A36 00 Provincie Flevoland - Ontwikkelingen tav N50 Ramspol - Hattemerbroek.PDF
Tekst van het document
Opdrachtgever: Provincie Flevoland Project:
2021
Datum:
2-7-2021
Verbreding N50 Kampen-Zuid - HattemerbroVersie:
Prijspeil:
01
Projectcode:
124548
Colofon
Status:
Definitief
Auteur:
Glenn Kofman
PROJECT:
VERBREDING N50 KAMPEN-ZUID - HATTEMERBROEK
PROJECTFASE
SCHETSONTWERP
Scopebeschrijving en/of uitgangspunten Uitgegaan van: - Deterministische raming van investeringskosten (§ 7.1 id 2.4 en 2.5) - Bedrijfseconomische raming (§ 7.1 lid 1.7) - Hoeveelhedenboek Standaard - Hoeveelheden overzicht SSK-raming N50 v02, d.d. 12-05-2021 - 2250141-v2-Opslagpercentages_SSK-ramingen_Flevoland
Nader te detailleren omvat o.a. (opsomming niet uitputtend): - Aanpassing VRI installaties
- Kabels en leidingen
- Voorbelasting
- Landschappelijke inpassing
- Verlichting, geluidsmaatregelen - Wegmarkering en -inrichting - Groenwerkzaamheden
Risico's: - Risico's niet gekwantificeerd (kans x gevolg), geen risicosessies gehouden (§ 7.1 lid 2.2) - In de objecten is rekening gehouden met objectgebonden risico's, het betreft een voorziening voor met name technische risico's - Er is rekening gehouden met projectgebonden risico's, het betreft hier met name overige risico's zoals juridische, organisatorische, maatschappelijke, ruimte ijke en financiële risico's.
Niet inbegrepen zijn kosten voor: Bouwkosten
Vastgoedkosten
- Verkeersmaatregelen en omleidingen
- Grondverwerving
- Saneringen (PFAS, bodem, grondwater, asbest etc.)
- Planschade
- Bodemvreemde materialen / NGE / archeologie
- Nadeelcompensatie
Levensduurkosten (§ 7.1 lid 2.1)
Overige bijkomende kosten
- Beheer en onderhoud
- Mitigerende maatregelen agv benoemde risico's
- (grote) vervangingen - Exploitatiekosten - Sloopkosten (einde levensduur) - Rentekosten
Overige (scope) uitsluitingen - Onzekerheidsreserve - Reservering scopewijzigingen - Kosten voortvloeiende uit EMVI-criteria
Colofon Projectleider:
ing. W.R. Grisnich
Projectdirecteur:
ir. A.S. van Beinum
Versie SSK:
CROW Pub icatie 137 (2010) [genoemde § nummers refereren hiernaar]
Versie ramingmodel:
W+B SSK-2010 Rekenmodel 3.05a (26-2-2020)
1 | 6 Witteveen+Bos | 124548 | Definitief 01
Opdrachtgever: Provincie Flevoland
Prijspeil:
2021
Datum:
2-7-2021
Project:
Verbreding N50 Kampen-Zuid - Hattemerbroek
Versie:
01
Projectcode:
124548
Projectsamenvatting
Status:
Definitief
Auteur:
Glenn Kofman
code post
omschrijving post
Totaal Directe kosten
Directe kosten
Indirecte
Benoemd
Nader te detailleren
kosten
Voorziene
Risico-
kosten
reservering
INVESTERINGSKOSTEN (Indeling naar categorie) BK01
Bouwkosten Perceel 1: Hoofdrijbaan N50
€
15.718.427
€
3.143.685
€
4.236.713
€
23.098.825
€
2.309.883
€
25.408.708
BK02
Bouwkosten Perceel 2: VZP en aansluiting
€
2.983.172
€
596.634
€
804.078
€
4.383.884
€
438.388
€
4.822.273
BK
TOTAAL BOUWKOSTEN
€
18.701.598
€
3.740.320
€
5.040.791
€
27.482.709
€
2.748.271
€
30.230.980
VK
TOTAAL VASTGOEDKOSTEN
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
€
-
EK
TOTAAL ENGINEERINGSKOSTEN
€
7.420.332
€
-
€
-
€
7.420.332
€
742.033
€
8.162.365
OBK
TOTAAL OVERIGE BIJKOMENDE KOSTEN
€
1.236.722
€
-
€
-
€
1.236.722
€
123.672
€
1.360.394
€
27.358.652
€
3.740.320
€
5.040.791
€
36.139.763
INV
SUBTOTAAL INVESTERINGSKOSTEN
OORINV
Objectoverstijgende risico's
SINV
Scheefte
INVESTERINGSKOSTEN DETERMINISTISCH
€
INVESTERINGSKOSTEN PROBABILISTISCH (Mu-waarde) BTW
BTW
inclusief
INVESTERINGSKOSTEN INCLUSIEF BTW Bandbreedte: met 70% zekerheid iggen de investeringskosten inclusief BTW tussen
2 | 6 Witteveen+Bos | 124548 | Definitief 01
27.358.652
€
3.740.320
€
5.040.791
€
36.139.763
€
3.613.976
€
39.753.739
€
3.975.374
€
3.975.374 43.729.113
€
7.589.350
€
€
-
€
-
€
36.139.763
€
7.589.350
€
43.729.113
€
7.358.495
€
1.593.764
€
8.952.259
€
43.498.258
€
€
52.681.372
€
36.876.960
€
68.485.784
9.183.114 en
Variatiecoëfficiënt (geschat)
30%
Risico's in relatie tot de voorziene kosten
21%
Opdrachtgever: Provincie Flevoland
Prijspeil:
2021
Datum:
2-7-2021
Project:
Versie:
01
Projectcode:
124548
Status:
Definitief Auteur:
Verbreding N50 Kampen-Zuid - Hattemerbroek
(Deel)raming: Perceel 1: Hoofdrijbaan N50 code post
omschrijving post
hoeveelheid eenheid
Glenn Kofman prijs
totaal
1
INVESTERINGSKOSTEN 10
Voorbereidende werkzaamheden
100120
Opbreken en afvoeren bestaand asfalt (d=10 cm)
