CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

A25 00 Handreiking Regionale Samenwerking Sociaal Domein Flevoland 2026-2030.pdf

Gemeenteraad 11 mei 2026, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken7.561 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Woord vooraf Informatie voor de raadsleden 2026 – 2030

Deze handreiking biedt feitelijke en inhoudelijke informatie over de regionale samenwerking Sociaal Domein Flevoland. Het document geeft inzicht in de inrichting van de samenwerking, de gezamenlijke opgaven, de landelijke ontwikkelingen en de belangrijkste feiten en cijfers. De regionale samenwerking ondersteunt de uitvoering van gemeentelijke taken op grond van de Jeugdwet en de Wmo. Op bestuurlijk en ambtelijk niveau verbinden de regio-gemeenten de regionale ontwikkelingen met de lokale situaties, en vice versa. Het is aan iedere gemeente om deze regionale informatie te betrekken bij het lokale inwerkprogramma voor raadsleden en bij de bespreking van lokale beleidskaders, begrotingen en toekomstige besluitvorming.

Datum: Maart 2026

Regionale samenwerking Sociaal Domein Flevoland Informatie voor de raadsleden 2026 – 2030 Regionaal zorg dragen voor alle inwoners In Flevoland doen we ons uiterste best om alle inwoners de zorg en ondersteuning te bieden die zij nodig hebben op grond van de Jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Elke gemeente is daarvoor in de eerste plaats zelf verantwoordelijk en doet dat op de lokaal best passende manier. Sommige inwoners hebben echter specialistische en beperkt beschikbare hulp nodig. Omdat dit lastig is om als individuele gemeente te organiseren, werken de vijf gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk samen om in deze zorgvraag te voorzien. Samenwerken levert schaalvoordelen op en kan ook tot synergie leiden: elke gemeente heeft zo zijn eigen kenmerken waar sommige zorgvormen goed bij passen. Voor de meeste zorgvormen waarvoor wij regionaal samenwerken geldt bovendien een wettelijke verplichting. Voor zaken rondom zorg & veiligheid is Zeewolde via een addendum aangesloten bij de regionale samenwerking.

De regionale samenwerking Sociaal Domein Flevoland richt zich op verschillende onderdelen uit de Jeugdwet, zoals specialistische hulp, jeugdbescherming en jeugdreclassering. Op grond van de Wmo werken we samen aan onder andere: maatschappelijke opvang, vrouwenopvang, beschermd wonen, verslavingszorg, openbare geestelijke gezondheidszorg en het bredere palet van taken op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. In 2026 wordt ook de aansturing van IZA/AZWA naar het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein Flevoland (BOSD) gebracht. In deze handreiking staat informatie over de regionale samenwerking: Hoe is deze georganiseerd? Hoe staan we ervoor? Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen? Welke opgaven spelen er?

Datum: Maart 2026

Regionale samenwerking Sociaal Domein Flevoland Inhoudsopgave

De samenwerking in beeld Hoe werken we samen De gezamenlijke opgave: ‘zo thuis mogelijk’ Samenwerking met partners Feiten en cijfers • • • • •

Jeugdhulp Beschermd wonen Maatschappelijke Opvang Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) Zorg & Veiligheid

Regionale samenwerking Sociaal Domein Flevoland

Maart 2026

De regionale samenwerking in beeld – structuur (huidige GR: centrumregeling met centrumgemeente Almere)

Almere Raad en College B&W

Dronten Raad en College B&W

Lelystad Raad en College B&W

Noordoostpolder Raad en College B&W

Urk Raad en College B&W

Regionale uitvoeringsorganisatie Sociaal Domein Flevoland Regiodirecteur

Directeuren Overleg Sociaal Domein (DOSD)

• • •

Ambtelijke overleg gemeenten: Beleid (Jeugd, WMO. Z&V) Control Bedrijfsvoering

Besluitvorming

Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein (BOSD)

Regionale samenwerking Sociaal Domein Flevoland De regionale samenwerking in beeld – actuele thema’s Zorg en Veiligheid Inclusief Zeewolde

Jeugdhulp (Jeugdwet 2015, Wvbj) • Jeugdhulp 24-uurs (verblijf) • (hoog) specialistische jeugd-GGZ (HSJGGZ) • Crisiszorg jeugd • Jeugdbescherming en jeugdreclassering • Regionale inkoop 2027 volgens Wvbj) • Bovenregionale afstemming en verwerving hoogspecialistische jeugdhulp (landsdeel UtrechtFlevoland)

Maart 2026

• • • • • •

Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) • Beschermd Wonen • Maatschappelijke Opvang • OGGZ

Veilig Thuis Huiselijk Geweld Vrouwenopvang Centrum Seksueel Geweld Mensenhandel Toekomstscenario

Integraal Zorg Akkoord (IZA)

Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA)

Hoe werken we samen Samenwerken “Alles zelf doen is optellen –samenwerken is vermenigvuldigen” is het leidend principe van de Flevolandse samenwerking, “om zo te komen tot een (kwalitatief en kwantitatief) toereikend aanbod van zorg en ondersteuning voor onze inwoner.” Samenwerken aan grote maatschappelijke opgaven biedt schaalvoordelen, minder risico's en meer expertise. De kernwaarde in de samenwerking is gezamenlijke verantwoordelijkheid. In de afgelopen jaren is de samenwerking tussen onze gemeenten gegroeid, verstevigd en is de meerwaarde duidelijk zichtbaar. Met veel inzet wordt er op bestuurlijk niveau en ambtelijk samengewerkt. Dit sluit mooi aan op onze belangrijkste kernwaarde: samen aan de lat voor de grote opgaven in het sociaal domein en goede zorg en ondersteuning voor onze inwoners.

Lokaal en Regionaal In de samenwerking vraagt de verhouding tussen het lokale en het regionale perspectief continu aandacht. Flevolandse gemeenten hebben de samenwerking zodanig vormgegeven dat er volop ruimte is voor het vormgeven en uitvoeren van lokaal beleid. De lokale situatie is immers in alle Flevolandse gemeenten anders. Zo is bijvoorbeeld de toegang tot jeugdhulp verschillend geregeld. Een optimale aansluiting tussen regionale en lokale ondersteuning en voorzieningen is het streven. In de praktijk vraagt dit om afstemming, elkaar kennen en het maken van goede afspraken. Regio Flevoland is één van de 42 jeugdhulpregio’s in Nederland. Het Rijk onderhoudt de contacten met de gemeenten via het bestuurlijk overleg van deze jeugdhulpregio’s (BJ42). De Wethouder jeugd van Almere vertegenwoordigt hierin onze regio. Daarnaast werken we bovenregionaal samen met de vier Utrechtse jeugdhulpregio’s. In Flevoland hebben we ervoor gekozen om ook de regionale samenwerking op het gebied van Wmo op te nemen in de scope van de Centrumregeling en straks de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling.

Inrichting van de samenwerking In 2015 vond landelijk een grote decentralisatie plaats van taken in het sociaal domein van de rijksoverheid naar de gemeenten. De Flevolandse gemeenten zijn in dat jaar met elkaar de Centrumregeling Sociaal Domein Flevoland aangegaan. In deze centrumregeling zijn de afspraken vastgelegd over de reikwijdte en werkwijze van de samenwerking. In een addendum zijn er met Zeewolde afspraken gemaakt over hoe deze gemeente voor onderwerpen van zorg & veiligheid aansluit bij de samenwerking.

