A13 00 Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed - Kleurrapportage Monitor monumenten en archeologie 2021-2022.pdf
Tekst van het document
Kleurrapportage Monitor monumenten en archeologie 2021-2022 Noordoostpolder Inleiding Deze kleurrapportage toont hoe uw gemeente ervoor staat op onderwerpen met betrekking tot archeologie en monumentenzorg. De opzet van de kleurrapportage is grotendeels vergelijkbaar met de kleurrapportage van de vorige Monitor1. Deze is terug te vinden via de homepagina. Uw kleurscores kunt u vergelijken met de landelijke score. De kleuren geven een indicatie voor de prestaties van uw gemeente. De rapportage is gebaseerd op antwoorden die door uw gemeente zelf zijn gegeven en betreft geen formele beoordeling door de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed.
Uitleg over de kleuren Op basis van de antwoorden die uw gemeente gegeven heeft, zijn de kleuren groen, geel, oranje of rood toegekend. Als het onderdeel niet van toepassing of onbekend is, kleurt het vakje grijs. De kleurscores zijn toegekend aan de hand van de antwoorden op gesloten vragen. Daarbij kon geen rekening worden gehouden met eventuele toelichtingen. Uiteraard heeft de Inspectie wel notie genomen van deze toelichtingen, die een bepaalde score kunnen verklaren of nuanceren.
Leeswijzer De toelichtingen op de scores vindt u in het onderdeel "Toelichtingen overzicht" met daarnaast de percentages van de scores van de andere gemeenten. Achter de toelichting worden de vragen genoemd, waarop de kleurscores zijn gebaseerd. U kunt deze vragen terugvinden in de ingevulde vragenlijst bij "Vraag en antwoord". 1
De kleurenrapportage 2021-2022 kent kleine aanpassingen ten opzichte van de vorige editie op de onderdelen 'Gemeentelijke voorschriften', 'Bestemmingsplannen' en ‘Deskundigheid adviescommissie'. De Inspectie heeft ernaar gestreefd om deze zo vergelijkbaar mogelijk te houden, maar desalniettemin kunnen deze kleurscores afwijken.
1
Kleurrapportage
2
Toelichtingen Archeologie Beleid
Alle gemeenten
Beleid archeologie Uw gemeente geeft aan te beschikken over actueel beleid voor archeologie (na 2017 vastgesteld) (G.1 & G.1.1).
22%
26%
34%
14%
4%
Gemeentelijke voorschriften Uw gemeente geeft aan dat archeologie bij bestemmingsplannen altijd wordt meegenomen. Ook is aangegeven dat archeologische bepalingen zijn uitgewerkt via voorschriften bij omgevingsvergunningen voor bouw-, sloop- en aanlegactiviteiten (G.2 en G.2.1).
83%
6%
1%
0%
10%
Personeel archeologie Uw gemeente geeft aan dat er voldoende personeel beschikbaar is voor de taakuitvoering op het gebied van archeologie (H.2).
58%
30%
12%
Samenwerking archeologie Uw gemeente geeft aan dat er op het gebied van archeologie niet wordt samengewerkt met andere gemeenten. Samenwerking met andere gemeenten kan de inhoudelijke kennis vergroten (H.4).
48%
48%
4%
Uitvoering
3
Goedkeuring PvE's Uw gemeente geeft aan dat de afgelopen twee jaar de programma's van eisen voor archeologisch onderzoek altijd zijn beoordeeld (J.1).
72%
11%
1%
3%
14%
Registratie vondstmeldingen Uw gemeente geeft aan dat er de afgelopen twee jaar geen meldingen van vondsten bij uw gemeente zijn gedaan (J.2, J.2.1 en J.2.2).
30%
2%
2%
1%
66%
12%
32%
35%
21%
4%
1%
3%
80%
Toezicht en handhaving Toezicht archeologie Uw gemeente geeft aan geen toezicht te houden op graafactiviteit op terreinen met een dubbelbestemming archeologie en/of archeologische rijksmonumenten, de naleving van archeologische voorschriften bij een omgevingsvergunning, de naleving van het algemene opgravingsverbod en het metaaldetectieverbod; of dat het onbekend is of hierop toezicht wordt gehouden. Als er geen toezicht gehouden wordt, is er geen zicht op eventuele overtredingen (K.2.1, K.2.2, K.2.3 en K.2.4). Handhaving archeologie Uw gemeente geeft aan dat de afgelopen twee jaar geen overtredingen met betrekking tot archeologie zijn geconstateerd of dat het onbekend is of dergelijke overtredingen zijn geconstateerd (K.4).
4
13%
Monumenten Beleid Beleid monumenten Uw gemeente geeft aan te beschikken over beleid voor monumenten dat voor 2018 is vastgesteld. Mogelijk is het beleid niet meer actueel en is daardoor niet duidelijk hoe binnen uw gemeente omgegaan wordt met monumenten. De aanstaande Omgevingswet verplicht de gemeente tot het opstellen van een omgevingsvisie waarin specifiek wordt ingegaan op cultureel erfgoed (B.1 en B.1.1).
28%
23%
13%
32%
4%
Beleid Beschermde stads- en dorpsgezichten Uw gemeente heeft geen rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten en geeft aan niet over gemeentelijke beschermde stads- en dorpsgezichten te beschikken (B.2 & B.2.1).
18%
11%
5%
26%
41%
77%
3%
6%
13%
13%
2%
2%
13%
Structuurvisie Uw gemeente geeft aan te beschikken over een gemeentelijke structuurvisie, waarin aandacht wordt besteed aan cultuurhistorie en/of het cultureel erfgoed (B.4 en B.4.1). Bestemmingsplannen Uw gemeente geeft aan dat er bij alle bestemmingsplannen, die in de afgelopen twee jaar zijn vastgesteld of herzien, rekening is gehouden met gebouwde monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten (B.5).
5
69%
Uitvoering Personeel monumenten Uw gemeente geeft aan dat er voldoende personeel beschikbaar is voor de taakuitvoering op het gebied van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten (C.3).
