CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Samenvatting gespreksverslagen.pdf

Gemeenteraad 1 april 2026, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 5: Verslag verkenner3.808 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CDA Hennie Bogaards en Marien van der Slikke Het CDA kijkt positief terug op de verkiezingsuitslag: de zesde zetel werd net niet gehaald, maar het verbindende verhaal sloeg aan. De partij koos bewust voor transparantie over de gemeentelijke financiën en voor een open houding richting zorgen van andere partijen en inwoners. Dat heeft volgens het CDA bijgedragen aan vertrouwen en bestuurbaarheid. In bestuursstijl benadrukt het CDA verbinding en respect. De partij wijst erop dat zij, ook na het verlaten van de coalitie, constructief is gebleven. Deze cultuur van samenwerking moet volgens het CDA worden voortgezet, ook met nieuwe en ideologisch afwijkende fracties. Financieel maakt het CDA zich zorgen: er ligt voor €73 miljoen aan besluiten zonder structurele dekking, en de gemeente staat voor een grote investeringsgolf in verouderde infrastructuur. Ook ziet de partij tekortschietende teamvorming binnen het college. Duidelijke keuzes en versterking van de organisatie zijn volgens het CDA noodzakelijk. Ook is gesproken over toekomstig beleid NOP in 2040, als een maatschappelijk project met de participatie van inwoners, maatschappelijk middenveld en bedrijfsleven over items als ‘Wie denkt er mee over een morgen in 2040’ De verkenner legt onderdelen uit andere gesprekken voor aan het CDA in het eerste gesprek, daar reageert het CDA op.

In mogelijke coalities ziet het CDA CU-SGP als logische en onmisbare partner. De VVD geldt als stabiele, inhoudelijk nabije partij waar historisch goed mee is samengewerkt. PU staat programmatisch dichtbij, maar moet financieel realistischer worden: in hun verkiezingsprogramma geven ze veel geld weg aan diverse zaken zonder dat er iets staat over dekking of extra inkomsten. ONS heeft programmatisch overlap maar: onzeker vanwege eerdere bestuurlijke instabiliteit en moet eerst overtuigen met een sterke wethouderskandidaat. GL-PvdA en Brede Horizon zijn minder logisch in de huidige politieke context; FvD is voor het CDA uitgesloten. Het CDA noemt als prioriteiten wonen, preventie (door investeren in de samenleving, leefbare wijken/buurten/ verenigingsleven), lobby Lelylijn. Andere onderwerpen die het CDA belangrijk vindt zijn: jeugdzorg (meer preventie en maatschappelijke betrokkenheid), een verantwoord armoedebeleid (120%-norm, voorkomen van armoedeval), en structurele investeringen in infrastructuur. Stabiliteit en bestuurlijke kwaliteit zijn voor de komende periode cruciaal. Het CDA ziet twee realistische coalities: 1. CDA – CU-SGP – VVD – PU 2.

CDA – CU-SGP – VVD – ONS (alleen bij bewezen stabiliteit van ONS) Tweede gespreksronde: financiën CDA geeft aan FvD gesproken te hebben en geeft aan dat in gesprek met FvD de samenwerking in algemene zin in de raad constructief mag worden gezien. Wel heeft CDA waargenomen dat FvD op onder meer migratie- en asielbeleid afwijkende standpunten inneemt t.o.v. het CDA. De verkenner legt onderdelen uit andere gesprekken voor aan het CDA in het tweede gesprek, daar reageert het CDA op. In een onderling gesprek met PU, CU-SGP wil het CDA in de volgende fase van verkenning, de coalitievorming, met de 3 grootste partijen en mogelijk VVD of mogelijk ONS gesprekken aangaan. Het CDA wil financiële gezondheid bewaken en daarom besluiten zonder dekking heroverwegen, op basis van maatschappelijke prioriteit en uitvoeringskracht. Temporisering van projecten, inclusief de boeggolf en de VO‑Campus, is voor hen bespreekbaar. Ze benadrukken dat ambtelijke capaciteit en kostenstijgingen door uitstel moeten worden meegewogen. Daarnaast wil het CDA onderzoeken of de lage OZB voor bedrijven nog passend is, gezien de lagere rijksuitkering die dit oplevert.