De gemeenteraden en colleges van de afzonderlijke gemeenten zijn aan zet als het gaat om de besluitvorming bij de regionale samenwerking. De portefeuillehouders van de vijf gemeenten bereiden deze besluitvorming samen voor en proberen overeenstemming te bereiken in het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein Flevoland (BOSD). De bestuurlijke besluitvorming wordt door ambtenaren van de vijf gemeenten voorbereid, in verschillende rollen: directie, beleidsadviseurs, controllers en bedrijfsvoerings-medewerkers. Samen zorgen zij voor een zorgvuldige, integrale en goed afgestemde voorbereiding van de besluitvorming, met afweging van lokale belangen per gemeente. Daarbij worden zowel beleidsmatige, financiële als uitvoeringsaspecten meegewogen en worden de colleges en gemeenteraden tijdig en adequaat geïnformeerd. De gemeente Almere heeft bij een aantal regionale taken een extra rol vanuit de huidige Centrumregeling. Almere is centrumgemeente voor beleid, uitvoering en contractmanagement van de regionale Wmo-taken. Almere vervulde daarnaast lange tijd een aantal administratieve taken en inkooptaken voor de regio ter uitvoering van de Jeugdwet. Hiervoor was binnen de gemeentelijke organisatie van Almere een kleine ‘Aankoopcentrale’ ingericht. Deze Aankoopcentrale wordt sinds eind 2023 doorontwikkeld tot een regionale uitvoeringsorganisatie Sociaal Domein Flevoland.

De ambtelijke samenwerking tussen de gemeenten, inclusief de Aankoopcentrale, viel tot eind 2023 onder de verantwoordelijkheid van de directeur Sociaal Domein van de gemeente Almere. Per 1 november 2023 is deze verantwoordelijkheid overgedragen aan de op die datum gestarte – onafhankelijke - regiodirecteur.

Hoe werken we samen

Rol van de Gemeenteraad De gemeenteraden van de Flevolandse gemeenten hebben een belangrijke controlerende en kaderstellende rol binnen de regionale samenwerking sociaal domein. De regionale begroting is de optelsom van wat Flevolandse gemeenten jaarlijks in de programmabegroting aan hun raden voorleggen. De Centrumregeling Sociaal Domein is in 2015 door alle gemeenteraden vastgesteld. Alleen met instemming van gemeenteraden kunnen wijzigingen in deze regeling worden doorgevoerd. Belangrijke beleidskaders en visies moeten ook door alle raden worden vastgesteld. Daarnaast heeft de gemeenteraad het recht van informatie, motie en amendement. Bij het opstellen van deze handreiking, in maart 2026, gelden er drie regionale beleidskaders die door de gemeenteraden zijn vastgesteld: de Regiovisie Jeugd (vastgesteld in 2021), het Regionaal beleidskader Zorglandschap WMO 2020-2026 (vastgesteld in 2019) en de Regionale Aanpak Huiselijk Geweld & Kindermishandeling 2024 – 2027 (vastgesteld in 2023). In 2026 wordt gewerkt aan een nieuwe, toekomstgerichte regiovisie, waarin deze drie beleidskaders zullen worden geïntegreerd. De nieuwe gemeenteraden die na de raadsverkiezingen van 18 maart 2026 worden gevormd, worden hierover voor de zomer van 2026 geïnformeerd. De regiovisie zal in de tweede helft van 2026 aan de gemeenteraden ter bespreking en besluitvorming worden aangeboden.

Centrumregeling 2015 & Dienstverleningshandvest Als vijf gemeenten werken wij sinds 2011 samen aan de transities en transformatie in het sociaal domein (Jeugdwet en Wmo). Tot 1 januari 2024 maakte ook Zeewolde deel uit van de samenwerking. Per de genoemde datum heeft Zeewolde de overstap gemaakt naar de regio Noord-Veluwe. Via een addendum worden nog wel een aantal zorgvormen Zorg & Veiligheid door Zeewolde afgenomen bij de regio Flevoland. In 2015 is de samenwerking vastgelegd in de Centrumregeling Sociaal Domein Flevoland. De gemeente Almere voert de specifiek in het Dienstverleningshandvest benoemde taken uit. De Centrumregeling heeft betrekking op de inkoop/subsidiëring van jeugdhulp met verblijf, crisisopvang, specifieke JGGZ functies, jeugdbescherming en jeugdreclassering, de organisatie van Veilig Thuis Flevoland (VTF), Vrouwenopvang en Centrum Seksueel Geweld en de coördinatie van regionale crisisdiensten. Ook vervult de gemeente Almere de rol van centrumgemeente voor de regionale Wmo-taken. Met de nieuwe GR gaan de regionale inkoop/subsidiëring, contractbeheer, monitoring en accountmanagement voor de Jeugdwet en de Wmo formeel over naar de uitvoeringsorganisatie SDFl. Het Dienstverleningshandvest zal – parallel aan de nieuwe GR - worden geactualiseerd. Na besluitvorming hierover in de raden, zullen de links op de volgende pagina worden geactualiseerd.

De verwachting is dat dit per 1 januari 2027 zal zijn.

De vijf gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het regionale beleid en strategie. De regiodirecteur is verantwoordelijk voor het faciliteren, aanjagen en coördineren hiervan.

Hoe werken we samen Per 1 januari 2027: nieuwe GR In de Hervormingsagenda Jeugd heeft de Rijksoverheid vereisten geformuleerd aan de regionale samenwerking op grond van de Jeugdwet. Om daaraan te voldoen en omdat er na ruim tien jaar bij de portefeuillehouders in het BOSD de behoefte was om de slagvaardigheid van de regionale samenwerking te vergroten, vinden in 2026 de volgende ontwikkelingen plaats: Nieuwe Gemeenschappelijke Regeling gaat Centrumregeling vervangen In 2024 en 2025 is door de portefeuillehouders in het BOSD gewerkt aan een intentieovereenkomst voor het voortzetten van de regionale samenwerking. Deze intentieovereenkomst is eind 2025 ondertekend door de vijf individuele colleges en is begin 2026 uitgewerkt naar het eerste concept van een formele Gemeenschappelijke Regeling. Ook de wijzigingen per 1 juli 2022 in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) worden in de nieuwe GR verwerkt. Concreet betekenen de wijzigingen in de Wgr meer invloed van gemeenteraden op regionale samenwerkingen en dat er duidelijke afspraken dienen te zijn over zienswijzen, evaluatie, uittreding en participatie. In 2026 wordt aan de vijf gemeenteraden eerst gevraagd om een zienswijze te geven op de nieuwe concept-GR.

Na verwerking van de zienswijzen wordt de definitieve GR-tekst na het zomerreces naar de raden gezonden met het verzoek om in te stemmen met ondertekening door de colleges. Deze ondertekening dient uiterlijk in december 2026 plaats te vinden, zodat de nieuwe GR per 1 januari 2027 kan ingaan. Deze datum is een verplichting vanuit de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. Versteviging regionale uitvoeringsorganisatie De uitvoeringsorganisatie Sociaal Domein Flevoland wordt – zowel kwantitatief als kwalitatief - doorontwikkeld om te kunnen voldoen aan de vereisten van de Hervormingsagenda. Sinds eind 2023 staat de regionale uitvoeringsorganisatie onder leiding van een onafhankelijk regiodirecteur. De uitvoeringsorganisatie bereidt zich voor om – als logisch vervolg op de besluitvorming rondom de nieuwe GR – een zelfstandige entiteit te worden, los van de gemeente Almere.

