A11 03 Bijlage 3 bij Lelylijn - Samenvatting Denkrichtingen NOVEX-Lelylijn 2050.pdf
Tekst van het document
ing t t a v n e Sam
Toekomstbeelden voor noordelijk Nederland met de Lelylijn Denkrichtingen NOVEX Lelylijn 2050 - Studio Bereikbaar - 5 maart 2024
Vooraf Onderdeel van het MIRT-onderzoek NOVEX Lelylijn (van Lelystad tot Groningen/Leeuwarden) is het opstellen van een toekomstschets van de ruimte rondom de Lelylijn en welke keuzes daarin worden gemaakt, het zogenoemde Ontwikkelperspectief. Om tot het Ontwikkelperspectief te komen zijn denkrichtingen opgesteld waarin verschillende mogelijkheden voor de toekomst van noordelijk Nederland bij realisatie van de Lelylijn zijn weergegeven. Die denkrichtingen worden in dit rapport gepresenteerd. De stuurgroep van de Lelylijn-organisatie heeft deze denkrichtingen vrijgegeven voor discussie met de achterban in de periode van begin maart tot halverwege mei 2024. De bedoeling van dat gesprek is om van u te horen: • Wat uw oordeel is over de geschetste denkrichtingen; • Of we alle mogelijke scenario’s hiermee in beeld hebben; • En welke elementen van de denkrichtingen aanspreken, en welke juist niet?
De denkrichtingen zullen de komende tijd nader worden uitgewerkt en getoetst op haalbaarheid en realiseerbaarheid. Ook zullen de effecten van de denkrichtingen op de brede welvaart in noordelijk Nederland worden betrokken. Die analyse zal samen met het gesprek over de denkrichtingen leiden tot een Ontwikkelperspectief. Dat zal naar alle waarschijnlijkheid niet één van de denkrichtingen zijn, maar een combinatie van elementen uit verschillende denkrichtingen. Het Ontwikkelperspectief komt in de zomer van 2024 beschikbaar. Dit denkrichtingen-document is daarmee een tussenproduct in de totstandkoming van het Ontwikkelperspectief. Het zal als onderdeel van het totale pakket aan beslisinformatie aan een bestuurlijk overleg rijk-regio worden aangeboden. In dat overleg wordt dan besloten of de Lelylijn nader zal worden uitgewerkt en onderzocht.
2
Inleiding De opdracht MIRT-onderzoek NOVEX Lelylijn Rijk en regio hebben in december 2022 een gezamenlijke projectorganisatie ingesteld die de opdracht heeft om onderzoek te doen naar de Lelylijn. Het onderzoek is de combinatie van een MIRT-onderzoek en het opstellen van een Ontwikkelperspectief voor het NOVEX-gebied Lelylijn (van Lelystad tot Groningen/Leeuwarden). Deze onderzoeken leveren de informatie die nodig is om eind 2024 een GO/NO GO besluit te nemen over een Startbeslissing voor de MIRT-Verkenning naar de Lelylijn. In het NOVEX-deel wordt in een integraal Ontwikkelperspectief uitwerking gegeven aan de bijdrage van de Lelylijn als backbone van de ontwikkeling van noordelijk Nederland voor de economische structuurversterking, de verstedelijkingsopgave en de verbetering van de bereikbaarheid en de leefbaarheid. Recentelijk zien we dat de kijk op mobiliteit onder invloed van de brede welvaartsgedachte (o.a. verwoord in ‘Elke regio telt!’ van de Raad voor de Leefomgeving) aan het verschuiven is van vervoerswaarde (hoeveel potentiële reizigers trekt een verbinding) naar bereikbaarheid (welke plekken, banen, inwoners en voorzieningen kan je bereiken) en brede welvaart (o.a. welzijn, veiligheid en gezondheid). In dit denken vanuit bereikbaarheid zien we ook de integraliteit tussen MIRT (vervoer/netwerk) en NOVEX (ruimte/ plek).