37%
50%
14%
Samenwerking monumenten Uw gemeente geeft aan dat er op het gebied van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten niet wordt samengewerkt met andere gemeenten. Samenwerking met andere gemeenten kan de inhoudelijke kennis vergroten (C.5).
35%
63%
2%
56%
30%
6%
8%
3%
0%
22%
15%
Bouwhistorisch onderzoek Uw gemeente geeft aan dat er bij elke ingreep van belang aan een rijksmonument, zoals een restauratie of een grote wijziging, de afweging wordt gemaakt of bouwhistorisch (voor)onderzoek nodig is (D.1). Deskundigheid adviescommissie Uw gemeente geeft aan dat de commissie, die adviseert over restauratie- of wijzigingsplannen voor rijksmonumenten, beschikt over deskundigheid op het gebied van architectuurgeschiedenis, bouwgeschiedenis/bouwhistorisch onderzoek, restauratietechniek en (historische) stedenbouw en dorpskernen. Hiermee wordt voldaan aan de Monumentenwet 1988 (art. 15, lid 1) en de Erfgoedwet (art. 9.1, lid 1, onder a) waarin is vastgelegd dat de commissie minimaal moet bestaan uit twee leden met deskundigheid op het gebied van de monumentenzorg (D.3.1 en D.3.2).
6
61%
Mededeling aan RCE Uw gemeente geeft aan dat er aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) vaak een mededeling wordt gedaan van alle definitieve besluiten, die betrekking hebben op rijksmonumenten. Dit is strijdig met het Besluit Omgevingsrecht (Bor art. 6.13, derde lid) waarin is opgenomen dat de gemeente de RCE hiervan altijd op de hoogte stelt (D.4.2).
24%
14%
11%
51%
Duurzaamheid Uw gemeente geeft aan dat subsidies en/of leningen worden verstrekt met betrekking tot het verduurzamen van gebouwde monumenten. Tevens is aangegeven dat er geen beleid is vastgesteld of voorlichting wordt gegeven met betrekking tot het verduurzamen van gebouwde monumenten (N.4, N.5 en N.6).
29%
37%
31%
3%
45%
25%
24%
6%
15%
2%
2%
52%
Toezicht en handhaving Toezicht monumenten Uw gemeente geeft aan toezicht te houden op de naleving van de omgevingsvergunning bij restauraties of wijzigingen van monumenten, de correcte toepassing van vergunningvrij bouwen aan monumenten, het vernielen of beschadigen van rijksmonumenten en de instandhoudingsplicht (E.2.1, E.2.2, E.2.3 en E.2.4). Handhaving monumenten Uw gemeente geeft aan dat in de meerderheid van de gevallen is opgetreden tegen geconstateerde overtredingen met betrekking tot monumenten. Wanneer er onvoldoende toezicht is op de uitvoeringspraktijk omtrent monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten, kan dat schade aan het erfgoed tot gevolg hebben (E.5).
7
29%
Vraag en antwoord I. Algemeen Aantallen monumenten A.1.1 rijksmonumenten gebouwd/groen Antwoord: 48 A.1.2 rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten Antwoord: 0 A.1.3 archeologische rijksmonumenten Antwoord: 7 A.1.4 gemeentelijke monumenten gebouwd/groen Antwoord: 71 A.1.5 gemeentelijke beschermde stads- en dorpsgezichten Antwoord: 0 A.1.6 gemeentelijke archeologische monumenten Antwoord: 0 Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op bovenstaande tabel. Antwoord: n.v.t.
8
II. Monumenten Gemeentelijk beleid en voorschriften B.1 Heeft de gemeente beleid vastgesteld voor gebouwde en/of groene monumenten? Antwoord: ja B.1.1 Wanneer is dit beleid (voor het laatst) vastgesteld? Antwoord: 2013 B.1.2 Tot wanneer geldt dit beleid? Antwoord: 2023 B.2 Heeft de gemeente beleid vastgesteld voor beschermde stads- en dorpsgezichten? Antwoord: n.v.t. B.2.1 Wanneer is dit beleid (voor het laatst) vastgesteld? Antwoord: n.v.t. B.2.2 Tot wanneer geldt dit beleid? Antwoord: n.v.t. B.3 Heeft de gemeente beleid ontwikkeld voor de instandhoudings- en/of onderhoudsplicht? Antwoord: ja B.4 Beschikt de gemeente over een of meer gemeentelijke structuurvisie(s) (op grond van Wro, art. 2.1)? Antwoord: ja B.4.1 Wordt er in deze structuurvisie(s) aandacht besteed aan de cultuurhistorie en/of het cultureel erfgoed? Antwoord: ja B.5 Is bij het vaststellen of herzien van bestemmingsplannen in de afgelopen twee jaar rekening gehouden met gebouwde monumenten en/of beschermde gezichten? Antwoord: ja, bij al deze bestemmingsplannen B.6 Beschikt de gemeente over een erfgoedverordening c.q. een monumentenverordening? Antwoord: ja B.6.1 Wanneer is de verordening (voor het laatst) vastgesteld? Antwoord: 2012 B.7 Heeft de gemeente een cultuurhistorische waardenkaart? Antwoord: ja B.7.1 Wanneer is deze (voor het laatst) vastgesteld? Antwoord: 2018
9
B.7.2 Welke van de onderstaande cultuurhistorische waarden worden daarbij betrokken? Antwoord: gebouwde rijksmonumenten (inclusief groene monumenten),archeologische rijksmonumenten,gemeentelijke gebouwde monumenten (inclusief groene monumenten),beeldbepalende panden (zonder monumentenstatus),gemeentelijke (archeologische) monumenten,de erfgoedwaarden van cultuurlandschappen,historische stedenbouw en dorpskernen,historische geografie, cultuurlandschap en historische bomen B.7.2a Welke van de onderstaande cultuurhistorische waarden worden daarbij betrokken? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. B.8 Wordt er op een andere manier door de gemeente aandacht besteed aan cultuurhistorische waarden? Antwoord: ja B.8.1 Op welke (andere) wijze wordt er door de gemeente aandacht besteed aan de cultuurhistorische waarden? Antwoord: Via het DNA van de dorpen en Emmeloord. Het is structureel onderdeel van ruimtelijk beleid. B.9 De fysieke leefomgeving in Nederland wordt door diverse transities beïnvloed. Brengt uw gemeente de rol van erfgoed in bij vraagstukken omtrent dergelijke transities? Antwoord: ja B.9 De fysieke leefomgeving in Nederland wordt door diverse transities beïnvloed. Brengt uw gemeente de rol van erfgoed in bij vraagstukken omtrent dergelijke transities? - toelichting Antwoord: n.v.t.
