A06 00 Memo provincie Flevolanf aan gemeenteraad over provinciale aanpak stikstof.pdf
Tekst van het document
Pr o v in c ie Fl e v o l a n d
M mo Registratienummer:
2957849 Datum
13 mei 2022 Aan
2957849
Gemeenteraad Noordoostpolder Afdeling
SENB Van
Msc. M.L.H. Blomsma Doorkiesnummer Betreft
Memo voor Raad gemeente Noordoostpolder inzake provinciale aanpak
stikstof Afschrift
Opmerkingen
Stikstofproblematiek en het gebiedsproces De stikstofproblematiek in vogelvlucht Nederland is gebonden aan de eisen uit de E ropese Voge r chtlijn en Habi atrichtlijn. De e richtlijnen dienen - kort door de bocht - om de biodiversiteit (de verscheidenheid aan planten en dieren) in Europa te behouden. De richtlijnen hebben een directe beschermende werking voor bepaalde soorten, maar ook voor gebieden die (veel) bijzondere soorten huisvesten - de zogenaamde Natura 2000-gebieden. In Flevoland betreft dit bijvoorbeeld de Oostvaardersplassen en
een aantal randmeren. In de aanwijsbesluiten van Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgenomen. Dit betreft doelen die gehaald moeten orden om daarmee de k aliteit an het gebied, en het beho d
van de bijzondere soorten in dat gebied, nu en in de toekomst te garanderen. Maar de kwaliteit van de Nederlandse Natura 2000-gebieden is vaak onvoldoende en de doelen worden nog (lang) niet gehaald. Belangrijke factoren die de doelen bedreigen zijn waterkwaliteit en waterstand, vermesting en verzuring. De vermesting en verzuring worden (met name) veroorzaakt door een overmaat aan stikstofdepositie. De stikstof komt hoofdzakelijk vrij uit mest (ammoniak, met name van de landbouw) en bij verbranding (stikstofoxiden, met name van de industrie en transport). Deze vormen van stikstof leiden tot neerslag in de omgeving. Bij vermesting is er sprake van een toename aan voedingsstoffen, waardoor planten die zich hebben gespecialiseerd in het zuinig omgaan met die voedingsstoffen de concurrentie met andere soorten (zoals grassen en bramen) verliezen. Bij verzuring is er sprake van gevolgen voor de bodemgesteldheid. Zoals een gebrek aan kalk (met gevolgen voor plant en dier) en bij sterke verzuring zelfs een vergiftiging door het vrijkomen van zware metalen.
Niet alle Natura 2000-gebieden ondervinden hinder van stikstofdepositie. Binnen de natuurgebieden zijn habitats (leefgebieden met een ecologische samenhang van soorten) gelegen en voor elk habitat is wetenschappelijke een richtlijn bepaald voor de maximale hoeveelheid stikstofneerslag waaronder het habitat geen schade lijdt (dit wordt de Kritische Depositie Waarde of KDW genoemd). In Flevoland zelf zijn geen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (gebieden met een lage KDW) gelegen. Net buiten Flevoland zijn die er wel, zoals de Weerribben, de Wieden, Rottige Meenthe, het Naardermeer en de Veluwe. Doordat stikstof met de wind wordt meegevoerd daalt er wel stikstof vanuit Flevoland op deze gebieden neer.
Memo Bladnummer
2
De Nederlandse wetgeving en de vernietiging van het PAS In Nederland zijn de eisen uit de Europese richtlijnen opgenomen in de Wet natuurbescherming (voorheen in de Natuurbeschermingswet 1998). Als iemand activiteiten wil ondernemen, zoals het
houden van vee, het aanleggen van een weg of het bouwen van een fabriek, dan wordt gecontroleerd of dit voornemen mogelijk negatieve invloeden heeft op Natura 2000-gebieden. Één van die checks is een stikstofberekening (berekening met AERIUS Ca culator) om te bepalen of het project mogelijk leidt tot een toename van stikstofneerslag op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Als er sprake is van mogelijk significante negatieve effecten dan geldt er voor het project een vergunningplicht. Het project moet dan de negatieve effecten volledig in kaart brengen en deze mitigeren (voorkomen door maatregelen) of compenseren (op een andere plek een positieve bijdrage leveren als compensatie voor de schade van het project).
Veelvoorkomende vorm van mitigatie is het inzetten van een reductie van stikstofemissies enerzijds, om een toename van stikstofemissie op een andere plek toe te staan. In het Programma Aanpak Stikstof (PAS) had het Rijk een pakket bronmaatregelen (maatregelen die moeten leiden tot red ctie van stikstof) afgesproken en hadden provincies de verplichting extra natuurmaatregelen (maatregelen in de natuur zelf om de kwaliteit van die natuur te behouden en te verbeteren) te nemen. In ruil voor deze inspanning werd stikstofruimte vrijgegeven voor sociaal-economische ontwikkelingen. De rechter heeft het PAS vernietigd omdat de effectiviteit van de bronmaatregelen uitbleef (er is weinig/geen sprake van stikstofdaling) en stikstofruimte als werd uitgegeven vóór die bronmaatregelen waren doorgevoerd.