De werklijnen Om invulling te geven aan deze opdracht werkt de projectorganisatie Lelylijn met verschillende werklijnen. Het gaat dan om: • Omgevingsmanagement en Participatie – gericht op het verkrijgen van inzicht in de belangen, de wensen en zorgen van betrokkenen bij het project in ruime zin. • Bereikbaarheid (OV en infrastructuur) – gericht op het verkrijgen van inzicht in de verschillende mogelijkheden (alternatieven en varianten) voor de Lelylijn, alsmede de maakbaarheid en de kosten. • NOVEX (Ontwikkelperspectief) – gericht op het verkrijgen van inzicht in de integrale ontwikkelingsmogelijkheden voor het NOVEX gebied Lelylijn en de betekenis daarvoor op diverse schaalniveaus. • Brede Welvaart /Afwegingskader- gericht op het beoordelen en vergelijken van verschillende mogelijkheden (alternatieven en varianten) voor de Lelylijn. In dat afwegingskader zullen alle daarbij relevante aspecten worden opgenomen. Kern voor het afwegingskader is het effect van de Lelylijn op de Brede Welvaart.
voor zowel de Lelylijn als het bijbehorende Ontwikkelperspectief.
Deze werklijnen zorgen gezamenlijk voor voldoende informatie voor alle betrokken overheden om eind 2024 een vervolgbeslissing te kunnen nemen,
In de verkennende houtskoolschets NOVEX Lelylijn van juli 2023 is vanuit (landschappelijke) kernkwaliteiten, kansen, ambities en uitdagingen (plek) een netwerk ontwikkeld dat verbindingen legt op vier schaalniveaus: (1) (inter) nationale regio’s;
Raadpleging Lelylijn Het onderzoek naar de Lelylijn is gestart met een uitgebreide bewonersraadpleging in het voorjaar van 2023. Ruim 11.000 inwoners hebben hun voorkeuren, zorgen en aandachtspunten aangegeven. Deze inbreng is meegenomen in de verdere aanpak van het Lelylijn onderzoek. De doelstellingen en randvoorwaarden van het project zijn aangepast met meer aandacht voor het verbeteren van de bereikbaarheid in de regio en het met elkaar verbinden van regio’s. In het NOVEX onderzoek is meer aandacht voor landbouw, natuur en landschap. Met al deze partijen zijn gesprekken gevoerd bij de totstandkoming van de denkrichtingen. Ook bij de effectbepaling zal opnieuw worden gekeken naar wat bewoners belangrijk vinden voor de Lelylijn en de noordelijke regio’s. Naar een NOVEX Ontwikkelperspectief Voor u liggen de mogelijke denkrichtingen voor één of meerdere integrale ontwikkelperspectieven met als planhorizon 2050.
(*) MIRT = Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport 3
Doel van deze fase is om de programmatische invulling scherp te krijgen en de ruimtelijke neerslag daarvan. Om de voorliggende opgaven concreet te maken en om dilemma’s, keuzes en denkrichtingen te schetsen, die in de vervolgfase moeten worden onderzocht in scenario’s. De werkhypothese voor deze NOVEX-uitwerking is dat uit wordt gegaan van het bundelingsprincipe van de Lelylijn met de A6/ A7/A32 en een geoptimaliseerd onderliggend OV-systeem. Beschouwd worden een (referentie) scenario zonder Lelylijn en een scenario met Lelylijn. Denkrichtingen Voor de Denkrichtingen is gebruik gemaakt van Ontwerpend Onderzoek, als een middel om uit te vinden welke mogelijke ruimtelijke ontwikkelingen goed passen bij wat voor soort Lelylijn. De Denkrichtingen zijn dus zeker niet bedoeld om (nu) een keuze uit te maken. Ze beschrijven de hoeken van het speelveld en zijn bedoeld om ruimtelijke interventies te testen, om eraan te kunnen rekenen en om van te leren. Het is dus belangrijk dat ieders denkbeelden een plek hebben, zodat de Denkrichtingen daadwerkelijk het hele speelveld beschrijven. Hiermee ontstaat er zicht op welke bouwstenen (oplossingsrichtingen) goed passen bij welk concept voor de Lelylijn. Per denkrichting kiezen we voor een samenhangend pakket aan bouwstenen, een Lelylijn-tracé en een dienstregelingsvariant.
