A11 01 Gemeentelijke handleiding regulering bestrijdingsmiddelen_tweede druk
Tekst van het document
Lokaal voorbeeld Artikel 2.1 van het Voorbereidingsbesluit van de gemeente Westellingerwerf bevat een verbod op sierteelt binnen sierteeltvrije zones: a. Sierteelt – waaronder begrepen lelieteelt – is verboden binnen een sierteeltvrije zone, zonder voorafgaande vergunning. b. Het college van burgemeester en wethouders verleent een vergunning als be- doeld in het eerste lid indien: 1. sprake is van Skal-gecertificeerde teelt; of 2. uitsluitend gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt zoals genoemd in de lijst met toegelaten producten en stoffen voor gebruik in de biologische productie conform de Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 van de Europese Commissie van 15 juli 2021. c. Bij de aanvraag voor een vergunning worden de gegevens en bescheiden ver- strekt waaruit blijkt dat aan het bepaalde in het tweede lid wordt voldaan.61 Algemene regel bollen- en bloementeelt 1. Met het oog op het beschermen van de gezondheid, het milieu en de natuur is binnen de ‘sierteeltvrije zone’ sierteelt niet toegestaan. 2. Het eerste lid geldt niet voor bedrijven die enkel gebruik maken van gewasbeschermingsmiddelen die zijn toegelaten in de biologische landbouw in de zin van Uitvoeringsverordening 2021/1165. 59 www.defryskemarren.nl/ projecten/sierteelt/ 60 www.gemeentewesterveld.
nl/Alle_onderwerpen/Nieuws/ Nieuwsberichten/Februari_2026/ Gemeenteraad_kiest_voor_ duidelijke_maatregel_sierteelt 61 Voorbereidingsbesluit 1 - omgevingsplan gemeente Weststellingwerf van 22 januari 2026, Gemeenteblad 2026,25981. 27 Voorbeeldregel: uitbreidingsverbod op sierteelt Het uitkopen van veehouderijen omwille van stikstofreductie, zorgt ervoor dat er steeds meer grasland wordt omgezet naar teelten waar intensief gespoten wordt. Deze telers kunnen, vanwege de hogere winstmarges, vaak meer betalen voor het pachten of kopen van grond dan telers van minder intensief bespoten gewassen. Dit kan grondprijzen opdrijven en leiden tot spanning (of zelfs rechtszaken) tussen telers en omwonenden die plotseling (twee)wekelijks een spuitmachine langs hun tuin zien gaan. Daarom doen gemeenten er verstandig aan om de regie te voeren over dit veranderende grondgebruik door regels op te nemen over welke nieuwe teelten wel en niet zijn toegestaan. Een verbod op o.a. sierteelt, fruitteelt en boomteelt op nieuwe locaties is al 10 jaar geleden ingevoerd door gemeente Opsterland. Hierdoor kunnen intensief bespoten teelten zich binnen de gemeente niet verder uitbreiden.
Voor gronden met aan agrarische bestemming geldt: “Tot een gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval aangemerkt het gebruik van gronden ten behoeve van de sierteelt, fruitteelt, boomteelt of overige opgaande meerjarige teeltvormen, tenzij het bestaand gebruik betreft.” (artikel 3.5, aanhef en onder c bestemmingsplan Buitengebied). Het is omwille van de rechtszekerheid verstandig om in het omgevingsplan te verduidelijken wat bedoeld wordt met ‘bestaand gebruik’. In een uitspraak over dit uitbreidingsverbod oordeelde de voorzieningenrechter Noord-Nederland in 2025 dat onder bestaand gebruik enkel de teelt wordt verstaan die er zat op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan. Dit baseerde de rechter op artikel 1.12 van het bestemmingsplan waar het begrip ‘bestaand’ wordt gedefinieerd als: “de situatie zoals die is op het moment dat het bestemmingsplan in werking treedt”. De voorzieningenrechter ziet daarom geen ruimte voor een uitleg dat onder bestaand gebruik een roulatiecyclus/wisselteelt moet worden begrepen. 62 De gemeente Haaksbergen heeft in het bestemmingsplan Buitengebied (art. 3.1) een verbod op nieuw te vestigen intensieve teelten opgenomen via de definitie van de bestemming ‘Agrarisch’: “De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
de uitoefening van het agrarisch bedrijf - niet zijnde de opslag van veevoer en agrarische producten - met uitzondering van een boomkwekerij -, houtteelt-, sierteelt-, bollenteelt- of fruitteeltbedrijf; b. een boomkwekerij-, houtteelt-, sierteelt-, bollenteelt- en/of fruitteeltbedrijf, indien en voor zover deze bestond op het tijdstip van terinzagelegging van het ontwerp van dit plan;” Onder de Omgevingswet wordt niet langer met bestemmingen gewerkt, maar met activiteiten en functies. Inmiddels zijn er gemeenten die onder de Omgevingswet een soortgelijk uitbreidingsverbod op alleen sierteelt hebben ingevoerd. 62 Rechtbank Noord- Nederland, 30 juli 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:3164. 28 Zo hebben de gemeente de Fryske Marren (in 2025) en Hof van Twente (in 2026) via een voorbereidingsbesluit een tijdelijke stop gezet op de verdere uitbreiding van sierteelt. Het verbod in Hof van Twente luidt als volgt: 1. Het is verboden de activiteit, bedoeld in artikel 3.208 van het Besluit activiteiten leefomgeving, te verrichten, als het gaat om sierteelt of de uitbreiding van sierteelt. 2.
Het eerste lid geldt niet voor een bedrijf met een bio-certificaat van Skal Biocontrole of wanneer het telen op andere wijze aantoonbaar plaatsvindt met gebruik van enkel biologische gewasbeschermingsmiddelen in de zin van Uitvoeringsverordening (EU) 2021/1165 Het is daarbij belangrijk een heldere definitie op te nemen van wat er onder sierteelt wordt verstaan: “sierteelt: de teelt van bloemgewassen in de openlucht, bedoeld als snijbloem, als plantgoed of voor de droge verkoop, waaronder in ieder geval tulpen, lelies, hyacinten, narcissen, dahlia’s, irissen, gladiolen en pioenrozen. 3. Onder sierteelt wordt niet verstaan: bloemgewassen die niet bedoeld zijn als siergewas maar geteeld worden voor groenbemesting, bodemverbetering, plaagbestrijding of de productie van voedsel, olie of biobrandstof.” Ook de gemeenteraad van de gemeente Lochem heeft op 8 december 2025 unaniem besloten tot een uitbreidingsverbod op sierteelt.63 63 https://lochem.notubiz.nl/ vergadering/1303114 29 Om in aanmerking te komen voor nadeelcompensatie geldt een aantal voorwaarden. Er moet namelijk sprake zijn van schade: 1. als gevolg van rechtmatig overheidshandelen; 2. waarbij een bepaalde groep onevenredig zwaar wordt getroffen; 3. die uitstijgt boven het normaal maatschappelijk (‘eigen’) risico; 4. die niet voorzienbaar is en waarbij de benadeelde geen eigen schuld heeft; en 5.
die niet al op een andere manier is verzekerd. Een benadeelde komt in aanmerking voor schadevergoeding als aan al deze voorwaarden wordt voldaan. We behandelen die voorwaarden hieronder stapsgewijs. Het gaat hierbij om schade in de vorm van gederfde inkomsten. Voor grondwaardedaling geldt een iets andere regeling, die we op het einde van dit hoofdstuk bespreken. Het opnemen van direct werkende regels over bestrijdingsmiddelen in het omgevingsplan kan schade veroorzaken voor bijvoorbeeld agrarische bedrijven. Voor vergoeding van schade als gevolg van de wijziging van de gemeentelijke regels kan diegene een verzoek indienen om nadeelcompensatie (art. 15.1 lid 1 onder f Ow). Dit nadeelcompensatierecht is gebaseerd op het principe dat onevenredige schade, veroorzaakt door rechtmatig handelen van de overheid, moet worden vergoed. Op de website van IPLO is een uitgebreide handreiking over nadeelcompensatie onder de Omgevingswet te vinden.64 6Nadeelcompensatie 64 https://iplo.nl/thema/ ruimtelijke-ontwikkelingen/ bijzondere-onderwerpen/ nadeelcompensatie/. 30 Schade als gevolg van rechtmatig overheidshandelen Er moet sprake zijn van schade. De verzoeker moet bewijzen wat de aard en omvang is van de schade en het causaal verband aantonen met de wijziging van het omgevingsplan.