PU Toon van Steen en Alex Tuinenga PU kijkt tevreden terug op de verkiezingsuitslag: licht verlies, maar stabiel en met behoud van vertrouwen. De partij benadrukt dat zij al drie periodes verantwoordelijkheid draagt en moeilijke keuzes niet schuwt. De afgelopen bestuursperiode was intensief maar constructief, met complexe dossiers zoals Netl en de doorstroomlocatie. PU vindt dat de raad soms te veel in de uitvoering zit, maar waardeert de goede samenwerking en de stabiele fase na het vertrek van ONS uit de coalitie. De progressieve koers die is ingezet wil de PU graag doorzetten. Deze wordt volgens de PU door inwoners en ondernemers gewaardeerd. Voor een nieuwe coalitie ziet PU de meeste programmatische overeenkomsten met CDA en VVD; CU-SGP is een reële optie, al bestaan er verschillen in armoedebeleid en de rol “achter de voordeur”. ONS moet volgens PU eerst aantonen dat bestuurlijke stabiliteit dit keer wél geborgd is. Brede Horizon wordt gezien als veelbelovend maar nog onervaren; GL-PvdA kan meedoen mits duurzaamheidsambities worden teruggebracht naar haalbaar en betaalbaar. In een nader onderling gesprek met CDA en CU-SGP heeft PU verklaard dat een stabiele coalitie van de 3 grootste partijen, aangevuld met een 4de partij, VVD of mogelijk ONS, verder te willen onderzoeken.

Wel is het verstandig om in de volgende fase van ‘coalitievorming’ nadere afspraken over ‘samenwerkingsgericht teamverband’ aan te gaan en met elkaar af te spreken. Inhoudelijk richt PU zich sterk op wonen, vooral voor starters, met flexibeler en betaalbaar bouwen. In het sociaal domein wil de partij inzetten op preventie, activering en het voorkomen van armoedeval. Grote investeringen moeten worden geprioriteerd vanwege oplopende kosten en structurele tekorten. Arbeidsmigranten zijn volgens PU essentieel voor de economie en verdienen goede huisvesting. Gratis sporten voor jeugd past in hun preventieve visie. PU is positief over de bestuurscultuur en de constructieve raad. Een sterk, stabiel college is voor hen cruciaal. De partij staat open voor samenwerking, maar hecht aan realistische ambities en afspraken op hoofdlijnen. Tweede gespreksronde: financiën PU wil blijven investeren in noodzakelijke voorzieningen zoals MFA’s en infrastructuur, waarbij uitvoeringscapaciteit de grootste beperkende factor is. De partij ziet lenen als mogelijk instrument, maar wil eerst kijken naar reserves, vermogen en het terugdraaien van de rekenrente. Belastingen verhogen is geen voorkeursroute; prioriteren, temporiseren en heroverwegen blijven leidend. In het sociaal domein wil PU inzetten op preventie, maatwerk en een programmatische aanpak die de samenleving versterkt.

CU-SGP Yosef van der Horst & Sjoerd de Boer CU-SGP kijkt terug op een raadsperiode waarin de raad ondanks bestuurlijke onrust goed functioneerde. De partij benadrukt haar constructieve houding, afgelopen raadsperiode en eerdere raadsperiodes, gericht op samenwerking en stabiliteit, en noemt als voorbeeld de gezamenlijke meerderheidsverklaring bij het vertrek van de burgemeester in 2019. Volgens CU-SGP is er geen sprake van rancune en worden inwoners steeds centraal gezet. De samenwerking met de PU wordt als positief en betrouwbaar ervaren; eerdere gevoeligheden, zoals de voorgenomen benoeming van een tweede PU‑wethouder, zijn uitgesproken en afgerond. CU-SGP ziet een coalitie van CDA – PU – CU-SGP – VVD als meest logisch en stabiel. FvD wordt uitgesloten vanwege het ontbreken van een lokaal programma, Brede Horizon is verfrissend en vernieuwend, maar moet volgens hen nog bestuurlijke ervaring opdoen, en GL‑PvdA past minder bij de huidige koers van de raad, al bestaan er inhoudelijke raakvlakken. In een onderling gesprek met CDA en PU wil CU-SGP in de volgende fase na de verkenning, ‘de coalitievorming’, met deze 3 grootste partijen, en een vierde partij. Niet‑onderhandelbaar punt is het afwijzen van een coffeeshop. Inhoudelijk legt CU-SGP sterke nadruk op jeugdzorg en preventie, met inspiratie uit het IJslandse model (OKO aanpak).

