CConstaterende datNoordoostpolder
Koppel je AI →
Document · PDF

A10 01 Bijlage bij Veiligheidsregio Flevoland - Kadernota VRF 2024.pdf

Gemeenteraad 3 april 2023, gemeente NoordoostpolderBij agendapunt: 4: Lijst ingekomen stukken6.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Kadernota

2024

Hoo

fd s t

1

uk

n an e l p s id bele erings­ t e H itvo het u ramma prog

Hoo

fd s t

3

Versie: november 2022 Brandweer, GHOR, Bevolkingszorg, Veiligheidsbureau

Hoo

fd s t

2

uk

kadernota

o nt

uk

t air e i r o i r ’s De p s t h ema id bel e

ele Actu lingen e w ik k

programmabegroting

Hoo

fd s t

4

uk

ieel c n a Fin ctief pe per s

bestuursrapportage

jaarstukken

2

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

4. Financieel perspectief

Inleiding In de Kadernota 2024 staan de financiële kaders en uitgangspunten die de opmaat zijn naar de Programmabegroting 2024 voor veiligheidsregio’s Flevoland (VRF) en Gooi en Vechtstreek (VRGV). In de kadernota wordt duiding gegeven aan beleidsthema’s uit het gezamenlijk beleidsplan en het bijhorende uitvoeringsprogramma, die op de agenda van de veiligheidsregio staan in 2024.

Hoofdstuk 2

De afgelopen jaren heeft de samenwerking tussen VRF en VRGV steeds meer vorm gekregen. Door intensief samen te werken willen beide veiligheidsregio’s de kwaliteit verhogen en de organisatorische en financiële kwetsbaarheid verkleinen. Deze samenwerking blijkt ook uit deze kadernota die voor beide veiligheidsregio’s nagenoeg dezelfde inhoud kent. Nagenoeg alle onderwerpen worden -net als in de afgelopen twee jaar- in gezamenlijkheid opgepakt en kennis en ervaringen worden over de regionale grenzen heen uitgewisseld. Het gezamenlijk beleidsplan en het uitvoeringsprogramma vormen de basis voor deze Kadernota 2024. De beleidsthema’s die in hoofdstuk 3 zijn benoemd als prioritair komen rechtstreeks voort uit ons beleidsplan.

Hoofdstuk 3

Afgelopen jaren zijn wij als maatschappij en ook als veiligheidsregio geconfronteerd met grootschalige en langdurige crises. Helaas is het eind daarvan nog niet bereikt. De effecten van deze crises zijn overal voelbaar, ook in onze organisatie. Naast een andere manier van werken (meer digitaal, thuiswerken) merken we dat alles duurder is geworden. De prijzen voor materieel, brandstof, aanschaf en onderhoud van software zijn drastisch gestegen. De druk op de organisatie en onze medewerkers is al tijden erg hoog. Een druk die verder wordt opgevoerd door krapte op de arbeidsmarkt. Vacatures, zeker voor specialistische functies, kunnen niet of met moeite worden ingevuld. Inhuur op cruciale terreinen is onvermijdelijk. Hoe de arbeidsmarkt zich verder zal ontwikkelen, valt op dit moment niet te voorspellen.

Hoofdstuk 4

We signaleren een aantal bewegingen waar wij mee geconfronteerd worden, maar waar we zelf niet of nauwelijks invloed op hebben. Te denken valt aan de inrichting van een toekomstgerichte brandweer en onze inzet voor risicobeheersing wanneer de Omgevingswet een feit wordt. We volgen nauwlettend wat er op landelijk niveau gebeurt en daar waar we kunnen, proberen we in onze regio te anticiperen op (mogelijke) veranderingen.

3

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

4. Financieel perspectief

We zien ook dat de rol van de veiligheidsregio als gevolg van de crises anders wordt. Er is in versneld tempo aandacht voor de doorontwikkeling van crisisbeheersing en de coördinerende rol van de veiligheidsregio in deze. Het Rijk stelt hier ook financiele middelen voor beschikbaar, maar de precieze opdracht en de weg ernaartoe zijn nog niet concreet. De belangrijkste externe ontwikkelingen zijn beschreven in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 5 is aangegeven wat dit in financieel opzicht voor onze veiligheidsregio betekent of kan gaan betekenen. Het is duidelijk dat de situatie onzekerder is dan een aantal jaren geleden. Dat geldt zowel voor enkele (externe) ontwikkelingen, als voor de financiële vertaling daarvan. Tegelijkertijd hebben de crises ons sterker gemaakt. We hebben een krachtige positie verworven op het gebied van fysieke veiligheid. We hebben geleerd van wat er op ons afgekomen is en we hebben duurzame contacten opgebouwd met onze partners en in een goede harmonie en samenwerking de crises het hoofd geboden.

Hoofdstuk 2

De genoemde ontwikkelingen zijn niet in alle gevallen voorzien van financiële implicaties, vaak omdat deze op dit moment niet beschikbaar of niet eenduidig te bepalen zijn. Zodra daarover meer duidelijk is, wordt beoordeeld of deze binnen de begroting op te vangen zijn. Wanneer dit niet het geval is, zal mogelijk een begrotingswijziging noodzakelijk zijn. Indien financiële gevolgen duidelijk worden ná het vaststellen van de kadernota en vóór het vaststellen van de ontwerp-programmabegroting, dan worden deze in de ontwerpprogrammabegroting verwerkt. Mede door de groei die wij als veiligheidsregio’s hebben doorgemaakt, treden wij de nieuwe en bestaande uitdagingen in 2024 vol vertrouwen tegemoet.

Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

4

Inleiding

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

Hoofdstuk 1

Het beleidsplan beschrijft welke opgaven Veiligheidsregio Flevoland (VRF) en Veiligheidsregio Gooi en Vechtstreek (VRGV) zich de komende jaren stellen en welke strategische doelen de organisaties willen bereiken. Het geeft daarmee richting aan de ontwikkeling van beide veiligheidsregio’s en draagt bij aan transparante sturing door bestuur en management. Conform bestuurlijke afspraak hebben het beleidsplan en uitvoeringsprogramma inmiddels een actualisatieslag gehad.

Hoofdstuk 2

Kadernota 2024

Beleidsplan

Inleiding

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma 2. De prioritaire beleidsthema’s

3. Actuele ontwikkelingen 4. Financieel perspectief

Het beleidsplan geeft niet alleen richting aan onze werkzaamheden, maar is tevens een belangrijk middel voor maatschappelijke verantwoording naar stakeholders. Vanwege de intensieve samenwerking tussen VRF en VRGV is gekozen voor één gezamenlijk beleidsplan.

Hoofdstuk 3

Proces gezamenlijk beleidsplan

Hoofdstuk 4

De wet verplicht ons om tenminste eenmaal in de vier jaar een beleidsplan op te stellen. Er is gekozen voor een jaarlijkse ambtelijke bijstelling. Dit verhoogt de realiteitswaarde van het beleidsplan en stelt ons in staat om een passende doorwerking van het beleidsplan in de programmabegroting te realiseren. De bestuurlijke vaststelling vindt in beginsel eenmaal in de vier jaar plaats. Bij belangrijke beleidsontwikkelingen wordt het beleidsplan ook tussentijds aan het bestuur voorgelegd. Nieuwe of gewijzigde beleidsvoornemens worden opgenomen in de kadernota en de programmabegroting, waarbij de gemeentebesturen ook gebruik kunnen maken van hun reguliere bevoegdheden zoals het geven van een zienswijze en instemming.

5

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s

3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

4. Financieel perspectief

Inhoud gezamenlijk beleidsplan De kernboodschap van het gezamenlijk beleidsplan is: ‘Als veiligheidsregio’s investeren wij in veiligheid en dragen wij bij aan een redzame samenleving. Want veiligheid maken we met elkaar en als veiligheidsregio’s staan we hiervoor. Samen voor veiligheid.’ Vanuit bovenstaande kernboodschap werken de twee veiligheidsregio’s aan de volgende vier opgaven: 1. Wij voorkomen onveiligheid en dragen bij aan een redzame samenleving; 2. Wij zijn de zichtbare en deskundige netwerkpartner voor veiligheid; 3. Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar; 4. Wij staan er als het onverhoopt toch nodig is. Deze opgaven zijn vertaald in speerpunten en activiteiten.

Hoofdstuk 2

Uitvoeringsprogramma beleidsplan

Hoofdstuk 3

Het beleidsplan bevat ook een uitvoeringsprogramma voor de beide veiligheidsregio’s. Dit programma beschrijft de projecten die voortvloeien uit het beleidsplan en verbindt daarmee het beleidsplan direct aan de kadernota, programmabegroting en jaarstukken. In het kader van de samenwerking worden zoveel mogelijk zaken samen opgepakt, waar nodig en gewenst worden ook regiospecifieke onderwerpen meegenomen. Niet alle onderwerpen uit het beleidsplan worden in het uitvoeringsprogramma opgenomen. Soms is een projectaanpak (nog) niet nodig en soms worden onderwerpen direct in de reguliere werkprocessen van de organisatie ingebed. Het uitvoeringsprogramma biedt handvatten om beleidsthema’s te benoemen die we in 2024 gaan aanpakken. Die thema’s zijn: - Verder verstevigen van de samenwerking; - De doorontwikkeling van de crisisbeheersing.

Hoofdstuk 4

6

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s

2.1 Verder verstevigen van de samenwerking

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing

2.4 Duurzaamheid 2.5 Informatieveiligheid

2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg 3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 3

2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland

Hoofdstuk 2

2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie)

4. Financieel perspectief

2. De prioritaire beleidsthema’s In het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma is een aantal ontwikkelingen opgenomen die we in 2024 met prioriteit willen oppakken. Het gaat daarbij niet per se om zaken waar eerder geen aandacht aan is besteed. Wel is de verwachting dat ze in 2024 een prominente(re) plaats in gaan nemen in ons handelen en daarmee een behoorlijke impact hebben op onze strategische agenda. 2.1 Verder verstevigen van de samenwerking De Samenwerkingsovereenkomst (SOK) tussen de veiligheidsregio’s Gooi en Vechtstreek en Flevoland, de GGD Flevoland en GHOR Gooi en Vechtstreek is aantoonbaar succesvol. Dit is ook geconcludeerd na een evaluatie die eind 2021 is vastgesteld door de betrokken bestuurders. Gekoppeld aan de evaluatie is eveneens benoemd dat kan worden voortgebouwd op verdere versteviging van de samenwerking. Medio 2022 is daar in een gezamenlijke bestuurlijke bijeenkomst ook over gesproken. Harmoniseren en doorontwikkelen binnen de samenwerking maakt dat er sterker grip gehouden kan worden op de al eerder benoemde bestuurlijke kaders, zoals blijvende beheersing op kosten, behoud of versterken van de kwaliteit van dienstverlening, relatiemanagement en het verder borgen van de continuïteit van onze dienstverlening. Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij voorkomen onveiligheid en dragen bij aan een redzame samenleving’.

