CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Gebiedscriteria Wederopbouwgebied Nagele.pdf

Commissie Woonomgeving 16 maart 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 1: Informatiebijeenkomst over afwegingskader Welstand8.539 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Noordoostpolder

Nagele Toonbeeld van de wederopbouw

Dit document is opgesteld naar aanleiding van het deelprogramma Wederopbouw van de visie Erfgoed en Ruimte en is een nadere uitwerking van de kernkwaliteiten zoals die genoemd zijn in bijlage 3 van de Visie Erfgoed en Ruimte.

Met kennis en advies geeft de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed de toekomst een verleden.

Inhoud Wederopbouw: tonen van een tijdperk pagina 2 Methodiek en leeswijzer pagina 3 De wederopbouwperiode pagina 4 Introductie Nagele pagina 5 Stedenbouwkundige analyse pagina 7 Structuur en bebouwing volgens de principes van Het Nieuwe Bouwen pagina 12 Groepering van geclusterde bebouwing met platte daken rondom een centrale open groene ruimte pagina 15 Kernkwaliteitenkaart pagina 28 Begrippenlijst pagina 29

2 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

30 wederopbouwgebieden

Wederopbouw: tonen van een tijdperk

30 wederopbouwgebieden

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft in 2011 dertig wederopbouwgebieden geselecteerd uit de periode tussen 1940 en 1965. In deze periode is een groot deel van Nederland opnieuw ingericht. Dat gebeurde op een totaal andere manier dan vóór de oorlog. De geselecteerde gebieden geven met elkaar een goed beeld van hoe er gedacht, gebouwd en ingericht werd en kunnen worden beschouwd als toonbeelden van de Wederopbouwperiode. Ze onderscheiden zich nationaal of zelfs internationaal, bijvoorbeeld vanwege de kwaliteit van de architectuur of als bijzonder voorbeeld van stedenbouw of landschapsinrichting. De Rijksdienst heeft de gebieden in drie gebiedstypen ingedeeld: de wederopbouwkernen (herstelde oorlogsschade), de naoorlogse woonwijken (planmatige­ opgezette uitbreidingswijken) en de landelijke gebieden (agrarische ruilverkavelings- en landinrichtingsgebieden).

In lijn met de Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (TK 2009-2010, 32 156 nr. 13) wordt hier in juridische zin invulling aangegeven – niet door aanwijzing als beschermd stads- of dorpsgezicht – maar als uitvloeisel van de verplichting om cultuurhistorie onderdeel te laten zijn van de belangenaf­ weging in het kader van de totstandkoming van bestemmings­ plannen, zoals opgenomen in artikel 3.1.6 lid 5 onder a van het Besluit ruimtelijke ordening.

Wederopbouw is één van de vijf prioriteiten uit de rijksnota Kiezen voor karakter, de rijksvisie op erfgoed en ruimte die op 15 juni 2011 door de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Infrastructuur en Milieu namens het kabinet is aangeboden aan de Tweede en Eerste Kamer (TK 2010-2011, 32 156 nr. 29).

Kennis, inzicht en begrip van de cultuurhistorische waarden van de wederopbouwgebieden en hun ruimtelijke ontwikkelings­ geschiedenis zijn van belang bij het maken van weloverwogen keuzes in de planvormingsprocessen. Dit gebiedsdocument is bedoeld ter ondersteuning hiervan en brengt de bijzondere kernkwaliteiten van één van deze gebieden in beeld: de naoorlogse wijk Nagele.

De selectie als wederopbouwgebied zorgt in de eerste plaats vooral voor meer aandacht en waardering. Daarnaast wil het Rijk stimuleren dat de bijzondere eigenschappen, de kwalitei­ ten van de Wederopbouwgebieden, ook in de toekomst herkenbaar aanwezig blijven en als cultureel erfgoed een rol van betekenis spelen in de ruimtelijke ordening.

30Wederopbouwkernen wederopbouwNaoorlogse woonwijken gebieden

8

Landelijke gebieden

23

Nagele 8

Wederopbouwkernen Naoorlogse woonwijken Landelijke gebieden

24 10

23

9 24 10

11

Nu zo’n zestig jaar na de realisatie bouw of aanleg, zijn deze wederopbouwgebieden als gevolg van maatschappelijke en sociaaleconomische veranderingen, object van (ingrijpende) vernieuwingsoperaties. De uitdaging hierbij is om ontwikkelin­ gen en vernieuwing hand-in-hand te laten gaan met het behoud van het bijzondere karakter van deze gebieden.

25

211 2 14 3 15 5

14 3 15 5

17

1716

28

19

29

27 4

27 4

1

12

26 26

28

6

6

18

18 29

1

13

16

13

1930 20

30 20

7

7

21 22

Wederopbouwkernen 10. Nagele 01. Hengelo binnenstad 11. Amsterdam Westelijke Tuinsteden 02. Katwijk aan Zee Boulevardzone 12. Hengelo Klein Driene I en II 03. Den Haag Atlantikwallzone 13. Apeldoorn Kerschoten Kijkduin-Zorgvliet 14. Den Haag Mariahoeve Wederopbouwkernen 10. Nagele Landelijke gebieden 04. Rhenen binnenstad 15. Leidschendam-Voorburg 01. 11.Prinsenhof Amsterdam Westelijke Tuinsteden 23. Skarsterlân Haskerveenpolder 05. Hengelo binnenstad De Heuvel 06. Nijmegen binnenstad 24. Noordoostpolder 16. Utrecht De Halve Maan 02. Katwijk aan Zee Boulevardzone 12. Hengelo Klein Driene I en II 07. Oostburg 25. Vriezenveen 17. 03. Den Haag Atlantikwallzone 18. 13. Apeldoorn Kerschoten 26. Berkelland Beltrum I Kijkduin-Zorgvliet Den Haag Mariahoeve Naoorloogse woonwijken 19. Breda De14. Heuvel 27. De Groep en omgeving 08. Groningen Wijert-Noord 20. Eindhoven 28. Maas en Waal-West Landelijke gebieden 04. Rhenen De binnenstad 15.‘t Hool Leidschendam-Voorburg 09. Emmen Emmermeer, Angelslo 21. Heerlen Vrieheide 29. Veere Walcheren 23. Skarsterlân Haskerveenpolder 05. en Emmerhout De Heuvel Prinsenhof 22. 30. Boxtel en Best De Scheeken

21

22

06. Nijmegen binnenstad 07. Oostburg

16. Utrecht De Halve Maan 17. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel18. Erfgoed. Naoorloogse woonwijken 19. Breda De Heuvel 08. Groningen De Wijert-Noord 20. Eindhoven ‘t Hool 09. Emmen Emmermeer, Angelslo 21. Heerlen Vrieheide en Emmerhout 22.

24. Noordoostpolder 25. Vriezenveen 26. Berkelland Beltrum I 27. De Groep en omgeving 28. Maas en Waal-West 29. Veere Walcheren 30. Boxtel en Best De Scheeken

3 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Methodiek en leeswijzer De methodiek is er op gericht de kernkwaliteiten uit de Wederopbouwperiode te analyseren en herkenbaar in beeld te brengen. Als basis voor de ruimtelijke analyse zijn bestaande studies gebruikt, waar nodig aangevuld met een veldbezoek om de bureaustudie te toetsen. In het colofon van dit docu­ ment is opgenomen welke studies en rapporten als basis gebruikt zijn voor dit gebiedsdocument. De inhoudelijke focus van de gebiedsdocumenten ligt op de Wederopbouwperiode en de actuele situatie van het gebied. Om de context van de ontwikkelingen te begrijpen, zijn waar nodig relevante ontwikkelingen uit andere tijdsperioden meegenomen in de analyse. In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op de wederop­ bouwperiode in het algemeen en de specifieke ontwikkelingen met betrekking tot de naoorlogse woonwijken (planmatig opgezette uitbreidingswijken) in het bijzonder. In de erna volgende hoofdstukken wordt ingezoomd op het onderhavige gebied en word door middel van een gebiedsanalyse geduid wat de specifieke kernkwaliteiten zijn die dit gebied tot een wederopbouwgebied van nationaal belang maken. Bron: Gemeentearchief Emmen.