Daarnaast wil de partij het armoedebeleid versterken, onder meer door minimaregelingen te verhogen en actiever inwoners op te zoeken. Op het gebied van erfgoed pleit CU-SGP voor financiële dekking bij monumenten en op het gebied van veiligheid voor wijk-/dorps-noodpunten. Het recycletarief moet blijven bestaan; nascheiding is volgens hen nu niet haalbaar. De uitvoeringskracht van de organisatie, vooral bij het ingenieursbureau (hier wordt hard gewerkt, maar we vragen ook veel als raad), vraagt versterking. Regionaal wil CU-SGP dat grenskwesties met Urk actief worden besproken. Gerda Knijnenberg wordt voorgedragen als wethouderskandidaat. CU-SGP hecht aan een rustige, respectvolle bestuursstijl en sterk dualisme. Ook buiten een coalitie ziet de partij zichzelf als constructieve, maar kritische oppositiepartij. Een vervolggesprek over financiën staat gepland. Tweede gespreksronde: financiën CU-SGP benadrukt dat de gemeente een bestedingshuishouding is en dat over grote projecten boven €10 miljoen, zoals het Werelderfgoedcentrum en Cultuurhuisvesting, pas een raadsbesluit wordt genomen als het aanbestedingsresultaat van de VO Campus bekend is. De VO-Campus krijgt prioriteit; eerst moeten resultaten en borging op orde zijn voordat aanbesteding kan starten.

Nieuwe besluiten worden zo nodig getemporiseerd, bestaande programma’s gaan voor, en lenen wordt pas op langere termijn verwacht. In het sociaal domein ziet CU-SGP ruimte voor meer maatwerk en outreachend werken binnen bestaande budgetten. Bijlage: Brief aan verkenner 23 maart.

ONS Noordoostpolder Bert-Jan Aling en Berthoo Lammers ONS Noordoostpolder kijkt terug op twee constructieve raadsperiodes waarin de partij bewust een duale bestuursstijl hanteerde: de raad bepaalt, het college voert uit. Het vertrek van de burgemeester zorgde voor onrust, maar volgens ONS functioneerde de raad in die periode volwassen en breed samenwerkend. De partij staat open voor samenwerking met alle fracties. Hoewel GL-PvdA inhoudelijk verder van hen afstaat, sluiten zij samenwerking niet uit. ONS vindt dat de verkiezingsuitslag serieus moet worden genomen en dat ook met FvD het gesprek moet worden gevoerd door in ieder geval het CDA. Mogelijke coalities variëren van combinaties met CU-SGP, CDA en VVD tot een variant met PU, dat ondanks eerdere spanningen nog steeds als betrouwbaar wordt gezien. Voorts geeft ONS, in gesprek met CDA, PU, CU-SGP aan dat ondanks de omstandigheden in de vorige raads- en collegeperiode, de wil er is om in de volgende fase na de verkenning, de ‘coalitievorming’ te participeren. De coffeeshopkwestie noemt ONS een voorbeeld van misgelopen procesvoering: voorwaarden waren onduidelijk en het debat escaleerde in de raad. Voor de toekomst is een coffeeshop voor ONS uitgesloten. Inhoudelijk zet ONS in op behoud van ruimtelijke kwaliteit en verzet tegen hoge windmolens in het buitengebied. De Lelylijn is een topprioriteit.

In de zorg ziet de partij een groot tekort door het ontbreken van een SEH en wil zij blijven pleiten voor betere voorzieningen. In het sociaal domein wil ONS de minimaregelingen handhaven op 120%. Bij cultuurhuisvesting, de Campus en het Welzijnsplein waarschuwt de partij voor financiële risico’s en onverwachte organisatorische gevolgen. Bestuurlijk benadrukt ONS het belang van strikt dualisme, transparantie en het BOB-model, met meer beeldvormende sessies bij grote projecten. Tweede gespreksronde: financiën ONS wil grote projecten zoals de Campus, cultuurhuisvesting en het Werelderfgoedcentrum herijken vanwege oplopende kosten en beperkte uitvoeringscapaciteit. Kerntaken gaan voor, minimabeleid moet betaalbaar blijven en niet naar 130%. In het sociaal domein wil ONS strakker sturen op kosten, contracten en jeugdzorg. Lenen ziet de partij alleen tijdelijk zitten; structureel lenen wijst zij af.

