructie van wegen kunnen knelpunten bestaan met reeds bestaande woningen. Verder speelt geluidhinder als gevolg van bedrijfsmatige activiteiten. Met name op en rond bedrijventerreinen in Emmeloord, en het toekomstige MITC. en vrijkomende agrarische erven dit komt omdat bestaande (bedrijfs)woningen van derden gevoelige functies zijn.
Figuur 25: Geluidsbelasting uit alle bronnen
Autonome ontwikkeling De woningbouwopgave zal op twee manieren een negatieve impact hebben op de geluidsbelasting in de gemeente. Ten eerst zorgt de verder verstedelijking dat er meer bronnen en gevoelige functies dichter bij elkaar komen. En ten tweede zorgt de toename aan inwoners ook aan een toename van verkeersbewegingen. De transitie naar elektrische auto’s zal ook leiden tot een hogere geluidbelasting langs 50km wegen en hoger. Boven de 50 kilometer per uur produceren elektrische auto’s meer geluid door dikkere banden en een
41
gemiddeld zwaarder gewicht. De gemeente kan hierop sturen door een snelheidsverlaging. De mogelijke komst van de Lelylijn zal ervoor zorgen dat spoorwegverkeer ook bijdraagt aan de totale geluidsbelasting. Met name in Emmeloord wanneer er een station wordt gerealiseerd. Het is nog maar de vraag of Lelystad airport ooit open zal gaan voor commercieel vliegverkeer, in het geval dat de opening doorgaat zal ook luchtverkeerslawaai een nieuwe bron zijn van geluidsoverlast. De toename aan inwoners zal ook leiden tot meer drukte in de winkelstraten en uitgaansgebied van Emmeloord. Het is aannemelijk dat in de komende jaren de geluidsbelasting in de Noordoostpolder zal toenemen. De gemeente kan in de Omgevingsvisie hier in sturen, door bijvoorbeeld een hogere geluidsnorm toe te staan in het centrum, om meer mogelijkheden te bieden voor uitgaansgelegenheden, horeca en winkels (ruimere openingstijden bijvoorbeeld).
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie -
De bescherming van geluidgevoelige gebouwen tegen geluid geldt straks voor activiteiten in plaats van inrichtingen. De bescherming tegen geluid van bedrijven regelt de gemeente met de inwerkingtreding van de Omgevingswet in het omgevingsplan. De eisen en randvoorwaarden uit instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) gelden hierbij. Dit biedt meer ruimte voor lokale gebiedsgerichte bescherming dan nu. Het begrip 'goede ruimtelijke ordening' voor bestemmingsplannen is vervangen door 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' voor het omgevingsplan. Dit begrip is breder. In de Omgevingswet spelen 2 maatschappelijke doelen een rol. Deze maatschappelijke doelen zijn: o het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit o het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften Beheersing van het geluid van alle activiteiten tezamen op het industrieterrein met geluidproductieplafonds (op referentiepunten). Voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet is dit op de zonegrens en gevels van geluidsgevoelige gebouwen. Beheersing van het geluid van provinciale wegen en door de provincie aangewezen lokale spoorwegen met geluidproductieplafonds (op referentiepunten), zoals nu al bij rijkswegen en hoofdspoorwegen.
Beheersing van het geluid van gemeentelijke wegen en lokale spoorwegen met een basisgeluidemissie. Het beoordelingskader (normenhuis) voor geluid door industrieterreinen en (spoor)wegen met een geluidproductieplafond en (spoor)wegen met een basisgeluidemissie op geluidgevoelige gebouwen wordt vereenvoudigd.
-
-
-
-
5.4 Lichthinder Lichthinder Schaallat kwaliteitsniveaus ++
Lichthinder doet zich niet voor
+ +/-
Lichthinder leid niet tot problemen voor mens en milieu
--
Lichthinder zorgt voor een onhoudbaar woon- en leefklimaat en aantasting landschap Fase
Huidige situatie
Beoordeling
+
Toelichting
Er zijn relatief weinig klachten over lichthinder.
