A04 00 Provincie Flevoland - Begrotingscirculaire 2024-2027.pdf
Tekst van het document
Provincie Flevoland
Postbus 55 8200 AB Lelystad
GEM. NOORDOOSTPOlder Telefoon
ingek.
25 APR, 2023
(0320)-265265
Fax (0320)-265260
E-mail provincie@Flevoland.nl
Gemeenteraad Noordoostpolder Postbus 155 8300 AD EMMELOORD
Verzenddatum
2 1 APR. 2023
Onderwerp
Bijlagen
Website www.flevoland.nl
Uw kenmerk
Ons kenmerk
3103185
1
begrotingscirculaire 2024-2027
Geachte leden van de raad, Bij deze ontvangt u de uitgave van de Begrotingscirculaire editie 2024-2027. Deze wordt in gezamenlijkheid opgesteld door de provincies met als doel u te informeren over een aantal actuele zaken, die van invloed kunnen zijn op het FT (Financieel Toezicht) in relatie tot het begrotingsjaar 2024. Jaarlijks sturen wij de begrotingscirculaire naar uw college en in afschrift aan uw raad.
FJoogachtend, Gedeputeerde Staten van Flevoland, namens deze, het hopfd van d^afdeling Concernzaken
Bijlage: Begrotingscirculaire 2024-2027
edocs 3102466
Provincie
Flevoland
BEGROTINGSCIRCULAIRE 2024 Provincie Flevoland April 2023
ínhoud
1.
Inleiding................................................................................................................... 32
2.
Maatschappelijke ontwikkelingen............................................................................ 32
3.
Financiële ontwikkelingen....................................................................................... 43 Nieuwe financieringssystematiek................................................................................. 43 Inflatie/prijsstijgingen....................................................................................................43 Opschalingskorting.......................................................................................................43 Herverdeling gemeentefonds....................................................................................... 54 Sociaal domein/Jeugd..................................................................................................54 Eigen bijdrage huishoudelijke hulp.............................................................................. 54
4.
Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).................................. 65 Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid..............................................................65 Actualisering Notities....................................................................................................65
5.
Specifieke onderwerpen.......................................................................................... 76 Omgevingswet................................................................................................................. 76 Investeringsbudgetten......................................................................................................76 Wet digitale overheid.......................................................................................................76
6.
Tot slot..................................................................................................................... 76
1.
Inleiding
leder jaar ontvangt u relevante en actuele informatie over de wijze waarop wij uw begroting en meerjarenraming beoordelen vanuit onze wettelijke taak, het financieel toezicht. Het wordt geadviseerd om deze informatie te betrekken bij de kaderstelling voor de begroting en het vaststellen van uw begroting 2024. Uw gemeente heeft de verantwoordelijkheid om een begroting vast te stellen, die structureel en reëel in evenwicht is. leder jaar besluiten wij, op grond van artikel 203 van de Gemeentewet, vóór 1 januari of uw gemeente voor het komende begrotingsjaar onder repressief of preventief toezicht valt. De financieel toezichthouder helpt gemeenten bij het bevorderen van een gezonde financiële huishouding, waarbij respect voor de eigen verantwoordelijkheid van besturen het uitgangspunt is. Financieel toezicht is dan ook een wezenlijk onderdeel van de “checks en balances” binnen het openbaar bestuur en draagt hiermee bij aan het voorkomen dat een gemeente niet meer in staat is financiële tekorten zelf op te lossen. Financieel toezicht draagt bij aan een bestendig en veilig Flevoland met een sterk openbaar bestuur als uitgangspunt. Een bestuur waar de inwoners op kunnen vertrouwen. Uitgangspunt voor de beoordeling is ons Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader 2020 Gemeenten (GTK). In dit GTK komen onder andere de volgende onderwerpen aan bod: -
Welke vormen van toezicht zijn er? Welke wet- en regelgeving worden gehanteerd bij het toezicht?
-
Wat betekent structureel en reëel evenwicht?
-
Waar kijken we naar als we beoordelen of uw begroting en meerjarenraming structureel en reëel in evenwicht is?
In deze begrotingscirculaire geven wij u actuele onderwerpen mee die voor uw begroting 2024 van belang zijn. Deels zijn deze onderwerpen financieel technisch van aard en daarmee wellicht meer voor het college bestemd. De circulaire hebben wij daarom naar uw college met een afschrift naar uw raad verzonden. Daarnaast bevat deze circulaire diverse onderwerpen waarover nog onduidelijk is wat het effect op uw begroting zal zijn of hoe u het onderwerp in uw begroting kunt vertalen. Zodra er meer duidelijkheid over een onderwerp is zullen wij u (ambtelijk) informeren. Heeft u vragen over deze circulaire of de vertaling hiervan in uw begroting? Neem dan gerust contact op.