FvD Sandy IJntema en Jan van der Molen FvD is zeer tevreden met de verkiezingsuitslag en benadrukt dat zij met alle partijen willen samenwerken. De partij ziet inhoudelijke overeenkomsten met ONS en CDA, vooral op thema’s als asielopvang, duurzaamheid, windturbines en woningbouw. Burgerparticipatie is voor FvD een speerpunt: inwoners moeten eerder worden betrokken en via bindende referenda kunnen meebeslissen over grote onderwerpen zoals AZC’s, windturbines en woningbouw op landbouwgrond. Het huidige AZC mag blijven bestaan, maar FvD wil een afbouwscenario zonder nieuwe instroom. Regeldruk moet volgens FvD drastisch omlaag, omdat dorpen activiteiten laten schieten door complexe vergunningseisen. Ook netcongestie en energievoorziening zijn belangrijke zorgen; een kernreactor wordt als optie gezien. Over de Lelylijn is FvD kritisch: een snelle busverbinding heeft de voorkeur boven een spoorlijn. FvD verleent geen medewerking aan de Spreidingswet, wil geen voorrang voor statushouders voor woningen en afbouw AZC door geen nieuwe toelating van asielzoekers. FvD staat open voor samenwerking in de raad met de andere partijen, zoals vermindering van regeldruk bij plaatselijke evenementen Tweede ronde: financiën In de financiële tweede ronde reageert FvD geschrokken op de omvang van de investeringsopgave. De komende jaren moeten volgens hen sober worden ingevuld.

Grote projecten zoals het cultuurcentrum moeten worden uitgesteld; de Campus kan doorgaan, maar alleen met wettelijke duurzaamheidseisen en zonder extra ambities. FvD wil prioriteren, temporiseren en herijken, en staat open voor belastingaanpassingen of leningen als dat onvermijdelijk blijkt. In het sociaal domein wil de partij vooral inzetten op kwaliteit, preventie en snelle terugkeer van kinderen naar het gezin, met aandacht voor verantwoordelijkheid van ouders. De voorkeurscoalitie van FvD bestaat uit: FvD – ONS – VVD – PU – CDA.

GL-PvdA Lianne Mulder en Sandra Schrijver GL‑PvdA kijkt met gemengde gevoelens terug op de verkiezingsuitslag: de partij had gehoopt op groei, maar ziet dat de kiezer vooral op korte termijn heeft gereageerd. De opkomst van FvD verraste hen, maar ze waarderen dat de raad als geheel uit middenpartijen bestaat, wat volgens hen duidt op behoefte aan nuance en respectvolle politiek. GL‑PvdA benadrukt dat zij altijd vanuit inhoud en verbinding werkt en dat de fractie nu stabieler en productiever is dan voorheen. In samenwerking sluit GL‑PvdA alle partijen openlijk in, behalve FvD als coalitiepartner. Programmatisch liggen CDA, CU‑SGP en PU het dichtst bij hen; Brede Horizon wordt gezien als vernieuwend. Twee voorkeursvarianten dienen zich aan: CDA–CU‑SGP–PU–GL‑PvdA of CDA– CU‑SGP–GL‑PvdA–Brede Horizon–VVD. Beide zijn voor de partij gelijkwaardig. Inhoudelijk zet GL‑PvdA sterk in op sociale zekerheid, toegankelijk minimabeleid en het tegengaan van niet‑gebruik. Veiligheid, vooral voor vrouwen, is een belangrijk thema. Op wonen wil de partij vasthouden aan minimaal 30% sociale huur en waar mogelijk 40%, met aandacht voor betaalbaarheid en leefbaarheid. Duurzaamheid moet betaalbaar blijven, met per project maatwerk tussen BENG en ENG.