B.9.1 Bij welke van de onderstaande ontwikkelingen wordt door uw gemeente de rol van het erfgoed meegewogen? Antwoord: klimaatadaptatie,energietransitie,bevolkingsgroei (in de steden) en krimp (in het landelijk gebied),woningopgave,nieuwe functies in landschap B.9.1a Bij welke van de onderstaande ontwikkelingen wordt door uw gemeente de rol van het erfgoed meegewogen? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op één of meer van de in de vragengroep gegeven antwoorden. Antwoord: De erfgoedverordening wordt dit jaar ge-update zodat deze past bij de Omgevingswet, De cultuurhistorische waarden zijn in verschillende documenten vastgelegd: in onze kwaliteitskaarten in 2004, archeologiebeleid 2018 en erfgoednota 2013-2023 en DNA van de dorpen 2015, DNA van Emmeloord.
10
Organisatie en personeel C.1.1 fte monumenten en beschermde gezichten - totaal Antwoord: 0,50 C.1.2 fte monumenten en beschermde gezichten - beleid Antwoord: onbekend C.1.3 fte monumenten en beschermde gezichten - uitvoering Antwoord: onbekend C.1.4 fte monumenten en beschermde gezichten - toezicht Antwoord: onbekend C.2 Over welke deskundigheid op het gebied van monumenten en/of beschermde gezichten beschikt de gemeente voor de uitvoering van vergunningverlenende taken en het maken van beleid? Antwoord: bouwtechniek,groen erfgoed,(historische) stedenbouw en dorpskernen,wederopbouwperiode,ruimtelijke ordening in relatie tot erfgoed,herbestemming,duurzaamheid bij monumenten,wet- en regelgeving m.b.t. erfgoed (Erfgoedwet, Wet ruimtelijke ordening, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Woningwet, Restauratie en uitvoeringsrichtlijnen, Algemene wet bestuursrecht) C.2a Over welke deskundigheid op het gebied van monumenten en/of beschermde gezichten beschikt de gemeente voor de uitvoering van vergunningverlenende taken en het maken van beleid? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t.
C.2.1 Hoeveel personen binnen de gemeente beschikken over deskundigheid op het gebied van monumenten en/of beschermde gezichten? Antwoord: 4 C.3 Is er voldoende personeel beschikbaar voor de taakuitvoering op het gebied van monumenten en/of beschermde gezichten? Antwoord: ja C.3.1 Aan welke taken op het gebied van monumenten en/of beschermde gezichten komt de gemeente onvoldoende toe? Antwoord: n.v.t. C.3.1a Aan welke taken op het gebied van monumenten en/of beschermde gezichten komt de gemeente onvoldoende toe? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t.
11
C.4 Is er de afgelopen twee jaar in de gemeente bezuinigd op het gebied van monumenten en/of beschermde gezichten? Antwoord: nee C.4.1 Waarop is in de gemeente bezuinigd op het gebied van monumenten en/of beschermde gezichten? Antwoord: n.v.t. C.4.1a Waarop is in de gemeente bezuinigd op het gebied van monumenten en/of beschermde gezichten? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. C.5 Werkt de gemeente voor monumenten en/of beschermde gezichten samen met (een) andere gemeente(n)? Antwoord: nee C.5.1 Op welke onderdelen werkt de gemeente voor monumenten en/of beschermde gezichten samen met andere gemeenten? Antwoord: n.v.t. C.5.1a Op welke onderdelen werkt de gemeente voor monumenten en/of beschermde gezichten samen met andere gemeenten? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. C.6 Hoe vaak deed de gemeente de afgelopen 12 maanden voor monumenten en/of beschermde gezichten een beroep op het provinciale steunpunt? Antwoord: minder dan 3 keer per jaar C.6.1 Waarvoor deed de gemeente een beroep op het provinciale steunpunt? Antwoord: kennis inwinnen C.6.1a Waarvoor deed de gemeente een beroep op het provinciale steunpunt? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t.
C.7 Maakt de gemeente op het gebied monumenten en/of beschermde gezichten gebruik van een regionale omgevingsdienst (RUD)? Antwoord: nee C.7.1 Voor welke taken maakt de gemeente gebruik van een regionale omgevingsdienst (RUD)? Antwoord: n.v.t. C.7.1a Voor welke taken maakt de gemeente gebruik van een regionale omgevingsdienst (RUD)? anders, namelijk Antwoord: n.v.t. C.7.2 Overlegt de gemeente (als opdrachtgever) met de regionale omgevingsdienst (als opdrachtnemer) over de uitvoering van de taken op het gebied van monumenten en/of beschermde gezichten? Antwoord: n.v.t.
12
C.7.3 Met welke frequentie vindt dit overleg plaats? Antwoord: n.v.t. C.7.3a Met welke frequentie vindt dit overleg plaats? aantal keer per jaar Antwoord: n.v.t. Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op één of meer van de in de vragengroep gegeven antwoorden. Antwoord: n.v.t.
