A17 01 Bijlage bij Commissie MER - Toetsingsadvies MITC.pdf
Tekst van het document
Mobiliteit en Infrastructuur Testcentrum Marknesse Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 14 juli 2022 / projectnummer: 3652
Advies over het MER in het kort De Rijksdienst Wegverkeer (RDW) wil haar testlocatie voor (nieuwe) voertuigen verplaatsen van Lelystad naar Marknesse in de gemeente Noordoostpolder. Op het mobiliteit en infrastructuur testcentrum (MITC) komt ruimte voor een oefenterrein van de politie, een testomgeving voor onder andere zelfrijdende auto’s en een campus. Op dit moment past de komst van het MITC niet in de plannen van de provincie en gemeente. Het omgevingsprogramma en bestemmingsplan moeten daarom aangepast worden. De mogelijke gevolgen voor de omgeving zijn onderzocht in een milieueffectrapport (MER) 1 dat betrokken wordt bij de besluitvorming door de provincie en gemeente. De gemeente Noordoostpolder heeft de Commissie gevraagd te adviseren over dit rapport. In dit advies spreekt de Commissie voor de milieueffectrapportage zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.
Wat blijkt uit het MER? In het MER zijn de mogelijke gevolgen van het MITC voor de omgeving onderzocht. Uit het rapport blijkt dat de omgeving op een aantal aspecten negatief beïnvloed wordt. Het betreft een toename van geluid, een mogelijke verstoring van archeologische en landschappelijke waarden in het gebied, het aantasten van (beschermde) natuur, een verslechtering van de luchtkwaliteit, een toename van verkeer van en naar het gebied en een verstoring van de waterhuishouding (door onder andere het aanbrengen van nieuwe verharding). Door aanvullende maatregelen te treffen worden deze gevolgen deels, zoals voor de aspecten water en natuur, gecompenseerd.
Wat is het advies van de Commissie? De Commissie is van oordeel dat het MER de essentiële informatie bevat om een besluit te kunnen nemen over de komst van het MITC, waarin het milieubelang volwaardig wordt meegewogen. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar beoordeling toe en geeft ze aandachtspunten voor het vervolgtraject.
1
MER MITC Marknesse, TAUW, 5 april 2022.
-1-
Figuur 1 – Overzicht van het MITC met de verschillende onderdelen. Bron: MER.
Aanleiding MER De huidige testlocatie van de RDW voor nieuwe voertuigen is niet meer toekomstbestendig. Op de huidige plek naast Lelystad Airport zijn niet voldoende uitbreidingsmogelijkheden. Bij Marknesse is een nieuwe locatie gevonden. Naast de testbaan voor voertuigen komt er ook een oefenterrein van de politie en ‘DigiCity’ (een testlocatie voor zelfrijdende auto’s met een campus). Deze ontwikkeling moet komen op een terrein wat nu grotendeels als landbouwgrond en voor een klein deel als natuurgebied in gebruik is. De komst van het MITC valt onder andere binnen categorieën D 11.2 (stedelijk ontwikkelingsproject), D 11.3 (wijziging industrieterrein) en D 43 (aanleg van testbanen) en daarom geldt een plan-MER plicht. Rol van de Commissie voor de milieueffectrapportage De Commissie is bij wet ingesteld, onafhankelijk en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. De bevoegde overheden – in dit geval de Provinciale Staten van Flevoland en de gemeenteraad van Noordoostpolder - besluiten over respectievelijk de wijziging van het provinciale omgevingsprogramma en het gemeentelijke bestemmingsplan.
De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. De projectstukken die bij het advies zijn gebruikt staan op de website. Deze zijn te vinden door nummer 3652 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
-2-
Toelichting op het advies De Commissie wil met onderstaande aanbevelingen een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de verdere besluitvorming. De opmerkingen in dit hoofdstuk hebben geen betrekking op ontbrekende essentiële informatie.