42
Autonome ontwikkeling
+/-
Schaalsprong glastuinbouw, decentralisatie via bruidsschat
Bewoners en dieren kunnen last hebben van licht. Vaak komt de overlast door schijnwerpers tegen inbraak, kassen, lichtbakken met reclame of verlichte sportvelden. Onderstaande kaart toont de lichtemissie in de gemeente Noordoospolder. Te zien is dat de Noordoostpolder, naar Nederlandse maatstaven, redelijk tot zeer slecht presteert op het aspect lichthinder. Rondom Luttelgeest staat een glastuinbouw cluster. Hierdoor is de lichtemissie daar zeer hoog, momenteel wordt verdere lichtemissie beperkt omdat het glastuinbouwgebied momenteel niet verder mag uitbreiden. Hier zijn momenteel overleggen over bezig. Lichtemissie voert hier niet de boventoon van de gesprekken, landschap economische potentie, de energietransitie en de huisvesting van arbeidsmigranten spelen een grotere rol bij de besluitvorming over glastuinbouw dan lichthinder.
Autonome ontwikkeling De vraag of er meer lichthinder gaat ontstaan in de Noordoostpolder hangt vooral af van de mogelijke schaalsprong in het glastuinbouwgebied. Omdat de natuur ook last kan hebben van lichthinder is het nog maar de vraag hoeveel extra glastuinbouw mogelijk is. Net buiten de gemeente liggen op het ‘oude land’ een aantal Natura 2000 gebieden zoals de Weerribben. Bouwstenen voor de Omgevingsvisie -
Zijn geen manifeste problemen Waar mogelijk instaand laten eisen activiteitenbesluit ingeval van overdracht bruidsschat (gewogen tot stand gekomen, toetsbaar, rechtszekerheid)
43
5.5 Openbaar groen Openbaar Groen Schaallat kwaliteitsniveaus ++
De kwaliteit van het openbaar groen is hoog
+ +/-
Het openbaar groen is goed onderhouden en toegankelijk.
--
Er is weinig openbaar groen en het is slecht onderhouden.
Fase
Beoordeling
Toelichting
Huidige situatie
+/-
Momenteel is er voldoende openbaar groen
Autonome ontwikkeling
-
De woningbouw opgave zal de aanwezige groen onder druk zetten, waardoor er naar verhouding minder groen zal zijn
Huidige situatie De gemeente Noordoostpolder heeft relatief veel groen. Dit past bij het ontwerp van de polder en van de dorpen en wijken. Het meeste groen ligt in de bossen zoals de dorpsbossen en parken (ca. 46 %). Ook in de woonwijken ligt relatief veel gemeentelijk openbaar groen (ca. 20%) en in het landelijk gebied (ook ca. 20%). Dit laatste komt vooral door de vele km wegberm langs de gemeentelijke wegen in het buitengebied. Bij het ontwerpen van nieuwe woonwijken en bedrijventerreinen kiest de gemeente nu al voor groenblauwe netwerken met afwisselende beplanting. De kosten hiervoor worden meegenomen in de exploitatieopzet voor het betreffende gebied. Bij renovatie van bestaande wijken en het onderhoud van bestaand openbaar groen, is de gemeente afhankelijk van combinaties met andere budgetten om een kwaliteitsslag te maken.3
Figuur 26: Boomhoogtekaart
3
Beleidsplan Openbare Ruimte
44
Tabel 8: Afstand tot groenvoorzieningen Nabijheid groenvoorzieningen; afstand (km) Noordoostpolder Onderwerp Openbaar groen|Afstand tot open natuurlijk terrein|Afstand tot open nat. terrein totaal Openbaar |Afstand tot open natuurlijk terrein|Afstand tot open droog nat. terrein Openbaar groen|Afstand tot open natuurlijk terrein|Afstand tot open nat natuurlijk terrein Semi-openbaar groen|Afstand tot semi-openbaar groen totaal Semi-openbaar groen|Afstand tot sportterrein Semi-openbaar groen|Afstand tot volkstuin Semi-openbaar groen|Afstand tot verblijfsrecreatief terrein Semi-openbaar groen|Afstand tot begraafplaats
2006 9,8 30,8 9,8 1 1,3 2,2 3,4 1,7
2008 9,4 30,7 9,4 1 1,2 2 3,3 1,7
2010 8,6 9,7 8,7 0,9 1,1 2 3,2 1,7
2012 8,7 9,7 8,8 1 1,2 2 3,4 1,7
2015 5,9 6,2 8,9 1 1,1 2 3,4 1,7
Bron: CBS Autonome ontwikkeling De gemeente maait sinds kort minder vaak rond de bomen. Zo ontstaat een rijkere biodiversiteit. Want meer grassen en kruiden die tot bloei komen, betekent meer diversiteit in plantensoorten. En ook een interessanter leefgebied voor insecten, die op hun beurt weer voedsel zijn voor andere dieren. Dit beschermt ook de bomen tegen schade van de maaimachine. Het openbaar groen staat wel onder druk in de gemeente, met name in de dorpen en Emmeloord. De woningbouwopgave zal ervoor zorgen dat inbreidingslocaties gevonden moeten worden. Dit kan ten koste zijn van openbaar groen. Momenteel heeft bouwen op landbouwgrond niet de voorkeur over inbreiden. Door klimaatverandering zullen er meer dagen per jaar zijn waarop het extreem warm is. Het is dan van belang dat inwoners de koelte kunnen opzoeken van openbaar groen. Door de verwachte groei aan inwoners wordt de druk op openbaar groen verhoogt. Met als gevolg dat de kwaliteit van het openbaar groen achteruitgaat.