Dit helpt bij het doordenken van een Denkrichting en het ruimtelijk doorvertalen
ervan. Maar er zijn ook andere combinaties mogelijk. Een Lelylijn-tracé / dienstregelingsvariant is dus niet per se gebonden aan een bepaalde Denkrichting. De gepresenteerde Denkrichtingen zijn het resultaat van 4 gezamenlijke maakdagen met de overheden langs de Lelylijn. De eerste maakdag stond in het teken van de kick-off. Tijdens de tweede maakdag formuleerden we opgaven en op de derde maakdag brachten we de hoeken van het speelveld aan oplossingsrichtingen in beeld (o.a. door voor specifieke locaties langs de lijn een aantal ontwerpcasussen te doorleven). Tijdens de laatste maakdag stonden de Denkrichtingen centraal. De bij de maakdagen betrokken ambtenaren hebben meegedacht en feedback gegeven.
Van 4 denkrichtingen naar een of meerdere ontwikkelperspectieven
(2) knopen noordelijk Nederland; (3) invloedsgebied Lelylijn; (4) water-, landschaps- en natuursystemen.
Ontwerpend Onderzoeken, wat is dat? Ontwerpend onderzoek is enerzijds een methode van onderzoek waarmee mogelijke toekomsten inzichtelijk worden gemaakt (o.a. door verbeelding) en zodoende nieuwe kennis wordt ontwikkeld. Anderzijds is ontwerpend onderzoek een instrument voor samenwerking aan grote maatschappelijke opgaven. Ontwerpend onderzoek kan namelijk worden ingezet om inzichtelijk te maken welke belangen of ambities er binnen een specifieke opgave/thema zijn of in een gebied samenkomen. Met behulp van ontwerpend onderzoek kan inzicht gegeven worden vanuit verschillende perspectieven en kunnen ruimtelijke keuzes voor de toekomst worden gemaakt.
4
Proces en vervolg Verdiepende onderzoeken In de Denkrichtingen wordt de identiteitsvraag ‘wat voor gebied willen we zijn’ gekoppeld aan een vervoersconcept voor de Lelylijn. Het vraagstuk met betrekking tot de bijbehorende vervoersconcepten is in nauw overleg en na afstemming met de werklijn Bereikbaarheid (OV en infrastructuur) opgesteld. Voor de ontwikkeling van de Denkrichtingen zijn verdiepende onderzoeken uitgevoerd ter onderbouwing en uitwerking van diverse belangrijke thema’s. Er is onderzoek gedaan naar: • Wonen en woningmarkt: • Economie, werkgelegenheid en arbeidsmarkt; • Natuur en landschap (aanvullende input volgt nog); • Kansen en bedreigingen voor de landbouw (aanvullende input volgt nog); • Water en Bodem sturend (aanvullende input volgt nog). De Denkrichtingen zijn op 1 maart 2024 door de Stuurgroep Lelylijn vrij gegeven voor het (bestuurlijke) gesprek met de achterban. Tevens worden de Denkrichtingen gebruikt om effecten in beeld te brengen en lessen te trekken. Dit resulteert vervolgens in één of meerdere ontwikkelperspectieven voor het gebied rondom het hypothese tracé bij aanleg van de Lelylijn.
Aanpak Op 7 juli 2023 is ter completering van de eerste verkennende fase het “Inspiratieboek Lelylijn Verkennende Houtskoolschets voor het integrale Ontwikkelperspectief” vastgesteld door de Stuurgroep als input voor de vervolgfase. In de vervolgaanpak zijn de ruimtelijke kaders en de programmatische opgaven geformuleerd. Hieruit zijn de “Denkrichtingen voor het Ontwikkelperspectief” geformuleerd. Deze zijn in de volgende pagina’s samengevat. Vanaf maart 2024 worden de “Denkrichtingen” uitgewerkt, getoetst, geëvalueerd en beoordeeld. Resultaat daarvan zal zijn het “Ontwikkelperspectief Lelylijn” in juni 2024. De effecten van de Denkrichtingen op de opgaven en de projectdoelen worden bepaald aan de hand van de indicatorenlijst van het afwegingskader en daarmee gescoord op het brede spectrum van brede welvaart. Tevens wordt in deze fase de combinatie met de resultaten uit de andere werklijnen gemaakt. In het Ontwikkelperspectief worden één of meerdere scenario’s met een Lelylijn afgezet tegen een situatie zonder een Lelylijn. Het Ontwikkelperspectief geeft zicht op de ruimtelijke mogelijkheden bij realisatie van de Lelylijn. Het proces voor de NOVEX werklijn wordt gedaan in overleg met vertegenwoordigers van de betrokken overheden (rijk, provincies, gemeenten en waterschappen).