4 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

De wederopbouwperiode Nederland maakte tussen 1945 en 1965 een ongekende transformatie door. In ruimtelijk, economisch en in sociaalmaatschappelijk opzicht veranderde ons land ingrijpend. Na de Tweede Wereldoorlog was veel landelijk gebied, gebouwde omgeving en infrastructuur zwaar beschadigd geraakt, stonden onder water of lagen compleet in puin. Het herstel van de oorlogsschade en de wederopbouw begon al in de oorlog. Steden en dorpen herrezen uit het puin dankzij krachtige samenwerking en een sterke centrale sturing. In deze periode zijn veel innovatieve en ongekende ontwerpen gerealiseerd, zowel bij stedelijk herstel en uitbreiding als bij de herinrichting van het landelijk gebied en de aanleg van nieuw land. Wijkgedachte

Na de oorlog was er grote woningnood in Nederland en de sociaaleconomische omstandigheden waren dramatisch. Steden werden gezien als te massaal en daardoor bedreigend voor een goede samenleving vanwege de slechte woon- en leefomstandigheden en het gebrek aan sociale cohesie binnen de wijken en alle mogelijke negatieve consequenties die daarmee konden samenhangen. Al voor de oorlog waren stedelijke gebieden verpauperd of in slechte staat en boden ze onvoldoende ruimte aan de bevolkingsgroei. De ‘wijkgedachte’, die in de jaren twintig al in Nederland bekend was als ordenend concept, werd na de oorlog nader uitgewerkt door de studiegroep Bos in het boek De stad der toekomst, de toekomst der stad (1946). Vanuit sociologisch oogpunt ging deze wijkbenadering uit van een maximale grootte van de wijk en het gezin kwam centraal te staan als hoeksteen van de samenleving. Wonen, werken, verkeer en recreatie werden nauwkeurig geordend en veelal van elkaar gescheiden. Elke wijk werd opgebouwd uit buurten, wooneenheden met eigen voorzieningen. In de buurten waren winkels voor de dagelijkse behoeften binnen bereik. Op wijkniveau waren er

ook andere voorzieningen zoals scholen, kappers, banken, een bibliotheek, kledingwinkels en kerken aanwezig. Deze opbouw moest het gemeenschapsgevoel stimuleren en de chaotische groei van steden tegengaan. Het katholieke zuiden van Nederland kende een variant op dit type indeling en opbouw. Hier werden deze wijken ‘parochiewijken’ genoemd, waarbij de kerk letterlijk en figuurlijk centraal stond. De wijkgedachte is een belangrijk uitgangspunt geweest voor de ontwikkeling van de stedenbouw in de naoorlogse periode. Licht, lucht en ruimte

De wederopbouw was ook een periode van optimisme en modernisering. Nieuwe materialen, productiemethoden en verkavelingspatronen deden hun intrede, evenals de nieuwe wijkinrichting met veel groen. Het motto van de naoorlogse stadsuitbreidingen werd: ‘licht, lucht en ruimte’. Dit vertaalde zich niet alleen naar de bebouwing, maar vooral ook naar de stedenbouwkundige compositie van de ruimte, waarin de groenstructuur en de openbare ruimte een belangrijk aandeel hadden. De grens tussen particuliere, gemeenschappelijke en openbare ruimte is daarbij minder evident dan bij het gesloten bouwblok. Kenmerkend is de herhaling van verkavelingsvor­ men tot stedenbouwkundige eenheden. De woningtypologie verschilt ook van de vooroorlogse uitbreidingen. Rijtjeswoningen en gestapelde meergezinswoningen in open bebouwing overheersen, vaak in seriematige bouw.

Wijkgedachte. Bron: Katholiek Bouwblad 1947.

5 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Kerngegevens Kaart

Introductie Nagele Om het dorp heen werd een groene singel aangelegd met hoog, opgaand groen.In zijn stedenbouwkundige opzet, de aanleg van groen en de verschijningsvorm van de bebouwing verschilt het modernistische dorp Nagele sterk van de andere kernen in de Noordoostpolder. Deze andere dorpen kennen een meer traditionele opzet en bebouwing, veelal in de stijl van de Delftse School*. Situering en definiëring

Algemene gegevens

Nagele ligt aan de zuidkant van de Noordoostpolder, tussen Emmeloord, Schokkerhaven, Ens en Urk, en is genoemd naar het eiland Nagele, dat ooit op ongeveer die plek heeft gelegen. Het dorp ligt naast het kruispunt van de weg naar Emmeloord en de ringweg door de polder die de dorpen met elkaar verbindt. De Nagelertocht stroomt dwars door het dorp en verspringt op het middenterrein.

− Wijk: Nagele − Oppervlakte wijk: 90 ha − Bevolkingsdichtheid: 1.231 inw/km2 − Stedenbouwkundigen: De 8 en Opbouw, met onder anderen G. Rietveld, A. van Eyck, C. van Eesteren, M. Kamerling, W. Boer, M. Ruys, A. van Eyck, H. van Ginkel, M. Stam, B. Merkelbach − Landschapsontwerp: M. Ruys en P. Kelder − Planvorming: 1947 - 1957 − Uitvoering: 1954 - 1964 − Aantal woningen plan: 360

Het dorp

Bevolkingsopbouw

Het dorp Nagele werd tussen 1954 en 1975 gebouwd voor middenstanders en vooral landarbeiders die op de boerderijen in de omgeving werkten. De bewoners werden volgens strenge eisen geselecteerd om zo de ideale bevolkingssamenstelling te creëren. Er kwam een evenredig aantal protestanten, katholieken en niet-religieuzen. Iedere groep kreeg zijn eigen kerk en school: uitingen van de toenmalige verzuiling in Nederland. Nagele is het enige dorp in Nederland waar de principes van het Nieuwe Bouwen * [1920-1960] zo alomvattend zijn toegepast. Kenmerkend zijn de toepassing van functiescheiding, nieuwe bouwtechnieken, verkeersluwe woonhoven en strokenbouw. ‘Licht, lucht en ruimte’ was het adagium. Gebouwen met platte daken werden gegroepeerd rondom een centraal groen hart.

60% 55% 50% 45% 40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%

Statistische gegevens: Atlas voor Gemeenten.

Water

Openbaar Groen

0-14 jaar 15-24 jaar 25-44 jaar 45-64 jaar 65+ jaar

Nagele gemiddelde wederopbouwwijken

Infrastructuur

* Zie Begrippenlijst

Nagele in de Noordoostpolder.

Grondgebruik

(Collectieve) Tuinen

De Noordoostpolder is ontwikkeld als uitbreiding van het landbouwareaal voor de groeiende bevolking van Nederland. Zowel de Noordoostpolder als het dorp Nagele is een toonbeeld van het idee van de maakbare samenleving. Nagele werd als achtste dorp gebouwd in de Noordoostpolder, die tussen 1936 en 1942 werd drooggelegd als één van de vier geplande IJsselmeerpolders onder leiding van de Directie van de Wieringermeer. Eerder werd de Wieringermeerpolder aangelegd, vandaar de naam van de betreffende Rijksdienst. Voor de inrichting van de polder ging men uit van een hoofdkern [Emmeloord] met centrale voorzieningen en een krans van tien kleinere dorpen eromheen. Deze ‘satellietdorpen’ waren op vooraf vastgestelde wenselijke afstand van de hoofdkern en van elkaar gepositioneerd. Bij het vaststellen van deze afstand ging de Directie uit van de fiets als vervoermiddel en een maximale reisduur naar de hoofdkern van één uur. De afstand tussen de tien dorpen onderling bedroeg maximaal acht kilometer.

Bebouwing

De polder

6 —

! !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

! ! !

!

!

!

! ! ! ! !

!!

!!

!!

!

!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

! !

!

!!

!!

!

!!

!

!!

!!

!!

!!

!

!

!! ! !! !! !!

! ! !

!!

! !

!!

! !

!!

! !

!!

! !

!!

!

!

!! !! !! ! ! !! !!!! ! ! ! ! !! !! !!! ! ! ! ! ! ! ! !!

!

!!!!!!!!!!!

!

! !

!

! !

!!!!

! !

! !

!

!

! !

!

!

! !

!

!

!

! !

!

! !

! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !!

!

!

!

! !

!

!

! ! !

! ! !

!!

!

!

!

! !

! !

!

!

!

!

! !

!

!

!

!

! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !!

!

! ! !

! !

! !

!

!

!

!

!

!

!

!

! !!!

!

!

!

! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !!

! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !!

!!

!!!!

! !

! !

!

!!

!

!!!!!!

!

!! ! ! ! !

! !

!

!

!!!!

!

!

!!

!

!!!!!!!!!

!

!!!!

!

!

!! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !!

!

! !! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !!

!! !! !!

!!! ! !! ! !! ! !! ! !!

! !

!

! ! ! !

! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !!