Het post-PAS Rijksbeleid Na de vernietiging van het PAS is de praktijk weer geworden (zoals voor het PAS al gewoon was) om rechtstreeks te salderen tussen projecten. Dat betekent dat een ondernemer of zelf stikstofruimte vrijmaakt door emissies te beperken binnen het eigen project (intern salderen) of andere ondernemers (meestal voor een vergoeding) emissies laat beperken binnen hun project (extern salderen). Met de salderingspraktijk alleen wordt er echter weinig vooruitgang geboekt in de stikstofproblematiek. Dit komt omdat de saldering zich alleen richt op nieuwe projecten (en dus niet op de bestaande zaken) en omdat saldering gericht is op een evenwicht (evenveel erin als eruit). De oplossing voor de stikstofproblematiek ligt enerzijds in het op orde krijgen van de
natuurgebieden en anderzijds in het er ekeren dat dit o blijft door de stikstofneerslag op de stikstofgevoelige gebieden te verminderen. Het Rijk heeft de ambities hierover vastgelegd in de Wet stikstofreductie en natuurherstel (Wsn, die feitelijk de Wet natuurbescherming op punten wijzigt). Belangrijke pijler is het vastleggen van een omgevingswaarde voor 2035 die bepaalt dat dan 74% van het stikstofgevoelig areaal geen overbelasting van stikstof meer mag krijgen. Dit komt overeen met een emissiered ctie an ongeveer 50% landelijk. Ook intensi ering an de nat rmaatregelen maakt onderdeel uit van de aanpak. Daarnaast de legalisatie van bedrijven die door het vernietigen van de PAS illegaal voor de Wet natuurbescherming zijn geworden. Voor de totale aanpak heeft het Rijk €6 miljard beschikbaar gesteld. De nieuwste ontwikkelingen voorzien door het nieuwe kabinet heeft de Minister voor Natuur en S ikstof op 1 april in haar hoofdlijnenbrief vastgelegd. De noodzaak om op korte termijn tot aantoonbare daling te komen wordt na de PAS-ui spraak regelmatig door de rechter bevestigd. Een voldoende robuust pakket van zowel natuurmaatregelen
als bronmaatregelen is inmiddels de eis om überhaupt nog vergunningen te mogen verlenen. De Flevolandse stikstofaanpak De landelijke omgevingswaarden worden nog vertaald naar doelen per gebied. Vooruitlopend hierop heeft Gedeputeerde Staten en Provinciale Staten in de Flevolandse Aanpak Stikstof (FAS) een eigen vertaling opgenomen om zo snel mogelijk met de stikstofaanpak te kunnen beginnen, gezien de
relatief korte termijn die geldt voor het halen van de landelijke ambities.
Memo Bladnummer
3
De FAS stoelt zich op vier pijlers: 1. Vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn op orde; 2. Projecten van provinciaal belang worden gerealiseerd en economische ontwikkeling blijft mogelijk; 3. Stikstofreductie; 4. Natuurinclusieve samenleving. Voor de derde pijler is in de FAS opgenomen dat Flevoland 74% van het eigen aandeel in de overschrijdingen van stikstofneerslag op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden wil reduceren. De Flevolandse aanpak richt zich dus alleen op de stikstofneerslag bóven de KDW en alleen op het Flevolandse aandeel daarin.
Er zijn verscheidene scenario’s doorgerekend om deze ambitie waar te maken. Daarbij is gekeken naar een combinatie van een generieke aanpak (geldend voor de gehele provincie) en een gebiedsgerichte aanpak (geldend voor een deel van de provincie waar een aanpak efficiënt is doordat de afstand tot een stikstofgevoelig gebied beperkt is).