Gesprek over de Denkrichtingen De Denkrichtingen worden in de volgende fase niet alleen op hun kwalitatieve en kwantitatieve effecten beoordeeld, maar juist ook de opbrengst van gesprekken met betrokkenen in noordelijk Nederland moet helpen om de aansprekende bouwstenen (elementen) te selecteren. Daarom heeft de Stuurgroep op 1 maart 2024 de Denkrichtingen vrijgegeven voor gesprek met haar (bestuurlijke) achterban. De Stuurgroep leden bespreken de Denkrichtingen en geven de uitkomst daarvan terug in de Stuurgroep van mei 2024. Deze vangst gaat dan weer mee in de uitwerking naar het uiteindelijke “Ontwikkelperspectief”. We stellen voor het volgende aan de Stuurgroep voor te leggen als vragen voor overleg met haar achterban: • Wat is uw oordeel over de geschetste Denkrichtingen in het algemeen? • Omvatten de Denkrichtingen het volledige veld aan mogelijke scenario’s voor de toekomst van noordelijk Nederland? • Welke elementen (bouwstenen/ oplossingsrichtingen) van de Denkrichtingen spreken aan, en welke juist niet? Parallel aan de gesprekken over de Denkrichtingen zet de projectorganisatie de uitwerking en toetsing van de Denkrichtingen in gang. De reflectie van de Stuurgroep in mei 2024 wordt daarmee verweven. Tegen de zomer komt het Ontwikkelperspectief beschikbaar. 5
Waar lopen we tegenaan? De opgaven
Economische structuurversterking
Duurzaam mobiliteitssysteem
Woningbouw
Landelijk gebied
Water en bodem sturend
Vitale dorpskernen
•
(1) Economische structuurversterking. Netwerkvorming onderling –tussen Leeuwarden-Sneek-EmmeloordLelystad-Heerenveen-DrachtenGroningen-Assen– blijft achter bij de ontwikkeling in andere regio’s. Ruimtelijk-economisch benutten de steden in noordelijk Nederland elkaars kracht beperkt.
•
(2) Jongeren behouden en aantrekken (vergroten beroepsbevolking). Buiten Groningen en Leeuwarden trekken overal in het Noorden de jongeren weg. Het aantal bereikbare banen en voorzieningen binnen aanvaardbare reistijden is matig. En ook de diversiteit is beperkt.
•
(3) Stedelijke kwaliteitssprong. De (stedelijke) vernieuwingsopgave is groter dan gemiddeld in Nederland. De grote versnipperde opgave is er een van vele (kleine) buurten. Het aantal verouderde woningen en buurten is relatief gezien groot
•
(4) Wonen en werken in balans. Dagelijks reizen er 71.000 werknemers meer het Lelylijngebied uit dan dat er binnenkomen (met name in COROP-regio Flevoland is de onbalans groot).
•
(5) Ruimte voor (grootschalige) bedrijvigheid. Er is (ook zonder Lelylijn) een ruimtevraag voor nieuwe industrie en logistiek. De komst van de Lelylijn kan zorgen voor een extra groeivraag van 140-200 hectare bedrijventerrein en 74.000-101.000 m2 aan kantoorruimte. Dit zorgt voor circa 20.000 tot 30.000 extra banen.
•
(6) Toegroeien naar circulaire economie. Om een bijdrage te leveren aan de wereldwijde noodzaak tot CO2reductie is de opgave allereerst zo snel mogelijk de CO2 uitstoot terug te brengen. Dit laat zich concreet vertalen in een grondstoffentransitie en een energietransitie.
•
(7) Woningbouw. Tot 2050 60.000 tot 100.000 nieuwe woningen in Lelylijn-gebied (autonome groeivraag incl. Lelylijn). In relatie tot vernieuwingsopgave, huishoudensverdunning, vergrijzing en veranderende woonwensen.
•
(8) Duurzamer mobiliteitssysteem (minder auto’s, meer OV). Bijdrage van de Lelylijn (inclusief gebiedsontwikkeling) aan een transitie naar minder auto’s en meer lopen, fiets en OV.
•
(9) Realistisch toekomstperspectief voor de landbouw. Opgave is om te komen tot een duurzaam toekomstperspectief voor de landbouw. Waarbij duurzame voedselproductie hand in hand gaat met een robuuste en klimaatbestendige waterhuishouding, goeen stevig natuurnetwerk en een rijke biodiversiteit.