Uitvoering D.1 Maakt de gemeente bij ingrepen van belang aan een rijksmonument, zoals een restauratie of een grote wijziging, de afweging of bouwhistorisch (voor)onderzoek nodig is ? Antwoord: ja, altijd D.2 Hoe vaak vindt daadwerkelijk bouwhistorisch (voor)onderzoek plaats bij een restauratie of wijziging van een rijksmonument ? Antwoord: zelden of nooit (0%-10%) D.2.1 Hoe waardeert de gemeente over het algemeen de kwaliteit van dat bouwhistorisch onderzoek? Antwoord: n.v.t. D.3 Welk type commissie adviseert de gemeente over restauratie- of wijzigingsplannen voor monumenten en/of beschermde gezichten? Antwoord: gemeentelijke monumentencommissie D.3a Welk type commissie adviseert de gemeente over restauratie- of wijzigingsplannen voor monumenten en/of beschermde gezichten? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. D.3.1 Hoeveel leden in deze commissie zijn deskundig op het gebied van monumenten en/of beschermde gezichten? Antwoord: 3 D.3.2 Waaruit bestaat de deskundigheid van de leden van deze commissie? Antwoord: architectuurgeschiedenis,bouwgeschiedenis/bouwhistorisch onderzoek,restauratietechniek,(historische) stedenbouw en dorpskernen D.3.2a Waaruit bestaat de deskundigheid van de leden van deze commissie? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t.
D.3.3 Zijn de vergaderingen van de commissie openbaar? Antwoord: ja D.3.4 Zendt de commissie elk jaar een verslag over de door haar verrichte werkzaamheden aan de gemeenteraad? Antwoord: nee
13
D.3.5 Hoe waardeert de gemeente over het algemeen de adviezen van deze commissie op het gebied van monumenten en/of beschermde gezichten? Antwoord: goede kwaliteit D.4 Hoeveel aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een rijksmonument heeft de gemeente de afgelopen twee jaar gekregen? - regulier Antwoord: 14 D.4 Hoeveel aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het wijzigen van een rijksmonument heeft de gemeente de afgelopen twee jaar gekregen? - uitgebreid Antwoord: 0 D.4.1 Bij hoeveel van deze aanvragen is een vergunning verleend? - regulier Antwoord: 12 D.4.1 Bij hoeveel van deze aanvragen is een vergunning verleend? - uitgebreid Antwoord: n.v.t.
D.4.2 Doet de gemeente mededeling van elk definitief besluit aangaande rijksmonumenten aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)? Antwoord: vaak wel D.5 Maakt de gemeente in haar rol als opdracht gevende eigenaar van monumenten gebruik van de uitvoeringsrichtlijnen (URL) voor instandhoudingswerkzaamheden van Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumenten (ERM)? Antwoord: vaak D.6 Schrijft de gemeente vanuit haar rol als vergunningverlener voor monumenten gebruik van de uitvoeringsrichtlijnen (URL) voor instandhoudingswerkzaamheden van Stichting ERM voor? Antwoord: vaak D.6.1 Welke van onderstaande URL’s schrijft de gemeente voor vanuit haar rol als vergunningverlener voor monumenten? Antwoord: URL 2001 Bouwkundig advies monumenten (inclusief verduurzaming),URL 2003 Betonrestauratie advies,URL 2004 Kleurhistorisch onderzoek,URL 3001 Historische houtconstructies,URL 4002 Glaspanelen in lood,URL 4003 Historisch Metselwerk,URL 4005 Betonrestauratie - realisatie,URL 4006 Historisch voegwerk,URL 4011 Metalen dakbedekkingen en goten bij monumenten,URL 4014 Historisch pannendak,URL 20-104 Gevelreiniging (concept) Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op één of meer van de in de vragengroep gegeven antwoorden. Antwoord: n.v.t.
14
Toezicht en handhaving E.1 Beschikt uw gemeente over een vastgesteld Uitvoeringsprogramma Handhaving, zoals bedoeld in artikel 7.3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor)? Antwoord: ja E.1.1 Maakt toezicht en handhaving op monumenten en/of beschermde gezichten onderdeel uit van het Uitvoeringsprogramma? Antwoord: ja E.1.2 Welke vastgestelde prioriteit hebben het toezicht en de handhaving op monumenten en/of beschermde gezichten in het Uitvoeringsprogramma? Antwoord: gemiddelde prioriteit E.2.1 Houdt de gemeente toezicht op: De naleving van de omgevingsvergunning bij restauraties of wijzigingen van monumenten Antwoord: ja E.2.2 Houdt de gemeente toezicht op: De correcte toepassing van vergunningvrij bouwen aan monumenten Antwoord: ja E.2.3 Houdt de gemeente toezicht op: Bouwen of slopen binnen beschermde gezichten Antwoord: n.v.t. E.2.4 Houdt de gemeente toezicht op: Vernielen of beschadigen rijksmonumenten Antwoord: ja E.2.5 Houdt de gemeente toezicht op: De instandhoudingsplicht Antwoord: ja E.2.6 Op welke wijze gebeurt dit? Antwoord: bezoek van het object om te zien of de werkzaamheden conform de vergunning worden uitgevoerd,wordt meegenomen in algemene toezicht en handhavingsactiviteiten E.2.6a Op welke wijze gebeurt dit? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t.
E.3.1 Bezit(ten) degene(n) die toezicht houdt/houden op monumenten en/of beschermde gezichten over deskundigheid op het gebied van: architectuurhistorie Antwoord: onbekend E.3.2 Bezit(ten) degene(n) die toezicht houdt/houden op monumenten en/of beschermde gezichten over deskundigheid op het gebied van: bouwhistorie Antwoord: onbekend
15
E.3.3 Bezit(ten) degene(n) die toezicht houdt/houden op monumenten en/of beschermde gezichten over deskundigheid op het gebied van: bouwtechniek Antwoord: ja E.3.4 Bezit(ten) degene(n) die toezicht houdt/houden op monumenten en/of beschermde gezichten over deskundigheid op het gebied van: restauratietechniek Antwoord: onbekend E.4.1 Hoe vaak (bij benadering) heeft de gemeente de afgelopen twee jaar de volgende overtredingen geconstateerd: Restauraties of wijzigingen van monumenten in afwijking van omgevingsvergunning Antwoord: 0 E.4.2 Hoe vaak (bij benadering) heeft de gemeente de afgelopen twee jaar de volgende overtredingen geconstateerd: Onjuiste toepassing van vergunningsvrije wijzigingen van monumenten Antwoord: 2 E.4.3 Hoe vaak (bij benadering) heeft de gemeente de afgelopen twee jaar de volgende overtredingen geconstateerd: Illegaal bouwen of slopen binnen beschermde gezichten Antwoord: n.v.t.