2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing

Hoofdstuk 4

We leven in een tijd van vele crises. In meerdere van deze crises speelt de veiligheidsregio een (belangrijke) rol. Een rol die de afgelopen jaren bij de voorbereiding op -en de bestrijding van crises steeds belangrijker en groter is geworden. Daarom zijn er regionaal meerdere trajecten gaande ter versterking van de organisatie van de crisisbeheersing of trajecten die daar direct of indirect van invloed op zijn: • Visie en strategie Crisisbeheersing Flevoland en Gooi en Vechtstreek (30-3-2022); • Samenwerkingsovereenkomst Flevoland en Gooi en Vechtstreek (SOK); • Herziening Wet veiligheidsregio’s (Wvr); • Bestuursafspraken ‘Uit de crisis’: structurele verhoging BDuR voor crisisbeheersing; • Concept Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg.

7

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s

2.1 Verder verstevigen van de samenwerking

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing

2.4 Duurzaamheid 2.5 Informatieveiligheid

2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg 3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 3

2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland

Hoofdstuk 2

2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie)

4. Financieel perspectief

Wat duidelijk wordt uit de aanpak van bovenstaande evaluaties, rapportages, plannen en afspraken is dat de versterking van de crisisbeheersing binnen Flevoland en Gooi en Vechtstreek plaatsvindt op meerdere velden van het schaakbord en door verschillende schaakstukken. Het is daarom van belang om als veiligheidsregio te anticiperen op elke volgende zet en te zorgen voor een sterke basis binnen al onze kolommen. De situatie van de laatste jaren laat zien dat er veel en steeds meer wordt gevraagd van de veiligheidsregio’s op het gebied van crisisbeheersing, een hoofdtaak van deze organisaties. De (landelijke) contourennota Crisisbeheersing en Brandweerzorg (in navolging op de evaluatie Wvr) geeft aan dat voor Crisisbeheersing vernieuwing noodzakelijk is en schetst een beeld waarop deze vernieuwing ingezet dient te worden. Ook heeft het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) een toekomstverkenning crisisbeheersing opgesteld. Voor de veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi en Vechtstreek geeft de in maart 2022 bestuurlijk vastgestelde Visie en Strategie Crisisbeheersing de richting aan voor vernieuwing en versterking voor de komende jaren. Het verder op orde brengen van de basis van de crisisbeheersing en de doorontwikkeling van deze hoofdtaak is daarmee één hoofdopgave voor de komende jaren.

Het doel is om de crisisbeheersing verder op orde te brengen, toekomstbestendiger te maken en om de organisatiekracht te versterken. In 2024 zal verder invulling worden gegeven aan de Visie en Strategie Crisisbeheersing. Door de recente ontwikkelingen staat de uitvoering van de taken onder druk en de verwachting is dat deze druk zal toenemen richting 2024. Dat betekent dat naar alle waarschijnlijkheid de capaciteit uitgebreid moeten worden.

Hoofdstuk 4

Vanuit het Rijk wordt de noodzaak voor investering in de crisisbeheersing onderstreept en aangejaagd. Hiertoe wordt vanaf 2023 extra budget beschikbaar gesteld via de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR). Dit bedrag groeit van € 46.000.000 in 2023 naar € 83.000.000 in 2026. Dit extra budget is voor een deel bedoeld voor landelijke versterking en voor een deel voor regionale versterking. Hoe de verdeling van het extra budget er exact uit komt te zien, is nog niet bekend. Duidelijk is wel dat het regionale budget ingezet dient te worden voor alle kolommen binnen de veiligheidsregio. De versterking van de crisisbeheersing is namelijk een collectieve opgave. De veiligheidsregio als geheel en als veiligheidspartner geraakt hierdoor beter in staat zich voor te bereiden op toekomstige (langdurige) (bovenregionale) rampen en crises. Door het fundament te versterken en te investeren in het netwerk, de uitvoeringscapaciteit, het platform en de informatiefunctie.

Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn de zichtbare en deskundige netwerkpartner voor veiligheid’.

8

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s

2.1 Verder verstevigen van de samenwerking

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing

2.4 Duurzaamheid 2.5 Informatieveiligheid

2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg 3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 3

2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland

Hoofdstuk 2

2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie)

2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie) Zoals bekend wordt onder verantwoordelijkheid van het landelijk Veiligheidsberaad gewerkt aan het implementatieplan voor het afschaffen van verplichte consignatie en kazernering van vrijwilligers, landelijk bekend onder de projectnaam “verplichtend karakter”. Als gevolg van Europese regelgeving is deze organisatiewijze niet langer houdbaar. Als een van de voorwaarden voor implementatie is gesteld dat rijksfinanciering beschikbaar moet worden gesteld. Besluitvorming hierover is al diverse keren uitgesteld en wordt begin 2023 (Q1) in het Veiligheidsberaad verwacht. In de vergadering van 1 december 2021 heeft het Algemeen Bestuur van Veiligheidsregio Flevoland kennisgenomen van de landelijke ontwikkelingen op het gebied van het verplichtend karakter en de consequenties van het afschaffen van kazernering voor Flevoland. De financiële consequenties zijn geraamd op 4,1 miljoen euro aan structurele kosten. Er wordt te zijner tijd een claim ingediend bij het Rijk ter grootte van dit bedrag. Tevens is ingestemd met het voorstel om vooruitlopend op landelijke besluitvorming de beroepsformatie te versterken om daarmee de effecten van het verplichtend karakter die zich reeds voordoen, te ondervangen. Deze formatie-uitbreiding wordt in 2022 en 2023 voorgefinancierd uit de Algemene Reserve.