•
(10) Versterken toerisme en recreatie. De behoefte aan voorzieningen voor recreatie en toerisme zal groeien, én veranderen. Dit komt door het landelijk groeiende aantal inwoners, de toenemende populariteit van buitenrecreatie en een groei in het aantal toeristen.
•
(11) Behoud en ontwikkeling rust en ruimte. Noordelijk Nederland kent veel rust, ruimte, waardevolle landschappen, groen, natuur en erfgoed. Maar verrommeling dreigt, bij onzorgvuldige inpassing van wonen, werken, logistiek en energie in ‘het landschap’.
•
(12) Robuust watersysteem (te droog, onveilig, te nat, te warm, te zout, onvoldoende drinkwater, hittestress). Als gevolg van klimaatverandering komt er veel op ons af. Temperatuurstijging leidt tot veranderende neerslagpatronen met als resultaat meer perioden van zowel droogte als wateroverlast.
•
(13) Kleine kernen vitaal houden (leegloop platteland tegengaan). Voorzieningen concentreren zich en zijn lokaal lastig te behouden. De trend is sociale segregatie. Andere aandachtspunten zijn gezondheid, dalende leerlingenaantallen, inkomens- en opleidingsniveau en werkloosheid.
•
(14) Toename aantal ouderen (vergrijzing). Er is sprake van een dubbele vergrijzing: meer ouderen en die ouderen worden ook nog eens ouder. Vergrijzing leidt tot extra zorgvraag in wijken en tot hogere gemeentelijke lasten.
•
(15) Vervoersarmoede / basisbereikbaarheid garanderen. Er ontstaat een grote en groeiende sociaaleconomische kloof. Op de slecht aangetakte plekken dreigt een concentratie van relatief kwetsbare groepen.
Spreiden
Netwerk versterken Lelylijn in een Internationale topregio
Lelylijn in een Stedelijk Netwerk
Lelylijn in een Vitaal ecoland
Lelylijn in een Dertig minuten gemeenschap
Hoeken van speelveld aan oplossingsrichtingen. Vier denkrichtingen Lokaal versterken
Concentreren
7
(Denkrichting 1) Lelylijn in een ...
Dertig minuten gemeenschap In deze denkrichting staan lokale gemeenschappen centraal. Mienskip en Noaberschap zijn de centrale kernwaarden. Mensen kennen elkaar, voelen zich onderling verbonden en zijn trots op de hechte sociale banden, de buurt, de wijk, de cultuur, de taal en het landschap. Samen dragen ze zorg voor hun nabije omgeving. Kleinschaligheid en lokale functiemenging zijn de norm. Mensen vinden binnen 30 minuten reizen alles wat ze nodig hebben. De voorzieningenkernen hebben hun eigen economische specialisatie en huisvesten een lokaal gewortelde wereldspeler (denk bijvoorbeeld aan de Health Campus en Photonis in Roden, Paques in Balk, het Lucht- en ruimtevaartcentrum in Marknesse, Stertil Group in Kloostertille, Zuidberg in Ens, Douwe Egberts en Comecer in Joure, Hytrans Systems in Lemmer en ZiuZ in Gorredijk). Er is lokale functiemenging met economie aan huis en nabijheid van wonen, werk, natuur, recreatie, energie en voorzieningen. Dit maakt dat elke voorzieningenkern ook zijn eigen treinstation heeft.
8
(Denkrichting 2) Lelylijn in een ...
Vitaal ecoland
In deze denkrichting staan klimaat, bodem en water aan de basis. Mensen zien zichzelf als onderdeel van de natuur. We maken een levensstijl mogelijk met (lokaal geproduceerde) gezonde voeding en veel fysieke activiteit (met de trein als verlengstuk voor wie dagelijks loopt of fietst). Mensen leven meetbaar langer. Innovatieclusters en onderwijsinstellingen specialiseren zich rondom het thema gezond oud worden. De recreatieve sector specialiseert zich rondom treingebonden waterrecreatie, wandelen, fietsen, sporten en streekproducten. Het laten toenemen van de biodiversiteit en vergroening zijn collectieve missies. In deze toekomst staat het respecteren van ecologische grenzen bovenaan, ook als dit ten koste gaat van de vrijheid om te consumeren. Noordelijk Nederland wordt een rustige, ruime, ontspannen en vitale woon- en recreatieregio nabij de grootstedelijke drukte van de Randstad, Vlaanderen en het Ruhrgebied. Natuurlijke oplossingen domineren, bijvoorbeeld door water meer ruimte te geven. Verstedelijking wordt geconcentreerd op waterveilige plekken en goed verbonden met OV-knooppunten. Het landschap wint ruimte terug op stad en dorp. Daken, gevels en straten worden groener.