2.
Maatschappelijke ontwikkelingen
Het beleid en de financiën van gemeenten worden beïnvloed door constant veranderende maatschappelijke ontwikkelingen. In het bijzonder de oorlog in Oekraïne heeft impact. Het leidt tot een vluchtelingenstroom en de uitdaging voor gemeenten om voor voldoende opvang te zorgen. Ook heeft de oorlog impact op de economie. Denk aan de gestegen energiekosten als een aanjager van de inflatie en schaarste van materiaal waardoor projecten vertraging oplopen. Daarnaast laat de coronacrisis nog haar sporen na. Als laatste noemen we de krapte op de arbeidsmarkt, welke impact heeft op de economie en vaak ook uw eigen organisatie. Naast deze maatschappelijke en economische onzekerheden zijn het ook op financieel gebied ongewisse tijden voor gemeenten. Wij vragen duidelijk toe te lichten welke keuzes u maakt over de verwerking van de onzekerheden in uw begroting.
3.
Financiële ontwikkelingen
Nieuwe financieringssystematiek Eind 2021 is bij het vaststellen van het nieuwe coalitieakkoord Rutte IV “Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst” besloten na 2025 een nieuwe financieringssystematiek te ontwikkelen voor de lagere overheden. Een eventuele mogelijkheid voor een uitbreiding van het lokaal belastinggebied wordt hierbij betrokken. Op dit moment is er nog geen duidelijkheid over de verdere ontwikkeling van de nieuwe financieringssystematiek tussen het Rijk en gemeenten. Hoe de nieuwe financieringssystematiek eruit gaat zien is nog niet bekend. De betrokken partijen gaan deze de komende járen verder uitwerken. Het is het voornemen van het kabinet om voor de zomer een uitvoeringsplan met tijdpad naar de Kamer te sturen over de nieuwe financieringssystematiek. De VNG heeft namens de gemeenten ingezet op voorwaarden rondom verruiming belastinggebied op basis van een advies van de commissie Financiële ruimte. De ervaring heeft geleerd dat dit een lastig en moeilijk traject is. Vertraging van de invoering ligt dan ook op de loer. De onzekerheid zorgt ervoor dat u terughoudend zal moeten zijn met besluiten tot nieuw beleid en investeringen, aangezien deze leiden tot meerjarige structurele lasten.
In de miljoenennota (en ook de septembercirculaire 2022) heeft het Rijk voor het begrotingsjaar eenmalig C 1 miljard extra voor gemeenten beschikbaar gesteld, bovenop de beschikbaar gestelde structurele middelen uit het coalitieakkoord, om de verlaging in 2026 gedeeltelijk te dempen. Het accres wordt vanaf 2026 enkel aangepast voor de loon- en prijsontwikkelingen. In het voorjaar van 2023 verwachten we meer duidelijkheid over het uitvoeringsplan met een tijdpad voor de nieuwe financieringssystematiek. Mocht er geen duidelijkheid zijn, dan is het de verwachting dat de betrokken partijen weer met elkaar in gesprek gaan hoe gemeenten in de begroting om kunnen gaan met hun meerjarenraming. Wij gebruiken bij onze beoordeling de bedragen uit de circulaire. Inflatie/prijsstijgingen Naast de forse inflatie hebben we te maken met hogere energieprijzen. Het Centraal Plan Bureau (CPB) volgt de ontwikkelingen nauwlettend en stelt periodiek de indexeringspercentages bij. Die indexeringspercentages worden ook gepubliceerd in de mei- en septembercirculaire van het gemeentefonds. Deze ontwikkelingen hebben ook financiële impact op de begroting en meerjarenraming van de gemeenten. Niet alleen voor het reëel begroten van de lastenkant van de begroting en meerjarenraming maar ook aan de batenkant.