In de scenario’s is gekeken naar een gemiddeld reductiepercentage voor stalemissies en een gemiddeld reductiepercentage voor veldemissies (bemesten en beweiden). Er is geen expliciet reductiepercentage voor industrie of transport. Dat betekent niet dat deze sectoren geen bijdrage moeten leveren. Echter vindt de reductie van deze sectoren al plaats door de autonome verschoning en de klimaataanpak. De stikstofreductie lift hierop mee. Indien deze reductie niet wordt behaald zal hier uiteraard op bijgestuurd worden. Uit de scenario’s zijn richtinggevende doelen bepaald: Generiek - hele provincie Reductie stalemissies Reductie veldemissies
20% 20%
Gebiedsgericht - beperkt gebied 50-70% 20%
Voor agrarische veldemissies wordt dus gericht op een gemiddelde reductie over de gehele provincie van 20%. Er geldt geen hoger percentage voor een gebiedsproces vanwege de beperkte mogelijkheden die er zijn voor reductie van veldemissies. Voor agrarische stalemissies wordt uitgegaan van een gemiddeld reductiepercentage van 20% voor de provincie en een reductiepercentage van 50-70% voor een specifiek gebied. Onbekend is nog hoe hoog de generieke reductie zal zijn op basis van het pakket bronmaatregelen van het Rijk. Maar de verwachting is dat een behoorlijk deel van de 20% generieke reductie al door de Rijksmaatregelen behaald zal worden. Het gebiedsproces aan de oostrand van de Noordoostpolder Het gebied waarvoor de 50-70% reductie voor stalemissies geldt, betreft de oostrand van de Noordoostpolder. Dit gebied is gekozen vanwege de relatief korte afstand tot de Weerribben en de Wieden. Doordat stikstof met de wind wordt meegevoerd is het effect op deze gebieden vanuit Flevoland relatief groot omdat deze gebieden in de heersende windrichting liggen. Het aandeel van Flevoland in de stikstofneerslag op die gebieden is ongeveer 10%.
Memo Bladnummer
4
Onderstaand wordt weergegeven in welk gebied een gebiedsproces is gestart. De grenzen zijn indicatief en gekozen op het depositiepotentieel (de mate waarin neerslag op Natura 2000 wordt verminderd bij reductie van emissie) enerzijds en fysieke begrenzingen (kassencomplex, provinciale weg, waterwegen) anderzijds. kantiepark jen Wijze (Bant)
Kanc Steenv Osses
Kuinre
d'
Kalenberg
te
Nieuwe vaart
l' m li
'I . /
\ iloge, lenb. rgertoct
N
..
Moddergat
'' d Nationaal Park %eerribben-Wieden
I
\
.a N .du 3 ? > !, ■ / 2a
Vollenhove4wT.
\
syecbitde Ronduitë
Sint
an k ooster
J
Poepershek Heetveld-
Belt
De donkere kleuren betreffen de Flevolandse delen van dit gebiedsproces. De lichte kleuren betreffen de gebieden in Overijssel waarvan geprobeerd wordt om deze bij het gebiedsproces te betrekken. Immers zijn deze gebieden nog dichter bij de natuurgebieden gelegen waardoor maatregelen er nog efficiënter zijn. Het gebiedsproces is gestart met een bijeenkomst op 30 maart met de ondernemers in het gebied in het dorpshuis van Luttelgeest. Op 19 april heeft een informerende webinar plaatsgevonden en op 17 mei zal een tweede fysieke informerende bijeenkomst plaats vinden. Daarnaast zijn de ondernemers uitgenodigd om een keukentafel gesprek met de provincie aan te gaan. De provincie wil in deze keukentafelgesprekken inventariseren welke mogelijkheden de lokale ondernemers zelf zien om de reductie te bereiken en welke randvoorwaarden zij daarbij zien (waaronder financiële randvoorwaarden). De resultaten hiervan worden meegenomen bij het opstellen van eigen instrumenten en bij het bijsturen van de instrumenten van het Rijk.
De provincie zet nadrukkelijk in op een leefbare toekomst voor het gebied. Dat betekent dat agrarisch ondernemen in het gebied mogelijk moet blijven. Er wordt daarom gezocht naar mogelijkheden voor verschoning en innovatie. Maar indien ondernemers zelf deel willen nemen aan de stoppersregelingen van het Rijk dan wordt dat uiteraard gefaciliteerd. Uiteindelijk betreft het
Memo Bladnummer
5
richtinggevende doel van 50-70% reductie van stalemissies een gemiddelde. Dus een gemiddelde van verschoning, innovatie, verplaatsers en stoppers. De verbreding naar een transitie van het landelijk gebied Vanuit de urgentie van het stikstofdossier is de provincie een gebiedsproces gestart voor de oostrand van de Noordoostpolder. Hierbij wordt gekeken naar mogelijkheden voor stikstofreductie inclusief (agrarische) meekoppelkansen. Dit is echter nog geen integrale aanpak voor het landelijk gebied. Deze integratie van het geheel aan ontwikkelingen in het landelijk gebied vindt plaats in de Opgave Perspectief Landelijk Gebied. Dit perspectief wordt samen met de gebieden opgesteld en gaat onderdeel worden van de gebiedsplannen die in 2023 bij het Rijk zullen worden aangeboden in het kader van het Nationaal Programma Landelijkgebied. Dit als basis voor de mogelijke uitkering vanuit het Transitiefonds en de verdere ontwikkelingen voor het Landelijk Gebied. Gemeente, Waterschap, Provincie, Rijksoverheid en gebiedspartijen werken daarbij samen om te komen tot een toekomstbestendig landelijk gebied.