9
(Denkrichting 3) Lelylijn in een ...
Stedelijk netwerk
In deze denkrichting maximaliseren we de agglomeratiekracht door te kiezen voor ‘borrowed size’. We versterken het regionale ecosysteem maximaal door van elkaars nabijheid aan inwoners, banen en voorzieningen te profiteren en door meerwaardegericht te selecteren en te specialiseren. We zorgen ervoor dat jongeren in noordelijk Nederland willen blijven. Er komen innovatieve broedplaatsen voor lokale start-ups en talent. Aan het spoor ontstaan nieuwe stedelijke innovatieclusters en campussen in Groningen (Healthy Ageing, Sustainable Society, Energie, Chemie, Life sciences en big data), Leeuwarden (Delta Areas and Resources, Water, Food and Dairy), Lelystad (Agrifood, luchtvaart en circulair bouwen), Emmeloord/Urk (innovatieve landbouw, maritiem, visserij, MITC), Heerenveen (circulair, zuivel, logistiek en sport), Drachten (de HTSM Brainportregio van het noorden) en Leek (maakindustrie). Economische vernieuwing vindt plaats door kruisbestuiving tussen deze verschillende regionale clusters en het onderwijs. De treinverbinding tussen deze regionale clusters vormt de linking pin. Lelystad wordt een stepping stone tussen de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en het noorden. Heerenveen, Drachten en Emmeloord worden stedelijker. In de contramal van het stedelijk systeem (Sneek, Leeuwarden, Drachten en Heerenveen) wordt ingezet op een landschap van wereldklasse. 10
(Denkrichting 4) Lelylijn in een ...
Internationale topregio In deze denkrichting staat het maximaliseren van
agglomeratiekracht centraal. Groningen krijgt een directe treinverbinding met Amsterdam-Zuid, Bremen en Hamburg. Ze profileert zich op internationale schaal met kennis en topvoorzieningen op het gebied van Healthy Ageing, Life sciences en Big Data. De ruime aanwezigheid van talent wordt benut als pullfactor voor het aantrekken van nieuwe economische groeiparels. Groningen maakt een forse schaal- en kwaliteitssprong door, krijgt een hoogdynamisch stationsgebied van wereldklasse en faciliteert hoogstedelijke ontmoeting en innovatie. De stad wordt selectiever. Bedrijven die niet afhankelijk zijn van internationale verbondenheid en grootstedelijke nabijheid krijgen elders in de regio een plek. Ook Leeuwarden maakt een forse schaal- en kwaliteitssprong door, met uitmuntende stedelijke woonkwaliteit, topcultuur en toegepaste kennis (in directe treinverbinding met AmsterdamZuid). Het (OV-)systeem binnen noordelijk Nederland is gericht op de stad Groningen. Met voor Flevoland ook een stevige aantakking op Amsterdam. De overstap vanuit het platteland naar de stad vindt plaats via goed bereikbare voorzieningenhubs.
11
De bouwstenen/oplossingsrichtingen. Hoeken van het speelveld
Economische structuurversterking
Dertig minuten gemeenschap
•
•
• •
Duurzaam mobiliteitssysteem
Woningbouw
•
• •
• •
Vitaal ecoland
Centrumdorpen specialiseren zich economisch en huisvesten een lokaal gewortelde wereldspeler. Koplopers MKB hebben een eigen campus. Lokale functiemenging op dorpsniveau: 30% van de economie in de linten.
•
Bouwen naar lokale aard en schaal. Uitbreiden (wonen en werken / een straatje erbij) mag. Nieuwe samenwoonvormen en doorstroomopties ouderen in de eigen buurt. Sociale woningbouw in het dorp.
•
Vier keer per uur een sprinter. Additioneel komt er een fijnmazig netwerk van flexibel OV, BRT-bussen en snelfietsroutes richting de slecht op het netwerk aangetakte kernen. Mensen vinden binnen 30 minuten reizen alles wat ze nodig hebben. De centrumkern biedt toegang tot de wereld. Op het station is ruimte voor P+R.