Norm voor Opdrachtgeverschap Voor sommige vormen van zorg is een regionale en bovenregionale samenwerking nodig. Dit is ook vastgelegd in de landelijk gestelde Norm voor Opdrachtgeverschap. Met deze Norm spreken gemeenten onderling uit hoe ze willen samenwerken. In juni 2020 is in VNG-verband een resolutie voor de NvO opgesteld. Dit betreft zowel Jeugd als Beschermd Wonen en Maatschappelijk Opvang. De regionale samenwerking Flevoland voldoet aan de landelijk gestelde NvO.

Meer lezen? Bijgaand vindt u de link naar de Centrumregeling 2015 en het bijbehorende Dienstverleningshandvest. Na vaststelling door de vijf gemeenteraden (naar verwachting eind 2026) zullen deze vervangen worden door de nieuwe GR met bijbehorend Dienstverleningshandvest. • •

Centrumregeling (2015) Dienstverleningshandvest (2022)

De gezamenlijke opgave: ‘zo thuis mogelijk’ De inwoner centraal Centraal in onze regionale samenwerking staat dat we inwoners die dat nodig hebben op grond van de Jeugdwet of Wmo de best passende ondersteuning en zorg willen bieden. Dat willen we ‘zo thuis mogelijk’ doen. Onder andere willen wij dit realiseren door meer aandacht voor preventie en vroegsignalering, gebruikmaking van de kracht van het lokale veld en een gezinsgerichte aanpak. Hiermee willen we bereiken dat inwoners (kinderen, volwassenen) zoveel mogelijk in hun eigen vertrouwde omgeving ondersteuning en zorg kunnen krijgen. We willen het aantal uithuisplaatsingen terugdringen en, waar dat kan, voorkomen dat mensen in een 24-uursvoorziening belanden. In de eerste plaats staan de lokale gemeenten hiervoor aan de lat. Elke gemeente zet zich in voor een goede leefomgeving en een sterke lokale basis waarin inwoners, jong en oud, prettig en veilig kunnen opgroeien, wonen en leven. De eigen kracht van de lokale samenleving vervult daarbij een belangrijke rol. Soms hebben mensen – kinderen, volwassenen, huishoudens, gezinnen – extra ondersteuning en hulp nodig, bijvoorbeeld bij schulden, opvoedvragen of huiselijk geweld. Elke gemeente organiseert daarvoor de toegang zo dichtbij en zo laagdrempelig mogelijk. Conform de landelijke Hervormingsagenda Jeugd richten gemeenten hiervoor Stevige lokale teams in.

Elke gemeente doet dat op zijn eigen manier, afgestemd op de lokale kenmerken en behoeften en samen met de aanwezige partners en maatschappelijke organisaties. Samenwerking en netwerkvorming zijn belangrijke sleutelbegrippen, net als preventie en het handelen vanuit wat de inwoner daadwerkelijk nodig heeft. Samen met de inwoner wordt in het Stevige lokale team gekeken naar wat diegene zelf kan en wat passend en haalbaar is in diens specifieke situatie. De Wet verbetering beschikbaarheid Jeugdhulp, die door de Eerste Kamer is vastgesteld op 30 september 2025, verplicht elke gemeente om per 1 januari 2028 deze Stevige Lokale Teams geïmplementeerd te hebben. In de regio Sociaal Domein Flevoland sluiten wij op deze Stevige Lokale Teams aan met een regionale zorg- en ondersteuningsstructuur.

De gezamenlijke opgave: ‘zo thuis mogelijk’ Bovenregionaal en landelijk aanbod (LTA)

Regionale zorg- en ondersteuningsstructuur De Stevige lokale teams benaderen de vraag van een inwoner vanuit meerdere leefgebieden (zorg, onderwijs, bestaanszekerheid, wonen e.d.). Ook de Jeugdhulp en Wmo maken daar deel van uit. Voor ondersteuningsvragen die specialistisch zijn of te weinig voorkomen om ze lokaal goed te kunnen regelen, werken Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk met elkaar samen. Deze zorgvormen worden dan regionaal ingekocht of – in geval van Wmo - gesubsidieerd. Regionale samenwerking is voor een deel van deze zorg wettelijk verplicht. Daarbovenop voeren de vijf gemeenten gezamenlijk – vanwege schaal- of kwaliteitsvoordelen – plustaken uit. De keuze voor deze plustaken is gebaseerd op besluitvorming door de gemeenteraden over de regionale beleidskaders en de jaarlijkse begrotingsvaststelling. Wettelijke taken en plustaken De regio Sociaal Domein Flevoland voorziet door middel van inkoop, contractbeheer, monitoring en accountmanagement in de wettelijk verplichte regionale zorgvormen op grond van de Jeugdwet. Per 1 januari 2027 worden daar de zorgvormen aan toegevoegd die verplicht zijn gesteld via de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg. In 2026 vindt hiervoor het benodigde aanbestedingstraject plaats.

Daarnaast zijn onder de Centrumregeling enkele taken uit de Jeugdwet regionaal belegd als plustaken vanwege omvang, specialisme en/of synergie, of op aanvraag van één of meerdere gemeenten.

De Wmo 2015 beschrijft niet expliciet voor welke zorgvormen/voorzieningen inkoop (in het geval van Wmo betreft het in de meeste gevallen subsidiëring), contractbeheer, monitoring en accountmanagement regionaal georganiseerd dient te worden. Per 1 januari 2027 is het uitgangspunt dat Sociaal Domein Flevoland de taken, zoals deze conform de Centrumregeling regionaal zijn georganiseerd op 1 januari 2026, ook als plustaak gaat uitvoeren vanaf 1 januari 2027. Het overzicht van de wettelijke taken en plustaken op grond van de Jeugdwet en de Wmo is weergegeven in een bijlage bij de GR, die in mei 2026 voor zienswijze aan de gemeenteraden wordt aangeboden. Na vaststelling en implementatie van de nieuwe GR wordt deze bijlage bij de begrotingsvaststelling door de gemeenteraden geactualiseerd.

Voor een kleine groep jeugdigen met zeer complexe en meervoudige problematiek is schaarse, hoogspecialistische expertise nodig die niet in iedere regio afzonderlijk kan worden georganiseerd. Het gaat onder meer om gesloten jeugdzorg (in combinatie met specialistische GGZ (waaronder forensisch en verslaving), open driemilieusvoorzieningen. Door bovenregionaal samen te werken bundelen gemeenten capaciteit, kennis en middelen. Zo blijft expertise beschikbaar, ontstaat beter zicht op benodigde plekken en kan gerichter worden gestuurd op kwaliteit, beschikbaarheid en transformatie. Geen kind mag tussen wal en schip vallen; gemeenten en aanbieders realiseren hier samen naar de best passende oplossing.

Regionale visie De inrichting van het regionale en lokale zorglandschap Jeugdwet en Wmo in Flevoland is gebaseerd op regionale visies, die door de gemeenteraden van elk van de deelnemende gemeenten zijn vastgesteld. Op dit moment gelden er drie regionale visies voor de afzonderlijke domeinen Jeugd, Wmo en Zorg & Veiligheid: - Regiovisie Jeugdhulp Flevoland, 2022 - Regionaal Beleidskader Zorglandschap Wmo 2022 – 2026 - Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Flevoland 2024-2027.

