A13 02 Rapport 'Kinderen in nood'_Geanonimiseerd
Tekst van het document
Deze gemiddelde bezetting per of voor terugkeer, zoals procesbeschikbaarheidslocaties (pbl), | jaar geeft een indicatie van het gemiddeld aantal personen dat handhaving en toezichtlocaties (htl), vrijheidsbeperkende | per jaar op een type opvanglocatie verblijft. Het relatieve aantal locaties (vbl) en gezinslocaties, zijn daarom niet meegenomen in | incidenten in de opvang, zoals gerapporteerd in figuur 26 en de analyses. Hetzelfde geldt voor B8locaties voor slachtoffers van | 27, is berekend door het totale aantal incidenten te delen door mensenhandel, waarover geen data beschikbaar was. | deze gemiddelde bezetting. Om de data gemakkelijker te kunnen interpreteren, is dit relatieve aantal incidenten vermenigvuldigd Agressie- en geweldsincidenten | met 100. In de incidentenregistratie van het COA staan agressie en gewelds incidenten geregistreerd die plaatsvinden op een opvang locatie. | In de figuren en data die we presenteren in hoofdstuk 3.2.3 zijn de We kijken naar de categorieën agressie en geweld tegen personen | centrale ontvangstlocaties Ter Apel en Budel buiten beschouwing fysiek (zoals slaan, schoppen of trappen), agressie en geweld | gelaten. Deze locaties omvatten verschillende modaliteiten, 360 Deze periode wijkt enigszins af van onze onderzoeksperiode die loopt van september 2021 tot juli 2025.
Data over 2025 was nog niet beschikbaar ten tijde van de uitvoering van dit onderzoek. We hebben ervoor gekozen om de data van september 2021 tot december 2021 buiten beeld te laten, omdat deze periode slechts de laatste vier maanden van het jaar betreft en daardoor lastig te vergelijken is met de andere, hele jaren. 361 De gemiddelde bezetting per locatie is aangeleverd door het WODC. Deze wordt als volgt berekend: ‘Voor het berekenen van de gemiddelde bezetting zijn de door het COA geleverde in en uitstroomdatums gebruikt. Aan de hand van deze datums kon per opvangvorm geteld worden welke vnummers (uniek identificatie nummer dat het COA gebruikt voor elke bewoner, red.) op welke dag aanwezig waren. Uit deze dagelijkse bezetting is het gemiddelde per jaar berekend door de bezetting van alle dagen op te tellen en te delen door het aantal dagen in dat jaar. De gemiddelde bezetting geeft een indicatie van hoeveel mensen zich in (welk type) opvangvormen bevonden gedurende het jaar. Dit geeft ook een indicatie van hoelang personen op een locatie verblijven.
De methodiek maakt piekmomenten binnen een jaar niet meer zichtbaar.’ (Citaat uit | & Pluymaekers, Incidenten en misdrijven door bewoners van COA- en tgo-locaties 2017-2024, 30 juni 2025.) Kinderen in nood, september 2026 | | | Bijlage F 160 bijvoorbeeld ook locaties voor mensen die overlastgevend gedrag | Slotopmerking: Het WODC heeft in reactie op het conceptrapport vertonen zoals een procesbeschikbaarheidslocatie. Het is lastig | aangegeven dat het dankzij een nieuw rapportagesysteem om een strikte scheiding te maken tussen de geregistreerde | van het COA in 2026 completere gegevens ontvangt over de incidenten per modaliteit en de sociale leefomgeving van een | bezetting en (daarmee) incidenten op opvanglocaties. Op basis kind. Wanneer we Ter Apel en Budel wel meenemen in onze | van de nieuwe data constateerde het WODC dat er een random analyses, zien we dat de verschillen tussen reguliere locaties en | onderrapportage was van zowel het aantal mensen dat op COA noodopvanglocaties in het aantal geregistreerde incidenten | locaties verbleef als het aantal betrokkenen bij incidenten. Naar standhouden, hoewel deze verschillen iets minder groot zijn voor | aanleiding van de inzagereactie zijn de herziene data opgevraagd kinderen in gezinnen. Data met betrekking tot incidenten in de | bij het WODC en in het rapport opgenomen.