De extra uitgaven voor loon- en prijsontwikkelingen van gemeenten worden voornamelijk door het Rijk gecompenseerd via de loon- en prijscompensatie in de accressen van het gemeentefonds. Daarnaast kan ook de inflatiecorrectie op de eigen tarieven en belastingen daarvoor zorgen. Het is van belang dat u de loon- en prijsstijging aan de lastenkant van de begroting minimaal laat aansluiten op de gepubliceerde indexen van de circulaire die u bij de berekening van de algemene uitkering hanteert. U bent overigens vrij om van hogere percentages uit te gaan aan de lastenkant. Het kabinet heeft in de Najaarsnota 2022 aangekondigd om bij Voorjaarsnota 2023 een extra prijsbijstelling over 2022 uit te keren gegeven de uitzonderlijke stijgingen van de prijzen sinds het uitkeren van de prijsbijstelling voor 2022 afgelopen voorjaar. Deze prijsbijstelling geldt ook voor het Gemeentefonds. De extra structurele prijsbijstelling zal worden gebaseerd op cijfers van het Centraal Planbureau (CPB), het zogenoemde Centraal Economisch Plan (CEP) 2023. Daarbij wordt gekeken naar de inflatieontwikkeling over 2022 ten opzichte van CEP 2022 (T-1). Het gaat volgens de Najaarsnota naar verwachting om circa C 0,3 miljard per jaar tot en met 2025 en circa C 0,4 miljard vanaf 2026.
De definitieve bedragen volgen bij Voorjaarsnota en de verdeling van de middelen over gemeenten zal in meicirculaire 2023 worden opgenomen. Opschaiingskorting Sinds 2015 worden gemeenten geconfronteerd met een korting op het gemeentefonds. De opschaiingskorting is opgelegd, omdat gemeenten door gedwongen opschaling kosten zouden
besparen. In het regeerakkoord van kabinet Rutte II stond de ambitie om door opschaling te komen tot gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Dit zou leiden tot besparingen op apparaatskosten, vereenvoudiging van regelgeving en minder dubbeling van taken. De verplichte opschaling is niet doorgegaan maar de bijbehorende opschalingskorting is blijven staan. Deze opschalingskorting zou van 2015 tot en met 2025 steeds verder oplopen, tot een structureel bedrag van bijna C 1 miljard in 2025. Het niet afschaffen van de opschalingskorting leidde tot veel kritiek bij gemeenten. De afgelopen járen is de oploop van de opschalingskorting tijdelijk geschrapt. Voor 2020 kwam dit neer op C 70 miljoen en voor 2021 op C 160 miljoen die gemeenten niet hoefden af te dragen aan het Rijk. Conform het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV is de oploop van de opschalingskorting voor deze kabinetsperiode wederom geschrapt. Vanaf 2026 is de opschalingskorting wel weer in de cijfers opgenomen (een structurele korting van C 675 miljoen). De VNG is hierover in gesprek met het kabinet. Wij verwachten dat u de circulaire volgt en de bedragen in de begroting opneemt. Herverdeling gemeentefonds Vanaf 1 januari 2023 is het verdeelmodel van het gemeentefonds herzien. Gemeenten groeien via een ingroeipad naar de nieuwe verdeling.
Tot en met 2025 is het ingroeipad van voordeel en nadeel gemeenten gemaximeerd op C 37,50 per inwoner. De verdere implementatie van het nieuwe verdeelmodel is afhankelijk van de evaluatie daarvan eind 2025. Het nieuwe verdeelmodel is geen eindstation en zal continu onderhoud vragen. Een onderzoeksagenda draagt daaraan bij. Deze agenda wordt ieder jaar bijgewerkt. De septembercirculaires zullen hierover verslag gaan uitbrengen en ook over de uitgevoerde onderzoeken. Sociaal domein/Jeugd Het merendeel van de gemeenten heeft in de meerjarenraming 2024-2026 van de begroting 2023 een stelpost Jeugd opgenomen. Dit was mogelijk op basis van een afspraak tussen het Rijk, IPO en VNG. De door de gemeenten gehanteerde bedragen konden worden berekend op basis van de financiële reeks in de uitspraak van de zogenaamde Commissie van Wijzen. De stelposten bedragen maximaal het deel dat gemeenten op basis van de verdeling zouden krijgen, rekening houdend met de aanvullende besparing van C 511 miljoen voor rekening en risico van het Rijk. De stelpost is voor eigen risico en geeft geen budgettaire garantie dat het geld ook daadwerkelijk beschikbaar komt. Onderdeel van de toezegging van de gelden uit de Commissie van Wijzen is de hervormingsagenda.