98.560,00
m2
Totaal Voorbereidende werkzaamheden
€
6,00
€
591.360,00
€
591.360,00
20
Grondwerk
200110
Ontgraven grond, vervoer naar depot en verwerken in depot
238.600,00
m3
€
4,50
€
1.073.700,00
200120
Aanvullen grond, vervoer en ontgraven vanuit depot
161.900,00
m3
€
4,50
€
728.550,00
200130
Afvoeren grond (enkele reis <25 km)
76.800,00
m3
€
8,00
€
614.400,00
€
2.416.650,00
€
100,00
€
2.386.500,00
Totaal Grondwerk 30
Verhardingen
300120
Leveren en aanbrengen asfalt deklaag
23.865,00
ton
300130
Leveren en aanbrengen tussenlaag
19.090,00
ton
€
65,00
€
1.240.850,00
300140
Leveren en aanbrengen onderlagen
33.580,00
ton
€
55,00
€
1.846.900,00
300150
Leveren en aanbrengen menggranulaat 0/31,5
119.666,67
m2
€
5,50
€
658.166,67
300160
Leveren en aanbrengen zand
109.700,00
m3
€
15,00
€
1.645.500,00
€
7.777.916,67
€
2.250,00
€
2.520.000,00
€
2.520.000,00
€
125,00
€
2.412.500,00
€
2.412.500,00 €
15.718.427
Totaal Verhardingen 40
Kunstwerken
400110
Kunstwerk Kamperstraatweg (43 m overspanning) (complex)
1.120,00
m2
Totaal Kunstwerken 50
Overige
500110
Bermbeveiliging - geleiderail
19.300,00
Totaal Overige
m
Benoemde directe bouwkosten NTD011
Nader te detailleren bouwkosten
20,0%
€
15.718.427
Directe bouwkosten
€
3.143.685
€
18.862.112
IK016
Eenmalige kosten
1,0%
€
18.862.112
€
188.621
IK017
Algemene bouwplaatskosten
3,0%
€
18.862.112
€
565.863
IK019
Uitvoeringskosten
5,0%
€
18.862.112
€
943.106
IK0110
Algemene kosten
7,0%
€
20.559.702
€
1.439.179
IK0111
Winst
3,0%
€
21.998.881
€
659.966
IK0112
Risico
2,0%
€
21.998.881
€
439.978
Indirecte bouwkosten
22%
€
4.236.713
€
23.098.825
VZBK
Voorziene bouwkosten
RBK013
Niet benoemd objectrisico bouwkosten
RBK
Risico's bouwkosten
3 | 6 Witteveen+Bos | 124548 | Definitief 01
10,0% 10%
€
23.098.825
€
2.309.883
€
2.309.883
Opdrachtgever: Provincie Flevoland
Prijspeil:
2021
Datum:
2-7-2021
Project:
Versie:
01
Projectcode:
124548
Status:
Definitief Auteur:
Verbreding N50 Kampen-Zuid - Hattemerbroek
(Deel)raming: Perceel 1: Hoofdrijbaan N50 code post
omschrijving post
hoeveelheid eenheid
Glenn Kofman prijs
totaal
1
BK01
Bouwkosten Perceel 1: Hoofdrijbaan N50
€
25.408.708
VK01
Vastgoedkosten Perceel 1: Hoofdrijbaan N50
€
-
EK011
Engineeringskosten aannemer (UAVGc
12,0%
€
23.098.825
€
2.771.859
EK013
Engineeringskosten opdrachtgever UAVGc
15,0%
€
23.098.825
€
3.464.824
€
6.236.683
Benoemde directe engineeringskosten EK0118
Niet benoemd objectrisico engineeringskosten
EK01
Engineeringskosten Perceel 1: Hoofdrijbaan N50
10,0% 30%
OK011
Leges en heffingen
2,0%
€
€
6.236.683
23.098.825
Benoemde directe overige bijkomende kosten OK0137
Niet benoemd objectrisico overige bijkomende kosten
OBK01
Overige bijkomende kosten Perceel 1: Hoofdrijbaan N50
INV01
Totaal investeringskosten Perceel 1: Hoofdrijbaan N50
4 | 6 Witteveen+Bos | 124548 | Definitief 01
10,0% 5%
€
1.039.447
€
623.668
€
6.860.351
€
461.977
€
1.039.447
€
103.945
€
1.143.392
€
33.412.451
Opdrachtgever:Provincie Flevoland
Prijspeil:
Project:
Verbreding N50 Kampen-Zuid - Hattemerbroek
(Deel)raming: Perceel 2: VZP en aansluiting code post
omschrijving post
2021
Datum:
Versie:
01
Projectcode:
Status:
Definitief Auteur:
hoeveelheid eenheid
2-7-2021 124548 Glenn Kofman prijs
totaal
2
INVESTERINGSKOSTEN 20
Grondwerk
200220
Aanvullen grond, vervoer en ontgraven vanuit depot
76.700,00
m3
€
4,50
€
200240
Leveren en aanbrengen zand
76.500,00
m3
€
15,00
€ 1.147.500,00
€
1.492.650,00
Totaal Grondwerk
345.150,00
30
Verhardingen
300290
Leveren en aanbrengen asfalt deklaag
946,00
ton
€
100,00
€
94.600,00
300300
Leveren en aanbrengen tussenlaag
943,00
ton
€
65,00
€
61.295,00
300310
Leveren en aanbrengen onderlagen
1.472,00
ton
€
55,00
€
80.960,00
300320
Leveren en aanbrengen menggranulaat 0/31,5
7.666,67
m2
€
5,50
€
42.166,67
300330
Leveren en aanbrengen zand
5.400,00
m3
€
15,00
€
81.000,00
€
360.021,67
1.750,00
€
612.500,00
€
518.000,00
€
2.983.172
€
596.634
€
3.579.806
Totaal Verhardingen 40
Kunstwerken
400220
Nieuw kunstwerk ri. Verzorgingsplaats (31m overspanning)
350,00
m2
€
400230
Keerwand, kerende hoogte 1-7m
280,00
m
€
1.850,00
€
1.130.500,00
Totaal Kunstwerken Benoemde directe bouwkosten NTD021
Nader te detailleren bouwkosten
20,0%
€
2.983.172
Directe bouwkosten IK026
Eenmalige kosten
1,0%
€
3.579.806
€
35.798
IK027
Algemene bouwplaatskosten
3,0%
€
3.579.806
€