Verbonden aan de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling werken we in 2026 een nieuwe regiovisie uit. Daarin actualiseren we de bestaande visies en verbinden ze tot een integrale, toekomstbestendige regiovisie. Deze regiovisie zal in de loop van 2026 aan de individuele gemeenteraden ter bespreking en besluitvorming worden aangeboden.

Meer lezen? • • •

Regiovisie Jeugdhulp Regionaal Beleidskader Zorglandschap Wmo Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling Flevoland 2024 -2027

De gezamenlijke opgave: ‘zo thuis mogelijk’ We sluiten aan op de landelijke ontwikkelingen We zitten in een transformatie. Wat wij in de regio Sociaal Domein Flevoland doen, lokaal en regionaal, sluit aan op de landelijke ontwikkelingen. Rode draden daarin zijn onder meer: aandacht voor normalisering, preventie en vroegsignalering, verbinden ondersteuning en zorg voor jeugdigen en volwassenen (0-100), samenwerking, datagedreven werken en versterken van de beheersing van kosten. De grote beweging van de transformatie vatten wij samen als 'zo thuis mogelijk'. Hervormingsagenda Jeugd De Hervormingsagenda Jeugd is een landelijke agenda van het Rijk en gemeenten om de jeugdzorg in Nederland fundamenteel te verbeteren en financieel houdbaar te maken. De agenda richt zich op het versterken van preventie en de eigen kracht van gezinnen, het beperken van onnodige instroom in specialistische jeugdhulp, het verbeteren van kwaliteit en effectiviteit van zorg en het terugdringen van administratieve lasten en versnippering in het stelsel. Daarnaast worden afspraken gemaakt over scherpere afbakening van jeugdhulp, betere samenwerking tussen gemeenten, onderwijs en zorgaanbieders, en stevigere regie en toezicht, met als doel tijdige, passende hulp voor jongeren die dat echt nodig hebben en een beheersing van de sterk gestegen kosten in de jeugdzorg.

Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming Het Toekomstscenario Kind- en gezinsbescherming is een landelijke hervorming van de jeugdbeschermingsketen die erop gericht is om kinderen en gezinnen sneller, eenvoudiger en effectiever te helpen bij onveiligheid en ontwikkelingsbedreiging. De kern van het scenario is dat lokale teams, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en gecertificeerde instellingen nauwer en meer geïntegreerd samenwerken met één vast gezicht per gezin, minder schakels en minder overdrachtsmomenten. De focus ligt op tijdige signalering, versterking van de rechtsbescherming, duidelijke regie en het waar mogelijk vrijwillig organiseren van hulp, zodat dwangmaatregelen worden beperkt en beter onderbouwd ingezet wanneer dat noodzakelijk is. In Flevoland hebben we in de periode 2022 – 2025 deelgenomen aan de landelijke proeftuinen (in Dronten en Almere). De geleerde lessen daarvan vertalen we in de komende jaren door, waarbij we aansluiten op de Stevige Lokale Teams en de Regionale Ondersteuningsstructuur.

Nationaal Actieplan Dak- en Thuisloosheid Het Nationaal Actieplan Dak- en Thuisloosheid is een landelijke aanpak van het Rijk en gemeenten om dak- en thuisloosheid in Nederland te voorkomen en terug te dringen, met als uitgangspunt “wonen eerst”. Het plan richt zich op het voorkomen van huisuitzettingen en instroom in dakloosheid, het versneld realiseren van passende en betaalbare woonruimte (zoals via Housing First), en het verbeteren van begeleiding op maat voor mensen met complexe problematiek op het gebied van schulden, zorg of veiligheid. Daarnaast zet het actieplan in op betere samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties, zorgpartijen en andere betrokken organisaties. Hierbij is er specifieke aandacht voor jongeren, gezinnen en mensen die uitstromen uit instellingen of detentie, zodat dakloosheid zoveel mogelijk wordt voorkomen en sneller duurzaam wordt opgelost. Programma ‘Van Beschermd Wonen naar Beschermd Thuis’ De commissie Dannenberg (2015) schetste het perspectief van een inclusieve samenleving waarin ook zeer kwetsbare inwoners met ernstige psychische problematiek zoveel mogelijk in de eigen woonomgeving participeren. Dit vraagt om een verschuiving van intramurale voorzieningen naar ambulante zorg en ondersteuning. In het regionaal kader Zorglandschap Wmo 2020–2026 hebben de Flevolandse gemeenten hierover bestuurlijke afspraken gemaakt.

De uitvoering en monitoring van de voortgang vindt plaats door middel van het bijbehorende uitvoeringsplan. Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) De OGGZ richt zich op zeer kwetsbare inwoners met complexe problemen op meerdere levensdomeinen die zelf geen hulp zoeken of deze mijden. Zonder gerichte inzet dreigt maatschappelijke uitval, waaronder dakloosheid. Het doel is het voorkomen van uitval door vroegsignalering en tijdige, integrale ondersteuning. Dit vraagt om een outreachende, specialistische aanpak, in nauwe samenwerking met onder meer naasten, zorgverleners, woningcorporaties en politie.

De gezamenlijke opgave: ‘zo thuis mogelijk’ Integraal Zorgakkoord (IZA) en Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) in 2026 ook onder aansturing BOSD Naast de Jeugdwet en Wmo werken de vijf gemeenten in de regio Sociaal Domein Flevoland ook met elkaar samen aan het (landelijke) Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). In februari 2026 is door de portefeuillehouders van de regiogemeenten besloten om deze samenwerking onder aansturing van het BOSD te brengen. Hoe dit precies vorm krijgt, wordt in de loop van 2026 uitgewerkt. In het Integraal Zorgakkoord staan afspraken tussen de overheid en een groot aantal partijen in de zorg. Het doel was en is de zorg in Nederland te verbeteren en voor te bereiden op de toekomst. Het IZA bevat landelijke afspraken tussen VWS, gemeenten en zorg-, en welzijn partijen om de zorg toekomstbestendig, toegankelijk en betaalbaar te houden. Dit betreft afspraken op lokaal én regionaal niveau. In Flevoland bestaat de regio uit; Almere, Lelystad, Dronten, Noordoostpolder en Urk. Via het IZA, maar vooral ook via het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) welke loopt tot en met 2026, ontvangen gemeenten financiële middelen vanuit het rijk om lokale projecten/ketenaanpakken uit te voeren.

Het Aanvullende Zorg-en Welzijnsakkoord (AZWA), tot stand gekomen in 2025, is een doorontwikkeling van het IZA en borgt een deel van de GALA-afspraken na 2026. AZWA maakt de beweging van zorg naar gezondheid explicieter, geeft het sociaal domein een sterkere positie en werkt met landelijke basisfunctionaliteiten zoals valpreventie en sociaal verwijzen. De afspraken zijn bedoeld om de sociale basis en de samenwerking tussen zorg en welzijn structureel te versterken en de beweging naar de voorkant (naar gezondheid en welzijn) te versnellen. De handreikingen en systematiek voor de uitvoering van het AZWA worden in het verloop van 2026 gedeeld met de gemeenten.