!

! ! !

!! ! !

!!!!!!!!!!!

!!

!

!! ! ! ! ! ! ! ! !

!!

!

! ! ! ! ! ! ! ! !!

!! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !

!! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !

!! ! ! ! ! ! ! ! !!

!

!

! !

!!!!

!!!!!!!!!!!!!!

!

!

! ! ! ! ! ! ! ! ! !

!!!!!!!!!!!!!!!

!

! !

!! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !

!! ! !

!

!

! ! ! ! !

!

!! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !! !! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !! !! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !

! ! ! ! ! ! !! ! ! !! ! ! !! ! ! !! ! ! !! ! ! !! !

!

!!!!

!

!! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !

!

!

!

!

!

! ! ! !! !!

!

! !

!!

!

! ! !

!!

!

! !

!

!

!

!

! ! !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

! !

mi ne es we g

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

es we g

!!

!

!

! ! ! ! ! ! ! !! ! ! !! ! ! !! ! ! !! ! ! !! !! ! ! !!

!

!

! ! !

! !

!

mi ne

!

!

!

! !!

!

!

! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !!

! !

!

!

!

!

!

!

!

! ! ! !

!

!

!

!!

!

!

! ! ! ! ! ! !

!

Deze drie kernkwaliteiten worden hierna verder toegelicht.

!

!

!

!

!

!

!

!

!!

!

!! !!

!

!

!

!

!!

!

! ! ! !! ! !! !!! !! ! !! !!! !!!!! !! !! !!!!!!!!!!

!

!

! !

!!

!

!

!

!

!

!!

!

!

!!

!

!

!!

!

!

!!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!!

!

!

!

!

!

!!

!

!

!

!

!

!

!!

!

!

! ! ! !! !!

!

!

!

!

!

!! !

!

1. Structuur en bebouwing volgens de principes van het Nieuwe Bouwen; 2. Groepering van geclusterde bebouwing met platte daken rondom een centrale open groene ruimte; 3. Omsluiting van het dorp door opgaande beplanting.

!

!

!

!

!

De drie belangrijkste, ruimtelijk onderscheidende kernkwaliteiten van Nagele zijn volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed:

!!

!

!

!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!! !

!

!

!

2010

! !

!

!

!

1970

De bijzondere opzet van Nagele heeft een grote cultuurhistorische waarde. Reden om het dorp te selecteren als wederopbouwgebied van nationaal belang.

!

!

!

Kernkwaliteiten

!

!

N

Wederopbouwgebieden: Nagele

!

!

!

!

!

! !

!

!

Kaarten: MUST.

!!!!!!!!!!!!!!! !!!!!!!!!!!!!!!!!!! !! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !

!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

!

! !! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !

! !

!

! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !! !!! ! !! ! !! ! !! ! !! ! !! ! !! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! ! !

!

!

7 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Stedenbouwkundige analyse Planvorming en realisatie

Nagele is het resultaat van een collectief ontwerpproces van de modernistische architectenverenigingen De 8 en Opbouw. Dat team bestond uit: Mart Kamerling, Lotte Stam-Beese, Ernest Groosman, Aldo van Eyck, Gerrit Rietveld, Jaap Bakema, Mien Ruys, Cornelis van Eesteren, Daniel van Ginkel, Mart Stam en Ben Merkelbach. Samen zochten ze naar een ideaal samenle­ vingsmodel op basis van sociaal-maatschappelijke en functio­ nalistische* overtuigingen. Nagele kan worden gezien als proeftuin waarin zij experimen­ teerden met sociaal-maatschappelijke, artistieke en bouwtech­ nische thema’s. CIAM

Aanvankelijk deden zij dit om een casus in te brengen op het zevende CIAM- congres in 1949 over ‘de menselijke nederzet­ ting’. CIAM* was opgericht in 1928 om een nieuwe manier van

wonen en bouwen te stimuleren. De Amsterdamse architecten­ groep De 8 en Opbouw uit Rotterdam vormden samen de Nederlandse CIAM-groep. In 1947 zocht De 8 contact met Van Eck, hoofd van de bouwkundige afdeling van de Directie van de Wieringermeer, in verband met de ophanden zijnde aanleg van Dorp D, het latere Nagele. Op het CIAM-congres zouden nieuwe plannen voor wijken en dorpen worden gepresenteerd. De 8 kwam met het idee om een plan te maken voor Dorp D. Van Eck verstrekte De 8 het programma van eisen, met de belofte het dorp te realiseren als de studie haalbaar zou blijken. Wat betreft de keuze voor de exacte locatie diende De 8 in haar plannen rekening te houden met het bestaande wegenplan voor de polder.

8 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Planvorming

In 1949 presenteerde De 8 op het zevende CIAM-congres in Bergamo haar plan. Hierna speelde architect Van Eyck een belangrijke rol in het vervolg van het ontwerpproces. Het stedenbouwkundige plan van zijn hand wordt gezien als eindplan dat als basis heeft gediend voor de verdere uitwerking. Maar altijd is benadrukt dat het plan de uitkomst was van een collectief ontwerpproces. Van Eesteren maakte geen deel uit van het ontwerpteam, maar vervulde een beslissende rol in het contact met de opdrachtgever. Uitwerking plan

In 1954 kregen De 8 en Opbouw [met enkele anderen] de opdracht de bebouwing uit te werken. Zij werkten, vaak in tweetallen, de woningen en voorzieningen uit. Dit gebeurde samen met het Bouwbureau van de Directie van de Wieringermeer. In deze periode werden nog enkele wijzigingen in de stedenbouwkundige opzet doorgevoerd: een toename van het aantal woningen [tweehonderd extra] en een vermindering van het aantal winkels. Landschapsarchitecten Wim Boer en Mien Ruys werkten tussen 1955 en 1956 de groenstructuur binnen de windsingel uit. Ook maakten zij een gedetailleerd beplantingsplan voor de vier woonhoven die als eerste gebouwd zouden worden.

Posters van het plan Nagele zoals gepresenteerd op het CIAM-congres in 1956 in Dubrovnik. Bron: Aldo+Hannie van Eyk foundation.

Eindkaart planproces Nagele Bron: Aldo+Hannie van Eyk foundation. Realisatie

Vanaf 1954 werden de eerste vier woonhoven, de kerken, scholen en winkels gebouwd. In 1962 paste de Directie van de Wieringermeer het plan op enkele punten aan: er moesten meer woningen komen en de noordwesthoek kreeg vrijstaande bungalows. Pas in 1967 startte men met de bouw van de Lucernehof en de Gerstehof. Begin jaren zeventig werden ook

drie nieuwe rijtjes Van Egteren-woningen en seniorenwoningen toegevoegd aan een paar hoven. Op de grond die over was in de Tarwehof en op het onbebouwde deel van de Noorderwinkels werden premiekoopwoningen gebouwd die forenzen naar Nagele moesten lokken.

9 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Introductie stedenbouwkundige opzet

Uitbreidingen en aanpassingen

De unieke ontstaansgeschiedenis van Nagele komt in de eerste plaats tot uiting in de stedenbouwkundige structuur, die bovendien grotendeels bewaard is gebleven. Nagele is in tegenstelling tot de traditionele ontstaanswijze van dorpen, náást het kruispunt van bestaande wegen gesitueerd in plaats van eromheen. Het doorgaande verkeer werd zo buiten het dorp gehouden en langs de voorzieningen gevoerd. Het hart van het dorp wordt gevormd door een grote groene centrale ruimte. In deze ruimte zijn de maatschappelijke voorzieningen geplaatst: vier kerken, drie scholen en een sportzaal [tegenwoordig ook multifunctioneel centrum]. Rondom de centrale ruimte zijn zeven woonhoven* gegroe­ peerd. De winkels en voorzieningen voor dagelijks gebruik liggen geconcentreerd bij de entree van het dorp. Het stedenbouwkundige concept en de groenstructuur zijn in Nagele volledig verweven. Een windsingel rondom het dorp scheidt buiten [de polder] van binnen. Vizieren die vanuit de windsingel richting de centrale groene ruimte lopen, scheiden de woonhoven van elkaar en zorgen voor beslotenheid. Ook de langgerekte winkelzone wordt omgeven door een kader van bomen.