De agrariër zal dus zelf moeten onderbouwen wat de schade is door het beperken van het gebruik van bestrijdingsmiddelen of het verbieden van bepaalde teelten. Als er met andere teelten of een andere teeltwijze ook een goede winstmarge kan worden bereikt, is er niet of nauwelijks sprake van schade. De schade is dus niet gelijk aan het omzetverlies doordat een bepaalde teelt niet kan worden toegepast, maar volgt eerder uit een vergelijking van de winst die met de teelt van een verboden gewas had kunnen worden behaald en de winst die met de teelt van een ander gewas wordt behaald. Op de agrariër rust de verplichting om maatregelen te nemen om de schade te beperken (oftewel: een ander winstgevend gewas te telen, dat wel binnen de regels past).65 Verder is het vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat gemist voordeel uit niet aangevangen bedrijfsvoering niet voor vergoeding in aanmerking komt.66 Een teler die altijd voedselgewassen heeft geteeld, heeft geen recht op compensatie bij een sierteeltverbod voor inkomsten die hij eventueel had kunnen generen als hij zou overstappen op sierteelt. Of er sprake is van schade hangt niet alleen af van de inhoud van de regels als gevolg van de wijziging van het omgevingsplan, maar ook van de vraag in welke mate bij die wijziging wordt voorzien in overgangsrecht.
Onder de Omgevingswet bestaat geen voorgeschreven overgangsrecht meer. Dat betekent dat schade bij telers als gevolg van nieuwe regels over bestrijdingsmiddelen kan worden verzacht door overgangsrecht (bijvoorbeeld in de vorm van een overgangsperiode waarin de nieuwe regels nog niet gelden voor bestaand gebruik). Schade waarbij een bepaalde groep onevenredig wordt getroffen Er moet sprake zijn van schade waarbij een bepaalde groep onevenredig wordt getroffen door de overheidsmaatregel. Het moet dus gaan om een specifieke groep die een onevenredige last draagt (‘individual and excessive burden’). Een voorbeeld hiervan is de zaak Leffers/Staat.67 Bij ministeriële regeling werd verboden varkens te vervoederen met voedsel- of slachtafval. Leffers had zijn gehele bedrijf ingericht op het vervoederen met voedsel- of slachtafval en werd zo onevenredig hard getroffen ten opzichte van varkensmesters die hun bedrijf slechts deels hebben ingericht op het vervoederen met voedsel- en slachtafval. Het ligt op de weg van een benadeelde om aan te tonen dat de schade die diegene leidt onevenredig zwaar is in vergelijking met anderen in een vergelijkbare situatie. Schade die uitstijgt boven het normaal maatschappelijk (‘eigen’) risico Schade komt alleen voor vergoeding in aanmerking als die schade uitgaat boven het normale maatschappelijke risico (art. 4:126 Awb).
Volgens de wetgever zal schade als gevolg van het voldoen aan eisen met het oog op een betere bescherming van het milieu, de archeologie of de volksgezondheid 65 Art. 4:126 lid 2 onder b Awb. 66 ABRvS 5 november 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3968 en ABRvS 15 februari 2006, ECLI:RVS:2006:AV1760. 67 18-01-1991, ECLI:NL:PHR:1991:AC4031). 31 in het algemeen niet voor vergoeding in aanmerking komen.68 Als bedrijven die vanwege het verrichten van activiteiten schade of hinder aan de fysieke leefomgeving veroorzaken, worden geconfronteerd met kosten of schade als gevolg van (aangescherpte) verplichtingen, vallen deze kosten of schade in beginsel binnen het normale bedrijfsrisico.69 Let wel, grondwaardedaling vormt hierop een uitzondering, dit komt in de regel sneller voor vergoeding in aanmerking (zie hierna). Schade die niet voorzienbaar is en waarbij de benadeelde geen eigen schuld heeft Als de gemeente het voornemen om bestrijdingsmiddelengebruik in te perken vanwege de mogelijke gezondheidsschade ruim van tevoren aankondigt (bijvoorbeeld al in de omgevingsvisie) en een goed participatietraject inricht, dan wordt het voor bedrijven voorspelbaar dat de regels zullen worden aangescherpt en kunnen zij daar in hun bedrijfsvoering rekening mee houden. Die voorzienbaarheid beperkt de schade die zij ondervinden. In dit verband is ook de ‘passieve risico-aanvaarding’ relevant.
Dit houdt in dat er geen recht is op nadeelcompensatie als de benadeelde ervan heeft afgezien om passende (aanpassings-) maatregelen te nemen, toen hij daartoe redelijkerwijs nog in de gelegenheid was, terwijl hij kon voorzien of er rekening mee moest houden dat er later bepaalde overheidsmaatregelen zouden worden genomen die dat onmogelijk zouden maken. In de Omgevingswet is de passieve risico-aanvaarding verder ingevuld met drie criteria in artikel 15.6. Aan alle drie de criteria moet worden voldaan om te kunnen spreken van passieve risico-aanvaarding. Toegepast op beperkingen aan de teelt van gewassen, houdt dit in dat een agrariër geen recht heeft op nadeelcompensatie als: a. de gemeente het voornemen om beperkingen op te leggen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen of het uitvoeren van bepaalde teelten een jaar van tevoren heeft bekendgemaakt, b. de agrariër gedurende drie jaar voorafgaand aan dat moment de betreffende middelen niet heeft gebruikt of het betreffende gewas niet heeft geteeld, en c. de agrariër na de bekendmaking tot aan de inwerkingtreding van de nieuwe regels nog steeds de betreffende bestrijdingsmiddelen niet heeft gebruikt of het betreffende gewas niet heeft geteeld en ook geen voorbereidingen heeft getroffen om dat wel te gaan doen.
Schade die niet al op een andere manier is verzekerd Er is geen recht op schadevergoeding door nadeelcompensatie als de schadevergoeding op een andere manier is verzekerd of gewaarborgd. Dit betreft vaak maatwerk in een specifiek geval. Denk hierbij aan het bieden van meer planologische ruimte in ruil voor het beperken van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Dit principe is ook vastgelegd in de Algemene wet bestuursrecht. Het bestuursorgaan kan een vergoeding toekennen in een andere vorm dan betaling van een geldsom (art. 4:126, tweede lid, onder d van de Awb). 68 Kamerstukken II 2017–2018, 34 986, nr. 3, p. 20 (Memorie van Toelichting Invoeringswet Omgevingswet). 69 ABRvS 19 juli 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY4268. 32 Grondwaardevermindering Een teler kan ook indirecte schade oplopen door waardevermindering van de landbouwgrond: hoeveel is de grond minder waard doordat bepaalde bestrijdingsmiddelen niet mogen worden gebruikt of bepaalde teelten niet zijn toegestaan? Deze schadepost valt vaak minder hoog uit, maar wordt wel snel toegekend door de rechter. Bij het bepalen van de grondwaardedaling moet worden uitgegaan van het maximaal potentieel: de waarde die de grond had voor de nieuwe regelgeving, gelet op het maximale gebruik dat er toen had kunnen plaatsvinden.