De agenda, waar ook jeugdhulpaanbieders, professionals en cliëntorganisaties aan meewerken, moet concrete maatregelen opleveren die leiden tot een kwalitatief en financieel houdbaar jeugdstelsel. De totstandkoming van de hervormingsagenda heeft vertraging opgelopen en ondertekening wordt in het voorjaar van 2023 verwacht. Voor de begroting 2024 is het op dit moment niet duidelijk hoe er met de stelpost ‘uitkomst onderzoek Jeugdzorg’ moet worden omgegaan. Evenals de VNG wachten wij af of er tijdig een structurele oplossing wordt geboden. De gezamenlijke toezichthouders erkennen de noodzaak om op deze ontwikkelingen te anticiperen en werken aan scenario’s rondom mogelijke invulling hiervan in de meicirculaire, zodat wij zo spoedig mogelijk na het uitkomen van de meicirculaire onze kaders kunnen communiceren. Voor het ramen van de lasten Jeugd in uw begroting 2024 vragen wij u rekening te houden met prijsstijging door stijgen van de lonen in de zorg en een mogelijke volumestijging als gevolg van onder meer de coronacrisis en mogelijk vaker duurdere en langere trajecten. Eigen bijdrage huishoudelijke hulp Het gebruik van de huishoudelijke hulp onder midden- en hoge inkomens is door de invoering van het abonnementstarief meer dan verwacht gestegen. De beschikbaarheid van voorzieningen onder de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) is hierdoor onder druk gekomen.
Daar waar druk op voorzieningen leidt tot bezuinigingen of wachtlijsten worden kwetsbare burgers die niet zelf een hulp kunnen betalen het hardst geraakt. In het coalitieakkoord is opgenomen dat het kabinet daarom werkt naar een eerlijkere eigen bijdrage voor de huishoudelijke hulp. Het Besluit passende bijdrage huishoudelijke hulp tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is nu in procedure. Dit besluit bevat regels over de nieuw in te voeren eigen bijdrage systematiek voor de huishoudelijke
hulp, waaronder regels over de hoogte van de eigen bijdrage en de wijze waarop het inkomen en vermogen wordt betrokken. Ook wordt de samenloop met andere eigen bijdragen geregeld. Tot slot wordt met dit besluit geregeld dat indexatie van het abonnementstarief geschiedt aan de hand van de consumentenprijsindex, net zoals dat geldt voor de eigen bijdragen voor beschermd wonen en de Wet langdurige zorg. Huishoudens met huishoudelijke hulp vanuit de Wmo 2015 met een bijdrageplichtig inkomen van 1850Zo of meer van het sociaal minimum gaan een hogere bijdrage betalen. Naar verwachting zal hierdoor een minder groot beroep worden gedaan op huishoudelijke hulp en zullen de inkomsten van gemeenten uit eigen bijdragen toenemen. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2025. In de meicirculaire 2022 heeft het Rijk aangekondigd dat de aanpassing vanaf 2025 dient te leiden tot een taakstellende besparing van C 95 miljoen en dat de algemene uitkering vanaf 2025 met dit bedrag wordt verlaagd.
4.
Ontwikkelingen Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
De commissie BBV geeft in notities aan op welke wijze een bepaald onderwerp in de begroting verwerkt kan of moet worden. Kan, omdat de regelgeving meerdere verwerkingsopties toestaat en moet als de regelgeving verplicht tot een bepaalde verwerkingswijze. De BBV-notities bevatten dan ook aanbevelingen (‘kan’) en stellige uitspraken (‘moet’) voor de juiste toepassing en uitvoering van het BBV. Wij vragen speciaal aandacht voor het verwerken van de ‘stellige uitspraken’ in uw begroting. Voor de 'Vragen en antwoorden’ geldt dat een gegeven antwoord uitsluitend betrekking heeft op de specifieke vraag en het antwoord is dan ook niet vanzelfsprekend van toepassing op elke situatie. Algemene uitgangspunten en duiding van het BBV die voor iedereen gelden worden door de commissie BBV op de website gepubliceerd via de notities en nieuwsberichten. Openbaarheidsparagraaf Wet open overheid In de begroting en jaarrekening moet u rekening houden met de Wet open overheid (Woo). Dit houdt in dat u, op grond van artikel 3.5 Openbaarheidsparagraaf, in de begroting aandacht besteedt aan de beleidsvoornemens inzake de uitvoering van deze wet en in de jaarrekening verslag doet van de uitvoering ervan, mede in relatie tot de beleidsvoornemens.