Tussen 1982 en 1990 is Nagele aan de zuidkant uitgebreid met 124 woningen, twee-onder-één-dak-woningen en bungalows. Bij de bouw is vastgehouden aan woningen met maximaal twee bouwlagen en platte daken. Een deel van de windsingel werd hiervoor verplaatst naar de nieuwe buitenrand. Verschillende renovaties en aanpassingen hebben het aanzicht van de woningen, winkels en de hoven in het oorspronkelijke deel behoorlijk veranderd. Sinds 2011 wordt gewerkt aan het herstel van de groenstructuur. Op het groene middenterrein is in 2011 multifunctioneel gemeenschapsgebouw ’t Rietveld toegevoegd, ter vervanging van de oude sportzaal die daar vroeger stond. Een enkele kerk en school heeft een herbestem­ ming gekregen, en het complex Zuiderwinkels wordt opge­ knapt. Verder is het centraal gelegen café-restaurant Schokkererf in het winkelgebied gesloopt vanwege de zeer slechte bouwkundige staat na jaren van leegstand.

Nagele is aangelegd naast een kruispunt van wegen.

De opbouw van Nagele maakte een eenvoudig verkeerssy­ steem mogelijk: één rondweg rondom de centrale groene ruimte ontsluit alle woonhoven en het winkelgebied. De woningen worden vooral ontsloten door voetpaden. Het doorgaande verkeer in oost-westrichting is aan de zuidkant buiten het dorp gehouden. En het verkeer richting Emmeloord loopt aan de westzijde van het dorp [Nagelerweg/Akkerweg]. De begraafplaats, sportvelden en het bedrijventerrein zijn ten westen van deze weg gesitueerd. De Nagelervaart loopt als smalle tocht van west naar oost door het dorp. Alleen ter plaatse van deze vaart wordt de dichte groensingel doorbroken en is een doorkijk met zichtlijnen gecreëerd naar het omlig­ gende open polderlandschap.

Wederopbouwgebieden: Nagele

10 —

Lucernehof. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Wederopbouwgebieden: Nagele

Structuur en bebouwing volgens de principes van Het Nieuwe Bouwen Principes van het Nieuwe Bouwen

Omdat de kaart na het droogleggen van de Noordoostpolder letterlijk nog een onbeschreven blad was, hadden de architec­ ten veel vrijheid bij het ontwerpen van de ruimtelijke structuur. Het resulteerde in een samenhangend en hiërarchisch ontwerp van het stedenbouwkundig plan en het groen. Van alle voorbeelden in Nederland worden hierin de principes van het Nieuwe Bouwen* het beste weerspiegeld. Hiërarchie

In zowel de wegen, de bebouwing als het groen van Nagele is een duidelijke hiërarchie aangebracht. Deze hiërarchie was behalve ordenend, ook gericht op het stimuleren en faciliteren van ontmoeting en gemeenschapsvorming. In het ontwerp is het principe aangehouden dat door Aldo van Eyck een ‘ruimte binnen de ruimte’ werd genoemd: het afbakenen van een binnenruimte in de eindeloze buitenruimte. Dit principe is op meerdere schaalniveaus herkenbaar aanwezig [zie de afbeelding hiernaast]. Ook in de overgangen van publiek naar privé wordt de hiërarchie zichtbaar. De overgangsgebieden zijn expliciet vormgegeven: −− Op dorpsniveau fungeert de winkelzone [kern van handel en ontmoeting] als drempel; de toegangspoort tot het dorp. −− Het centrale middenterrein met daarin de voorzieningen is leeg, kent geen ‘drempels’ en is openbaar. - De hofweides hebben een sociale functie voor de gemeen­ schap op buurtniveau. De overgang tussen het collectieve middenterrein en de woonhof wordt gemarkeerd door drempels.

12 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Licht, lucht en ruimte

De ontwerpers van het Nieuwe Bouwen waren ervan overtuigd dat een goede en harmonische woonomgeving zou bijdragen aan het welzijn en de ontwikkeling van kinderen en volwasse­ nen. De ruimtelijke toepassing van de principes ‘licht, lucht en ruimte’ moest hieraan tegemoetkomen. Dit komt onder andere naar voren in de positionering van de woningen [alle gelijk­ waardig rondom de centrale groene ruimte en met de woon­ vertrekken georiënteerd op de zon], de architectuur en de aanleg van het grote ‘lege’ centrale middenterrein. Functiescheiding

Aanhangers van het Nieuwe Bouwen zagen stedenbouw als de organisatie van functies. Deze functionele ordening stond voorop. Onder andere verkaveling, groenstructuren en verkeersregeling moesten hiervoor zorgen. De bevolkingsdicht­ heid bepaalde de verhouding tussen wonen, sport, groen en verkeer. De strikte functiescheiding werd als oplossing gezien voor de toenmalige stad waarin bedrijven, kerken, scholen en winkels elkaar afwisselden én hinderden. Industrie moest op afstand van het wonen komen te liggen [buiten de windsingel] en ook de sportvelden en de begraaf­ plaats werden aan de andere kant van de doorgaande weg aangelegd. De maatschappelijke voorzieningen [kerken en scholen] kwamen in de groene ruimte midden in het dorp. En de winkels [met regionale functie] werden geconcentreerd in een langgerekte zone bij de entree van het dorp: de Voorhof, de Noorderwinkels en de Zuiderwinkels.

13 —

14 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Open bebouwing

Moderne bouwtechnieken

De orthogonale ordening van gebouwen was kenmerkend voor het Nieuwe Bouwen. De woonhoven in Nagele bestaan voornamelijk uit stroken rijtjeswoningen [met uitzondering van de Karwijhof en de Tarwehof] in open bebouwing. Deze verkavelingswijze maakte het bovendien mogelijk om alle woningen gunstig te plaatsen ten opzichte van de zon. In lijn met het sociaal-maatschappelijke gedachtegoed zijn de woningen gegroepeerd rondom een gemeenschappelijke, groene ruimte; de hofweide.

Voor de ontwerpers was vernieuwing in het bouwproces, zoals rationalisering en standaardisering, een ander belangrijk uitgangspunt. Bij de bouw werd dan ook volop gebruikgemaakt van moderne bouwtechnieken, zoals Dura-Coignet systeembouw en Cusveller systeemvloeren. De woningen werden seriematig in open stroken gebouwd, een geschikte manier voor industriële woningbouw. Er werd geëxperimenteerd met moderne materialen zoals beton, glasstroken, glazen puien, geribbeld glas, draadglas en asbestcementen platen. Dit alles maakte het mogelijk om voor iedereen een goede en betaalbare woning te bouwen.

Verheffing

Zowel de voorzieningen als de woningen die de ontwerpers in het plan opnamen, illustreren hun streven naar de emancipatie van de arbeider. Hoewel de opdracht was om een dorp te ontwerpen voor landarbeiders, is het dorp met veel en veelzijdige voorzieningen toegerust. Ook konden de huizen “eerder ruime middenstandswoningen dan arbeiderswoningen genoemd worden”, aldus een verslag­ gever uit die tijd. De architecten wilden de bewoners verheffen door moderne, royale en comfortabele huizen voor hen te ontwerpen. De woningen kregen bijvoorbeeld een aparte badkamer, eetkamer, keuken en een schuur. Vernieuwend voor een tijd waarin [land]arbeiders doorgaans veel primitiever waren gehuisvest.

15 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Groepering van geclusterde bebouwing met platte daken rondom een centrale open groene ruimte Groenstructuur

Omsluiting van het dorp door opgaande beplanting

Groen speelde bij de nieuwe ordening van functies een bepalende en structurerende rol. In de stedenbouwkundige compositie is het groen in Nagele gelijkwaardig aan de bebouwing. Het kent een vergelijkbare gelaagdheid waardoor het op alle schaalniveaus, van de randweg tot aan de voordeur, te ervaren is. Elk beplantingselement heeft een eigen functie en vorm. De toepassing als ruimtevormend middel is consequent doorge­ voerd. Hiermee is een heldere, structuur met een duidelijke hiërarchie ontstaan die een grote mate van verfijning en variatie kent: −− De windsingel vormt het dorp in de polder; −− De centrale groene ruimte is op zichzelf een ruimte binnen het dorp. Hierin liggen geen ruimte begrenzende, maar ruimte bepalende elementen zoals scholen en kerken. Het open karakter van de ruimte wordt geaccentueerd doordat deze wordt omzoomd door de woonhoven. Deze groepering van woonhoven moest de gelijkwaardige relatie tussen alle woningen uitdrukken; −− In de woonhoven is de groene centrale ruimte in het klein herhaald met de groene hofweide, bedoeld voor ontmoeting op hofniveau; −− De overgang tussen het dorp en de woonhof wordt gemar­ keerd door ‘drempels’: een (onbebouwde) zone bedoeld als ontmoetingsplek.