107.394
IK029
Uitvoeringskosten
5,0%
€
3.579.806
€
178.990
IK0210
Algemene kosten
7,0%
€
3.901.989
€
273.139
IK0211
Winst
3,0%
€
4.175.128
€
125.254
IK0212
Risico
2,0%
€
4.175.128
€
83.503
Indirecte bouwkosten
22%
€
804.078
€
4.383.884
€
438.388
€
438.388
VZBK
Voorziene bouwkosten
RBK023
Niet benoemd objectrisico bouwkosten
RBK
Risico's bouwkosten
BK02
Bouwkosten Perceel 2: VZP en aansluiting
€
4.822.273
VK02
Vastgoedkosten Perceel 2: VZP en aansluiting
€
-
EK021
Engineeringskosten aannemer (UAVGc
12,0%
€
4.383.884
€
526.066
EK023
Engineeringskosten opdrachtgever UAVGc
15,0%
€
4.383.884
€
657.583
€
1.183.649
Benoemde directe engineeringskosten
5 | 6 Witteveen+Bos | 124548 | Definitief 01
10,0%
€
4.383.884
10%
Opdrachtgever:Provincie Flevoland
Prijspeil:
Project:
Verbreding N50 Kampen-Zuid - Hattemerbroek
(Deel)raming: Perceel 2: VZP en aansluiting code post
omschrijving post
2021
Datum:
Versie:
01
Projectcode:
Status:
Definitief Auteur:
hoeveelheid eenheid
2-7-2021 124548 Glenn Kofman prijs
totaal
2
EK0218
Niet benoemd objectrisico engineeringskosten
EK02
Engineeringskosten Perceel 2: VZP en aansluiting
10,0% 30%
OK021
Leges en heffingen
2,0%
€
€
1.183.649
4.383.884
Benoemde directe overige bijkomende kosten OK0237
Niet benoemd objectrisico overige bijkomende kosten
OBK02
Overige bijkomende kosten Perceel 2: VZP en aansluiting
INV02
Totaal investeringskosten Perceel 2: VZP en aansluiting
6 | 6 Witteveen+Bos | 124548 | Definitief 01
10,0% 5%
€
197.275
€
118.365
€
1.302.014
€
87.678
€
197.275
€
19.727
€
217.002
€
6.341.288
Verbreding N50 Kampen Zuid – Hattemerbroek Uitgangspuntennotitie
Provincie Flevoland/Overijssel 10 maart 2021
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Leeswijzer
5
2
ALGEMENE UITGANGSPUNTEN
6
2.1
Systeemomschrijving
6
2.2
Van toepassing zijnde documenten
7
2.3
Ontwerpsnelheid
7
3
TECHNISCHE UITGANGSPUNTEN
8
3.1
Horizontaal alignement
8
3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4
8 8 9 9
3.2
3.3
3.4
3.5
Horizontale rechtstand Horizontale boog Overgangsboog Verkanting
Verticaal alignement
9
3.2.1 3.2.2 3.2.3
10 10 10
Hellingen Verticale bolle boog Verticale holle boog
Dwarsprofiel
11
3.3.1 3.3.2 3.3.3 3.3.4
11 12 13 13
Standaard wegprofiel met obstakelvrije bermen Standaard wegprofiel met bermbeveiliging Standaard wegprofiel invoeg- of uitvoeg- en weefstrook Standaard wegprofiel toe en afritten
Kruispunten
14
3.4.1 3.4.2 3.4.3 3.4.4
Globale vormgeving Aandachtspunten bij de uitwerking Uitvoeging Invoeging
14 15 17 18
Aansluiting Verzorgingsplaats en Hotel Zalkerbroek
18
3.5.1
19
Horizontaal alignement
1 INLEIDING
Door het aanpassen van de N50 tussen Kampen en Kampen Zuid, dat voor de komende jaren op de planning staat, kan er nieuw knelpunt in de doorstroming op de N50 ontstaan: het gedeelte tussen Kampen Zuid en knooppunt Hattemerbroek. De N50 tussen Kampen Zuid en knooppunt Hattemerbroek is in de huidige vorm een autoweg met 3 rijstroken, waarbij de derde rijstrook afwisselend richting Kampen Zuid en richting knooppunt Hattemerbroek leidt. Dit gedeelte van de N50 kan worden verbreed naar 2 x 2 rijstroken, waarmee de capaciteit significant wordt uitgebreid, en toekomstige knelpunten kunnen worden voorkomen. De provincies Flevoland en Overijssel hebben Witteveen+Bos gevraagd een schetsontwerp van de verbrede N50 op te stellen, en dit schetsontwerp vervolgens te ramen. Hiermee ontstaat een inschatting van de investeringskosten voor deze verbreding. In voorliggende notitie zijn de uitgangspunten voor het schetsontwerp opgenomen.
In deze fase van het ontwerp zijn er veel kansen en risico’s, die niet onderzocht zijn en waarvan de invloed nog niet duidelijk is. Daarom is uitgegaan van een realistisch en haalbaar ontwerp, waarbij achteraf optimalisaties mogelijk kunnen zijn. Eventuele kansen met betrekking tot kostenbesparingen zijn daarmee geen onderdeel van de raming.
1.1
Leeswijzer
5 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
Deze uitgangspuntennotitie is opgedeeld in twee delen, de algemene en technische uitgangspunten. In hoofdstuk 2 zal het gaan over de algemene uitgangspunten. Dit zijn onderwerpen zoals de ontwerpsnelheid en de uitgangspunten per wegvak. Hoofdstuk 3 gaat in op de technische uitgangspunten. Hier zullen onderwerpen zoals alignementen, dwarsprofielen en kruispunten worden behandeld.