E.4.4 Hoe vaak (bij benadering) heeft de gemeente de afgelopen twee jaar de volgende overtredingen geconstateerd: Vernielen of beschadigen rijksmonumenten Antwoord: 1 E.4.5 Hoe vaak (bij benadering) heeft de gemeente de afgelopen twee jaar de volgende overtredingen geconstateerd: Niet voldoen aan de instandhoudingsplicht Antwoord: 0 E.4.6 Op welke manier(-en) zijn deze overtredingen bij monumenten geconstateerd? Antwoord: op aangeven van andere burgers,door eigen toezicht E.4.6a Op welke manier(-en) zijn deze overtredingen bij monumenten geconstateerd? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. E.5 In hoeverre heeft de gemeente de afgelopen twee jaar opgetreden tegen de geconstateerde overtreding(en)? Antwoord: in de meerderheid van de gevallen E.5.1 Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen restauraties of wijzigingen van monumenten in afwijking van omgevingsvergunning? Antwoord: n.v.t. E.5.1a Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen restauraties of wijzigingen van monumenten in afwijking van omgevingsvergunning? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t.
16
E.5.2 Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen onjuiste toepassing(en) van vergunningvrij bouwen aan monumenten? Antwoord: anders E.5.2a Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen onjuiste toepassing(en) van vergunningvrij bouwen aan monumenten? - anders, namelijk Antwoord: Traject loopt nog. E.5.3 Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen illegaal bouwen of slopen binnen beschermde gezichten? Antwoord: n.v.t. E.5.3a Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen illegaal bouwen of slopen binnen beschermde gezichten? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. E.5.4 Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen het vernielen of beschadigen van rijksmonumenten? Antwoord: illegale ingreep gelegaliseerd E.5.4a Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen het vernielen of beschadigen van rijksmonumenten? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. E.5.5 Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen het niet voldoen aan de instandhoudingsplicht? Antwoord: n.v.t. E.5.5a Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen het niet voldoen aan de instandhoudingsplicht? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t.
E.5.6 Wat is de reden dat in (sommige) gevallen niet is opgetreden tegen de geconstateerde overtreding(en)? Antwoord: onvoldoende belang/gewicht van specifieke overtreding E.5.6a Wat is de reden dat in (sommige) gevallen niet is opgetreden tegen de geconstateerde overtreding(en)? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. E.6 Van welke informatie maakt uw gemeente gebruik voor het toezicht en de handhaving op monumenten en/of beschermde gezichten? Antwoord: brochure ‘Instandhoudingsplicht rijksmonumenten’ van de RCE,brochure ‘Monument en overtreding; handreiking voor gemeenten bij strafrechtelijke handhaving’ van de Inspectie,monumententoezicht tool voor toezichthouders
17
Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op één of meer van de in de vragengroep gegeven antwoorden. Antwoord: n.v.t.
Leegstand en brandveiligheid F.1 Is er sprake van leegstand van rijksmonumenten in de gemeente ? Antwoord: ja F.1.1 Hoeveel rijksmonumenten staan er (bij benadering) momenteel leeg in de gemeente? Antwoord: 1 F.2 Hoeveel rijksmonumenten in de gemeente zijn langdurig verwaarloosd ? Antwoord: 0 F.2.1 Hoeveel van deze rijksmonumenten zijn zo ernstig verwaarloosd dat het voortbestaan van het monument/de monumentale waarden in gevaar is/zijn? Antwoord: n.v.t. F.2.2 Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de verwaarlozing/het verval? Antwoord: n.v.t. F.2.2a Wat zijn de belangrijkste oorzaken van de verwaarlozing/het verval? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. F.2.3 Kunt u hieronder de monumentnummers van de langdurig verwaarloosde rijksmonumenten invullen? Antwoord: n.v.t. F.3 Draagt de gemeente actief bij aan het voorkomen van de leegstand van monumenten en/of gebouwen in beschermde gezichten? Antwoord: onbekend
18
F.3.1 Op welke wijze draagt de gemeente bij aan het voorkomen van de leegstand van monumenten en/of gebouwen in beschermde gezichten? Antwoord: n.v.t. F.3.1a Op welke wijze draagt de gemeente bij aan het voorkomen van de leegstand van monumenten en/of gebouwen in beschermde gezichten? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. F.3.2 Wat is de reden dat de gemeente niet actief bijdraagt aan het voorkomen van de leegstand van monumenten en/of gebouwen in beschermde gezichten? Antwoord: n.v.t. F.4.1 In hoeverre is de gemeente actief met betrekking tot de brandveiligheid van monumenten? preventie Antwoord: de gemeente is niet actief met betrekking op het gebied van preventie F.4.1a In hoeverre is de gemeente actief met betrekking tot de brandveiligheid van monumenten? preventie - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. F.4.2 In hoeverre is de gemeente actief met betrekking tot de brandveiligheid van monumenten? uitvoering Antwoord: in een omgevingsvergunning wordt rekening gehouden met brandveiligheidseisen en de monumentale waarden,bij calamiteiten als brand of wateroverlast bij monumenten neemt de gemeente contact op met de RCE (crisisteam) F.4.2a In hoeverre is de gemeente actief met betrekking tot de brandveiligheid van monumenten? uitvoering - anders, namelijk Antwoord: n.v.t.
Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op één of meer van de in de vragengroep gegeven antwoorden. Antwoord: n.v.t.
19
III. Archeologie Gemeentelijk beleid en voorschriften G.1 Heeft de gemeente beleid vastgesteld voor archeologie? Antwoord: ja G.1.1 Wanneer is dit beleid (voor het laatst) vastgesteld? Antwoord: 2018 G.1.2 Tot wanneer geldt dit beleid? Antwoord: 2028 G.1.3 Zijn in het gemeentelijke archeologiebeleid ook de waterbodems opgenomen? Antwoord: ja G.2 Is bij het vaststellen of herzien van bestemmingsplannen in de afgelopen twee jaar rekening gehouden met de in de grond aanwezige, dan wel te verwachten monumenten (archeologie)? Antwoord: ja, bij al deze bestemmingsplannen G.2.1 Worden de archeologische bepalingen in de bestemmingsplannen uitgewerkt via voorschriften bij: Antwoord: omgevingsvergunning voor bouwactiviteiten,omgevingsvergunning voor sloopactiviteiten,omgevingsvergunning voor aanlegactiviteiten G.2.1a Worden de archeologische bepalingen in de bestemmingsplannen uitgewerkt via voorschriften bij: - anders, namelijk Antwoord: n.v.t.