Bijkomstigheid is dat amvopvang zijn nagenoeg vergelijkbaar. | er nu ook data over heel het jaar 2025 beschikbaar was. Zelfbeschadigend gedrag, waaronder zelfverwonding en suïcidaal gedrag | F.3 | Enquête leef- en verblijfsomstandigheden In paragraaf 3.2.3 rapporteren we cijfers over het aantal | In het voorjaar van 2025 heeft het COA een enquête uitgezet geregistreerde meldingen van ‘verbale suïcidedreiging’ en ‘zelf | onder de locatiemanagers van alle locaties die door het COA destructieve acties’ onder alleenstaande kinderen die in de nood | worden beheerd, om zicht te krijgen op de leef en verblijfs opvang verblijven. ‘Zelfdestructieve acties’ wordt in de incidenten | omstandigheden van kinderen.364 Aangezien TGOlocaties niet registratie gebruikt als een containerterm voor incidenten waarbij | door het COA worden beheerd, zijn deze locaties niet mee sprake is van zelfverwonding, verbranding, honger en/of dorst | genomen in de inventarisatie. In de vragenlijst werd getoetst of stakingen en suïcidepogingen (zonder dodelijke afloop).362 Suïcides | locaties aan verschillende criteria voldeden, zowel wat betreft worden niet door het COA zelf geregistreerd, maar door de GGD | wettelijke verplichtingen waaraan het COA moet voldoen als wat en zijn daarom niet meegenomen in de data opgevraagd bij | betreft kwaliteitsstandaarden waarvan het COA graag ziet dat het WODC.
Deze cijfers zijn direct aangeleverd door het WODC. | locaties daaraan voldoen. De vragenlijst is uitgezet tussen 16 april De Onderzoeksraad heeft zelf geen analyses uitgevoerd op deze | 2025 en 16 mei 2025. De locatiemanagers van alle 222 locaties data. In tegenstelling tot de data gerapporteerd in de overzichten | waar kinderen verbleven, hebben de vragenlijst ingevuld. van het WODC363, worden in de analyses van de Onderzoeksraad honger en/of dorststakingen niet meegenomen in de categorie | Het COA heeft in deze vragenlijst gevraagd of er kinderen op ‘zelfdestructieve acties’. | de locatie woonden ten tijde van de dataverzameling. Echter 362 Het COA definieerde in 2015 ‘zelfdestructieve acties’ als ‘feitelijke actie van een COAbewoner waarbij hij of zij zichzelf op een destructieve manier iets heeft aangedaan. Voorbeelden hiervan zijn honger en dorststakingen, het innemen van een grote hoeveelheid pillen, automutilatie en ophanging zonder dodelijke afloop.’ (Bron: COA, Geregistreerde COA en Politie meldingen op en rondom COA opvanglocaties, 2015. https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg672482.pdf [laatst geraadpleegd op 30 juni 2026]). 363 Zie bijvoorbeeld: | & | Incidenten en misdrijven door bewoners van COA- en tgo-locaties 2017-2024, 30 juni 2025; & | Incidenten en misdrijven onder bewoners van COA- en gemeentelijke opvanglocaties 2019-2025, 2 juli 2026.
364 Kamerstukken II 202526, 19 637, nr. 3474. Zie ook COA, Infographic - Inventarisatie leef- en verblijfsomstandigheden van kinderen en alleenstaande kinderen (amv) in de asielopvang van het COA, september 2025. Kinderen in nood, september 2026 | | | Bijlage F 161 Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage F 162 is niet gevraagd hoeveel kinderen op de locatie woonden. Om hier zicht op te krijgen, hebben we de informatie uit de enquête gekoppeld aan de locatielijst van 1 mei 2025 (middenpunt van de dataverzamelingsperiode) die we van het COA hebben ontvangen (zie hierboven). Hierdoor konden we ook inzicht geven over hoeveel kinderen leefden op locaties met specifieke kenmerken. In de gepubliceerde inventarisatie van het COA worden percentages weergegeven van het aantal locaties dat bevestigend scoort op de tien verschillende criteria die zijn onderzocht. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen locatiesoorten (noodopvang en azc365) en tussen de doelgroepen (alleenstaande kinderen en kinderen in gezinnen). Vanwege de specifieke focus op noodopvang in dit onderzoek analyseren wij enkel de locaties die worden aangeduid als noodopvang, waarbij we een onderscheid maken tussen kinderen in gezinnen die worden opgevangen op noodopvanglocaties (78 locaties) en alleenstaande kinderen die worden opgevangen op amv noodopvanglocaties (36 locaties).
In ons rapport blijven we zo dicht mogelijk bij de originele vraagstelling die door het COA is gehanteerd in de enquête. Slechts op een paar punten waarover we rapporteren was er sprake van ontbrekende scores. Indien dit het geval was, is uitgelegd wat we hiermee hebben gedaan. Huisvesting In paragraaf 3.2.1 rapporteren we in hoeverre voorlichting over de brand-, verkeers- en zwemveiligheid is gegeven op locaties. Het COA definieert voorlichting in zijn inventarisatie breder dan 365 Met azc wordt hier alle opvang bedoeld die geen noodopvang betreft, ofwel opvang die in dit onderzoek wordt aangeduid als reguliere opvang. De term azc heeft hier geen betrekking op de modaliteit van een locatie. bovengenoemde aspecten. Wij analyseren daarom enkel de vragen ‘Kinderen ontvangen altijd voorlichting over brandveiligheid’, ‘Kinderen ontvangen altijd voorlichting over verkeersveiligheid’, en ‘Kinderen ontvangen altijd voorlichting over zwemveiligheid’. We hebben per locatie een somscore berekend, waaruit naar voren komt op hoeveel van deze aspecten kinderen voorlichting krijgen. Ook is locatiemanagers gevraagd of op de locatie een afgesloten ruimte is waar gezinnen samen (zouden) kunnen overnachten.