De kosten worden te zijner tijd als incidentele kosten opgenomen in de claim naar het Rijk. De ontwikkelingen rondom de rijksfinanciering worden nauwlettend gevolgd. Er bestaat een risico dat de structurele rijksfinanciering niet toereikend zal zijn. In de loop van 2023 zal het Algemeen Bestuur een besluit nemen over de uitwerking van het verplichtend karakter en de (structurele) effecten voor de Programmabegroting 2024.

Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar’ en ‘Wij staan er als het onverhoopt toch misgaat’.

4. Financieel perspectief

Hoofdstuk 4

2.4 Duurzaamheid Duurzaamheid dient structureel onder de aandacht te blijven om samen de rijksdoelstelling van 55% CO2reductie in 2030 te realiseren. Veiligheidsregio’s Flevoland en Gooi & Vechtstreek gaan aan de hand van de CO2-prestatieladder werken aan duurzaamheid van de beide organisaties. Daarin is een aantal doelstellingen

9

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s

2.1 Verder verstevigen van de samenwerking

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing

2.4 Duurzaamheid 2.5 Informatieveiligheid

2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg 3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 3

2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland

Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij zijn vakmensen: professioneel, innovatief en wendbaar’.

2.5 Informatieveiligheid Hoofdstuk 2

2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie)

opgenomen voor de komende jaren. Een van de belangrijkste uitgangspunten van deze werkwijze is dat de veiligheidsregio samen met netwerkpartners, waaronder de GGD en gemeenten, optrekt bij het bepalen en realiseren van de doelen. De structurele en incidentele financiële implicaties van deze ontwikkeling voor 2024 zijn op dit moment nog niet exact te bepalen, waarmee ook het dekkingsvraagstuk nog niet te beantwoorden is.

4. Financieel perspectief

Vanuit het landelijke Versnellingsplan Informatieveiligheid wordt -in opdracht van het Veiligheidsberaad, dec 2020- gewerkt aan het versterken van de cyberweerbaarheid van de veiligheidsregio’s en het NIPV. Dit gebeurt op basis van de BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid), de standaard die verplicht is voor overheidsorganisaties. Onderdeel daarvan is het organiseren van de functies ‘monitoring van dreigingen en kwetsbaarheden’ (SOC, Security Operations Centre) en ‘incident response op digitale incidenten’ (CERT, Computer Emergency Response Team). Als onderdeel van het landelijke programma informatieveiligheid is in 2021 een haalbaarheidsonderzoek gedaan naar mogelijke scenario’s voor SOC en CERT, waarbij geconcludeerd is dat het Rijk hiervoor een sectorale/collectieve oplossing verwacht. Dit is tevens de meest efficiënte oplossing. De noodzaak om dit te organiseren is ook helder; het is niet de vraag ‘of’ we dit moeten organiseren, maar ‘hoe’. Ook met de verwachte status als vitale aanbieder (veiligheidsregio’s als onderdeel van de vitale infrastructuur in Nederland), is een sterke collectieve cyberweerbaarheid noodzakelijk.

Hoofdstuk 4

Na het uitwerken van mogelijke gezamenlijke scenario’s en het doorlopen van de benodigde besluitvorming, kan een gezamenlijke oplossing voor SOC en CERT als structurele oplossing worden ontwikkeld en geïmplementeerd. De verwachting is echter dat dat nog tot 2024 of 2025 op zich laat wachten, wat betekent dat bij alle regio’s een korte-termijn-oplossing noodzakelijk is. Een CERT-abonnement met een leverancier kan

BIO Onze organisatie is samen met een ingehuurde partij bezig met een versnellingsprogramma om onze beide regio’s BIO-compliant te maken. BIO staat voor Baseline Informatieveiligheid Overheid. BIO beschrijft het vereiste basisniveau van informatiebeveiliging voor Nederlandse overheids­ organisaties. Voor meer info, zie:

10

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s

2.1 Verder verstevigen van de samenwerking

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing

2.4 Duurzaamheid 2.5 Informatieveiligheid

2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg 3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 3

2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland

Hoofdstuk 2

2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie)

4. Financieel perspectief

bijvoorbeeld zo’n oplossing zijn (zogeheten ‘verhoogde dijkbewaking’). Voor de individuele veiligheidsregio’s zijn de kosten van de tijdelijke oplossing niet bekend. Die zijn bovendien afhankelijk van meerdere factoren. In 2023 verwachten we de kosten voor de korte en lange termijn nader in beeld te kunnen brengen.

2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland In 2024 zal de realisatie van meldkamer Midden-Nederland zich in een afrondende fase bevinden. Na een intensieve opstartfase is in 2022 een start gemaakt met de bouw van het nieuwe gebouw in Hilversum. De planning van het totale project geeft aan dat in 2025 de nieuwe meldkamer Midden-Nederland operationeel zal zijn. Met het operationeel worden van de nieuwbouw zal de meldkamer ook aangesloten zijn op het landelijk netwerk van gemeenschappelijke meldkamers. Hiermee wordt een belangrijke stap gezet in het versterken van kwaliteit en continuïteit binnen het meldkamerdomein. 2024 zal dan ook in het teken staan van de transitie van de regionale meldkamer-omgeving naar de meldkamer Midden-Nederland. De organisatie om de meldkamerfuncties op het gebied van brandweerzorg en multi-inzet te kunnen borgen wordt in 2024 verder operationeel gemaakt. Dit proces zal veel inzet vragen van centralisten en de ondersteunende organisatie. Het is hierbij van belang om te melden dat dit intensieve proces plaats zal vinden terwijl ‘de winkel open blijft’. Het is in dat kader ook van belang om de continuïteit en kwaliteit van de huidige gemeenschappelijke meldkamer in Lelystad goed te blijven monitoren.

Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij staan er als het onverhoopt toch nodig is’.

2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg

Hoofdstuk 4

In 2020 is de Wet veiligheidsregio’s geëvalueerd. Naar aanleiding van de evaluatie is door het Veiligheidsberaad besloten om een project te starten om te komen tot een landelijk uniform kwaliteitsniveau voor bevolkingszorg. Het project richt zich op de volgende resultaten: 1. Een eenduidige beschrijving van bevolkingszorg; 2. Landelijke kwaliteitsnormen voor bevolkingszorg inclusief crisiscommunicatie; 3. Kaders en een implementatieadvies voor de vakbekwaamheid van functionarissen; 4. Een eenduidige beschrijving van de regierol van veiligheidsregio’s.

11

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s

2.1 Verder verstevigen van de samenwerking

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

2.2 De doorontwikkeling van de crisisbeheersing

2.4 Duurzaamheid 2.5 Informatieveiligheid

2.7 Kwaliteitsverbetering bevolkingszorg 3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 3

2.6 Transitie meldkamer van regionaal naar Midden-Nederland

Hoofdstuk 2

2.3 Verplichtend karakter (voorheen taakdifferentiatie)

4. Financieel perspectief

Daarnaast is meegegeven dat er ruimte moet zijn voor regionaal maatwerk en dat er behoefte is aan inzicht in de kosten die de implementatie van de kwaliteitseisen met zich mee gaat brengen. Ook kunnen er voorstellen worden gedaan voor wetteksten voor de beoogde toekomstige wetgeving. Het is onvermijdelijk dat een toename van de kwaliteitseisen voor bevolkingszorg en crisiscommunicatie gaat leiden tot hogere kosten. Een concreet bedrag noemen voor de verwachte meerkosten en vervolgens een uitspraak doen of de extra kosten gedekt kunnen worden binnen de bestaande begroting van bevolkingszorg, is op dit moment echter nog niet mogelijk. Daarvoor zijn de behaalde projectresultaten nog onvoldoende. Na landelijke besluitvorming (voorzien in maart 2023) zullen aan de hand van een implementatieplan de (financiële) consequenties voor de regio in beeld worden gebracht.

Dit thema sluit aan bij beleidsplanopgave ‘Wij voorkomen onveiligheid en dragen bij aan een redzame samenleving’.

Hoofdstuk 4

12

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s

3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

3.1 Ontwikkelingen lonen

3.3 Hoge inflatie in 2022 3.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR)

3.6 Wet open overheid

3.7 Omgevingswet 3.8 Groei provincie Flevoland

Hoofdstuk 3

3.5 Documentaire Informatievoorziening (DIV)

Hoofdstuk 2

3.2 Ontwikkelingen prijzen

4. Financieel perspectief

3. Actuele ontwikkelingen Net als elke organisatie heeft Veiligheidsregio Flevoland te maken met ontwikkelingen die zich afspelen buiten haar invloedssfeer. Denk bijvoorbeeld aan verandering in wet- en regelgeving. Deze ontwikkelingen kunnen de nodige impact hebben op de organisatie. In dit hoofdstuk beschrijven we die actuele ontwikkelingen waarvan we nu al weten dat we er in 2024 mee te maken gaan krijgen. De genoemde ontwikkelingen zijn niet in alle gevallen voorzien van financiële implicaties. Vaak omdat deze op dit moment niet beschikbaar of niet eenduidig te bepalen zijn. Zodra daarover meer duidelijk is, wordt beoordeeld of deze binnen de begroting op te vangen zijn. Als dit niet mogelijk is, dan wordt de begroting gewijzigd. Indien financiële gevolgen duidelijk worden ná het vaststellen van de kadernota en vóór het vaststellen van de ontwerp-programmabegroting, dan worden deze in de ontwerpprogrammabegroting verwerkt. 3.1 Ontwikkelingen lonen

Hoofdstuk 4

Voor de ontwikkeling van de lonen en prijzen is gekeken naar de verwachtingen voor het jaar 2024 in de septembercirculaire gemeentefonds 2022. De afgegeven verwachte loonindexatie hierin is 3,9% voor prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers. Dit brengt een structurele stijging van de loonkosten met zich mee van € 853.000 per jaar. De huidige cao heeft een looptijd tot 1 januari 2023. Voor 2023 zullen nieuwe cao-afspraken worden gemaakt. Als in de nieuwe cao aanvullend hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan opgenomen in de programmabegrotingen van 2023 en 2024, dan is het niet mogelijk om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de programmabegroting van 2023 en 2024.

13

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s

3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

3.1 Ontwikkelingen lonen

3.3 Hoge inflatie in 2022 3.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR)

3.6 Wet open overheid

3.7 Omgevingswet 3.8 Groei provincie Flevoland

Hoofdstuk 3

3.5 Documentaire Informatievoorziening (DIV)

Hoofdstuk 2

3.2 Ontwikkelingen prijzen

4. Financieel perspectief

3.2 Ontwikkelingen prijzen Om de prijsontwikkeling voor 2024 te bepalen, wordt de septembercirculaire gemeentefonds 2022 als uitgangspunt genomen. Het afgegeven inflatiecijfer voor de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc) is 2,4%. De financiële stijging van de kosten door deze inflatie is berekend op structureel € 236.000 per jaar.