5.6 Externe veiligheid Externe veiligheid Schaallat kwaliteitsniveaus ++
Risico’s op gebied van externe veiligheid zijn er niet of nauwelijks
+ +/-
Risico’s op gebied van externe veiligheid blijven gelijk
--
Risico’s op gebied van externe veiligheid nemen toe Fase
Beoordeling
Toelichting
Huidige situatie
+
Risico’s zijn momenteel redelijk beperkt
Autonome ontwikkeling
+/-
Risico’s kunnen toenemen maar is niet direct aannemelijk
45
2017 5,9 6,6 8,9 1,1 1,2 2,7 3,4 2,8
Inleiding Externe veiligheid is een milieuthema dat ingaat op de kans en bijbehorende effecten van een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Deze gevaarlijke stoffen kunnen opgeslagen worden bij risicovolle inrichtingen (zoals bijvoorbeeld een LPG-tankstation) of getransporteerd worden over de weg, het water, per spoor, vliegtuig of door buisleidingen. Daarnaast zijn er externe veiligheidsrisico’s met betrekking tot windturbines. Activiteiten die dit soort risico’s kunnen veroorzaken moeten goed afgestemd worden op (beperkt) kwetsbare functies (scholen, ziekenhuizen, kinderopvangen, woningen, etc.) om zo de risico’s te beperken. De effecten van risicobronnen op deze (beperkt) kwetsbare objecten wordt op twee manieren inzichtelijk gemaakt: •
•
Het 'Plaatsgebonden Risico' (PR) is de kans dat een denkbeeldige persoon, die zich continu en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. Het 'Groepsrisico' (GR) is de kans op een ongeval met veel dodelijke slachtoffers. Voor het berekenen van het groepsrisico is het vaststellen van het invloedsgebied van de risicobron van belang. Wanneer kwetsbare functies buiten de invloedsgebieden liggen, behoeft het groepsrisico niet te worden vastgesteld (minimale effecten als gevolg van een calamiteit).
In de onderstaande kaart zijn alle risicobronnen weergegeven. Over de A6 en N50 lopen transport routes voor gevaarlijke stoffen over de weg (groen). De buistransportleidingen volgen de herkenbare structuur van het assenkruis. Verspreid over de gemeente liggen een aantal opslag plaatsen voor LPG. Industrieterrein in het zuidoosten van Emmeloord liggen meerdere opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen. Het ontwerp van de Noordoostpolder heeft er voor gezorgd dat er geen kwetsbare objecten binnen de 10-6 contour liggen. In het buitengebied zijn er op de erven veel bovengrondse propaantanks aanwezig. Dit zijn de zwarte stippen op de onderstaande kaart.
46
Huidige situatie Hoogspanningslijnen Geregeld wordt magnetische straling in verband gebracht met gezondheidsklachten. Het RIVM heeft hier geen sluitend antwoord op en verklaring voor, maar stipt dit onderwerp wel aan als aandachtspunt voor ontwikkelingen in de nabijheid van deze stralingsbronnen. In de onderstaande kaart zijn de aanwezige bovengrondse hoogspanningsverbindingen te zien.
Figuur 27: Bovengrondse hoogspanningsverbindingen
Buisleidingen Naast hoogspanningslijnen zijn er ook buisleidingen aanwezig binnen de gemeente. Deze lopen op verschillende plekken door de kernen van de gemeente heen. Om de buisleidingen zit een risico contour.