•
•
•
•
•
Stedelijk netwerk
Accepteren van woon-werk onbalans. Specialiseren als rustige, ruime en ontspannen woon- en recreatieregio nabij grootstedelijke drukte van de Randstad. Een met de stad en trein verweven toeristische economie met specialisatie in (water) sport, wandelen, (race)fietsen en streekproducten.
•
Landschap wint ruimte terug op stad en dorp. De groenblauwe opgave is een ontwikkeldoel op zichzelf en vraagt om het transformeren van bestaande buurten. “Auto eruit, groen erin”. ‘No net land take’ (geen uitleglocaties meer).
•
Twee keer een intercity en twee keer een sprinter. Natuur en water zijn sturend. Dit perspectief gaat (om aantasting van natuur te beperken) uit van strakke bundeling van de Lelylijn (met de snelweg) en van compacte boogstralen (ten koste van snelheid). Wonen nabij OV-knooppunten met nabijheid op trein- en fietsafstand.
•
•
•
•
Internationale topregio
Uitgaande van borrowed size (lenen van de kracht van de buren). Elke stad een campus in de spoorzone. Met onderwijs en innovatieclusters. Nieuwe innovatieve broedplaatsen voor behoud van start-ups en lokaal talent. Nieuwe ruimtevraag bedrijven en circulaire hubs concentreren rond knopen energie, haven, weg, (goederen)spoor.
•
De stad Groningen maakt een forse schaal- en kwaliteitssprong en gaat zich profileren in internationale context, ze wordt selectiever en faciliteert alleen functies die om hoogstedelijke nabijheid en internationale verbondenheid vragen. Leeuwarden wordt stedelijker.
Met name concentreren binnen 2km lopen en fietsen van de stedelijke spoorzones van Lelystad, Emmeloord, Heerenveen, Drachten, Leeuwarden en Groningen. Meer stedelijkheid en nabijheid en creëren van ontmoetings- en interactiemilieus.
•
Vergroten contrast mozaïek. Hoogstedelijk in Groningen. Stedelijk in Leeuwarden. Buiten de grote steden prettig, landschappelijk en ontspannen wonen.
Twee keer per uur een intercity en twee keer per uur een sprinter voor ‘voorstadstations’. Hubs of P+R rondom stedelijke centra en spoorzones om die plekken autovrij in te kunnen richten voor verblijven en interactie.
•
Twee keer per uur een Intercity Direct tussen Amsterdam Zuid, Groningen en Bremen/Hamburg. En tussen Amsterdam Zuid en Leeuwarden. Aanvullend twee keer per uur een intercity. Lopen+fiets+OV dominant in de stad. Q-link (P+R) systeem uitbreiden rondom Groningen (en beperkt ook in Leeuwarden).
•
12
Dertig minuten gemeenschap
Landelijk gebied
•
•
•
Water en bodem stuernd
•
•
Vitale dorpskernen
•
•
Vitaal ecoland
Landbouw en veeteelt blijven belangrijke dragers van het landelijke gebied. Benutten van oogstpotentie landelijk gebied voor lokaal MKB (grondstoffen voor circulaire economie). Toeristisch gebiedsprofiel vanuit lokale identiteit en specialisatie.
•
In principe geen uitleglocaties op plekken die vanuit het watersysteem ongeschikt zijn. Uitzonderingspositie aan oostkant van Lemmer om plaatswaarde te creëren rondom station. Hogere vergroeningsambitie bij inrichting.
•
Autonome centrumdorpen met juiste schaal voor voorzieningendraagvlak (10.000 woningen nodig voor supermarkt en bibliotheek). Voor kleinere kernen zijn er rondreizende voorzieningen (zoals bijvoorbeeld een zorgbus).
•
•
•
•
•
Stedelijk netwerk
Internationale topregio
Lelylijn als ‘ontginningsas’ voor ruilverkaveling “nieuwe natuur”. Het landelijk gebied als proef- en experimenteertuin voor natuurlijke / biologische landbouwproducten met een eerlijke prijs. De stedeling fungeert als procumer. Er is ruimte voor lokale voedselproductie. Uitgaande van de lagenbenadering. Teelt volgt waterpeil.