2 ALGEMENE UITGANGSPUNTEN 2.1
Systeemomschrijving
In onderstaande tabel zijn de uitgangspunten voor de ligging en werkzaamheden opgenomen. Deze zijn opgesplitst in 2 tabellen: de eerste tabel betreft de wegen, de tweede tabel betreft de kunstwerken. Per wegvak of kunstwerk is toegelicht waar de extra benodigde ruimte wordt gezocht, welke werkzaamheden noodzakelijk zijn en welke onderdelen worden uitgewerkt in het schetsontwerp. Tabel 1 Uitgangspunten ligging en werkzaamheden wegvakken Locatie
Uitgangspunt
Aansluiting Kampen Zuid
Aansluiten met stroomweg 2 x 2 op ontwerp planstudie N50 Kampen - Kampen Zuid, direct zuidelijk van de kunstwerken over het Reevediep.
Wegvak Kampen Zuid Zalkerbroek
Opwaarderen van de huidige situatie naar een volledige stroomweg met 2 rijstroken per richting. De huidige rijbaan wordt hergebruikt voor de rijbaan richting Hattemerbroek. De nieuwe rijbaan richting Kampen Zuid wordt geheel nieuw aangelegd tussen de huidige weg en de spoorlijn.
Wegvak Zalkerbroek
Opwaarderen van de huidige situatie naar een volledige stroomweg met 2 rijstroken per richting. De huidige rijbaan wordt hergebruikt voor de rijbanen in beide richtingen. Het verkeerslicht bij Zalkerbroek vervalt, en wordt vervangen door een ongelijkvloerse kruising. Hiervoor worden tussen de huidige rijbaan en het spoor een nieuwe toe- en afrit aangelegd.
Wegvak Zalkerbroek Hattemerbroek
Opwaarderen van de huidige situatie naar een volledige stroomweg met 2 rijstroken per richting. De huidige rijbaan wordt hergebruikt voor de rijbaan richting Hattemerbroek. De nieuwe rijbaan richting Kampen Zuid wordt geheel nieuw aangelegd tussen de huidige weg en de spoorlijn.
Knooppunt Hattemerbroek
Aansluiten met stroomweg 2 x 2 ter plaatse van de huidige verbindingswegen Kampen richting Amersfoort (aansluiten op begin uitvoeger) en Zwolle richting Kampen (aansluiten op eind invoeger).
Tabel 2 Uitgangspunten kunstwerken Locatie
Uitgangspunt
Kunstwerken over de bypass
N50 over de kunstwerken Reevediep zit in de Kampen - Kampen Zuid, dus geen onderdeel van deze scope.
Kunstwerk De Dompe (Jules van Hasseltweg)
Beschikbare ruimte onder het kunstwerk voldoet. De rijbaan richting Hattemerbroek blijft op de huidige locatie liggen. De rijbaan richting Kampen Zuid passeert het kunstwerk aan de andere kant van de pijler.
Kunstwerk Koelucht (Kamperstraatweg)
Huidige breedte van het kunstwerk is onvoldoende voor 2 x 2 rijstroken. De rijbaan richting Hattemerbroek blijft op het huidige kunstwerk liggen, waarbij deklaag en markering worden vervangen. De rijbaan richting Kampen Zuid komt op een nieuw kunstwerk tussen het huidige kunstwerk en het spoorviaduct.
Kunstwerk Zalkerbroek
Om de nieuwe ongelijkvloerse kruising te faciliteren (zie tabel hierboven) is een nieuw kunstwerk benodigd, met voldoende breedte voor de overgaande weg richting de verzorgingsplaats.
6 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
Locatie
Uitgangspunt
Kunstwerk Buckhorst (Burgemeester Hardenbergweg)
Beschikbare ruimte onder het kunstwerk voldoet. De rijbaan richting Hattemerbroek blijft op de huidige locatie liggen. De rijbaan richting Kampen Zuid passeert het kunstwerk aan de andere kant van de pijler.
2.2
Van toepassing zijnde documenten
Voor het ontwerp van de N50 zijn diverse richtlijnen van toepassing. Onderstaande richtlijnen van het CROW worden gebruikt voor de uitwerking van de verbreding van de N50 tussen aansluiting Kampen-Zuid en knooppunt Hattemerbroek:.
CROW publicatie
Versie
CROW 202 Handboek veilige inrichting van bermen
November 2004
CROW 207 Richtlijnen voor de bebakening en markering van wegen
Februari 2015
CROW 328 Handboek Wegontwerp (HWO) - Basiscitera Wegontwerp
November 2013
CROW 330 Handboek Wegontwerp (HWO) - Gebiedsontsluitingswegen
November 2013
CROW 331 Handboek Wegontwerp (HWO) - Regionale Stroomwegen
November 2013
2.3
Ontwerpsnelheid
De N50 valt in de wegcategorie Regionale Stroomwegen, hiervoor wordt voor de verbreding van de N50 tussen aansluiting Kampen-Zuid en knooppunt Hattemerbroek een ontwerpsnelheid van 100 Km/h gehanteerd. Dit betekend dat de maatvoering wordt toegepast vanuit de richtlijn, zoals deze voor een Regionale Stroomweg met een ontwerpsnelheid van 100 Km/h van toepassing zijn. De aansluiting op het verzorgingsgebied valt in de wegcategorie Gebiedsontsluitingswegen, hiervoor geldt een ontwerpsnelheid van 80 Km/h. Dit betekend dat de maatvoering wordt toegepast vanuit de richtlijn, zoals deze voor een Gebiedsontsluitingsweg met een ontwerpsnelheid van 80 Km/h is voorgeschreven.
7 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
3 TECHNISCHE UITGANGSPUNTEN
3.1
Horizontaal alignement
Het horizontaal alignement is opgebouwd uit rechtstanden, bogen en overgangsbogen. Vooral uit overwegingen van verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling, maar ook gelet op rijcomfort en voertuigeigenschappen moeten aan eisen worden gesteld. Voor het bepalen van het horizontaal alignement van de N50 wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van het bestaande alignement en de bestaande wegverharding. In deze paragraaf wordt in detail ingegaan op de ruimtelijke elementen die deel uitmaken van het horizontale alignement van de N50.