Dat is dus een wezenlijk verschil met nadeelcompensatie voor gederfde inkomsten, waarbij gekeken wordt naar de bestaande bedrijfsvoering (en niet het maximaal mogelijke). Er is geen sprake van grondwaardedaling als door een nieuwe regel bepaalde teelten niet meer mogelijk zijn die op die grond al niet (succesvol) konden plaatsvinden.70 Bij het toekennen van nieuwe planologische mogelijkheden (het starten van een minicamping, recreatie etc.) kan de waardedaling deels of helemaal gecompenseerd worden. Schade als gevolg van provinciaal beleid Soms is de wijziging van een omgevingsplan het gevolg van een instructieregel in de provinciale omgevingsverordening, waarin gemeenten worden opgedragen het gebruik van bestrijdingsmiddelen of de uitbreiding van een bepaalde teelt te beperken. Dan ontstaat er voor agrariërs pas schade als de gemeente het omgevingsplan wijzigt in lijn met de instructieregel. Voor deze situatie regelt de Omgevingswet dat de provincie en de gemeenten die het betreft in principe afspraken maken over de verdeling van de kosten voor nadeelcompensatie. Als die afspraken er niet zijn, kan de gemeente een verzoek indienen bij de provincie om de kosten te vergoeden, voor zover die kosten zijn gemaakt in verband met de behartiging van een belang van de provincie.71 70 ABRvS 19 juli 2006, ECLI:NL:RVS:2006:AY4268. 71 Art. 13.3 Omgevingswet.
33 Reikwijdte maatwerkvoorschriften Naast de bevoegdheid tot het stellen van maatwerkregels, bevat het Besluit activiteiten leefomgeving in artikel 2.13 ook de bevoegdheid om maatwerkvoorschriften te stellen. Maatwerkvoorschriften zijn individuele besluiten, gericht op één initiatiefnemer, die de regels van het Bal aanvullen of strenger maken. Met een maatwerkvoorschrift kan in een individueel geval hetzelfde worden bereikt als met de maatwerkregels in het omgevingsplan. Zo kan een agrarisch bedrijf, dat naast een woonwijk is gelegen, met een maatwerkvoorschrift wor- den verplicht om binnen een bepaalde zone langs de woonwijk geen bestrij- dingsmiddelen te gebruiken of geen teelten aan te planten waarbij veel bestrij- dingsmiddelen worden gebruikt. Maatwerkvoorschriften hebben als nadeel dat ze maar voor één bedrijf gelden. Als zich rond een woonwijk veel verschillende bedrijven bevinden, moeten al die bedrijven apart worden aangeschreven. Het voordeel van maatwerkvoorschriften is dat ze snel kunnen worden opgelegd. Een omgevingsplanwijziging kost al gauw een half jaar, maar een maatwerkvoorschrift kan in een paar weken worden opgelegd.
Bevoegd gezag en procedure maatwerkvoorschriften De bevoegdheid om maatwerkvoorschriften te stellen aan agrarische bedrijven ligt bij de gemeente.72 Maatwerkvoorschriften over het beperken van bestrijdingsmiddelengebruik kunnen ambtshalve worden 7 Maatwerkvoorschriften op grond van het Bal 72 Art. 2.3 Bal. 34 opgelegd, of op aanvraag (van bijvoorbeeld een bewonersvereniging of milieuorganisatie). De omgevingsdienst voert deze taak voor de gemeenten uit. Een maatwerkvoorschrift wordt met de reguliere procedure van de Awb voorbereid. Een belangrijke stap is dat het betreffende bedrijf op grond van art. 4:8 Awb om een zienswijze moet worden gevraagd. Het bedrijf kan bezwaar maken tegen het maatwerkvoorschrift en in beroep gaan bij de rechtbank. Een maatwerkvoorschrift is aangewezen als besluit waarvoor nadeelcompensatie kan worden gevraagd.73 73 Art. 15.1 lid 1 onder i Ow. 35 De ge me e | nte a | l | s 8 | g ro | n d e | i g e | na | a | r Als de gemeente als eigenaar van landbouwgrond de grond verhu ur t, verpacht of verkoopt a a n een pa r ticu l ier, d a n ka n z ij eisen stel len a a n het gebr u i k va n de g rond . D a a rbij ka n het g a a n om het beperken of verbieden va n het gebr u i k va n bestrijdingsmiddelen .
I n dat geval worden de beperkingen aan het gebruik van bestrijd i ng s m id delen n iet opgeleg d via het bestu u rs recht, ma a r via het priva atrecht (via overeenkomsten). H ierbij gelden wel voor waarden . Het Didam-arrest U it h et D i d a m - a r rest74 va n d e H o g e Ra a d b l ij k t d at a l s e r m e e rd e re (p ote nti ë l e) | 74 | H R 26 -1 1 -2 021 , N J 2 02 2 / 1 49 m . n . g e g a d i g d e n zij n b ij ve r ko o p va n g ro n d d o o r d e ove r h e i d , zij a l l e m a a l d e ka n s | C . E .C . J a n s e n ( D i d a m - a r re s t) , moeten krijgen om mee te dingen . Alle telers moeten dus in principe kunnen | ECLI : N L: H R: 2021 :17 78 . 75 | H R 26 -1 1 -2 021 , N J 2 02 2 / 1 49 m . n . meedingen naar grond die door een gemeente wordt uitgegeven. | C . E .C . J a n s e n ( D i d a m - a r re s t) , ECLI:NL:HR:2021:1778, r.o. 3.1.4. A l s e n ke l d e h o o g ste p r ij s b e p a l e n d i s , b esta at h et r i s i co d at b i o l o g i sc h e | 76 | H R 26 -1 1 -2 021 , N J 2 02 2 / 1 49 m . n . telers achter het net vissen omdat bijvoorbeeld gangbare lelietelers hogere | C . E.C . Jansen (Didam-arrest), EC L I : N L : H R : 2 021 :1 7 78 , r. o . 3 .1 . 5 : “ H et winstmarges hebben en daardoor meer kunnen bieden .
Een gemeente | gelijkheidsbeginsel brengt ook d o et e r g o e d a a n o m i n d e o p e n b a re se l e c ti e p ro ce d u re d u i d e l ij k o p te | m e e d a t h et ove r h e i d s l i c h a a m , nemen welke beperkingen en selectiecriteria er gelden voor het gebruik van | teneinde gelijke kansen te realiseren, een passende bestrijdingsmiddelen . Volgens de Hoge Raad moeten deze selectiecriteria | mate van openbaarheid moet o bj e c ti ef, to ets b a a r e n re d e l ij k zij n .75 Gemeenten moeten daarbij zorgen | verzekeren met betrekking voor voldoende transparantie en openbaarheid over de gronduitgifte, de | tot d e b e s c h i k b a a r h e i d selectieprocedure, het tijdschema en selectiecriteria .76 | va n d e o n ro e re n d e za a k , de selectieprocedure, het t ij d s c h e m a e n d e to e te p a s s e n selectiecriteria.” 36 De doorkruisingsleer Vo o r d e vra a g of e e n g e m e e nte i ets vi a h et p r iva atre c ht m a g re g e l e n , i s d e zo g e h ete n d o o r k r u i s i n g s l e e r u it h et Wi n d m i l l- a r rest va n d e H o g e Ra a d va n belang.77 In die uitspraak bepaalde de Hoge Raad dat een gemeente niet met privaatrechtelijk handelen (zoals het verkopen of verpachten van gronden) het publiekrecht op onaanvaardbare wijze mag doorkruisen.