Figuur 28: Buisleidingen
Vervoer van gevaarlijke stoffen Binnen de gemeente Noordoostpolder bevinden zich twee basisnetroutes waarover brandbare vloeistoffen kunnen worden vervoerd. Een daarvan is een basisroute binnenvaart op het IJsselmeer. De tweede is de A6+N50 waarover gevaarlijke stoffen per vrachtwagen kunnen worden vervoerd. Voor deze basisnetroutes
47
geldt een zone van 30 meter naast de infrastructuur, waarin op grond van paragraaf 2.3 van de Regeling bouwbesluit 2012 aanvullende bouweisen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden.
Figuur 29: Transportroutes gevaarlijke stoffen
Autonome ontwikkeling Op gebied van externe veiligheid zijn er een aantal ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de huidige situatie. Er wordt momenteel gezocht naar en tracé voor een nieuw 380Kv verbinding tussen Diemen – Ens – Vierverlaten (Groningen). Het tracé van de nieuwe verbinding is nog niet vastgesteld. Wel zijn er een aantal opties aangegeven (zie figuur). Dit zorgt ervoor dat een veel groter gebied binnen de invloedsfeer van een hoogspanningsverbinding. De woningbouwopgave zal ervoor zorgen dat het aantal kwetsbare objecten in de gemeente toeneemt.
Figuur 30: Mogelijke tracés Ens - Vierverlaten
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie -
De komst van de nieuwe 380kV verbinding heeft gevolgen voor het realiseren van kwetsbare objecten. De bouw van extra woningen zal leiden tot meer kwetsbare objecten binnen de gemeente.
48
6 Bodem en water 6.1 Grond en oppervlaktewater Grond- en oppervlaktewater Schaallat kwaliteitsniveaus ++
Het aanbod, kwaliteit en verbruik van water blijft in balans
+
Het aanbod, kwaliteit en verbruik van water raakt incidenteel voor een korte periode uit balans, maar leidt per saldo niet tot negatieve effecten
+/-
Het aanbod, kwaliteit en verbruik raakt per jaar afhankelijk van de klimaatinvloeden per jaar uit balans, maar leidt per saldo niet tot negatieve effecten vraag
-
Het aanbod, kwaliteit en verbruik raakt uit balans, maar blijft herstelbaar
--
Het aanbod, kwaliteit en verbruik raakt uit balans en is onherstelbaar
Fase
Huidige situatie
Autonome ontwikkeling
Beoordeling
Toelichting
+
Incidenteel voor een relatief korte periode rekening houden dat wateroverlast of watertekort niet is uit te sluiten.
+/-
Flevoland (Noordoostpolder) heeft een relatief goede uitgangspositie met een schone bodem, voldoende waterbeschikbaarheid en waterveiligheid. Gelijktijdig kent ons watersysteem wel grenzen met gevolgen voor de gebruikswensen: niet alles kan straks meer overal.
Huidige situatie Het watersysteem van de Noordoospolder systeem is gedateerd en te krap bemeten voor het optimaal functioneren in de huidige omstandigheden. Het systeem bestaat uit drie hoofdvaarten, de Hoge, Tussen en Lage Afdeling. De peilen worden gehandhaafd door respectievelijk de gemalen Smeenge (De Voorst) en Marknessersluis, een aantal stuwen, en de gemalen Buma (Lemmer) en Vissering (Urk).
Figuur 31: Zomerpeilen (m) NAP
49
De aanvoer van voldoende water is vooral voor het Noordoostelijk deel van de Noordoostpolder van belang. Door de aanwezigheid van zandgronden is het waterbergend vermogen klein. In zuidoost en noordwest hoek van de Noordoostpolder wordt water aangevoerd voor het verbeteren van de waterkwaliteit voor gevoelige teelten (tulpen, fruitteelt, kassen), natuurgebieden en eveneens nachtvorstbestrijding. In de Noordoostpolder komt kwel voor vanuit het IJsselmeer en randmeren direct achter de dijk, verder in de polder komt regionale kwel voor (direct en indirect) met name afkomstig vanuit het IJsselmeer, Weerribben en de Randmeren. De kwelintensiteit verschilt plaatselijk aanzienlijk in natte en droge jaren. Slechte kwel bevat veel nutriënten, zoals stikstof en fosfaat, sulfaat, chloride en ijzer. Uitgezonderd ijzer, leiden hoge gehaltes van deze stoffen tot een minder goede waterkwaliteit. Hoge ijzergehaltes bindt fosfaat en is daardoor gunstig voor de waterkwaliteit. De keerzijde van de hoge ijzergehaltes is dat het troebel water (rood-bruinkleuring) geeft met een slecht doorzicht, waardoor het vanuit esthetisch oogpunt als negatief wordt ervaren De ruimtelijke verschillen worden veroorzaakt door de hoogteligging en de ligging ten opzichte van het buitenwater, de doorlatendheid van de bodem en de grondwaterstand.