3.1.1
Horizontale rechtstand
Toepassen van lagen horizontale rechtstanden in het alignement van een weg wordt zo veel mogelijk vermeden om een afwisselen wegbeeld te bereiken. Vanwege de verkeersveiligheid en de esthetica moeten lange rechtstanden worden vermeden. Tabel 3.1 Richtwaarde van de lengte van rechtstanden. [CROW - HWO - Regionale stroomwegen 4.9] Ontwerpsnelheid (Km/h)
Maximale lengte rechtstand (m)
100
2000
80
1600
50
1000
3.1.2
Horizontale boog
8 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
De horizontale boog vormt een onmisbaar onderdeel in het tracé van de weg. Allereerst vormt de boog een schakel tussen rechtstanden met verschillende richtingen. In de tweede plaats verlevendigt het toepassen van bogen het wegbeeld en draagt het bij tot afwisseling in de rijtaak. Zo zal het toepassen van een boog met een zeer grote straal in plaats van een rechtstand het beeld van de weg en zijn omgeving beter doen uitkomen. De bogen in het horizontale alignement hebben twee toepassingsgebieden: - vervanging van rechtstanden. Toepassing van rechtstanden in het horizontaal alignement moet zo veel mogelijk worden vermeden om een voldoende afwisselend wegbeeld te verkrijgen. Bij een ontwerpsnelheid van 100 km/h worden bij voorkeur geen rechtstanden met een lengte van meer dan 2.000 meter toegepast, maar horizontale boogstralen met een grote straal ( r > 10.000 meter). - vormgeving van gebogen tracégedeelten. In een gebogen tracégedeelte worden krappere boogstralen toegepast. Bogen met een straal van meer dan 2.500 meter kunnen bij een ontwerpsnelheid van 100 km/h zeker worden toegepast.
Tabel 3.2 Minimum boogstaal van ontwerpsnelheid en verkantingen van 2,0% 2,5% en 5,0%. [CROW - HWO - Regionale stroomwegen 4.10] V ontwerp (Km/h)
R minimaal (m) 2,0 %
2,5%
5,0%
100
550
535
450
80
305
295
260
50
100
97
86
3.1.3
Overgangsboog
3.1.4
Verkanting
Tussen gestrekte weggedeelten en bogen en tussen bogen onderling worden veelal overgangsbogen toegepast. Bij een straal van meer dan 2.500 meter (bij 100 km/h) kan de overgangsboog achterwege blijven.
Positieve verkanting Verkanting dient om de berijdbaarheid en de herkenbaarheid van de boog te verbeteren. De toe te passen verkanting is afhankelijk van de gekozen boogstraal. Voor een goede afwatering is een verkanting van minimaal 2,5 procent nodig, overeenkomstig de normale dwarshelling en in het algemeen afwaterend naar de zijberm. In ruime horizontale bogen (meer dan 2.500 meter bij 100 km/h) kan deze standaard dwarshelling in stand blijven en kan ook bij een linksdraaiende boog een negatieve verkanting worden toegepast. In krappe horizontale bogen (kleiner dan 2.500 meter bij 100 km/h) wordt een positieve verkanting toegepast. Negatieve verkanting Toepassing van een negatieve verkanting of tegenverkanting in bogen wordt tot een bepaalde grootte van rh afgeraden, maar kan noodzakelijk zijn in geval van onvoldoende lengte (overgang – verkanting – overgang), bij werken in uitvoering of bij de gefaseerde aanleg van een regionale stroomweg. Tabel 3.3 Minimale boogstaal afhankelijk van de ontwerpsnelheid bij een tegenverkanting van -2,5%.` [CROW - HWO - Regionale stroomwegen 4.14] V ontwerp (Km/h)
R gewenst (m)
R dynamisch (m)
100
2500
805
80
1400
425
50
300
130
3.2
Verticaal alignement
Het verticaal alignement bepaalt de wijze waarop hoogteverschillen worden overwonnen. Bij het ontwerp van het verticale alignement van (regionale) stroomwegen moet rekening worden gehouden met reeds in het landschap aanwezige hoogteverschillen. Waar mogelijk, moet de weg belangrijke hoogteverschillen volgen. Het verticaal alignement kan zo bijdragen aan een voldoende afwisselend wegbeeld. Tegelijk moet de weg het landschap niet onnodig verstoren. In het verticaal alignement worden uitsluitend rechtstanden en cirkelbogen toegepast. Er wordt bij hoofdrijbanen onderscheid gemaakt tussen kleine en grote hoogteverschillen: Bij kleine hoogteverschillen, zoals bij ongelijkvloerse kruispunten, worden holle en bolle bogen meestal direct op elkaar aangesloten. Dit bevordert een vloeiend verloop van het wegbeeld; Bij grote hoogteverschillen (tunnels, grote verschillen in maaiveldhoogte) wordt tussen de holle en bolle boog een rechtstand aangebracht.
9 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
3.2.1
Hellingen
Het hellingspercentage beïnvloedt de verkeersafwikkeling en de -veiligheid. Het in een bepaalde situatie gewenste hellingspercentage moet beschouwd worden in samenhang met verschillende andere weg- en verkeerskenmerken. De ontwerpsnelheid, de lengte van de helling, het horizontale verloop, de ligging ten opzichte van aansluitingen of knooppunten, de verkeerssamenstelling en de intensiteit kunnen allemaal van invloed zijn op het te kiezen hellingspercentage. Tabel 3.4 Toepasbare hellingspercentage en verticale boogstralen. [CROW - HWO - Regionale stroomwegen 4.16] V ontwerp (Km/h)
Helling (%)
R bol (m)
R hol (m)
100
4
8254
16568
80
5
5000
10000
50
7
900
1900
3.2.2
Verticale bolle boog
De verticale bolle boog wordt toegepast als afronding van het hoogste punt van een verticale rechtstand, maar wordt bij geringe hoogteverschillen bij voorkeur direct op een verticale holle boog aangesloten. Tabel 3.5 Ondergrenzen voor boogstralen voor bolle bogen. [CROW - HWO - Regionale stroomwegen 4.18] V ontwerp
maatgevend zichtafstand (m)
R bol Minimaal (m)
100
133
8284
80
105
5012
50
70
1095
3.2.3
Verticale holle boog
De verticale holle boog (voetboog) wordt toegepast als afronding aan de onderkant van een verticale rechtstand, maar wordt bij geringe hoogteverschillen bij voorkeur direct op een verticale bolle boog aangesloten. Tabel 3.6 Minimale boogstaal voor holle bogen bij verschillende ontwerpsnelheden.