Nagele is door de ontwerpers opgevat als interieur binnen de hoge wanden van een windsingel. De windsingel is onderdeel van een getrapte groenstructuur: windsingel – vizieren – groen middenterrein. De ‘massieve’ windsingel omzoomt de bebouwing en biedt het dorp een veilige beslotenheid in het uitgestrekte polderlandschap, bescherming tegen de harde polderwind en de mogelijkheid tot het maken van een ommetje. De groenontwerper van de Wieringermeerdirectie, P. Kelderman, gaf invulling aan het oorspronkelijke beplantings­ plan van M. Ruys en W.C.J. Boer. In dat plan was een ruim assortiment van inheemse bomen opgenomen zoals de zomereik, es, beuk en esdoorn, met daaronder een heesterlaag van veldesdoorn, hazelaar, vlier, meidoorn en sleedoorn. Deze heesterranden begeleiden het bos van de singel en de vizieren aan de buitenzijdes. Het doel was om met de gemengde beplanting een ‘natuurlijk’ bos te laten ontstaan, dat kon fungeren als recreatiegebied. Daarom werd ook een stelsel van wandelpaden in de windsin­ gel aangelegd dat via de vizieren doorloopt tot het groene middenterrein. Op deze manier is een aaneengesloten recreatiegebied gecreëerd. Oorspronkelijk waren de wandelpa­ den in zigzagvorm aangelegd, waardoor de wandelaar afwisselend zicht had op het polderlandschap en het dorp.

Hoge bomen in de vizieren zorgen voor een transparante verbinding tussen de woningen en het middenterrein. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Wandelpaden in de windsingel. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Wederopbouwgebieden: Nagele

Bestanddelen van de groenstructuur in Nagele.

16 —

17 —

Nagele omgeven door een windsingel. Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Siebe Swart.

18 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Vizieren, bomen en groenstroken

De windsingel wordt met de vizieren doorgetrokken tot aan of soms zelfs in het groene middenterrein en is de fysieke tegenhanger van de weidse centrale groene ruimte. De groene vizieren creëren ‘kamers’ waarin de woonhoven liggen. Samen met de windsingel geven ze een gevoel van beslotenheid. De vizieren bestaan uit hoge bomen die in strakke rechte rijen zijn geplant. In het oorspronkelijke plan is onder deze bomen alleen gras gedacht, om een transparante verbinding met het groene middenterrein te behouden. Ook de Noorder- en Zuiderwinkels worden omzoomd door hoge bomen. Meerstammige kleine bomen zijn in losse groepen geplant, vooral in de woonhoven waar zij in samenspel met de gevel­ wanden ruimtevormend zijn. Daar waar de woonblokken haaks op de weg staan, staat in het gazon een groep meerstammige bomen vrij in het gras. Het zicht er onderdoor is open gelaten. Zo zijn er vanuit elk hof, onder deze boomkronen door, zichtlijnen naar de ringweg en het middenterrein. Boomgroepen op de open hoeken aan de uiteinden van de bouwblokken begrenzen samen met deze bouwblokken de ruimte. De haaks geplaatste bouwblokken worden van elkaar geschei­ den door groenstroken waar ook de achtertuinen op uitkomen. Het voetpad dat langs het groen loopt, ontsluit de woningen. De stroken bestaan uit gras, heesters en lage beplanting. Centrale open groene ruimte

De grote, groene ruimte van tweehonderd bij vierhonderd meter kan gezien worden als voorbeeld van een Core*, zoals die bij het achtste CIAM-congres werd besproken. Deze had niet alleen een recreatieve functie, maar was ook de plek waar bewoners zich geestelijk en intellectueel konden ontwikkelen: verspreid in de ruimte waren de kerken en scholen geplaatst. De ruimte vormde zo het hart van het dorp en gaf bij uitstek uitdrukking aan de gemeenschapszin.

Groenstrook tussen de woningblokken Bron: Gemeente Noordoostpolder.

Centrale open groene ruimte met verspreid liggende voorzingingen in de open ruimte. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

20 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Veranderingen

Een deel van de oorspronkelijke singel in het zuiden is in de jaren tachtig weggehaald om plaats te maken voor de uitbrei­ ding van het dorp. De singel werd, in versmalde versie, verlegd naar het zuiden ter hoogte van de sportvelden langs de weg. Het vizier tussen de Karwijhof en de Koolzaadhof is, ondanks de weg die erin is aangelegd om de nieuwe woonhoven te verbinden met de ringweg, de meest gave van de bestaande vizieren. De bomenrijen lopen nog door tot aan de centrale groene ruimte en ook de oorspronkelijke essen staan er nog. Als onderdeel van de vernieuwing van de groenstructuur worden verschillende vizieren hersteld of in zijn geheel vervangen. Door de inmiddels volgroeide en woekerende heesterstroken heeft het ruime en open karakter van de hofweides aan kracht ingeboet. In het nieuwe groenplan dat is gemaakt voor Nagele wordt aandacht besteed aan het terugbrengen van de open uitstraling. De randen van de hofweides zijn vaak opgeofferd om ruimte te maken voor parkeerplaatsen, waar in het oorspronkelijke plan te weinig rekening mee was gehouden. De in het zicht gelegen achtertuinen aan de groenstrook of direct aan de hof grenzen­ de achtertuinen hebben elk hun eigen erfafscheiding. Deze zijn uitgevoerd in een veelvoud van materialen en gaan ten koste van de eenheid en groene uitstraling.

Oorspronkelijke windsingel.

Windsingel na de uitbreiding.

21 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Geclusterde bebouwing

Rondom het groene middenterrein liggen de zeven ruim opgezette woonhoven met zicht op het middenterrein. Elk woonhof vormt een stedenbouwkundig ensemble*. De vizieren vormen de wanden van de ‘kamers’ waarin de woonhoven liggen. Afzonderlijk of in duo’s zoals bij de Koolzaadhof en de Klaverhof. Oriëntatie woningen en plattegronden

In zes hoven zijn de woningen haakvormig geordend: langere rijen woningen staan aan het middenterrein, drie of vier korte rijtjes staan dwars op de hofweide. De woonblokken die direct aan de lusvormige straat liggen, zijn zo nu en dan met hun achterzijde naar de straatkant gericht en met hun woonkamer op de achtertuin. Dit had te maken met het streven van de ontwerpers om het welzijn van bewoners positief te beïnvloe­ den. Het resulteerde in woningplattegronden waarbij de optimale lichtinval leidend was. De vier woningblokken die haaks op de lus staan, hebben allemaal dezelfde oriëntatie, waarbij de achtertuinen grenzen aan een voetpad dat langs een openbare groenstrook loopt. In het oorspronkelijke plan kenden de hoven allemaal een vergelijkbare opzet. In de Tarwehof is hier uiteindelijk van afgeweken. Hier staan bungalows en twee-onder-eendakwoningen speels gegroepeerd rondom de hofweide.

Vlashof: woonhof tussen de vizieren en de singel: • De woningen zijn gegroepeerd rondom een hofweide. • De oorspronkelijk lege drempel is later bebouwd met woningen.

• Haakvormige ordening woningen rondom groene hofweide. • Een drempel vormt de entree van de woonhof, een terrein met oorspronkelijk een collectieve bestemming, dat de hof met de ring en het middenterrein verbindt.

• Vier identieke woonblokken in de haak. • De achtertuinen grenzen aan openbare groenstroken. • Voetpaden ontsluiten de woonblokken.

22 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Woningen

Stam en Van Bodegraven

In de eerste bouwfase vanaf 1954 werden vier hoven gebouwd. De woningen zijn in duo’s ontworpen. De Vlashof en de Klaverhof door Rietveld en zijn zoon; de Koolzaadhof door Stam en Van Bodegraven en de Karwijhof door Groosman en Stam-Beese. De cultuurhistorische waarde van deze woningen is hoog. Niegeman en Van Gool ontwierpen daarnaast de rij woningen voor de middenklasse aan de Ring bij de Karwijhof. In de Lucernehof en de Gerstehof zijn in een volgende bouwfase woningen van het VANEG-systeem gebouwd [de Van Egteren-woningen] die goedkoop en snel konden worden gerealiseerd.