In de memorie van toelichting bij de Woo staat onder andere dat met dit artikel beoogd wordt een impuls te geven aan de actieve openbaarheid door voor te schrijven dat bestuursorganen in hun begroting en verantwoordingsverslag aan moeten geven hoe zij rekening houden met de bepalingen uit de Woo. Dat geldt zowel voor de actieve als voor de passieve openbaarmakingen op grond van de Woo. Deze verplichting geldt al voor de jaarrekening 2022 en de begroting 2024. De openbaarheidsparagraaf Woo dient in de begroting en jaarrekening te worden opgenomen via een afzonderlijke paragraaf, zoals de in artikelen 9 en 26 van het BBV genoemde paragrafen. Bij de eerstvolgende wijziging zal het BBV hierop worden aangepast. Actualisering Notities De commissie BBV werkt verder aan een aanpassing van de notitie grondbeleid in het kader van de Omgevingswet. Vooruitlopend op de vaststelling en publicatie van de geactualiseerde notitie heeft de commissie besloten de voorwaarden waaronder sprake is van warme gronden, zoals beschreven in hoofdstuk 4.2 van deze notitie, aan te passen. Deze wijziging gaat al in met ingang van de jaarrekening 2022.
5.
Specifieke onderwerpen
Omqevinqswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet is nu vastgesteld op 1 januari 2024. In onze voorgaande begrotingscirculaires hebben wij dit onderwerp al uitgebreid toegelicht en daarbij geattendeerd op de financiële gevolgen voor uw gemeente. Over het algemeen geven gemeenten aan dat ze inmiddels zijn voorbereid op de invoering van de Omgevingswet. Wij gaan ervan uit dat de gemeente in de begroting 2024 zo goed en betrouwbaar als mogelijk in beeld brengt wat de gevolgen zijn voor de opbrengsten van leges, zowel wat betreft aantallen als wat betreft de leges per vergunning. Uitgangspunt is dat de Omgevingswet budgetneutraal kan worden ingevoerd in een periode van 10 jaar. In interbestuurlijk verband is afgesproken dat naar oplossingen zal worden gezocht voor financiële knelpunten. Investeringsbudgetten Bij onze beoordeling van de jaarrekeningen 2021 constateerden wij, dat een deel van de voor investeringsprojecten beschikbaar gestelde budgetten niet besteed zijn. Ook worden meer dan voorheen budgetten doorgeschoven naar een later begrotingsjaar. Daarvoor zijn verschillende redenen te noemen die niet altijd binnen de invloedsfeer van uw gemeente liggen. Daarbij kan gedacht worden aan de arbeidsmarktkrapte, het niet beschikbaar zijn van materialen en oplopende kosten van energie en materiaal.
Ook blijkt in de praktijk dat bijvoorbeeld een publiek - private samenwerking ingewikkelder en tijdrovender is dan vooraf ingeschat. Wij vragen dan ook nadrukkelijk uw aandacht voor de realiteit van uw inschattingen bij het ramen van nieuw beleid en investeringen. Wet digitale overheid Deze wet legt de basis voor verdere digitalisering. Burgers krijgen elektronische identificatiemiddelen (elD) met een substantiële of hoge mate van betrouwbaarheid. Deze identificatiemiddelen geven publieke dienstverleners meer zekerheid over iemands identiteit. De wet stelt daarnaast open standaarden verplicht. Hiermee implementeert Nederland de Europese richtlijn over toegankelijkheid van overheidswebsites en apps. De wet wordt op 1 juli 2023 in fases ingevoerd. De verplichtingen onder deze wet gaan gefaseerd in werking en zijn afhankelijk van de aansluiting op het stelsel, die een dienstverlener zelf in afstemming met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties vaststelt. De VNG heeft in het wetgevingstraject aandacht gevraagd bij het Rijk voor de bekostiging van deze wet. Na inwerkingtreding en vooral vanaf het moment dat u op het stelsel bent aangesloten moet u digitale diensten indelen naar betrouwbaarheidsniveau, heeft u een acceptatieplicht voor toegelaten inlogmiddelen, moet uw informatiebeveiliging op orde zijn.
Wij attenderen u erop deze taken te voorzien van reële ramingen, zowel voor de implementatielasten als voor de jaarlijkse structurele lasten. De financiering van de generieke digitale infrastructuur (GDI) wordt vanaf het begrotingsjaar 2023 centraal onder gebracht bij het ministerie van BZK. Een centrale financiering draagt bij aan de gewenste bredere deelname en een hoger gebruik van de GDI. In de septembercirculaire 2022 bent u al geïnformeerd over de uitname uit het gemeentefonds van C 7,5 miljoen. 6.
Tot slot
In deze circulaire zijn actuele en relevante aandachtspunten opgenomen. Hebt u vragen over deze circulaire dan kunt u contact opnemen met de contactambtenaar voor uw gemeente.