[CROW - HWO - Regionale stroomwegen 4.20] V ontwerp (Km/h)
R hol (m)
Minimaal duidelijk wegbeeld (m)
100
850
16568
80
500
10024
50
200
2190
10 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
3.3
Dwarsprofiel
3.3.1
Standaard wegprofiel met obstakelvrije bermen
Het dwarsprofiel is een verticale doorsnede loodrecht op de as van de weg en geeft de opbouw en de afmetingen van de weg in dwarsrichting uit de samenstellende ontwerpelementen weer. Hierbij is geen rekening gehouden met wegbouwkundige aspecten zoals verhardingen, funderingen en cunet.
Tabel 3.7 Afmetingen dwarsprofiel standaard wegprofiel met obstakevrije bermen Totaal breedte
37,10 m
Verhardingsbreedte
8,25 m
Half verharding (Excl redresseerstrook en kantstrook)
1,65 m
Rijbaan
6,65 m
Rijstrook
3,25 m
Kantstrook
0,20 m
Redresseerstrook
0,60 m
Objectafstand (Incl redresseerstrook en kantstrook)
10 m
Deelstreep
0,15 m
Middenberm
2,20 m
Constructiebreedte geleiderail
0,80 m
Afbeelding 3.1 [CROW - HWO - regionale stroomwegen 5.5]
11 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
3.3.2
Standaard wegprofiel met bermbeveiliging
Tabel 3.8 Afmetingen dwarsprofiel standaard wegprofiel met bermbeveiliging Totaal breedte
22 m
Verhardingsbreedte
8,25 m
Half verharding (Excl redresseerstrook en kantstrook)
1,65 m
Rijbaan
6,65 m
Rijstrook
3,25 m
Kantstrook
0,20 m
Redresseerstrook
0,60 m
Objectafstand (Incl redresseerstrook en kantstrook)
2,50 m
Deelstreep
0,15 m
Middenberm
2,20 m
Constructiebreedte geleiderail
0,80 m
Afbeelding 3.2 [CROW - HWO - regionale stroomwegen 5.5]
12 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
3.3.3
Standaard wegprofiel invoeg- of uitvoeg- en weefstrook
Tabel 3.9 Afmetingen dwarsprofiel standaard wegprofiel invoeg- of uitvoeg- en weefstrook Totaal breedte
5,95 m
Verhardingsbreedte
4,25 m
Half verhardingsbreedte
1,70 m
Deelstreep
0,15 m
Rijstrook
3m
Redresseerstrook
0,60 m
Blokmarkering
0,45 m
Kantstreep
0,20 m
Vluchtzone (Incl kantstreep en redresseerstrook)
2,50 m
Afbeelding 3.3 [CROW - HWO - regionale stroomwegen 5.7]
3.3.4
Standaard wegprofiel toe en afritten
Tabel 3.10 Afmetingen dwarsprofiel standaard wegprofiel toe en afritten Totaal breedte
5.80 m
Verhardingsbreedte
4m
Half verhardingsbreedte
1.80 m
Rijstrook
3m
Redresseerstrook
0,30 m
Kantstreep
0,20 m
Vluchtzone (Incl kantstreep en redresseerstrook)
2,30 m
Afbeelding 3.4 [CROW - HWO - regionale stroomwegen 5.8]
13 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
3.4
Kruispunten
De principevormgeving die moet worden toegepast bij ontmoetingen van de regionale stroomweg met andere wegcategorieën kan worden afgeleid uit de Duurzaam Veiligtheorie. De hoge (traject)snelheid en de hoge afwikkelingskwaliteit op stroomwegen betekent dat ook op kruispunten moet worden ‘gestroomd’. Voor het ontwerp van kruispunten in stroomwegen heeft dit de volgende consequenties: - verkeersstromen worden op de stroomweg uitsluitend met convergeren en divergeren bij en uit elkaar geleid; - conflicten in dwarsrichting worden voorkomen door middel van ongelijkvloerse kruisingen. Dit betekent dat een ontmoeting van twee stroomwegen onderling door middel van een knooppunt moet worden vormgeven. Voor een ontmoeting van een gebiedsontsluitingsweg met een regionale stroomweg moet een aansluiting worden toegepast met een gelijkvloers kruispunt op de gebiedsontsluitingsweg. Echter omdat op de stroomweg dwarsconflicten moeten worden voorkomen, zal er een ongelijkvloerse kruising worden toegepast. De vormgeving daarvan vraagt geen specifieke aandacht. Daarom wordt deze vormgeving niet verder uitgewerkt in dit handboek. Tabel 3.11 Principes bij ontmoeting van wegen [CROW - HWO - Regionale stroomwegen 6.1] Ontmoeting van regionale stroomweg met
Principe
Nationale stroomweg
Knooppunt
Regionale stroomweg
Knooppunt
Gebiedsontsluitingsweg
Aansluiting
Erftoegangsweg
Ongelijkvloerse kruising
Solitair fietspad
Ongelijkvloerse kruising
3.4.1
Globale vormgeving
14 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
Bij een Haarlemmermeeroplossing lopen alle vier de toe- en afritten min of meer parallel aan de hoofdrijbaan van en naar de kruispunten met de gebiedsontsluitingsweg. Dit geeft de Haarlemmermeeroplossing de volgende eigenschappen: - Logische vormgeving: de afslagbewegingen van de Haarlemmermeeroplossing komen overeen met het richtingsgevoel van de weggebruiker. - Goede berijdbaarheid: een Haarlemmermeeroplossing heeft geen lusvormige verbindingswegen en is daardoor eenvoudig berijdbaar. - Gering ruimtebeslag: een Haarlemmeroplossing heeft een relatief beperkt ruimtebeslag. In krappe situaties is dit ruimtebeslag bovendien relatief sterk te beperken door de toe- en afritten vrijwel parallel aan de doorgaande rijbaan aan te leggen. - Gebruik toe- en afrit speciale doelen: de vormgeving met een toe- en een afrit in elkaars verlengde geeft de mogelijkheid deze te gebruiken voor een haltevoorziening van het openbaar vervoer dat over de stroomweg rijdt en voor eventuele omleidingsroutes voor bijzondere transporten. - Beperkte remmende werking: bij gestrekte afritten moet worden gewaakt voor een te hoge snelheid bij het gelijkvloerse kruispunt. Door toepassing van een rotonde kan een lage snelheid op het gelijkvloerse kruispunt fysiek worden afgedwongen. Het blijft wel noodzakelijk de bestuurders voor de rotonde voldoende tijd te geven om de decelereren.