De horizontale gevelverdeling met doorlopende dakranden in de Koolzaadhof maakt het blok tot een geheel. In de voorgevel, boven het dak van de uitbouw, zat een doorlopende strook bovenlichten die zorgde voor daglicht in alle ruimtes die aan de entreehal grensden. Slechts bij één woning is de originele gevelindeling na verschillende renovaties behouden gebleven. De woningen van Stam en Van Bodegraven hebben aan de voorzijde een kenmerkende uitbouw waarin de entreehal is ondergebracht. Aan de achterzijde hebben de woningen een schuur en een diepe tuin. Groosman en Stam-Beese

Architectuur

Nagele is het enige dorp waar alle gebouwen platte daken hebben, de woningen niet hoger zijn dan twee bouwlagen en waar een gevelstramien van lijnen en vlakken de standaard is. Veel woningen hebben grote raampartijen, glazen puien en glasstroken om zoveel mogelijk licht in de kamers toe te laten. Bij de gevels van de woningblokken valt het mathematische lijnen- en vlakkenspel op. De lijnen in deze composities zorgen voor eenheid, de vlakken zorgen juist voor afwisseling. Rietveld

Dit [subtiele] vlakkenspel is bijvoorbeeld goed terug te zien in de woningen van Rietveld, zowel in de gevel als in de platte­ grond. De gevel bestaat uit verticale vlakken die verschillende kleuren hebben. Opvallend is de toepassing van gekleurde draadglaspanelen. De woningplattegrond is compact en experimenteel. Langs de kleine vierkante woonkamer liggen, in een haak, de keuken en de entree. De woningen van Rietveld hebben naast de voordeur een kenmerkend houten bankje.

De woningen in de Karwijhof zijn te verdelen in twee clusters; arbeiderswoningen in een haakvormige stempel van gescha­ kelde twee-onder-een-dakwoningen en een rij woningen op de overgang. De oriëntatie van de woningen en de open verbinding van de hof met het groene middenterrein zorgen voor een opvallend ruim en open karakter. De arbeiderswoningen in de Karwijhof zijn via een enkellaagse entree geschakeld. De Karwijhof is één van de woonhoven die nog het meest intact is. De woningen van Stam-Beese en Groosman zijn aangewe­ zen als gemeentelijk monument. Zowel het bouwblok als de gevelindeling is nagenoeg ongewijzigd. Daarnaast beschikken sommige woningen nog over de oorspronkelijke plattegrond en zijn details uit de bouwperiode in de woningen nog aanwezig.

Karwijhof. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Vlakkenspel op voorgevel. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Wederopbouwgebieden: Nagele

23 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

24 —

25 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Voorzieningen Scholen en kerken

Tussen 1956 en 1957 werden naar ontwerp van Van Eyck en Van Ginkel drie vrijwel identieke basisscholen met overblijfruimtes gebouwd. De scholen kregen eveneens platte daken. Brede daklijsten benadrukken de horizontaliteit van de gebouwen. In lijn met het streven naar ‘licht, lucht en ruimte’ zijn de lokalen voor zover mogelijk aan meerdere zijden van ramen voorzien en hebben ze een open hoek in de buitengevel. Deze meerzij­ dige lichtinval komt bij meerdere scholen in de polder voor. In 2009 hebben de scholen de status van Rijksmonument gekregen. Verder is een school uitgebreid en heeft de school aan Ring 1 in 2015 een nieuwe bestemming gekregen met verschillende dorpsfuncties. De modernistisch vormgegeven kerken zijn van Van den Broek en Bakema [gereformeerde kerk], Van der Kuilen [hervormde kerk en de gereformeerd vrijgemaakte kerk] en Taen en Nix [rooms-katholieke kerk]. De kerken staan vrij op het midden­ terrein en hebben een meerzijdige oriëntatie. De sober vormgegeven gereformeerde kerk is gebouwd met eenvoudige materialen, een verwijzing naar de zuiverheid die het gebouw moest uitdrukken. Entreegebied

Het entreegebied van Nagele bestaat uit de Voorhof en de Noorder- en Zuiderwinkels. De Voorhof had de functie van dorpsentree en bestaat uit een openbaar plein dat wordt begrensd door de Ring, de Nagelervaart en de Zuiderwinkels. Op het Voorhof stond het Schokkererf, een café-restaurant dat jarenlang fungeerde als dorpshuis. Het gebouw kreeg als enige in Nagele een schuin dak. Aan de oostzijde lag oorspronkelijk een éénlaagse woning.

Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Het plein met zicht op de polder legde een verbinding tussen het bedrijventerrein, de winkelzone en het centrale middenterrein. De Noorderwinkels zijn een ontwerp van Groosman. De winkels zijn geplaatst in een dambordpatroon. Door dit patroon was er tussen de winkels door steeds zicht op het middenterrein.

26 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

De zichtas over het voetpad dat tussen de winkels door liep, zorgde voor een visuele verbinding met de Voorhof en Zuiderwinkels. Het idee van winkels langs een voetpad is afkomstig van Van den Broek en Bakema en vertoont veel gelijkenissen met de door hen ontworpen Lijnbaan in Rotterdam. De Zuiderwinkels, die zijn gebouwd tussen 1956 en 1958, zijn van de hand van Romke de Vries en Van den Broek en Bakema. Het complex bestaat uit vijf soortgelijke winkels met woon­ huis. De vijf gebouwen verspringen ten opzichte van elkaar en liggen aan weerszijden van een voetpad. Over het voetpad loopt de zichtlijn naar de Voorhof en de Noorderwinkels. De ruimtelijke opbouw komt voort uit het streven naar optimale bezonning, goede lichttoetreding en scheiding van functies en verkeersstromen. Hierdoor is een veilig wandel- en verblijfsgebied ontstaan.

De gereformeerde kerk is in 2014 aangewezen als Rijksmonument. De rooms-katholieke kerk biedt nu onderdak aan Museum Nagele. Door de uitbreiding van de supermarkt bij de Zuiderwinkels wordt de zichtlijn naar de Voorhof geblokkeerd. De enigszins vervallen Zuiderwinkels worden gerenoveerd waarbij niet alleen de gebouwen, maar ook de openbare ruimte zal worden opgewaardeerd. De Noorderwinkels zijn dusdanig gewijzigd en in verval geraakt dat de oorspronkelijke opzet onherkenbaar is geworden, maar bovenal doet de huidige staat afbreuk aan de ruimtelijke kwaliteit van het dorp. De Noorderwinkels worden daarom mogelijk gesloopt ten behoeve van woningbouw. De locatie van het in 2014 gesloopte Schokkererf was van groot belang als entreegebouw op de Voorhof en verdient een invulling waardoor die functie weer naar voren komt.

Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Kunst

Ondanks de beperkte budgetten en de expliciete keuze voor sobere vormgeving en materialen zijn in de beginjaren in Nagele verschillende kunstuitingen gerealiseerd: wandkunst, kunstobjecten in de openbare ruimte, uitingen van religie en bijzondere interieurs. Deze elementen vertellen, net als de bebouwing, de stedenbouwkundige structuur en de groenop­ zet, het verhaal van Nagele uit de beginjaren van het dorp. Veranderingen

Door de verkoop van woningen en verschillende renovaties in onder andere de Vlashof en de Klaverhof zijn gaandeweg de eenheid en de oorspronkelijke materialen en kleurstelling gewijzigd. Met renovatie- en restauratieplannen wordt de komende jaren geprobeerd een deel van die eenheid terug te brengen in de architectuur van gevels, bijgebouwen en erfafscheidingen.

De Ploeger van Frank Nix, 1963. Foto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

• Modernistische gereformeerde kerk van Van den Broek en Bakema. • De toren is los van het kerkgebouw geplaatst en vormt een geleidelijke overgang van de openbare groene ruimte. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Wederopbouwgebieden: Nagele

Kernkwaliteitenkaart

28 —

29 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

Begrippenlijst Bouwkunde

montagebouw - bouwen met geprefabriceerde onderdelen, zoals

Woning typologieën: Drive-in-woning

kozijnen, kastwanden, maar ook complete puien en badka­ mers. Later werden ook fabrieken op de bouwplaatsen zelf gebouwd voor met name grote elementenbouw, zoals wanden en vloeren.

Bij een drive-in-woning bevindt zich op de begane grond of op -1 een afgesloten garage. Het woongedeelte is op de eerste verdieping gelegen. Duplexwoningen

Duplexwoningen zijn eengezinshuizen die gesplitst zijn in twee woonlagen om ruimte te bieden voor twee gezinnen. Deze woningen werden na de oorlog gebouwd met de bedoeling om er na de woningnood weer één ruime woning van te maken. De woningnood hield langer aan en bovendien bleek het ombouwen duurder dan gedacht, waardoor dit weinig of pas veel later is gedaan.

gietbouw - (dragende) wanden en vloeren worden op de plek zelf gegoten in tijdelijke of blijvende bekisting. Ook nu nog is systeembouw meestal een combinatie van gietbouw en montagebouw. skeletbouw - opbouw van geprefabriceerde kolommen en liggers.