Financieel wil GL‑PvdA zorgvuldig opereren: OZB‑aanpassingen zijn bespreekbaar, vooral voor niet‑woningen, maar altijd binnen draagkracht van inwoners en bedrijven. De partij staat open voor het aantrekken van vreemd vermogen om voorzieningen op peil te houden. Bestuurlijk wil GL‑PvdA het dualisme versterken, wethouders benaderbaar houden voor alle fracties en de raad beter toerusten op financiële kennis. De partij heeft vertrouwen in de voorgedragen wethouders van CDA en CU‑SGP en ziet hun eigen wethouder graag doorgaan met duurzaamheid als speerpunt. Tweede gespreksronde: financiën GL-PvdA heeft een document verstrekt over de financiële staat, investeringsprojecten onder andere voor klimaat, belangrijke items, zoals armoedebeleid en jeugdzorg en beheersing van de financiën, zoals belastingen. GL‑PvdA wil prioriteren op veiligheid, onderwijs en vervangingsopgaven, grote projecten faseren en strakker bundelen vanwege beperkte uitvoeringscapaciteit. Herijking is mogelijk, maar betrouwbaarheid richting eerdere besluiten blijft belangrijk; lenen is geen taboe als het nodig is. In jeugdzorg wil de partij inzetten op preventie, systeemaanpak en maatwerk, met ruimte voor 130% minimabeleid waar passend. Financieel ziet GL‑PvdA kansen in subsidies en een hogere bedrijfs‑OZB, gecombineerd met kritisch kijken naar GR-en en grote investeringen.

Bijlage: Brief aan de verkenner over financiën.

BIJLAGE: BRIEF GroenLinks-PvdA, 26 maart 2026

1. Hoe kijkt uw partij aan tegen het feit dat de gemeente een investeringsopgave heeft die groter is dan de beschikbare financieringsruimte? De investeringsopgave in de Noordoostpolder is aanzienlijk groter dan de beschikbare middelen (ca. €173 miljoen aan lopende raadsbesluiten en > €100 miljoen in voorbereiding tegenover ongeveer €160 miljoen beschikbare kasstromen). Daarom maken wij duidelijke keuzes: Onze volgorde van handelen 1. Prioriteren altijd eerst We prioriteren op basis van: 

Veiligheid.

Wettelijke taken.

Noodzakelijke vervangingsopgaven.

Vervolgens, in deze volgorde: leefbaarheid, kansengelijkheid, wonen, bereikbaarheid en als laatste ondernemersklimaat. 2. Temporiseren gefaseerd uitvoeren Grote projecten faseren we indien dat financieel of qua uitvoeringscapaciteit nodig is.  

Projecten bundelen: één aanbesteding voor meerdere dorps- of wijkprojecten verlaagt kosten en maakt fasering makkelijker. Programmasturing invoeren: werkt met “opgaveclusters”, zodat onderbesteding (nu regelmatig zichtbaar) eerder wordt gesignaleerd en benut kan worden. Stoppen met projecten die structureel geen eigenaar of trekker hebben: deze kosten ambtelijke capaciteit en creëren schijninvesteringen.

3. Financiering aantrekken selectief en strategisch We kijken nadrukkelijk naar (co)financieringen en subsidies en passen deze slim toe voor bestaande opgaven, denk bijvoorbeeld aan: 

SNN (Samenwerkingsverband Noord-Nederland), dat economische ontwikkeling, innovatie en regionale projecten in Noord-Nederland ondersteunt. [ugoo.nl]

Regio Zwolle, dat via regionale samenwerking investeert in leefbaarheid en bereikbaarheid.

Provincie Flevoland.

4. Schrappen alleen waar de noodzaak ontbreekt Bestaande besluiten willen we herijken maar liever niet schrappen vanwege bestuurlijke betrouwbaarheid. Een uitzonderling is de herijking van het BOR in 2025, deze zou wel geschrapt kunnen worden.  Nieuwe projecten starten we alleen als er dekking is of voldoende cofinanciering.  Werkbezoeken inzetten om draagvlak voor fasering te creëren (bijv. dorpen betrekken bij fasering in plaats van schrappen). Coalitie-afspraken over gezamenlijke prioriteiten → voorkomt dat elke partij zijn eigen nieuwe projecten erdoor drukt.  Communicatie framen als “verstandig plannen” in plaats van “bezuinigen”. Aanvullende inkomsten 

OZB niet-woningen kan omhoog.

Toeristenbelasting kan iets omhoog (effect beperkt).

OZB woningen alleen beperkt, met aanpassing van kwijtschelding om lage inkomens te beschermen.

5. Beleidsmatige “kostenstoppers” instellen  

Maximeren van gronduitgifte-infrastructuurverplichtingen (gemeente draait nu soms te veel op voor gebiedsontwikkelingen). Strakkere regels voor meerwerk bij bouwprojecten.