3.3 Hoge inflatie in 2022 Conform de afspraken is er in de programmabegroting van 2023 een prijscompensatie opgenomen van 1,5% (inflatiecijfer voor de prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc)). Echter, gezien de aanzienlijke inflatie als gevolg van economische en maatschappelijke ontwikkelingen in 2022 is het in de septembercirculaire gemeentefonds 2022 genoemde inflatiecijfer voor 2023 bijgesteld naar 5,9%, een toename van 4,4%. De prijsstijging wordt in alle geledingen van de organisatie gevoeld. We beseffen dat dit een uitzonderlijke vraag is, maar het is ook een uitzonderlijk tijdsgewricht. Deze tijd met alle crises legitimeert ons inziens deze vraag. Een dergelijke stijging is binnen de huidige begroting niet op te vangen. Het financiële effect hiervan is structureel € 421.000 per jaar. Bij de kadernota van 2025 wordt de imoc voor 2023 opnieuw beoordeeld. Mocht deze meer dan 1% afwijken ten opzichte van 5,9% dan zal deze naar boven of naar beneden worden bijgesteld in 2025.

3.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR) In 2022 is er een structurele aanpassing geweest van de Brede doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Dit heeft geresulteerd in een structureel hogere bijdrage vanuit het Rijk van € 168.000. Dit bedrag wordt verrekend met de gemeentelijke bijdragen.

3.5 Documentaire Informatievoorziening (DIV)

Hoofdstuk 4

Er is door een extern onderzoeksbureau onderzoek gedaan naar de taak Documentaire Informatievoorziening (DIV). Conclusie uit dit onderzoek is dat deze taak de nodige aandacht behoeft. Om uitvoering te kunnen geven aan de gestelde uitkomsten van het onderzoek zullen diverse acties moeten worden ondernomen waarvoor kennis en capaciteit benodigd is. Op dit moment zijn de financiële consequenties hiervan nog niet te bepalen, waarmee ook het dekkingsvraagstuk nog niet te beantwoorden is.

14

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s

3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

3.1 Ontwikkelingen lonen

3.3 Hoge inflatie in 2022 3.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR)

3.6 Wet open overheid

3.7 Omgevingswet 3.8 Groei provincie Flevoland

Hoofdstuk 3

3.5 Documentaire Informatievoorziening (DIV)

Hoofdstuk 2

3.2 Ontwikkelingen prijzen

4. Financieel perspectief

3.6 Wet open overheid In 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze wet is de opvolger van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) en is bedoeld om de overheid transparanter te maken. Op basis van deze wet dienen wij als veiligheidsregio inspanning te verrichten om stukken over en door de veiligheidsregio actief openbaar te maken. Deze verplichting vormt een aanvulling op de al bestaande mogelijkheid om informatie bij de veiligheidsregio op te vragen. Door hier aan te voldoen willen wij ons als veiligheidsregio op een tijdige, zorgvuldige en transparante wijze verantwoorden. In dienst van deze doelstelling werkt de veiligheidsregio doorlopend aan de implementatie van de Wet open overheid. Hiervoor is een Woo-contactpersoon aangesteld, richten wij processen in voor de publicatie van bestuurlijk vastgestelde stukken en werken wij aan een betere toegankelijkheid van de reeds gepubliceerde stukken op de website van de veiligheidsregio. Wij zetten tevens intensief in op een betere informatiehuishouding, wat intern zal resulteren in een betere aansluiting op de wettelijke verplichtingen en extern in een snellere en betere behandeling van informatieverzoeken. Hiervoor is het van belang dat wij beschikken over de benodigde capaciteit en de juiste (juridische) expertise.

De structurele en incidentele financiële implicaties van deze ontwikkeling voor 2024 zijn op dit moment nog niet exact te bepalen, waarmee ook het dekkingsvraagstuk nog niet te beantwoorden is.

3.7 Omgevingswet De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft in maart 2021 aan de Tweede Kamer gerapporteerd over de financiële consequenties van de invoering van de Omgevingswet. In mei 2021 heeft het Veiligheidsberaad vervolgens om bijstelling van deze prognose gevraagd, gebaseerd op het rapport van beleidsadviserend centrum Cebeon van maart 2021. Dit rapport toont aan dat alleen voor veiligheidsregio´s landelijk al sprake is van 20 à 30 miljoen euro aan transitiekosten. Daarnaast moet rekening worden gehouden met 15 à 20 miljoen euro aan structurele meerkosten.

Hoofdstuk 4

Inmiddels is in de meicirculaire 2022 bekend gemaakt welke rijksbijdragen dit jaar aan gemeenten worden verstrekt voor de invoeringskosten van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (WKB). De totale bijdragen voor komende jaren zijn ook bekend, maar worden in latere instantie nader uitgewerkt. Op basis van de methodiek van het Cebeon-rapport is voor de veiligheidsregio een nadere analyse gemaakt, waarbij de gevolgen voor de taakvelden Advisering, Toezicht, Bedrijfsbrandweer en Brandveilig Leven in beeld

15

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s

3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

3.1 Ontwikkelingen lonen

3.3 Hoge inflatie in 2022 3.4 Meerjarig effect Algemene Uitkering (BDuR)

3.6 Wet open overheid

3.7 Omgevingswet 3.8 Groei provincie Flevoland

Hoofdstuk 3

3.5 Documentaire Informatievoorziening (DIV)

Hoofdstuk 2

3.2 Ontwikkelingen prijzen

4. Financieel perspectief

zijn gebracht. Conclusie hierbij is dat op de taakvelden Advisering en Toezicht structurele meerkosten van toepassing zijn voor de veiligheidsregio. Hoe hoog die kosten zullen zijn en in welke mate het Rijk de structurele financiering voor haar rekening neemt is op dit moment nog niet exact duidelijk. Indien vóór het vaststellen van de ontwerp-programmabegroting 2024 duidelijkheid komt over zowel de structurele meerkosten als over de dekking via de rijksbijdrage aan gemeenten, worden deze uitkomsten in deze ontwerp-programmabegroting verwerkt. Op 14 oktober 2022 heeft de minister de Eerste Kamer via een voortgangsbrief geïnformeerd over uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. De nieuwe datum van inwerkingtreding is 1 juli 2023.