H o ewe l h et o m g evi n g s re c ht n i et ve r b i e dt d at e e n g e m e e nte vi a h et p r iva atre c ht het gebruik van bestrijdingsmiddelen beperkt, is het duidelijk dat gemeenten onder de Omgevingswet verschillende mogelijkheden hebben om het gebruik van bestrijdingsmiddelen in te perken via het omgevingsplan . H i e r u it zo u m e n d e co n c l u s i e ku n n e n tre k ke n d at re g u l e r i n g vi a h et p r iva atre c ht h et p u b l i e k re c ht d o o r k r u i st. D at i s e c hte r n i et h et g eva l zo b l ij k t u it e e n u its p ra a k d i e d e H o g e Ra a d e e n j a a r n a h et Wi n d m i l l- a r rest d e e d .78 In die uitspraak79 g i n g h et ove r ve r ko o p va n g ro n d d o o r e e n g e m e e nte wa a r b ij d e ko p e r co ntra c t u e e l beperkt werd in zijn gebruiksmogelijkheden . De Hoge Raad merkte op dat het sinds jaar en dag gebruikelijk is dat gemeenten gebruiksvoor waarden o p l e g g e n b ij d e ve r ko o p va n g ro n d e n . D it d o o r k r u i ste h et p u b l i e k re c ht n i et, ook niet als bepaald grondgebruik beperkt of verboden werd dat volgens het bestemmingsplan wel was toegestaan .80 | 37 7 7 | H R 26 j a n u a r i 1 9 9 0 , N J 1 9 91/ 3 9 3 m . nt. M . S c h e l te m a ( W i n d m i l l - a rrest), ECLI : N L: H R:1 9 90:AC0965 .
78 | Zi e o o k d e g e m e e nte H e e reve e n i n h a a r U i tg i f te p roto co l i n h et ka d e r va n d u u r za a m h e i d s e i s e n : “ I n d a t g eva l v ra a g t ze a a n p a r t ij e n o m m et i n a c ht n e m i n g va n d e g e ste l d e e i s e n e e n b i e d i n g te d o e n. H et sta a t p a r t ij e n v r ij o m d a n e e n b i e d i n g te d o e n o p b a s i s va n v r ij w i l l i g h e i d. I n d i t g eva l l i g t h et n i et vo o r d e h a n d d a t h i e r m e e e r s p ra ke i s va n d e doorkruisingsleer.” 7 9 | H R 8 j u l i 1 9 91 , N J 1 9 91/691 m.nt. M . Scheltema, ECLI:NL:HR:1991:ZC0315 8 0 | H R 8 j u l i 1 9 91 , N J 1 9 91/691 m.nt. M . Scheltema, EC L I : N L : H R :1 9 91 : ZC031 , r. o . 3 . 3 . 37 Pacht: algemeen De overheid kan als eigenaar van landbouwgrond deze grond verpachten (art. 7:311-312 BW). Het kan gaan om reguliere pacht van minimaal 6 jaar. 81 Na het einde van de looptijd wordt reguliere pacht in principe automatisch verlengd. Het is bij deze vorm van pacht lastiger om tussentijds duurzaamheidseisen op te leggen. Bij kortlopende geliberaliseerde pacht geldt het continuatierecht niet. Veel gemeenten kiezen daarom tegenwoordig voor deze pachtvorm: geliberaliseerde pacht is flexibeler en meestal van kortere duur. 82 Dit biedt meer mogelijkheden om tussentijds te sturen op bestrijdingsmiddelengebruik.
Deze handleiding ziet daarom vooral op geliberaliseerde pacht. 83 Toetsing door de grondkamer Een pachtovereenkomst kan voorschriften bevatten over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Deze voorschriften moeten de toets van de grondkamer doorstaan. Een pachtovereenkomst moet in de meeste gevallen84 ter goedkeuring worden voorgelegd aan een van de vijf regionale grondkamers (art. 7:321 BW). Deze grondkamers houden toezicht op (o.a.) de pachtprijs (bij reguliere pacht) en de pachtvoorwaarden. De grondkamer keurt de overeenkomst af als daarin buitensporige verplichtingen zijn opgenomen voor de pachter (zie hierna).85 Een partij die het niet eens is met de beslissing van de regionale grondkamer, kan in beroep bij de Centrale Grondkamer in Arnhem. 9 Pacht- overeenkomsten 81 Reguliere pachtovereenkom - sten duren minimaal 6 jaar (art. 7:325 BW). 82 Dit geldt ook voor zogeheten teeltpacht (art. 7:396 BW). Het gaat hierbij om losse grond die voor één of twee jaar wordt verpacht en waarop een ge- was wordt geteeld waarvoor vruchtwisseling noodzakelijk is. Van deze pachtvorm wordt echter (nog) nauwelijks gebruik gemaakt. 83 Er is een aparte regeling voor pachtgronden in reservaten, waarbij er aparte regels gelden voor verplichtingen die gericht zijn op natuurbehoud.
Dit is vooral relevant voor de Staat en natuurbeheerders zoals natuur - monumenten, voor gemeenten is deze pachtvorm niet aan de orde. Art. 7:389 lid 2, sub a BW bepaalt namelijk dat het moet gaan om pachtovereenkom - sten “gesloten met betrekking tot door de Staat of een bij koninklijk besluit aangewezen particuliere terreinbeherende natuurbeschermingsorganisatie in eigendom dan wel erfpacht verworven percelen.” 84 Pacht met kleine oppervlakten (in beginsel niet groter dan één hectare) en teeltpacht zijn vrijgesteld van toezicht door de grondkamer (art. 7:395 BW). Deze pachtvormenhoeven alleen te worden geregistreerd bij de grondkamer (art. 7:396 BW). In verreweg de meeste gevallen zal een pachtovereenkomst echter wel ter toetsing aan de grondka- mer moeten worden voorgelegd. 85 Als er punten zijn die goedkeuring van de pachtovereenkomst verhinderen, dan kan de grondkamer de overeenkomst op die punten wijzigen (art. 7:320 lid 1 BW). De gewijzigde overeenkomst geldt dan als goedgekeurd (art. 7:320 lid 2 BW). Als wijziging niet mogelijk is, vernietigt de grondkamer de overeenkomst. 38 Buitensporige verplichtingen niet toegestaan De grondkamer keurt pachtovereenkomsten niet goed als daarin voor de pachter buitensporige verplichtingen staan (art. 7:319 lid 1 onder b BW).
De vraag is of beperkingen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen tot een buitensporige verplichting leidt voor de teler. Er zijn geen uitspraken over een totaalverbod op chemische bestrijdingsmiddelen, maar de Centrale Grondkamer heeft zich wel al meermaals gebogen over een glyfosaat-verbod in pachtovereenkomsten. In maart 2020 keurde de Centrale Grondkamer een verbod op het gebruik van glyfosaat goed bij 1-jarige pacht.86 In 2022 bepaalde de Centrale Grondkamer dat een glyfosaatverbod bij vierjarige pacht met het oog op de bescherming van de bodem en het bodemleven is toegestaan, ook al is glyfosaat als bestrijdingsmiddel toegelaten tot de markt. De financiële gevolgen van moeilijk te bestrijden onkruid mochten echter niet volledig voor risico van de pachter komen. Dit maakte de eis in de pachtovereenkomst om aan het einde van de pachtperiode de grond ‘schoon’ op te leveren buitensporig.87 Om die reden schrapte de Grondkamer de verplichting om de grond schoon op te leveren. Inmiddels is duidelijk dat de Grondkamer dezelfde lijn volgt bij twee-, drie- en zesjarige pachtovereenkomsten.88 Wijzigen lopende pachtovereenkomsten is lastig Partijen kunnen tussentijdse herziening van de pachtovereenkomst vragen aan de Grondkamer (art. 7:326 BW). De kans op succes is daarbij echter beperkt.