Doel en aanleiding In het MER staat beschreven dat de directe aanleiding voor het project de uitbreiding van Lelystad Airport is.2 Voor groei van de luchthaven zijn volgens het MER de gronden van RDW nodig. In een overleg van de Commissie met de initiatiefnemer en de bevoegde overheden 3 werd echter een andere belangrijke reden voor verplaatsing gegeven: op de huidige locatie is niet genoeg ruimte voor toekomstige noodzakelijke uitbreiding van de testbaan. Bovendien kent de huidige locatie op de lange termijn te veel onzekerheden. De Commissie beveelt aan om bij de verdere besluitvorming eenduidig en navolgbaar de aanleiding voor en het doel van de verplaatsing van de testbaan te beschrijven.
Water en klimaat Uit het MER blijkt dat het voornemen invloed heeft op het watersysteem. Het gaat enerzijds om het aanbrengen van verharding en daarmee een versnelde afvoer van regenwater en anderzijds om het aanpassen van de structuur van watergangen en tochten voor de aan- en afvoer van oppervlaktewater. In het MER en achterliggende stukken is de invloed van het voornemen op het watersysteem navolgbaar beschreven. Uit de waterparagraaf4 blijkt dat er nieuw open water komt als compensatie voor de verharding. Deze zal een oppervlak krijgen van 5% van de verharding (gebaseerd op een beleidskader van het waterschap uit 2013). Het aanleggen van open water is als voorwaardelijke verplichting opgenomen in het bestemmingsplan. Het voornemen dat in het MER is beschreven voldoet nog niet volledig aan het compensatiecriteria van 5% en is daarmee strikt genomen niet uitvoerbaar. Voor de nadere uitwerking zal in overleg met het waterschap een zogenaamde maatwerkberekening (moeten) worden verricht. Uit het ontwerp en de toelichting van de initiatiefnemer komt naar voren dat er voldoende plek is voor aanvullende waterberging en om aan de voorwaarden voor een watervergunning (te verlenen door het waterschap) te voldoen.
De Commissie beveelt aan om bij de maatwerkberekening voor de compensatie van de (nieuwe) verharding en bij het detailontwerp van de watergangen voor de aan- en afvoer van oppervlaktewater rekening te houden met klimaatverandering. Dat betekent dat naast het beleidskader van waterschap Zuiderzeeland uit 2013 ook de verwachte ontwikkeling in neerslag en droogte voor de beoogde levensduur van het ontwerp bij de berekening wordt
2
Volledigheidshalve merkt de Commissie op dat de luchthaven in Lelystad formeel nog niet geopend is.
3
Op 10 juni 2022 bezocht de Commissie het plangebied en vond een overleg plaats tussen de Commissie, de initiatiefnemer en de gemeente Noordoostpolder en de provincie Flevoland.
4
Deze paragraaf is in overleg met waterschap Zuiderzeeland tot stand gekomen bleek tijdens het overleg op 10 juni 2022.
-3-
betrokken. De Commissie verwacht op basis daarvan dat de daadwerkelijke compensatie voor verharding meer dan 5% zal bedragen. Voor de vervolgbesluiten over onder andere de omgevingsvergunning beveelt de Commissie aan om in overleg met waterschap Zuiderzeeland keuzes te maken over de omgang met afstromend regenwater5. Doe dit ook voor de verwerking van het afvalwater in fase 2 en 3 in relatie tot de bestaande capaciteit van de gemeentelijke (druk)riolering en de transportleiding van het waterschap. Tenslotte beveelt de Commissie aan om in de omgevingsvergunning of exploitatieovereenkomst aandacht te besteden aan de eisen voor drooglegging.
Energie en duurzaamheid In het MER staat beschreven dat het plan ‘per saldo geen of beperkte invloed op duurzaamheidsdoelstellingen’ heeft. Bij deze effectbepaling is alleen gekeken naar de functie van het terrein als testlocatie en naar materialisatie en grondstoffengebruik. Het valt de Commissie op dat niet is gekeken of het voornemen aansluit op regionale en lokale duurzaamheidsambities en -doelstellingen. De Commissie beveelt aan om voorafgaand aan de besluitvorming te beschrijven of het voornemen aan ambities en doelstellingen voldoet6. Beschrijf ook welke maatregelen er zijn om aan ambities invulling te geven, in hoeverre ze worden gerealiseerd en geef aan hoe dit wordt gemonitord.