G.2.2 Is bij het vaststellen of herzien van bestemmingsplannen in de afgelopen twee jaar, die (mede) waterbodems omvatten, rekening gehouden met archeologie bij de bestemming van de waterbodem? Antwoord: er zijn in de afgelopen twee jaar geen bestemmingsplannen voor waterbodems vastgesteld of herzien G.3 Zijn de archeologische rijksmonumenten opgenomen in de bestemmingsplannen ? Antwoord: ja, bij al deze bestemmingsplannen G.4 Beschikt de gemeente over een archeologieverordening of een archeologie paragraaf in een erfgoedverordening? Antwoord: ja G.4.1 Heeft de gemeente bepalingen voor archeologie in waterbodems vastgelegd in een verordening? Antwoord: nee G.5 Heeft de gemeente voor haar grondgebied, of een gedeelte daarvan, een verbod op het gebruik van metaaldetectoren ingesteld? Antwoord: nee
20
G.6 Heeft de gemeente voor haar wateren, of een gedeelte daarvan, een verbod op magneetvissen ingesteld? Antwoord: nee G.7 Heeft de gemeente een archeologische waarden- en verwachtingskaart? Antwoord: ja G.7.1 Wanneer is deze (voor het laatst) vastgesteld? Antwoord: 2018 G.7.2 Zijn in de gemeentelijke waardenkaart archeologische (verwachtings-)waarden van waterbodems opgenomen? Antwoord: ja Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op één of meer van de in de vragengroep gegeven antwoorden. Antwoord: n.v.t.
Organisatie en personeel H.1.1 fte archeologie - totaal Antwoord: 0,50 H.1.2 fte archeologie - beleid Antwoord: onbekend H.1.3 fte archeologie - uitvoering Antwoord: onbekend H.1.4 fte archeologie - toezicht Antwoord: onbekend H.2 Is er voldoende personeel beschikbaar voor de taakuitvoering op het gebied van archeologie? Antwoord: ja H.2.1 Aan welke taken op het gebied van archeologie komt de gemeente niet meer (voldoende) toe? Antwoord: n.v.t. H.2.1a Aan welke taken op het gebied van archeologie komt de gemeente niet meer (voldoende) toe? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. H.3 Is er de afgelopen twee jaar in de gemeente bezuinigd op het gebied van archeologie? Antwoord: nee
21
H.3.1 Waarop is in de gemeente bezuinigd op het gebied van archeologie? Antwoord: n.v.t. H.3.1a Waarop is in de gemeente bezuinigd op het gebied van archeologie? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. H.4 Werkt de gemeente voor archeologie samen met (een) andere gemeente(n)? Antwoord: nee H.4.1 Op welke onderdelen werkt de gemeente voor archeologie samen met andere gemeenten? Antwoord: n.v.t. H.4.1a Op welke onderdelen werkt de gemeente voor archeologie samen met andere gemeenten? anders, namelijk Antwoord: n.v.t. H.5 Hoe vaak deed de gemeente de afgelopen 12 maanden voor archeologie een beroep op het provinciale steunpunt? Antwoord: minder dan 3 keer per jaar H.5.1 Waarvoor deed de gemeente een beroep op het steunpunt? Antwoord: kennis inwinnen H.5.1a Waarvoor deed de gemeente een beroep op het steunpunt? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. H.6 Maakt de gemeente op het gebied van archeologie gebruik van een regionale omgevingsdienst (RUD)? Antwoord: nee H.6.1 Voor welke taken op het gebied van archeologie maakt de gemeente gebruik van een regionale omgevingsdienst (RUD)? Antwoord: n.v.t. H.6.1a Voor welke taken op het gebied van archeologie maakt de gemeente gebruik van een regionale omgevingsdienst (RUD)? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op één of meer van de in de vragengroep gegeven antwoorden. Antwoord: n.v.t.
22
Kwaliteitscriteria I.1 Is de gemeente bekend met de ‘Kwaliteitscriteria. Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving krachtens de Wabo’, zoals opgesteld door het IPO en de VNG? Antwoord: ja I.2 Is de gemeente bekend met de actualisatie van deze kwaliteitscriteria naar versie 2.2 (juli 2019)? Antwoord: ja I.3 Past de gemeente de ‘Kwaliteitscriteria. Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving krachtens de Wabo’ voor archeologie toe? Antwoord: ja, de kwaliteitscriteria versie 2.2 worden toegepast I.3.1 Welke kwaliteitscriteria (versie 2.1) worden toegepast? Antwoord: n.v.t. I.3.2 Welke kwaliteitscriteria (versie 2.2) worden toegepast? Antwoord: de medewerker heeft een aanvullende opleiding: Basiscursus Awb,de medewerker heeft een aanvullende opleiding: Basiscursus Wabo I.3.3 Welke eigen kwaliteitscriteria worden toegepast? Antwoord: n.v.t. I.3.4 Op welke wijze voorziet de gemeente in de kwaliteitscriteria? Antwoord: de gemeente heeft de benodigde deskundigheid zelf in huis. I.3.4a Op welke wijze voorziet de gemeente in de kwaliteitscriteria? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. I.3.5 Wat is de reden dat de gemeente geen kwaliteitscriteria toepast? Antwoord: n.v.t. I.3.5a Wat is de reden dat de gemeente geen kwaliteitscriteria toepast? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. I.4 U heeft aangegeven dat de gemeente de ‘Kwaliteitscriteria.
Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving krachtens de Wabo’ niet toepast, of er niet mee bekend is. Is de gemeente bereid samen te werken met andere gemeenten om hier wel aan te gaan voldoen? Antwoord: n.v.t.