Ter plaatse van de hoger gelegen gebieden bij Urk, Schokland, Kadoelen en Ramspol vindt wegzijging plaats. Gekoppeld met bodemdaling kan kwelwater ertoe leiden dat gebieden niet langer geschikt zijn voor de huidige manieren van landbouw. De omgevingsvisie kan een aantal kaders stellen voor toekomstig gebruik van het bodemdalingsgebied. Het beheren van het watersysteem is namelijk de taak van het waterschap. KRW Het grond- en oppervlaktewater van de Noordoostpolder heeft zo zijn gebruiksfunctie en/of doel binnen het watersysteem, zoals het beregenen van gewassen maar ook om het uitdrogen van Schokland te voorkomen bij droogte. Ook zijn een aantal wateren benoemd als KRW water. De Kaderrichtlijn water (KRW) is een Europese richtlijn die ervoor moet zorgen dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in 2027 op orde is. De KRW wateren in de Noordoostpolder zijn in vier categorieën ingedeeld, tochten in de lage afdeling, tochten in de hoge afdeling, de vaarten en het Vollenhover- en Kadoelermeer. De gemeente werkt samen met het waterschap en provincie om de KRW doelen te behalen.
50
Figuur 32: KRW wateren gemeente Noordoostpolder
Autonome ontwikkeling De Noordoostpolder heeft een relatief goede uitgangspositie met een schone bodem, voldoende waterbeschikbaarheid en waterveiligheid. Gelijktijdig kent het watersysteem wel grenzen met gevolgen voor de gebruikswensen: niet alles kan straks meer overal. Ten aanzien van het huidige beleid is het Waterkader van Waterschap Zuiderzeeland leidend bij alle ruimtelijke plannen, ten aanzien van waterveiligheid, voldoende water en schoon water. De kwaliteit van het oppervlaktewater verslechtert bij langdurig droge hete zomers door de ontwikkeling van blauwalg en botulisme. Daarnaast kan weinig invloed uitgeoefend worden op het uitbannen van invasieve exoten.
Bouwstenen voor de Omgevingsvisie -
Een toenemende “verstening” bij een woningbouwopgave vraagt uitvoering te geven aan compenserende maatregelen om voldoende ruimte te reserveren voor water. Aanleg van kwalitatief goed water met aandacht voor flora en faunabeheer om van toegevoegde waarde te zijn voor de woon- en leefomgeving. Oppervlaktewater moet van voldoende diepte zijn doodlopende watergangen moeten worden vermeden.
51
6.2 Bodem en ondergrond Bodem & ondergrond Schaallat kwaliteitsniveaus ++
Bodem is van hoogwaardige kwaliteit en voor alle doeleinden toepasbaar. Kwaliteitsnorm: Landbouw/natuur
+
Bodem heeft aanvaardbare kwaliteit maar is niet geschikt voor landbouw/natuur. Kwaliteitsnorm: Wonen
+/-
Bodem is licht verontreinigd en geschikt voor industrie. Kwaliteitsnorm: Industrie
-
Bodem is van slechte kwaliteit door o.a. verontreiniging.
--
Bodem is voor een groot gedeelte van dermate slechte kwaliteit door o.a. verontreiniging.
Fase
Beoordeling
Toelichting
Huidige situatie
+
De bodem van de Noordoostpolder is vanuit milieu hygiënisch perspectief in zijn geheel bezien van goede kwaliteit. Dit komt mede door haar nog relatief korte bestaansgeschiedenis. De regio is zeer geschikt voor agrarische activiteiten vanwege een grote hoeveelheid grond met landbouw/natuur kwaliteit.