Samenwerking met partners Samen met Partners: van ‘leren wat werkt’ naar domeinoverstijgend samenwerken In de afgelopen jaren stond binnen de regio Sociaal Domein Flevoland het principe ‘Samen leren wat werkt’ centraal. Gemeenten en partners werken via leer- en thematafels samen aan kwaliteitsverbetering binnen de domeinen Jeugd, Wmo en Zorg & Veiligheid. De maatschappelijke opgaven van vandaag vragen om een volgende stap. Problemen van inwoners – zoals opgroeien, psychische kwetsbaarheid, bestaanszekerheid, wonen en veiligheid – hangen vaak samen en laten zich niet opdelen in aparte beleidsvelden. Daarom verschuift de focus van leren binnen afzonderlijke domeinen naar domeinoverstijgend leren en samenwerken. Daarbij is het soms nodig om manieren te zoeken om schotten tussen domeinen te doorbreken, of om ervoor te zorgen dat verschillende wetten en geldstromen elkaar niet belemmeren maar goed op elkaar worden afgestemd.

Bestuurlijk partnerschap Binnen de regio vervult het Bestuurlijk Overleg Sociaal Domein Flevoland (BOSD) een centrale rol in de afstemming tussen gemeenten. In dit overleg bespreken wethouders gezamenlijke regionale vraagstukken en wordt richting gegeven aan de samenwerking binnen het sociaal domein. In het verlengde daarvan wordt verkend hoe domeinoverstijgende vraagstukken bestuurlijk breder met partners kunnen worden besproken, bijvoorbeeld in de vorm van een bestuurlijke tafel. Doel daarvan is om gezamenlijke opgaven tijdig te duiden, knelpunten in de keten te signaleren en gedeelde verantwoordelijkheid te versterken. Met de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling per 1 januari 2027 en de doorontwikkeling van de regionale uitvoeringsorganisatie wordt deze manier van samenwerken verder ontwikkeld.

Bestuurlijke afstemming – alleen - is echter niet voldoende. De uitvoering van zorg en ondersteuning vindt plaats in een breed netwerk van organisaties en professionals.

Partners in het veld De zorg en ondersteuning aan inwoners wordt uitgevoerd door zorgaanbieders en hun professionals. Met hen werken gemeenten samen via contract- en verantwoordingsafspraken én als partners in ontwikkeling en vernieuwing, onder andere via leer- en thematafels. Afhankelijk van de opgave wordt samengewerkt met partners uit de zorg, de jeugdbeschermingsketen, het onderwijs, Veilig Thuis, verwijzers, adviesraden sociaal domein, ervaringsdeskundigen en regionale kennispartners. Hun betrokkenheid draagt bij aan betere aansluiting van beleid en uitvoering op wat inwoners nodig hebben en aan het onderbouwen van keuzes met praktijkervaring, data en onderzoek.

Partnerschap vraagt ook om een open houding Domeinoverstijgend werken vraagt niet alleen afspraken, maar ook een gezamenlijke manier van werken en een open houding. Dat betekent: • over de grenzen van het eigen domein heen kijken; • openheid over knelpunten en financiële spanningen; • informatie delen; • vasthouden aan gezamenlijke afspraken. Deze manier van samenwerken is nodig om de regionale opgave waar te maken: ondersteuning en zorg die zo thuis mogelijk, passend en toekomstbestendig is voor inwoners.

Feiten en cijfers

In dit hoofdstuk zetten we feiten en cijfers van onze regionale samenwerking op een rij. Dat doen we per doelgroep cq type zorgvorm. We beogen daarmee op hoofdlijnen inzicht te geven in omvang, de belangrijkste vraagstukken en de ontwikkelingen in onze regio.

Inhoud: -

Jeugdhulp Beschermd wonen Maatschappelijke Opvang Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz) Zorg & Veiligheid

Jeugdhulp

Belangrijke cijfers Doel In dit hoofdstuk staan de belangrijkste feiten en cijfers over de regionale samenwerking op het gebied van (hoog)specialistische jeugdhulp. De regio wil de vraag naar deze zware vormen van jeugdhulp terugdringen. De inzet is dat minder jeugdigen in verblijf, crisishulp en hoogspecialistische jeugd-GGZ terechtkomen. Daarnaast is het doel om de behandelduur te verkorten en vaker te kiezen voor gezinsgerichte plaatsingen, met minder doorplaatsingen. De regionale samenwerking heeft op dit moment betrekking op: • jeugdhulp met 24-uurs verblijf • hoogspecialistische jeugd-GGZ (HSJGGZ) • crisiszorg jeugd Vanaf 1 januari 2027 gaat de regio daarnaast vier vormen van specialistische ambulante jeugdhulp gezamenlijk inkopen: jeugd-GGZ, kinderdagcentra, logeren en multidisciplinaire specialistische jeugdhulp (Regionale inkoop 2027). Hiermee wil de regio de beschikbaarheid en samenhang van jeugdhulp verbeteren en meer ondersteuning thuis mogelijk maken.

Contract

% verschil 2025 t.o.v. 2024

# jeugdigen 2025

# jeugdigen 2024

# jeugdigen 2023

Jeugdhulp 24uurs

-3,96%

1189

1238

1110

HSJGGZ

-13,41%

1614

1864

1796

Crisiszorg

+ 56%

114

73

117

Regionale inkoop 2027

Jeugdhulp

Belangrijke cijfers Jeugdhulp 24-uurs

Zorg dichtbij: Begeleid en behandeld wonen

Aard zorgvorm

% van totaal

Ambulante 24-uurs Jeugdhulp Thuis Op Maat (ToM)

12%

Gezinsgerichte vormen (pleegzorg en gezinshuizen)

51%

Begeleid Wonen

20%

Behandeld Wonen

17%

Zorg dichtbij: Pleegzorg

Jeugdhulp

De genoemde jeugdzorgvormen zijn regionaal ingekocht, maar sluiten aan op het lokale zorglandschap. De gemeenten verschillen onderling, bijvoorbeeld in het aantal jeugdigen in verblijf. Door met lokale beleidsadviseurs af te stemmen, zorgen we dat het regionale aanbod passend blijft .De cijfers zijn gebaseerd op gedeclareerde zorg en kunnen nog worden bijgesteld.

Ontwikkelingen IHet aantal jeugdigen in verblijf neemt af, hiermee worden belangrijke stappen gezet richting onze doelstelling om zo thuis mogelijk zorg te bieden. Tegelijkertijd is te zien dat juist het aantal jongeren in gezinsgerichte vormen van verblijf ook daalt. Dit is een belangrijk aandachtspunt om de komende tijd aan te werken. De recidive - het opnieuw instromen in verblijf- daalt ook, dit draagt bij aan de ambitie om jeugdigen in één keer goed hulp te bieden. Daarnaast is het verkorten van de doorlooptijd ook een belangrijk aandachtspunt. Het doel is om deze in 2026 25% korter te hebben dan in 2023.

Thuis op Maat Om verblijf te voorkomen of te verkorten, wordt actief ingezet op alternatieven. Sinds 2025 is Thuis op Maat (ToM) geïntroduceerd als verblijfsvervangende ambulante ondersteuning. Thuis op Maat is in 2025 nauwlettend gevolgd als innovatieve oplossing en vanuit deze evaluaties zal het product zich gedurende 2026 verder ontwikkelen, op korte en lange termijn.

Regionaal Expert Team Verwijzers maken gebruik van het Regionaal Expert Team (RET) en Team AnderS (TAS) voor complexe situaties waarin reguliere hulp vastloopt. Dit is onderdeel van de regionale ondersteuningsstructuur is voortgevloeid uit de Versnellingsaanpak ’22, ter voorkoming van uithuisplaatsingen. Het RET is daarbij een wettelijke verplichting. De resultaten laten zien dat in een aanzienlijk deel van de afgeronde casussen verblijf kon worden voorkomen of verkort. Begin 2025 is besloten deze regionale ondersteuningsstructuur te continueren en door te ontwikkelen richting een bredere ondersteuning voor inwoners van 0–100 jaar, in verbinding met Beschermd Wonen/Wmo en de Veiligheidsketen. Momenteel wordt ook ToM doorontwikkeld op basis van de geleerde lessen.