Zo wilde het Waterschap Hunze en Aa’s via deze weg een bemestings- en bestrijdingsmiddelenverbod opnemen. Dit verzoek is door de Centrale Grondkamer afgewezen. Tussentijdse herziening is bedoeld om verouderde en onbevredigende bepalingen te elimineren en niet om bepalingen op te leggen die partijen niet zijn overeengekomen en zeker niet bepalingen die het tegendeel inhouden van wat aanvankelijk was afgesproken.89 Bij twijfel over de juridische houdbaarheid van gebruiksvoorwaarden, kan de gemeente een ontwerp-pachtovereenkomst ter toetsing voorleggen aan de grondkamer. Als binnen twee maanden na goedkeuring van de ontwerpovereenkomst, ook de definitieve pachtovereenkomst naar de grondkamer wordt gestuurd, wordt deze goedgekeurd als er inhoudelijk niets aan de overeenkomst is veranderd (art. 7:324 lid 3 BW). N.B: een ontwerp-pachtovereenkomst kan niet meer door de grondkamer worden beoordeeld als de pachter de grond al in gebruik heeft (art. 7:324 lid 4 BW). Tip 86 Uitspraak Centrale Grondkamer in zaak GP 11.812. 87 Uitspraak Centrale Grondkamer in zaak GP 11.837. 88 Zie de uitspraken in zaken GP 11.840, GP 11.839 en GP 11.835. 89 17 17 CG 28 juli 2015, TvAR 2016/5847 met noot B. Nijman.
39 Belangrijk: transparantie in de selectieprocedure Een transparante selectieprocedure is ook nodig om te voldoen aan de eisen uit het Didam-arrest (zie hiervoor Hoofdstuk 7).90 In de lagere rechtspraak is het Didam-arrest (over verkoop van grond) ook toegepast op de uitgifte van pachtgrond.91 Gemeenten dienen voorafgaand aan het sluiten van de pachtovereenkomst duidelijke selectiecriteria en pachtvoorwaarden over het gebruik van bestrijdingsmiddelen op te nemen in de openbare informatie. Gebeurt dit niet, dan kan er bij de selectie niet alsnog op deze criteria geselecteerd worden. Het is daarbij van belang dat de criteria duidelijk geformuleerd zijn (geen vaag taalgebruik) en dat zij haalbaar zijn voor meerdere pachters. Praktijkvoorbeelden Gemeentelijk grond- en pachtbeleid De selectiecriteria en gebruiksvoorwaarden kunnen verschillen per pachtovereenkomst. Het is efficiënt om hierover in algemene zin keuzes te maken of uitgangspunten te formuleren voor het hele gemeentelijke grondgebied. Dit kan in het gemeentelijk grond- of pachtbeleid. Er zijn verschillende gemeenten die in het pachtbeleid bepaalde intensieve teelten of bestrijdingsmiddelen op alle pachtgronden verbieden. Let wel, daarnaast zullen gemeenten deze voorwaarden óók moeten opnemen in de pachtovereenkomsten.
Een gemeente kan in de selectiecriteria verduidelijken dat enkel telers die biologisch telen in aanmerking komen als pachter. Aan een verbod op chemische-synthetische bestrijdingsmiddelen kunnen telers voldoen (het is haalbaar) door te kiezen voor biologische landbouw. Verder kan gedacht worden aan een verbod op bepaalde middelen of intensieve teelten. Breng vooraf aan het verpachten nauwkeuring in kaart welke beperkingen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de pachtovereenkomst moeten komen. Let bijvoorbeeld op dat niet onbedoeld enkel chemische onkruidbestrijding wordt verboden, terwijl de bedoeling is dat er ook een verbod komt op het gebruik van insecticiden en fungiciden. Neem duidelijk op of: 1. bepaalde teelten verboden zijn; 2. of enkel laag risico-middelen of biologische middelen zijn toegestaan, en; 3. of voor bestrijdingsmiddelengebruik voorafgaande toestemming moet worden gevraagd. Tip 90 HR 26-11-2021, NJ 2022/149 m.n. C.E.C. Jansen (Didam-arrest), ECLI:NL:HR:2021:1778. 91 Rechtbank Noord-Nederland, 10- 01-2023, ECLI:NL:RBNNE:2023:82.
40 Verbod intensieve teelten Er is uitgebreide ervaring opgedaan met het beperken van het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de provincies Drenthe en Groningen waar provinciale grond verpacht wordt via uitvoeringsorganisatie Prolander.94 Bij het verpachten van gronden gelden verschillende beperkingen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen waaronder een verbod op bepaalde intensieve teelten. Voorbeeld 1: verbod op bollenteelt en voorkeur biologische boeren De gemeente Heerenveen heeft als beleid dat in alle pachtovereenkomsten een verbod komt op bollenteelt. Als selectiecriterium kan meewegen of een boer biologisch is of niet: “Criteria ten aanzien van grondgebruik: […]- Verbod op bollenteelt; […] Bij selectiecriteria van de pachter kan worden gedacht aan onder meer: […]- Type boer (biologisch of niet biologisch);”92 Voorbeeld 2: verbod intensieve teelten in Heusden In het pachtbeleid (2023) van de gemeente Heusden geldt voor alle (geliberaliseerde) pacht een verbod op intensieve teelten: “Gewassen die vallen onder intensieve teelt mogen niet geteeld worden. Het betreft (bloem)bollen, lelies, aardappelen, asperges, aardbeien en bomen. Deze gewassen zorgen voor uitputten of verschraling van de bodem.
[…] Daarnaast hebben enkele van deze gewassen, door een hoog gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, een significante slechte invloed op de bodemgesteldheid en waterkwaliteit.”93 Voorbeeld 3: glyfosaat-verbod Gemeente Eersel Verschillende gemeenten hebben een verbod op glyfosaat in hun pachtbeleid opgenomen. Een voorbeeld is het ‘Beleid geliberaliseerde pacht vanaf 2020’ van de Gemeente Eersel: “Bij de eerstvolgende geliberaliseerde pachtuitgiftes - ter aanvulling op het ‘beleid geliberaliseerde pacht vanaf 2020’ - geldt een verbod op het gebruik van glyfosaat, dit met uitzondering van pleksgewijze bestrijding van haarden van persistente onkruiden en invasieve exoten.” Voorbeelden Verbod op intensief bespoten teelten In de ‘toewijzing en voorwaarden verpachting 2025’ van de Provincie Drenthe95 staat: “De volgende gewassen zijn uitgesloten: meerjarige teelten, bloem(boll)en, bomenteelt en vollegrondsgroenten met uitzondering van bonen.” 92 Uitgifteprotocol van gemeente Heereveen (geldend vanaf 15- 03-2024). 93 Uitvoeringsregeling Uitgifte geliberaliseerde pacht 2024 van gemeente Heusden.
94 www.prolander.nl 95 https://www.prolander.nl/ grond/pachtuitgifte/drenthe 41 Behoud biologische landbouw Bij de verpachting van landbouwpercelen waar al biologisch wordt geteeld en de grond SKAL-gecertificeerd is, verpachten Provincie Drenthe en Groningen de grond in principe alleen aan een andere lokale biologische teler. Als er geen belangstelling is onder SKAL-agrariërs, dan kan in deze provincies een niet- biologische teler het perceel pachten. Die zal in principe ook biologisch moeten gaan telen, tenzij de provincie instemt met het vervallen van het biologische keurmerk. Ook andere provincies96 en gemeenten hebben in hun pachtbeleid opgenomen dat SKAL-ondernemers voorrang krijgen bij pacht van SKAL- gronden.97 Daar valt veel voor te zeggen, want gronden worden pas als SKAL- grond aangemerkt na drie jaar telen met een SKAL-certificaat. Komt er daarna een agrariër zonder SKAL-certificaat dan vervalt de SKAL-status en mag de grond 5 jaar lang niet weer worden ingezet voor SKAL-activiteiten. Algeheel verbod op geruik bestrijdingsmiddelen Voor percelen die in een NNN-gebied liggen, gelden in de provincie Groningen en Drenthe strengere voorwaarden dan voor andere gronden.