De rotonde moet dus tijdig zichtbaar zijn. - Samenhang kruispunten: door de beperkte afstand tussen de twee kruispunten met het onderliggend wegennet moeten de twee kruispunten in onderling verband worden bezien en moet de afwikkeling van beide kruispunten op elkaar worden afgestemd. De benodigde afstand tussen de kruispunten moet omgekeerd ook weer worden afgestemd op de benodigde ruimte voor eventuele wachtrijen tussen de twee kruispunten.
Afbeelding 3.5 [CROW - HWO - regionale stroomwegen 6.1]
3.4.2
Aandachtspunten bij de uitwerking
Hoogteligging van de aansluiting Wanneer de structuur van de aansluiting is bepaald, zal nog moeten worden onderzocht hoe een ongelijkvloerse kruising met een gebiedsontsluitingsweg wordt vormgegeven: gaat de gebiedsontsluitingsweg over de stroomweg heen of andersom? Deze keuze heeft invloed op de volgende aspecten: - Zichtbaarheid Bij een hoog liggende stroomweg hebben de afritten doorgaans een dalend verloop. De afritten zijn daardoor relatief slecht te zien. Het alignement vraagt dan veel aandacht: vooral krappe bogen direct na de uitvoeging vragen in die situatie veel aandacht in verband met de korte tijd waarop de weggebruiker op de feitelijke vorm kan anticiperen. Hiertegenover staat dat het zicht op het gelijkvloerse kruispunt met het onderliggend wegennet en de bijbehorende wachtrij door de dalende afrit juist goed is. Bij een lage ligging van de stroomweg zijn de zichtomstandigheden bij de in- en uitvoeging gunstig. Wel kunnen kunstwerken ten behoeve van de hoog kruisende gebiedsontsluitingsweg het zicht op erachter gelegen afritten belemmeren. In dat geval vraagt de benodigde zichtlengte veel aandacht bij het ontwerp van het alignement en het kunstwerk. Het zicht op een hooggelegen kruispunt met het onderliggend wegennet is bij een stijgende afrit minder gunstig.
- Acceleratie- en deceleratielengtes Bij een hoog liggende stroomweg vragen de toe- en afritten een grotere lengte in verband met de ongunstige acceleratie- en deceleratieomstandigheden. Bij een laag liggende stroomweg kunnen de toe- en afritten een minimale lengte toebedeeld krijgen uit het oogpunt van acceleratie en deceleratie.
Lengte van toeritten Bij de bepaling van de lengte van een toerit moet met de volgende aspecten rekening worden gehouden: - Acceleratielengte De lengte van de toerit moet zodanig zijn dat voertuigen vanaf het kruispunt met de gebiedsontsluitingsweg voldoende lengte tot hun beschikking krijgen om te accelereren. Daarbij moet rekening worden gehouden met de ontwerpsnelheid van bogen in de toerit. - Verticaal alignement De lengte van de toerit moet zodanig zijn dat het hoogteverschil tussen de stroomweg en het kruispunt met de gebiedsontsluitingsweg kan worden overwonnen met toepassing van daartoe geschikte hellingspercentages en verticale boogstralen. - Zichtafstanden De lengte (en de vormgeving) van de verschillende onderdelen van de toeritten moet zodanig zijn dat tijdig zicht aanwezig is op beslis- en actiepunten en op het verkeer op de stroomweg.
15 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
Lengte van afritten Bij de bepaling van de lengte van een afrit moet met de volgende punten rekening worden gehouden: - Opstellengte kruispunt Op de afrit moet vóór het kruispunt met de gebiedsontsluitingsweg voldoende lengte aanwezig zijn om een wachtrij voor dit kruispunt te kunnen opstellen. De lengte van deze wachtrij is afhankelijk van de te verwachten intensiteit op het kruispunt en de gekozen kruispuntoplossing. - Deceleratielengte De lengte van de afrit moet zodanig zijn dat voertuigen vanaf de uitvoeging van de stroomweg tot aan de wachtrij voor het kruispunt met de gebiedsontsluitingsweg voldoende lengte tot hun beschikking hebben om te decelereren. Daarbij moet rekening worden gehouden met de ontwerpsnelheid van bogen in de afrit. - Verticaal alignement De lengte van de afrit moet zodanig zijn dat het hoogteverschil tussen de stroomweg en het kruispunt met de gebiedsontsluitingsweg kan worden overwonnen met toepassing van daartoe geschikte hellingspercentages en verticale boogstralen. Op het gedeelte van de afrit dat bedoeld is als opstellengte voor het kruispunt moet een beperkt hellingspercentage (bij voorkeur maximaal 1 procent) worden toegepast. Deze lengte en de vormgeving zijn afhankelijk van de afwikkeling op dit punt.