Beschermd Wonen

Doel De commissie-Toekomst beschermd wonen (commissie-Dannenberg) schetste in 2015 een toekomstbeeld van een inclusieve samenleving voor kwetsbare mensen. Deze transformatie leidt tot minder instellingen voor beschermd wonen en tot meer zorg en ondersteuning in de eigen woonomgeving van inwoners. Het gaat om zorg en ondersteuning aan kwetsbare inwoners met psychische- en psychosociale problemen. Op grond van de Wmo2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor passende zorg en ondersteuning aan inwoners. De invoering van het woonplaatsbeginsel Beschermd Wonen is, tegelijkertijd, met de invoering van het objectief verdeelmodel een aantal keer uitgesteld. Momenteel is hierover door het rijk nog geen besluit genomen over de invoering hiervan. Hierdoor is op dit moment centrumgemeente Almere financieel verantwoordelijk voor de uitvoering van de wettelijke taak beschermd wonen. Ten behoeve van de regionale samenwerking is er een robuuste regionale uitvoeringsorganisatie opgericht: Sociaal Domein Flevoland (SDFl). Het SDFl is een beleidsarme organisatie waar o.a. voor beschermd wonen het contract en leveranciersmanagement en financiën zijn gepositioneerd. De afgelopen jaren is met het regionaal kader Zorglandschap 2020-2026 en het bijbehorende uitvoeringsprogramma gewerkt aan de doordecentralisatie van beschermd wonen. Echter, deze doordecentralisatie is nog niet voltooid.

De aankomende periode wordt gebruikt om een nieuwe visie te ontwikkelen op het Regionale Zorglandschap met een bijbehorende uitvoeringsagenda. In de tussentijd blijft gewerkt worden aan de opgaven die geformuleerd zijn in het regionaal kader Zorglandschap 2020-2026.

Belangrijke cijfers • Op de peildatum januari 2026 zijn er 16 cliënten met beschermd wonen Hoog, 244 cliënten met beschermd wonen Midden en 6 moeders met kinderen in een beschermde woonvorm. De grootste groep cliënten is tussen de 18-27 jaar (164), daarna volgt de groep cliënten tussen de 28-55 jaar (93), de kleinste groep is 55+ jaar (9). • Er zijn in totaal 10 cliënten die gebruik maken van beschut wonen in de leeftijdscategorie 18-27 (2) en 28-55 (8).

• In 2025 zijn 95 cliënten uitgestroomd uit beschermd wonen. Niet alle cliënten stromen uit naar zelfstandig wonen. Er zijn ook cliënten die uitstromen naar de Wet langdurige zorg. Tussen de 50-70% van de cliënten stroomt uit naar zelfstandig wonen. • In 2025 zijn er 94 cliënten ingestroomd in een vorm van beschermd wonen.

• In 2025 waren er 74 jongvolwassenen boven de 18 jaar die na jeugdhulp met verblijf een beschikking voor beschermd wonen hebben ontvangen. • In de regio zijn er 8 aanbieders van beschermd wonen op basis van Zorg in Natura (ZiN). Deze aanbieders hebben verschillende locaties die verspreidt zijn over Flevoland. Naast het gesubsidieerde aanbod wordt er ook gebruik gemaakt van de financieringsvorm PGB. • Structurele wachtlijst van circa 60 mensen voor beschermd wonen.n tussen de 28-55 jaar (93), de kleinste groep is 55+ jaar (9).

Beschermd Wonen

Ontwikkelingen Het Beschermd Wonen hebben we in Flevoland regionaal georganiseerd. Een groot deel van de taken (plaatsingscoördinatie, back-office e.d.) is belegd bij Almere als centrumgemeente. Er wordt regionaal en lokaal nauw samengewerkt op het gebied van Beschermd Wonen.

Terugblik De afgelopen jaren is er met het uitvoeringsprogramma uitvoering gegeven aan het regionaal kader Zorglandschap Wmo2020-2026. Een aantal belangrijke resultaten die de afgelopen periode zijn behaald, samen met cliënten, naasten, partners in de wijk, stad en regio zijn de volgende: • Bestuurlijk Akkoord ‘Weer Thuis’. • Realisatie van producten/diensten: • Gewoon Thuis; • Beschut Wonen; • Logeerplekken BW; • Droge voorziening BW; • Flevolandse Avond en Nachtdienst; • Lokale uitstroomtafels. • Opstellen van Op-, Om- en Afbouwplan • Strategisch spreidingsplan • Realisatie Hybride Toegang beschermd wonen

• De implementatie van het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen. • Het concreet maken van regionale financiële afspraken op basis van het objectieve verdeelmodel. • Het gezamenlijk vormgeven van regionale (inkoop)afspraken. • Uitvoering geven aan het Op,- Om-, en Afbouwplan door o.a. het realiseren van de ambities uit het strategisch spreidingsplan. • Doorontwikkeling van de Hybride Toegang beschermd wonen waarbij inwoners gedurende hun gehele Wmo-traject actief worden gevolgd door één vaste regiehouder.

• Ambities uit de nieuwe visie vertalen naar en uitvoeringsprogramma. • Vertalen van de uitgangspunten uit de herijking koers beschermd wonen en maatschappelijke opvang naar concrete acties vanuit de drie ambities: 1. passende zorg en ondersteuning beschikbaar en toegankelijk; 2. Inclusief wonen in sterke wijken; 3. Sterke regionale samenwerking. • De beweging van de Hervormingsagenda jeugd en de ontwikkeling van Stevige Lokale teams in de aangesloten gemeenten vraagt om nadere aandacht voor regionale aansluiting bij het lokale veld.

Maatschappelijke Opvang

Doel De maatschappelijke opvang biedt onderdak en ondersteuning aan mensen zonder (t)huis en wie niet in staat zijn zich op eigen kracht, of met hulp, te handhaven in de samenleving. Mensen zonder eigen (t)huis hebben vaak problemen die zonder hulp en ondersteuning snel kunnen verergeren. Adequate opvang en ondersteuning bieden is daarom belangrijk: het zorgt ervoor dat de problematiek niet verergert en draagt bij aan herstel. We willen dakloosheid zo veel mogelijk voorkomen maar als deze situatie zich voordoet passende opvang en ondersteuning kunnen bieden met als doel deze mensen te ondersteunen naar passende vervolghuisvesting. Naast de reguliere maatschappelijke opvang organiseren we in de regio ook elk jaar in de periode van circa half november tot half maart de Winterkoudeopvang. Dit zijn extra opvangplekken voor de perioden waarin het ‘s nachts vriest. Ook voor mensen die normaal gesproken geen recht hebben op toegang tot de maatschappelijke opvang, zoals bijvoorbeeld arbeidsmigranten, is er plek in deze winterkoudeopvang.