Deze worden aan de buitenzijde bekleed.

Stromingen Bossche School

Maisonnettes

Maisonnettes zijn woningen in een groter gebouw, zoals een flat of appartementencomplex, met meerdere verdiepingen per woning. Ook dit was in die tijd in de Nederlandse woningbouw een nieuw type. Woonensemble

(vaste) Compositie van verschillende losstaande wooneenheden Systeembouw

De term systeembouw heeft betrekking op meerdere vormen van industrieel bouwen: stapelbouw - het stapelen van muren met (steeds grotere) lichte betonnen elementen. Deze worden meestal bekleed met baksteen.

Begin jaren vijftig kwam de benaming ‘Bossche School’ voor het eerst in zwang. Het betrof een postacademische architec­ tuuropleiding in Den Bosch, die haar oorsprong vond in de naoorlogse opgave van de kerkenbouw. Bij deze vroeg naoorlogse architectuurstroming, waarvan Dom Hans van der Laan, samen met zijn broer Nico de grondlegger was, draaide alles om verhoudingen. De ontwerpen zijn gebaseerd op het ‘Plastisch Getal’, de derde macht van de gulden snede. De verschillende onderdelen van een gebouw werden via een stelsel van verhoudingen op elkaar afgestemd. In hun zoek­ tocht naar deze essentie van de architectuur bestudeerden de cursisten historische religieuze bouwwerken. De stijlkenmerken daarvan klonken nog jaren door in het werk van Bossche Schoolarchitecten. De architectuurstroming kenmerkt zich door soberheid en de afwezigheid van versieringen en het gebruik van in Nederland beschikbare, traditionele, materialen, zoals baksteen, beton, hout en keramische dakpannen. Alhoewel ornamenten

nauwelijks worden toegepast, is de detaillering van raampar­ tijen, daklijsten en erkers geraffineerd. Gevellijsten, timpanen en [doorlopende] lateien, afkomstig uit de klassieke bouw­ kunst, behoren tot de karakteristieke vormentaal van de vroege Bossche School. Met het ambachtelijk metselwerk en de tamelijk traditionele en klassieke vormentaal vloeien de Bossche en Delftse School in veel naoorlogse ontwerpen naadloos in elkaar over. Delftse School

De Delftse School is een traditionalistische architectuurbewe­ ging die in de eerste helft van de twintigste eeuw ontstond en voortduurde tot halverwege de jaren vijftig. De Delftse School werd geïnspireerd en aangevoerd door Marinus Jan Granpré Molière, architect en docent aan de Technische Hogeschool van Delft. Hij had een levensbeschouwelijke visie op het bouwen waarin ‘eeuwige waarden’ centraal stonden: gericht op een herleving van historische betekenissen, vormen en materialen. De architectuurstroming legt de nadruk op een ambachtelijke vormentaal, met het accent op bakstenen gevels en zadeldaken met keramische pannendaken. De Delftse School wordt dikwijls beschouwd als de conserva­ tieve tegenhanger van de modernistische architectuur van het Nieuwe Bouwen en de ornamentele bouwkunst van de Amsterdamse School, twee dominante richtingen in de Nederlandse architectuur tijdens het interbellum. Granpré Molière beschouwde het Nieuwe Bouwen als ‘onbesuisd,’ terwijl hij de Amsterdamse School te ‘wulps’ vond. Bouwkunst moest volgens hem ‘nederig en zelf vergetend’ zijn. Modernisme / Het Nieuwe Bouwen / Functionalisme

Onder modernisme wordt de fundamenteel nieuwe architec­ tuurstroming die begin 20e eeuw ontstond verstaan, in Nederland bekend onder de naam het Nieuwe Bouwen [of Nieuwe Zakelijkheid en Functionalisme]. De ‘modernen’ bepleitten een

30 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

rationele architectuur met een vormentaal die ‘berust op het begrip van constructie’. De architectuur van het Nieuwe Bouwen kenmerkte zich door rechte lijnen, geometrische en abstracte vormen, lichte constructies van staal en beton, grote ramen, een vrije gevelindeling en een open plattegrond. De binnen- en buitenruimtes werden met elkaar verbonden, waardoor licht, lucht en ruimte werd gecreëerd. De gevels werden vaak wit gepleisterd. In de stedenbouw richt het modernisme zich meer op de wetenschappelijke onderbouwing van de inrichting op basis van onderzoek naar de verhouding van de verschillende functies en de samenstelling van de bewonersgroepen. Het programma voor de wijk is richtingge­ vend voor de ordening en het ontwerp. Dit betekent ook een grotere zelfstandigheid van het ontwerp ten opzichte van de bestaande stad. Het Nieuwe Bouwen was in grote mate een sociaal geënga­ geerde beweging geïnspireerd door het socialisme. Net als in Duitsland, hadden De 8 [Amsterdam] en De Opbouw [Rotterdam] grote interesse in het vraagstuk van de sociale woningbouw: wat is de beste manier om de lage klasse onder goede omstandigheden te huisvesten? In deze periode kwam ook de planologie de voornamelijk op onderzoek gerichte stedenbouwkunde binnen.

Traditioneel was de stedenbouwkunde gericht op vorm, vanaf het modernisme werd functie en de ordening van de functies binnen een wijk een factor binnen de stedenbouw. CIAM - Congrès Internationaux d’Architecture Moderne,

opgericht in 1928 als overlegorgaan voor modernistische architecten met een serie spraakmakende internationale conferenties over moderne architectuur en stedenbouw. Het diende als instrument om een nieuwe manier van wonen en bouwen te stimuleren. De Amsterdamse De 8 en de Rotterdamse Opbouw vormden samen de Nederlandse CIAM-groep. In 1960 was de laatste CIAM bijeenkomst.

Traditionalisme

Het begrip traditionalisme verwijst naar het doelbewust teruggrijpen op tradities bij het bouwen wat betreft vorm, maar ook wat betreft constructie en functie. In Nederland ging de baksteenarchitectuur van de jaren twintig in de vorm van het traditionalisme na 1945 door, naast het opkomende modernisme. De baksteenbouw was nu niet langer modern expressionistisch, maar juist behoudend en gebaseerd op de nationale bouwtraditie van sobere baksteengevels met een vlakke en symmetrische opzet. Het traditionalisme kijkt eerder naar regionale dan naar nationale of internationale stijlen en gaat uit van architectuur die het vlak benadrukt. Kenmerkend voor het naoorlogse traditionalisme zijn de toepassing van vertrouwde gebouwtypologieën, archetypische bouwvormen, bemiddelende overgangsmotieven, introverte beslotenheid, ambachtelijke bouwtechnieken, hiërarchische gevelcomposities waarin de achterliggende functies afleesbaar zijn, hellende daken, markante schoorstenen en de voorliefde voor de materialen baksteen, hout, smeedijzer en natuursteen. In de stedenbouw komt het traditionalisme tot uiting in het begrip harmonie en de esthetische ontwerpprincipes van morfologische en visuele samenhang en afwisseling van beslotenheid en openheid. De nadruk ligt meer op het stratenplan dan in het vormgeven van de ruimte op een groter schaalniveau.

Ook richt het ontwerp zich op continuïteit en op harmonie met de bestaande context.