Daar mogen bestrijdingsmiddelen alleen na voorafgaande schriftelijke goedkeuring pleksgewijs gebruikt worden.99 In de Provincie Noord-Brabant geldt een verbod op ‘chemische bestrijdingsmiddelen’ op pachtgronden binnen 1 km van een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied. 100 Voorbeeldbepaling behoud biologische landbouwgrond “landbouwpercelen die reeds zijn omgeschakeld naar biologische landbouw (SKAL gecertificeerde grond). Deze grond wordt in eerste instantie alleen aan omliggende biologische bedrijven verpacht. Als er geen biologische pachter beschikbaar is/er geen belangstelling is vanuit een biologische pachter, dan wordt een gangbare agrariër als pachter gezocht via de reguliere openbare procedure. Voor het laten vervallen van het biologische keurmerk van het perceel is vooraf schriftelijke toestemming van de provincie nodig.”98 96 Bijvoorbeeld de provincie Noord-Brabant: 97 Zie bijvoorbeeld de provin- cie Noord-Brabant (https:// www.groenontwikkelfonds - brabant.nl/homepage/wat- kunnen-wij-voor-u-beteke- nen/duurzaamheidsscore ) en de gemeente Heusden (Uitvoeringsregeling Uitgifte geliberaliseerde pacht 2024). Die laatste laat de voorrang echter alleen gelden als de SKAL-ondernemer een bod uitbrengt wat vergelijkbaar is met andere hoogste bieders.
98 https://www.prolander.nl/ grond/pachtuitgifte/drenthe 99 ‘Bijlage 2, gebruiksvoorschriften binnen het NNN (https:// www.prolander.nl/grond/ bijlage-2-drenthe/ ) 100 https://www.brabant.nl/ info/beheer-provinciale- gronden/uitleg- pachtpakketten-2026/ duurzame-pacht-2026/ Voorbeeldbepaling 1 (Provincie Drenthe) - algemeen verbod op bestrijdingsmiddelen “Uitsluitend na afstemming met en na voorafgaande schriftelijke goedkeuring van verpachter is onder voorwaarden pleksgewijze behandeling met chemische (gewasbeschermings) middelen mogelijk.” Voorbeeldbepaling 2 (Provincie Noord-Brabant) - algemeen verbod op bestrijdingsmiddelen “Op het pachtobject mogen geen chemische bestrijdingsmiddelen zoals gly- fosaat houdende middelen (bijvoorbeeld Roundup) worden gebruikt; Pleksge- wijze bestrijding van probleemonkruiden (akkerdistel, Jacobkruiskruid enz.) is alleen mogelijk in overleg en met schriftelijke toestemming van de provincie.” 42 Een verbod op bestrijdingsmiddelen kan ook gelden voor slechts een gedeelte va n h et p e rce e l . D a a r i s vo o r g e koze n o p so m m i g e p e rce l e n i n p rovi n ci e D re nth e en Groningen die niet binnen een N N N-gebied liggen , maar wel bedoeld zijn om de natuur te versterken . Hier moet de pachter grasranden aanleggen .
Daarbij geldt: “ Er worden in principe geen bestrijd ingsmiddelen gebruikt”.1 01 Verbod op een specifiek middel Er ka n o o k g e koze n wo rd e n vo o r e e n ve r b o d o p e e n s p e cifi e k m i d d e l . Zo g e l dt o p d e r u i l p e rce l e n i n p rovi n ci e D re nth e e n G ro n i n g e n , d i e n i et b i n n e n e e n N N N-gebied liggen maar wel bedoeld zijn om de natuur te versterken , een g lyfosaatverbod .1 02 O o k d e Provi n ci e N o o rd - B ra b a nt h a nte e r t e e n ve r b o d o p h et gebruik van glyfosaat op pachtgronden.1 03 Voorbeeldbepaling glyfosaatverbod “ H et g e b r u i k va n g ly fosa at i s n i et toeg esta a n . U its l u ite n d n a afste m m i n g m et e n n a voo rafg a a n d e sch r ifte l ij ke g oed ke u r i n g va n d e ve r pa chte r i s pleksgewijze (be)handeling toegestaan. Het streven is erop gericht minder chemische bestrijdingsmiddelen te gebruiken.” Zoals hier voor besproken lever t een glyfosaatverbod een buitensporige last op als de pachter de grond helemaal onkruidvrij moet opleveren .
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland adviseer t het volgende: “ Voegt u ee n ve r bod o p h et g e b r u i k va n g ly fosa at toe? N ee m d a n h et volgende beding op: Ve r pa chtste r za l pa chte r b ij h et e i n d e va n d e pa chtove ree n ko m st n i et a a n s p re ke n o p h et n i et o p l eve re n i n d e sta at wa a r i n h et g e pa chte i n g e b r u i k i s g eg eve n a l s d it n i et o p l eve re n i n d i e sta at h et rechtstree ks g evo l g i s va n h et ve r bod o p h et g e b r u i k va n g ly fosa at e n pa chte r red e l ij ke r wij s g ee n a n d e re m a atreg e l e n h eeft ku n n e n treffe n o m d it te voo r ko m e n .” 104 1 01 | B ij l a g e 1 , g e b r u i k svo o r s c h r i f te n ruilgronden (buiten NNN) 1 02 | B ij l a g e 1 , g e b r u i k svo o r s c h r i f te n O p hog e n bod va n d u u r za me te l e rs | ruilgronden (buiten NNN) Een manier om minder bestrijdingsmiddelengebruik te promoten , is om | 1 03 | w w w. b ra ba nt. n l/info/ b ij d e g u n n i n g va n p a c htg ro n d e n h et u itg e b ra c hte b o d va n te l e rs m et e e n | beheer-provinciale-gronden/ uitleg-pachtpakketten-2024/ d u u r za a m h e i d sce r tifi ca at fi c ti ef o p te h o g e n . D it i s d e a a n p a k va n h et | geliberaliseerde-pacht-2024/ Rijksvastgoedbedrijf bij geliberaliseerde pachtgronden .
Een SKAL-cer tifi caat | 1 0 4 | www.rvo.nl/ l eve r t i n 2024 e e n 1 5% h o g e r b o d o p e n i n 2027 i s d at 3 0 % . Ee n O n th e Way to | onderwerpen/pachten- en-pachtovereenkomsten/ Pl a n etPro of- ce r tifi ca at l eve r t n u e e n ve r h o g i n g va n 1 0% o p e n i n 2027 i s d at | overeenkomst-laten-toetsen 20% .105 D e Provi n ci e N o o rd - B ra b a nt h o o gt h et b o d va n S K AL- g e ce r tifi ce e rd e | 1 0 5 | ‘ Rijksvastgoedbedrijf o n d e r n e m e rs o p m et 62 % . I n n avo l g i n g d a a r va n h e eft d e B ra b a ntse g e m e e nte | verduurzaamt grondportefeuille’ Heusden deze percentages opgenomen in het gemeentelijke pachtbeleid .106 | (n i e u w s b e r i c ht va n 2 2- 07-2 024 o p www.rijksvastgoedbedrijf.nl). 1 0 6 | U it vo e r i n g s re g e l i n g | U itg if te geliberaliseerde pacht 2024. 43 Het fictief ophogen van biedingen door duurzame telers geeft hen meer kans om als pachter geselecteerd te worden. Echter, ook niet-biologische telers kunnen geselecteerd worden. Als een gemeente bepaalde teelten of bestrijdingsmiddelen wil verbieden dan blijft het belangrijk om, naast het ophogen van biedingen, beperkingen op te nemen in de pachtovereenkomst. Het is aan te bevelen om het ophogingspercentage van biedingen door duurzame telers zo te kiezen dat zij ook daadwerkelijk meer kans maken.