23
Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op één of meer van de in de vragengroep gegeven antwoorden. Antwoord: n.v.t.
Uitvoering J.1 Heeft de gemeente de afgelopen twee jaar programma’s van eisen beoordeeld voor archeologisch onderzoek? Antwoord: ja, altijd J.1.1 Door wie worden deze programma’s van eisen beoordeeld? Antwoord: senior KNA archeoloog in dienst van, of namens de gemeente J.1.1a Door wie worden deze programma’s van eisen beoordeeld? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. J.2 Zijn er de afgelopen twee jaar meldingen van vondsten bij de gemeente gedaan? Antwoord: nee J.2.1 Zijn deze vondsten door de gemeente gemeld aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) via het vondstmeldingsformulier van Archis? Antwoord: n.v.t. J.2.2 Houdt de gemeente de vondstmeldingen (ook) bij in een eigen administratie? Antwoord: n.v.t. Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op één of meer van de in de vragengroep gegeven antwoorden. Antwoord: n.v.t.
24
Toezicht en handhaving K.1 Beschikt uw gemeente over een vastgesteld Uitvoeringsprogramma Handhaving, zoals bedoeld in artikel 7.3 van het Besluit omgevingsrecht (Bor)? Antwoord: ja K.1.1 Maakt toezicht en handhaving op archeologie onderdeel uit van het ‘Uitvoeringsprogramma Vergunningen, Toezicht en Handhaving (VTH)’? Antwoord: ja K.1.2 Welke vastgestelde prioriteit hebben toezicht en handhaving op archeologie in het Uitvoeringsprogramma? Antwoord: gemiddelde prioriteit K.2.1 Houdt de gemeente toezicht op: graafactiviteit op terreinen met een dubbelbestemming archeologie en/of archeologische rijksmonumenten Antwoord: onbekend K.2.2 Houdt de gemeente toezicht op: de naleving van archeologische voorschriften bij een omgevingsvergunning Antwoord: onbekend K.2.3 Houdt de gemeente toezicht op: de naleving van het algemene opgravingsverbod Antwoord: onbekend K.2.4 Houdt de gemeente toezicht op: de naleving van het metaaldetectieverbod Antwoord: onbekend K.2.5 Op welke wijze gebeurt dit? Antwoord: n.v.t. K.2.5a Op welke wijze gebeurt dit? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t.
25
K.3.1 Hoe vaak (bij benadering) heeft de gemeente de afgelopen twee jaar de volgende overtredingen geconstateerd: Niet-vergunde werkzaamheden op een terrein met dubbelbestemming archeologie of op een archeologisch rijksmonument Antwoord: 0 K.3.2 Hoe vaak (bij benadering) heeft de gemeente de afgelopen twee jaar de volgende overtredingen geconstateerd: Niet-naleving van archeologische voorschriften bij een omgevingsvergunning Antwoord: 0 K.3.3 Hoe vaak (bij benadering) heeft de gemeente de afgelopen twee jaar de volgende overtredingen geconstateerd: Overtreding van het algemene opgravingsverbod Antwoord: 0 K.3.4 Hoe vaak (bij benadering) heeft de gemeente de afgelopen twee jaar de volgende overtredingen geconstateerd: Overtreding van het metaaldetectieverbod Antwoord: 0 K.3.5 Op welke manier is/zijn de(ze) overtreding(en) geconstateerd? Antwoord: n.v.t. K.3.5a Op welke manier is/zijn de(ze) overtreding(en) geconstateerd? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. K.4 In hoeverre heeft de gemeente de afgelopen twee jaar opgetreden tegen de geconstateerde overtreding(en)? Antwoord: n.v.t. K.4.1 Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen niet-vergunde werkzaamheden op terrein(en) met een dubbelbestemming archeologie en/of op archeologische rijksmonumenten? Antwoord: n.v.t.
K.4.1a Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen niet-vergunde werkzaamheden op terrein(en) met een dubbelbestemming archeologie en/of op archeologische rijksmonumenten? anders, namelijk Antwoord: n.v.t. K.4.2 Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen niet-naleving van archeologische voorschriften bij een omgevingsvergunning ? Antwoord: n.v.t. K.4.2a Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen niet-naleving van archeologische voorschriften bij een omgevingsvergunning? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t.
26
K.4.3 Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen overtreding van het algemene opgravingsverbod ? Antwoord: n.v.t. K.4.3a Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen overtreding van het algemene opgravingsverbod? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. K.4.4 Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen overtreding van het metaaldetectieverbod ? Antwoord: n.v.t. K.4.4a Op welke manier heeft de gemeente opgetreden tegen overtreding van het metaaldetectieverbod? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. K.4.5 Wat is de reden dat (in sommige gevallen) NIET is opgetreden tegen de geconstateerde overtreding(en)? Antwoord: n.v.t. K.4.5a Wat is de reden dat (in sommige gevallen) NIET is opgetreden tegen de geconstateerde overtreding(en)? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op één of meer van de in de vragengroep gegeven antwoorden. Antwoord: n.v.t.
27
IV. Overig Burgerparticipatie erfgoed L.1 Zijn in de gemeente vrijwilligers betrokken bij het erfgoed? Antwoord: ja L.1.1 Op welke wijze zetten vrijwilligers zich in? Antwoord: vrijwilligers zijn georganiseerd in een historische vereniging,amateurarcheologen worden ingezet bij opgravingen L.1.1a Op welke wijze zetten vrijwilligers zich in? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. L.2 Worden de inwoners door de gemeente betrokken bij het erfgoed? Antwoord: ja L.2.1 Op welke wijze worden de inwoners door de gemeente betrokken bij het erfgoed? Antwoord: bij nieuwe beleidsontwikkelingen krijgen inwoners de mogelijkheid om mee te denken,de gemeente betrekt inwoners bij herbestemming van het erfgoed,inwoners agenderen erfgoed op politieke avonden van de gemeenteraad,het opstellen van een omgevingsvisie en/of omgevingsplan,waardering en selectie van gemeentelijke monumenten L.2.1a Op welke wijze worden de inwoners door de gemeente betrokken bij het erfgoed? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. L.2.2 Hoe vaak maken inwoners van de gemeente – individueel of in verenigingsverband – gebruik van de mogelijkheden om hun visie op erfgoedbelangen in te brengen bij de vaststelling van gemeentelijke ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen e.d.)? Antwoord: onbekend Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op één of meer van de in de vragengroep gegeven antwoorden. Antwoord: n.v.t.