Natuur In het MER wordt ingegaan op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden, het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en beschermde soorten. De Natura 2000-gebieden liggen op zodanige afstand dat alleen additionele stikstofdepositie deze gebieden zou kunnen beïnvloeden. Het MER beschrijft dat het huidige agrarische gebruik (de grond wordt nu bemest) meer stikstofdepositie tot gevolg heeft dan in de nieuwe situatie. Daarom zal er geen toename van stikstofdepositie op kwetsbare natuur zijn (interne saldering). Verder beschrijft het MER dat een deel van het NNN verdwijnt en dat door een toename van geluid bosvogels in dit gebied negatief worden beïnvloed. Deze effecten worden gecompenseerd, zoals beschreven staat in de bijlagen bij de toelichting op het bestemmingsplan.7 De Commissie is van mening dat het MER en de toelichting op het bestemmingsplan gezamenlijk voldoende informatie geven over de gevolgen voor het NNN. Ze beveelt wel aan om de ontwikkeling van de natuurkwaliteit in het compensatiegebied te monitoren en na zes jaar te evalueren, met mogelijke optimalisaties van het beheer tot gevolg. Ook acht de Commissie het van belang dat de bosschages vóór het broedseizoen (dat al in februari bevindt) gekapt worden.
5
Het waterschap is hiervoor het bevoegd gezag en kan eventueel via maatwerkvoorschriften aanvullende eisen stellen.
6
Denk hierbij bijvoorbeeld aan de provinciale en gemeentelijke omgevingsvisies, de regionale energiestrategie, de gemeentelijke transitievisie warmte en het uitvoeringsprogramma duurzaamheid van de gemeente uit 2019.
7
Het oppervlakteverlies NNN van ongeveer 5,7 hectare wordt gecompenseerd met ongeveer 7,9 hectare nieuwe natuur.
-4-
Verkeer en parkeren De Commissie vindt het onderdeel verkeer goed uitgewerkt. Zij constateert dat de berekening van het benodigde aantal van 858 parkeerplaatsen gebaseerd is op een aantal onzekerheden, waaronder de gehanteerde rekenfactoren en de (on)mogelijkheden van dubbelgebruik. De Commissie beveelt aan om in de volgende planfasen de verschillende deelterreinen gefaseerd te ontwikkelen, zodat alleen parkeerplaatsen worden aangelegd die werkelijk nodig blijken. Zorg daarbij voor een goede ruimtelijke verdeling en bewegwijzering.
Geluid In het akoestisch onderzoek van het MER is een kwalitatieve beschouwing van de geluidsbelasting in de referentie- en plansituatie opgenomen. Daarnaast is met berekeningen een kwalitatieve beoordeling gemaakt, waarvan ook de cumulatie van geluid onderdeel is. Uit de conclusie blijkt dat er sprake is van een beperkte toename van de geluidsniveaus, die passen binnen de wettelijke kaders en het vigerende beleid van de gemeente. Het plangebied ligt op tamelijk korte afstand van een aantal woningen en van een gebied dat is aangewezen als “stil gebied”8. Gelet op deze ligging beveelt de Commissie aan om bij de verdere planuitvoering uit te zoeken of maatregelen kunnen bijdragen aan een vermindering van de geluidsbelasting.
8
Hier geldt op basis van de nota geluid een richtwaarde van 35 dB(A) voor individuele bedrijven.
-5-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Om zich goed op de hoogte te stellen van de situatie heeft de werkgroep het gebied bezocht waar milieugevolgen kunnen optreden. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: Wouter Berendsen MSc (secretaris) drs. Gert Dekker ing. Ben Peters Marja van der Tas (voorzitter) ing. Rob Vogel drs. Nathalie Vossen Besluiten waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Wijziging provinciaal omgevingsprogramma en gemeentelijk bestemmingsplan. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat.
Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteiten D11.2, D11.3 en D43. Daarom is een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluiten Provinciale Staten van Flevoland en gemeenteraad van Noordoostpolder. Initiatiefnemer besluiten Rijksdienst Wegverkeer. Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? Het bevoegd gezag heeft de Commissie niet in de gelegenheid gesteld om zienswijzen en adviezen bij haar advies te betrekken. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3652 in te vullen in het zoekvak.