Het ophogingspercentage dient het verschil in draagkracht met telers van sommige intensief bespoten teelten (zoals lelies) effectief te compenseren. Dit speelt vooral bij geliberaliseerde pachtovereenkomsten waar de pachtprijs per hectare (anders dan bij reguliere pacht)107 niet gemaximeerd is en ook niet door de Grondkamer op redelijkheid wordt getoetst. Tip 107 P.J. Woltjer, R.W. van der Meer en M.J. Voskuilen, ‘Pachtnormen 2024 - Berekening hoogst toelaatbare pachtprijzen voor los land, agrarische bedrijfsgebouwen en agrarische woningen’, WEC, Wageningen: mei 2024. 44 Kwalitatieve verplichting: wat kan je er mee? Een kwalitatieve verplichting is een verplichting om te dulden of niet te doen die rust op de eigenaar van een registergoed (waaronder grond). De verplichting is vastge- legd in een overeenkomst tussen partijen, maar blijft ook gelden als de grond aan een andere eigenaar wordt doorverkocht. Ook de nieuwe particuliere eigenaar en andere gebruikers zoals huurders of erfpachters zullen zich aan de kwalitatieve verplichtingen moeten houden (art. 6:252 BW). Als gemeentelijke agrarische gronden worden verkocht, dan kunnen in de verkoop- en leveringsakte bepalingen worden opgenomen over het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Op die manier houdt de gemeente toch enige controle over het landgebruik nadat het eigendom is overgedragen.
Een gemeente kan dit doen door zogeheten kwalitatieve verplichtingen, eventueel in combinatie met een kettingbeding, op te nemen in de verkoopakte. 10Kwalitatieve plichten Een voorbeeld is te vinden in de overeenkomsten die de Provincie Drenthe hanteert bij de verkoop van natuurgronden en waarbij o.a. een verbod op bestrijdingsmiddelengebruik geldt: 108 “a. Partijen komen hierbij met betrekking tot het terrein, ten behoeve van de Provincie, een kwalitatieve verbintenis als bedoeld in artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek overeen, inhoudende hetgeen in lid 4 is aangegeven. b. Partijen komen overeen dat de verplichtingen als bedoeld in lid 4 en de daaraan verbonden consequenties zoals bepaald in lid 5, overgaan op degenen die het goed onder bijzondere en algemene titel zullen verkrijgen en dat mede gebonden zullen zijn degenen die van de rechthebbende een recht tot gebruik van het goed zullen verkrijgen, conform artikel 6:252 van het Burgerlijk Wetboek.” 108 Een voorbeeld ‘Tekst kwalitatieve verplichting in overeenkomst 45 Ee n k wa l itati eve ve r p l i c hti n g ka n a l l e e n ve r p l i c hte n o m i ets te d u l d e n of n i et te doen . Bij de formulering van een kwalitatieve verplichting moet daar rekening mee worden gehouden.
D e vo l g e nd e kwa l itatieve ve r p l ichti ng e n z ij n toeg esta a n omdat zij een niet-doen inhouden: “ De eigenaar mag op het perceel geen chemisch-synthetische bestrijdingsmiddelen gebruiken, uitgezonderd laag risico-middelen en bestrijdingsmiddelen die zijn toegestaan in de biologische landbouw volgens Uitvoeringsverordening 2021/1165.” “Op het perceel mag geen bloem(boll)en-, pootaardappelen-, fruit- of bomenteelt plaatsvinden tenzij binnen deze teelten enkel gebruik wordt gemaakt van laag risico middelen en bestrijdings- middelen toegestaan in de biologische landbouw volgens Uitvoerings- verordening 2021/1165.” Ee n k wa l itati eve ve r p l i c hti n g m a g n i et l e i d e n tot e e n p l i c ht o m i ets te d o e n . H et i s n i et m o g e l ij k o m vo o r te sc h r ijve n d at e e n b o e r b e p a a l d e d u u r za m e teeltmethoden toepast. Een kwalitatieve verplichting mag de eigenaar ook n i et b e p e r ke n i n zij n re c ht o m d e g ro n d te ve r vre e m d e n of te b ez wa re n m et b ijvo o r b e e l d e e n e r fd i e n stb a a r h e i d of e r fp a c ht (a r t. 6 : 2 52 l i d 5 BW).
D e vo l g e n d e be pa l i n g i s n i et toeg esta a n a l s kwa l itati eve ve r p l i chti n g o m d at h et ee n p l i cht o m i ets te d oe n o mvat : “ D e e i g e n a a r d i e g ewa s se n o p h et pe rcee l tee lt, d oet d it co nfo r m d e S K AL-r i chtl ij n e n .” U it h et D i d a m - a r rest109 volgt dat alle potentiële gegadigde de kans moeten k r ij g e n o m m e e te d i n g e n . D it b re n gt m e e d at i n d e o p e n b a re se l e c ti e p ro ce d u re d u i d e l ij k m o et sta a n we l ke k wa l itati eve p l i c hte n e r g e l d e n te n a a nzi e n va n h et gebruik van bestrijdingsmiddelen en welke selectiecriteria er op dit onder werp g e l d e n (zi e vo o r m e e r d eta i l s h o ofd st u k 7 e n 8).11 0 M i nder sterk a lternatief: ketti ng bed i ng Ee n ket ti n g b e d i n g i s m i n d e r ste r k d a n e e n k wa l itati eve ve r p l i c hti n g . H et i s e e n b e d i n g i n e e n ove re e n ko m st d at p l i c hte n o p l e gt a a n d e n i e uwe e i g e n a a r e n de nieuwe eigenaar daarnaast verplicht om deze verplichtingen ook op te l e g g e n a a n zij n re c htso pvo l g e rs . Va a k g a at e e n ket ti n g b e d i n g sa m e n m et e e n b o ete c l a u s u l e vo o r a l s h et ket ti n g b e d i n g g esc h o n d e n wo rdt. | 1 0 9 | H R 26 -1 1 -2 021 , N J 2 02 2 / 1 49 m . n . C . E .C .
J a n s e n ( D i d a m - a r re s t) , Ket ti n g b e d i n g e n zij n vo o ra l n ut ti g wa a r e e n a c ti eve p l i c ht o m i ets te d o e n i n d e | ECLI : N L: H R: 2021 :17 78 . 1 1 0 | H R 26 -1 1 -2 021 , N J 2 02 2 / 1 49 m . n . ve r ko o p a k te wo rdt o p g e n o m e n , o m d at d it n i et m o g e l ij k i s vi a e e n k wa l itati eve | C . E .C . J a n s e n ( D i d a m - a r re s t) , verplichtingen. Bij beperkingen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen, | EC L I : N L : H R : 2 021 :1 7 78 , r. o . 3 .1 . 4 . 46 gaat het echter normaal gesproken om een niet-doen en is de kwalitatieve verplichting te verkiezen. Een groot nadeel van kettingbedingen is dat als de nieuwe eigenaar nalaat de verplichtingen door te geven, de gemeente het kettingbeding normaal gesproken niet meer kan inroepen tegen een volgende eigenaar. De ketting is dan doorbroken. Ook bij faillissement en executoriale hypothecaire verkoop zal de ketting doorbroken worden. Kwalitatieve verplichtingen worden overigens wel vaak gecombineerd met een kettingbeding (incl. boeteclausule) om ze nog sterker te maken.111 Tegenprestatie door gemeente In de verkoopakte kan worden afgesproken dat de gemeente een tegenprestatie levert (art. 6:252 lid 4 BW). Het zal dan vaak gaan om een geldsom, maar het kan ook gaan om landonderhoud. Hiermee kan de groep potentiële kopers worden vergroot.
Procedure voor vestiging kwalitatieve plichten Een kwalitatieve verplichting heeft pas werking tegenover rechtsopvolgers en gebruikers als de verplichting is opgenomen in een notariële akte die is ingeschreven in de openbare registers (art. 6:252 lid 2 BW).112 In de overeenkomst wordt opgenomen dat partijen elkaar machtigen om deze inschrijving uit te voeren. Hier kan ook bepaald worden wie de kosten van die inschrijving draagt. Het is redelijk dat de gemeente dit doet, aangezien zij belang heeft bij de kwalitatieve verplichting. Een voorbeeld hiervan is te vinden in de overeenkomsten die de Provincie Drenthe hanteert bij de verkoop van natuurgronden113: “c. De kosten van het vestigen van deze kwalitatieve verbintenis en van de inschrijving in de openbare registers zijn voor rekening van de Provincie. d. Partijen machtigen elkaar over en weer om de inhoud van deze kwalitatieve verbintenis als onderdeel van deze Verkoopovereenkomst daartoe als beding in de zin van artikel 6:252 Burgerlijk Wetboek in te schrijven in de desbetreffende (openbare) registers op de wijze, zoals de toepasselijke wetten dit voorschrijven.