28
Omgevingswet M.1 Heeft de gemeente al een omgevingsvisie opgesteld, volgens de Omgevingswet? Antwoord: nee M.1.1 Is de gemeente bezig met de voorbereidingen voor het opstellen van een omgevingsvisie, volgens de Omgevingswet? Antwoord: ja M.2 Wordt in de omgevingsvisie expliciet aandacht besteed aan erfgoed? Antwoord: onbekend M.4 Heeft de gemeente al een omgevingsplan opgesteld, vooruitlopend op de Omgevingswet? Antwoord: nee M.4.1 Is de gemeente bezig met de voorbereidingen voor het opstellen van een omgevingsplan, volgens de Omgevingswet? Antwoord: onbekend M.5 Wordt in het omgevingsplan expliciet aandacht besteed aan cultureel erfgoed? Antwoord: n.v.t. M.5.1 Worden in het omgevingsplan regels opgesteld voor de bescherming van cultureel erfgoed? Antwoord: n.v.t. M.6 Is de gemeente bezig met de aanstelling van een nieuwe gemeentelijke adviescommissie, volgens de Omgevingswet? Antwoord: ja M.7 Bent u bekend met de “Handreiking Adviesstelsel Omgevingskwaliteit”? Antwoord: ja M.8 Is er naar uw mening voldoende informatie beschikbaar over de rol van het cultureel erfgoed in de Omgevingswet? Antwoord: ja M.8.1 Aan welke informatie is er behoefte? Antwoord: n.v.t. Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op één of meer van de in de vragengroep gegeven antwoorden. Antwoord: Het proces voor de omgevingsvisie is gestart. We zijn nu in fase 3 (laatste fase).
Vertaling van de strategische koers in de omgevingsvisie. Erfgoed wordt hier in meegenomen.
29
Klimaat en duurzaamheid N.1 Wordt bij de uitvoering van het klimaatadaptatiebeleid gebruik gemaakt van cultuurhistorische kennis? Antwoord: onbekend N.1.1 Op welke manier wordt gebruik gemaakt van cultuurhistorische kennis? Antwoord: n.v.t. N.1.1a Op welke manier wordt gebruik gemaakt van cultuurhistorische kennis? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. N.2 Is er in de gemeente sprake van schade aan cultureel erfgoed als gevolg van klimaatomstandigheden (droogte, hitte, stormen, branden, wateroverlast)? Antwoord: nee N.2.1 Door welke klimaatomstandigheden is er schade aan cultureel erfgoed ontstaan? Antwoord: n.v.t. N.2.1a Door welke klimaatomstandigheden is er schade aan cultureel erfgoed ontstaan? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. N.2.2 Bij welke monumenten doet deze schade zich voor? Antwoord: n.v.t.
30
N.2.3 Welke schade aan groene monumenten betreft dit? Antwoord: n.v.t. N.2.3a Welke schade aan groene monumenten betreft dit? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. N.2.4 Welke schade aan gebouwde monumenten betreft dit? Antwoord: n.v.t. N.2.4a Welke schade aan gebouwde monumenten betreft dit? - anders, namelijk Antwoord: n.v.t. N.2.5 Welke schade aan archeologische monumenten betreft dit? Antwoord: n.v.t. N.4 Heeft de gemeente beleid vastgesteld voor het verduurzamen van gebouwde monumenten? Antwoord: nee N.5 Verstrekt de gemeente subsidies en/of leningen voor het verduurzamen van monumenten? Antwoord: ja N.6 Geeft de gemeente voorlichting aan monumenteneigenaren over het verduurzamen van hun monumenten? Antwoord: nee N.7 Heeft de gemeente beleid vastgesteld voor het opwekken van duurzame energie (zon-, wind- en bodem energie)? Antwoord: ja N.7.1 Worden hierin aandacht besteed aan de cultuurhistorie en/of het cultureel erfgoed? Antwoord: ja N.8 Ziet de gemeenten één van de onderstaande knelpunten bij het verduurzamen van monumenten? Antwoord: gebrek aan kennis bij adviseurs, uitvoerenden of andere professionals,gebrek aan financiële middelen bij eigenaar N.8a Ziet de gemeenten één van de onderstaande knelpunten bij het verduurzamen van monumenten?- anders, namelijk Antwoord: n.v.t.
31
N.9 Welke van onderstaande middelen kunnen naar uw mening het beste ingezet worden om monumenteneigenaren te bewegen tot het halen van de algemene duurzaamheidsdoelstellingen? Antwoord: extra hulp van de overheid aan monumenteneigenaren, bijvoorbeeld in de vorm van gratis energiescans of verduurzamingsadviezen,collectieve aanpak van de overheid energiebesparing of energieopwekking voor monumenten N.9a Welke van onderstaande middelen kunnen naar uw mening het beste ingezet worden om monumenteneigenaren te bewegen tot het halen van de algemene duurzaamheidsdoelstellingen? anders, namelijk Antwoord: n.v.t. Hieronder heeft u de mogelijkheid een toelichting te geven op één of meer van de in de vragengroep gegeven antwoorden. Antwoord: Duurzaamheidslening is voor alle gebouwen, incl monumenten. Geen specifieke instrumenten voor monumenten.
Evaluatie O.1 Hoeveel tijd heeft het u gekost om deze vragenlijst in te vullen? Antwoord: 75 minuten O.2 Hoe gebruiksvriendelijk vindt u deze vragenlijst? Antwoord: gebruiksvriendelijk O.3 Opmerkingen over het invullen van de uitvraag/algemene opmerkingen: Antwoord: n.v.t.
32
Colofon Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Postbus 16478 | 2500 BL Den Haag | info@inspectie-oe.nl | https://www.inspectie-oe.nl/ Mei 2022
33