Autonome ontwikkeling
-
Intensivering gebruik bodem en ondergrond Bodemdaling, Verschuiving van bevoegd gezag.
Huidige situatie Bodemkwaliteit De bodem Noordoostpolder is in 1939 drooggevallen en is zeer variabel: van zand tot klei en plaatselijk veen onder de oppervlakte. De bodem van de Noordoostpolder is vanuit milieu hygiënisch perspectief in zijn geheel bezien van goede kwaliteit. Het behaalt hierdoor op de meeste plekken de hoogste kwaliteitsnorm: landbouw/natuur. Dit maakt de regio is zeer geschikt voor agrarische activiteiten. De Noordoostpolder scoort relatief hoog op aantal verontreinigde locaties. Het gaat hierbij om historische vervuilde plekken van oude industrie locaties. Het is van belang om deze locaties goed in beeld hebben; om welke stoffen gaat het en in welke mate is het aanwezig. Hieruit zal moeten blijken of de situatie stabiel is en zo kan blijven bestaan of dat het gesaneerd moet worden. In 2015 zijn alle spoedlocaties in Flevoland in kaart gebracht om deze aan te pakken. Dit gebeurde in navolging van de afspraken uit het convenant bodemontwikkelingsbeleid en aanpak spoedlocaties. In de provincie zijn vervolgens 12 locaties gemarkeerd als spoed waarvan de helft gelegen in de Noordoostpolder, Emmeloord. Van de 6 spoedlocaties is de ene helft inmiddels gesaneerd en wordt de andere helft op dit moment gemonitord. Bodemdaling De provincie Flevoland, en dus ook gemeente Noordoostpolder, heeft te maken met bodemdaling.
Een proces dat niet te stoppen is, en slechts beperkt te vertragen. In de provincie Flevoland heerst een vast grondwaterpeil. Het is belangrijk dat die wordt vastgehouden en dat de kwaliteit wordt gewaarborgd. Door bodemdaling gecombineerd met een vast grondwaterpeil ontstaat op langer termijn vernatting van de bodem. Dit bedreigt de rentabiliteit en toekomstvastigheid van de agrarische bedrijven in de regio.
52
Figuur 33: Vordering bodemonderzoek en sanering Noordoostpolder
Autonome ontwikkeling De woningbouwopgave zal onvermijdelijk leiden tot het saneren van verdachte locaties om wonen mogelijk te maken. Er ligt ook een grote saneringsopgave op de vrijkomende erven. Vaak zit er asbest, puin of olie in de bodem. Wanneer er onvoldoende toezicht is op de veranderende functies van de vrijkomende erven loopt men het risico dat vervuilde locaties niet worden gesaneerd. In het bodemdalingsgebied zal op termijn geen ‘klassieke’ akkerbouw of veehouderij meer mogelijk zijn omdat het grondwaterpeil te hoog komt te liggen. In het bodemdalingsgebied zullen de gevolgen van hevige regenbuien sneller voelbaar zijn dan in andere gebieden in de gemeente. Het bodemdalingsgebied bied wel ruimte voor de opwek van duurzame energie, zonder dat er landbouwgrond verloren gaat. In de onderstaande kaart is de actuele bodemdaling snelheid te zien. Hierin is te zien dat met name het gebied ten zuiden en zuidwesten van Emmeloord last heeft van een relatief snelle bodemdaling.