Stedenbouwkunde Bouwblok

Een bouwperceel dat de volledige ruimte inneemt tussen vier straten. Core

In 1951 werd op de achtste editie van het CIAM-congres het functionalistische ideeëngoed uit de vooroorlogse periode van CIAM ’gehumaniseerd’. De menselijke maat werd uitgangspunt. Vanaf dat moment sprak men van ‘de core’, wat staat voor de materiële uitdrukking van het gemeenschapsgevoel. Het stond voor ontmoeting en wederzijdse betrekking. Dit kon ruim worden opgevat, van plein en winkelcentrum tot park. Cul-de-sac-ontsluiting

Doodlopende weg, alleen bedoeld voor bestemmingsverkeer om woongebieden verkeersluw te houden. Hiërarchie Groensysteem

Parkstrook Groenstrook

Tuin Woning Stoep

Hof

Speelplek Woonstraat

Plas

Vaart

Singel Openbaar Villastrook gebouw

Landschap natuur

Park

Sportpark Sportveldje Schoolwerktuin

Volkstuin

Begraafplaats

Functies

Buurtstraat

Infrastructuur

Wijkweg

Stadslaan

Autoweg

Bron: Y. Feddes [2011], De groene kracht Hofvorm

Verkaveling waarbij verschillende, los van elkaar staande, wooneenheden op zo’n manier zijn gegroepeerd dat ze een hof formeren: een al dan niet openbare, centrale ruimte, meestal

31 —

Wederopbouwgebieden: Nagele

met groene invulling soms ook liep een weg door de hof of waren er parkeerplaatsen gerealiseerd in de centrale ruimte. Een in Amsterdam ontwikkeld naoorlogs verkavelingstype met een minder statische compositie dan voorheen en een gunstig aantal woningen per hectare. Molenwiekverkaveling

Compositie waarbij de voorkant en de kopse kant van een flat of strook elkaar afwisselen aan de straatkant. Het is een speelsere compositie dan een hofverkaveling en is daar vaak een verschuiving van. Stempelbouw

Stempelbouw (ook wel stempelverkaveling) is een verkave­ lingsprincipe dat in Nederland veel is toegepast in de wederop­ bouwperiode. Bij stempelbouw bestaat een wijk uit een zich herhalend patroon van (kleine) woonensembles. Deze groepe­ ring wordt ook wel de stempel genoemd. Deze stempels zijn grotendeels identiek en hebben ook dezelfde oriëntatie, maar zijn vaak verschoven ten opzichte van elkaar of gespiegeld. De herhaalbare eenheid kreeg de scheldnaam ‘stempel’ opgeplakt toen deze evolueerde naar een gestandaardiseerde variant. Strokenbouw

Strokenbouw is een stedenbouwkundig verkavelingsprincipe, waarbij de bebouwing in parallelle, vrijstaande rijen is geordend, zoveel mogelijk georiënteerd op de zon. De woningen zijn vaak niet gekoppeld aan straten, maar staan hier ‘los’ van. Vaak wordt de bebouwing ontsloten door woonpaden aan de noordkant.

Tuinstadmodel

Concept geïntroduceerd in 1898 door sociaal hervormer Ebenezer Howard dat op verschillende plekken navolging kreeg. Het tuinstadmodel beloofde in zowel sociaal als ruimtelijk opzicht een oplossing te bieden voor de industriële samenleving. Het is als het ware de voorloper van de wijkge­ dachte. Nieuwe steden ontstonden op het platteland in de buurt van industrie en werden van fabrieken gescheiden door een groenzone, bedoeld voor recreatie en ontspanning. De stad werd niet langer gezien als een gesloten geheel, maar als plek waar groen vanuit het omringende landschap tot diep in de stad doordrong. Het landschap lag niet langer aan de rand van de stad, maar kwam in de stad zelf te liggen om daar lucht en ontspanning te bieden aan bewoners. Wijkgedachte/Parochiewijk

De naoorlogse stedenbouw uit de wederopbouwperiode is sterk gebaseerd op de wijkgedachte en werd als denkbeeld voor het eerst bekend door het boek De stad der toekomst, de toekomst der stad (1946). De begrip kan gedefinieerd worden als: het stichten van een complete, stedelijke gemeenschap van beperktere omvang, in een ruimtelijk vormgegeven geheel van stedelijke functies. De ruimtelijke en sociale oorsprong ligt in de Angelsaksische begrippen neighbourhood unit en de garden city. Zowel de ruimtelijke als de sociologische kant kende een hiërarchische structuur: woning – buurt – wijk – stadsdeel - stad, met het gezin als hoeksteen van de samenleving. In Nederland is de wijkgedachte sterk verbonden met het fenomeen ‘de maakbaarheid van de samenleving’ en de begrippen licht, lucht en ruimte. De grootte van de wijk was gebaseerd op het aantal inwoners en de hoeveelheid woningen en voorzieningen, zoals winkels, scholen, kerken, medische faciliteiten en sport en recreatievoorzieningen, daarvoor nodig waren. In plaats van vooroorlogse gesloten bouwblokken,

gelegen aan -soms benauwde- straten, waren de woningen en de overige gebouwen meestal gegroepeerd in open bebouwing en gelegen in ruim bemeten groen. De parochiewijk (echelon paroissial) is een sociaal-ruimtelijk stedenbouwkundig model dat in naoorlogs katholiek zuidelijk Nederland voorop stond. Hierbij kreeg de kerk een promi­ nente positie midden in de wijk toebedeeld, als belangrijkste baken. De wijkgrootte was afgestemd op de gemiddelde omvang van een parochie. In de parochiewijk stond het wonen en het gezinsleven centraal. Het idee was om in de snel veranderende wereld het overzicht te blijven houden en geborgenheid te creëren. Wooneenheid

In Ommoord staat de wooneenheid gelijk aan een flatgebouw. De term ‘wooneenheid’ is gebaseerd op het ordeningsprincipe dat de Franse stedenbouwers aanduiden met de term ‘echelon domestique’ (50 tot 150 gezinnen). De bouwsteen van een woonwijk was een groep huizenrijen of ‘wooneenheden’. Alle rijen in deze wooneenheid hadden een gelijke oriëntering, gericht op ideale bezonning. Verder werd gesteld dat deze rijen konden worden ingevuld met eengezinswoningen, etagewo­ ningen of een combinatie van beide. Bron: Architectenweb.nl | Blom, A., B. Jansen, M. van der Heide [2004], De typologie van de vroeg-naoorlogse woonwijken | RCE [2004], Monumenten van de prille welvaartsstaat | Haan, H. de, I. Haagsma [1996], Plastisch lexicon: een beknopte encyclopedie van de ‘Bossche School’

Geraadpleegde literatuur

Colofon

Berg, A. van den, Gemeente Noordoostpolder [2015], Uitvoeringslab Nagele - Beeldkwaliteitplan Nagele. Blom, A. [2013], Atlas van de wederopbouw Nederland 1940-1965 - ontwerpen aan stad en land. Blom, A., J. Van Geest [2011], Nagele, modern dorp in de Noordoostpolder. Blom, A., B. Jansen, M. van der Heide [2004], De typologie van de vroeg-naoorlogse woonwijken. Vitruvius, nummer 14 FORUM [1952], Zevende jaargang, No. 6/7. Gemeente Noordoostpolder [2015], Uitvoeringslab Nagele - groenstructuurplan. Mecanoo Architecten [2014], Een nieuw portaal – stedenbouwkundig ontwerp kerngebied Nagele. Onderzoekslab Nagele [2010], Handboek Nagele – Visie op een modernistisch dorp in de polder. Ontwerplab Nagele [2010], Themakaternen A t/m M. Timmer, P. [2014], Een uniek dorp met platte daken; Tijdschrift van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed 2, 2014. Zwikstra, W. [2015], Nagele – Een cultuurhistorische wandeling. Zwikstra, W. [2015] Cultuurhistorische waardering Nagele, versie 16 september 2015, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Gebiedsdocument Nagele Productie: De PlaatsMakers Samenstelling en tekst: Marlijn van der Hoeven Kaartmateriaal: Tim van Oosterbos Tekeningen en schetsen: Marije Weijers Redactie: Nadine van den Berg Coverfoto: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Ontwerp: Tegenwind grafisch ontwerp Begeleidingscommissie: Anita Blom, Arjen van den Berg, Leon van Meijel, Peter Timmer, Doris Schmutzhart, Kya Verhagen Voor dit document is geput uit bestaand[e] onderzoek en rapportages. De kaarten in dit document zijn gebaseerd op kaarten van MUST uit 2010. Het is daarom mogelijk dat aanpassingen van na 2010 in de kaarten in dit document ontbreken. Bij het tot stand komen van deze publicatie is zoveel mogelijk getracht toestemming te krijgen voor het beeldgebruik van de oorspronkelijke rechthebbenden of hun uitgevers. Indien een rechthebbende denkt aanspraak te kunnen maken op een beeld, dan kunt u contact opnemen met InfoDesk info@cultureelerfgoed.nl ©Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 2016

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed staat voor de bescherming van het roerende en onroerende erfgoed van nationaal belang. Met specialistische kennis stimuleert de dienst een goede zorg voor archeologie, monumen­ ten, cultuurlandschap, beeldende kunst en kunstnijverheid. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed Smallepad 5 | 3811 MG Amersfoort Postbus 1600 | 3800 BP Amersfoort 033 – 421 7 421 | fax 033 – 421 7 799 info@cultureelerfgoed.nl www.cultureelerfgoed.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2012/documents/33591