•
Landschap van wereldklasse in contramal stedelijk systeem. Het runnen van gezonde agrarische bedrijven gaat hier samen met het verhogen van biodiversiteit en recreatieve waarden in het boerenland (streekproducten worden vermarkt in de stad en er ontstaan weidevogel en boerenfietsroutes).
•
Het landelijk gebied moet toegankelijker, bekender en waardevoller worden voor de stedelijke inwoners van Groningen en Leeuwarden.
Geen nieuwe ontwikkelingen (uitleglocaties wonen en werken) op plekken die niet of beperkt geschikt zijn vanuit het watersysteem. De groenblauwe structuren van steden, dorpen en buurten zijn een ontwikkeldoel op zichzelf. Maximale vergroeningsambitie bij inrichting.
•
Geen nieuwe ontwikkelingen (uitleglocaties wonen en werken) op plekken die vanuit het watersysteem ongeschikt zijn. Op beperkt geschikte plekken is ontwikkeling mogelijk wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend vermogen van het gebied. Minimale vergroeningsambitie bij inrichting.
•
Geen nieuwe ontwikkelingen (uitleglocaties wonen en werken) op plekken die vanuit het watersysteem ongeschikt zijn. Op beperkt geschikte plekken is ontwikkeling mogelijk wanneer er geen afbreuk wordt gedaan aan het waterbergend vermogen van het gebied. Minimale vergroeningsambitie bij inrichting.
De dorpen specialiseren zich in rust, ruimte, ontspanning en natuur van wereldklasse. Waterrecreatie en nieuwe natuurgebieden bieden aanknopingspunten voor specialisatie, ontwikkeling en voorzieningenaanbod.
•
Omdat grote en middelgrote steden excelleren in stedelijke milieus worden de groene en ontspannen dorpse woonmilieus meer complementair in plaats van concurrerend. Platteland profiteert van groei banen en voorzieningen nabij. Autonome dorpen worden woondorpen.
•
•
•
•
Autonome dorpen worden woondorpen met hoge landschappelijke inbedding en ontmoetingsplek. De supermarkt, bibliotheek, huisarts, etc. krijgen een plek op de overstaphubs tussen stad en platteland.
13
Uitnodiging tot gesprek Binnen het NOVEX-gebied Lelylijn (van Lelystad tot Groningen/Leeuwarden) gaan we in een integraal Ontwikkelperspectief uitwerking geven aan de bijdrage die een Lelylijn kan leveren als backbone voor structuurversterking in noordelijk Nederland. Met de Denkrichtingen als volgende concrete stap. De Lelylijn moet onder andere gaan zorgen voor een verbetering van de leefbaarheid, economie en bereikbaarheid. Met impact voor de komende 100 tot 200 jaar. In de fase waarin we nu zitten focussen we ons vooral op het NOVEX-voorkeurstracé (bundeling A6/A7/A32), met focus op de gemeenten binnen het NOVEX-gebied en de periode tot 2050. Graag gaan we samen met u de komende tijd ook al het verdiepende gesprek aan. Hoe ziet de toekomst van noordelijk Nederland eruit met of zonder een Lelylijn? Waar halen we straks onze werknemers vandaan? Hoe houden we de zorg bereikbaar? Welke impact heeft een Lelylijn op de toekomstige stationskernen? Wat doet een Lelylijn voor de kernen buiten het directe invloedsgebied van de lijn? Hoe ziet het totale mobiliteitssysteem er straks
De nu voorliggende Denkrichtingen worden in de volgende fase niet alleen op hun kwalitatieve en kwantitatieve effecten beoordeeld, maar juist ook de opbrengst van gesprekken met betrokkenen in noordelijk Nederland (en daarbuiten) moet helpen om de aansprekende bouwstenen (elementen) te selecteren. Deze vangst gaat dan weer mee in de uitwerking naar het uiteindelijke “Ontwikkelperspectief”. De volgende vragen liggen nu voor: • Wat is uw oordeel over de geschetste Denkrichtingen in het algemeen? • Omvatten de Denkrichtingen het volledige veld aan mogelijke scenario’s voor de toekomst van noordelijk Nederland? • Welke elementen (bouwstenen/ oplossingsrichtingen) van de Denkrichtingen spreken aan, en welke juist niet?
uit? En welke bijdrage kan de noordelijke regio met een Lelylijn leveren aan de nationale opgaven van Nederland?
14