Deze volmacht is als onderdeel van deze Verkoopovereenkomst onherroepelijk en vervalt niet door overlijden of onbekwaamheid van de Koper of beperkt gerechtigde.” Bij verkoop van gronden kan het gebruik van bestrijdingsmiddelen beter gereguleerd worden via een kwalitatieve verplichting dan via enkel een kettingbeding. Een kettingbeding kan makkelijker doorbroken worden bij verkoop van de grond, waardoor de nieuwe eigenaar niet meer gebonden is aan de beperkingen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen. 111 Een voorbeeld van een kettingbeding en boetebeding is te vinden in art 18.4 uit de ‘Tekst kwalitatieve verplichting in overeenkomst Groenruil’ (www.prolander.nl/grond/ groenruil/ ): “Koper verbindt zich deze bepaling bij elke vervreemding in eigendom van het Gekochte of een gedeelte daarvan, zo ook bij de vestiging van een zakelijk genotsrecht op het Gekochte of een gedeelte daarvan, alsmede bij elke vervreemding van dat zakelijk genotsrecht, aan de nieuwe verkrijger in eigendom of zakelijk genotsrecht op te leggen, ten behoeve van Verkoper te bedingen en aan te nemen en om die bedingen, alsmede het in dit lid bepaalde, in elke verdere akte van vervreemding in eigendom of vestiging casu quo vervreemding van een zakelijk genotsrecht woordelijk te doen opnemen, zulks op verbeurte voor de Koper en/of iedere opvolgende verkrijger in eigendom of zakelijk genotsrecht, die verzuimt
te bedingen, op te leggen, aan te doen nemen of te doen opnemen, van een onmiddellijk opeisbare boete van € 25.000,- (zegge: vijfentwintigduizend euro) ten behoeve van Verkoper, zonder dat enige ingebrekestelling daartoe zal worden vereist, zodat de bedongen boete terstond zal kunnen worden gevorderd.” 112 Zie voor enkele weinig voorkomende complicaties art. 6:252 lid 3 BW. 113 Zie ‘Tekst kwalitatieve verplichting in overeenkomst Groenruil’ (www.prolander.nl/grond/ groenruil/ ). 47 Duur en wijzigen van kwalitatieve verplichtingen Een kwalitatieve verplichting kan voor bepaalde tijd of voor onbepaalde tijd bestaan. Het ligt voor de hand om beperkingen aan het gebruik van bestrijdingsmiddelen voor onbepaalde tijd te laten gelden. Kwalitatieve verplichtingen kunnen gewijzigd worden of eindigen op alle wijzen waarop een overeenkomst gewijzigd of beëindigd kan worden. Denk aan: opzegging of aanpassing met wederzijds goedvinden, ontbinding (6:256 BW) en wijziging wegens onvoorziene omstandigheden (6:258 BW). Een voorbeeld over de handhaving van o.a. de kwalitatieve verplichting om geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken op Groenruil-gronden in Drenthe.114 “a. Indien Koper één of meer verplichtingen genoemd in lid 4 van dit artikel niet nakomt, kan de Provincie nakoming van de verplichtingen vorderen dan wel deze Verkoopovereenkomst ontbinden. b.
Alvorens tot ontbinding over te gaan, dient de Provincie nakoming te vorderen. c. Als de Provincie nakoming vordert is de Koper verplicht om binnen een door de Provincie te stellen termijn de niet-nakoming van één of meer van de verplichtingen genoemd in lid 4 op eerste aanzegging te staken en het terrein in de staat te herstellen waarin het verkeerde vóór de niet-nakoming, zulks op straffe van een dwangsom van ten hoogste € 500,- vermenigvuldigd met het aantal hectares van het terrein waarop één of meer van de verplichtingen genoemd in artikel 4 niet worden nagekomen. Deze dwangsom geldt voor iedere week dat de Koper één of meer van de verplichtingen genoemd artikel 4 niet nakomt, vanaf de datum dat de nakoming wordt gevorderd. d. De Provincie kan de Verkoopovereenkomst ontbinden indien de Koper geen gevolg heeft gegeven aan de vordering tot nakoming. In dat geval is de Koper aan de Provincie een direct opvorderbare boete verschuldigd van ten hoogste << invullen afwaardering>>, vermeerderd met de wettelijke rente. Dit bedrag kan worden verhoogd met maximaal vijftig procent (50%). e. Bij de vaststelling van de hoogte van de dwangsom, bedoeld onder c, en de boete, bedoeld onder d, wordt rekening gehouden met de ernst van de niet-nakoming van de verplichtingen. f.
De wettelijke rente, bedoeld in het vierde lid wordt berekend vanaf de dag van aktepassering.” NB: de Provincie heeft in deze bepaling nagelaten te bepalen dat het vorderen van een boete niet in de weg staat aan het vorderen van nakoming. Dat is wel verstandig en had als volgt gekund: “Het vorderen van een boete op grond van dit artikel belet de Provincie niet nakoming te vorderen van de verplichtingen, daaronder mede begrepen de kwalitatieve verplichtingen uit artikel …, die uit hoofde van deze overeenkomst rusten op Koper.” 114 Zie: ‘Tekst kwalitatieve verplichting in overeenkomst Groenruil’, te downloaden via: www.prolander.nl/grond/ groenruil/ 48 In uitzonderlijke gevallen kan een rechter een kwalitatieve verplichting wijzigen of ontbinden. Namelijk als er tien jaar zijn verstreken en het ongewijzigd voortduren van de verplichting in strijd is met het openbaar belang (art. 6:259 lid 1, sub a BW) of als degene die haar heeft bedongen er geen redelijk belang meer bij heeft (art. 6:259 lid 1, sub b BW). Beide situaties zullen niet snel aan de orde zijn bij beperkingen aan bestrijdingsmiddelengebruik. Dit dient juist het openbaar belang (gezondheid, milieu en natuur) en raakt, ook in de toekomst, de belangen van de gemeente. Handhaving Als een kwalitatieve verplichting niet wordt nagekomen, dan staat de gemeente een aantal remedies ter beschikking.
Zo kan de gemeente schadevergoeding vorderen (art. 6:74 BW), de overeenkomst ontbinden (6:265 BW) en nakoming vorderen (art. 3:296 BW). Nakoming vorderen zal bij plichten over bestrijdingsmiddelengebruik de eerste keuze zijn. Ook zou een contractueel boetebeding (art. 6:91 BW) kunnen worden opgenomen. Als de eigenaar de kwalitatieve verplichting niet nakomt, dan verbeurt hij een boete. Het is dan aan te raden om in de verkoopakte op te nemen dat de gemeente bevoegd blijft om nakoming van de kwalitatieve verplichting te vorderen ook als zij gelijktijdig de verbeurde boete opeist. De wet sluit namelijk in beginsel uit dat zowel nakoming als een boete wordt gevorderd, maar hier kan in een overeenkomst vanaf worden geweken (art. 6:92 lid 1 BW). 49
Geschreven door Anne de Vries (ChemLegal), Stef Nuijen (IJzer Advocaten), FLO Legal Ondersteund door Aardige Buren, De Bijenstichting, Caring Doctors, Greenpeace Nederland, Parkinson Vereniging, ParkinsonNL, Pesticide Action Network (PAN) Netherlands, De Vlinderstichting en Vogelbescherming Nederland. Art direction & design Martijn de Kruijf Productie Drukkerij Groenprint, Rotterdam