53
Figuur 34: Bodemdalingskaart (Waterschap Zuiderzeeland)
54
7 Bronnen Wonen -
Woonvisie Noordoostpolder: Kansen Grijpen (vastgesteld 2020); Ontwikkelperpectieven woningbouw Noordoostpolder 2021-2026 (vastgesteld 2022); Verkenning groeiambitie Noordoostpolder, bureau Ruimtevolk (concept 2022) CBS Statline
Landschap & Ruimtelijke kwaliteit -
Structuurvisie Noordoostpolder 2025 (2012) Landschapsvisie Noordoostpolder, landschap van rust en regelmaat. September 2012 Feddes/Othof architecten Programma Landschap van de toekomst Flevoland en Handboek kernkwaliteiten Flevoland, 24 bouwstenen voor hoge ruimtelijke kwaliteit 2021 De NOVI – status Nationaal wederopbouwgebied Noordoostpolder en Nagele Welstandsnota gemeente Noordoostpolder, ruimte voor kwaliteit en welstandsvrijheid! (versie 2018-4) Kwaliteitskaart Noordoostpolder/Urk – Deel I, 2004 (HNS landschapsarchitecten) Atlas Natuurlijk Kapitaal Monitor Landschap 2.0 Handreiking Adviesstelsel voor omgevingskwaliteit, 17-02-2020 van het RCE, VNG, Federatie Ruimtelijke Kwaliteit Managementplan Werelderfgoed Schokland en omgeving, wederopbouwlandschap is onderdeel van de OUV (outstanding universal values)
Erfgoed -
Erfgoedwet Monumentenwet Erfgoednota (2013) Structuurvisie Erfgoedverordening Managementplan Werelderfgoed Schokland en omgeving 2020-2025 Provinciale verordening Provinciale omgevingsvisie Landschapsvisie Flevoland: programma Landschap van de Toekomst (2)
Gezondheid -
CBS Statline Leefbarometer GGD-jongeren enquête GGD Gezondheidsmontior Volwassenen en ouderen (een gezonder Flevoland) 2020. Factsheet: GGD Jongerenmonitor 2019 (een gezonder Flevoland). Factsheet.
Economie -
Visie op Werklocaties Noordelijk Flevoland. Sociaal Economisch Beleid 2020 – 2024 Structuurvisie Noordoostpolder 2025 www.waarstaatjegemeente https://www.flevoland.nl/loket/feitelijk-flevoland CBS Statline
Recreatie en toerisme -
Structuurvisie Noordoostpolder 2025 Nota Toeristische Verblijfsaccomodaties Noordoostpolder 2013 Sociaal economisch beleid 2020-2024 Strategisch Marketingplan Noordoostpolder 2021 Visie op Detailhandelsstructuur 2022 (nog niet vastgesteld)
55
Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid -
Mobiliteitsvisie 2050 (2022)
Energietransitie -
RES1.0 Flevoland Transitievisie warmte Noordoostpolder Energieneutraal
Klimaatadaptatie -
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 Watertakenplan Noordoostpolder 2019-2024 Atlas natuurlijk kapitaal Atlas leefomgeving Facts and Figures voor klimaatadaptatie in de regio Flevoland Stresstesten gemeente Noordoostpolder: hitte, droogte, wateroverlast en overstromingen
Afval en circulair grondstoffen gebruik -
Afvalbeleidsplan 2011-2021 Koersdocument ‘Op naar 60 kg restafval’
Biodiversiteit -
Beleidsplan openbare ruimte 2014-2024 Structuurvisie Noordoostpolder 2025 Atlas Natuurlijk kapitaal
Luchtkwaliteit -
Atlas leefomgeving NIBM tool Atlas natuurlijk kapitaal Structuurvisie Noordoostpolder 2025
Geluidshinder -
Atlas Leefomgeving Locatie specifieke onderzoeken (bestemmingsplannen) Wet geluidhinder
Lichthinder -
Structuurvisie Noordoostpolder 2025 Atlas Leefomgeving
Openbaar groen -
Beleidsplan Openbare Ruimte 2014-2024 Atlas Natuurlijk kapitaal
Externe veiligheid Grond en oppervlakte water -
Waterkader waterschap Zuiderzeeland (11 juli 2013) Nieuw peilbesluit IJsselmeergebied (september 2017) Omgevingsprogramma provincie Flevoland (1 mei 2018) Doelen Overige Wateren Stedelijk Water Noordoostpolder (30 oktober 2018) Watertakenplan gemeente Noordoostpolder 2019-2024 (11 december 2018) Diverse waterinformatie waterschap: https://www.zuiderzeeland.nl/kaarten Factsheets stedelijk water Noordoostpolder (mei 2020)
56
-
Watervisie “Met water werken aan de leefomgeving” waterschap Zuiderzeeland (juli 2021) Waterprogramma “Watersysteem blijvend op orde” provincie Flevoland (13 oktober 2021) Nationaal Waterprogramma + Bijlage Stroomgebiedbeheerplan 2022-2027 (maart 2022) Zoetwatervoorziening Waterschap Zuiderzeeland (april 2022)
Bodem en ondergrond -
Atlas Natuurlijk Kapitaal Atlas Leefomgeving Grondstromenbeleid werkgebied OFGV (lievense.com) Nota bodembeheer
57