De toelichting die hierop werd gegeven in de enquête was dat met een afgesloten ruimte een ruimte bedoeld wordt met muren/ stevige wandjes (geen zeil), een deur waarmee de ruimte kan worden afgesloten en een hard plafond (geen open gat of zeil). In paragraaf 3.2.1 rapporteren we op hoeveel locaties de locatiemanager aangaf dat dit niet het geval was en hoeveel kinderen dit betreft. Daarnaast rapporteert het COA in zijn inventarisatie informatie over de speelmogelijkheden op een locatie. Wij hebben ons in ons onderzoek specifiek gericht op de aanwezigheid van een binnenruimte en een buitenruimte waar kinderen kunnen spelen. De binnenruimte waar kinderen kunnen spelen mag een ruimte zijn die voor meerdere doelgroepen ingezet kan worden. De buitenruimte betreft ruimte op de locatie of in de nabije omgeving waar kinderen kunnen spelen. Ook deze ruimte mag voor meerdere doelgroepen ingezet worden. Kookfaciliteiten In paragraaf 3.2.2 over autonomie rapporteren we over het aantal locaties waar geen eigen kookgelegenheden zijn. Deze informatie Kinderen in nood, september 2026 | Bijlage F 163 is gebaseerd op de volgende stelling uit de enquête: ‘Bewoners zijn in de gelegenheid om zelfstandig of in samenwerking met een cateraar te koken’. Locatiemanagers konden hierop ‘ja’ of ‘nee’ antwoorden. We rapporteren in de tekst het aantal negatieve antwoorden.
Aandachtsfunctionaris Huiselijk geweld/ Kindermishandeling In paragraaf 3.2.3 over de sociale omgeving rapporteren we over de aanwezigheid van een functionaris bij wie kinderen in een gezin of alleenstaande kinderen terecht kunnen met problemen. In de enquête wordt gevraagd of er minimaal twee aandachtsfunctionarissen huiselijk geweld/ kindermishandeling aanwezig zijn op een locatie. In de tekst wordt het aantal negatieve antwoorden op deze vraag weergegeven. Onderwijs In paragraaf 3.2.4 over persoonlijke ontwikkeling rapporteren wij over locaties waarop toegang tot onderwijs niet gegarandeerd kan worden. De vraag over toegang tot basisonderwijs is gebaseerd op de volgende stelling: ‘Alle kinderen in de leeftijd 5 t/m 12 jaar gaan binnen 12 weken na asielaanvraag naar het primair onderwijs’. Locatiemanagers konden met ‘ja’ of ‘nee’ aangeven of deze stelling van toepassing was voor de locatie of in de nabije omgeving. Voor toegang tot middelbaar onderwijs is de volgende stelling voorgelegd, die op dezelfde manier kon worden beantwoord: ‘Alle kinderen in de leeftijd 13 t/m 17 jaar gaan binnen 12 weken na asielaanvraag naar de internationale schakelklas (ISK)/ het voortgezet onderwijs/ MBO’. Voor verschillende locaties ontbrak een antwoord op deze vragen, omdat op deze locaties geen kinderen verbleven in de bovengenoemde leeftijdscategorieën.
Bij het berekenen van de percentages zijn daarom de locaties met missende waardes buiten beschouwing gelaten. Er zijn echter enkele kanttekeningen te plaatsen bij deze data. Ten eerste stelt de enquête dat deze vraag met ‘nee’ beantwoord moet worden als ten minste een kind op de locatie geen tijdige toegang heeft tot onderwijs. Het is dan ook niet duidelijk hoeveel minderjarigen geen toegang hadden, en met hoeveel maanden de termijn van drie maanden is overschreden. Ten tweede stelt het COA dat de locatiemedewerkers onvoldoende in beeld hebben of leerlingen door verhuizingen tussen locaties in totaal langer dan drie maanden op onderwijs hebben moeten wachten. Ten derde tonen de cijfers dat er ook op reguliere COAlocaties en reguliere amvlocaties vaak late toegang is tot onderwijs, wat duidt op algehele capaciteitsproblemen in het ISKonderwijs. Onderzoeksraad voorzitter secretaris-directeur a.i. bezoekadres: Lange Voorhout 9, 2514 EA Den Haag postadres: Postbus 95404, 2509 CK Den Haag telefoon: e-mail: info@onderzoeksraad.nl