- Zichtafstanden De lengtes (en de vormgeving) van de verschillende onderdelen van de afritten moeten zodanig zijn dat tijdig zicht aanwezig is op beslismomenten. Maatgevende afstanden Tabel 3.12 Maatgevende afstadne bij twee rijstroken (m) [CROW - HWO - regionale stroomwegen 6.6] Stroomafwaarts Stroomopwaarts
Invoeging
Uitvoeging
Splitsing
Afstreping
2+1 2
2-1 2
2-1 1
2-1 1
Invoeging
2+1 2
675
825
865
845
Uitvoeging
2-1 2
115
635
675
200
Samenvoeging
1+1 2
395
635
225
565
16 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
3.4.3
Uitvoeging
Een uitvoegstrook is bedoeld om het afbuigende verkeer de gelegenheid te geven om, zonder snelheid te verminderen, uit te voegen uit het verkeer van de doorgaande rijbaan en pas dan de snelheid aan te passen aan de ontwerpsnelheid van de aftakkende rijbaan. Voor herkenning en zichtbaarheid van de uitvoeging onder alle omstandigheden is de combinatie uitvoegstrook met puntstuk en een in hoge mate gestandaardiseerde vormgeving noodzakelijk. De lengte van de uitvoegstrook wordt door de volgende twee aspecten bepaald: - Op de uitvoegstrook moet op een comfortabele wijze een belangrijk deel van de deceleratie kunnen plaatsvinden. - De lengte mag ook weer niet zodanig zijn dat deze afwijkende manoeuvres uitlokt (zoals inhalen via de uitvoegstrook). De lengte van de uitvoegstrook bedraagt in totaal 140 meter: een wigvormig gedeelte van 55 meter en een parallel gedeelte van 85 meter. De breedte van de uitvoegstrook, gemeten tussen de markeringen, bedraagt voorbij het wigvormige gedeelte 3,00 meter. Voorafgaand aan het wigvormige gedeelte van de uitvoegstrook wordt als attentie verhogende maatregel over een lengte van 50 meter een dubbele kantstreep toegepast.
Afbeelding 3.6 Uitvoeging [CROW - HWO - regionale stroomweg 6.3]
Deleratielengte De uitvoeging moet voldoende ruimte bieden voor het decelereren. Twee controles moeten daartoe op het ontwerp worden uitgevoerd: - Controle 1. Het moet mogelijk zijn met een comfortabele vertraging te decelereren. De uitvoegstrook biedt doorgaans afdoende ruimte hiervoor. - Controle 2. Er moet rekening zijn gehouden met voertuigen die op het laatste moment uitvoegen. Het eerste gedeelte van de uitvoegende rijbaan functioneert dan als een deceleratiestrook waarop forse vertragingen gerealiseerd moeten kunnen worden. De minimumlengte van dit wegvak hangt af van de ontwerpsnelheid van de erop aansluitende boog. Tabel 3.13 Lengte deceleratiezone [CROW - HWO - regionale stroomwegen 6.9] Benodigde snelheid einde deceleratiezone (Km/h)
Lengte deceleratiezone (m)
80
55
50
115
30
140
0
154
17 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
3.4.4
Invoeging
Een invoegstrook is bedoeld om verkeer afkomstig van een toeleidende rijbaan in de gelegenheid te stellen de snelheid af te stemmen en een hiaat te vinden alvorens de doorgaande rijbaan op te rijden. De lengte van de invoegstrook is hierop afgestemd. Uit het oogpunt van uniformiteit (verwachting van de weggebruiker) heeft de invoegstrook een standaardlengte van 265 meter. Deze lengte is inclusief het wigvormige gedeelte van 75 meter. De breedte van de invoegstrook, gemeten tussen de markeringen, bedraagt vóór het wigvormige gedeelte 3,00 meter. Het is wenselijk het laatste gedeelte van de toeleidende rijbaan zo te projecteren dat dit niet alleen kan worden gebruikt om te accelereren, maar ook om de juiste positie te kiezen ten opzichte van het verkeer op de doorgaande rijbaan. Dit vergemakkelijkt het vinden van een geschikt hiaat in de verkeersstroom op de doorgaande rijbaan voor verkeer op de invoegstrook. Afbeelding 3.7 Invoeging [CROW - HWO - regionale stroomweg 6.4]
Accelaratielengte Een hoog percentage voertuigen rijdt kort na het einde van het puntstuk de doorgaande rijbaan op. Vaak is de snelheid dan nog niet hoog genoeg (die moet driekwart van de ontwerpsnelheid zijn op 100 meter uit het puntstuk). De toeleidende rijbaan is daarom essentieel als acceleratiestrook. Lusvormige en stijgende toeleidende rijbanen vragen – zeker in combinatie met elkaar – om een zorgvuldige berekening van de acceleratielengte. Voor de berekening van de acceleratielengte gelden de volgende uitgangspunten: - Het begin van de acceleratielengte is het punt waar de eventuele horizontale boog in de toeleidende rijbaan eindigt en de overgangsboog begint. - Het einde van de acceleratielengte bij toepassing van een parallel aanliggende strook ligt op 100 meter na het einde van het puntstuk. Tabel 3.14 Lengte acceleratiezone [CROW - HWO - regionale stroomwegen 6.10] Snelheid begin acceleratiezone (Km/h)
lengte acceleratiezone (m)
80
0
50
120
30
181
0
216
3.5
Aansluiting Verzorgingsplaats en Hotel Zalkerbroek
18 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
De verbindingswegen van en naar de N50 zijn enkelstrooks en de aansluiting is als een Haarlemmermeer vorm gegeven. De verbindingsweg naar de verzorgingsplaats en het hotel heeft de configuratie van een Gebiedsontsluitingsweg 2x1 rijstroken.
3.5.1
Horizontaal alignement
19 | 19
Witteveen+Bos | 124548 |
Het horizontaal alignement van de GOW start ten oosten van de N0 bij de aansluitende verbindingswegen van de N50. Vervolgens loopt het alignement haaks over de N50 en buigt ten westen van de aansluitende wegen naar het zuiden af.