2. Wat vindt uw partij een verantwoorde balans tussen grote investeringsambities en risico’s (capaciteit, kosten, inflatie, geopolitiek)? Wij kiezen voor een adaptief financieel kader: koersvast, maar met duidelijke momenten om bij te sturen. Ons afwegingskader 1. Adaptief beleid Wanneer zich substantiële wijzigingen voordoen in: 

Algemene uitkering (meicirculaire, septembercirculaire).

Renteontwikkeling.

Loon- en prijsstijgingen.

… dan evalueren we de investeringsagenda opnieuw. 2. Uitvoeringscapaciteit is een harde randvoorwaarde We willen actief onderbesteding monitoren. Projecten die jaren blijven liggen, worden niet automatisch doorgeschoven zonder evaluatie. Uitvoeringscapaciteit als sturingsknop. 3. Verbonden partijen en samenwerkingsverbanden strak begroten Als het Rijk gemeenten niet compenseert voor loon- en prijsstijgingen, hanteren wij dezelfde lijn richting onze samenwerkingsverbanden. 4. Lange termijn visie vasthouden Adaptiviteit betekent geen ad-hoc beleid. We willen blijven sturen op een toekomstbeeld (NOP 2035) zodat keuzes consistent blijven.

3. Is uw partij bereid reserves in te zetten voor investeringen, ondanks structurele rentelasten? Onze lijn: reserves zijn incidenteel, rentelasten zijn structureel; dus terughoudend inzetten. Uit de presentatie blijkt dat: 

Inzet van €33 mln beleidsreserves leidt tot €1,0–1,3 mln rentelast.

Inzet van €14 mln GREX-reserves leidt tot €0,4–0,6 mln rentelast.

Totale inzetbare investeringscapaciteit via reserves (≈€95 mln) leidt tot structureel €5,9 mln exploitatie-effect.

Onze uitgangspunten 

Reserves alleen incidenteel inzetten met strakke duidelijk spelregels.

Mogelijk inzetten voor eenmalige investeringen, zoals cultuurhuisvesting of specifieke IHP-elementen.

Bestemmingsreserves kunnen worden herijkt, maar altijd afgewogen.

Voordat we in het sociaal domein snijden, kijken we kritisch naar investeringen in asfalt en stenen.

Hoe financieren we rentelasten? 

Fasering van projecten.

Eventuele opbrengstenstijgingen (OZB niet-woningen, toeristenbelasting).

Zoeken naar cofinancieringen/ subsidies via oa SNN, Regio Zwolle en provincie Flevoland waar passend.

Schrappen van niet-noodzakelijke uitbreidingen.

4. Hoe beoordeelt uw partij de risico’s rond toekomstige kortingen en onzekerheden in de algemene uitkering? De financiële positie van gemeenten is onzeker, mede door aangekondigde kortingen vanaf 2027–2028, herverdeling van het gemeentefonds en risico’s in de jeugdzorg. Onze aanpak 1. Sterke gemeentelijke lobby via M50 en VNG We willen actief inzetten op politiek overleg en agendering via de M 50 en VNG om structurele onderfinanciering tegen te gaan. 2. Flexibel meerjarenbeleid Nieuwe afspraken koppelen wij aan de Voorjaarsnota, Meicirculaire en Septembercirculaire, zodat we kunnen opschalen of afschalen wanneer de financiële ruimte verandert. 3. Jaarlijkse toets op structurele risico’s Met name rentelasten en impact van investeringen worden jaarlijks tegen het licht gehouden. 4. Geen nieuwe structurele uitgaven zonder structurele dekking

VVD Linda Verduin en Jasper van Os De VVD kijkt positief terug op de afgelopen coalitieperiode en waardeert de constructieve samenwerking, ondanks bestuurlijke onrust. De partij ziet zichzelf als een bestuurderspartij en voelt zich thuis in een coalitie. Een basiscombinatie met CDA, VVD en PU ligt volgens hen voor de hand, aangevuld met een vierde partij zoals ONS, GL-PvdA of CU-SGP. De wil is er bij de VVD om na de verkenningsfase deel te nemen aan de formatiefase in deze samenstelling. Wel twijfelt de VVD aan de bestuurlijke stabiliteit van ONS gezien de vorige periode Inhoudelijk past ONS wel goed. Over FvD is de VVD neutraal: lokaal zijn er geen problemen, maar landelijke standpunten passen niet altijd bij de Noordoostpolder. Inhoudelijk wil de VVD het minimabeleid niet verder uitbreiden vanwege de armoedeval. Extra duurzaamheidsambities bovenop landelijke verplichtingen moeten kritisch worden beoordeeld, zeker bij grote projecten zoals de VO-Campus. Regeldruk moet omlaag en vergunningverlening sneller. Veiligheid is een belangrijk thema: de VVD pleit voor tijdelijk cameratoezicht op hotspots. Financieel geeft de partij haar visie, met vervolg in het tweede gesprek. Er moet niet stug vastgehouden worden aan het recycletarief. De balans tussen milieuresultaat, kosten en dienstverlening is volgens de partij zoekgeraakt.