Aanpak Het realiseren van een goed functionerende maatschappelijke opvang is alleen mogelijk door nauwe samenwerking tussen gemeenten, zorgorganisaties en woningcorporaties. Ieder van deze partners brengt kennis en ervaring in die elkaar aanvullen. De centrumgemeente Almere vervult de regierol, zorgorganisaties leveren professionele begeleiding aan deelnemers in de opvang en woningcorporaties zijn nodig om, zodra een cliënt klaar is om op zichzelf te wonen, woonruimte aan te bieden. In de regio Flevoland werken we in de maatschappelijke opvang samen met het Leger des Heils, Kwintes en Iriszorg. Daarnaast vervult de GGD een belangrijke rol, daar is namelijk de Centrale Toegang belegd. Opvanglocaties in de regio Flevoland zijn verspreid over de verschillende gemeenten. Deelnemers zijn niet gebonden aan hun eigen woonplaats voor toegang tot opvang. Als het gaat over uitstroom, dan stroomt een deelnemer in principe uit naar gemeente van herkomst.

Maatschappelijke Opvang

Lokaal en regionaal

Belangrijke cijfers (2025)

De maatschappelijke opvang is een regionale voorziening. Dit betekent dat inwoners van de regio die gebruik willen maken van de maatschappelijke opvang in de hele regio terecht kunnen. In afstemming met de regiogemeenten wordt, waar mogelijk, gewerkt aan decentralisatie van maatwerkvoorzieningen.

Soort opvang

Unieke personen

Maanden in MO met geldige uitstroomurgentie (2025-Q4)

Regulier nachtopvang

162

3-6 maanden

7

Slaaphuis

68

Winterkoudeopvang

204

6-9 maanden

9

Ingehuisde cliënten met huisvestingsurgentie (Q4)

33

Ontwikkelingen

9-12 maanden

4

Ingehuisde cliënten met Wmo (BW) indicatie (Q4)

4

1 tot 2 jaar

8

2 jaar en langer

1

Ingehuisde cliënten met Wlz indicatie (Q4)

4

Onbekend

4

We werken aan een aantal belangrijke ontwikkelingen ten behoeve van de maatschappelijke opvang: - Het verstevigen van de rechtspositie en rechtszekerheid van deelnemers in de maatschappelijke opvang Flevoland middels het toekennen van beschikkingen. - Het voorkomen van dakloosheid door meer aandacht te geven aan preventie. - Het vertalen van de uitgangspunten uit de herijking koers beschermd wonen en maatschappelijke opvang naar concrete acties vanuit de drie ambities: 1. passende zorg en ondersteuning beschikbaar en toegankelijk; 2. Inclusief wonen in sterke wijken; 3. Sterke regionale samenwerking. - Het uitvoering geven aan het Op,- Om-, en Afbouwplan van voorzieningen MO en BW door o.a. het realiseren van de ambities van de regionale spreidingsafspraken. - Het realiseren van een meer gedifferentieerd aanbod van kleinschalige opvangvoorzieningen.

Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz)

Doel In de regio Sociaal Domein Flevoland willen wij onze inwoners toegankelijke, passende ondersteuning bieden, gericht op wat zij écht nodig hebben. Er zijn echter inwoners met een zodanig complexe en meervoudige problematiek, dat zij risico lopen tussen wal en schip te vallen. Zij kampen vaak met ernstige problemen op meerdere levensdomeinen, zoals huisvesting, financiën, lichamelijke en psychische gezondheid, verslaving, sociaal isolement en verwaarlozing en meestal een combinatie daarvan. De toegang tot passende zorg is voor deze groep niet vanzelfsprekend. Zij weten de weg naar hulpverlening niet (meer) te vinden of mijden deze bewust. Wantrouwen richting instanties of het onvermogen een hulpvraag te formuleren spelen daar bijvoorbeeld een rol bij. In samenwerking met onze partners werken wij er als regio aan om deze zeer kwetsbare doelgroep van zorgwekkende zorgmijders te ondersteunen. Belangrijke factoren daarin zijn het Meldpunt Vangnet & Advies en het bieden van bemoeizorg.

Belangrijke cijfers In de afgelopen jaren (vanaf 2014) is sprake van een gestage stijging van het aantal meldingen van onbegrepen gedrag in de regio Flevoland. Uit cijfers over de afgelopen jaren en het eerste kwartaal van 2025 is de verwachting dat deze stijging zich volgend jaar en de komende jaren voortzet. De onderstaande linker grafiek geeft het verloop van het aantal meldingen weer. De grafiek aan de rechterkant laat zien dat de toename van de meldingen van onbegrepen gedrag een landelijke trend is, waarbij Flevoland zich met een groei van 18% in de middenmoot bevindt.

Bij het Meldpunt Vangnet & Advies kunnen inwoners en ook huisartsen, politie e.d. een melding maken. De GGD, waar dit meldpunt belegd is, heeft zorgcoördinatoren in dienst die meldingen nader onderzoeken en in overleg met zorgpartners, maatschappelijk werk e.d. tot een persoonlijke aanpak komen.

De bemoeizorgpartners hebben een outreachende aanpak, waarbij zij inwoners ‘verleiden tot zorg', zodat daarna passende ondersteuning kan worden ingezet.

Bron: GGD Flevoland

Bron: GGD landelijk

Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGz)

Juist vanwege de complexiteit en meervoudigheid van de problematiek van de inwoners die onbegrepen gedrag laten zien en die zorgmijdend zijn, is het samenspel tussen de lokale gemeenten en de regionale maatregelen heel belangrijk.

Ontwikkelingen Inzicht vergroten in en versterken van de regionale ketenaanpak Toename van meldingen Onbegrepen gedrag kan positief zijn in termen van vroegtijdige signalering, maar kan ook wijzen op knelpunten in de zorgketen. De oorzaken van de toename van meldingen zijn behoorlijk divers en liggen lang niet allemaal binnen de invloedssfeer van gemeenten. Denk bijvoorbeeld aan: - Landelijk politiebeleid ten aanzien van registratie en doorverwijzing - Kloof tussen GGZ en sociaal domein (ontstaan door afbouw van intramurale zorg) - Tekort aan passende huisvesting en woonzorgvormen. Naast reeds bestaande landelijke data en informatie vanuit de GGD-Flevoland is daarom behoefte aan inzicht van elementen waar versterking in de regionale ketenaanpak mogelijk is en waar een versnellingsimpuls aan kan worden gegeven. De nadrukkelijke focus moet komen te liggen op de preventieve

aanpak in het voorveld en directe inzet (bemoei-)zorg waardoor het aantal meldingen kan afnemen. Wij werken hieraan met onze ketenpartners. In 2026 wordt een ‘aanjager’ ingezet om ons hierbij te helpen versnellen. Financiën Zowel de financiën van Vangnet en Advies (GGD) als van de regionale bemoeizorgpartners staan onder druk. Partners geven aan meer capaciteit te leveren dan waar financiële compensatie tegenover staat. Het knelpunt van toenemende inzet én toenemende kosten is een belangrijk aandachtspunt de komende periode

Zorg & Veiligheid

Doel De zes Flevolandse gemeenten (inclusief Zeewolde) werken intensief samen op het thema Zorg en Veiligheid. De urgentie om een veilig thuis te borgen voor alle inwoners is sterker dan ooit. Een betere verbinding tussen zorg, veiligheid, sociaal domein en straf staat hierin centraal. Hierbij is tevens aandacht voor de couleur locale.