3.8 Groei provincie Flevoland Wat wij niet onvermeld willen laten is de groei van het aantal inwoners van provincie Flevoland. Die ligt sinds 2018 steevast ruim boven de 1%. Flevoland is hiermee relatief de snelst groeiende provincie van Nederland. De capaciteit binnen de veiligheidsregio groeit niet evenredig mee. Dat kan op termijn organisatorische frictie tot gevolg hebben, omdat de werkzaamheden door de groei toenemen, terwijl de formatie gelijk is gebleven. Op dit moment is de impact hiervan niet te bepalen, maar voor de toekomst is dit een aandachtspunt. In het nog op te stellen beleidsplan 2025-2029 zullen wij hier ook aandacht voor vragen.

Hoofdstuk 4

16

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

Hoofdstuk 2

4.2 Risico’s

Dit laatste hoofdstuk bevat het financieel perspectief en de risico’s voor 2024. Er spelen diverse ontwikkelingen die financiële gevolgen hebben. De kanttekening daarbij is dat we op dit moment nog niet concreet kunnen worden over alle benodigde financiële middelen, zoals ook beschreven in de inleiding. Het hoofdstuk wordt afgesloten met een korte toelichting op nieuwe risico’s, voor zover we die nu al voorzien. 4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

4. Financieel perspectief

4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

4. Financieel perspectief

Samengevat geven de genoemde bedragen in hoofdstuk 2 en 3 het volgende overzicht. Financiële effecten per begrotingsjaar

Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

2024

2025

2026

2027

Looncompensatie 3,9% - (par.3.1)

853.354

853.354

853.354

853.354

Prijscompensatie 2,4% - (par. 3.2)

235.933

235.933

235.933

235.933

Aanpassing Prijscompensatie 2023 4,4% (5,9% - 1,5%) (par. 3.3)

420.847

420.847

420.847

420.847

Meerjarig effect Algemene uitkering (BDuR) - (par. 3.4)

-168.369

-168.369

-168.369

-168.369

Subtotaal autonome ontwikkelingen:

1.341.765

1.341.765

1.341.765

1.341.765

Doorontwikkeling van de Crisisbeheersing - (par. 2.2)

pm

pm

pm

pm

Duurzaamheid - (par. 2.4)

pm

pm

pm

pm

Documentaire Informatievoorziening (DIV) - (par. 3.5)

pm

pm

pm

pm

Wet open overheid (WOO) - (par 3.6)

pm

pm

pm

pm

Omgevingswet - (par. 3.7)

pm

pm

pm

pm

-

-

-

-

1.341.765

1.341.765

1.341.765

1.341.765

Autonome ontwikkelingen

Overige bijstellingen:

Subtotaal overige bijstellingen: Totaal toename gemeentelijke bijdrage

17

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

4.2 Risico’s Hieronder staat een aantal risico’s beschreven, met de maximaal mogelijke financiële omvang. In de berekeningen is ook de kans hierop meegenomen. Dit laatste is enigszins arbitrair, maar er is een zo reëel mogelijke kans geschat. Voor de horizon is een periode van twee jaren genomen. Als een risico zich namelijk in enig jaar voordoet, dan is dit risico niet direct structureel opgelost. Dit gebeurt doorgaans in de daaropvolgende op te stellen begroting. Dat betekent dat incidentele dekking (algemene reserve) nodig is in zowel het betreffende jaar als in het daaropvolgende jaar.

Risico's

4. Financieel perspectief

4.2 Risico’s

Hoofdstuk 2

4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

Financiële omvang risico (in €)

Benodigde dekking gemeenten

Benodigde dekking VRF

Structureel (S) / Incidenteel (I)

Kans

Benodigde dekking (in €)

Horizon in jaren

900.000

15%

135.000

2

67.500

I

200.000

15%

30.000

2

30.000

S

4.100.000

30%

1.230.000

1

1.230.000

I

294.000

10%

29.400

2

58.800

S

Veranderende wet- en regelgeving Wet Datalekken Inkoop en facilitair Inventaris (niet verzekerd) Personeel Taakdifferentatie brandweerpers. Samenwerkingsverbanden

Hoofdstuk 3

Stoppen Samenwerking met VRGV Totaal Risicoprofiel Reserves (JR2021)

5.494.000

1.424.400

0

1.386.300 2.616.300

Weerstandsratio In 2022 en 2023 zullen, o.b.v. besluiten van het Algemeen Bestuur, onttrekkingen plaatsvinden aan de Algemene Reserve ter dekking van de kosten voor extra personeel als gevolg van verplichtend karakter.