Dit kan betekenen dat het recycletarief heroverwogen moet worden Bestuurlijk wil de VVD stevig vasthouden aan dualisme en een raad die zijn controlerende rol voluit pakt. In een vervolggesprek wordt dieper ingegaan op de financiële keuzes. Tweede gespreksronde: financiën De VVD geeft aan dat de financiële opgave absoluut geen nieuws is en houdt vast aan de volgorde prioriteren, temporiseren, versoberen en pas daarna extern financieren. Duurzaamheidsplussen en prestigeprojecten moeten kritisch worden beoordeeld, terwijl kerntaken zoals schoolgebouwen en noodzakelijke infrastructuur hoe dan ook moeten gebeuren. Belastingen verhogen is volgens de VVD geen oplossing. De VVD vindt het belangrijk om de dekking van structurele rentelasten te vinden binnen de reguliere gemeentelijke taken; in die context werden de kerntaken en het efficiënter werken genoemd. Lenen kan, maar pas wanneer echt nodig, en de partij rekent erop dat het Rijk bij nieuwe jeugdzorgtaken niet zal wegkijken.

Brede Horizon Wim van Wegen & Annet Schaap Brede Horizon is een nieuwe partij (opgericht in 2025) die bewust heeft gebouwd aan een brede, goed voorbereide groep kandidaten. De partij kreeg twee zetels en ziet haar ontstaan als antwoord op de groeiende afstand tussen inwoners en politiek. Het herstellen van vertrouwen, rust en stabiliteit is voor hen een centrale opdracht. Brede Horizon staat open voor samenwerking met vrijwel alle partijen, behalve FvD vanwege gebrek aan lokale inbedding en bestuurlijke twijfel. ONS wordt niet uitgesloten, maar gezien de afgelopen bestuursperiode niet als logische coalitiepartner gezien de verrichtingen in het afgelopen college. Wel wordt er prima met ONS samengewerkt in de raad. Met CDA, CU SGP, PU, VVD en PvdA-GL heeft de partij goede ervaringen; stabiliteit (CDA, CU SGP) en vernieuwingskracht (PU) spreken hen aan. Een ideale coalitie zou bestaan uit CDA, CU SGP en PU, aangevuld met een vierde partij — eventueel Brede Horizon zelf. Inhoudelijk richt de partij zich sterk op inwonersparticipatie en democratische vernieuwing. Ze willen laagdrempelige vormen van betrokkenheid zoals open werkplekken, creatieve werkplaatsen en politiek cafés. Cultuur, kunst, sport en ontmoetingsplekken zijn voor hen essentieel voor sociale cohesie. De wens bestaat om een lange termijnvisie voor Noordoostpolder te ontwikkelen.

Ook benadrukt Brede Horizon het belang van een gezonde bestuurscultuur: dualisme mag steviger, de raad mag kritischer zijn, maar altijd met behoud van respect en samenwerking. Stabiliteit in het bestuur is voor de komende periode cruciaal. De partij spreekt vertrouwen uit in ervaren wethouderskandidaten van CDA, CU SGP en PU. Tweede gespreksronde: financiën Brede Horizon wil projecten vooral herijken: grote investeringen zoals de VO‑Campus moeten worden getemporiseerd en gefaseerd om ze beheersbaar te houden. Lenen is geen taboe, maar alleen voor projecten met duidelijke maatschappelijke waarde; lasten voor inwoners en bedrijven wil de partij niet verhogen. In de jeugdzorg ziet Brede Horizon kansen om kosten te beheersen door betere sturing en meer collectieve oplossingen. Stabiliteit, realisme en goed projectmanagement zijn voor hen leidend in de financiële keuzes richting 2040.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2342/documents/44246