Aanpak De basis voor de samenwerking is de Regiovisie Aanpak Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Met deze visie zijn heldere kaders en ambities vastgesteld in samenspraak met ketenpartners. Samengevat zijn deze: 1. Voorkomen is beter dan genezen. 2. Eerst het stoppen van geweld, daarna het wegnemen van de risico’s en het werken aan herstel: kortom we werken volgens de visie gefaseerd samenwerken aan veiligheid. 3. Samen met het huishouden bepalen betrokken professionals in gezamenlijk overleg en onderlinge afstemming wat, waarom, door wie wordt gedaan. De verschillende gezinsprofielen, zoals zijn opgesteld door het Verwey-Jonker Instituut en Augeo, ondersteunen de gezinsgerichte, in teamverband, multidisciplinaire, rechtsbeschermende en transparante aanpak. 4. Hulp vindt zo veel mogelijk thuis plaats. 5. Door continu te leren van onze aanpak kunnen we onze aanpak blijven verbeteren.

Vaak gaat het in de zorg- en veiligheidsproblematiek om hulpbehoevenden die te maken hebben met een opeenstapeling van persoonlijke problemen, bijvoorbeeld psychische klachten, financiële problematiek, verstandelijk beperkt, verslaving. Deze mensen zijn vaak slachtoffer van misbruik en criminaliteit, of veroorzaken zelf overlast en veiligheidsproblemen, ook in relaties. Slachtofferschap en plegerdaden kunnen daarbij door elkaar lopen.

Belangrijke thema’s in onze samenwerking zijn: • Huiselijk geweld (inclusief kindermishandeling) • Mensenhandel • Zorg en Veiligheidshuizen (Persoons Gerichte Aanpak en Multi Disciplinaire Domein overstijgende Aanpak (MDA++)) • Re-integratie ex-gedetineerden • Aanpak radicalisering • Jeugdbescherming en jeugdreclassering. Bestuurlijk wordt zowel regionaal als lokaal samengewerkt tussen de wethouders Jeugd en Wmo, de burgemeesters en de zorg- en veiligheidspartners. Er zijn verschillende regionale bestuurlijke overleggen met o.a. politie Flevoland, Openbaar Ministerie MiddenNederland, Reclassering Nederland, Veilig Thuis Flevoland, Samen Veilig, GGD Flevoland, GGZ Centraal en de Raad voor de Kinderbescherming. Verder wordt (met name lokaal) aansluiting gezocht bij de wijkteams, huisartsen en medisch specialisten, scholen en kinderopvang, verslavingszorg, schuldhulpverlening en thuiszorg.

Zorg & Veiligheid

Ontwikkelingen De partners en de zes gemeenten zetten de noodzakelijke stappen om de verbinding tussen Zorg en Veiligheid versterken. Zo wordt er in de gemeenten gewerkt aan de opbouw van de Stevige Lokale Teams waar professionals zelf de regie pakken en handelen bij veiligheidssituaties. Dit vraagt om een optimaal samenspel van gemeenten, zorg- en justitieorganisaties, zowel lokaal als regionaal. Deze onderlinge afstemming en samen optrekken maakt een sluitend zorg- en veiligheidsveld mogelijk. Het Verdrag van Istanbul van de Raad van Europa bevat gedetailleerd omschreven landelijke en lokale verplichtingen om geweld tegen vrouwen te voorkomen en te bestrijden. Daarnaast moeten maatregelen ook mannen en jongens stimuleren om actief bij te dragen aan het voorkomen van geweld tegen vrouwen. Het verdrag besteedt veel aandacht aan de maatregelen die nodig zijn voor de opvang en bescherming van slachtoffers en stelt eisen aan bijvoorbeeld het aantal opvangplekken, welke in Nederland moeten worden verhoogd. Veilig thuis Flevoland (VTF) is het regionale advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling. De afgelopen jaren is er gewerkt aan de doorontwikkeling van VTF als expertisecentrum voor het versterken en ondersteunen van het lokale veld. Bovendien is sinds 2024 het Meldpunt Mensenhandel voor de regio bij VTF belegd.

De Blijfgroep biedt een reeks aan diensten gericht op slachtoffers en plegers van huiselijk geweld, zoals vrouwenhulpverlening volgens de Oranje Huis aanpak: open, zichtbaar en toekomstgericht. Het Oranje Huis biedt aan alle vrouwen uit het land noodopvang, crisisopvang en begeleid wonen. De Blijfgroep biedt daarnaast ambulante hulp aan zowel slachtoffers als plegers en is verantwoordelijk voor opvangplekken voor slachtoffers mensenhandel met multiproblematiek ((OMM).

Sinds 2025 is bij de Blijfgroep het Kenniscentrum Eer & Veiligheid ingericht. De medewerkers van het Kenniscentrum zijn gespecialiseerd in het herkennen van signalen van eergerelateerd geweld, kunnen hulpverleners ondersteunen in casuïstiek en kunnen opvang organiseren. Het kenniscentrum is beschikbaar voor de hele regio. Tenslotte vermelden we hier de uitstapprogramma’s die sekswerkers begeleiden naar werk of overige dagbesteding buiten de seksbranche. Deze regeling is bedoeld voor zowel vrouwelijke, mannelijke als transgender sekswerkers. In Flevoland wordt het uitstapprogramma door Scharlakenkoord en Terwille georganiseerd.

Zorg & Veiligheid

Belangrijke cijfers Bij VTF zijn in de periode van 2024 tot en met 2025 10.863 meldingen huiselijk geweld binnengekomen. Dat is 3,4% minder dan in de periode ervoor. Gezien de bevolkingsgroei van Flevoland en de daarbij verwachte stijging van meldingen huiselijk geweld en kindermishandeling is de daling in meldingen relatief gezien groter. Dat neemt niet weg dat landelijk gezien het aantal meldingen in Flevoland, en met name Almere en Lelystad, hoog is. Bovendien wordt de aard van de problematiek achter de meldingen steeds complexer. Samen met de veiligheidsketen en het lokale veld worden interventies gedaan om deze ontwikkeling van toenemende complexe problematiek om te buiten. De politie doet de meeste meldingen bij VTF. Andere belangrijke melders zijn de Jeugdgezondheidszorg, het onderwijs, de lokale (wijk)teams en huisartsen. Het Centrum Seksueel Geweld (CSG) Flevoland & Gooi- en Vechtstreek biedt al tien jaar geïntegreerde, multidisciplinaire hulpverlening voor slachtoffers van acuut seksueel geweld. Medische, psychologische en forensische disciplines werken samen op één locatie. In 2025 is in 538 gevallen door het CSG zorg verleend of advies gegeven. Ten opzichte van vier jaar geleden is dit een stijging van 49%. Deze stijging komt overeen met de landelijke groei in zorg- en adviesvragen bij de CSG’s.

Sinds de opening van het Meldpunt Mensenhandel bij VTF in 2024 zijn er 173 meldingen gedaan en 132 adviesconsulten aangevraagd. Naarmate het meldpunt bekender wordt, stijgen de meldingen en adviesvragen. Daarnaast zijn er individuele meldingen en vragen o.a. vanuit het COA en maatschappelijk werk bij gekomen. Seksuele uitbuiting wordt het meeste gesignaleerd in de regio en criminele uitbuiting als tweede.

Signalen van arbeidsuitbuiting blijven tot dusver achter. Vermoedelijk signaleren de partners nog maar het puntje van de ijsberg. De regio zet in op het stevig verankeren van de zorgcoördinatie mensenhandel met nadruk op uitbouw netwerk tussen zorg en veiligheid, de opvang van slachtoffers, de uitwerking van de lokale ambitieplannen en bewustwording van signalen onder professionals en inwoners.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2363/documents/44447