1,89

Hoofdstuk 4

18

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

4. Financieel perspectief

4.2 Risico’s

Hoofdstuk 2

4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

Te kwantificeren risico’s Meldplicht Datalekken Omschrijving risico Vanuit de Wet beveiliging persoonsgegevens zijn organisaties waar een datalek zich voordoet verplicht dit binnen 72 uur te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens. Daarbij gaat het om een datalek waarbij gevoelige informatie op straat kan komen te liggen. Doet men dit niet, dan kan de Autoriteit Persoonsgegevens een boete opleggen van maximaal € 900.000. Beheersmaatregelen Binnen de veiligheidsregio zijn we bezig om bewustwording aangaande deze wet te vergroten. Daarnaast zijn we op het gebied van informatisering en automatisering bezig om onze ICT-omgeving hierop aan te passen. Daarnaast zet het NIPV zich in op dit onderwerp. Restrisico en dekking Ondanks alle maatregelen is het niet ondenkbaar dat er een lek kan ontstaan. Indien dit zich voordoet, zullen we dit conform de vereisten melden. Het kan echter voorkomen dat er onbewust is gelekt. Bij onbewust lekken is de termijn van 72 uur uiterst kort. Bij een te late aangifte kan er een boete worden opgelegd. De kans dat zich dat voordoet in de komende twee jaar schatten wij in op 15%. Omdat het gaat om een incidenteel financieel risico delen we het percentage en daarmee het bedrag door twee, derhalve nemen we € 67.500 op.

Hoofdstuk 3

Niet-verzekerde inventaris gebouwen Omschrijving risico De inventaris die zich in de kazernes bevindt, is grotendeels overdragen door de gemeenten aan de veiligheidsregio. Deze inventaris is niet verzekerd.

Hoofdstuk 4

Beheersmaatregelen Overwogen wordt om de inventaris te verzekeren, zoals bij VRGV al het geval is. Restrisico en dekking VRF heeft de afweging gemaakt om niet alle inventaris te verzekeren. De inventaris in de kazernes vertegenwoordigen samen wel kapitaal. Per individuele kazerne valt dit echter weer mee. Er zal per onderdeel

19

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

4. Financieel perspectief

4.2 Risico’s

Hoofdstuk 2

4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

worden beoordeeld of het financieel aantrekkelijk is om het wel te gaan verzekeren of niet. Totaalwaarde van de niet-verzekerde inventaris is ongeveer € 200.000, de kans dat schade hieraan ontstaat schatten wij in op 15%. Dit geeft een financieel risico van € 30.000.

Verplichtend karakter brandweerpersoneel (voorheen Taakdifferentiatie brandweerpersoneel) Omschrijving risico In december 2019 is een voorlopig besluit genomen in het Veiligheidsberaad om taakdifferentiatie tussen beroepsbrandweer en vrijwilligers nader uit te werken. Daarbij gaat het erom dat objectief vastgesteld kan worden dat er verschil is tussen een vrijwilliger en beroepsmedewerker. De kern van dit vraagstuk zit hem in het verplichtend karakter van kazernering en consignatie van vrijwilligers. In de eerste helft van 2023 zal meer duidelijkheid komen over de gevolgen van het wegnemen van het verplichtend karakter. Beheersmaatregelen VRF heeft geen invloed op het vervolgtraject met de betrokken partijen (werkgevers, werknemers en het ministerie van Justitie en Veiligheid).

Hoofdstuk 3

Restrisico en dekking Het financieel risico is voor het gehele land fors, maar met name voor de veiligheidsregio’s die voor een groot deel drijven op vrijwilligheid. Gelet op de eerste aannames blijkt dat er bij VRF een minimaal risico is van € 4.100.000 per jaar. Het standpunt van de veiligheidsregio’s is dat de extra kosten door het verplichtend karakter volledig door het ministerie van Justitie en Veiligheid gecompenseerd moeten worden. Aangezien de verdeling van de rijksmiddelen op dit moment ongewis is, loopt VRF een financieel risico. We gaan ervan uit dat vanaf 2023 invulling aan het verplichtend karakter zal worden gegeven. Het financieel risico schatten we in op 30% van de extra kosten. Over een jaar gerekend is het financieel risico € 1.230.000.

Stoppen van samenwerking met VRGV Hoofdstuk 4

Omschrijving risico In december 2019 hebben de besturen van de veiligheidsregio’s en GGD’en van Flevoland en Gooi en Vechtstreek een samenwerkingsovereenkomst (SOK) ondertekend. De samenwerking heeft in 2020 geleid tot het samenvoegen van teams en afdelingen. Extern onderzoek toont aan dat de samenwerking voor VRF een

20

Inleiding

Kadernota 2024 Inleiding

2. De prioritaire beleidsthema’s 3. Actuele ontwikkelingen

Beheersmaatregelen Zowel ambtelijk als bestuurlijk wordt de draagkracht voor de samenwerking zo veel mogelijk ondersteund.

Hoofdstuk 1

1. Het beleidsplan en het uitvoeringsprogramma

4. Financieel perspectief

4.2 Risico’s

Hoofdstuk 2

4.1 Overzicht financiële effecten per begrotingsjaar

structureel efficiency-voordeel oplevert van € 294.000. Dit bedrag is taakstellend verwerkt in de begroting. Mocht de samenwerking stoppen, dan vervalt het voordeel.

Restrisico en dekking Mocht de samenwerking ten einde komen, dan vervallen de efficiency-voordelen. De kans dat dit risico waarheid wordt, is ingeschat op 10%. Over twee jaar gerekend is het financieel risico € 58.800.

Hoofdstuk 3 Hoofdstuk 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.noordoostpolder.nl/api/v1/meetings/2008/documents/33824